Categorie archief: Groen Erfgoed

Amsterdamse grachtentuinen: het verborgen groen van de stad.

Unknown

Saskia Albrecht en Tonko Grever. Amsterdamse grachtentuinen: het verborgen groen van de stad. Zwolle, 2016. Prijs  9,95.

Tijdens het derde weekend van juni openen meer dan 30 tuinen van zowel particulieren als instellingen hun deuren weer voor het publiek. Het thema voor 2016 is Dertig Jaar Open Tuinen Dagen aan de Amsterdamse Grachten.

Aan de Amsterdamse grachten, tussen Brouwersgracht en Amstel zijn die dagen de mooiste tuinen voor het publiek opengesteld. Statige oude bomen, zeldzame planten, fraaie tuinhuizen en zowel klassieke als nieuw aangelegde tuinen zijn te bewonderen in de besloten percelen, die zelden voor het publiek toegankelijk zijn.

Ook de toegang tot de tuinen door de 17e en 18e eeuwse grachtenhuizen is de moeite waard. U krijgt de unieke kans een wandeling te maken langs de groene oases van de stad.
De opbrengst van de Open Tuinen Dagen is bestemd voor het Grachtentuinen Fonds.

Openingstijden van 10.00 uur tot 17.00 uur
Toegangsprijs: passe-partout € 20,00
Voorverkoop via webshop Museum Van Loon: www.museumvanloon.nl/webshop € 18,00

In het passe-partout staan alle adressen met een korte beschrijving

Verkoop / startadres o.a. Museum Van Loon, Keizersgracht 672

(overgenomen van www.museumvanloon.nl )

Studiedag over Historische Buitenplaatsen

(gedeeltelijk overgenomen van skbl.nl)

Studiedag Historische Buitenplaatsen: Ensembles van landschap, natuur en erfgoed het behouden waard’.

Woensdag 15 juni van 10.00 – 18.00 uur op Singraven, Molendijk 37, 7591 PT Denekamp. Georganiseerd door het Prins Bernhard Cultuurfonds en sKBL.

Singraven-Denekamp
Het Prins Bernhard Cultuurfond stelt jaarlijks een bedrag beschikbaar aan een toegankelijke historische buitenplaats voor herstelprojecten van natuur, landschapselementen en erfgoed. Bij de gelegenheid van deze grote herstelbijdrage aan Landgoed Singraven te Denekamp organiseren het Cultuurfonds en sKBL een studiedag rond de instandhouding van erfgoed (groen en rood) op Nederlandse KBL.

Voor wie?
De studiedag is bedoeld voor mensen die direct betrokken zijn bij de instandhouding van historisch erfgoed (natuur, landschap, gebouwen, collecties). Er zijn nog een paar plaatsen beschikbaar. Deelname geschiedt op basis van binnenkomst na aanmelding. Bij overboeking wordt u op de wachtlijst geplaatst.

CO: Het programma schenkt helaas, zoals meestal,  meer aandacht aan bouwkunst en interieurs dan aan bijbehorende tuinaanleg.  Dat is jammer, omdat interieur en exterieur vaak qua stijl veel overeenkomsten vertonen. Kunnen we daar ook eens aandacht aan besteden?

10.00 – 10.30 uur . Ontvangst met koffie/thee
10.30 – 10.50 uur . Welkom door Rudolf van Heek, voorzitter Stichting Singraven, Henk Dijkstra, Prins Bernhard Cultuurfonds (PBCF) en René Dessing (sKBL)
10.50 – 11.20 uur. Teo Wams (Ver. Natuurmonumenten / Cie. natuur PBCF)
Cultuurhistorie en ecologie: een interessant spanningsveld.
11.20 – 11.50 uur. Johan de Haan (Rijksgebouwendienst / Cie. interieur (PBCF)
Gewikt en gewogen: de waardering van interieurensembles
11.50 – 12.15 uur . Eloy Koldeweij (RCE)
De meerwaarde van het interieur-ensemble
12.15 – 13.00 uur . Broodlunch
13.00 – 14.30 uur . Bezoek huis en tuin Singraven
14.30 – 15.00 uur . Charlotte van Emstede (Universiteit van Maastricht)
Geschiedenis, theorie en praktijk van waardestelling in de erfgoedzorg
15.00 – 15.30 uur.  Ida Stamhuis (Menkemaborg)
Het staatsieledikant op de Menkemaborg
15.30 – 16.00 uur. Gerbrand Korevaar (Slot Zuylen)
Het historisch interieur van Slot Zuylen. Restauratie en reconstructie
16.00 – 16.15 uur.  Vragen / afronding
16.15 – 18.00 uur . Netwerkborrel

Deelname aan de bijeenkomst is gratis. Fijn is als u zich realiseert dat bij een afwezig blijven na aanmelding, een stoel onbezet blijft.

Tentoonstelling Schilderachtig Nijenburg

5d661a62-49b6-4782-a5af-90047bc08a94_thumb840

(overgenomen hendrickdekeyser.nl)

Tentoonstelling ‘Schilderachtig Nijenburg’:

Schilderijen en tekeningen van Aleide Tomson-van Foreest (1916-2001). De tentoonstelling is te bezoeken op elke woensdag en zondag van 13.30 tot 17.00 uur, vanaf 20 april tot en met 19 juni 2016.

Aleide van Foreest woonde van 1922 tot 1956 (met enige onderbrekingen) op huize Nijenburg in Heiloo. Van de mooiste plekjes op dit landgoed maakte ze tekeningen en schilderijen. In het honderdste geboortejaar van Aleide Tomson-van Foreest is haar kleine oeuvre nu te bezichtigen in het hoofdhuis van Nijenburg.

In het honderdste geboortejaar van Aleide Tomson-van Foreest is haar kleine oeuvre nu te bezichtigen op de plaats waar het is ontstaan: Nijenburg. In het huis kunt u haar schilderijen en tekeningen zien en een rondwandeling door de tuin brengt u langs de schilderachtige plekken die haar inspireerden. Schilderijen en tekeningen van Aleide Tomson-Van Foreest (1916-2001)U kunt haar werk bekijken en een rondwandeling maken door de tuin die voert langs de schilderachtige plekken die haar inspireerden.

Toegangsprijs: € 5,-.
Adres: Nijenburg, Kennemerstraatweg 278, Heiloo.

De kooltuin op het Plein in den Haag oudste tuin van Nederland?

In het vorige bericht werd melding gemaakt van het boekje De oudste tuin van Nederland: de groene geschiedenis van Huis Bergh, en die oudste tuin ligt bij Huis Bergh in ‘s-Heerenberg. In de archieven van dit huis ligt een document, gedateerd 1460/1461, dat de ‘tuin an den Vinckenbergh’ vermeldt, die gelegen was buiten de kasteelgracht van genoemd kasteel. De schrijvers van het eerste hoofdstuk, Peter Verhoeff en Nina Wijsbek, schrijven: In de standaardliteratuur zijn geen vermeldingen van oudere tuinen die tegenwoordig nog bestaan. Huis Bergh was in die tijd het administratief, economisch en juridisch centrum van een aanzienlijk  graafschap Gelre.

Vooraf: het middelnederlandse woord tuin betekent: ‘door een omheining afgesloten ruimte.’

Het graafschap Gelre brengt ons ter vergelijking naar het graafschap Holland. In de zeer bekende standaardliteratuur Oude Hollandsche Tuinen, geschreven door Anna Bienfait (1943) gaat hoofdstuk III (p.33-43) zeer uitvoerig in op ‘De tuinen van ‘s-Gravenhage van het begin der 14e eeuw tot den tijd van Maurits’.

Veel gegevens blijken dan te vinden te zijn in de rentmeestersrekeningen van Noord-Holland. In 1316 wordt reeds de kooltuin (moestuinen) genoemd, die ook te zien is op onderstaand schilderij van C.Elandts,  gevolgd door een gravure die dezelfde situatie voorstelt, plattegrond/vogelvlucht van het grafelijke hof in 1570. De kooltuin  was gelegen op het tegenwoordige Plein. Weliswaar is het Plein niet meer voorzien van groentebedden en -perken, maar de ruimte is exact hetzelfde en dus zeer herkenbaar gebleven. Hier werden de groenten en kruiden voor de grafelijke huishouding gekweekt.

plattegrond-1570

plein_17

Alles over de grafelijke tuinen is uitvoerig genoteerd door:

= G.C. Calkoen, in zijn artikelen ‘ Het Binnenhof van 1247-1747 (volgens de rentmeestersrekeningen van Noord-Holland).’ Bijdr. en Meded. Die Haghe 1902,35; en ‘Tuinen voorheen in en om het Binnenhof’. Bijdr. en Meded. Die Haghe 1903, 144.

=C. H. Peters. ‘Het grafelijk leven in Die Haghe in de tweede helft der XIVe eeuw’. Bijdr. en Meded. Die Haghe 1909, 113.

Begin 14e eeuw was al sprake van een keukenplein, een achtertuin, een nevenliggende tuin naast de vijver, en een tuin noordelijk van de grote zaal.  Ca.1350  werd de vijver gegraven.

Tijdens de regering van Albrecht van Beieren (1358-1404) zijn de tuinen vergroot en verfraaid.

In  1434/35 werd gesproken van keperhouts (treillages) rond een wijngaard. In 1438 werden door de metselaar 14 nieuwe kruisbedden van baksteen gemaakt (afgezet met bakstenen) en de andere bedden veranderd. En zo veel meer.

In 1467 wordt de tuin bij het valkenhuis (naast de Gevangenpoort) genoemd. En nog zo veel meer.

Kortom, de tuin van Huis Bergh, wordt voor het eerst genoemd in een document van 1460, en heeft qua functie, afmetingen en ligging zijn oude positie tot heden bewaard. De tuin (en dan vooral de kooltuin) van Kasteel Die Haghe, voor het eerst genoemd in 1316, is ruim een eeuw ouder en heeft eveneens qua afmetingen en ligging zijn oude positie behouden, terwijl de functie gedeeltelijk is veranderd –geen keukenplein meer –, maar wel een plein als ‘pleziertuin’ in de zin van een ruim flaneerplein omgeven door terrassen. Het moderne plein beantwoordt nog steeds aan het middelnederlandse woord tuin,  ‘door een omheining afgesloten ruimte.’

Dat de kooltuin bij Kasteel Die Haghe (het Binnenhof) nu de oudste tuin van Nederland zou zijn, daar durf ik nog niet mijn hand voor in het vuur te steken.

Algemene Begraafplaats Doesburg

2016-02-24 12.14.10

Dit is een schetsontwerp voor de Algemene Begraafplaats in Doesburg. Ongedateerd, ongesigneerd. Coll. Archief Gem.Doesburg. Het poortgebouw en de aanleg worden aan Zocher jr.(1829) toegeschreven (Monumentenregister en meer secondaire bronnen).

Het poortgebouw ziet er anno 2016 min of meer uit zoals op bovenstaande  tekening. De centrale hof met de paden in kruisvorm zijn niet zoals op de tekening uitgevoerd. Wel is er tussen de linker en rechter helft van deze ronde ruimte een recht pad gerealiseerd (ca. 1847) vanaf de ingang naar het tegenover liggende contrapunt. Het pad loodrecht daarop is er waarschijnlijk nooit geweest.

Wie weet waar die toeschrijving van Zocher jr. als ontwerper vandaan komt?  In het archief van Doesburg hebben we de naam van Zocher tot heden nog niet vermeld gezien.

De ronde ruimte op deze tekening is door de kruisvormige paden in vier delen verdeeld, daarin geschreven staat in linker deel 2 x ‘Hof van Buijting’ en in het rechter deel 2x ‘Hof van Van Londen’. Rondom slingert een pad langs perken (met bloemheesters?).

Buijting en Van Londen zijn Doesburgse familienamen. Kan dit betekenen dat deze families, voordat de grond aan de gemeente werd verkocht (het minuutplan behorend bij de kadasterkaart dd.1817 en bijbehorende leggers noemen de gemeente als eigenaar) eigenaar zijn geweest? De vier hoven samen vormden in de eerste fase de hele begraafplaats dus het kan niet zo zijn dat beide families deze grond in bezit verkregen voor hun eigen familiegraven.

Het poortgebouw, hoewel primitief getekend, ziet er nog steeds zo uit. het zou kunnen zijn dat het poortgebouw in eerste instantie van hout is geweest (zoals in Zutphen), i.v.m. de Kringenwet? Dat zou verklaren dat er later weer ontwerpen zijn gemaakt voor een poortgebouw en voor een aangepaste aanleg (tussen 1845 en 1870?), toen het misschien wel werd toegestaan daar toch een poortgebouw van steen te bouwen.
Kortom vele vragen. Alvast bedankt voor reacties.

Huis Randenbroek en Park Randenbroek

Huize-Randenbroek_2_klein-960x500_c

Huis Randenbroek, het voormalige woonhuis van Jacob van Campen (architect van het stadhuis Amsterdam, later het zogenaamde Paleis op de Dam), is verkocht.

In 2010 deed ons bureau onderzoek naar de cultuurhistorie van dit park en gaf adviezen en richtlijnen voor beheer. Het rapport is digitaal te lezen via het depot van de Bibliotheek van Wageningen UR.

Wij hopen de nieuwe eigenaren met het digitaal aanbieden van dit rapport een plezier te doen.

Nieuw Boek: Tuingeschiedenis in Nederland II

TUINGESCHIEDENIS IN NEDERLAND II werd  gisteren tijdens het symposium aan de vier sprekers aangeboden.

Scan

Een schat aan nieuwe feiten, nieuwe kaarten en tekeningen verwerkt in nieuwe artikelen, hieronder genoemd.

Carla en Juliet bevelen iedereen dit mooie boek aan. Wij schreven zelf ook een artikel voor dit boek, zie de pagina’s 171-178.

Cascade bracht dit boek uit in eigen beheer, onder redactie van Arinda van der Does en Jan Holwerda.

Titel: Tuingeschiedenis in Nederland: Denken en doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000.

Prijs € 25,=. ISBN 978-90-9029358-5. Te bestellen via de Cascade-website.

Inhoud
7-14 Tuinhistorisch onderzoek in Nederland. State of the art. Carla Oldenburger
15-24 Vestigingsfactoren voor een buitenplaats. Gerdy Verschuure-Stuip
25-34 Enterijen in Friesland. Philippus Breuker
35-43 Sparrentorens voor de stadsmuur van Amersfoort. Sandra den Dulk
44-52 De Overtuin van het Huis te Manpad 1640-1740. Willem Overmars en Trudi Woerdeman
53-62 De bruikbaarheid van een gravure van Stoopendaal voor de restauratie van de moestuin Zuylestein. Thea Dengerink
63-72 Jan Baptist Xavery en zijn gedocumenteerde tuinsculpturen op Zijdebalen. Dennis de Kool
73-84 Het Grand Canal van Renswoude in historisch perspectief. Patricia Debie
85-92 De familie Semler. Rita Mulder-Radetzky
93-103 Een uitgesproken Echobos in Muiderberg. Kees van Dam
104-114 Westerhout in Haarlem zes maanden werk voor Adriaan Snoek (1775-1776). Henk van der Eijk
115-122 Desertstukken van een Confiturier. Enige Nederlandse opinies over de Chinese stijl in tuingebouwen, 1800-1900. Wim Meulenkamp
123-130 Van architectuur tot tuinkunst. Lucia Albers
131-140 Toenmalige tuinen op Texel. Jan Holwerda
141-150 Stania State – ‘Een der schoonste buitenplaatsen’. Willemieke Ottens
151-160 Toelichting op een negentiende-eeuws ontwerp van H. de Vries & Zoon. Arinda van der Does
161-170 Noordelijke lustwarande. Els van der Laan-Meijer
171-178 Theorie en praktijk bij de firma Zocher: Het Kenaupark in Haarlem. Carla en Juliet Oldenburger
179-187 Een klasse apart. Lara Voerman
188-198 Weelderig groen voor de mijnstreek. Johanna G. Karssen-Schüürmann
199-206 Het historische watersysteem van Het Laar krijgt een tweede leven. Marcel Eekhout
207-214 Spirituele klanken in het bos. Eric Blok
215-222 Tulpenburgh, Gargafia aan de Amstel. Trudi Woerdeman en Willem Overmars
223-233 Balans van tuinhistorisch onderzoek. Een uitleiding. Yme Kuiper
234-239 Register van geografische namen
240-246 Register van persoonsnamen
247-250 Over de auteurs
251 Over Cascade

Jan Zocher en begraafplaatsen

IMG_4324
Hendrik Spies (1775-1841), Begraafplaats Zutphen van J.D. Zocher jr. met houten poortgebouw, 1830 (coll. Stedelijk Museum Zutphen)

Tussen 1828 en 1830 ontwierp / adviseerde Jan Zocher jr.  verschillende gemeentes bij het aanleggen van een begraafplaats: Zutphen, Doesburg, (?), Haarlem, Heemstede, Utrecht. Alleen van de Utrechtse situatie bestaat een (latere) situatietekening incl. beplantingslijst. In verband met een advies wilden we er achterkomen of Zochers uitgangspunten voor begraafplaatsen nog zijn te achterhalen. Bij onderzoek stuit je dan op allerlei interessante vondsten, die weinig met de probleemstelling te maken hebben, maar wel interessant zijn voor een bericht op de website. Wat te denken van de tekening van Hendrik Spies hierboven?

IMG_4322
Rooms Katholieke Begraafplaats Leiden op bolwerk bij de Zijlpoort, 1840

Een tweede vondst was een kadasterkaart anno 1840 van de Rooms-Katholieke begraafplaats in Leiden. Zocher-begraafplaatsen hebben vaak een ronde of ovale kern, en zoals we leerden uit de literatuur hebben Rooms-Katholieke begraafplaatsen vaak een kruisvormige plattegrond. In Leiden is dit laatste beslist niet het geval. Waarschijnlijk begint dit verschijnsel wat later, zoals bijv. in Schiedam in 1851.

De Zochers waren overigens nooit betrokken bij de aanleg van een Rooms-Katholieke begraafplaats. Waarschijnlijk was hun (protestante) lutherse afkomst daar debet aan.

Karel Zocher en Hoge Vest Hoorn

IMG_4311

Hierbij dan een scherpere foto van ‘Plan van aanleg voor een gedeelte der stads wal te Hoorn’. Originele schaal 1 tot 2500 cm.  Ondertekend ‘K.G. Zocher archit. Utrecht’ (coll. Westfries Archief).

Deze tekening van de Hoge Vest Hoorn moet van omstreeks 1840 dateren want in het Raadsbesluit van de gemeente Hoorn, d.d. 8 okt. 1840 wordt gesproken over dit plan. Het gaat om de stadswal tussen Wester- en Noorderpoort.

Karel Zocher had al veel ervaring opgedaan met ontwerpen en aanleggen van stadssingels, daar hij tussen 1829 en 1840 samen met zijn broer Jan Zocher aan de singels in Utrecht had gewerkt.

Zie hieronder het plan voor het gedeelte singel in Utrecht tussen de  bastions Manenburg en Zonnenburg (de huidige Sterrenwacht).

Beide plannen laten min of meer zelfde vormprincipes zien, delen heesterpartijen afgewisseld met aanplant van losse bomen, die op rijen zowel aan de parkkant als aan de buitenzijde van de singel aangeplant dienen te worden.

IMG_4307

Cascade-methode

tumblr_nlibmbLJHE1u40x8so1_1280
René Magritte, La cascade (part. collectie)

In 1998 heeft Carla Oldenburger de Cascade-methode gelanceerd (gepubliceerd in het Jaarboek Monumentenzorg 1998) als korte beschrijving voor waardestelling van historisch groen. Nu staat de toekomst van het vakgebied “geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur” centraal, door Carla te presenteren op het Cascade-symposium 19 februari as. op Sonsbeek (zie www. cascade1987.nl).

De zogenaamde Cascademethode is, indien de treden van de watertrap alle  nauwgezet worden afgelopen en door het stromende water met elkaar in contact zijn gebracht (d.w.z indien de  uitkomsten van onderzoek zijn opgesteld en met elkaar in verband zijn gebracht), een tamelijk compacte methode, die een nauwkeurige waardestelling kan opleveren. Zoals de schilder Magritte het ook heel duidelijk in zijn schilderij  ‘La Cascade’ heeft aangegeven, kan een cascade een beeld in detail geven en tegelijkertijd in perspectief zetten (verduidelijken en vergelijken) en daardoor een grotere helderheid verschaffen.