Categorie archief: Bijzonderheden

Boombeschermers of boomkokers in de 17de eeuw

Op dit schilderij van Jan van der Heyden (ca. 1660, National Gallery London) van de Westerkerk aan de Keizersgracht te Amsterdam, zien we bomen met boombeschermers rond de stammen.

Is dit zo of lijkt het zo? Zijn die zogenaamde boombeschermers geen meerpalen?  Op kantoor hadden we daar discussie over. Na onderzoek (voor hoge resolutie zie link hierboven) lijkt het in eerste instantie om meerpalen te gaan, die aan deze kant van het water staan, terwijl de bomen zich aan de overkant van de gracht bevinden. Maar bij uitvergroting (zie detail schilderij) zijn er toch hele dunne  stammetjes te zien, waaromheen zich de houten bescherming sluit. Wat een finesses op zo’n schilderij.

Detail schilderij van Jan van der Heyden. Westerkerk Amsterdam. Coll. National Gallery.

Walther Schoonenberg merkte bovendien op dat op de kaart van Amsterdam uit 1625 van Balthasar Florisz. van Berckenrode(na de totstandkoming van de derde stadsuitleg), deze boom-bescherming in honderdtallen is afgebeeld, en hij heeft gelijk. We zien honderden bomen op deze kaart afgebeeld (zie detail van deze kaart hieronder) op de kades langs de grachten, en de stammen zijn niet in zwart als stam aangegeven, maar zo getekend dat het duidelijk is dat die stammen door een “kistje” zijn beschermd. De bomen zijn geplant in verband met genoemde derde uitleg, allemaal nog heel jong mogen we aannemen.

Detail kaart B.F. van Berckenrode, 1625.

De aanleiding van deze discussie was een Cascade-weblog , dd.27 september 2017, met de volgende tekst (overgenomen):

U kent ze wel, die bomen met boombescherming op bouwplaatsen of daar waar wegwerkzaamheden zijn. Met een houten ‘jasje’ om de stam en vaak niet meer dan dat. Boombescherming heet dat dan. Terwijl we allemaal weten dat een boom breder is dan z’n stam en ook verstoring van de bodemstructuur en schade aan boomwortels moet worden voorkomen. De boomposter Werken rond bomen geeft in een oogopslag een beeld (zie ook Norminstituur bomen).

Maar nu even een ietwat ander beeld, van ik noem het ‘gekokerde bomen’.  Zie gravure hieronder: De zeevischmarkt van Rotterdam (1816) / J.A. Langedijk. Ook een mooie gravure van J. van Geel, Blaak – Beursplein Rotterdam (1696) is het bekijken waard (beide (Stadsarchief Rotterdam). De laatste kan ik hier niet afbeelden omdat de Rotterdamse beeldbank gesloten is.

De houten omlijstingen dienen ter  bescherming, dat is duidelijk, maar gezien de vormgeving vast ook met esthetische motivering. Deze ‘boomaankleding’ was me niet eerder opgevallen, maar het is vast weer zo’n voorbeeld van als je het een keer hebt gezien, dan zie je het overal of in ieder geval vaker. Wie kent er meer?
Jan Holwerda

De zeevischmarkt van Rotterdam (1816) / J.A. Langedijk. Stadsarchief Rotterdam. Met “boomkolom”

Dank aan Joost, Jan, Walther en Juliet. Mooie samenwerking.

 

Mijn privé ‘xylotheek’

(Behorend bij vorig bericht over de tentoonstelling ‘The secret of wooden books’):

In 2000 kreeg ik bij mijn afscheid als conservator van de Bibliotheek Wageningen UR een houten ‘bomenboek’ cadeau van Jorn en Lia Copijn.  Het is gemaakt door de hout-kunstenares Christine Langerhorst uit Utrecht, waarschijnlijk van Robinia-hout. Ik had lang met hen samen gewerkt, vandaar dat Jorn het de titel Historische samenwerking heeft meegegeven . Het is weliswaar geen xylotheek, maar toch minstens even bijzonder. En het komt goed uit dat het boek van Robinia-hout is gemaakt, want die Robina is eigenlijk mijn lievelingsboom, die hier in de buurt van Rhenen veelvuldig is aangeplant. Als de boom bloeit is de weg van Rhenen naar Elst een weelderige witte bloemenzee.

Mijn privé-xylotheek, bestaande uit 1 houten boek met houten bladzijden. Geschenk van Jorn en Lia Copijn bij mijn afscheid als conservator van de Bibliotheek van Wageningen UR in 2000. Kunstenaar Christine Langerhorst.

The secret of the wooden books (Tentoonstelling)

secret of the wooden books

(overgenomen van universiteitsmuseum Groningen):

The Secret of the Wooden Books. Esthetics, Education, and Ecology

Tentoonstelling 24 juni tot 29 oktober 2017

In de tentoonstelling The Secret of The Wooden Books wordt het mysterie van de drie boomboeken van de Rijksuniversiteit Groningen ontrafeld, waarbij er ook aandacht is voor de esthetische, educatieve en ecologische aspecten van het materiaal hout. De tentoonstelling in het Student Exhibition Lab is gemaakt door masterstudenten Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit, onder leiding van hoogleraar Ann-Sophie Lehmann.

Boombibliotheken, of xylotheken, werden gemaakt aan het einde van de achttiende eeuw en konden wel 200 boeken van verschillende boomsoorten omvatten. Elk boek was vervaardigd van verschillende onderdelen van één specifieke boomsoort en was bedoeld om mensen te onderwijzen. De boeken getuigen van het toenemende ecologische bewustzijn aan het eind van de achttiende eeuw. Door de boeken als uitgangspunt te nemen, laat de tentoonstelling de esthetische, educatieve en ecologische aspecten van hout zien en toont zij hoe de mensen door de eeuwen heen met het materiaal hebben gewerkt.

Waar komen de drie boomboeken in de collectie van de Rijksuniveristeit Groningen vandaan? Waarom zijn het er maar drie? Lang deden verschillende verhalen over deze boomboeken de ronde. De een beweerde dat ze gestolen waren uit de Universiteit van Franeker, de ander verklaarde dat ze onderdeel waren van een xylotheek waarvan de overige boeken verloren zijn gegaan tijdens de grote brand in het Academiegebouw in 1906. The Secret of the Wooden Books zal het mysterie rond de drie boomboeken ontrafelen.

Adres: Oude Kijk in ’t Jatstraat 7a
9712 EA Groningen

Wat heeft Marie van Zeggelen met de Zochers en met Indië?

Eerst ter oientatie. Zocher jr. huwde Amy May van Vollenhoven. Amy May kreeg uit haar eerste huwelijk met Arnoldus Martinus Pennink Hoofd, een dochter, genaamd Maria Cornelia Elisabeth Penninck Hoofd, die huwde met met Ir J.C. de Leeuw. Zij was de halfzuster van Louis Paul Zocher.

Maria C.E. Penninck Hoofd en J.C. de Leeuw kregen eveneens een dochter, Amy Geertruida de Leeuw (1843-1938), een (stief)-kleindochter van Zocher jr. dus, en de schrijfster van ‘Het werk van de Zochers’  in  De Tijdspiegel, Jg. 74 (1917), p. 205-220. Zie over deze schrijfster het hierna volgende Bericht.

De schrijfster Marie van Zeggelen (1870-1957) vertelt over deze (stief)-kleindochter van Zocher jr.: Amy Geertruida de Leeuw [schuilnaam Geertruida Carelsen], in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1942.                                        Portret van Amy Geertruida de Leeuw

Marie van Zeggelen (1870-1957), getrouwd met KNIL militair kapitein H.A. Kooij,  is vooral bekend van haar boeken over Nederlands Indië. Zij was daar een voorvechtster van het Vrouwenkiesrecht en verkeerde met de zuster van Aletta Jacobs (Charlotte) in Indië in deze kringen.

Op de komende TONG TONG FAIR (25 mei t/m 5 juni 2017) zal een tentoonstelling aan haar gewijd zijn, getiteld Marie van Zeggelens kijk op Indië

Marie van Zeggelen midden zittend, secretaresse in het bestuur van SOVIA, Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen

Behalve kijk op Indië, had zij tijdens haar leven in Nederland ook oog voor tal van andere onderwerpen, o.a. vertelt zij in romanvorm over een leven op de buitenplaats Over- Holland (in de roman De Plaetse aan de Vecht (1929). Het gaat over de eigenaar Jacob Poppen en zijn dochter. Marie van Zeggelen woonde gedurende 3 maanden in de theekoepel om het leven op Over-Holland te bestuderen.

De buitenplaats Beeckestein werd ook door Marie in romanvorm beschreven, in de roman Een liefde in Kennemerland (1936). Het boek gaat over Catharina, oudste dochter van Jacob Boreel Jansz. en Agnetha Margaretha Munter, die verliefd wordt op de huisonderwijzer Claude de Narbonne Pélèt Salgas. En vooral over de verschillen in opvoeding en afkomst van beiden geliefden.

 

Geschenk aan Johan D. Zocher sr. en aan Carel G. Zocher

Geschenk 1) van Lodewijk Napoleon aan Johan D. Zocher en 2) van Karel G. Zocher aan zijn neef Louis Paul Zocher.

Empire kandelaar ontvangen als geschenk van Lodewijk Napoleon. Ca. 1810. Part. Collectie.

Geweer met bajonet met draagriem van L.P. Zocher met de opdracht: “aan L.P. ZOCHER ter GEDACHTENIS aan den TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT in AUGUSTUS 1831 van K.G. ZOCHER”.

Tijdens ons onderzoek komen we ook soms voorwerpen tegen die ogenschijnlijk niets te maken hebben met de prachtige parken en tuinen die de verschillende Zochers ons hebben nagelaten, maar die bij nadere bestudering toch vragen hebben opgeroepen in verband met hun werk.

Hierboven een van de twee Empire kandelaars, die Koning Lodewijk Napoleon als  dank voor bewezen diensten aan Zocher sr. ten geschenke heeft gegeven.  Hoezo?

Op 28 mei 1807 benoemde Koning Lodewijk Napoleon Zocher sr. tot hofarchitect, onder supervisie van de Franse architect en ‘controleur de nos bâtiments’ Jean Thomas Thibault en de Intendant General G. W. J. van Lamsweerde, die speciaal de verantwoordelijkheid voor de tuinen droeg tot 1 januari 1809, opgevolgd door J. A. Twent van Kortenbosch. De eerste opdracht betrof een reorganisatieplan voor de tuinen van het kroondomein van Koning Lodewijk Napoleon, Huis ten Bosch (1807), gevolgd door werkzaamheden aan Paleis Soesdijk (1808), Amelisweerd (1808), de loge in de hofkapel in het Paleis te Utrecht (vanaf 1807), en tenslotte Paviljoen Welgelegen te Haarlem (vanaf 1808/1809), met daarbij behorend de ‘Jardin Potager’.  In juli 1810 werd het Koninkrijk van Lodewijk Napoleon ontbonden en werd Nederland ingelijfd bij het Eerste Franse Keizerrijk.

Deze kandelaar is intussen bij de zesde generatie nageslacht van Johan D. Zocher sr. beland. Louis Zocher’s dochter Maria Elisabeth trouwde met Jacob Oolgaardt. Zijn eerste kleinkind Hanna Oolgaardt trouwde met Johan Willem Walraven van Ommeren. Hij kreeg één zoon met dezelfde naam en deze zoon kreeg drie kinderen, één zoon en twee dochters.

Het tweede geschenk betreft een geweer. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een geweer dat dienst heeft gedaan tijdens de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831, o.l.v. Koning Willem I, ter onderdrukking van de Belgische Opstand). Dit geweer is geschonken door Karel G. Zocher aan zijn neef Louis P. Zocher. De tekst op de draagriem luidt: “aan L.P. ZOCHER ter GEDACHTENIS aan den TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT in AUGUSTUS 1831 van K.G. ZOCHER”.  De vraag is nu hoe is Karel Zocher aan dit geweer gekomen? Zou dit kunnen betekenen dat Karel Zocher als vrijwilliger dienst heeft gedaan tijdens deze veldtocht? We tasten nog in het duister.  Iemand een idee dat ons verder kan brengen?