Willink, Kasteel Ruurlo en beelden in de tuin van het Rijksmuseum

Na het vorige bericht over Kasteel Ruurlo en het ontwerp van J.D. Zocher en zijn zoon Louis voor het voorplein van dit kasteel, nu een bericht over een van de schilderijen uit de collectie Carel Willink, die hangen in dit kasteel en de relatie met de tuin van het Rijksmuseum. Carel Willink.  Landschap met zeven beelden, 1941. Coll. Museum More in Kasteel Ruurlo.

De tuinbeelden op het schilderij heeft hij volgens de bezoekersgids van het museum (geen vermelding van auteur) eerst gefotografeerd in  de tuin van het Neues Palast te Potsdam en in de tuin van het Rijksmuseum. In de verte, iets rechts van het midden zien we (helaas niet al te scherp) de twee torens van de Mozes en Aäronkerk bij het Waterlooplein in Amsterdam. Dat Willink daadwerkelijk enkele tuinbeelden in de Rijksmuseumtuin fotografeerde is bekend omdat zich in de fotocollectie van het Rijksmuseum foto’s en voorstudies van hem bevinden, zoals foto’s van Flora en Hercules. Volgens Frank van der Ploeg, de auteur van het boekje Kasteel Ruurlo/Huis voor Willink (Ruurlo, 2017), vervangen de beelden in Willink’s werk de levende mens. Willink zelf noemde dit schilderij een van zijn beste werken.  Het schilderij stamt uit 1941, vandaar misschien de dreiging die er van uitgaat.

Het eerste beeld links op het schilderij stelt voor ‘Hercules vechtend met Kakus’ , een beeld van J.P. von Baurscheit (op foto beneden het rechter beeld in de tuin). Verder zijn beelden van Venus of Flora (eerste rechts op het schilderij) en Hercules (tweede rechts) te onderscheiden.

Twee beelden in de rijksmuseumtuin. Links Hercules, rechts Hercules vechtend met Kakus.

Beeld van Melpomene in de tuin van het Rijksmuseum, toegeschreven aan de beeldhouwer Rombout Verhulst

Tuin Rijksmuseum in zomerpracht met centraal een beeld van Joan Miro

Tuin van Rijksmuseum met beelden van Jean Dubuffet

Ieder jaar is er aandacht voor een beeldhouwer in de museumtuin, zoals er waren tentoonstellingen met beelden van Henry Moore, Jean Dubuffet, Alexander Calder, Joan Miro,  Giuseppe Penone en als laatste (2018) Eduardo Chilida.

Het plan voor 2019 ken ik nog niet. Maar het zal ongetwijfeld weer de moeite waard zijn. En u weet nu, ga vooral ook eens naar de oude beelden kijken en maak een mooie foto zoals ook Willink deed als voorstudie voor zijn schilderijen.

Aanleg rond kasteel Ruurlo nauwelijks een ontwerp van Zocher!

Vorige week Kasteel Ruurlo bezocht. Ik was daar natuurlijk vroeger wel eens geweest, maar had toch niet goed in mijn hoofd hoe de geschiedenis van Park Ruurlo precies in elkaar zat. Dus nader onderzoek op dit gebied en een bezoek aan het kasteel waar nu Museum MORE / Collectie Willink is gevestigd, lokte ons wel.

Eerst maar eens gekeken naar het Zocher-ontwerp  (J.D. Zocher en L.P. Zocher, 1868) en dat vergeleken met de huidige situatie.

Ontwerp voorterrein van J.D. en L.P. Zocher, 1868. Slechts zeer gedeeltelijk uitgevoerd. Plaats van oranjerie waarschijnlijk wel door Zocher bepaald. Waterloop in typische Zocherstijl nooit gerealiseerd

Voorplein kasteel Ruurlo met grasparterre en Venus van  Ruurlo. Toegangsbrug over de slotgracht

Voorplein met rechts de toegang tot het overzetpontje. Het voorplein met middenperk en het pontje zijn niet op het ontwerp van de Zochers en evenmin op de ontwerpen van de Duitse landschapsarchitect C.E.A. Petzold terug te vinden

Na vergelijking met topografische kaarten uit dezelfde tijd als de ontwerpen, blijkt dat het ontwerp van de Zochers nauwelijks is uitgevoerd. De vormen van de waterpartijen blijken afkomstig te zijn van de tuinarchitect J.P. Posth (ontwerp 1801).

De bijdrage van de Duitse tuinarchitect C.E.A. Petzold (1879 e.v.) bestaat voor een groot deel uit parkaanleg langs de hoofdlaan van het huis en in het gebied ten zuiden van de Vordense Beek.

Zie voor een uitgebreide geschiedenis en analyse van het park, Landgoed Ruurlo, cultuurhistorische beschrijving, beheervisie en maatregelenplan

We gaan nu de beschrijving van het park van Ruurlo op ‘Zocher online’ door de Zochers, getiteld ‘Groenprojecten van de Zochers in perspectief. Landschapsarchitectuur in 19de-eeuws Nederland’ afmaken en preciseren.

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen.

Met veel plezier deden we redactiewerk voor de publicatie van Bureau Verbeek (Maastricht)  in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, getiteld: Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen.  

Zie: http://publicaties.minienm.nl/documenten/handreiking-kijk-op-de-ruimtelijke-kwaliteit-van-kanalen-handreiking-bij-het-herkennen-van-de-ruimtelijke-kwaliteiten-en-de-inpassingsopgaven-van-kanalen

 

M. Blaas, J. Verbeek, R. Zwiers ; Bureau Verbeek. Redactiewerk Juliet en Carla Oldenburger. Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen: Handreiking bij het herkennen van de kernkwaliteiten en de inpassingsopgaven van kanalen. Rapport Ministerie I. en W, 2018. 169 p.

Oldenburgia-Familiegeschiedenis / 100 jaar geleden-2. Terugblik

In de berichten van 1 en 7 oktober jl., wordt heel kort Andreas Sibren Groustra aan de lezer voorgesteld.  Eigenlijk waren zijn  gegevens in het bericht van 7 oktober het enige wat we over dit familielid wisten. Maar zoals wel vaker gebeurt, hoe meer je weet over iemand of over een bepaalde gebeurtenis, hoe meer je de persoon of de situatie gaat begrijpen, en zo kwam het dat we na de publicatie van het bericht toch nog een familiefoto opdiepten waar Andreas opstond met zijn ouders en broers en zusters (zie eerste en laatste foto) en vonden we een prachtige serie briefkaarten in het familie-archief, die zeker van Andreas Groustra afkomstig zijn.

V.l.n.r. vader Harmannus Groustra, Andreas S. Groustra, zuster Ronesca E. Groustra (schoonmoeder/grootmoeder van Carla/Juliet)

De briefkaarten  (kartoe pos) zijn uitgegeven door NV-vh. H. van Ingen te Soerabaja (ca. 1900-1920, gedeeltelijk naar foto’s van het bekende Foto-Atelier Kurkdjian en waarschijnlijk door Andreas als souvenir aangeschaft, tijdens of na zijn opleiding aan de Zeevaartschool in Soerabaja .

Hier volgen nu de briefkaarten; de locaties zijn duidelijk op die kaarten aangegeven; de foto’s dateren alle van het begin der twintigste eeuw en -in ieder geval enkele, maar misschien alle- zijn gemaakt door Atelier Kurkdjian in Soerabaja.

Willemskade Soerabaja  met gebouw van ‘De Algemeene’, ontworpen door H.P.Berlage, ca. 1900 (midden-rechts met dakkapel en boven op het dak reclame van de verzekeringsmaatschappij)

Goenoeng Sarie is de naam van een buitenplaats in Batavia en zal hier in Soerabaja waarschijnlijk de naam van een buurtschap zijn

Ossenkarren bij de Groot Boom (Douanekantoor), Soerabaja. Foto: Atelier Kurkdjian, ca. 1900

Kramat Gantoeng is de naam van deze straat. Foto: Atelier Kurkdjian, ca. 1900

De straat die we hier zien heet Kambing Djepoon, dat Japans is voor  Japanse bloesem. Kaart ca. 1900

De Werfstraat (nu Jl. Kasuaris) was genoemd naar de werven aan de oostzijde van de straat, langs de rivier Kali Mas (zie hieronder); nu is de straat genoemd naar de  vogelsoort casuarius.  Na de onafhankelijkheid werd de naam van de Werfstraat eerst veranderd in Djalan (Jalan) Pendjaqra oftewel Gevangenisstraat, naar de voormalige ’s Lands Gevangenis aan de westzijde van de straat — de Jalan Kasuari omvat ook de voormalige Bankstraat)

Willemskade en Kampong Baroe langs de Kali Mas (Grote rivier) te Soerabaja, ca.1900

Sluizen van Goebeng, Soerabaja. Ca. 1900

In de vorige Berichten van 1 en 7 oktober werden al enige belangrijke data van het gezin waar Andreas toebehoorde genoemd.  In verband met de familiefoto, nu ook toegevoegd, voorzover bekend, de geboorte- en overlijdensjaren van de leden van het gezin Groustra.

Vader Harmannus Groustra (1861-1944) huwde met moeder Alida van der Schaaf [1861-1952). Hun kinderen waren:

1. Gezina A.E.R. Groustra (1888-1980 ); 2. Gellaart Jan Groustra (1889-? ); 3. Alida Catharina (1891-1952); 4. Andreas Sibren (1893-1919); 5. Albert Nicolaas (1896- ca. 1966 ); 6. Ronesca Elisabeth (1901-1969).

In de tuin in Slochteren, staand  v.l.n.r: Albert, Gezina, vader Harmannus, Andreas, Ronesca, Gellaart. Zittend links moeder Alida, zittend rechts Alida

We laten de familie Groustra weer even rusten. U kunt indien gewenst meer lezen over vader Harmannus Groustra op Biografisch Portaal, op de website van de Geschiedenis van het Humanitarisme in Nederland, en in het (bovenstaande boek van Christianne Smit, De volksverheffers: sociaal hervormers in Nederland en de wereld. 1870-1914. Hilversum, 2015.

Middeleeuwse kloostertuinen in Amsterdam, 1544

KLOOSTERTUINEN IN AMSTERDAM VOOR DE ALTERATIE (1578). Dit is de titel van een nieuw artikel van onze hand, vorige week ingeleverd bij BULLETIN CASCADE.

Cornelis Anthonis, Vogelvlucht van Amsterdam (houtsnede, 1544)

 De middeleeuwse kloosters in Amsterdam (tek. Dienst Publieke werken, aangevuld met de locatie van de middeleeuwse kloosters door Walther Schoonenberg)

De kaart van Cornelis Anthonisz. uit 1544 geeft exact aan waar de kloosters in de stad (binnen het Singel en de Kloveniersburgwal) waren gelegen. Vergroot de kaart in je computer en bekijk de kaart met de legenda hieronder.

(1 Begijnhof); 2 Oude Nonnenklooster; 3 Kartuizerklooster; 4 Reguliersklooster; 5 St-Claraklooster; 6 St-Barbaraklooster; 7 St-Agnesklooster; 8 Nieuwe Nonnenklooster; 9 St-Paulusbroedersklooster; 10 St-Ceciliaklooster; 11 St-Maria Magdalenaklooster op het Spui; 12 St-Catharinaklooster; 13 St-Luciaklooster; 14 St-Margarethaklooster; 15 St-Mariaklooster; 16 St-Ursulaklooster; 17 St-Geertrudisklooster; 18 Cellebroedersklooster; 19 Bethaniënklooster; 20 Minderbroederklooster; 21 Cellezustersklooster; 22 Clarissenklooster.

Oldenburgia-Familiegeschiedenis / 100 jaar geleden-1. Terugblik

De Schoolmeester lezen op De Groote Vaart ?

Deze website behandelt niet alleen de onderwerpen historische plantgebruik, historische landschapsarchitectuur en historisch kleurgebruik, maar zo af en toe als tussendoortje richten we onze blik op een stukje familiegeschiedenis. We hebben dan ook niet voor niets een Categorie ‘Familie’ bij categorieën opgenomen.

Gedichten van Den Schoolmeester. Amsterdam, Gebrs. E. en M. Cohen, erfstuk van A.S.Groustra

Wat was het bijzonder om te ontdekken dat we de Gedichten van den Schoolmeester (Gerrit van de Linde) als erfstuk van Oom Andreas Groustra in onze boekenkast hadden staan. Op het schutblad  staat geschreven: A.S. Groustra 2de off. S.S. Houtman. Prijs 1,90. (zie Bericht 1 oktober 2018, waar ook een foto van de ss. Houtman afgebeeld staat). We mogen aannemen dat Andreas tijdens zijn reizen met de Houtman de 332 pagina’s van de Gedichten uitvoerig heeft kunnen lezen.

Andreas Sibren was de zoon van Harmannus Groustra, broer van mijn schoonmoeder Ronesca Groustra (1901-1969), kleinzoon van de rijkscommies belastingen Jan Groustra (1810-1894) en Geessien Redeker (1818-1903) en oudoom van mijn man Feddo Oldenburger.

Andreas Sibren Groustra (1893-1919). Tweede stuurman S.S. Houtman. Foto: N.V. Charles & van Es & Co. Ned. Indië (Soerabaja 1880-1915; Charls & van Es & Co, N.V. Batavia 1895-1940)

Dat Andreas Sibren vroeg was overleden, was bekend, maar ook niet veel meer dan dat. In de familie werd altijd met respect over hem gesproken. Zijn ouderlijk huis stond in Slochteren (tegenover de Fraeylemaborg). Eenmaal wordt in de archieven vermeld dat zijn beroep  timmerman is, maar dat zal maar heel kort zijn geweest want hij is al heel vroeg de wijde wereld ingetrokken. In 1816 wordt  als woonplaats Batavia opgegeven. Daar was het hoofdkantoor van de KPM waarbij hij in dienst was.

Andreas was genoemd naar zijn grootvader van moeders zijde, Andreas Visscher (1805-1879), gehuwd met Alida van Delden (1807-1871). Grootvader was predikant in Helpman, gem. Haren. Zijn tweede naam Sibren kwam van zijn oom Sibren Jan Groustra (1844-1895), de oudste broer van zijn vader. De twee Sibrens mochten elkaar waarschijnlijk bijzonder graag, in ieder geval is Andreas Sibren jr. in de voetsporen van zijn oom getreden. Oom Sibren was namelijk zeeman en later directeur van de Zeevaartkundige School op Terschelling en Andreas Sibren ging naar de Zeevaartschool om stuurman te worden. In 1916 behaalde hij zijn Diploma Tweede  Stuurman aan de Zeevaartschool te Soerabaja.

Diploma Tweede Stuurman van Andreas Sibren Groustra, dd. Soerabaja, 28 augustus 1916

Het diploma vermeldt dat Andreas in 1916 Batavia als woonplaats had. Hier was het hoofdkantoor van de KPM, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, de rederij van de Houtman. Op onderstaande kaart van Ned. Indië zijn de verplichte vaarwegen van de KPM ingetekend.

Waarschijnlijk heeft hij in 1915 zijn eerste grote bootreis gemaakt op de ‘Houtman’ (gebouwd in 1913),  daar van een reis op die boot foto’s bewaard zijn gebleven, gemaakt in Singapore (1915), Port Moresby, de hoofdstad van het toenmalige Australisch Nieuw Guinea (1916 en 1917) en in Townsville (1917) gelegen in Queensland,  aan de oostkust van Australie. De bijschriften onder de foto’s staan achterop de foto’s. Deze maken duidelijk dat Andreas geïnteresseerd was in cultuur en natuur.

Singapore Chineesche wijk, 12-01-1915. Foto: A.S. Groustra

Port Moresby Engelsch Nieuw Guinea-Papua, 12-11-1916. Foto: A.S. Groustra

Port Moresby, Engelsch Nieuw Guinea-Papua, 13-01-1917. Foto: A.S. Groustra

Port Moresby, Engelsch Nieuw Guinea-Papua, 13-01-1917. Foto: A.S. Groustra

Haven van Townsville, Oostkust Australie, 10-04-1917. Rechts ligt de ss. Houtman voor anker op de rede bij Townsville. Foto: A.S. Groustra

10 november 1919 is Andreas Sibren Groustra overleden in zijn geboortedorp Slochteren, in de leeftijd van 26 jaar.

Vermeldenswaardig is nog wel dat achterneefje Feddo Oldenburger (1937-2017) in 1946 ook met een boot van de KPM (tijdelijk) van Ned. Indië naar Nederland terugkeerde, en wel met ss. De Tegelberg.

Zie ook Bericht https://www.oldenburgers.nl/2018/01/20/korte-biografie-feddo-hans-frits-oldenburger-1937-2017/

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Oldenburgia-VROUWENARBEID EN ONZE FAMILIEVROUWEN

VROUWENARBEID, 1898,  Nationale Tentoonstelling 120 jaar

Suze Fokker, Affiche Nationale Tentoonstelling Vrouwenarbeid, 1898, Lithografie. Coll. Rijksmuseum.

Al in het vorige Bericht op deze website sprak ik over de tentoonstelling ‘Art Nouveau in Nederland’. Toen ik bovenstaande affiche zag viel me meteen op dat drie witte lelies omarmd door vier zonnebloemen de vrouwenarbeid hier als het ware symboliseerden. In de christelijke middeleeuwen stonden drie witte lelies al symbool voor de reinheid en onaantastbaarheid van de maagd Maria. En de zonnebloemen, waar staan deze voor? Zij zijn in ieder geval al heel lang het symbool van levenslust. Die betekenis past ook goed bij Vrouwenarbeid kunnen wij ons voorstellen.

Vrouwenarbeid was ongepast in de negentiende eeuw  en in 1898 oordeelde een groep vrouwen dat daar maar eens verandering in moest komen. Gehuwde vrouwen waren handelingsonbekwaam en het was gebruikelijk dat vrouwen automatisch werden ontslagen op de dag na hun huwelijkssluiting, zodat ze huisvrouw en moeder konden worden. Dat gold sinds een Koninklijk Besluit (KB) uit 1924 voor alle vrouwen onder de leeftijd van 45 die in overheidsdienst waren, zoals ambtenaressen, secretaresses en onderwijzeressen en trendvolgers. In 1956 werd deze wet opgeheven.

Jan Toorop.  Afbeelding van een lot waarmee geld verzameld werd voor acties in 1898. Lithografie

Mijn schoonmoeder Ronesca E. Groustra, eerste vrouwelijke lerares ‘Lichamelijke Oefening en Rhytmiek’ (in Maastricht),  werd de dag na haar huwelijk in 1928 ontslagen. Ze vertrok naar Ned. Indië en oefende daar haar vak uit op vrijwillige basis. Zo leidde zij allerlei sportactiviteiten voor volwassenen (tennis, waterpolo, zwemmen en korfbal). Ook gaf zij rhytmiek-lessen aan volwassen dames en kinderklasjes.

Uitvoering dames-rhytmiekgroep in Sanga Sanga Dalam (Borneo). Lerares Ronesca Oldenburger-Groustra, hier rechts zittend, in de bloemetjes 

Ronesca’s oudere zuster Alida C. Groustra, onderwijzeres in Slochteren (gehuwd in 1925 met Bauke Zondervan), trof hetzelfde lot in 1925, terwijl het oudste meisje van het gezin Groustra, Gezina A.E.R. Groustra eerst voor haar grootouders (hoofdonderwijzer Gaele van der Schaaf [1833-1918] en Alida van der Schaaf-Visscher [1835-1925]) in Meedhuizen moest zorgen en daarna voor haar ouders (hoofdonderwijzer Harmannus Groustra [1861-1944] en Alida Groustra-van der Schaaf [1861-1952]), die na de pensionering van vader Harmannus in 1925 naar Hilversum waren verhuisd. Gezina  was dus niet in de gelegenheid geweest een opleiding te volgen, zoals zo vele oudste dochters overkwam.

Alida van der Schaaf-Visscher (1835-1925), Meedhuizen

Huis van hoofdonderwijzer Gaele van der Schaaf (1833-1918) en Alida van der Schaaf-Visscher (1835-1925) in Meedhuizen

Amsterdamse Likeurstokery ’t Lootsie Erven Lucas Bols, Rozengracht Amsterdam, in de tijd dat mijn moeder Maria Amse hier werkte

Modepaleis Gebr. Gerzon  op de Oude Gracht in Utrecht, waar mijn moeder Maria Ebbers-Amse een tweede kans kreeg

Mijn eigen moeder Maria C.J. Amse trouwde in 1932 met mijn vader Jan Ebbers. Zij was het enige meisje in het gezin Amse (Amsterdam) en mocht gelukkig na de MULO een opleiding tot boekhouder volgen. Met haar diploma op zak trad zij in dienst bij de Erven Lucas Bols aan de Rozengracht tot haar dienstverband in 1932, nadat ze in het huwelijk was getreden, werd beëindigd. De ‘Wet Handelingsonbekwaamheid’ werd in 1956 afgeschaft. Mijn moeder is toen na het overlijden van haar ouders, Johan Carel Willem Amse (1877-1959) en Anna Jacoba Vetter (1879-1956), op 52-jarige leeftijd weer gaan werken als boekhouder van Modemagazijnen Gebr. Gerzon in Utrecht. Al met al heeft zij helaas haar ambities niet geheel waar kunnen maken doordat haar carrière van overheidswege werd onderbroken. De tijden zijn gelukkig veranderd.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Oldenburgia-Tentoonstelling Art Nouveau in Nederland

In het Gemeente Museum in Den Haag waar ook onze door Jacob Maris geschilderde (bet)overgrootmoeder zich bevindt (zie bericht 9 november 2016), is nu -nog t/m 28 oktober 2018- een schitterende tentoonstelling te bewonderen, getiteld  ‘Art Nouveau in Nederland’.

Twee vazen, geglazuurd aardewerk met paardenbloem-motieven, 1896

De tentoonstelling laat ons prachtige voorbeelden zien van slaapkamer- en salonmeubelen, geglazuurd aardewerk, mode, klokken, lampen, kamerschermen, vloerkleden en last but not least tekeningen en lithografieën van planten en vissen en andere natuurvoorwerpen, allenaal zeer verfijnd ontworpen en  uitgevoerd.

Lithografieën  uit Nederlandsche Planten / dr. J. Ritzema Bos

Verheugd was ik te zien dat ook enkele werken uit mijn vaders bibliotheek, hier als museumstukken worden getoond, zoals boeken van Louis Couperus en Frederik van Eeden en Nederlandsche Planten van dr. J. Ritzema Bos en Onze Flora door dr. A.C. Oudemans. Dankzij mijn vader ben ik in het bezit van de volgende originele Couperus-drukken:  Wereldvrede. [Amsterdam: L.J. Veen, 1895]; Hooge Troeven. [Amsterdam: L.J. Veen, 1896. Erfstuk van een oudoom van mijn moeder en voogd van mijn grootvader, Oom Jan Munk]; Metamorfose. [Amsterdam: L.J. Veen, 1897]; Psyche. [Amsterdam: L.J. Veen, 1898]; De boeken der Kleine Zielen. Deel 1 Het heilige Weten. [Amsterdam: L.J. Veen, 1901]; Proza. [Amsterdam: van Holkema en Warendorf, 1923?].

Ook de boeken van Frederik van Eeden waren mijn vader dierbaar. Nu in mijn boekenkast staan de schitterend met O.I. Kers geornamenteerde  De Kleine Johannes deel 1 (’s Gravenhage: N.V. Boek- en Kunstdrukkerij v.h. Mouton en Co, 1936, vijftiende druk; hij kreeg dit boek van het personeel van zijn afdeling op zijn verjaardag in 1941), deel 2 (Amsterdam: W. Versluys, 1905) en deel 3 (Amsterdam: W. Versluys, 1906).

Het meisjesboek van mijn moeder, Top Naeffs School-idyllen (Amsterdam, 1900) heb ik helaas niet meer. En wat ik echt miste op de tentoonstelling was Gedichten  van den Schoolmeester (Gerrit van de Linde), uitgegeven door Mr. Jacob van Lennep, Amsterdam: Gebrs. E. & M. Cohen. Ook deze boeken waren prachtig geïllustreerd in Art Nouveau-stijl. Het gedichtenboek van de Schoolmeester is een erfstuk van mijn man’s oudoom Andreas Sibren Groustra. In zijn boek staat zijn naam geschreven en daaraan toegevoegd: 2de officier op de S.S. Houtman, een schip van de  Koninklijke Paketvaart Maatschappij (K.P.M.), dat voer op Java en Australië. Ik kan me voorstellen dat Oom Andreas wel eens zin had op zijn lange tochten om een gedicht van de Schoolmeester te lezen.

De boot van Oom Andreas Sibren Groustra

Tenslotte nog drie afbeeldingen, de eerste twee van motieven van O.I. Kers uit: Handleiding bij het ontwerpen van motieven van plantformen / A.A. Tekelenburg. Amsterdam: Van Looij, 1913; en de laatste uit Onze Flora / dr. A.C. Oudemans. Zutphen: W.J. Thieme en Cie, 1900, een erfstuk van mijn overgrootvader. Het laatste heb ik al eens eerder ter sprake gebracht in verband met zijn apothekersboeken. 

Wat je al niet aan familiegeschiedenis naar bovenhaalt, als je een tentoonstelling over Art Nouveau bezoekt! Mijn vader, mijn overgrootvader, mijn moeder, mijn man’s oudoom, mijn moeders oudoom! Wat een herinneringen!

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Oude Kerk Amsterdam: Rood raam en Groene Tuin

Tuintje bij Oude Kerk Amsterdam

In ons vorige bericht heb ik geschreven over het plan van kunstenaar Calo om het glas van de ramen in de Heilig Grafkapel van de Oude Kerk te vervangen door rood glas.  Kunst gaat voor historie. Het kort geding aangespannen door de Vereniging Amsterdamse Binnenstad (VVAB) heeft plaatsing van het raam niet kunnen verhinderen, maar behalve de VVAB hebben ook Heemschut en de St. tot Behoud van de Oude kerk bezwaar aangetekend en de bezwaarprocedure moet nog beginnen. Gezien het feit dat het raam reversibel is en gisteren bekend is geworden dat de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) zich aansluit bij het negatief advies van MenA (bureau Monumenten en Archeologie Gemeente Amsterdam) en spreekt zich uit TEGEN  plaatsing van het rode raam van de Oude Kerk, is er goede hoop dat het rode raam weer wordt verwijderd. Heeft u al gelezen waarom wij het rode raam geen goed idee vinden? Juliets artikel hierover (in het tijdschrift Binnenstad 287/288)  is gelinkt aan ons vorige bericht.

Om ook iets aardigs te melden over de Oude Kerk, ik maakte bij mijn bezoek een foto van het tuintje aan de westzijde van de kerk. Heerlijke koffie en taart! Het tuintje is ontworpen door Cilia Prenen en Leo den Dulk deed een voorstel voor beplanting. Of Leo en Cilia zich gericht hebben op een bepaalde periode weet ik niet. Ik zal het hen vragen.

Twee redenen dus om de Oude Kerk in Amsterdam te gaan bezoeken: de beglazing in de Heilig Grafkapel en het tuintje bij de kerk.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren