Categoriearchief: Buitenplaatsen

TEGELTABLEAU: TUIN IN NEDERLANDS INDIË

Tuin in Ned.Indië met Waringinboom. Coll. Princessehof Leeuwarden. Foto R. Dessing

Op Facebook kwam ik deze prachtige tuin tegen, die is afgebeeld op een tegeltableau, aanwezig in Museum Het Princessehof te Leeuwarden.

Drs. Karin Gaillard, conservator Keramiek Europa in dat museum, berichtte me het volgende: ‘Het tegeltableau behoort inderdaad tot onze collectie en hangt in de vaste opstelling. Het is gemaakt door Plateelbakkerij De Distel in Amsterdam omstreeks 1910, de naam van de fabriek is rechtsonder op het tableau te zien. De voostelling is een Indische tuin, maar de precieze locatie is niet bekend en ook weten we niet wie de tekening heeft gemaakt. Zou de voorstelling in sepiakleuren getekend zijn naar een foto? In 1977 is het tableau door de Ottema-Kingma Stichting gekocht bij de firma Focke & Meltzer in de Amsterdamse Kalverstraat en in bruikleen gegeven aan het Princessehof.’ Helaas is er niet meer over de afbeelding en over de kunstenaar bekend.

In de tuin zijn enige ronde perken met palmen en bloemen te onderscheiden. In het midden van de tuin, op het tableau helemaal rechts staat een grote Waringin boom (een treurvijg of Ficus Benjamin), een typische parkboom in Indonesia.

Verder zoekend op tegeltableau en Princessehof kwam er nog een tuin boven water. De afbeelding ziet er uit als fantasie-tuin ergens in Europa. . 9 (breed) x 6 (hoog) tegels bevattende.

Met dank aan René Dessing

Hollandse tuin. Coll. Princessehof Leeuwarden. Foto R. Dessing

Park van Kasteel Keppel in de tijd van Zocher jr.

TOEGEPASTE BLOEMHEESTERS IN 1835

Het Huis Keppel is gelegen ten oosten van het dorp Laag-Keppel, op een bebost ‘eiland’ tussen twee takken van de Oude IJssel. Het huis is omstreeks 1300 gesticht in de vorm van een donjon en vele malen verbouwd en uitgebreid. In 1582 is het kasteel totaal afgebrand en in 1672 had Lodewijk XIV er zijn hoofdkwartier gevestigd. In hetzelfde jaar werd het huis door de Franse en Munsterse troepen zwaar beschadigd.

De tegenwoordige interieurs van het huis zijn zeer fraai en bijzonder, zoals de muziekkamer met achttiende-eeuwse schilderingen van Arcadische landschappen en taferelen. Sedert vijf eeuwen is dit huis in bezit van de familie Van Pallandt van Keppel. 

Kasteel Keppel gelegen in Laag-Keppel, tussen de Oude Ijssel en een aftakking van deze rivier. Noorden boven

Vanaf omstreeks 1650 lag er ten noordwesten van het kasteel een complex van moestuinen, opgedeeld in zestien gelijke perken met in het midden een bassin. De middelste vier perken waren, zoals vaker gebeurde, uitgevoerd als parterres de broderie (sierperken), de andere perken bevatten waarschijnlijk groente, kruiden en lage vruchtbomen rond deze vierkante perken. Omstreeks 1780 veranderde de tuin rond de voorburcht, tegelijk met de verbouwing van de entree. Een eerste landschappelijke aanleg werd ten oosten van het huis gecreëerd, aan de overzijde van de IJssel, in de periode 1774-1776. Dit was het zogenaamde ‘Engelse Bos’. Enkele jaren later werd de geometrische aanleg rond de voorburcht opgenomen in een landschappelijke aanleg. Of bij deze verlandschappelijking de tuinarchitect J.G. Michael of zijn (latere) schoonzoon J.D. Zocher sr. betrokken is geweest is nog onduidelijk. Op de zogenaamde ‘Hottingerkaart’ uit 1783 is nog te zien dat het huis op een eiland tussen twee strangen van de Oude IJssel lag, waarbij het huis zelf ook weer omgracht was en omgeven werd door een aantal kleinere sterrebossen. 

Kasteel Keppel. Ontwerp J.D. Zocher jr. voor het voorpark (1835)

In 1835 ontwierp de tuinarchitect J.D. Zocher jr. een nieuw plan voor het voorpark van het kasteel. Dit hield in dat het voorterrein in een aantal ovalen werd verdeeld en beplant, waaromheen wandelpaden werden geprojecteerd. De beplanting bestond uit enkele solitaire bomen en bloeiende heesters. 

Kasteel Keppel. Ontwerp D. Wattez, 1880. Noorden boven

In 1880 heeft D. Wattez het plan van Zocher vernieuwd. Zijn plan betrof een afwisselend wandelpark vóór het huis met grote open ruimten en wandelingen in het bos achter het kasteel, grotendeels afgeschermd van de IJsselstromen. Het Engelse Bos aan de overzijde van de IJssel, dat per boot bereikbaar was, veranderde hij in gemengde stijl. Wattez ontwierp hier een zuiver cirkelvormig centraal deel met een solitaire boom in het centrum van een dubbele bomencirkel; daarbuiten projecteerde hij open ruimten met solitairen en aan de randen van dit driehoekige bos wat dichtere bosschages. Zie het ontwerp hier boven.

Zowel het plan van Zocher als dat van Wattez blijkt niet of nauwelijks uitgevoerd te zijn, als we de ontwerpen met kadastrale kaart (1832) en topografische kaarten vergelijken.

Wel is de inhoud van een geleverde bestelling planten bekend, maar waar die planten precies in het park zijn gepoot blijft ongewis. Toch krijgen we een duidelijk beeld van de rijkdom aan kleur en soorten die werden aangeplant. Deze soorten kunnen heden te dage natuurlijk als ‘basismateriaal’ van de aanplant worden toegepast.

Het gaat om 40 Italiaanse populieren, 50 ‘differente’ sparren (achterop de bestellijst staat dan verder een onderverdeling in 15 zilversparren, 15 balsemsparren, 10 Wymouthspijnen en 10 fijnsparren). Verder 6 pakken lindenbomen; 20 ‘grote Castanje Quina’ – Castanea equina / paardenkastanje; 35 hortensia’s;  25 azalea’s; 28 pakken ‘groote heesters’; 85 ‘paken (sic) met groenblijvende heesters’; 75 ‘pakken met diverse plantsoen’; 100 ‘maandrozen in potten’. Onder de bloemen 150 dahlia’s in 50 soorten, en bloemheesters. Op de achterzijde van deze plantenlijst staat de beplanting ingedeeld in vijftien beplantingsvakken en ‘verder zonder nummers’ nog een aantal losse bomen waaronder ‘1 Groote Tulpenboom’.

Toegang tot Kasteel Keppel.


Parkaanleg rond Huis Landfort bij Megchelen

Onderstaande tekst zal in aangepaste vorm in Zochers OnLine worden opgenomen.

De buitenplaats Huis Landfort te Megchelen is altijd een beetje onbekend gebleven in de Nederlandse tuingeschiedenis. Waarschijnlijk is de ligging direct tegen de grens van Duitsland, daar debet aan. Nu huis, tuin en park worden gerestaureerd en het koetshuis herbouwd, wordt het zo langzamerhand tijd ook op deze plaats eens wat meer over het buitenplaatscomplex Huis Landfort te vertellen.

Huis Landfort gelegen op een huis-eiland omgeven door een aftakking van de Oude IJssel. Links boven de visvijver. Links boven het huis de voortuin en rechts onder het huis de achtertuin op het zuiden. De vorm van de gracht heeft een karakteristieke Zocher-vorm. Buiten de (brede) gracht, boven in de foto stroomt de Oude IJssel. Bron: Google Earth

Huis Landfort is gelegen in een flauwe bocht van de Oude Ijssel nabij het dorp Megchelen. Het huis wordt voor het eerst in 1434 in een verkoopakte genoemd. Het terrein stond al bekend onder de naam ‘Lanckvoort’, wat zeer waarschijnlijk duidt op een ‘voorde’ (doorwaadbare plaats) in een rivier. Heden ten dage vormt het goed een fraaie combinatie van een huis (omstreeks 1825 verbouwd) met een park in landschapsstijl uit dezelfde tijd, voorzien van oude, bijzondere bomen. In 1996 waren hiervan nog aanwezig een moerascipres, tulpenboom, vederbeuk, ginkgo, weymouthden, dwergcipres en een Catalpa. Het goed heeft vele eigenaren gekend, maar naar hen is nog geen uitputtend onderzoek gedaan. De Amsterdamse medicus en botanicus Johann Albert Luyken (1785-1867) kocht met hulp van zijn 21 jaar oudere zuster Stiencke Christina Waltmann-Luyken in 1823 de oude buitenplaats op een veiling. Direct in datzelfde jaar gaf hij de architect-aannemer Johann Theodor Übbing (1786-1864) uit Anholt (aan de overkant van de Oude IJssel) de opdracht het oude huis en de omgeving rondom het huis te veranderen naar de smaak van de tijd.

Huis Landfort in 1720. Jan de Beijer? Bron Wikipedia

Maar hoe zagen huis en tuin er uit? Het huis had in de 18de eeuw een vierkant hoofdhuis met op iedere hoek een toren met helmdak. Aan het eind van de achttiende eeuw werden de hoektorens gesloopt. De houten kap uit de zestiende eeuw is in het huidige huis nog bewaard gebleven. Het omsingelde terrein en de percelen waren omstreeks 1816 nog rechthoekig van aard.

Situatiekaart met rechthoekig omsingeld terrein van Huis Landfort, schuin tegenover Anholt. Casparus Muller, 1816. De grens Nederland – Duitsland is met kruisjes weergegeven. Duidelijk is te zien dat de grond-indeling rechthoekig van karakter is. Noorden boven. Bron: TopoTijdreis

Volgens plan van Luyken en Übbing werden aan de zuidkant van het huis twee kwart-holronde vleugels aangebouwd (links een inpandige oranjerie). In dezelfde tijd werd een achthoekige ‘Moorse’ duiventoren met gotische ramen en een uivormige toren gebouwd, eveneens naar ontwerp van Übbing. Twee bruggen zijn ontworpen door Carl August Wilhelm Luyken. Zij dateren uit omstreeks 1870.

Opmetingskaart Huis Landfort J.Th. Übbing, 1823.
Huis op huiseiland, rechthoekig van vorm en binnen dubbel grachtenstelsel; moestuinen achter het huis verdeeld in vier kwadranten, ingesloten door deels rechte grachten en aan korte tuinzijde een kwartcirkelvormig grachtdeel; hele terrein in rechthoekige nutstuinen, weiden en akkers verdeeld. Linksboven visvijver ten zuiden van de koetshuizen. Midden-onder sterrenbos (jachtbos kleinwild ?); rechtsonder het ‘Schipbosch’, een wandelbos in landschapsstijl. Noorden linksboven. Coll. kcal.nu
Ontwerp Huis Landfort J.Th. Übbing, tussen 1823 en 1825
Huis met uitwaaierende vleugels op huiseiland binnen dubbel grachtenstelsel; tuinen achter het huis in kleinschalige landschapsstijl, ingesloten door grachtenstelsel met lange rechte delen en aan korte tuinzijde een kwartcirkelvormig grachtdeel; hele terrein verdeeld in rechthoekige of ruitvormige nutstuinen, weiden en akkers. Linksboven visvijver ten zuiden van koetshuis en stallen en omgeven door nutstuinen (?). Midden-onder sterrenbos (jachtbos kleinwild ?); rechtsonder het ‘Schipbosch’, een wandelbos in landschapsstijl dat men volgens dit nieuwe ontwerp kon bereiken via een slingerpad vanaf het huiseiland. Noorden linksboven.
Coll. kcal.nu
Ontwerp Huis Landfort. J.D. Zocher jr. toegeschreven, [1825]
Huis met uitwaaierende vleugels op huiseiland met heesterpartijen, omgeven door een slingerend riviervormig grachtenstelsel. Akkers of in stroken gedeelde moestuinen (gestreepte ruimtes) ten zuiden van visvijver en huiseiland. Ruimte rond visvijver geheel omsloten door meesterpartijen. Hele terrein in afgeronde ellipsvormige, niervormige en ovaalvormige ruimtes (akkers en weides) verdeeld. Midden-onder waterpartij met (graf)eiland en sterrenbos. Sterrenbos en voormalige Schipbos via paden rondom open weide verbonden. Noorden linksboven. Coll. kcal.nu

J.D. Zocher jr. heeft in 1825 Landfort bezocht en een nieuw ontwerp-voorstel gedaan aan de heer Luyken. Ook zijn broer Carel G. Zocher schijnt hieraan zijn medewerking te hebben verleend. Waarschijnlijk fungeerde hij als opzichter. Uit correspondentie tussen Jan Zocher en J. Bondt (een zaakwaarnemer van Johann Luyken) blijkt dat Zocher die zomer ‘in de buurt’ (op Biljoen te Velp) moest zijn en dat bezoek zou kunnen combineren met een bezoek aan Huis Landfort om een oculaire inspectie uit te voeren voordat hij zich zou wagen aan een plan voor een belangrijke beek (de omgrachting van het huiseiland en/of van het grafeiland, in Zocherstijl ). Verschillende tuinen, weiden en akkers werden nu door de Zochers tot één landschappelijk en samenhangend plan verenigd. De paden kregen een veel natuurlijker verloop met ruime bogen en het oude formele grachtenstelsel werd vergraven tot een karakteristieke Zocheriaanse slingerende waterpartij (‘beek’ in flauwe M- / W-vorm). Slechts vóór de bijgebouwen bleef een kleine omsloten rechtlijnige aanleg rondom de langwerpige visvijver gehandhaafd. Dat het ontwerp van de Zochers werkelijk is uitgevoerd, wordt bevestigd op de Topografische Kaart van 1843. In grote lijnen is de landschappelijke indeling van het terrein en het karakteristieke Zocheriaanse grachtenstelsel hier duidelijk op terug te vinden.

Topografische Kaart 1843

Huis, koetshuis, park en omliggende landerijen zijn in zwaar verwaarloosde toestand in 1970 aan St. Geldersch Landschap verkocht. Zichtlijnen werden open gekapt, nieuwe borders en waterpartijen werden aangelegd en de visvijver hersteld. Het huis werd alleen uitwendig gerestaureerd. In 2017 is het hele complex in eigendom overgegaan op Stichting Erfgoed Landfort. Deze stichting ziet restauratie van het huis, de herbouw van de bijgebouwen en de revitalisatie van het park als haar belangrijkste doel.

In 2020 wordt een nieuwe moestuin aangelegd en het park gerenoveerd. Het is de bedoeling dat In de toekomst huis en tuinen voor bezoekers worden opengesteld.

Literatuur: Heimerick Tromp, Landfort revisited: Nieuw licht op een oude buitenplaatsDe Woonstede door de eeuwen heen 121 (1999), pag. 16-25.

Website: erfgoedlandfort.nl

Archief: De archieven Familie Luyken op Landfort te Megchelen en Stichting Rhijngeest als eigenaar van Huize Landfort te Megchelen zijn respectievelijk in 2016 en 2013 ondergebracht bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (Doetinchem). De inventarissen van genoemde archieven en foto’s van Landfort zijn in te zien op www.ecal.nu


Neercanne terrassenkasteel

Op 14-07-2020 stond een bericht van Fons Habets op LinkeIn: “Onlangs heb ik in opdracht van MH1 Architecten en Van der Valk tuinhistorisch onderzoek gedaan naar de terrassentuin van Kasteel Bloemendaal in Vaals. Een leuke klus. De terrassentuin is een van de weinige terrassentuinen in Nederland, zo niet de enige terrassentuin met een formele aanleg en met 18e eeuwse tuinornamenten, die goed bewaard is gebleven. Bijzonder zijn een rij van tamme kastanjes (castanea savita) van ca 130 jaar oud en twee even oude zomereiken (quercus robur).”

Kasteel Neercanne. Ph. van Gulpen. 1836. Deze schildering accentueert meer de landschapsstijl, terwijl de barokke terrassenaanleg niet te zien is

Ik vroeg Fons Habets of Neercanne dan niet meetelde als terrassenkasteel. Zeker, was zijn antwoord.

Daarom, zie nogmaals het vorige Bericht, dat ik heel toevallig (?) net had geplaatst, echter zonder deze prachtige schildering van Ph. van Gulpen.

Neercanne kweeperentuin

n.a.v. de lancering van de publiekscampagne Dit is in Limburg

Neercanne ca. 2020. Luchtfoto. Buiten de muren van het kasteel een boomgaard en een wijngaard

3 juli jl: “We staan met de voeten in de klei bij een van de nog onontdekte parels van Limburg”, sprak Iris Bakker van Visit Zuid-Limburg bij de lancering van de publiekscampagne Dit is in Limburg. De bijeenkomst vond plaats in de Kweeperentuin (de Gaard) van Neercanne. Doel van de actie is vakantiegangers te verleiden naar onontdekte parels in de zuidelijke regio te gaan. De corporate pr functionaris doelde daarbij niet alleen op de gaard van het château, maar ook op de geleverde krachtsinspanning door de marketingorganisaties van Noord-Limburg, Midden-Limburg, Zuid-Limburg en Maastricht.

Ik wist helemaal niet dat er een Kweeperentuin was, behorend bij Neercanne. In 2000, voor de aanleg van deze tuin, maakte ik een beschrijving van de tuinen van Neercanne voor de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur (Rotterdam, 2000). De Kweeperentuin is later toegevoegd. Mijn tekst luidde in 2000:

“Tegen de dalwand van de Jeker, op de oosthelling van de Cannerberg, ligt vlak voor de grens met België kasteel Neercanne. Het tegenwoordige kasteel dateert uit 1698. Het werd in classicistische stijl gebouwd in opdracht van generaal Daniel Wolff Baron den Dopff, gouverneur van Maastricht. Den Dopff liet midden voor het kasteel drie terrassen aanleggen.

Het laagste terras aan de kasteelzijde van de weg, bestond uit een rijke parterre de broderie met in het centrum een bassin. Aan de overzijde van de weg werden de tuinen voortgezet met een breed bassin, afgesloten met een halfronde ‘exedra’ en een zichtlaan. Rondom graasden koeien. Overblijfselen in de vorm van een poel zijn hier nog terug te vinden. De tuinen van Neercanne waren in 1717 zo beroemd, dat Tsaar Peter de Grote het bos en de hof kwam bezichtigen.

G. de Bruyn. Neercanne. Gravure 1715

Aan het eind van de zeventiende eeuw was Neercanne in de eerste plaats een ‘villa rustica’: een economisch landbouwbedrijf waar bovendien het plezier van het buitenleven gecombineerd werd met dat van de kunsten. De economische functie werd door klassieke tuinbeelden gesymboliseerd, zoals die van Mercurius, het symbool van welvaart en voorspoed; Diana, symbool van de jacht en Ceres, symbool van de landbouw. In het heldendicht van Francois Halma uit 1715, getiteld ‘Het Kasteel van Aigermont…‘ kunnen we lezen dat de economie van Neercanne was gebaseerd op landbouw (korenvelden), fruitcultuur (boomgaarden en fruit tegen de hoge warme mergelmuren op het tweede terras), houtcultuur (sterrebossen), wijncultuur (ook tegen de muren), bijenteelt en veeteelt (in de overtuin en ook in de omliggende velden graasden koeien). Deze landbouwactiviteiten spelen ook een belangrijke rol in Vergilius’ ‘Georgica’ waarin het leven op het land wordt verheerlijkt. Het is dan ook niet toevallig dat Vergilius in het gedicht van Halma een rol speelt in de persoon van ‘de Mantuaan’, de man uit Mantua. Deze combinatie van landbouwbedrijf en buitenplaats doet ook denken aan de landbouwbedrijven in de Veneto, waarvan sommige gebouwd werden door de bekende bouwmeester Palladio.

Halma noemt Neercanne ook een ‘lusthof van vermaak’. Sierelementen die hij beschrijft zijn parterres de broderie, geknipte taxusbomen, planten in potten, tuinbeelden, waterkommen en fonteinen, een obelisk, een belvédère en twee paviljoens. Deze zijn ook te vinden op de gravure van G. de Bruyn die Halma als illustratie opnam.

Uit de negentiende eeuw zijn twee tekeningen bekend, een van J. Lefebure uit circa 1840 en een anonieme uit 1848, waarop heel duidelijk de bomen en vaste planten die toen op het tweede en derde terras groeiden zijn te onderscheiden. Enige jaren geleden is een deel van de tuinen van Neercanne gerenoveerd, naar de laat-zeventiendeeeuwse situatie. Dit was niet eenvoudig, omdat over de originele tuinen weinig gegevens beschikbaar waren. Bij de renovatie is men uitgegaan van het behoud van de hoofdstructuren van de tuinen. Ook de oude begroeiing van de hoge warme mergelmuren met druiven, abrikozen, perziken, witte en rode rozen, achtte men naast de wilde begroeiing van gele helmbloem, belangrijk.

Voor het benedenterras langs de weg heeft de tuinarchitect W.J.A. Snelder een nieuw, modern ontwerp gemaakt, gebaseerd op de zeventiende-eeuwse parterre de broderie. De centrale parterres rond het bassin werden in strakke, moderne vormen uitgevoerd. De middenas van Neercanne, die doorloopt in de overtuin, was waarschijnlijk gericht op Huis Lichtenberg aan de Maas. Deze overtuin is eigendom van de Stichting Het Limburgs Landschap en is niet in de renovatie meegenomen.

Boven het kasteel ligt het Cannerbos. Een dergelijk hellingbos is een typisch Zuid-Limburgs verschijnsel. Het bos volgt in een smalle strook de steile dalwanden van de Jeker en is botanisch zeer interessant. Omstreeks 1700 lag hier een sterrebos met aan de rand een tuinkoepel.

Kasteel Neercanne en het Cannerbos zijn nu een geliefd recreatief doel voor de inwoners van Maastricht. In het Cannerbos groeien veel voorjaarsbloemen en er is een rijke vogelstand. Ondergronds bevinden zich uitgestrekte mergelgroeven waar vleermuizen huizen. Heden ten dage is nog steeds de combinatie van economie en vermaak de reden van Neercanne’s bestaan. Het huis doet dienst als hotel en vergadercentrum, terwijl de gerestaureerde tuinen zijn opengesteld voor het publiek.”

Kasteel en park van kasteel Wylre zijn vanaf 1 Juni weer geopend

Gezicht op Kasteel Wylre vanuit de tuin. Foto uit www.liefsuitlimburg.nl

(Eerste paragraaf tekst overgenomen van tripadvisor.nl; de daarna volgende tekst heb ik geschreven in de Gids voor de Nederlandse Tuin- en landschapsarchitectuur. Rotterdam, 2000). Deze tekst is enigszins aangepast).

Kasteel Wijlre is een buitenplaats voor cultuur en landschap. Op de buitenplaats komen hedendaagse kunst en architectuur samen met cultureel erfgoed en natuur. Er zijn vijf eeuwen met elkaar verweven: het kasteel uit de zeventiende eeuw, het Koetshuis uit de achttiende eeuw, het ontwerp van de kasteeltuinen uit de negentiende eeuw, de permanente kunstwerken in het park uit de twintigste eeuw, het kunstpaviljoen Hedge House en de hedendaagse kunsttentoonstellingen uit de eenentwintigste eeuw. Buitenplaats Kasteel Wijlre organiseert tentoonstellingen, interdisciplinaire projecten, events en educatieve activiteiten in het Hedge House, het Koetshuis en de tuin. Gerenommeerde kunstenaars als Richard Long, Tony Cragg, Ben Akkerman, Donald Judd, Stephen Wilks, Michel François, Marlene Dumas en Christian Jankowski zijn in het Hedge House en het Koetshuis in wisselende solo- en groepstentoonstellingen getoond. Buitenplaats Kasteel Wijlre is gelegen in de heuvels van Zuid-Limburg.

Mijn tekst uit de Gids: De naam Wylre wordt reeds in de twaalfde eeuw gebruikt wanneer in oorkonden over ‘Heren van Wylre’ wordt gesproken. Een eeuw later is er sprake van een versterkt huis dat in 1389 als heerlijkheid wordt aangemerkt. De kern van het huidige kasteel dateert echter pas van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Johan Arnold van Wachtendonk erfde de heerlijkheid in 1652 van zijn moeder en begon spoedig daarna met de bouw van een nieuw huis. De vroegst bekende kaart van het terrein is de zogenaamde Tranchot-kaart uit 1802-1813. Hierop is te zien dat het huis op een omgracht terrein ligt, waarop ook een voorplein en twee bijgebouwen zijn gesitueerd.

Opvallend is dat huis en voorplein niet recht van voren tussen de bouwhuizen door benaderd worden, maar juist van opzij met toegang tot het voorplein tussen huis en bouwhuis. Deze zijdelingse benadering vanuit het zuiden bestaat nog steeds. Rondom de gracht ligt opnieuw een rechthoekig terrein, dat als tuin gebruikt zal zijn en dat eveneens door water omsloten wordt. Aan de noordzijde grenst een eveneens rechthoekig en door water omgeven perceel grond. Een dergelijke aanleg doet denken aan het Hollands classicisme dat kenmerkend is voor de zeventiende eeuw en zal vermoedelijk tegelijk met de bouw van het huis zijn ontstaan.

In de loop van de negentiende eeuw deed ook op Wylre de landschapsstijl zijn intrede. De bekende Maastrichtse architect en stadsbouwmeester Mathias Soiron (1748-1834) maakte omstreeks 1800-1810 enige ontwerpen. Ook werkte hij op Kasteel Neuburg. Of deze zijn uitgevoerd is onduidelijk. Ten westen van het huis werd, buiten de gracht, een nieuw park aangelegd en een gedeelte tussen de binnen- en buitengracht werd aangepast. Een koepel, waarvan nu nog de restanten te vinden zijn, zal hier deel van hebben uitgemaakt.

Johan Heinrich Fischer. Dubbelportret van Graaf Von Quadt en Mathias Soiron (rechts) voor kasteel Wickrath (1773). Museum Schloss Rheydt in Mönchengladbach.

Vanaf de eerste helft van de twintigste eeuw was de tuin ten oosten van het huis verdeeld in de nog steeds bestaande negen vierkante vakken. Uit mondelinge overleveringen is bekend dat de tuinarchitect John Bergmans (1892-1980) op kasteel Wylre heeft gewerkt, maar wat hij precies heeft gedaan, is vooralsnog niet duidelijk. Hoewel de tuinen in de loop der twintigste eeuw al verder waren verfraaid, onder meer met de aanleg van terrassen ten westen van het huis, dateert de huidige aanleg vooral van na 1980.

Onder invloed van de huidige eigenaren is een aantal fraai ingerichte tuinkamers, gescheiden door hagen en verbonden door zichtassen, tot stand gekomen. De Limburgse tuinarchitect W.J.A. Snelder (1928-2013) werkte hier vanaf 1985. Aan weerszijden van de oprijlaan, net voor de binnengracht, is een fraaie symmetrische siertuin (her)aangelegd. De tuinen worden door liefhebbers vooral gewaardeerd vanwege de decoratieve rozentuin ende bloementuin met borders op kleur in regelmatige stijl. Maar ook vanwege de moderne sculpturen van onder anderen Peter Struycken en Ad Dekkers en vanwege de wandelingen rondom het huis, door de boomgaard en door het landschappelijke gedeelte van het park met fraaie doorzichten. Opvallende oude bomen zijn een Gleditsia, een Ginkgo en een Liriodendron.

Gleditsia triacanthos of Valse christusdoorn.

Japanse Tuin Clingendael: Haal buiten naar Binnen

(op verzoek van de gemeente Den Haag en van Joost Gieskes wordt onderstaande tekst dd. 06-05-2020, met plezier gedeeld):

Schoonmaak in de Japanse Tuin Clingendael

Ieder voor- en najaar genieten duizenden mensen van de prachtige bomen, heesters en planten in onze Japanse Tuin. Dit voorjaar blijft de tuin helaas gesloten. Zonde, want de tuin staat er prachtig bij. Daarom halen wij buiten naar binnen en kun je je even in een andere wereld wanen.

De Japanse Tuin is hét pronkstuk van Landgoed Clingendael en vanwege zijn kwetsbaarheid maar een aantal weken per jaar geopend. Toch kan de tuin ieder jaar weer op veel belangstelling rekenen. Maar wat maakt de Japanse Tuin nou zo bijzonder? Wij vroegen het aan Joost Gieskes, tuinhistoricus en auteur van het boek Japanse Tuin in Clingendael: kroniek van een mysterieuze tuin. Den Haag, 2005.

Stap in een andere wereld over het typisch Chinese bruggetje

 ,,In het kleine zit het grote”

Joost is sinds 2000 (technisch) adviseur voor de restauratie van de tuin en is regelmatig in de tuin te vinden. Voor werk of voor ontspanning. Joost: “Bij het binnenkomen van de Japanse tuin stap je in een andere wereld. De hele aanleg is exotisch en verrassend. De prachtige waterpartij, de vrolijke rode bruggetjes, de stenen lantaarns. Zelfs deskundige Japanners genieten hier van de bijzondere en serene sfeer. De tuin is tot in het kleinste detail pure schoonheid; van een egaal diepgroen mosdek tot een verweerde steen en het spiegelende water met de lelies. In het kleine zit het grote.” Uitbundige bloei en tere herfstkleuren

Joost vindt het jammer dat de tuin dit voorjaar niet open kan. Net als veel andere trouwe en nieuwe bezoekers. Joost: ,,Vooral ook jammer dat men nu de nieuwe chrysantlantaarn niet kan bewonderen. De chrysant is het embleem van de keizer van Japan en de lantaarn is een replica van een in verval geraakte lantaarn uit 1911. Echt een bijzonder kunstwerk.”

Een Japanse stenen lantaarn

In het voorjaar is de tuin erg mooi door de uitbundige bloei van kersenbomen en exotische heesters. In het najaar door de tere herfstkleuren en het vallend blad met hun mooie tekening. Maar eigenlijk is de tuin het hele jaar door mooi. Toch kan de tuin niet vaker open. Met veel publiek slijten de smalle paadjes en de daaraan grenzende moslaag te snel. Ook is er écht veel tijd voor onderhoud nodig. Joost:,,Er is iedere dag wel werk: van de dagelijkse verzorging van de planten, bomen en heesters tot periodiek onderhoud aan vijverranden, sproeisysteem, schoonmaken van de stenen en houten monumenten en nog veel meer.”

Uitbundige kleuren

 Zo zijn jullie er toch even bij…

Joost vindt het jammer dat de tuin dit voorjaar niet open kan. Net als veel andere trouwe en nieuwe bezoekers. Joost: ,,Vooral ook jammer dat men nu de nieuwe chrysantlantaarn niet kan bewonderen. De chrysant is het embleem van de keizer van Japan en de lantaarn is een replica van een in verval geraakte lantaarn uit 1911. Echt een bijzonder kunstwerk.”

Haal buiten naar binnen!

Door de coronacrisis zijn we aan huis gebonden en mogen we alleen naar buiten om boodschappen te doen of een frisse neus te halen. Mis jij het ook zo om het Haagse groen in te gaan? Kijk dan snel op onze speciale pagina: Haal buiten naar binnen!

Hier vind je meer foto’s van de Japanse Tuin, door jullie ingestuurde foto’s van de natuur om je heen, delen we live streams en filmpjes én geven we groene tips voor in en om je huis. Heb jij ideeën of tips hoe we samen nog meer buiten naar binnen kunnen halen? Stuur deze dan naar: hethaagsegroen@denhaag.nl

Altijd wel werk te doen

Meer weten?
Lady Daisy (Baronesse Marguerite Van Brienen), de eigenaresse van landgoed Clingendael, maakte in 1911 met haar Engelse vrienden een reis naar Japan. Zij raakte zo verrukt van de Japanse tuinen dat ze besloot om op haar landgoed ook een tuin in Japanse stijl aan te leggen. Ze nam veel voorwerpen uit Japan mee om in haar tuin neer te zetten. In 1913 was de Japanse Tuin in Clingendael een feit. In 2003 werd de tuin tot Rijksmonument verklaard. Meer informatie over de tuin vind je op de website van de gemeente Den Haag.

Tekst: Didi Cobussen
Beeld: Jurriaan Brobbel

Kiku gata doro (lantaarn in de vorm van een chrysant). Allernieuwste aanwinst. Foto Joost Gieskes

Lees ook:

Spiegelbol of Heksenbol als historisch tuinsieraad

Bron:tuinadvies.nl

In het vorige bericht over het landgoed Overcingel in Assen, werd gewag gemaakt van een tuinsieraad dat niet vaak in Nederlandse historische tuinen te vinden is, een zogenaamde spiegelbol of heksenbol. Het gaat om handgeblazen glazen bollen die reeds in de 13de eeuw in Venetië vervaardigd werden als symbool van vruchtbaarheid en geluk.

In 1612 publiceerde de Florentijnse priester en alchemist Antonio Neri (1576-1614) het boek L’arte vetraria of ‘De kunst van het glas‘. Daarin werden deze bollen als lichtbollen beschreven, het oudste symbool van het leven, want licht uit de hemel maakte de aarde vruchtbaar.

Illustratie uit Neri’s boek L’arte vetoaria (1612)
Titelblad uit Neri’s boek L’arte vetoaria (1612)

In de tuinkunst worden de glazen bollen tuinspiegels of geluksbollen genoemd. Ze worden in tuinen op hazelaarstakken geplaatst. Ze worden gezien als afweer tegen demonen, ziekten en tegenspoed en tegelijkertijd als brenger van voorspoed en geluk. Om die reden gaf men de bollen ook vaak ten geschenke bij een bruiloft. Tegenwoordig zien we de bollen in gekleurde vorm. Rode bollen als symbool voor liefde en trouw; groene bollen als symbool voor goede en rijke oogst en blauwe bollen als symbool voor afweer van oorlog. Op de boerderij tenslotte kennen we de bollen als haviksbollen ter bescherming van pluimvee, omdat ze de roofvogels op afstand houden.

Huis Overcingel in Assen: een landhuis in de stad

Op LInkedIn las ik vandaag een artikeltje met film van Jermo Tappel / Het Drentse Landschap over de nieuwe bewoners van Huis Overcingel in Assen. Ik zocht naar aanleiding van dit bericht mijn eigen tekst (uit de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, 1995) weer even op. Zouden die gegevens nog kloppen?

Huis Overcingel met toegangshek. Foto RCE
Johannes van Lier Lels (1726-1700. Gravure

De buitenplaats Overcingel ligt midden in de stad Assen. Het huis werd vanaf 1778 gebouwd in opdracht van Johannes van Lier Lels, (1726-1799) naar ontwerp van de architect Abraham M. Sorg. Van 1753 tot 1758 was Van Lier gedeputeerde van Drenthe en in 1759 werd hij lid van de Etstoel. In zijn huis Overcingel zijn een aantal geschilderde behangsels met zeegezichten bewaard gebleven. Van Lier had ook een naturaliënkabinet en een verzameling mineralen en stenen. In die tijd was de tuinaanleg van regelmatige aard, bestaande uit een rechthoekig, langgerekt terrein, door een dwarslaan in tweeën gedeeld. Het deel het dichtst bij het huis was de lusttuin met een rond middenperk. In het volgende deel werden naar goed Nederlandse gewoonte nut en schoonheid gecombineerd: hier stonden in vorm gesnoeide fruitbomen in driehoeksverband en waren lommerrijke lanen aangelegd. Het geheel werd gecomplementeerd door een bescheiden zichtkanaal.

Toen H.H. van Lier in 1823 op het huis kwam wonen, werd een deel van de plaats in landschapsstijl veranderd, namelijk het deel tussen het huis en het zichtkanaal. De kleinschalige landschappelijke opzet met slingerbosje en vijver sluit aan bij de ideeën van de tuinarchitect Gijsbert van Laar, die bij landeigenaren onder meer bekend was door zijn voorbeeldboek voor tuinarchitectuur: Magazijn van Tuinsieraaden (1802-1809). Volgens overlevering is deze aanleg van de hand van de uit Rolde afkomstige tuinarchitect L.P. Roodbaard. Maar ook zou de fa. Vroom (voorvaders van Jan Vroom sr.) betrokken geweest kunnen zijn. Zij werkten meestal achter hereboerderijen in de kleinschalige negentiende-eeuwse landschapsstijl.

Toegangshek
Overcingel tuinkoepel met buste van Hendrik van Lier. Foto RCE

In de tuin treft men een zogenaamde spiegelbol uit omstreeks 1900 (zie volgende bericht) aan, een tuinsieraad dat men niet vaak tegenkomt in Nederlandse tuinen. Bij het naderen van de bol ziet men een deel van de tuin in de bol weerspiegeld. Het heuveltje ten zuidoosten van het huis is na 1860 ontstaan. Hier staat een tuinkoepeltje met bronzen borstbeeld gemaakt door Johanna Smit. Het is een beeltenis van Hendrik van Lier, de laatste mannelijke afstammeling van de familie Van Lier. De tuin is vooral in het vroege voorjaar tijdens de bloei van de krokussen en sneeuwklokjes aantrekkelijk. Later in het voorjaar bloeien in de tuin een tulpenboom en een sneeuwklokjesboom. De buitenplaats is een beschermd Rijksmonument.

Overcingel, zichtkanaal. Foto RCE

Bovenstaande tekst heb ik geschreven voor de Gids voor de Nederlandse tuin- en landschaps-architectuur (deel 1, 1995). Na 2000 heeft de Afdeling Speciale Collecties van Library WUR een collectie tuinontwerpen en documenten van de tuinarchitect J.H.R. van Koolwijk ontvangen. Het bleek dat hij van 1949-1952 in opdracht van Mw. Van Lier Lels-Brocke met de beplanting van het landgoed bezig was geweest. Correspondentie en een beplantingslijst uit de periode 1949-1952 zijn bewaard gebleven.

Nieuwe Zocher (J.D. & L.P.) gedetecteerd

De buitenplaats Rosorum te Arnhem had wel eens op mijn Zocher-lijstje gestaan om toe te voegen aan ons uitgebreide document ‘Zochers Online‘, maar een bewijs voor de bemoeienissen van een of meer van de Zochers had ik nooit gevonden, totdat onlangs de bewoner van het koetshuis van het voormalige buitengoed mij een aankondiging van Notaris Van Eck uit de Arnhemsche Courant (09-01-1871) toestuurde, waarin de bemoeienissen van de Zochers zwart op wit stonden vermeld.

Aankondiging van Notariskantoor Van Eck (Arnhemsche Courant 09-01-1871) van de voorgenomen bezichtiging en verkoop van de buitenplaats Rosorum aan de Amsterdamse (straat)weg

De ligging in het landschap kunnen we het best duidelijk maken door een tegenwoordige Google-luchtfoto hier te plaatsen (hieronder).

Naast het herenhuis is er sprake van een tuinmanswoning, een koetshuis met paardenstal, een oranjerie en bergplaats, alles gebouwd ‘door- en onder opzigt’ van de architect H.C. Berends te Arnhem. En daarnaast wordt in de advertentie melding gemaakt van een ‘fraaie, door ZOCHER & ZOON, te Haarlem, aangelegden en van goede vruchtbomen voorzienen TUIN met broei- en bloembakken, een terrein van vermaak (siertuin), opgaande bomen en bouwland. Deze combinatie van tuin, moestuin, boomgaard en bouwland komt vaker voor bij Zocher en Zoon, maar is toch niet het algemene beeld van dit duo. Het aflopende terrein was natuurlijk een moeilijke opgave.

Het huis Rosorum langs de Amsterdamseweg bij de rode stip. De achtergevel met tuin ligt aan de zuidkant (onder) van het grote huis. Links op de plattegrond de tuinmanswoning en oranjerie te zien en daaronder het volkstuincomplex.

Oude historische kaarten leveren helaas weinig op. Op de kadastrale kaart van Gemeente Arnhem (Sectie G, genaamd Ligtenbeek) uit ca. 1821 is geen huis of herberg te onderscheiden. Op de veldminuut van de Top. Militaire Kaart uit 1845 (hieronder) is in het midden onder de Amsterdamseweg (van rechtsonder naar linksboven) even voorbij de splitsing van de Bakenburgseweg en de Amsterdamseweg, het woord Rosorum (o.i.d.) te lezen en onder het perceel van Rosorum het woord Heidenoord. Boven het woord Rosorum is aan de weg een vierkant huis te onderscheiden met daaronder een wat kleiner huis (een van beiden kan de herberg Ruyssoren geweest zijn). Het terrein achter het huis loopt duidelijk af naar het zuiden. Er is nog geen tuinaanleg. Op de kaart uit ca. 1900 zien we eigenlijk geen hoofdhuis langs de weg. Het lijkt er op dat de situatie hier niet correct is ingetekend.

Detail van veldminuut van Topografische Militaire Kaart, 1845
Detail Topografische Kaart 1900. De weg van rechtsonder naar linksboven is de Amsterdamseweg. De situatie van het hoofdhuis op het perceel Rosorum is onduidelijk

Wat weten we verder over dit huis en de omgeving? Rosorum is in 1852 gebouwd in eclectische stijl, in opdracht van Hendrikje Martinus (echtgenote van Hendrik Jan Verweerd), op de plaats van een vroegere herberg (Lit. Gelders Arcadië, 2011) met de naam ‘Ruyssoren’. Het huis ligt op een van de uitlopers van het stuwwallenmassief van de Veluwe, op het hoogste punt langs de Amsterdamseweg, met (achter)uitzicht op de stad en de Rijn. Naast de architect van de bijgebouwen, H.C. Berends (zie advertentie) wordt als architect van het herenhuis genoemd Henri Guillaume Fromberg (1812-1882) uit Kleef. Fromberg was al bekend als architect van Musis Sacrum (1847) en Huis Beaulieu (1851) en als een projectontwikkelaar. In die laatste functie ontwikkelde hij in 1853 de Fromberghuizen langs het Willemsplein, in het zelfde jaar waarin hij Villa Bronbeek kocht, om deze aan Koning Willem III te verkopen, als paleis voor zijn moeder Anna Paulowna.

In 1848 komt het uitgestrekte landgoed de Sterrenberg te koop en ook de herberg Rosorum met omringende grond. Het wordt gekocht door Joh. Hendrik Tromp (1818-1858), om er een nieuw huis op te laten bouwen (het middendeel van het tegenwoordige Rosorum). Na 4 jaar is dit huis weer te koop. het gaat dan om een Heerenhuis, tuin met koepel, koetshuis en een tuinmanshuis (advertentie Algemeen Handelsblad 8 maart 1852). Hendrikje Martinus (1785-1870), weduwe van Hendrik Jan Verweerd is dan de koper (met dank aan Christian Korbeld).

Tuinmanswoning annex oranjerie, boombeplanting en rododendronpartij

Na het overlijden van Hendrikje werd het huis omstreeks 1871 gekocht door Hendrikus J.S.M. van Wageningen (1830-1905), gehuwd (1872) met Jacoba Gerarda Romein (1838-1931) die na de dood van haar man het complex liet uitbreiden met een tuinmanswoning annex oranjerie en een woning voor de rozenkweker J.C. Damsté, die in de periode 1916 tot 1935 een kwekerij had op Rosorum (zie volgende foto). De grond van de kwekerij en de grond van de tegenwoordige volkstuinvereniging Heijenoord komen min of meer overeen.

Jacoba Gerarda liet na haar dood in 1931 het huis en een groot kapitaal na aan de stichting Pro Senectute. Het huis werd toen naar plannen van architect Gerrit Feenstra uitgebreid met zijvleugels. Dit alles toen ten behoeve van een rusthuis voor Protestantse ouderen. Later diende het huis als asylzoekerscentrum en sinds 2009 is er een particulier verzorgingshuis in gevestigd.

Kwekerij van J.C. Damsté, achter de siertuin van Huis Rosorum (1916-1935). Hij kweekte rozen en zo te zien ook sparren en andere gewassen in koude bakken. Coll. Gelders Archief
Recente foto van volkstuinen achter voormalige oranjerie. De moestuinmuur is helaas verdwenen
Huis Rosorum met achter het huis de tuin van vermaak. Laatste kwart 19de eeuw.. Coll. Gelders Archief
Huis met een uitstalling van kuipplanten achter het huis. Foto laatste kwart 19de eeuw. Coll. Gelders Archief

Vanwege het grote hoogteverschil heeft de tuin een behoorlijk verval. Tussen het laagste punt in de zuidwesthoek van de tuin en de hoofdingang aan de Amsterdamseweg is acht meter verschil. De tuinarchitect heeft met onderstaand ontwerp getracht via verschillende terrassen het uitzicht over de aflopende tuin te optimaliseren. Links van huis en tuin (aan westzijde) ligt het volkstuincomplex Heijenoord.

Van een Zocher-aanleg is niets te bespeuren, misschien alleen nog een enkele oude boom, maar dat is toch onwaarschijnlijk omdat de bouw van de zijvleugels in de jaren dertig het behoud van deze bomen waarschijnlijk onmogelijk heeft gemaakt.

Ontwerp Buro Poelmans Reesink. Arnhem, Ca. 2006. Noorden boven.
Huis Rosorum langs de Amsterdamseweg met enkele oude bomen die door de bouw van de zijvleugels zijn verdwenen.
Ca. 1850. Coll.Gelders Archief