De tuinarchitect John Bergmans en de catalogi van Kwekerij Abbing te Zeist

Jl. Vrijdag 11 januari 2019 was ik te gast bij Kwekerij Abbing te Zeist omdat in hun prachtig aangeklede kas de presentatie werd gehouden van het nieuw verschenen boek over de tuinarchitect John Bergmans (1892-1980), getiteld John Bergmans Tuinarchitect en plantenkenner, uitgegeven door Uitgeverij Verloren in de reeks BONAS Bibliografieën en Oeuvrelijsten van Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen. Auteurs van het boek zijn Marianne van Lidth de Jeude en Johanna Karssen-Schüürman.  De heer Paul Machielsen hield een levendige inleiding over de geschiedenis van de kwekerij waar Bergmans ook ooit werknemer was.

Paul Machielsen vertelt over de historie van Kwekerij Abbing.

De oudste catalogi van kwekerij Abbing

Zie verder voor een indruk van de catalogi lager en onder volgende tekst.

Ik had met het tot stand komen van het boek niets te maken gehad, behalve dan dat ik in 1980, dus bijna veertig jaar geleden de collectie tekeningen, boeken, documentatiematerialen etc. als conservator van de Bibliotheek van de toenmalige Landbouwhogeschool (Wageningen) had mogen ontvangen. Dat ‘ontvangen’ had voor mij als kersverse conservator (aangesteld in begin 1980) nog heel wat voeten in de aarde gehad, daar ik weliswaar conservator was geworden van een rijke landbouwkundige bibliotheek en van de bekende Springer-Collectie (ontwerpen van de tuinarchitect Leonard Springer, 1855-1940), maar nog geen beleid had ontwikkeld over het aantrekken van nieuwe collecties. Ik stortte me na de overhandiging dus maar samen met mijn kersverse bibliotheek-assistente op het inventariseren van deze omvangrijke collectie, zonder nog te weten hoe ik de afdeling Speciale Collecties (boeken en tijdschriften en ontwerpen/tekeningen/documenten) zou gaan uitbouwen. Dankzij het inventariseren van deze collectie werd me gaandeweg duidelijk waarom deze collectie met ontwerpen etc. van John Bergmans zo belangrijk was en waarom dit het begin was van de uitbouw van de Springer-Collectie en het begin van de unieke verzameling ontwerpen Tuin – en Landschapsarchitectuur, die nu bestaat uit duizenden en duizenden ontwerpen en documenten. De filosofie achter deze uitbreiding werd door mij verwoord in een artikel in het tijdschrift GROEN (oktober 1981, p. 453-458), getiteld ‘De John Bergmans-Collectie in de Centrale Bibliotheek van de Landbouwhogeschool’.  Hierin wordt uitgelegd waarom deze ontwerpen van John Bergmans naast de collectie ontwerpen van Springer zo’n belangrijke aanvulling vormden en dit beleid/filosofie is zeker 30 jaar nadien altijd het uitgangspunt gebleven. Het komt er op neer dat ontwerpen etc. worden opgenomen als ze wel in een zekere verhouding staan met de Springer Collectie. Zijn  de ontwerpen qua tijd voorafgaand of opvolgend aan de ontwerpen van Springer, vullen zij hiaten in de Springer Collectie op, zijn de ontwerpen van tijdgenoten van Springer of zijn ze getekend in dezelfde stijl of juist in een andere door Springer gehate stijl? Ook de locaties zijn belangrijk natuurlijk. Zijn de locaties vergelijkbaar met die waar Springer werkte of worden er juist regio’s belicht waar Springer niet werkte zodat ook hier weer van een aanvulling sprake is? Vormt de nieuwe collectie een tijdsbeeld of geeft het alleen herhalingen? Een optelsom van deze uitkomsten en nog andere (zie artikel) heeft mij als conservator altijd geholpen nieuwe collecties wel of niet aan te nemen. In het geval van de Bergmans -collectie werden de ontwerpen en documenten opgenomen in de Bibliotheek LH / Speciale Collecties en gingen de door Bergmans geschreven boeken en tijdschriftartikelen en kaartsystemen (op botanisch gebied) op verzoek van de botanicus dr. Onno Wijnands naar de vakgroep Plantensystematiek, omdat deze vakgroep dit materiaal vaker zou kunnen gebruiken.

De geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur is mede door de komst van de Bergmans-collectie (en later natuurlijk door veel meer andere collecties) duidelijk op de kaart gezet en de verzamelingen  op zichzelf zijn uniek voor Nederland te noemen.

Later in de jaren negentig (schat ik) werden in de Afdeling Speciale Collecties ook de verzamelde kwekerscatalogi (verzameld door het Instituur RIVRO) aangenomen als zijnde een meerwaarde voor de verzamelingen tuinontwerpen. Lang niet compleet (dat is onmogelijk), maar wel een rijke unieke collectie.  De collectie Abbing-catalogi is in Wageningen zeker niet compleet te noemen en daarom was het zo interessant dat Abbing jl. vrijdag speciaal voor deze gelegenheid een mooie tentoonstelling had gemaakt van al hun plantencatalogi. Het nu verschenen boek over John Bergmans behandelt overigens ook de door Bergmans in zijn ontwerpen voorgestelde bomen, heesters en vaste planten. Zij vormen een karakteristiek plantenbeeld uit zijn tijd.

Hieronder en hierboven een indruk van de catalogi die hangen in de kas (winkel) van Abbing en die u nog wel even kunt bewonderen.  Het adres is Odijkerweg 132-134 – 3709 JJ Zeist +31 (0) 343 513741.

IMG_0588.JPG

 

Het was beslist een levendige en interessante en goed verzorgde bijeenkomst. Dank aan Kwekerij Abbing.

MOOI GROEN 2019 GEWENST DOOR BUREAU BINNENSTAD & BUITENLEVEN / OLDENBURGERS.NL

BINNENSTAD & BUITENLEVEN VERHUIST

15 januari verhuist ons bureau met Juliet Oldenburger mee naar het Aalsmeerder Veerhuis, Sloterkade 21 te Amsterdam.

De Sloterkade vormde tot 1921 de grens tussen het oude dorp Sloten en de stad Amsterdam. Voor nadere adresgegevens en een huidige foto van het kantoorpand, zie de pagina Contact.

Tussen ongeveer 1600 en 1942 lag voor de deur van het Aalsmeerder Veerhuis (1634) de schutsluis tussen de grote Hollandse waterschappen Amstelland en Rijnland. De open vaarverbinding tussen de rivier de Schinkel (tussen de Nieuwe Meer en de Overtoomse sluis) en de Overtoomse Vaart (na demping de Overtoom) was op last van het provinciebestuur (de stad Haarlem) afgedamd omdat dit een sluipweg was geworden om de tolheffing aan het Spaarne in Haarlem te ontduiken.  Wel mocht over die dam een sleephelling of overtoom worden aangelegd voor kleine platte schuiten, waarvan de maten nauwkeurig waren vastgesteld. Op de gevelsteen boven de deur van het Aalsmeerder Veerhuis is behalve deze scheepjes ook het veerhuis afgebeeld – waar men kennelijk zijn dorst kon lessen, terwijl de schuiten over de sleephelling werden getrokken. Op de puibalk daaronder zien we  een os, die verwijst naar de naam van de herberg: de Bonte Os.
Tevens vertrok voor het huis de trekschuit tussen Amsterdam en Aalsmeer, van waar men verder kon reizen naar Leiden en Rotterdam.

DE NERING IS HIER GOET GODT LOF. MEN DRAECHT HET BIER HIER OP EN OF. Op de puilijst daaronder een afbeelding van ‘de Bonte Os’ – de historische naam van de hier gevestigde herberg.

Als herinnering aan het toeziend oog van Haarlem op het overhalen van schepen van de juiste afmetingen, toont het schilddragende leeuwtje op de geveltop van het veerhuis het wapenbord van de stad Haarlem.

Het wapen van Haarlem als geveltop  van het Aalsmeerder Veerhuis

Verder zien we op de historische prentbriefkaart (boven) nog dat er in het pand omstreeks 1910-1915 de aardappelen- en groentenhandel van W.A. Schevenhoven was gevestigd. Een grote stapel zakken met aardappelen ligt tussen de twee linker souterrainvensters. Links van het huis is een steegje (nu een gesloten poortje) naar de ‘biertuin’. Voor het huis staat een linde. Tegenwoordig staan langs de Sloterkade, tussen de Andreas Schelfhoutstraat en de Surinamestraat een aantal iepen met de naam Ulmus ‘Amsterdam’ en ter hoogte van het Aalsmeerder Veerhuis een Ulmus ’New Horizon’ en een Ulmus ‘Dodoens’.           Ook staan voor het huis één grote en twee kleinere meerpalen, om de schepen te laten afmeren en de herberg vanaf het water te bevoorraden.  Op de foto anno NU (op de Contactpagina) is te zien dat het pand sinds de restauratie van 1965 weer zijn oorspronkelijke indeling heeft teruggekregen.

Het veerhuis is sinds 1921 in eigendom van de Vereniging Hendrick de Keyser. In het pand zijn verschillende monumenteninstanties gevestigd, waaronder de stichting Diogenes (hoofdhuurder), stichting Claes Claesz. Hofje, de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, de stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos, de Vriendenkring van de Van der Laan Stichting en de stichting tot Behoud van de Oude kerk.

Ook bureau Binnenstad & Buitenleven gaat hier dus vanaf het nieuwe jaar (2019) beginnen. Heerlijk om in zo’n mooi oud pand te mogen werken.

SLUIPMOORDENAAR DOOR DE TUINEN VAN HET LOO

DANIEL LIBESKIND EN ‘AARDSE ZORGEN’ IN DE TUIN VAN PALEIS HET LOO. WAAR BLIJFT DE KRITIEK OP DE NIEUWE TUIN-AANPAK?

Tuin Paleis Het Loo na de renovatie in 2015. Foto Paleis Het Loo

 

Tuinontwerp / Artist Impression Tuin  Paleis Het Loo 2019 / Daniel Libeskind. Copyright Studio Libeskind 

TUIN PALEIS HET LOO / NIEUWE STIJL                                                        Tuin Paleis Het Loo / Nieuwe Stijl is in voorbereiding.

Van 2 april 2019  t/m  29 september 2019 (en vervolgens nog meerdere jaren te zien) start een presentatie van tuinbeelden van Daniel Libeskind in de tuin van Paleis Het Loo, getiteld: 

THE GARDEN OF EARTHLY WORRIES

Vier imposante eigentijdse abstracte sculpturen naar ontwerp van de architect Daniel Libeskind zullen dan rondom de Venusfontein verrijzen, centraal geplaatst in de middelste vier parterres van de Benedentuin (zie afgebeelde Artist Impressions). Voor het eerst zal er hedendaagse kunst  in de tuin van Paleis Het Loo te zien zijn.

Artist impression Studio Libeskind (D), vanuit het zuidoosten.Copyright  Artist impression Studio Libeskind
Globe. Copyright Studio Libeskind

CONTRAST MET BAROK

De 17e-eeuwse paleistuin verbeeldt het paradijs, als een menselijke weerspiegeling van de perfecte natuur. De aarde verandert echter zienderogen onder invloed van het menselijk handelen. Met de vier beelden plaatst Libeskind een groot contrast in de barokke paleistuin. De beelden symboliseren de elementen ozon, distikstofmonoxide (lachgas), methaan en koolstofdioxide. Volgens de kunstenaar zijn deze gassen schadelijke bijproducten  van ons menselijk handelen en dragen ze bij aan de onbalans in de natuur, leidend tot onomkeerbare klimaatveranderingen met desastreuze gevolgen voor mens en natuur.

Libeskind geeft met zijn installaties een architecturale interpretatie van de barokke paradijstuin en verbindt hiermee de historische tuin met de hedendaagse werkelijkheid.

De presentatie is onderdeel van Paleis Het Loo BuitenGewoon Open. Andere kunstwerken van Daniel Libeskind in Nederland zijn  het Stadsmarkeringsplan Groningen (1990) en het Holocaust Namenmonument in Amsterdam (nog te realiseren). De kunstwerken van Daniel Libeskind worden gerealiseerd door Volumina in Turijn (It.).

(Artist Impressions en tekstdelen overgenomen van de website van Paleis Het Loo).

EN WAT VINDEN WIJ ERVAN?

We hebben niets tegen het idee van Libeskind om aandacht te vragen voor de ‘earthly worries’ die velen van ons delen met elkaar.  Maar is dit de plaats waar deze zorgen moeten worden gedeeld? Met de rijk beplante tuinen van Het loo is juist geprobeerd de schoonheid en rijkdom van de aarde te laten zien en de zorg van de mens voor deze; en moet die schoonheid en rijkdom en zorg juist op deze plaats nu weer gedeeltelijk worden afgebroken door de inbreng van, ongetwijfeld voor velen, onbegrijpelijke beelden? Natuurlijk zal er een bordje verschijnen waarop de symboliek van  ozon, distikstofmonoxide, methaan en koolstofdioxide zal worden uitgelegd, maar helaas,  slechts weinigen zullen het lezen, terwijl ook velen geschokt en verwonderd zullen zijn en, ik hoor het kunsthistorici al zeggen, dat is nu precies het doel van moderne kunst.

Die schok over de tuin van Paleis Het Loo had ik al in 2018 ervaren. De Tuin Nieuwe Stijl bleek ook een nieuw beplantingsplan in te houden. Ik wist van de op handen zijnde veranderingen in het kleurenschema, maar de veel kleuriger beplanting (waarmee ik het in principe eens was, want ook de interieurs zijn veelvormig en veelkleurig) deed mij beslist schrikken. En dat was niet onterecht. Het nieuwe beeld is niet realistisch. Het is te vergelijken met een 17-de eeuws of 18-de eeuws rijkgekleurd bloemstilleven, waarvan we weten dat het niet realistisch is omdat die bloemen nooit in dezelfde tijd in die ene vaas hebben kunnen staan. En in de tuin is nu hetzelfde aan de hand. De planten (bloemen) dateren nu (vanwege een nieuw kleuriger beplantingsplan) uit de 17-de en 18-de en 19-de eeuw en hebben nooit in dezelfde tijd in die ene tuin kunnen staan.

Met de verandering in kleurenschema met niet-realistische beplantingsgevolgen en de toevoegingen van de symbolische beelden voor  ozon, distikstof-monoxide, methaan en koolstofdioxide van Libeskind, zie ik een sluipmoordenaar de tuin in komen en ik vraag me af hoeveel hij ‘stilletjes aan en met goede bedoelingen’ nog meer zal ‘vermoorden’. Dat laatste is toegestaan, want de tuin is geen monument, maar of het wenselijk is, is de grote vraag. We hebben nu voor jaren geen zuivere (neo)-baroktuin meer in Nederland.

Schiedam: Van buitenplaats (Bokkenburg) tot R.K. begraafplaats

Hoofdas van de begraafplaats
De R.K. begraafplaats aan de Vlaardingerdijk in Schiedam is van oorsprong een kleine buitenplaats, genaamd Bokkenburg.
Ons bureau deed in 2016 onderzoek naar de geschiedenis en ontwikkeling van deze begraafplaats, gevolgd door een restauratieplan in 2017 (nu grotendeels uitgevoerd) en een beheerplan waar op dit moment aan wordt gewerkt. 
Graag verwijzen we de lezers allereerst via een link naar het rapport  en naar het ontwerp.
* Carla en Juliet Oldenburger/Binnenstad en Buitenleven, Van buitenplaats Bokkenburg in de Nieuwlandse Polder tot RK begraafplaats, Amsterdam, 2016.
* Ontwerp Restauratieplan R.K. begraafplaats Schiedam, 2017 hieronder:
Restauratieplan R.K. begraafplaats Schiedam (Juliet Oldenburger, 2017)
We troffen de begraafplaats in grote verwaarlozing aan.  De eerste opgave was op zoek te gaan naar het oorspronkelijk ontwerp van de plaats, zowel op papier als in het veld: hoofdstructuur van de paden,  verharding van de paden, boombeplanting langs het water, functie van de bouwwerken (de kapel, het doodgravershuis, de sacristie en het lijkenhuisje staan op de monumentenlijst), leeftijd van de bomen, ontwerpers en kunstenaars van kapel, hekwerken en beelden (o.a. van de H. Filomena). 
Tenslotte was een belangrijke vraag in verband met het beheerplan, welke bomen (‘opschot’) wel of niet van de graven te verwijderen en hoever in te grijpen in de natuurlijke begroeiing langs het water.
Opschot van bomen op graven deels verwijderen
Achter de kapel liggen de graven ‘1ste klasse’

2019: jaar van Rembrandt en de Gouden Eeuw

2019 is het jaar van Rembrandt en de Gouden Eeuw. Aanleiding is de 350ste sterfdag van de beroemde Hollandse Meester op 4 oktober 2019. Het hele jaar zijn er tal van activiteiten in onder meer Den Haag, Leiden, Leeuwarden en Amsterdam. (Inter)nationale bezoekers kunnen het Nederland ervaren in de tijd van Rembrandt in de Gouden Eeuw met bijzondere tentoonstellingen in onder andere: Museum De Lakenhal, het Fries Museum, Het Mauritshuis, Museum Het Rembrandthuis en het Rijksmuseum.

Rembrandt en de Gouden Eeuw 

Ook na zijn overlijden blijft Rembrandt de wereld fascineren met zijn leven en werk. Elke generatie heeft zijn favoriete ‘Rembrandt’, onderzoekt zijn schilderijen en ontdekt nieuwe details en verhalen. De 350ste sterfdag van Rembrandt in 2019 is aanleiding om aandacht te vragen voor Rembrandt als kunstenaar, als persoon en als inspirator. Het Rembrandthuis, Het Mauritshuis, het Fries Museum, Museum De Lakenhal en het Rijksmuseum eren Rembrandt met grote tentoonstellingen. Ook andere musea en locaties in het hele land staan in het teken van de Gouden Eeuw van Rembrandt en zijn tijdgenoten.

Economische waarde
Themajaren bieden goede aanknopingspunten om (inter)nationale bezoekers te spreiden door Nederland. Tentoonstellingen en evenementen, passend binnen zo’n themajaar, vormen een aanleiding voor bezoekers om ook de minder bekende plekken en regio’s van ons land te bekijken. Na het succesvolle Mondriaan tot Dutch Design jaar, lanceert NBTC Holland Marketing in samenwerking met musea en andere partners komend jaar het nieuwe thema: Rembrandt & de Gouden Eeuw.
Een mooie gelegenheid om het rijke erfgoed van de Nederlandse gouden eeuw aan de hand van tentoonstellingen die in dat jaar worden georganiseerd, bekend te maken bij buitenlandse bezoekers. Behalve het spreiden van bezoekers, wordt er ook ingezet op segmenten met een bovengemiddeld bestedingspatroon zoals cultuurtoerisme. De cultuurtoerist besteedt gemiddeld zo’n 850 euro per persoon per verblijf tegenover zo’n 470 euro die een gemiddelde toerist uitgeeft per verblijf.

Overzicht Rembrandt en de Gouden Eeuw tentoonstellingen

Amsterdam

  • Rembrandt Privé, Stadsarchief Amsterdam, 7 december 2018 – 7 april 2019
  • Rembrandt’s Social Network, Rembrandthuis, 1 februari – 19 mei 2019
  • Alle Rembrandts, Rijksmuseum, 15 februari – 10 juni 2019
  • Inspired by Rembrandt, Rembrandthuis, 7 juni – 1 september 2019
  • Laboratorium Rembrandt, Rembrandthuis, 21 september 2019 – 16 februari 2020
  • Hollandse meesters uit het Israel Museum, Joods Historisch Museum, herfst 2019 – winter 2020
  • Rembrandt-Velázquez, Rijksmuseum, 11 oktober 2019 – 19 januari 2020

Delft

  • Pieter de Hooch, Museum Prinsenhof, 11 oktober 2019 – 16 februari 2020

Dordrecht

  • Werk, bid, bewonder, Dordrechts Museum, november 2018 – mei 2019

Haarlem

  • Frans Hals en de Modernen, Frans Hals Museum, 12 oktober 2018 – 10 februari 2019

Hoorn & Enkhuizen

  • Koele Wateren, Westfries Museum, 26 oktober 2019 – 26 januari 2020

Leiden

  • Jonge Rembrandt, Museum de Lakenhal, 3 november 2019 – 9 februari 2020

Leeuwarden

  • Rembrandt en Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw, 24 november 2018 – 7 maart 2019

Middelburg

  • Rondleiding Gouden Eeuw, Zeeuws Museum, 1 januari – 31 december 2018

Den Haag

  • Rembrandt in het Mauritshuis, 31 januari – 15 september 2019
  • Nicolaes Maes, Mauritshuis, 17 oktober 2019 – 19 januari 2020

Kennismaking met kunst in het Huis der Provincie (GE)

Kunst/Familie Hendriks uit Doesburg/Botanische schilderijen

Kraaien (merels?). Elli Slegten. Nu te zien in Huis der Provincie, Arnhem. Foto Carla Oldenburger

Enige tijd geleden maakte ik kennis met Marten Hendriks en Elli Slegten, een kunstenaarsechtpaar uit Doesburg. Marten heeft nu (t/m 13 januari 2019) een uitgebreide tentoonstelling in Museum Boymans, ‘Time Slip’, werk van zijn hand ontstaan in de afgelopen 55 jaar.

Afgelopen week zag ik op de tentoonstelling ‘Familieportret’  werk van het hele gezin Hendriks, vader Marten, moeder Elli, dochter Rosemin en zoon Lieven. Stuk voor stuk bijzondere werken. Marten’s werken probeer je meteen te analyseren (complex en subtiel), Elli sprak mij aan vanwege haar botanische onderwerpen, Rosemin’s (zelf)portretten waren  fors en krachtig en detaillistisch tegelijk en Lieven’s doeken waren echt ongelooflijk subtiel.  Opgeteld hadden ze alle iets verfijnds en natuurlijks, zonder een zoetige of romantische bijsmaak op te roepen.

WAT DEED JAN DAVID ZOCHER JR. OP DE PAAUW IN WASSENAAR

Restauratiewerkzaamheden op buitenplaats De Paauw in Wassenaar hebben de architectonische werkzaamheden van Jan David Zocher op De Paauw in een ander daglicht gesteld.
(overgenomen van Raymond Kuilboer op InkedIn):
“De restauratie van de buitenzijde van Huize De Paauw ging van start op 6 februari. Tijdens de werkzaamheden is een bouwhistorische ontdekking gedaan die de gangbare beschrijving van de bouwfasering op de proef stelt. Namelijk niet de bekende Haarlemse architect Jan David Zocher junior maar de relatief onbekende Berlijnse architect Hermann Wentzel blijkt de ontwerper van de beide zijvleugels te zijn. De zijvleugels van Zocher blijken van hout te zijn geweest, en zijn door Wentzel vervangen door gemetselde bouwdelen. De Paauw blijkt dus Pruisischer dan gedacht.

Hermann Wentzel werd in 1851 als jonge Berlijnse architect naar Nederland gehaald door Prins Frederik. Onder zijn leiding liet de prins het Hollands Buiten De Paauw verbouwen tot een Pruisisch paleis. Wentzel was tevens verantwoordelijk voor de aankleding van Frederiks parkenroute.

De tot voor kort gangbare beschrijving van de bouwfases van De Paauw met de uitbreidingen hoort toch anders te zijn. Nu blijkt dat het anders zit. Dit is afgelopen zomer ontdekt bij de restauratie aan de achterzijde. Het metselwerk aan de voorzijde bevestigt deze waarnemingen.

Het metselwerk dat in het zicht kwam, laat zien dat de vermeende Zochervleugel en de balzaal, de huidige raadzaal, van Wentzel in feite in één keer zijn gebouwd. Rond 1859 heeft deze grote verbouwing plaatsgevonden. In die periode is ook de inmiddels weer gesloopte logeervleugel gebouwd.

Het van oorsprong gemetselde hoofdhuis is aan beide zijden uitgebreid met stenen zijvleugels door prins Frederik en prinses Louise in 1858. De houten Zochervleugels uit 1838 lieten zij slopen.

Een krantenbericht uit 1859 onderschrijft de omvangrijke verbouwing door Wentzel. Hierin lezen we dat de vleugels van Zocher uit hout bestonden en door Wentzel zijn vervangen in steen.

Deze belangrijke ontdekking is in belangrijke mate toe te schrijven aan de inspanningen van Dominique Vermeulen van bureau Wevers & Van Luipen uit Utrecht.”

Dit bericht verandert tot heden niets aan de werkzaamheden voor het park achter en rond Huis De Paauw waarvan wordt aangenomen dat die oorspronkelijk door Jan David Zocher zijn ontworpen.  Bronnen die dit ondersteunen zijn:

  • Eynden, R. van der en A. van der Willigen. Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst. 1820 (deel 3); aanhangsel 1840.
  • Immerzeel, J. jr. en postuum bewerkt door C.H. Immerzeel en C. Immerzeel. Levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunst-schilders…bouwmeesters… / Amsterdam, 1842 / 1843. 3 delen.
  • Lutgers, P.J. en W.J. Hofdijk. Gezigten in de omstreken van ‘s-Gravenhage en Leyden… [Loenen aan de Vecht], 1855. Met verwijzingen naar Zocher.

Franz en Ferdinand Bauer: 200 soorten groen.

Tentoonstelling en Colleges over het botanische werk van Franz en Ferdinand Bauer, in Teylers Museum  Haarlem

BLOEMEN, KUNST EN KENNIS

Collegereeks bij de tentoonstelling ‘200 soorten groen’ het mooiste van Franz & Ferdiand Bauer. Zes woensdagmiddagen van 20 maart t/m 24 april 2019 in de Gehoorzaal Teylers Museum

(Overgenomen van DE TUIN IN VIER SEIZOENEN ((aankondiging op LinkedIn, 26 november 2018).

Van 2 februari tot en met 12 mei 2019 organiseert Teylers Museum een overzichtstentoonstelling van de botanische kunstenaars Franz en Ferdinand Bauer. De tekeningen van beide broers behoren tot de uitzonderlijkste botanische kunstwerken ooit gemaakt. De tentoonstelling volgt hun zoektocht naar nieuwe kennis over planten tijdens de gouden eeuw van de botanische kunst rond 1800. Bij de tentoonstelling wordt een collegereeks georganiseerd waarin verschillende specialisten het werk van de gebroeders Bauer plaatsen in de geschiedenis van de botanische ontdekkingsreizen.

Vanaf de 16de eeuw werden de Europese kunst en wetenschap ongekend gestimuleerd door de reizen van kooplieden en militairen. Meereizende kunstenaars en geleerden brachten tot dan onbekende culturen, landschappen, dieren en planten in kaart in woord en beeld. In de botanische wetenschap kwam alles samen: tijdens expedities werd gezocht naar nuttige grondstoffen voor medicijnen, voedsel en industriële producten, maar steeds meer werd ook het puur beschrijven van alle soorten een kunst op zich.

De resultaten van deze zoektochten in de 18e en 19e eeuw vormen het onderwerp van de colleges, met bijzondere aandacht voor botanische kunst en de wetenschappen, de botanische werken in de collectie van Teylers Museum en de unieke kwaliteit van het werk van de gebroeders Bauer.

Programma

DATA EN PROGRAMMA
20 maart

Leo den Dulk (tuinhistoricus): Inleiding ‘Avontuur, kunst en wetenschap’

Terry van Druten (Teylers Museum): Rondleiding door de tentoonstelling ‘200 soorten groen, het mooiste van Franz & Ferdinand Bauer’

27 maart

Tinde van Andel (Universiteit Leiden/WUR): ‘Druijpaerts en beten van quadaardige dierkens’: de zoektocht naar medicinale planten in Ceylon rond 1700

Michiel Plomp (Teylers Museum): Botanische kunstbeschouwing met tekeningen uit de kunstverzameling

3 april

Hans Walter Lack (Freie Universität Berlijn): ‘Franz en Ferdinand Bauer’

Esmée Winkel (botanisch kunstenaar): Demonstratie botanisch tekenen

10 april Excursie, nader bekend te maken
17 april

Alette Fleischer (wetenschapshistoricus): ‘De historische rol van botanische tuinen in wetenschap, handel en politiek’

Esther van Gelder (Teylers Museum): Botanische hoogtepunten uit de natuurhistorische bibliotheek

24 april

David Mabberley (Universiteit Leiden): ‘The Real Ferdinand Bauer’

Leo den Dulk (tuinhistoricus): Afsluiting

Over de sprekers

Leo den Dulk

Leo den Dulk is tuinhistoricus, onderzoeker en publicist. Sinds 2003 is hij mede uitgever/redacteur van het oudste Nederlandse tuinblad “OnzeEigenTuin”. Ook heeft hij een complete biografie geschreven over Mien Ruys, de internationaal bekende Nederlandse tuinarchitect.

Tinde van Andel

Tinde van Andel is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van botanie en tuinen aan de Wageningen Universiteit en de Universiteit van Leiden. Hier specialiseert zij zich in de studie voor historische botanie uit de 16e en 17e eeuw. Ook is zij onderzoeker bij Naturalis.

Hans Walter Lack

Hans Walter Lack is een Oostenrijks-Duitse ontdekkingsreiziger en botanicus. Hij schreef een boek over het leven en het werk van Franz en Ferdinand Bauer. In dit boek gebruikte hij meer dan 200 illustraties uit de collectie van het Natural History Museum in Londen.

Esmée Winkel

Esmée Winkel is wetenschappelijk tekenaar en botanisch kunstenaar voor Naturalis. Ze tekent het liefst fascinerende en unieke planten in waterverf, inkt en ook op de computer. In 2018 kreeg Esmée een Gouden medaille van the Royal Horticultural Society in Londen voor zes waterverf schilderijen.

Alette Fleischer

Alette Fleischer is afgestudeerd kunsthistoricus en daarna gepromoveerd als wetenschapshistoricus. Haar belangstelling ligt bij tuinkunst uit de Gouden Eeuw, de tuinen van Versailles en Het Loo, de Franse Empire en de Engelse tuinen.

David Mabberley

Professor Dr. David Mabberley is een Britse botanist, leraar en schrijver. Tegenwoordig woont hij in Sydney waar hij zich richt op schrijven en onderzoek. Een van zijn wetenschappelijke interesses bestaat uit het indelen, benoemen en beschrijven van tropische planten.

Dagindeling

12.45     inloop

13.00     start eerste deel

14.00     pauze met koffie en thee

14.30     start tweede deel

15.30     einde

Kosten deelname € 195 (deze reeks is alleen als reeks verkrijgbaar, (tickets koopt u hier)

Willink, Kasteel Ruurlo en beelden in de tuin van het Rijksmuseum

Na het vorige bericht over Kasteel Ruurlo en het ontwerp van J.D. Zocher en zijn zoon Louis voor het voorplein van dit kasteel, nu een bericht over een van de schilderijen uit de collectie Carel Willink, die hangen in dit kasteel en de relatie met de tuin van het Rijksmuseum. Carel Willink.  Landschap met zeven beelden, 1941. Coll. Museum More in Kasteel Ruurlo.

De tuinbeelden op het schilderij heeft hij volgens de bezoekersgids van het museum (geen vermelding van auteur) eerst gefotografeerd in  de tuin van het Neues Palast te Potsdam en in de tuin van het Rijksmuseum. In de verte, iets rechts van het midden zien we (helaas niet al te scherp) de twee torens van de Mozes en Aäronkerk bij het Waterlooplein in Amsterdam. Dat Willink daadwerkelijk enkele tuinbeelden in de Rijksmuseumtuin fotografeerde is bekend omdat zich in de fotocollectie van het Rijksmuseum foto’s en voorstudies van hem bevinden, zoals foto’s van Flora en Hercules. Volgens Frank van der Ploeg, de auteur van het boekje Kasteel Ruurlo/Huis voor Willink (Ruurlo, 2017), vervangen de beelden in Willink’s werk de levende mens. Willink zelf noemde dit schilderij een van zijn beste werken.  Het schilderij stamt uit 1941, vandaar misschien de dreiging die er van uitgaat.

Het eerste beeld links op het schilderij stelt voor ‘Hercules vechtend met Kakus’ , een beeld van J.P. von Baurscheit (op foto beneden het rechter beeld in de tuin). Verder zijn beelden van Venus of Flora (eerste rechts op het schilderij) en Hercules (tweede rechts) te onderscheiden.

Twee beelden in de rijksmuseumtuin. Links Hercules, rechts Hercules vechtend met Kakus.

Beeld van Melpomene in de tuin van het Rijksmuseum, toegeschreven aan de beeldhouwer Rombout Verhulst

Tuin Rijksmuseum in zomerpracht met centraal een beeld van Joan Miro

Tuin van Rijksmuseum met beelden van Jean Dubuffet

Ieder jaar is er aandacht voor een beeldhouwer in de museumtuin, zoals er waren tentoonstellingen met beelden van Henry Moore, Jean Dubuffet, Alexander Calder, Joan Miro,  Giuseppe Penone en als laatste (2018) Eduardo Chilida.

Het plan voor 2019 ken ik nog niet. Maar het zal ongetwijfeld weer de moeite waard zijn. En u weet nu, ga vooral ook eens naar de oude beelden kijken en maak een mooie foto zoals ook Willink deed als voorstudie voor zijn schilderijen.