HOU VOL: Bericht 200

Aan de corona-tijd hebben wij in onze Website-Berichten nog geen aandacht besteed. Toch willen wij op deze plaats allen die getroffen zijn door deze vreselijke ziekte, direct of indirect, een hart onder de riem steken met een nieuw Bericht. We hopen allemaal dat er spoedig een vaccin gevonden zal worden en dat deze situatie snel achter ons komt te liggen. De Engel met de glimlach en ‘gebalde vuist’ bij de ingang van de kathedraal van Reims wenst u allen sterkte: HOU VOL.

De engel met de glimlach. Kathedraal van Reims. Foto Carla Oldenburger.

De ziekte treft ons persoonlijk gelukkig tot heden niet en heeft ook niet direct veel invloed op ons werk, alhoewel het onderzoek natuurlijk toch wel bemoeilijkt wordt door gesloten archieven, reisbeperkingen en annuleringen van lezingen en symposia.

Het thema van dit Bericht is HOU VOL Dat geldt voor ons allen, we zijn er nog lang niet. Maar dit thema geldt ook voor het schrijven van ‘Berichten’ op deze website. Het eerste bericht verscheen op onze vernieuwde website in november 2015. Wij schrijven een Bericht als we onze lezers attent willen maken op iets dat ons is opgevallen en dat we graag willen delen. Het opvallende van dit Bericht is dat het nummer 200 is. Dat willen we vieren met een paar momenten uit de afgelopen periode waarin we deze Berichten schreven (eind 2015 tot heden).

Vanaf 2016 begeeft Bureau Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven zich op twee onderzoeksterreinen: architectuur en landschap, met drie specialisaties groen erfgoedkleurgebruik in de architectuur en architectuurtheorie (Dom van der Laan en de Zochers). 

Kleurkaarten in Heemkundig Museum Baron van Brakell. Foto Carla Oldenburger

De richting ‘Kleur’, waar we sinds 2016 aandacht aan besteden is de afgelopen tijd tot uiting gekomen in de aandacht voor en artikel over een nieuw [rood] raam in de Heilig Grafkapel in de Oude Kerk van Amsterdam en in een artikel over het ‘houten’ van kerkbanken in de Noorderkerk van Amsterdam.

Primula’s in tuin van Paleis Het Loo, uitgestald in het aurikeltheater. Foto Paleis het Loo.

Het onderwerp ‘Groen Erfgoed’ wordt ieder jaar vorm en gezicht gegeven in de tuinen van Paleis Het Loo. In het zogenaamde aurikeltheater (zie foto hierboven), in de beschutting van de berceau, worden talloze primula-soorten tentoongesteld.

Uitstalling van potplanten op de trappen in Caltagirone, Sicilië. Foto Carla Oldenburger

Zouden de trappen in Caltagirone op Sicilië (zie hierboven, 2019) of de uitstalling van planten in de tuin bij het huis van Pilatos in Sevilla (hieronder, 2018) de inspiratie hebben gevormd voor het aurikeltheater? (Grapje).

Uitstalling bloempotten in de tuin van Casa de Pilatos, Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Linde langs de Levendaalselaan in Rhenen. Foto Carla Oldenburger

Niets is mooier dan eeuwen oude bomen als bewijs van ‘Groen Erfgoed’. De oude linde aan de voet van de Laarseberg, vroeger behorend bij de buitenplaats Levendaal te Rhenen, is een van de mooiste en oudste voorbeelden. Een herinnering aan de buiten-plaats Levendaal is heden nog de grafsteen van Dionys van Leefdael (1491) in de Cunerakerk, de oudst aanwezige grafsteen in deze kerk.

Prachtig vorm gegeven tentoonstelling over de ‘Grand Tour’. Museum Hermitage Amsterdam. Foto Carla Oldenburger

Momenten van verrukking en schoonheid de afgelopen jaren overvielen ons tijdens tentoonstellingen die wij bezochten. De belangrijkste waren ‘Classic Beauties. Kunstenaars, Italië en de schoonheidsidealen van de 18e eeuw’ (in Museum Hermitage Amsterdam, een expositie die naadloos aansloot bij het werk van de Zochers); en ‘Een huis voor de geest’ (in Kunstencentrum deSingel in Antwerpen en op Buitenplaats Doornburgh te Maarssen) over de theorie en praktijk van het werk van de architect Dom Hans van der Laan.

De eerste tentoonstelling vertelt het verhaal van jonge aristocratische Europeanen, die in de tweede helft van de 18e eeuw een reis naar Italië ondernamen (met als hoogtepunt Rome) om daar de net opgegraven klassieke beelden en bouwwerken te bewonderen. Op onze eigen Grand Tour in december 2018 en mei 2019 (resp. naar Andalusië en Sicilië) beleefden we de kunst van de klassieke oudheid en de barok, getuige enige foto’s in dit Bericht geplaatst.

Op de tentoonstelling over Dom van der Laan en zijn leerling Jan de Jong op buitenplaats Doornburgh kon men de architectuur van de Bossche School als het ware zelf beleven.

Irissen in Jardines de los Reales Alcázares. Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Irissen in onze eigen tuin in Rhenen, 12 mei 2020. Foto Carla Oldenburger

Met de bloeiende irissen uit onze eigen tuin sluiten we dit Bericht af. De irissen hebben de corona-crisis overleefd, EN ZO ZULLEN WIJ.

HOU VOL, HOUD MOED, HOUT MOET.

Kasteel en park van kasteel Wylre zijn vanaf 1 Juni weer geopend

Gezicht op Kasteel Wylre vanuit de tuin. Foto uit www.liefsuitlimburg.nl

(Eerste paragraaf tekst overgenomen van tripadvisor.nl; de daarna volgende tekst heb ik geschreven in de Gids voor de Nederlandse Tuin- en landschapsarchitectuur. Rotterdam, 2000). Deze tekst is enigszins aangepast).

Kasteel Wijlre is een buitenplaats voor cultuur en landschap. Op de buitenplaats komen hedendaagse kunst en architectuur samen met cultureel erfgoed en natuur. Er zijn vijf eeuwen met elkaar verweven: het kasteel uit de zeventiende eeuw, het Koetshuis uit de achttiende eeuw, het ontwerp van de kasteeltuinen uit de negentiende eeuw, de permanente kunstwerken in het park uit de twintigste eeuw, het kunstpaviljoen Hedge House en de hedendaagse kunsttentoonstellingen uit de eenentwintigste eeuw. Buitenplaats Kasteel Wijlre organiseert tentoonstellingen, interdisciplinaire projecten, events en educatieve activiteiten in het Hedge House, het Koetshuis en de tuin. Gerenommeerde kunstenaars als Richard Long, Tony Cragg, Ben Akkerman, Donald Judd, Stephen Wilks, Michel François, Marlene Dumas en Christian Jankowski zijn in het Hedge House en het Koetshuis in wisselende solo- en groepstentoonstellingen getoond. Buitenplaats Kasteel Wijlre is gelegen in de heuvels van Zuid-Limburg.

Mijn tekst uit de Gids: De naam Wylre wordt reeds in de twaalfde eeuw gebruikt wanneer in oorkonden over ‘Heren van Wylre’ wordt gesproken. Een eeuw later is er sprake van een versterkt huis dat in 1389 als heerlijkheid wordt aangemerkt. De kern van het huidige kasteel dateert echter pas van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Johan Arnold van Wachtendonk erfde de heerlijkheid in 1652 van zijn moeder en begon spoedig daarna met de bouw van een nieuw huis. De vroegst bekende kaart van het terrein is de zogenaamde Tranchot-kaart uit 1802-1813. Hierop is te zien dat het huis op een omgracht terrein ligt, waarop ook een voorplein en twee bijgebouwen zijn gesitueerd.

Opvallend is dat huis en voorplein niet recht van voren tussen de bouwhuizen door benaderd worden, maar juist van opzij met toegang tot het voorplein tussen huis en bouwhuis. Deze zijdelingse benadering vanuit het zuiden bestaat nog steeds. Rondom de gracht ligt opnieuw een rechthoekig terrein, dat als tuin gebruikt zal zijn en dat eveneens door water omsloten wordt. Aan de noordzijde grenst een eveneens rechthoekig en door water omgeven perceel grond. Een dergelijke aanleg doet denken aan het Hollands classicisme dat kenmerkend is voor de zeventiende eeuw en zal vermoedelijk tegelijk met de bouw van het huis zijn ontstaan.

In de loop van de negentiende eeuw deed ook op Wylre de landschapsstijl zijn intrede. De bekende Maastrichtse architect en stadsbouwmeester Mathias Soiron (1748-1834) maakte omstreeks 1800-1810 enige ontwerpen. Ook werkte hij op Kasteel Neuburg. Of deze zijn uitgevoerd is onduidelijk. Ten westen van het huis werd, buiten de gracht, een nieuw park aangelegd en een gedeelte tussen de binnen- en buitengracht werd aangepast. Een koepel, waarvan nu nog de restanten te vinden zijn, zal hier deel van hebben uitgemaakt.

Johan Heinrich Fischer. Dubbelportret van Graaf Von Quadt en Mathias Soiron (rechts) voor kasteel Wickrath (1773). Museum Schloss Rheydt in Mönchengladbach.

Vanaf de eerste helft van de twintigste eeuw was de tuin ten oosten van het huis verdeeld in de nog steeds bestaande negen vierkante vakken. Uit mondelinge overleveringen is bekend dat de tuinarchitect John Bergmans (1892-1980) op kasteel Wylre heeft gewerkt, maar wat hij precies heeft gedaan, is vooralsnog niet duidelijk. Hoewel de tuinen in de loop der twintigste eeuw al verder waren verfraaid, onder meer met de aanleg van terrassen ten westen van het huis, dateert de huidige aanleg vooral van na 1980.

Onder invloed van de huidige eigenaren is een aantal fraai ingerichte tuinkamers, gescheiden door hagen en verbonden door zichtassen, tot stand gekomen. De Limburgse tuinarchitect W.J.A. Snelder (1928-2013) werkte hier vanaf 1985. Aan weerszijden van de oprijlaan, net voor de binnengracht, is een fraaie symmetrische siertuin (her)aangelegd. De tuinen worden door liefhebbers vooral gewaardeerd vanwege de decoratieve rozentuin ende bloementuin met borders op kleur in regelmatige stijl. Maar ook vanwege de moderne sculpturen van onder anderen Peter Struycken en Ad Dekkers en vanwege de wandelingen rondom het huis, door de boomgaard en door het landschappelijke gedeelte van het park met fraaie doorzichten. Opvallende oude bomen zijn een Gleditsia, een Ginkgo en een Liriodendron.

Gleditsia triacanthos of Valse christusdoorn.

Japanse Tuin Clingendael: Haal buiten naar Binnen

(op verzoek van de gemeente Den Haag en van Joost Gieskes wordt onderstaande tekst dd. 06-05-2020, met plezier gedeeld):

Schoonmaak in de Japanse Tuin Clingendael

Ieder voor- en najaar genieten duizenden mensen van de prachtige bomen, heesters en planten in onze Japanse Tuin. Dit voorjaar blijft de tuin helaas gesloten. Zonde, want de tuin staat er prachtig bij. Daarom halen wij buiten naar binnen en kun je je even in een andere wereld wanen.

De Japanse Tuin is hét pronkstuk van Landgoed Clingendael en vanwege zijn kwetsbaarheid maar een aantal weken per jaar geopend. Toch kan de tuin ieder jaar weer op veel belangstelling rekenen. Maar wat maakt de Japanse Tuin nou zo bijzonder? Wij vroegen het aan Joost Gieskes, tuinhistoricus en auteur van het boek Japanse Tuin in Clingendael: kroniek van een mysterieuze tuin. Den Haag, 2005.

Stap in een andere wereld over het typisch Chinese bruggetje

 ,,In het kleine zit het grote”

Joost is sinds 2000 (technisch) adviseur voor de restauratie van de tuin en is regelmatig in de tuin te vinden. Voor werk of voor ontspanning. Joost: “Bij het binnenkomen van de Japanse tuin stap je in een andere wereld. De hele aanleg is exotisch en verrassend. De prachtige waterpartij, de vrolijke rode bruggetjes, de stenen lantaarns. Zelfs deskundige Japanners genieten hier van de bijzondere en serene sfeer. De tuin is tot in het kleinste detail pure schoonheid; van een egaal diepgroen mosdek tot een verweerde steen en het spiegelende water met de lelies. In het kleine zit het grote.” Uitbundige bloei en tere herfstkleuren

Joost vindt het jammer dat de tuin dit voorjaar niet open kan. Net als veel andere trouwe en nieuwe bezoekers. Joost: ,,Vooral ook jammer dat men nu de nieuwe chrysantlantaarn niet kan bewonderen. De chrysant is het embleem van de keizer van Japan en de lantaarn is een replica van een in verval geraakte lantaarn uit 1911. Echt een bijzonder kunstwerk.”

Een Japanse stenen lantaarn

In het voorjaar is de tuin erg mooi door de uitbundige bloei van kersenbomen en exotische heesters. In het najaar door de tere herfstkleuren en het vallend blad met hun mooie tekening. Maar eigenlijk is de tuin het hele jaar door mooi. Toch kan de tuin niet vaker open. Met veel publiek slijten de smalle paadjes en de daaraan grenzende moslaag te snel. Ook is er écht veel tijd voor onderhoud nodig. Joost:,,Er is iedere dag wel werk: van de dagelijkse verzorging van de planten, bomen en heesters tot periodiek onderhoud aan vijverranden, sproeisysteem, schoonmaken van de stenen en houten monumenten en nog veel meer.”

Uitbundige kleuren

 Zo zijn jullie er toch even bij…

Joost vindt het jammer dat de tuin dit voorjaar niet open kan. Net als veel andere trouwe en nieuwe bezoekers. Joost: ,,Vooral ook jammer dat men nu de nieuwe chrysantlantaarn niet kan bewonderen. De chrysant is het embleem van de keizer van Japan en de lantaarn is een replica van een in verval geraakte lantaarn uit 1911. Echt een bijzonder kunstwerk.”

Haal buiten naar binnen!

Door de coronacrisis zijn we aan huis gebonden en mogen we alleen naar buiten om boodschappen te doen of een frisse neus te halen. Mis jij het ook zo om het Haagse groen in te gaan? Kijk dan snel op onze speciale pagina: Haal buiten naar binnen!

Hier vind je meer foto’s van de Japanse Tuin, door jullie ingestuurde foto’s van de natuur om je heen, delen we live streams en filmpjes én geven we groene tips voor in en om je huis. Heb jij ideeën of tips hoe we samen nog meer buiten naar binnen kunnen halen? Stuur deze dan naar: hethaagsegroen@denhaag.nl

Altijd wel werk te doen

Meer weten?
Lady Daisy (Baronesse Marguerite Van Brienen), de eigenaresse van landgoed Clingendael, maakte in 1911 met haar Engelse vrienden een reis naar Japan. Zij raakte zo verrukt van de Japanse tuinen dat ze besloot om op haar landgoed ook een tuin in Japanse stijl aan te leggen. Ze nam veel voorwerpen uit Japan mee om in haar tuin neer te zetten. In 1913 was de Japanse Tuin in Clingendael een feit. In 2003 werd de tuin tot Rijksmonument verklaard. Meer informatie over de tuin vind je op de website van de gemeente Den Haag.

Tekst: Didi Cobussen
Beeld: Jurriaan Brobbel

Kiku gata doro (lantaarn in de vorm van een chrysant). Allernieuwste aanwinst. Foto Joost Gieskes

Lees ook: