Categorie archief: Bijzonderheden

Wat heeft Marie van Zeggelen met de Zochers en met Indië?

Eerst ter oientatie. Zocher jr. huwde Amy May van Vollenhoven. Amy May kreeg uit haar eerste huwelijk met Arnoldus Martinus Pennink Hoofd, een dochter, genaamd Maria Cornelia Elisabeth Penninck Hoofd, die huwde met met Ir J.C. de Leeuw. Zij was de halfzuster van Louis Paul Zocher.

Maria C.E. Penninck Hoofd en J.C. de Leeuw kregen eveneens een dochter, Amy Geertruida de Leeuw (1843-1938), een (stief)-kleindochter van Zocher jr. dus, en de schrijfster van ‘Het werk van de Zochers’  in  De Tijdspiegel, Jg. 74 (1917), p. 205-220. Zie over deze schrijfster het hierna volgende Bericht.

De schrijfster Marie van Zeggelen (1870-1957) vertelt over deze (stief)-kleindochter van Zocher jr.: Amy Geertruida de Leeuw [schuilnaam Geertruida Carelsen], in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1942.                                        Portret van Amy Geertruida de Leeuw

Marie van Zeggelen (1870-1957), getrouwd met KNIL militair kapitein H.A. Kooij,  is vooral bekend van haar boeken over Nederlands Indië. Zij was daar een voorvechtster van het Vrouwenkiesrecht en verkeerde met de zuster van Aletta Jacobs (Charlotte) in Indië in deze kringen.

Op de komende TONG TONG FAIR (25 mei t/m 5 juni 2017) zal een tentoonstelling aan haar gewijd zijn, getiteld Marie van Zeggelens kijk op Indië

Marie van Zeggelen midden zittend, secretaresse in het bestuur van SOVIA, Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen

Behalve kijk op Indië, had zij tijdens haar leven in Nederland ook oog voor tal van andere onderwerpen, o.a. vertelt zij in romanvorm over een leven op de buitenplaats Over- Holland (in de roman De Plaetse aan de Vecht (1929). Het gaat over de eigenaar Jacob Poppen en zijn dochter. Marie van Zeggelen woonde gedurende 3 maanden in de theekoepel om het leven op Over-Holland te bestuderen.

De buitenplaats Beeckestein werd ook door Marie in romanvorm beschreven, in de roman Een liefde in Kennemerland (1936). Het boek gaat over Catharina, oudste dochter van Jacob Boreel Jansz. en Agnetha Margaretha Munter, die verliefd wordt op de huisonderwijzer Claude de Narbonne Pélèt Salgas. En vooral over de verschillen in opvoeding en afkomst van beiden geliefden.

 

Geschenk aan Johan D. Zocher sr. en aan Carel G. Zocher

Geschenk 1) van Lodewijk Napoleon aan Johan D. Zocher en 2) van Karel G. Zocher aan zijn neef Louis Paul Zocher.

Empire kandelaar ontvangen als geschenk van Lodewijk Napoleon. Ca. 1810. Part. Collectie.

Geweer met bajonet met draagriem van L.P. Zocher met de opdracht: “aan L.P. ZOCHER ter GEDACHTENIS aan den TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT in AUGUSTUS 1831 van K.G. ZOCHER”.

Tijdens ons onderzoek komen we ook soms voorwerpen tegen die ogenschijnlijk niets te maken hebben met de prachtige parken en tuinen die de verschillende Zochers ons hebben nagelaten, maar die bij nadere bestudering toch vragen hebben opgeroepen in verband met hun werk.

Hierboven een van de twee Empire kandelaars, die Koning Lodewijk Napoleon als  dank voor bewezen diensten aan Zocher sr. ten geschenke heeft gegeven.  Hoezo?

Op 28 mei 1807 benoemde Koning Lodewijk Napoleon Zocher sr. tot hofarchitect, onder supervisie van de Franse architect en ‘controleur de nos bâtiments’ Jean Thomas Thibault en de Intendant General G. W. J. van Lamsweerde, die speciaal de verantwoordelijkheid voor de tuinen droeg tot 1 januari 1809, opgevolgd door J. A. Twent van Kortenbosch. De eerste opdracht betrof een reorganisatieplan voor de tuinen van het kroondomein van Koning Lodewijk Napoleon, Huis ten Bosch (1807), gevolgd door werkzaamheden aan Paleis Soesdijk (1808), Amelisweerd (1808), de loge in de hofkapel in het Paleis te Utrecht (vanaf 1807), en tenslotte Paviljoen Welgelegen te Haarlem (vanaf 1808/1809), met daarbij behorend de ‘Jardin Potager’.  In juli 1810 werd het Koninkrijk van Lodewijk Napoleon ontbonden en werd Nederland ingelijfd bij het Eerste Franse Keizerrijk.

Deze kandelaar is intussen bij de zesde generatie nageslacht van Johan D. Zocher sr. beland. Louis Zocher’s dochter Maria Elisabeth trouwde met Jacob Oolgaardt. Zijn eerste kleinkind Hanna Oolgaardt trouwde met Johan Willem Walraven van Ommeren. Hij kreeg één zoon met dezelfde naam en deze zoon kreeg drie kinderen, één zoon en twee dochters.

Het tweede geschenk betreft een geweer. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een geweer dat dienst heeft gedaan tijdens de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831, o.l.v. Koning Willem I, ter onderdrukking van de Belgische Opstand). Dit geweer is geschonken door Karel G. Zocher aan zijn neef Louis P. Zocher. De tekst op de draagriem luidt: “aan L.P. ZOCHER ter GEDACHTENIS aan den TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT in AUGUSTUS 1831 van K.G. ZOCHER”.  De vraag is nu hoe is Karel Zocher aan dit geweer gekomen? Zou dit kunnen betekenen dat Karel Zocher als vrijwilliger dienst heeft gedaan tijdens deze veldtocht? We tasten nog in het duister.  Iemand een idee dat ons verder kan brengen?