Categoriearchief: Tuinbeelden

Nieuwe Beeldentuin voor Rijksmuseum in Carel Willinkplantsoen

De beeldentuin rond het Rijksmuseum stamt uit de tijd van de architect van het Rijksmuseum, Pierre Cuypers (1827-1921). De collectie beelden is eigenlijk een samenraapsel van beelden en architectuur-fragmenten, die laten zien dat  het Rijksmuseum niet alleen gericht is op het tonen van schilderijen,  tekeningen, meubels en ethnografica. Nu krijgt het Rijksmuseum er een nieuwe moderne-beeldetuin er bij. 

Oude foto Rijksmuseumtuin. Coll. Rijksmuseum

In eerder Bericht beschreef ik al eens dat de tuinbeelden en bouwfragmenten van deze eerste openlucht-beeldenexpositie  afkomstig waren uit oudere tuinen. Opgenomen in de tuin zijn: een achttiendeeeuws toegangshek van de buitenplaats Over-Amstel, een toegangshek (ontworpen door Daniel Marot) uit circa 1700 van Huis De Voorst bij Zutphen, drie Hercules-beelden en een Androclus van J.P. Baurscheidt de Oude afkomstig van de buitenplaats Bosch en Hoven in Haarlem, de godin Juno van Rombout Verhulst uit circa 1690, vier loden keizersbustes afkomstig van de buitenplaats Meer-en-Berg te Heemstede en een loden Diana uit de achttiende eeuw. Een tuinhuis uit 1731 is afkomstig van Keizersgracht 585. In de beeldengalerij aan beide zijden van dit tuinhuis staan beelden van de seizoenen Zomer, Lente en Herfst, afkomstig uit het atelier van Ignatius van Logteren. Van een huis aan het Spaarne bij Haarlem is een tuinkoepel van omstreeks 1730 aanwezig. De fragmenten van de Heerenpoort in Groningen, de Bergpoort in Deventer, de Waterpoort in Gorinchem, de poortgevel van de Commanderie te Utrecht en de Stadhouderspoort op het Binnenhof in Den Haag dateren uit de zeventiendeeeuw.

Art Impression Bureau Foster and partners London. Nieuwe Beeldentuin Rijksmuseum Amsterdam 2026. Carel Willinkplantsoen. Foto Rijksmuseum. Crouching Spider van Louise Bourgeois

(ovegenomen van Linkedin): “Een uitzonderlijke schenking van de Don Quichot-stichting stelt het Rijksmuseum nu in staat de stad Amsterdam te verrijken met een openbare beeldentuin van internationaal aanzien. De locatie is het Carel Willinkplantsoen vlakbij het Rijksmuseum, tussen de Hobbemakade en de Stadhouderskade. In deze driehoekige groene ruimte met drie paviljoens kunnen bezoekers genieten van sculpturen van wereldberoemde kunstenaars zoals Alberto Giacometti, Louise Bourgeois, Alexander Calder, Jean Arp, Roni Horn en Henry Moore, JoanMiro, Jean Dubuffet, Barbara Hepworth en Ellsworth Kelly.     De nieuwe tuin zal ook tijdelijke sculpturententoonstellingen huisvesten. De Don Quichot-stichting doneert 60 miljoen euro om de ontwikkeling van de nieuwe locatie te financieren. Ook levert het Rijksmuseum een groot aantal beelden op lange termijn in bruikleen. De nieuwe tentoonstellingsruimte van het museum zal bekend staan als het Don Quichot-paviljoen (of Don Quichot Sculpture Hall). De ontwerper van de nieuwe tuin is de Belgische landschapsarchitect Piet Blanckaert. Ook wordt de tuin met ruim 20 nieuwe volwassen bomen en met inheemse planten verrijkt om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit.

Het is de bedoeling dat de beeldentuin in het najaar 2026 wordt geopend.

De Harmoniehof Amsterdam-Zuid 100 jaar

 

Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid.  Foto Wikipedia

Vandaag een praatje in Het Parool over de Hofdames van de Harmoniehof. Dit is een straat die deel uitmaakt van een huizencomplex, maar wel aan de openbare weg gelegen. Het hoofdaccent van de tuin bestaat uit drie centraal gelegen bloemenperken die door lange smalle kanaaltjes worden verbonden.  Langs de straat liggen lange smalle randperken. In het midden van de 8-kantige centrale vijver staat een dierenfontein van Louise Beijerman. Architect van het complex was J.C. van Epen (werkend in de stijl van de Amsterdamsche School), in samenwerking met architect M.J.E. Lippits.

Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid. Gezicht over de centrale tuin. Foto Wikipedia

De woonblokken zijn gebouwd tussen 1919 en 1922 in opdracht van de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging ‘Samenwerking’. Dit jaar wordt het honderdjarig bestaan herdacht. De tuin wordt onderhouden door een aantal dames uit de buurt, die 2x in de week genieten van de tuinwerkzaamheden en elkaar. Het totale complex is een rijksmonument.

De Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid, 1915. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Suggesties voor beplanting zijn te vinden in het boek ‘Decoratieve Tuinbeplanting’ (1913), geschreven door de hortulanus van de Amsterdamse hortus, Adriaan van Laren.

Westerpark en Oosterpark. Een zomerscène en een winterscène in een openbaar park

Nogmaals een Bericht n.a.v. de Singer Tentoonstelling “Frisse Wind”. Zie ook de voorgaande twee Berichten. Aan het eind van de 19de eeuw was er grote behoefte aan licht en lucht en ruimte in de stad Amsterdam. Publieke parken waren in opkomst en op bijgaande schilderijen uit 1899 en 1910 ziet men dat de parken zeer in trek waren en nu nog steeds hun functie hebben weten te bewaren.

Jacob Dooijewaard (1876-1969). Spelende kinderen in het Westerpark. 1899. Olieverf op doel. Coll. Singer Museum. In de verte is de kleine vijver te zien

In 1890 werd het Westerpark aangelegd op een terrein langs de Haarlemmertrekvaart, tussen de spoorweg naar Haarlem en het terrein van de gasfabriek. Onder leiding van J.G. van Niftrik, die in navolging van Haussmann in Parijs een groene gordel rondom Amsterdam wilde aanleggen is het ontwerp van het park tot stand gekomen. Het plan van Van Niftrik uit 1866 werd nooit in zijn totaliteit uitgevoerd. Het Westerpark en het tevens door hem ontworpen Sarphatipark vormen de enige uitgevoerde delen hiervan. Het Westerpark wordt gekenmerkt door een aantal min of meer ronde of eivormige gazons en een kleine vijver met daaromheen wandelwegen. In het westelijke deel is een cricketveld opgenomen. De stijl van het hele ontwerp doet sterk denken aan de ontwerpen van de Parijse landschapsarchitect E. André in het boek ‘L’Art des jardins: traité général de la composition des parcs et jardins’ uit 1879. Waarschijnlijk hebben platen uit dit, ook in Nederland, bekende boek de gemeentearchitect tot voorbeeld gediend

Willem Witsen (1860-1923. Wintergezicht in Oosterpark. Na 1910. Olieverf op doek. Coll. Singer Museum

L.A. Springer (1855-1940). Ontwerp Oosterpark.1890. Uitvoering vanaf 1891. Noorden boven. Foto  Library WUR.

Het Oosterpark heeft een aanleg in gemengde stijl met gebogen paden, een slingerende waterpartij, oude boomgroepen en doorzichten. In 1890 schreef de gemeente Amsterdam een prijsvraag uit voor een park, gelegen in de Over-Amstelschen polder, op een terrein begrensd door de Mauritskade, de Linnaeusstraat, de Eerste Parkstraat en de ‘s-Gravesandestraat. Op het noordelijke deel hiervan lag de Oosterbegraafplaats, die echter binnen enkele jaren zou verdwijnen, omdat kort daarvoor de Nieuwe Oosterbegraafplaats aan de Middenweg was aangelegd. Het programma van eisen voor het nieuwe park vermeldde inpassing van een bestaand cricketveld, de aanleg van een grote en een kleine kinderspeelplaats, een plek voor muziekuitvoeringen, een rijweg en een waterpartij. Deze laatste diende ter vervanging van de zogenaamde Molentocht, die destijds langs de zuidzijde van de Oosterbegraafplaats liep. Verder waren vijf ingangen gewenst, waarvan één tegenover de Muiderpoort moest komen in de plaats van de aanwezige ingang van de begraafplaats. De tuinarchitect L.A. Springer maakte een ontwerp onder het motto ‘Omnibus’ dat alle gevraagde elementen bezat. In het noordelijke deel van het park plande hij een min of meer statige, formele entreepartij waarbij hij gebruik wilde maken van de oude toegangslaan van de begraafplaats. Dit gedeelte van het plan is in gewijzigde vorm uitgevoerd; hier werd ook het Koloniaal Instituut gebouwd. Het overige deel met een lange slingerende waterpartij waarlangs afwisselende heesterpartijen en het karaktervolle bomenplein rondom een muziektent werd wel uitgevoerd en vormen de karakteristieke elementen uit het ontwerp. Qua stijl is te spreken van de late landschapsstijl, zo typerend voor Springers werken in de negentiende eeuw. Springer kreeg in 1891 bericht dat hij prijsvraag had gewonnen en een jaar later werd met de aanleg van het zuidelijke deel begonnen. In 1916 is het park, eveneens door Springer, gereorganiseerd. Recreatieve attracties in het park zijn een rozentuin, een rolschaatsbaan, een kinderbadje en de muziektent. Als verwijzing naar de roman ‘Titaantjes’ van Nescio, die zich rondom het Oosterpark afspeelt, is er een beeldengroepje opgericht naar de drie hoofdpersonen in het boek.
Het is eindjanuari, mooie tijd om de parken te bezoeken in het eerste lentezonnetje en om naar het museum in Laten te gaan als de wolken wat dreigen.

Essentie van inboeten en klimaatverandering

Wouter Johannes van Troostwijk. Vreugdenhof aan den Amsteldijk uit het huis te zien. 1805. Tekening zwart krijt gewassen in kleur. Geveild bij Christie’s 2014. Part. Collectie

(270) Op bovenstaande afbeelding is heel duidelijk een ingeboete boom te zien. De essentie van het begrip ‘inboeten’ is Het opnieuw inplanten op plaatsen waar andere planten zijn weggevallen, in dit geval dus een weggevallen boom.

Als planten wegvallen, is daar vaak niet één specifieke reden voor aan te wijzen. Bij het aanplanten is het belangrijk dat er gekeken wordt naar de situatie waar de planten komen te staan. Zo moet men rekening houden met de zonnestand , maar ook met hoe hard een plant groeit. Want planten hebben de ruimte nodig om goed te kunnen groeien. Daarnaast is het belangrijk dat de plant voldoende (regen)water krijgt, de grond een goede structuur heeft en dat de bodem voldoende voedingsstoffen bevat.

De veranderingen in het klimaat kunnen direct effect hebben op de plantengroei. Zo kunnen planten uitdrogen als het lang droog en warm is. Maar ook veel regen kan ervoor zorgen dat de wortels van de plant te weinig zuurstof krijgen en dat daardoor de plant dood gaat.

Het is belangrijk om de groei van een nieuw ingeplantte boom het eerste jaar nauwkeurig in de gaten te houden. Als de boom dreigt dood te gaan is z.s.m. inboeten van belang zodat een nieuwe boom in een laan nog met zijn ‘buren’ tegelijk op kan groeien.

Op de tekening zien we een boompje dat eigenlijk te laat is ingeboet terwijl het juist heel belangrijk is in de landschapsstijl dat lanen regelmatig beplant zijn en er dus geen gaten vallen in de plantenrij. Structuurelementen die de vroege landschapsstijl (eind 18de eeuw tot ca. 1815) bepalen zijn: kronkelende paden,vaak zonder duidelijk einddoel en op regelmatige afstand beplant met bomen. Zicht op een doel in de verte (hier langs de Amstel), om het park zelf groter te doen lijken, komt ook vaak voor. Let hier ook op het zandpad en de randbewerking tussen gras en pad. En het is belangrijk dat heesters niet te ver van het pad worden aangeplant, zodat de wandelaar in de bloeitijd optimaal van de bloemen kan genieten.

Buitenplaatsen rondom de Haarlemmerhout vroeger en nu (Eindenhout, Uitenbosch, Bosch en Vaart)

(260) Rondom en grenzend aan de Haarlemmerhout lagen in de 18de eeuw enige buitenplaatsen, die hun glans en glorie alleen al verdienden vanwege hun prachtige locatie tegenover en grenzend aan de Haarlemmerhout. Drie van deze buitenplaatsen (hier afgebeeld op de ‘Caart Figuratif’ van de Haarlemmerhout uit 1799, trokken recent onze aandacht. Het gaat om 1) Eindenhout, 2) Uitenbosch en 3) Bosch en Vaart, alle drie buitenplaatsen aan de zuid-westkant van dit stadsbos.

Capitein-Ingenieurs G.J. le Fèvre de Montigny en C.C. van Hooff. Caart Figuratif van den Haarlemmer Hout met de daar naast aangeleegene buytenplaatsen en tuynen. 1799. Coll. en foto Noord-Hollands Archief. Noorden op deze kaart beneden.

Op genoemde kaart uit 1799 stelt de laan met vier rijen bomen (op de kaart de bovengrens van de Haarlemmerhout) de Spanjaardslaan voor. Deze komt uit op Huis Eindenhout aan de Wagenweg, ook wel het Huis met de Beelden (sfinxen) genoemd. Achter het huis zien we de nog steeds bestaande buitenplaats Eindenhout liggen, die zich westwaarts uitstrekte tot aan de Leidsevaart. De aanleg wordt gekenmerkt door slingerende wandellanen langs de kaarsrechte omringende grachten en een formele zichtlaan van oost naar west.

Ten zuiden van (boven) de Spanjaardslaan in Haarlem (voorheen gemeente Heemstede), schuin tegenover Eindenhout, ligt een kleinere buitenplaats, genaamd Uitenbosch of Uit Den Bosch. Het huis werd in 1911 afgebroken en vervangen door een nieuwe moderne villa die er nog steeds staat en voor Haarlemmers bekend staat als de kraamkliniek Uitenbosch. Het bijbehorende oude koetshuis ’t Vosje, genoemd naar de oude herberg die er eerst heeft gestaan, is bewaard gebleven, hoewel ingrijpend verbouwd.

Ten noorden van (onder) Eindenhout is de buitenplaats Bosch en Vaart te onderscheiden, te herkennen aan een heel uitgebreid moestuin-complex en weer slingerende lanen langs de grenzen van de plaats. Alleen de naam van deze buitenplaats is bewaard gebleven in de woonwijk Bosch en Vaart, die vanaf 1901 tot stand is gekomen.

Over genoemde drie buitenplaatsen wil ik nu wat meer vertellen. Historische feiten zijn grotendeels overgenomen van de website Librariana en ook hier niet genoemde gegevens zijn daar terug te vinden.

Eindenhout. Dit huis is onlangs gerestaureerd door St.Stadsherstel Amsterdam en siert na historisch kleuronderzoek in een nieuwe kleurstelling de Wagenweg. Dat is voor velen die jaar en dag langs dit huis kwamen een vreemde gewaarwording, even wennen aan de nieuwe kleur. In 1775 werd Anna Maria Visscher, weduwe van mr. Jan van Styrum, de nieuwe eigenaar van deze plaats, die zich uitstrekte tot aan de Leidsche Vaart. Ook beelden en vazen behoorden toen tot de koop, maar het classicistische uiterlijk van de voorgevel dateert pas uit de tijd van George Gerard Lans (eigenaar sinds 1793). Coenraad Jacob Temminck (eigenaar 1802) liet omstreeks 1810 aan weerszijden van de trappen de sfinxen plaatsen en breidde zijn grondgebied nog meer uit.

Huis Eindenhout of Huis met de Beelden, Haarlem, 2021. Gebouwd in 1793. Sphinxen 1810. Na historisch kleuronderzoek is de gevel onlangs in roomwit uitgevoerd. Foto Stadsherstel Amsterdam

Na verschillende eigenaars in de 19de eeuw kwamen het huis en de plaats in 1963 in handen van de gemeente Haarlem. Tien jaar later werd het huis, toen in eigendom van de Amsterdamse antiquair Herman Fritz Bill, in appartementen verdeeld en verhuurd. Na het overlijden van de heer Bill (2018) is het huis Eindenhout gekocht en gerestaureerd door Stadsherstel Amsterdam. Het voorbos met de bekende (betonnen) koepel uit 1915 (gebouwd in opdracht van eigenaar H.A. van Odijck) en de heemtuin zijn tegenwoordig eigendom van de gemeente Haarlem.

Rotonde Eindenhout, gebouwd in 1915, in opdracht van eigenaar H.A. van Odijck. Eigenaar sinds 2019 Gemeente Haarlem. Foto Stadsherstel Amsterdam

Uitenbosch. De Historische Vereniging Heemstede/Bennebroek maakte ons onlangs attent op een kunstwerk dat zich in een tuinhuisje (koepel) op het terrein van Uitenbosch bevindt (nu gem. Haarlem, vroeger gem. Heemstede). Men vroeg ons als ‘deskundige’ samen met anderen te komen oordelen over de architectonische waarde van het gebouwtje. In 1762 is de Amsterdammer Jan Bronkhorst eigenaar van de buitenplaats Uittenbosch. In 1817 werd de plaats verkocht aan Maarten Adriaan Beels, lid van de Haarlemse gemeenteraad en Heer van Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord. Hij was was waarschijnlijk de eigenaar van Uitenbosch ten tijde van bovenstaande Caart Figuratif of het was Pieter van Eeghen die In 1822 eigenaar van Uitenbosch werd.

Kadastrale Minuut Kaart (1811-1830), met aanduiding van de buitenplaats Uitenbosch (links), Zuiderhout en Leeuw en Hooft. Noorden boven. De weg die dwars over de kaart loopt van links naar rechts is de Spanjaarslaan

Verder in de 19de eeuw zijn als eigenaren bekend Abraham Lodewijk Dyserinck (vanaf 1860), gemeenteraadslid, lid van Provinciale Staten van Noord-Holland en president van de Kamer van Koophandel; en Nicolaas Taack Takranen (vanaf 1887), president van de Nederlandsche Handels Maatschappij. Hierna was het huis (in eigendom van een investeringsmaatschappij) een aantal jaren verhuurd en/of onbewoond.

Plattegrond van buitenplaats Uitenbosch, uit Veilingboekje 1903. In Perceel II staat de koepel getekend die in het veilingboekje staat genoemd. Collectie en Foto Bibliotheek WUR / Afd. Speciale Collecties

In 1911 werd Uitenbosch gesloopt door de nieuwe eigenaar Arnoud Hendrik baron van Hardenbroek van Ammerstol (1875-1947). Een nieuw huis werd gebouwd en in 1914 betrokken door Baron Van Hardenbroek en zijn vrouw Cecilia van Leembruggen. De architect was H. Hendriks uit Hillegom.

Aanvankelijk woonde Van Hardenbroek (1875-1947) na zijn huwelijk in 1899 op de 18de eeuwse buitenplaats Veenenburg / Elsbroek in Hillegom, een bezit dat hij en zijn vrouw van (schoon)vader erfden.

Ingang buitenplaats Veenenburg te Hillegom, 1910. Pijlers met reliëfwerk.
Uit: J.B. van Loenen. “Beschrijving en kleine kroniek van de gemeente Hillegom”, 1916
Huis Veenenburg. 1910, met klokkenstoel. Uit: J.B. van Loenen. “Beschrijving en kleine kroniek van de gemeente Hillegom”, 1916.
Huis Veenenburg, achterzijde met tuinbeeld in de zichtas en rechts van het huis een open tuinprieel. Uit: J.B. van Loenen. “Beschrijving en kleine kroniek van de gemeente Hillegom”, 1916.

Dit huis (Veenenburg) werd echter in 1913 afgebroken toen het nieuwe moderne huis Uytenbosch met een uitgestrekte tuin achter het huis gereed was gekomen. De zandstenen beeldengroep van Apollo en Daphne, nu achter koetshuis ’t Vosje, en enkele andere herinneringen aan Veenenburg, zoals de klokkenstoel en een schouw verhuisden mee van Hillegom naar Heemstede. De beeldengroep van Veenenburg is op oude foto’s te zien in de zichtlijn van het huis. Na de dood van haar man verhuisde zijn tweede vrouw Cornelia van Leembruggen (1882-1975) in 1950 naar het voormalige koetshuis ’t Vosje van Uitenbosch, van waar zij zicht bleef houden op dezelfde beeldengroep.

Uitenbosch Haarlem. Zandstenen beeldengroep Apollo en Daphne die in een laurier verandert. Beeldhouwer onbekend. Geïnspireerd op het bekende beeld van G.L. Bellini te Rome. Foto Carla Oldenburger

Om de kunstwerken in het tuinhuisje achter in de tuin van ’t Vosje te kunnen waarderen zullen we toch eerst naar de geschiedenis van het tuinhuis zelf onderzoek moeten doen. Het huisje staat op een draaischijf en zal een zogenaamd tbc-huisje geweest zijn, dat met de zon kan meedraaien. Dergelijke huisjes kwamen in de mode vanaf het eind van de 19de eeuw en bleven in gebruik tot zeker ca. 1950. Ze zijn direct herkenbaar omdat ze niet direct op de grond, maar op een draaischijf staan. Als de zieke genezen was konden de huisjes natuurlijk ook als tuinkoepel gebruikt worden of als zodanig worden verkocht. Het huisje van Uitenbosch zal uit het eerste kwart van de 20ste eeuw dateren. Maar de kunstwerken binnen zijn van oudere oorsprong. Komen die misschien uit het open tuinprieel van Veenenbosch? Anja Kroon van de Historische Vereniging Heemstede/Bennebroek doet hier onderzoek naar. Geopperd werd tijdens ons bezoek dat de eigenaar misschien een antiquair geweest zou kunnen zijn of in ieder geval een liefhebber van antiek. Van de eigenaar van Veenenburg, Baron van Hardenbroek, weten we dat hij samen met de buren van het aangrenzende landgoed Elsbroek in 1902 de nog steeds bestaande “Maatschappij tot exploitatie van de gronden Veenenburg-Elsbroek” oprichtte en even later de kunst(kalk)zandsteenfabiek ‘Arnoud’, die in 1904 in bedrijf kwam.

Maar ook Mevrouw de baronesse had een hobby. Zij had volgens een artikel in de Nieuwe Haarlemsche Courant (17-11-1928) in Villa Uitenbosch een tijdelijk museum van archeologische vondsten op Veenenburg gevestigd (later overgebracht naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden), zoals een klokbeker uit het late Neolithicum, een bijl, pijlpunten en een sikkel uit de Bronstijd en archeologische vondsten uit de Romeinse tijd.

Vooraanzicht Villa Uitenbosch (de latere kraamkliniek). Ontwerp H. Hermans. Bouw 1911-1914. Foto Wikipedia

Bosch en Vaart. Het huis is sinds 1707 in handen van de familie Van Lennep, die het in 1735 (bij executie) verkocht aan de doopsgezinde Willem Kops, die het bezit aanmerkelijk uitbreidde. In 1779 verkochten de erfgenamen de plaats aan de eveneens doopsgezinde Jan Willink, kanunnik van Ste. Marie in Utrecht en directeur van de Maatschappij ter bevordering van de Landbouw. Het buiten bleef tot 1880 in handen van deze familie. In 1880 werd J. baron van Tuyll van Serooskerke de nieuwe eigenaar. Adriaan Honig is de laatste koper van het oude huis (1901), terwijl het landgoed aan de gemeente Haarlem vervalt, t.b.v. nieuwbouw. Het bebouwingsplan van de projectontwikkelaar P. Kuyper wordt vanaf ca.1900 langzaam aan gerealiseerd. Zie afbeelding verder.

Gezicht op Bosch en Vaart aan de Wagenweg in Heemstede. Ets Johan Swertner, 1760.
Ingang Bosch en Vaart aan de Wagenweg. Hendrik Tavenier, 1785. Coll. en Foto Noord-Hollands Archief

De ingang van Bosch en Vaart is duidelijk te onderscheiden, zowel op boven afgebeelde tekening uit 1785, met rechts het huis en links een koepel langs de Wagenweg, als op onderstaande situatietekening van J. D. Zocher sr. uit 1806. Deze tekening van J.D. Zocher sr. is onlangs ‘gevonden en gelokaliseerd’ door Korneel Aschman.

J.D. Zocher sr., 1806. Bosch en Vaart Haarlem (vroeger Heemstede). Eigenaar Jan Willink. Part. Collectie

Vergelijk nu deze situatietekening uit 1806 met de Caart Figuratif uit 1799 en wat blijkt? De situatie uit 1806 bestond al in 1799 en waarschijnlijk al van eerder (vanaf 1779?) toen Jan Willink de nieuwe eigenaar werd van Bosch en Vaart. De rechte watergang (verdwenen op de KMP-kaart, zie verder) tussen het moestuingedeelte en het landschappelijk aangelegd wandelpark (met slingerlanen en slingerpaden) en de combinatie van beide doet vermoeden dat de schoonvader en werkgever van Zocher sr., de tuinarchitect J.G. Michael, in de jaren tachtig als ontwerper door Jan Willink werd ingeschakeld. Vanaf ca. 1785 hebben Michael en Zocher sr. samengewerkt, zodat deze Zocher-tekening ook als een eind-document van Bosch en Vaart beschouwd zou kunnen worden. De stijl van Michael wordt al eerder beschreven in ons artikel ‘De tuinarchitectuur van Johann Georg Michael (1738-1800)’,  in Bulletin KNOB 90 (1991), nr. 3, p. 73-79. Daar lezen we ook dat Michael in Haarlem en Heemstede aan het eind van de 18de eeuw actief is geweest met de aanleg rond Huis Welgelegen te Haarlem voor Henry Hope, 1788; en met een ontwerp van Oud-Berckenroede te Heemstede voor Mw. C.C. Hodshon, 1794.

Kadastraal Minuut Plan (KMP) met de buitenplaatsen Eindenhout en Bosch en Vaart, 1811-1830. De twee vijvers op deze kaart zijn op de kaart uit 1799 en 1806 terug te vinden. De kanaalvormige vijver langs de moestuin in verbinding met de Leidsche Vaart zien we niet terug op deze KMP. Westen boven
Kaart Bosch en Vaart uit Veilingboekje 1899. Weer dezelfde twee vijvers te onderscheiden. Collectie en Foto Bibliotheek WUR / Afdeling Speciale Collecties
P. Kuyper, ca. 1900. Bebouwingsplan Wijk Bosch en Vaart Haarlem. Noordpijl aangegeven

De aanleiding om deze weblog te schrijven was het aanreiken van achtergrondinformatie voor het onderzoek naar de oorsprong van het tuinhuisje en de kunstwerken in het tuinhuisje van buitenplaats Uitenbosch / ’t Vosje. Anja Kroon zal de uitkomst van haar onderzoek in een artikel in het tijdschrift Heerlijkheden verwerken. Zodra dit artikel is verschenen zal de titel hier worden vermeld.

Literatuur.

Frans Harm en Dennis de Kool. ’t Vosje en Uyt den Bosch, door historie verbonden. Heerlijkheden, tijdschrift over de geschiedenis van Heemstede en bennebroek (2017 najaar, p. 24-30).

Hans Krol. Weblog Librariana.

J.M. Sterck-Proot, ‘Uit den Bosch en z’n voorgangers’, in: Haerlem Jaarboek 1942.

TEGELTABLEAU: TUIN IN NEDERLANDS INDIË

Tuin in Ned.Indië met Waringinboom. Coll. Princessehof Leeuwarden. Foto R. Dessing

Op Facebook kwam ik deze prachtige tuin tegen, die is afgebeeld op een tegeltableau, aanwezig in Museum Het Princessehof te Leeuwarden.

Drs. Karin Gaillard, conservator Keramiek Europa in dat museum, berichtte me het volgende: ‘Het tegeltableau behoort inderdaad tot onze collectie en hangt in de vaste opstelling. Het is gemaakt door Plateelbakkerij De Distel in Amsterdam omstreeks 1910, de naam van de fabriek is rechtsonder op het tableau te zien. De voostelling is een Indische tuin, maar de precieze locatie is niet bekend en ook weten we niet wie de tekening heeft gemaakt. Zou de voorstelling in sepiakleuren getekend zijn naar een foto? In 1977 is het tableau door de Ottema-Kingma Stichting gekocht bij de firma Focke & Meltzer in de Amsterdamse Kalverstraat en in bruikleen gegeven aan het Princessehof.’ Helaas is er niet meer over de afbeelding en over de kunstenaar bekend.

In de tuin zijn enige ronde perken met palmen en bloemen te onderscheiden. In het midden van de tuin, op het tableau helemaal rechts staat een grote Waringin boom (een treurvijg of Ficus Benjamin), een typische parkboom in Indonesia.

Verder zoekend op tegeltableau en Princessehof kwam er nog een tuin boven water. De afbeelding ziet er uit als fantasie-tuin ergens in Europa. . 9 (breed) x 6 (hoog) tegels bevattende.

Met dank aan René Dessing

Hollandse tuin. Coll. Princessehof Leeuwarden. Foto R. Dessing

REMBRANDT TEKENT RHENEN

EN EEN NIEUWE TUIN NA DE BUXUSMOT!!!

In dit Rembrandtjaar 2019 zijn ook in Rhenen de schijnwerpers gericht op Rembrandt. Het splinternieuwe Stadsmuseum kon daar niet omheen. Maar hoe Rembrandt te eren? Er zijn zes tekeningen van Rembrandt hand van Rhenen bekend, maar die zijn geen eigendom van dit museum en musea in het algemeen staan nu niet in de rij om Rembrandt tekeningen uit te lenen. Eerst maar eens kijken om welke tekeningen het dan gaat.

Rhenen. Rembrandt. Gezicht op Rhenen. 1649? Museum Bredius Den Haag
Rhenen. Rembrandt. Westpport vanuit de stad gezien. Ca. 1649. Coll. Teylers Museum Haarlem
Rhenen, De voorpoort van de Middeleeuwse Wespoort van Rhenen. Ca. 1649. Coll. Musée Bonnat, Bayonne, France.
Rhenen, Rembrandt. Rijn- of Westpoort, ca. 1652/1653. Coll. Musée Louvre, Paris.
Rhenen, Rembrandt Rijn- of Westpoort, 1652-1654. Coll. British Museum
Rhenen. Rembrandt. Rijnpport. 1652-53. Coll. Chatsworth / Devonshire Collection.

Alle boven afgebeelde tekeningen bevinden zich in collecties van vooraanstaande musea. Zij stelden hun tekeningen begrijpelijk niet beschikbaar aan het nieuwe Stadsmuseum Rhenen omdat dit nog niet beschikt over de juiste klimaatvoorzieningen. Wel stelden zij hun digitale bestanden ter beschikking. Rembrandts werk wordt nu in print getoond, vaak op groot formaat.

De tentoonstelling is te bezoeken elke di.wo.do.vr.za. 10.00 – 16.00 uur en elke zondag t/m 15 sept. 10.00-16.00 uur. Adres Markt 20 (ingang Kerkstraat), 3011 LJ Rhenen.

Rhenen. Oude raadhuis. Tuin aangetast door buxusmot. 2019. Foto Carla Oldenburger
Rhenen. Oude Raadhuis. Nieuwe invulling museumtuin, 2019. De fontein in het midden moet nog worden geïnstalleerd. Foto Carla Oldenburger

Dan nog een groen bericht over de museumtuin. Na de droge zomer van 2018 en de schade die de buxusmot had aangericht in de tuin van het stadsmuseum (oorspronkelijk oude middeleeuwse raadhuis, met nog aanwezige vierschaar, gelegen achter de Cunerakerk) heeft men er snel een nieuwe tuin gerealiseerd. Het tuintje (of plaatsje) bestond waarschijnlijk al in de tijd van Frederik van de Palts. De museumstaf heeft besloten, voorzover ik begrijp, de tuin niet weer het slachtoffer te laten worden van de buxusmot, en een eigentijdse oplossing verzonnen. De klinkerrandjes die de buxus begeleidden, zijn onaangetast gebleven, en daarbinnen heeft men de perkjes opgevuld met bloemenrandjes, zoals dat ook wel in de tijd van Frederik van de Palts gebeurde. Misschien moet de keuze van de bloemensoorten nog wat worden aangepast naar soorten die gebruikt werden in de 17de of 18de eeuw, maar de tuin ziet er nu in ieder geval weer fleurig en verantwoord uit. Een kunstwerk van Henk van de Vis zal er blijvend worden opgesteld.

Rhenen, augustus 2019. Tuinbeeld van Henk van de Vis, ter definitieve plaatsing in de museumtuin.

‘Fraeylemaborg: Verborgen schoonheid op Fraeylema’

Fototentoonstelling Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier

09 FEBRUARI 2019 T/M 19 MEI 2019
(overgenomen van https://fraeylemaborg.nl)

Wat zijn er door de jaren heen veel foto’s gemaakt van de Fraeylemaborg! Een hele kunst om daar wat nieuws en origineels aan toe te voegen. Dat is fotografe Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier gelukt.
Vanaf 9 februari 2019 is er een bijzondere tentoonstelling van haar werk te zien in het Koetshuis van de Fraeylemaborg. Deze Amsterdamse fotografe is onder meer bekend door haar tijdloze zwart-wit foto’s van interieurs van Amsterdamse grachtenpanden. In 2014 verscheen haar geprezen publicatie ‘Verborgen schoonheid’, met foto’s uit de eeuwenoude huizen Van Brienen, Van Loon en Willet-Holthuysen.
Reden voor de Fraeylemaborg om deze fotografe uit te nodigen in Slochteren. De afgelopen twee jaar fotografeerde Marie-Jeanne in alle seizoenen de Fraeylemaborg, zowel binnen als buiten.
Ook hier werkte ze in zwart-wit, maar met haar Hasselbladcamera maakte ze nu ook warme verstorven kleurenopnames.

De verstilde foto’s in Amsterdam en in Slochteren laten een wereld van schoonheid zien, soms vol grandeur en andere keren heel eenvoudig. Soms gaat het om een doorkijkje in een fraai vertrek, soms om een detail van een kristallen glas, dan weer de lichtpatronen op een oude plavuizenvloer.
Marie-Jeanne fotografeert zonder kunstlicht en maakt gebruik van het steeds veranderende invallende (zon)licht. Urenlang wacht ze in een kamer op de juiste lichtval voor het maximale resultaat.
Een mooi voorbeeld is het 18de eeuwse marmeren beeld van een tuinnimf in de Grote Zaal van de Fraeylemaborg. In de korte tijd dat het zonlicht dagelijks op dit beeld valt maakte de fotografe close-ups waarbij je de poriën op de arm kan zien als bij een levend model.
Marie-Jeanne is een perfectioniste met oog voor detail. Kernwoorden van haar geheel eigen stijl zijn: soberheid, licht, schoonheid, verstilling en afgestemde kleuren. In de tentoonstelling zijn naast veel interieurs ook tijdloze stillevens te zien, onder de noemer “Contemplation”.

Zie ook https://marie-jeannefotografie.nl/

SLUIPMOORDENAAR DOOR DE TUINEN VAN HET LOO

DANIEL LIBESKIND EN ‘AARDSE ZORGEN’ IN DE TUIN VAN PALEIS HET LOO. WAAR BLIJFT DE KRITIEK OP DE NIEUWE TUIN-AANPAK?

Tuin Paleis Het Loo na de renovatie in 2015. Foto Paleis Het Loo

 

Tuinontwerp / Artist Impression Tuin  Paleis Het Loo 2019 / Daniel Libeskind. Copyright Studio Libeskind 

TUIN PALEIS HET LOO / NIEUWE STIJL                                                        Tuin Paleis Het Loo / Nieuwe Stijl is in voorbereiding.

Van 2 april 2019  t/m  29 september 2019 (en vervolgens nog meerdere jaren te zien) start een presentatie van tuinbeelden van Daniel Libeskind in de tuin van Paleis Het Loo, getiteld: 

THE GARDEN OF EARTHLY WORRIES

Vier imposante eigentijdse abstracte sculpturen naar ontwerp van de architect Daniel Libeskind zullen dan rondom de Venusfontein verrijzen, centraal geplaatst in de middelste vier parterres van de Benedentuin (zie afgebeelde Artist Impressions). Voor het eerst zal er hedendaagse kunst  in de tuin van Paleis Het Loo te zien zijn.

Artist impression Studio Libeskind (D), vanuit het zuidoosten.Copyright  Artist impression Studio Libeskind
Globe. Copyright Studio Libeskind

CONTRAST MET BAROK

De 17e-eeuwse paleistuin verbeeldt het paradijs, als een menselijke weerspiegeling van de perfecte natuur. De aarde verandert echter zienderogen onder invloed van het menselijk handelen. Met de vier beelden plaatst Libeskind een groot contrast in de barokke paleistuin. De beelden symboliseren de elementen ozon, distikstofmonoxide (lachgas), methaan en koolstofdioxide. Volgens de kunstenaar zijn deze gassen schadelijke bijproducten  van ons menselijk handelen en dragen ze bij aan de onbalans in de natuur, leidend tot onomkeerbare klimaatveranderingen met desastreuze gevolgen voor mens en natuur.

Libeskind geeft met zijn installaties een architecturale interpretatie van de barokke paradijstuin en verbindt hiermee de historische tuin met de hedendaagse werkelijkheid.

De presentatie is onderdeel van Paleis Het Loo BuitenGewoon Open. Andere kunstwerken van Daniel Libeskind in Nederland zijn  het Stadsmarkeringsplan Groningen (1990) en het Holocaust Namenmonument in Amsterdam (nog te realiseren). De kunstwerken van Daniel Libeskind worden gerealiseerd door Volumina in Turijn (It.).

(Artist Impressions en tekstdelen overgenomen van de website van Paleis Het Loo).

EN WAT VINDEN WIJ ERVAN?

We hebben niets tegen het idee van Libeskind om aandacht te vragen voor de ‘earthly worries’ die velen van ons delen met elkaar.  Maar is dit de plaats waar deze zorgen moeten worden gedeeld? Met de rijk beplante tuinen van Het loo is juist geprobeerd de schoonheid en rijkdom van de aarde te laten zien en de zorg van de mens voor deze; en moet die schoonheid en rijkdom en zorg juist op deze plaats nu weer gedeeltelijk worden afgebroken door de inbreng van, ongetwijfeld voor velen, onbegrijpelijke beelden? Natuurlijk zal er een bordje verschijnen waarop de symboliek van  ozon, distikstofmonoxide, methaan en koolstofdioxide zal worden uitgelegd, maar helaas,  slechts weinigen zullen het lezen, terwijl ook velen geschokt en verwonderd zullen zijn en, ik hoor het kunsthistorici al zeggen, dat is nu precies het doel van moderne kunst.

Die schok over de tuin van Paleis Het Loo had ik al in 2018 ervaren. De Tuin Nieuwe Stijl bleek ook een nieuw beplantingsplan in te houden. Ik wist van de op handen zijnde veranderingen in het kleurenschema, maar de veel kleuriger beplanting (waarmee ik het in principe eens was, want ook de interieurs zijn veelvormig en veelkleurig) deed mij beslist schrikken. En dat was niet onterecht. Het nieuwe beeld is niet realistisch. Het is te vergelijken met een 17-de eeuws of 18-de eeuws rijkgekleurd bloemstilleven, waarvan we weten dat het niet realistisch is omdat die bloemen nooit in dezelfde tijd in die ene vaas hebben kunnen staan. En in de tuin is nu hetzelfde aan de hand. De planten (bloemen) dateren nu (vanwege een nieuw kleuriger beplantingsplan) uit de 17-de en 18-de en 19-de eeuw en hebben nooit in dezelfde tijd in die ene tuin kunnen staan.

Met de verandering in kleurenschema met niet-realistische beplantingsgevolgen en de toevoegingen van de symbolische beelden voor  ozon, distikstof-monoxide, methaan en koolstofdioxide van Libeskind, zie ik een sluipmoordenaar de tuin in komen en ik vraag me af hoeveel hij ‘stilletjes aan en met goede bedoelingen’ nog meer zal ‘vermoorden’. Dat laatste is toegestaan, want de tuin is geen monument, maar of het wenselijk is, is de grote vraag. We hebben nu voor jaren geen zuivere (neo)-baroktuin meer in Nederland.