Categoriearchief: Buitenplaatsen

ontwerp ROND HUIS MEREVELD VAN JOHANNES MONTSCHE (1734-1799)?

Arinda van der Does schreef een eerste verkenning betreffende Johannes Montsche, getiteld Johannes Montsche kon zelfs boomen planten daar nimmer boom en stond, uitgegeven door TuinTerTijd, Bureau voor Tuinhistorie, 2002. Montsche leefde en woonde van 1734 tot 1799 in Amsterdam, afgezien van een periode in Duitsland (ca. 1750-1765). In het boekwerkje van Van der Does worden enkele tuinarchitectonische werken aan Montsche toegeschreven, namelijk een ontwerp voor een deel van de buitenplaats Huis te Manpad (ongesigneerd, ongedateerd, tussen 1765 en 1780); werk aan Schloss Ringenberg / Hamminkeln (1777/1778) voor J.F.W. baron van Spaen van Biljoen; mogelijk een deel-ontwerp voor de buitenplaats Toorenvliedt in Middelburg (1797/1798) en mogelijk een deelontwerp voor de buitenplaats Huis Ruurlo (gesigneerd, ongedateerd).

Op de eerste onderstaande tuinplattegrond (in de Collectie Six Amsterdam) van een deel van de buitenplaats Me(e)reveld in de Watergraafsmeer wordt (door tante Totie) ook de naam van Johannes Montsche genoemd. Zij heeft kennelijk van derden vernomen dat Montsche op deze buitenplaats heeft gewerkt en dat op de eerste plattegrond vermeld.

Plattegrond tuin Mereveld (Watergraafsmeer). Ongesigneerd, ongedateerd. (CS noteert ca. 1750).
Combinatie van rechthoekige boomgaard en landschappelijk gevormde bessentuin / Engelse tuin. Collectie Six Amsterdam (CS_00476_0001. Bovenaan de tekening is waarschijnlijk door tante Totie (tante van Jan Six) genoteerd de naam van de tuinarchitect/kaarttekenaar Johannes Montsche. Zie ook detail hieronder.
Detail van bovenstaande plattegrond, met regelmatig gevormde boomgaard. Bovenaan de tekening is de naam van Johannes Montsche vermeld (door tante Totie). Rechts staat geschreven ‘Zeventien honderd”. Met watermerk van` Collectie Six
Legenda van bovenstaande tekening (zie rechts op detail van de plattegrond van Mereveld): A vakken voor Aardbijen; B voor Besseboomen (?); C voor frambozen; D Engelse Tuijn met bloemdragende boompjes [heesters]. Met watermerk van Collectie Six
Plattegrond tuin Mereveld. Ongesigneerd, ongedateerd (CS noteert ca.1751 op grond van watermerk). Combinatie van regelmatig gevormde nutstuinen en landschappelijk gevormde vakken.
Collectie Six Amsterdam, CS_00398_0001. Onderaan op de tekening staat genoteerd ‘Veranderd Meereveld’. Met watermerk van Collectie Six. Schermafbeelding

Deze buitenplaats Mereveld in de Watergraafsmeer was in 1719 eigendom geworden van Jan Lups. Volgens A. Speelman (website buitenplaatseninnederland.nl) ligt de buitenplaats Mereveld op kavel 53 in de Watergraafsmeer (zie kaart van 1719 hieronder). Dit is een hele lange en vrij diepe kavel. Op de kaart van de Watergraafsmeers uit 1725 (ook hieronder) is dan ook te zien dat Jan Lups zijn tuinen snel heeft uitgebreid en dat de aanleg rond het huis twee maal zo groot is geworden.

Na het overlijden van Jan Lups omstreeks 1740, beheerden zijn echtgenote Susanna Hoon en hun kinderen samen de buitenplaats. In 1805 werd de buitenplaats gesloopt en het afbraakmateriaal verkocht.

Gezicht op de buitenplaats Mereveld (huis en stallen) van Jan Lups, in 1719
Detail Kaart Watergraafsmeer / Pieter van den Berg (graveur), 1719. Met kabelnummering. Noorden beneden
Detoil Kaart Watergraafsmeer, 1725. Mereveld is hier aangegeven met de naam van Jan Lups. Tegenover de bezittingen van Jan Lups, aan de overzijde van de Grote Tocht Sloot ligt de buitenplaats Merenburg (niet te verwarren met Merenveld). Noorden beneden

Volgens de informatie in de Collectie Six zijn de eerder genoemde twee plattegronden van Mereveld gedateerd ca. 1750 resp. ca. 1751 (het watermerk van het papier duidt op 1751) en volgens de informatie van ‘tante Totie’ is de eerste tekening een plattegrond / ontwerp getekend door Johannes Montsche. Dit laatste gegeven is zeer onwaarschijnlijk. De plattegrond kan getekend zijn door Montsche, maar dan kloppen de jaartallen niet want Montsche leefde van 1734 tot 1799 en hij is rond 1750 dus pas 16 jaar, of de plattegrond is door een ander getekend. Bovendien verkeerde Montsche in de allereerste beginperiode van de landschapsstijl (van 1750 tot 1765) in Duitsland, waar hij waarschijnlijk in opleiding was voor tuinman/tuinontwerper en kweker.

Wat kunnen we afleiden van bovenstaande plattegronden van Mereveld en van eerdere kaarten van de Watergraafsmeer? De buitenplaats van Jan Lups ligt in 1719 op een min of meer vierkante kavel aan de Middelweg en langs de grote Tocht Sloot (kavel 53, onder kavel 52, zie kaart 1719). De tuin ligt achter het huis en is in 1719 in twee delen verdeeld gescheiden door een ‘grand canal’ dat gericht is op het midden van de achtergevel. In 1725 lijken de bezittingen aanzienlijk te zijn uitgebreid langs de Tocht Sloot, tot bijna dubbele oppervlakte. Deze grond kwam gedeeltelijk in gebruik voor moestuinen en boomgaarden, die in regelmatige stijl zijn aangelegd als we de kaart uit 1725 mogen geloven. De plattegronden in de Six Collectie wijzen op een latere gedeeltelijke verandering van de regelmatig gevormde nutstuinen in landschapsstijl. Het ontwerp met golvende perken en de legenda (vakken A, B, C, D) op de eerste plattegrond geven aan dat moestuinen in Engelse landschapsstijl zijn veranderd in combinatie met een ‘Engelse tuin met bloemdragende heesters’.

De stijl doet denken aan de tuinarchitecten / kwekers J.G. Michael en zijn schoonzoon J.D. Zocher sr., die omstreeks 1785 verantwoordelijk waren voor de verlandschappelijking en beplanting van de nabijgelegen buitenplaats Voorland (kavel 51 en 52, gelegen tegenover de kavels van Jan Lups) in de Watergraafsmeer, sinds 1784 eigendom van Pieter van Winter (zie het artikel van Henk van der Eijk in de Cascade-bundel Tuingeschiedenis in Nederland III / Verdwenen tuinen (Arnhem, 2019), p. 169-186). Zowel Michael als Zocher sr. pionierden in de landschapsstijl, waarbij zij geometrische deeltuinen en rechte lanen en watergangen menigmaal handhaafden. Dit zien we duidelijk op de plattegronden in de Six Collectie.

Voorlopige conclusie: De plattegronden in de Collectie Six zijn hoogstwaarschijnlijk van latere datum dan omstreeks 1750. Dat Johannes Montsche delen van de nutstuinen op Mereveld heeft veranderd in landschapsstijl en deze met ‘Engelse tuinen met bloemdragende heesters’ combineerde is mogelijk, maar dat is dan later gebeurd, waarschijnlijk tussen 1785 en 1799. In die tijd heeft Montsche wel in die trant gewerkt, maar ook Michael met hulp van schoonzoon Zocher sr. zouden de ontwerpers van de plattegronden in de Collectie Six geweest kunnen zijn, juist omdat door onderzoek van H. van der Eijk is vast komen te staan dat ook buurman Pieter van Winter op Voorland deze bekende tuinarchitecten in dienst had genomen.

Huis en Tuin van Brakestein Texel worden rijksmonument

Net als gisteren de verheugende mededeling binnenkwam over het winnen van het Belvedère-ontwerp (in Heemstede, zie vorige bericht), komt vandaag het blijde bericht binnen dat de buitenplaats Brakestein op Texel bij Oudeschild tot rijksmonument zal worden aangewezen.

We zijn zeer happy en verrast te horen dat Brakestein (huis en tuin) -zo snel na het verschijnen van ons rapport- de status van rijksmonument tegemoet kan zien. Onze waardestelling (na klik volledig hier te lezen) heeft mogen bijdragen tot deze beslissing. We gaan nu adviseren aangaande het inrichtingsplan. Het wandelpad door de boomsingel buiten de gracht is al gekapt en vrijgemaakt; het uitbaggeren van de gracht is het volgende winterproject.

Buitenplaats genaamd Braaken Steen op het eiland Texel behorende aan den heer Den Berger, ongesigneerd en ongedateerd [vanaf 1786] (noorden rechts). Collectie Noord-Hollands Archief, toeg.nr 269, inv.nr 1046.

NIEUWE BELVEDÈRE VOOR GROENENDAAL HEEMSTEDE

In de vandaag (12-12-2019) ontvangen mededeling hieronder is -na vergroting- te lezen dat ons bureau Binnenstad en Buitenleven in een samenwerkingsverband met KPG Architecten uit Heemstede, zal meewerken aan de totstandkoming van een nieuwe Belvedère op de buitenplaats / openbaar park Groenendaal in Heemstede.

In het Glossy Tijdschrift HIK ( = Heemstede in Kaart), nummer  18, 2019,  zijn heel kort de 6 architectenbureaus beschreven, die een ontwerp hebben ingezonden voor een nieuwe Belvedère op de buitenplaats Groenendaal te Heemstede. Oldenburgers Binnenstad & Buitenleven deed mee als partner van KPG-Architecten. Zie de foto van Juliet (midden) in de laatste bureau-beschrijving. Ons samenwerkingsverband is na stemming -door de bewoners van Heemstede- op 6 anonieme ontwerpen met de meeste stemmen uit de bus gekomen met het ontwerp “De Wandeling”.

Voorlopig ontwerp ‘De Wandeling’ voor nieuwe Belvedère Groenendaal. In tweede instantie zal nu met de heer Bids besproken worden hoe dit ontwerp aan te passen tot definitief ontwerp

De hele stemming is echter niet naar tevredenheid van de burgers van Heemstede verlopen. Zie hieronder nog eens een samenvatting wat er allemaal gebeurde en hoe ver het proces nu gevorderd is, dd. 15 januari 2020. In de laatste zin van dit bericht staat te lezen dat het winnende ontwerp deze week bekend zal worden gemaakt. Dat betekent dus dat we vandaag of morgen nader bericht ontvangen.

En hier is dan de officiële uitslag in het Haarlems Dagblad van 17 januari 2020:

Bericht uit Haarlems Dagblad, 17 januari 2020

Proef met resistente buxus op het loo

Buxus keert – als proef – terug bij Paleis Het Loo.

Tijdens het Buxus-symposium op Kasteel Amerongen op 29 november jl. kwam Willem Zieleman, tuinbaas van Paleis Het Loo, met het volgende bericht naar buiten: “Bij Paleis Het Loo wordt op korte termijn gestart met een proef met de Buxus-cultivars van het Belgische bedrijf Herplant.”

Kweker van de Buxus, Didier Hermans, claimt dat zijn cultivars resistent zijn tegen Cylindrocladium. De Buxus komt in de Koningstuin waar nu nog tijdelijk Piet Oudolf-beplanting staat. De komst van de Buxus gaat dus niet ten koste van Ilex crenata ’Dark Green’, die een aantal jaar geleden als vervanger van Buxus is geplant.

De proef betreft hoogstwaarschijnlijk de cultivars Buxus ’Heritage’ en Buxus ’Babylon Beauty’ (zie foto). Beide soorten zijn volgens Hermans resistent tegen Cylindrocladium. Ook zouden de soorten een hogere weerstand hebben tegen buxusmot.

Momenteel zijn het paleis en de paleistuinen wegens een renovatie voor het publiek gesloten. Medio 2021 opent het vernieuwde Paleis Het Loo. In 2020 gaat al wel de tuin open voor publiek van 1 april tot 1 oktober.

Kweker Didier Hermans met links Buxus ’Heritage’ en rechts Buxus ’Babylon Beauty’.

In De Boomkwekerij 24 en Tuin en Landschap 24 staat een artikel over de nieuwe Cylindrocladium-resistente soorten van kweker Didier Hermans. Lees hier het artikel in het digitale magazine. (met inlog) 

Hollandse Datsja’s

Zoals bekend zijn nog steeds in de omgeving van Amsterdam en Haarlem vele buitenplaatsen te vinden, ooit eigendom van kooplieden die handel dreven op de VOC en WIC. Maar behalve deze achtergrond van welgestelde bouwheren, was er nog een groep rijk geworden kooplieden, namelijk zij die handel dreven op Rusland (Moscovië). Ook zij lieten buitenplaatsen of hofsteden (of in het Russisch genoemd datsja’s) bouwen of kochten buitenplaatsen op om ze te verfraaien, voornamelijk in Holland en Utrecht. Deze nieuwe publicatie gaat over de groep datsja’s / buitenhuizen, gebouwd door kooplieden die voeren op de Oost.

Beemsterlust in De Beemster

De auteur Igor Wladimiroff, gespecialiseerd in Nederlands-Russische betrekkingen, schreef een boek over deze laatste groep buitenplaatsen of datsja’s.

Titel: Hollandse datsja’s: Hollandse en Utrechtse buitenplaatsen van Amsterdamse kooplieden op Rusland, circa 1600-1800. Heemstede, 2019. € 29,95, 240 pp. Bestel hier

Westerhout bij Beverwijk

De datsja’s die ter sprake komen zijn: Vechtenstein in Maarssen; Beemsterlust in de Beemster. De familie Bernard beschikte over een reeks buitenplaatsen Volgerlust in de Beemster; Kattenbroek bij Linschoten; Vreedenhoff tussen Loenen en Nieuwersluis; De Kruidberg bij Santpoort; Westerbroek ten zuiden van Velsen; en Westerhout bij Beverwijk/Velsen. Verder worden uitgebreid besproken De Drie Noordermaden in Egmond aan de Hoef; Heerlijkheid Huisduinen tussen Huisduinen en Wieringen. Huis ter Specke bij Lisse. Zwaansvliet en Het Kasteel in de Beemster. Oud-Bussum bij Huizen (NH). Bijlmerlust aan de oever van het Gein in Abcoude; Elswout te Overveen en Hof te Waerder bij Nieuwerbrug. Spanderswoud bij ’s Graveland, De Engelenburg bij Herwijnen.

Huis ter Specke bij Lisse

De Schans bij Beverwijk en Valkenburg in Heemstede. Tijdverdrijf in Egmond aan de Hoef, Trompenburg aan de Amstel/Amsterdam. Meergaarden (Goed Genoeg, later Ajax voetbalvelden) in de Watergraafsmeer; Oostrust (De Valk) aan de Amstel. Ruygenhof bij Loenen. Leeuwenveld bij Weesp. Petersburg bij Nigtevecht. Hout en Duinzicht (later Vredenhof) bij Haarlem. Meereveld bij Amsterdam in de Watergraafsmeer. Spruytenbos in Haarlem (Wagenweg). Welgelegen in Haarlem. Land en Boschzicht te ’s Graveland; Vredenhof (Hout en Duinzicht) bij Haarlem; Spanderswoud te ’s Graveland. De punten in deze opsomming scheiden diverse eigenaren-families.

Zwaansvliet aan de Volgerweg in de Beemster

Naast een uitgebreide beschrijving van de bovengenoemde buitenplaatsen komen ook de geschiedenissen van families en eigenaren ter sprake. Veel illustraties, ook van oude geografische kaarten, verduidelijken de geschiedenis van vermelde buitenplaatsen.

Bijlmerlust aan het Gein bij Abcoude

Van een Russische invloed op de Hollandse tuinkunst is tot heden niet veel boven water gekomen, behalve de badstoof op de buitenplaats Petersburg aan de Vecht. In het laatste hoofdstuk over de Hollandse invloed op Russische buitenplaatsen des te meer.

Engelenburg bij Herwijnen

Zie ook:

  • Carla Oldenburger en Diederik Six. Hollands Russische bouwkunst en tuinkunst in de tijd van Peter de Grote: rapportage en advies t.a.v. voorstellen voor Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed projecten, in de Russische steden jaroslavl en St. Petersburg. Rhenen/Zeist, 2009. 28 p.
  • Carla en Juliet Oldenburger, ‘Hollandse tuinkunst in Rusland’ in: Cascade Bulletin voor tuinhistorie, jrg. 21 (2012), nr. 2, p. 7-42.

Dit boek lokt uit tot nader onderzoek op het gebied van de ontstaansgeschiedenis van de vroege 17de eeuwse buitenplaatsjes aangelegd in De Zijpe (drooggelegd in 1597), De Beemster (drooggelegd in 1612), De Purmer (drooggelegd in 1622), De Bijlmer (1627) en de Watergraafsmeer (1629).

Meer lezen?: * http://www.beemsterbuitenplaatsen.nl en * het boek Buitenplaatsen in de Purmer, van auteur Corrie Boschma-Aarnoudse. Wormerveer, 2016.

Rembrandt en zijn Spaanse tijdgenoten in het rijks. verassing: DE VILLA MEDICI IN ROME

Vanmiddag (11-10-2019) was ik in het Rijks om de schilderijen van Rembrandt (en zijn Spaanse tijdgenoten) te bekijken. De tentoonstelling is thematisch opgezet, d.w.z. de schilderijen worden in paren per thema (o.a. geloof, rijkdom, macht, liefde) gegroepeerd, meestal in groepjes van twee (soms drie) bij elkaar. Veel schilderijen zijn tamelijk onbekend voor ons Nederlanders. In het Rijksmuseum missen Spaanse schilderijen uit de tijd van de protestante Rembrandt (1606-1669) en in het Prado missen Nederlandse schilderijen uit de tijd van de katholieke Diego Velazquez (1599-1660). Hoe kan dat? Tijdens de 80-jarige oorlog kocht men natuurlijk geen kunst van zijn vijanden!

Francisco de Zurbaran. Agnus Dei. Coll. Madrid, Museo del Prado

Hoewel Rembrandt en Velazquez elkaar niet hebben gekend, misschien zelfs nooit van elkaar hebben gehoord, is men voor de tentoonstelling de uitdaging aangegaan schilderijen (ook van beroemde tijdgenoten als Zurbarán, Ribera, Murillo, Joh. Vermeer, Frans Hals) met hetzelfde thema naast elkaar te hangen zodat wij bezoekers telkens twee of drie werken met dezelfde intentie goed met elkaar kunnen vergelijken.

In dit bericht wil ik slechts twee schilderijen laten zien met één thema, en dat is: “De juiste maat aanhouden, het beeldvlak zo in horizontale en verticale lijnen indelen dat een harmonisch maar spannend evenwicht wordt bereikt, en daarbij het buitenlicht op een bewolkte dag in alle grijstinten vastleggen zodat er een heel natuurlijke atmosfeer ontstaat -dat kunnen alleen de allergrootste meesters. Dat zijn Velazquez en Vermeer, al waren zij niet gespecialiseerd in buitenaanzichten.” Dit is de begeleidende museum-tekst van het onderstaande paar schilderijen.

Diego Velazquez. De tuinen van Villa Medici in Rome. Ca. 1630 of ca. 1650. Madrid Museo del Prado
Johannes Vermeer (1632-1675). Het straatje. 1658. Coll. Rijksmuseum Amsterdam

Het schilderij van de tuin van de Villa Medici in Rome heeft me bijzonder getroffen; het geeft zo’n realistische onderkomen toestand weer, aan het eind van de 80-jarige oorlog. Nu in onze tijd is het zicht vanuit de tuin op de terrassen (rechts) heel wat “schoner” dan in 1630, maar het is toch een wonder dat die terrassen en de poort onder die terrassen (even voorbij de obelisk rechts te zien) nog bestaan getuige deze laatste foto.

sponsoring borstbeeld leonard springer

Springer Sponsor Roadtrip

In het kader van de inzamelingsactie ten behoeve van het plaatsen van een bronzen beeld van de heer Leonard Anthony Springer op De Nieuwe Ooster kunt u zich inschrijven voor een unieke Springer Roadtrip.

L.A. Springer ontwierp in Amsterdam-Oost twee bekende groenprojecten, namelijk De Nieuwe Ooster (Begraafplaats) en het Oosterpark. Ook de buitenplaats Frankendael was voor hem vertrouwd terrein, omdat hij daar op de bekende tuinbouwschool ‘Linnaeus’ had gezeten, van 1871-1874. In 1873 maakte hij een gedetailleerde plattegrond van die buitenplaats. Lees meer….

Op 2 november (en eventuele volgende nog bekend te maken data) wordt u per (9-pers) bus vervoerd vanaf De Nieuwe Ooster naar diverse locaties in Noord Holland, die naar tuinen, parken of begraafplaatsen leiden die Springer heeft ontworpen en aangelegd. In ieder geval bezoeken we ook de begraafplaats in Bloemendaal.. Behalve dat hij deze begraafplaats heeft ontworpen heeft hij hier ook zijn laatste rustplaats.
Onderweg krijgt u informatie en wordt u koffie/thee met wat lekkers en een lunch aangeboden. Aan het eind van de middag wordt u weer keurig naar De Nieuwe Ooster gebracht.

Deze geheel verzorgde dag wordt u aangeboden voor het sponsorbedrag van € 100,-
De eerst tripdatum is gesteld op zaterdag 2 november. We vertrekken om 9.30 uur vanaf de parkeerplaats van De Nieuwe Ooster aan de Rozenburglaan en hopen rond 16.00 uur weer terug te zijn. Aan de hand van de hoeveelheid aanmeldingen kunnen meerdere trips ingeroosterd worden. 
U kunt uw sponsorbedrag overmaken op rekening NL76 INGB 0003 6991 05 t.n.v. stichting Arboretum De Nieuwe Ooster.

U kunt zich voor deze trip inschrijven via een formulier, dat u kunt vinden op denieuweoosterbomenpark.nl/springer-sponsortrip/

Verder is op woensdag 9 oktober in de aula van De Nieuwe Ooster een bijeenkomst vanwege het 125 jaar bestaan van het park. Op die middag wordt een boekje uitgereikt met interviews over de mensen van D(e) N(nieuwe) O(oster). Het kleibeeld van Springer wordt dan ook tentoongesteld met een verwijzing naar onze geldinzamelings-acties.

hendrik keun: groen in amsterdam-binnenstad in de 18de eeuw

Hendrik Keun (1738-1787) schilderde in 1772 een prachtige grachtentuin, achter pand Keizersgracht 524, te Amsterdam. Juliet wijdde al eens een kort artikeltje aan dit schilderij, getiteld ‘De tuin van Nicolaas Doekscheer, Keizersgracht 524’ in: Binnenstad 187 (mrt 2001), p. 38.

Grachtentuin Herengracht 524 Amsterdam, door hendrik Keun. Coll. Rijksmuseum

Deze schildering heeft al heel lang mijn interesse, en nu kom ik er eindelijk eens toe om meer gegevens over deze van geboorte Haarlemse schilder te verzamelen. O.a. op Wikipedia valt te lezen dat Keun meer Amsterdamse (grachten)-scènes schilderde, van de Herengracht (1774), de Leliegracht, de Keizersgracht, het Singel , de Houtmarkt en van stadspoorten, waaronder de ingezakte Muiderpoort (1769). Ook tekende hij een reeks interieurs van Amsterdamse kerken. Ik zocht natuurlijk naar meer tuinen en stadsgroen, maar tevergeefs. Wel leverde een zoektocht nog schilderijen en tekeningen op van stadsgezichten in Haarlem, Utrecht en Amersfoort en riviergezichten van het Spaarne, de Vecht en de Vliet (zie RKDImages).

Totdat ik een in Nederland tamelijk onbekend schilderij vond (Collectie Metropolitan Museum New York) van de nieuwe Muiderpoort (gebouwd in 1770, naar ontwerp van Cornelis Rauws), gezien vanaf de kant van enkele buitenplaatsjes die later zijn samengevoegd tot de dierentuin Artis, met zicht op de Lijnbaansgracht en de Plantage. De brug ligt tussen de Plantage Middenlaan en de Muiderpoort.

De Muiderpoort, Amsterdam, gezien vanaf de Plantage (rechts). Tekening, 1771. Coll. Metropolitan Museum New York.

Een ander beeld van de Muiderpoort in het verlengde van de Plantage Middenlaan geeft het schilderij getiteld ‘Gezicht op de Plantage Middenlaan, Amsterdam, met de buitenplaats Vlietsorg links en de Muiderpoort in de verte’. 1776.

Gezicht op de Plantage Middenlaan, Amsterdam, met de buitenplaats Vlietsorg links en de Muiderpoort in de verte. 1776. Christie’s Amsterdam, 2014.

Naar aanleiding van dit laatste beeld vragen wij ons nu wel af, wat is eigenlijk een plantage in 18de eeuwse betekenis. De moeite waard om dat eens precies te gaan uitzoeken.

‘HERBOUW’ BELVEDÈRE GROENENDAAL HEEMSTEDE

De Belvedère in het wandelbos Groenendaal (vm. buitenplaats, rijksmonument) stond in het noordelijke deel van het bos op een kunstmatig verhoogd duin en bestond uit een stenen uitzichttoren met omlopende achthoekige veranda. In het centrum van de toren liep een gietijzeren wenteltrap. Het gebouwtje was ontworpen door de Nederlandse architect John Thomas Hitchcock (1812-1844), in opdracht van eigenaar Henry Philip Hope (1812-1839). De bouw dateert van 1838/1839. Overigens opmerkelijk dat Hope niet J.D. Zocher jr. in de arm heeft genomen. Waarschijnlijk is dit terug te voeren op hun beider Engelse betrekkingen.

Ons bureau is gevraagd door KPG-architecten uit Heemstede om mee te werken aan hun inzending / ontwerp voor ‘herbouw’ van de koepel (zie hierover verder). Wij zullen uiteraard de relatie tussen de belvedère en het omliggende groen, inclusief de heropening van de zichtlijnen naar beste weten begeleiden.

Doorsnede Belvedère Groenendaal. Ontwerp J. Th. Hitchcock

Tijdens de laatste buitenplaats-periode, voordat Groenendaal in 1913 naar de gemeente Heemstede overging, verkocht een pachter toegangskaartjes voor de belvedère, en ansichtkaarten en consumpties, een poging om het onderhoud te ondersteunen. Dit werd op den duur echter toch te kostbaar en in 1965 werd besloten de toren af te breken. 

Zichten vanaf de Belvedère richting Lelievijver (NO), richting molentje (O) en richting kleine waterkom (ZW).

27 nov. 2018 besloot de gemeente Heemstede (gemeente Heemstede Collegebesluit), na aanvaarding van een schenking van een half miljoen euro, tot herbouw van de Belvedère Groenendaal. Deze voorgenomen herbouw past in het meerjaren Beheerplan Wandelbos Groenendaal 2015-2032, waarin staat vermeld dat er rekening is gehouden met het herstellen van twee van de drie historische zichtlijnen.  Vanaf de Belvédere lopen deze 1) over de Lelievijver naar de Vrijheidsdreef (in NO-richting); 2) over het Seringendal naar het Molentje van Groenendaal aan de Van Merlenvaart (in Oostelijke richting) en 3) naar de kleine waterkom richting de Adriënnelaan (in westelijke richting). Het tweede zicht zal moeilijk te herstellen zijn, omdat dit zicht volledig is dichtgegroeid en (te) veel bomenkap zal vergen.

De Heemsteedse Courant schreef 23 juli jl. het volgende bericht, waaruit duidelijk de kritische opstelling van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek (HvHB) naar voren komt.

Uit Heemsteedse Courant 23 juli 2019

DEFTIGE DIEREN OP KASTEEL AMERONGEN

Kasteel Amerongen. Zwaan en fazant op tafel l in eetzaal Kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger

Vandaag (11 juli 2019) heb ik een bezoek gebracht aan de tentoonstelling ‘Deftige Dieren’ op Kasteel Amerongen. Ook wilde ik even de buxus-figuren en buxus-randen in de tuin inspecteren, omdat de buxus zoals bekend op vele plaatsen in Nederland is aangetast door de Buxusmot. De tentoonstelling biedt een zicht op vele adellijke dieren zoals paarden, (jacht)honden, poezen, wild, herten, vogels, gevogelte op tafel, konijnen, etc. etc. en dit alles op schilderijen, pastels, tekeningen en gravures, wandtapijten, in stucwerk, houtsnijwerk, zilverwerk, ingelegde kasten, en nog veel meer.

Het bezoek aan de tentoonstelling is alleen mogelijk met een rondleiding, misschien wat minder vrij, maar aan de andere kant hoor en zie je bij rondleidingen misschien toch weer dingen die je nog niet wist. Dat was inderdaad het geval voor mij wat betreft de wandtapijten. In de ‘gobelin’-kamer, die volgens de gids niet zo mag heten want de wandtapijten in deze kamer zijn geen echte gobelins, d.w.z. niet gemaakt in de ‘Manufacture des Gobelins’ in Parijs. Deze kamer is in opdracht van Godard Graaf van Aldenburg Bentinck door architect Pierre Cuypers heringericht en misschien zijn de wandtapijten ook wel door hem naar Amerongen gehaald, maar ze dateren niet uit de tijd van Cuypers, maar volgens de gids vermoedelijk uit het eind van de 17de eeuw. Opmerkelijk is dat de kleuren voor 17de eeuwse tapijten heel erg helder zijn gebleven. De ‘Engelen’ van Kasteel Amerongen hebben met hun bekende ‘engelengeduld’ hier heel lang met heel veel zorg en toewijding aan gewerkt. Dat verdient alle lof!

“Gobelinkamer’ van Kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger

Tenslotte nog een paar plaatjes van het prachtige 17de eeuwse stucwerk in de Grote zaal (Tuinzaal) en van het bruggen-restauratie-project.

Stucwerk in de Grote Zaal van Kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger
Man op vlot bezig aan onderhoud van een van de bruggen over de kasteelgracht van kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger

Ik kan iedereen aanraden de tentoonstelling en het kasteel te bezoeken. En misschien na afloop ook nog een kijkje in de stallen te nemen, waar de paarden werden verzorgd en hun eigen plekje hadden. Nu is het hier heerlijk om een glaasje of iets anders te nuttigen. Als u ook in de tuinen geïnteresseerd bent, dan is het aan te raden dit bezoek te combineren met de paarden- en hondengraven (aangegeven op de plattegrond).

Zie ook de website van Kasteel Amerongen.