Alle berichten van Carla Oldenburger

Tentoonstelling Schilderachtig Nijenburg

5d661a62-49b6-4782-a5af-90047bc08a94_thumb840

(overgenomen hendrickdekeyser.nl)

Tentoonstelling ‘Schilderachtig Nijenburg’:

Schilderijen en tekeningen van Aleide Tomson-van Foreest (1916-2001). De tentoonstelling is te bezoeken op elke woensdag en zondag van 13.30 tot 17.00 uur, vanaf 20 april tot en met 19 juni 2016.

Aleide van Foreest woonde van 1922 tot 1956 (met enige onderbrekingen) op huize Nijenburg in Heiloo. Van de mooiste plekjes op dit landgoed maakte ze tekeningen en schilderijen. In het honderdste geboortejaar van Aleide Tomson-van Foreest is haar kleine oeuvre nu te bezichtigen in het hoofdhuis van Nijenburg.

In het honderdste geboortejaar van Aleide Tomson-van Foreest is haar kleine oeuvre nu te bezichtigen op de plaats waar het is ontstaan: Nijenburg. In het huis kunt u haar schilderijen en tekeningen zien en een rondwandeling door de tuin brengt u langs de schilderachtige plekken die haar inspireerden. Schilderijen en tekeningen van Aleide Tomson-Van Foreest (1916-2001)U kunt haar werk bekijken en een rondwandeling maken door de tuin die voert langs de schilderachtige plekken die haar inspireerden.

Toegangsprijs: € 5,-.
Adres: Nijenburg, Kennemerstraatweg 278, Heiloo.

De kooltuin op het Plein in den Haag oudste tuin van Nederland?

In het vorige bericht werd melding gemaakt van het boekje De oudste tuin van Nederland: de groene geschiedenis van Huis Bergh, en die oudste tuin ligt bij Huis Bergh in ‘s-Heerenberg. In de archieven van dit huis ligt een document, gedateerd 1460/1461, dat de ‘tuin an den Vinckenbergh’ vermeldt, die gelegen was buiten de kasteelgracht van genoemd kasteel. De schrijvers van het eerste hoofdstuk, Peter Verhoeff en Nina Wijsbek, schrijven: In de standaardliteratuur zijn geen vermeldingen van oudere tuinen die tegenwoordig nog bestaan. Huis Bergh was in die tijd het administratief, economisch en juridisch centrum van een aanzienlijk  graafschap Gelre.

Vooraf: het middelnederlandse woord tuin betekent: ‘door een omheining afgesloten ruimte.’

Het graafschap Gelre brengt ons ter vergelijking naar het graafschap Holland. In de zeer bekende standaardliteratuur Oude Hollandsche Tuinen, geschreven door Anna Bienfait (1943) gaat hoofdstuk III (p.33-43) zeer uitvoerig in op ‘De tuinen van ‘s-Gravenhage van het begin der 14e eeuw tot den tijd van Maurits’.

Veel gegevens blijken dan te vinden te zijn in de rentmeestersrekeningen van Noord-Holland. In 1316 wordt reeds de kooltuin (moestuinen) genoemd, die ook te zien is op onderstaand schilderij van C.Elandts,  gevolgd door een gravure die dezelfde situatie voorstelt, plattegrond/vogelvlucht van het grafelijke hof in 1570. De kooltuin  was gelegen op het tegenwoordige Plein. Weliswaar is het Plein niet meer voorzien van groentebedden en -perken, maar de ruimte is exact hetzelfde en dus zeer herkenbaar gebleven. Hier werden de groenten en kruiden voor de grafelijke huishouding gekweekt.

plattegrond-1570

plein_17

Alles over de grafelijke tuinen is uitvoerig genoteerd door:

= G.C. Calkoen, in zijn artikelen ‘ Het Binnenhof van 1247-1747 (volgens de rentmeestersrekeningen van Noord-Holland).’ Bijdr. en Meded. Die Haghe 1902,35; en ‘Tuinen voorheen in en om het Binnenhof’. Bijdr. en Meded. Die Haghe 1903, 144.

=C. H. Peters. ‘Het grafelijk leven in Die Haghe in de tweede helft der XIVe eeuw’. Bijdr. en Meded. Die Haghe 1909, 113.

Begin 14e eeuw was al sprake van een keukenplein, een achtertuin, een nevenliggende tuin naast de vijver, en een tuin noordelijk van de grote zaal.  Ca.1350  werd de vijver gegraven.

Tijdens de regering van Albrecht van Beieren (1358-1404) zijn de tuinen vergroot en verfraaid.

In  1434/35 werd gesproken van keperhouts (treillages) rond een wijngaard. In 1438 werden door de metselaar 14 nieuwe kruisbedden van baksteen gemaakt (afgezet met bakstenen) en de andere bedden veranderd. En zo veel meer.

In 1467 wordt de tuin bij het valkenhuis (naast de Gevangenpoort) genoemd. En nog zo veel meer.

Kortom, de tuin van Huis Bergh, wordt voor het eerst genoemd in een document van 1460, en heeft qua functie, afmetingen en ligging zijn oude positie tot heden bewaard. De tuin (en dan vooral de kooltuin) van Kasteel Die Haghe, voor het eerst genoemd in 1316, is ruim een eeuw ouder en heeft eveneens qua afmetingen en ligging zijn oude positie behouden, terwijl de functie gedeeltelijk is veranderd –geen keukenplein meer –, maar wel een plein als ‘pleziertuin’ in de zin van een ruim flaneerplein omgeven door terrassen. Het moderne plein beantwoordt nog steeds aan het middelnederlandse woord tuin,  ‘door een omheining afgesloten ruimte.’

Dat de kooltuin bij Kasteel Die Haghe (het Binnenhof) nu de oudste tuin van Nederland zou zijn, daar durf ik nog niet mijn hand voor in het vuur te steken.

Zocher in de vijver van Soestdijk?

EVEN VOOR DE LIEFHEBBER VAN (TUIN)ARCHITECTUUR EN BLOEMEN EN PLANTEN ENIGE TENTOONSTELLINGEN OP EEN RIJ.

image

Levi van Veluw. Monere.  2009. Vijver achter Paleis Soestdijk

Beeldententoonstelling Kunstpark Soestdijk. Park Soestdijk.           T/m 8 mei. Zie de foto van hoofd (of dodenmasker?) in vijver achter het paleis. Monere (herinneren aan) doet me denken aan Zocher sr., die tijdens zijn werkzaamheden in het park van Soestdijk is overleden.

Wonen in de Amsterdamse School. Stedelijk Museum Amsterdam.   T/m 28 augustus. Zou er ook aandacht zijn voor de omgeving?

Schilderparadijs Drenthe: het landschap als inspiratiebron 1850-1930. Drents Museum. T/m 15 mei.

image

Adellijk aardewerk verzameld door Baron van Verschuer. Museum Arnhem. T/m 22 mei.

image

Floralia: Ode aan de bloem door kunstenaars van nu. Gorcum Museum. T/m 11 september.

image

Bloemen van verre. Frans Hals Museum. T/m 16 mei.

De oudste tuin van Nederland. Kasteel Huis Bergh.                                   T/m 1 maart 2017.

De omwenteling: Borg Verhildersum, zijn geschiedenis, omgeving en bewoners. Landgoed Borg Verhildersum. T/m 30 oktober.

Bolbloemen onder de loep. Museum De Zwarte Tulp.                                T/m 21 augustus.

poster

Geschiedenis van de botanische illustratie.  Museum De Zwarte Tulp.  T/m 21 augustus.

Azië in Slot Zuylen.  Slot Zuylen. T/m 25 september.

Bosbouwcultuur in Putten. Museum De Tien Malen. T/m 29 oktober.

Upstairs, Downstairs. Het leven op Duivenvoorde rond 1900. Kasteel Duivenvoorde. T/m 29 oktober.

image

Boekaankondigingen april 2016

In deze rubriek zullen wij vanaf nu titels van publicaties plaatsen, die handelen over groen erfgoed en architectuurhistorie.

Een bespreking kan in later stadium worden toegevoegd.

huis van Wouter Hamdorff aan de Houtweg in Laren. Ferdinant Oldewelt kopie

Aankondiging

  • Anne Mieke Backer. Er stond een vrouw in de tuin: over de rol van vrouwen in het Nederlandse landschap. Rotterdam, april 2016. ISBN 978-90-6906-048-4. 640 pagina’s. Prijs € 27,90. Uiterst interessant boekwerk, geschreven met passie. Deze week in de boekhandel. Let ook op aankondigingen van lezingen (gedurende het hele jaar 2016) door Anne Mieke Backer over dit onderwerp.

 

Aankondiging

Purmer-OranjeriePieterDeWolff-1676
De oranjerie van het buiten Wolff en Hoeck in de Purmer
  • C. Boschma-Aarnoudse. Buitenplaatsen in de Purmer: investeren en buiten leven in een Noord-Hollandse polder. ISBN 978-90-78381-88-4. Wormerveer, 2016. Naast de buitenplaatsen van de Beemster zijn nu ook de buitenplaatsen van de Purmer in kaart gebracht. Interessante historie van vele helaas verdwenen erfgoederen.

Algemene Begraafplaats Doesburg

2016-02-24 12.14.10

Dit is een schetsontwerp voor de Algemene Begraafplaats in Doesburg. Ongedateerd, ongesigneerd. Coll. Archief Gem.Doesburg. Het poortgebouw en de aanleg worden aan Zocher jr.(1829) toegeschreven (Monumentenregister en meer secondaire bronnen).

Het poortgebouw ziet er anno 2016 min of meer uit zoals op bovenstaande  tekening. De centrale hof met de paden in kruisvorm zijn niet zoals op de tekening uitgevoerd. Wel is er tussen de linker en rechter helft van deze ronde ruimte een recht pad gerealiseerd (ca. 1847) vanaf de ingang naar het tegenover liggende contrapunt. Het pad loodrecht daarop is er waarschijnlijk nooit geweest.

Wie weet waar die toeschrijving van Zocher jr. als ontwerper vandaan komt?  In het archief van Doesburg hebben we de naam van Zocher tot heden nog niet vermeld gezien.

De ronde ruimte op deze tekening is door de kruisvormige paden in vier delen verdeeld, daarin geschreven staat in linker deel 2 x ‘Hof van Buijting’ en in het rechter deel 2x ‘Hof van Van Londen’. Rondom slingert een pad langs perken (met bloemheesters?).

Buijting en Van Londen zijn Doesburgse familienamen. Kan dit betekenen dat deze families, voordat de grond aan de gemeente werd verkocht (het minuutplan behorend bij de kadasterkaart dd.1817 en bijbehorende leggers noemen de gemeente als eigenaar) eigenaar zijn geweest? De vier hoven samen vormden in de eerste fase de hele begraafplaats dus het kan niet zo zijn dat beide families deze grond in bezit verkregen voor hun eigen familiegraven.

Het poortgebouw, hoewel primitief getekend, ziet er nog steeds zo uit. het zou kunnen zijn dat het poortgebouw in eerste instantie van hout is geweest (zoals in Zutphen), i.v.m. de Kringenwet? Dat zou verklaren dat er later weer ontwerpen zijn gemaakt voor een poortgebouw en voor een aangepaste aanleg (tussen 1845 en 1870?), toen het misschien wel werd toegestaan daar toch een poortgebouw van steen te bouwen.
Kortom vele vragen. Alvast bedankt voor reacties.

Huis Randenbroek en Park Randenbroek

Huize-Randenbroek_2_klein-960x500_c

Huis Randenbroek, het voormalige woonhuis van Jacob van Campen (architect van het stadhuis Amsterdam, later het zogenaamde Paleis op de Dam), is verkocht.

In 2010 deed ons bureau onderzoek naar de cultuurhistorie van dit park en gaf adviezen en richtlijnen voor beheer. Het rapport is digitaal te lezen via het depot van de Bibliotheek van Wageningen UR.

Wij hopen de nieuwe eigenaren met het digitaal aanbieden van dit rapport een plezier te doen.

Vrouwen en tuinen

Het boek van Anne Mieke Backer   Er stond een vrouw in de tuin, de rol van de vrouw in het Nederlandse landschap. Rotterdam 2016,   staat sinds 30 december al op deze Berichten-reeks. Het zal 10 april verschijnen en 19 maart zal Anne Mieke daar tijdens de Cascade Ronde Tafel Conferentie ook nog eens een voordracht over houden.

IMG_4336En zoals het altijd gaat, als je eenmaal ergens opmerkzaam op bent gemaakt, zie je het overal.  Ik kwam nu 2 interessante tuinenboeken over vrouwen tegen en die titels ga ik nu mijn trouwe lezers hierbij doorgeven.

  • Kristina Taylor. women Garden Designers 1900 to the present. Garden Art Press, 2015. ISBN 978-1-870-67381-5

IMG_4337

  • Heidi Howcraft. .First ladies of Gardening. Francis Lincoln, 2015. ISBN 978-0-7112-3643-1.

 

 

 

 

 

Nieuw Boek: Tuingeschiedenis in Nederland II

TUINGESCHIEDENIS IN NEDERLAND II werd  gisteren tijdens het symposium aan de vier sprekers aangeboden.

Scan

Een schat aan nieuwe feiten, nieuwe kaarten en tekeningen verwerkt in nieuwe artikelen, hieronder genoemd.

Carla en Juliet bevelen iedereen dit mooie boek aan. Wij schreven zelf ook een artikel voor dit boek, zie de pagina’s 171-178.

Cascade bracht dit boek uit in eigen beheer, onder redactie van Arinda van der Does en Jan Holwerda.

Titel: Tuingeschiedenis in Nederland: Denken en doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000.

Prijs € 25,=. ISBN 978-90-9029358-5. Te bestellen via de Cascade-website.

Inhoud
7-14 Tuinhistorisch onderzoek in Nederland. State of the art. Carla Oldenburger
15-24 Vestigingsfactoren voor een buitenplaats. Gerdy Verschuure-Stuip
25-34 Enterijen in Friesland. Philippus Breuker
35-43 Sparrentorens voor de stadsmuur van Amersfoort. Sandra den Dulk
44-52 De Overtuin van het Huis te Manpad 1640-1740. Willem Overmars en Trudi Woerdeman
53-62 De bruikbaarheid van een gravure van Stoopendaal voor de restauratie van de moestuin Zuylestein. Thea Dengerink
63-72 Jan Baptist Xavery en zijn gedocumenteerde tuinsculpturen op Zijdebalen. Dennis de Kool
73-84 Het Grand Canal van Renswoude in historisch perspectief. Patricia Debie
85-92 De familie Semler. Rita Mulder-Radetzky
93-103 Een uitgesproken Echobos in Muiderberg. Kees van Dam
104-114 Westerhout in Haarlem zes maanden werk voor Adriaan Snoek (1775-1776). Henk van der Eijk
115-122 Desertstukken van een Confiturier. Enige Nederlandse opinies over de Chinese stijl in tuingebouwen, 1800-1900. Wim Meulenkamp
123-130 Van architectuur tot tuinkunst. Lucia Albers
131-140 Toenmalige tuinen op Texel. Jan Holwerda
141-150 Stania State – ‘Een der schoonste buitenplaatsen’. Willemieke Ottens
151-160 Toelichting op een negentiende-eeuws ontwerp van H. de Vries & Zoon. Arinda van der Does
161-170 Noordelijke lustwarande. Els van der Laan-Meijer
171-178 Theorie en praktijk bij de firma Zocher: Het Kenaupark in Haarlem. Carla en Juliet Oldenburger
179-187 Een klasse apart. Lara Voerman
188-198 Weelderig groen voor de mijnstreek. Johanna G. Karssen-Schüürmann
199-206 Het historische watersysteem van Het Laar krijgt een tweede leven. Marcel Eekhout
207-214 Spirituele klanken in het bos. Eric Blok
215-222 Tulpenburgh, Gargafia aan de Amstel. Trudi Woerdeman en Willem Overmars
223-233 Balans van tuinhistorisch onderzoek. Een uitleiding. Yme Kuiper
234-239 Register van geografische namen
240-246 Register van persoonsnamen
247-250 Over de auteurs
251 Over Cascade

Cascade symposium zeer geslaagd

Afgelopen vrijdagmiddag, 19 februari, vond op Sonsbeek het Cascade Symposium plaats, met als thema ‘DENKEN EN DOEN: een toekomst voor het onderzoek naar de Nederlandse tuingeschiedenis’

DSC08225
V.l.n.r. Christian Bertram, Hans Renes, Johan Carel Bierens de Haan, Carla Oldenburger, Yme Kuiper, Jan Holwerda. Met dank aan de fotograaf Joost Gieskes.

Sprekers waren drs. Carla S. Oldenburger-Ebbers met ‘Onderzoekspaden verdiepen en verbreden: welke weg slaan we in?’; prof. dr. Hans Renes met ‘Tuingeschiedenis – een geografische agenda’; prof. dr. Yme B. Kuiper met ‘Vergezichten en veldwerk. Een balans van de tuingeschiedenis in Nederland’ en dr. Christian A.H.H. Bertram met ‘Tuinhistorisch onderzoek in Nederland: een korte update’. Dagvoorzitter was dr. Johan Carel Bierens de Haan.

Het is de bedoeling dat de bijdragen van deze sprekers (teksten en presentaties) tot een verslagje worden gebundeld, aan de aanwezigen worden toegestuurd en op de website van Cascade (cascade1987.nl) worden gezet . Wat een service.

Professioneel, gezelligheid alom, een reünie, een mooie locatie, een prachtig nieuw boek…dat waren welgemeende loftuitingen.

Dank aan de redactie van het nieuwe boek, Arinda van der Does en Jan Holwerda, en nogmaals aan Arinda als organisator van het symposium.

Titel: Tuingeschiedenis in Nederland II: Denken en doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000. Eindredactie Arinda van der Does en Jan Holwerda.

Jan Zocher en begraafplaatsen

IMG_4324
Hendrik Spies (1775-1841), Begraafplaats Zutphen van J.D. Zocher jr. met houten poortgebouw, 1830 (coll. Stedelijk Museum Zutphen)

Tussen 1828 en 1830 ontwierp / adviseerde Jan Zocher jr.  verschillende gemeentes bij het aanleggen van een begraafplaats: Zutphen, Doesburg, (?), Haarlem, Heemstede, Utrecht. Alleen van de Utrechtse situatie bestaat een (latere) situatietekening incl. beplantingslijst. In verband met een advies wilden we er achterkomen of Zochers uitgangspunten voor begraafplaatsen nog zijn te achterhalen. Bij onderzoek stuit je dan op allerlei interessante vondsten, die weinig met de probleemstelling te maken hebben, maar wel interessant zijn voor een bericht op de website. Wat te denken van de tekening van Hendrik Spies hierboven?

IMG_4322
Rooms Katholieke Begraafplaats Leiden op bolwerk bij de Zijlpoort, 1840

Een tweede vondst was een kadasterkaart anno 1840 van de Rooms-Katholieke begraafplaats in Leiden. Zocher-begraafplaatsen hebben vaak een ronde of ovale kern, en zoals we leerden uit de literatuur hebben Rooms-Katholieke begraafplaatsen vaak een kruisvormige plattegrond. In Leiden is dit laatste beslist niet het geval. Waarschijnlijk begint dit verschijnsel wat later, zoals bijv. in Schiedam in 1851.

De Zochers waren overigens nooit betrokken bij de aanleg van een Rooms-Katholieke begraafplaats. Waarschijnlijk was hun (protestante) lutherse afkomst daar debet aan.