Categoriearchief: Interieur

Mirafiori Italiaans restaurant van weleer (jaren vijftig tot 2001)

 

Visitekaartje Restaurant Mirafiori. tekst in wapen: ‘cum necessitate iustitia’ / ‘met de noodzaak van rechtvaardigheid’. Part. Coll.

Binnenkant visitekaartje  Restaurant Mirafiori. Chianti Bucalossi aanbeveling. Part. Coll.

Het Italiaanse Restaurant Mirafiori is waarschijnlijk al voor de oorlog gevestigd in Amsterdam;  in ieder geval is het sinds de jaren vijftig bekend op adres Hobbemastraat nr. 2. Directeur was Giorgio Hadley.  Het woningencomplex waartoe Hobbemastraat 2 behoort,  is een ontwerp van de ingenieur-architect Isaak Gosschalk (1838-1907) en is gebouwd in 1879, nu rijksmonument. In 2001 is Restaurant Mirafiori gesloten wegens faillissement.

De aanleiding van dit Bericht is dat ik op Kerstavond (2025) van mijn nichtjes een nostalgisch cadeautje kreeg, een visitekaartje van Restaurant Mirafiori (met mooie interieur-foto), met de naam en datum van ons bezoek met potlood erop geschreven, nl. 26-12-1957, dat is dus nu precies 68 jaar geleden.

Hobbemastraat 2, hoek Vossiusstraat. Amsterdam. Ingang naar belétage Mirafiori links (in Hobbemastraat), in derde travee van de hoek. Rechts de bomen van het Vondelpark. Foto Stadsarchief 1988

In mijn beleving was dit etablissement het  eerste Italiaanse restaurant in Amsterdam. Ik kwam er geregeld als ik bij mijn oom en tante en mijn twee nichtjes logeerde. Tijdens deze logeerpartijen werden wij kinderen altijd verschrikkelijk verwend; elke dag trokken we er op uit, naar de bibliotheek (we lazen elke dag de hele ochtend in bed), naar een taartjeswinkel of naar een film in Tuschinski en daarna direct oversteken naar de Cineac waar je net zo lang kon blijven zitten als je zin had want de film begon gewoon weer opnieuw. In ons geval werden we aan het eind van de middag opgehaald. In kerstvakanties bezochten we het Kerstcircus in Carré. Ook de poffertjeskraam in het Leidse Bosje stond steevast op het programma.

Interieur Restaurant Mirafiori. Foto op achterkant bovenstaand visitekaartje. Part. Coll.

Maar nu even terug naar Mirafiori. In mijn herinnering leidde een trap vanaf het straatniveau naar de belétage en hoger, waar het restaurant zich bevond. Langs de muren hingen allemaal grote foto’s van filmsterren (Sophia Loren als Aida?) en andere bekende personen. Niet dat die allemaal daar gegeten hadden, denk ik niet, maar het was een spannende muurdecoratie. Het interieur zei me niet zoveel, want daar had ik toen nog geen verstand van, maar het was er gezellig (zie foto interieur) en er waren aardige obers (o.a. Ober Giovanni Raggio, foto van hem in Stadsarchief) in keurige pakken met vlinderdas die ons altijd elegant in het Italiaans  bedienden en ons hielpen met het kiezen van de toen onbekende Italiaanse gerechten. In wijnen waren wij kinderen natuurlijk niet geïnteresseerd, maar aangezien de naam Chianti Bucalossi (uit Certaldo, Firenze) op het visitekaartje wordt aanbevolen zal het toen wel een goeie wijn geweest zijn. Later werd deze wijn in mandflessen van mindere kwaliteit geacht.

Mirafiori was een bekend en chic restaurant in de jaren vijftig. De decennia erna werd het minder chic, maar bleef wel goed aangeschreven als echt Italiaans en gezellig. Ik vond op Internet drie  bekende Nederlanders die er ook voetstappen hebben liggen, Jan Wolkers, Mensje van Keulen en Johannes van Dam (de culinair journalist).

Jan Wolkers (*1925)

illustratieHuwelijksdiner in restaurant Mirafiori te Amsterdam, 1981.  Het echtpaar Wolkers-Gnirrep geflankeerd door Remco Campert (rechts) en diens vriendin Deborah Wolf (links). Foto Steye Raviez

Mensje van Keulen (*1946) wordt door Van Dam geciteerd in ‘Ons Amsterdam’, 2004: Hoewel Van Keulen het woord ‘gezellig’ niet graag gebruikt, moet dat er nu toch even uit. Want hier zat voorheen, op nummer 2, het Italiaanse restaurant Mirafiori. “Het hing vol met foto’s van operazangers en andere ‘sterren’ en de obers waren zéér aandoenlijk. Ze begroetten je altijd in het Italiaans en wisten het meest eenvoudige voedsel aan te prijzen alsof het viersterren-gerechten waren.”

Johannes van Dam (*1946) schreef in ‘Ons Amsterdam’, 2005: over De smaak van nostalgie. Ook aan Italiaans restaurant Mirafiori bij het Vondelpark heb ik heel oude herinneringen. Dat kwam vooral omdat mijn lagere school om de hoek stond en een van mijn speelkameraadjes de zoon van de directeur van het Parkhotel was. We speelden soms ook wel in de gangen daar, want je betrad de woonkamer van de familie via een hotelgang. Mirafiori lag daar pal tegenover. Niet dat ik toen de treetjes op ging, langs het idyllische schilderingetje van een Italiaans landschap. Verre van dat. Maar de keuken bevond zich in het souterrain in de Hobbemastraat en de enige afzuiging was toen een ventilator in het souterrainraam, die de geuren van die keuken de Hobbemastraat in dreef. Ik herinner me dat ik het vond stinken, maar wel zo dat de geur me iedere keer weer opnieuw aantrok.                                                                                                       Later, veel later, kwam ik er ook eten en ik verbaasde me over de zwierige obers die in groten getale rond je tafel draaiden en je veel te dure slechte wijn aanbevolen. In de keuken stonden nog steeds een veel kleiner aantal bezwete slaafjes de gerechten in elkaar te flansen; de kwaliteit van het eten was duidelijk niet waar Mirafiori op draaide. Met de komst van kwalitatief veel betere Italianen legde Mirafiori dan ook het loodje.

# ons amsterdam, #vondelpark, #stadsarchief Amsterdam

Tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh

Buitenplaats Trompenburg. ’s Graveland vanuit de lucht. Noorden rechts. Foto

In het Erfgoedhuis Hilversum bij de Bibliotheek Hilversum is een pop-up tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh te ’s Graveland. gestart. De expositie richt zich op het  heden en verleden van deze hele bijzondere buitenplaats. Zowel het fantastische 17de eeuwse huis als ook de  tuin en het park komen ter sprake, vanaf de bouw door Cornelis Tromp en Margaretha van Raephorst na het Rampjaar 1672 tot aan de restauratie van vandaag.

Wat zijn de plannen voor de restauratie van de tuinen en het park?
In 2009 werd ons bureau al gevraagd naar onze eerste mening over een eventuele restauratie van de tuin en het park. We adviseerden toen eerst een onderzoek naar de geschiedenis van de tuin te laten doen; in 2023 raakten we weer betrokken bij de restauratie van de tuin, nu in opdracht van  ‘Mooi Noord-Holland’.  We bestudeerden toen het plan Karres en Brands, dat uitgevoerd gaat worden. Het ontwerp voor de eilanden en de boomgaarden  is gebaseerd op het 17de eeuwse ontwerp met hagen die de eilanden omringen, terwijl het 19de eeuwse parkbos de oorspronkelijke landschappelijke structuren zal behouden.
Het zal heel moeilijk zijn de boomgaard te beplanten met 17de eeuwse vruchtbomen want appel- en perenrassen uit die tijd zijn er eigenlijk niet meer. Dat zullen wel 19de eeuwse rassen worden. We wachten het af.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh door Bureau Karres en Brands. Stippellijn geeft oorsprnkelijke situatie aan. Ontwerp op basis van 17de eeuws ontwerp.. Noorden boven.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh, door Bureau Karres en Brands. met oprijlaan. 2023. Noorden boven.

Bekend is ook nog een ontwerp van Copijn / Bruine Beuk uit 1998. Naast oude prenten en nieuwe ontwerpen worden op de tentoonstelling bijzondere vondsten getoond: een deel van de oorspronkelijke steektrap, een trotseerloodje uit 1678, kleurtesten en aantekeningen van restauratoren.

📍 Bibliotheek Hilversum, ‘s-Gravelandseweg 55, Hilversum
☕️ Entree via leescafé en ArtHilversum
🕛 Open: ma t/m za van 12.00–17.00 uur
🎟️ Toegang gratis

Bezoek aan Landgoed Staverden i.v.m. 50 jarig bestand BAC / BeheerAdviesCommissie

Mooie samenkomst op Landgoed Staverden.
Bassin in Tuinen Staverden richting beeld van de Witte Pauw.
Foto Carla Oldenburger

De BAC/BeheerAdviesCommissie van Geldersch Landschap bestaat 50 jaar. Dat is een mooie gelegenheid om de leden van afgelopen 50 jaar bijeen te roepen op één van de landgoederen van GLK, waar op dit moment iets interessants valt te beleven, zo had de directie gedacht. Dat was dus gisteren (18 november) en we troffen elkaar op Staverden waar de restauratie van het huis (uit ca. 1910, kasteel genoemd) in volle gang is. We werden rondgeleid van kelder tot zolder in het huis, vooral heel interessant om de historische overblijfselen te zien, zoals tegels, profielen, super hoge en brede deuren, prachtige plafonds, veranda en balkons en vooral de ligging ‘in het water’ met uitzicht over het water op de oevers en bomen aan de overkant. Ik was natuurlijk ook erg benieuwd naar de status van de tuinen en het park, een ontwerp van Juliet Oldenburger, naar het ontwerp van P.H. Wattez. Het eiland met Leonora, de gerestaureerde ijskelder met nieuwe toegang, de staat van de berceau, het pauwenverblijf met eigen hof etc. etc., het zag er allemaal fantastisch uit.
Dank aan GLK voor deze geweldige middag.
Zie ook Welkom-pagina voor enkele foto’s en Groen-Ontwerpen
voor het ontwerp.
Uitleg over nieuwe heester-aanplantbij de ijskelder. v.l.n.r. Rob Schouten, Rienk-Jan Bijlsma en tuinarchitecte. Foto Carla Oldenburger
Uitzicht vanaf balkon Kasteel Staverden naar het noorden. Foto Carla Oldenburger

Kerstconcert Nieuwe Kerk en het wonder van de orgelluiken

Mijn schoonzoon Walther Schoonenberg was uitgenodigd voor het Kerstconcert (orgelconcert) in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik mocht mee omdat mijn dochter in de St. Nicolaaskerk moest zingen met de Schola Cantorum Amsterdam. Na het welkomswoord van directrice Annabelle Birnie, voltrok zich een klein wondertje. We zaten op de eerste rij en moesten heel erg omhoog kijken om te zien hoe het orgel zich opende. Nooit had ik beseft dat de orgelpijpen, als het orgel niet bespeeld werd, achter zulke schitterende gebogen beschilderde (door Jan Gerritsz. van Bronckhorst) luiken schuil gingen. Voordat het concert begon werden deze ‘luiken’ dus geopend, Fascinerend hoe dat onzichtbaar (op de foto zie je de touwen die aangetrokken werden over een katrol denk ik) in zijn werk ging.

Kerstconcert Nieuwe Kerk Amsterdam, 2024. De luiken, beschilderd door Jan Gerritsz. van Bronckhorst  worden geopend. Foto Carla Oldenburger

We hebben genoten van het concert, vooral van het sluitstuk, Toccata in F van Bach, schitterend gespeeld door organist Henk Verhoef, organist van de Nieuwe Kerk en organist en beiaardier van de Vrije Universiteit en leider van het vocaal ensemble Camarata Oude Kerk.

Na de grote brand van 1645 werd aan Hans Wolff Schonat de opdracht voor een nieuw orgel gegeven, in een kas naar ontwerp van Jacob van Campen.

Dank voor de uitnodiging Annabelle Birnie, directrice van de Nieuwe Kerk en het H’ArtMuseum Amsterdam, we hebben genoten.

Kasteel Rechteren, het water en de ontwerpen van Leonard Springer

Het hoge water heeft de aanleg van de tuinen bij Kasteel Rechteren altijd parten gespeeld.

Topografische Kaart Nederland.  Linker kaart detail Rechteren 1896;                                                     Rechter kaart detail Rechteren op zelfde schaal 2023

Kasteel Rechteren met zijn ronde veertiende-eeuwse toren, is het meest indrukwekkende bouwwerk van de omgeving. Op het gebied van tuinarchitectuur is Rechteren echter altijd karig bedeeld gebleven. Mogelijk is het vroeger regelmatig onderlopende rivierenlandschap hier de oorzaak van.

Abraham de Haan, 1729. Achterzijde Kasteel Rechteren. Het kasteelterrein is ommuurd en omgracht. Foto Wikipedia
Kasteel Rechteren ligt eigenlijk op een eiland,  in een landschappelijk gestileerde waterpartij, aan een dode arm van de Overijsselse Vecht. Deze aanleg bestaat deels uit een vergraving van de oorpronkelijke omgrachting van het slot, deels uit de vroegere stromende Vecht en moet omstreeks het begin van de negentiende eeuw gerealiseerd zijn. Voor het eerst te zien op de Top. Militaire Kaart 1850.
De ronde toren dateert uit 1320 en ook de woonvleugel stamt nog uit de middeleeuwen.
Tuinen vóór en opzij (NO_zijde) van Kasteel Rechteren. Ontwerp Leonard Springer, 1911. Collectie Speciale Collecties WUR
Het huis werd vele malen verbouwd en had in de negentiende eeuw de allure van een landpaleis. Van 1909 tot 1919 heeft de tuinarchitect L.A. Springer hier voor het huis en opzij van het huis neo-barokke parterres ontworpen en aangelegd, zowel een cirkelvormige op het voorplein als rijk gedecoreerde sierperken binnen de omgrachting aan de NO-kant van het kasteel.
Hoe lang deze decoratieve parterres zijn gehandhaafd is onduidelijk. Toen Springer in 1935 de opdracht kreeg de randbeplanting langs het water nabij het kasteel te veranderen, tekende hij zelf een bloementuin in een andere vorm dan in 1911 en noteert hij het gedeelte achter de oostelijke zijvleugel, als rozentuin. Op onderstaande foto is ook al duidelijk dat de siertuin vereenvoudigd is. We zien alleen enkele vormbomen en gras. Achter de siertuin heeft altijd de moestuin gelegen. Op bovenstaande recher kaart uit 2023 is de plaats van de moestuin nog duidelijk te herkennen aan de rode lijnen (moestuinmuren) binnen de omgrachting. In de nieuwste plannen werd een boomgaard op die plaats getekend.
Kasteel Rechteren te Dalfsen. Met ronde parterre van Leonard Springer op het voorplein (1911).  Het lijkt of de p`rterre achter het kasteel al sterk vereenvoudigd is. Luchtfoto 1928. Foto Website Kasteel Rechteren
Het landgoed (1225 ha.) heeft een agrarisch karakter met zeer oude boerderijen. Vanaf de weg is het kasteel te zien, maar de omgeving rondom is niet toegankelijk. In de omliggende rivierduinbossen is wandelen toegestaan.
staat een uitgebreide fotoreportage uit 1909 afgebeeld.  Wel veel foto’s van de rijke interieurs, maar geen foto’s van de neo-barokke parterretuin ten noordoosten van het kasteel. Maar waarschijnlijk was die net nog niet gerealiseerd. Eén foto is afgebeeld van de cirkelvormige bloementuin die voor het huis was gelegen en tegenwoordig ook vereenvoudigd is tot een grascirkel.
Deze beschrijving is deels overgenomen uit de Gids voor de Nederlandse Tuinarchitectuur, deel 1 (1995). Auteurs: Carla Oldenburger-Ebbers, Anne Mieke Backer en Eric Blok.

Kleuropdracht trappenhuis Oudezijds Achterburgwal

Ons bureau heeft weer een kleuropdracht ontvangen: een trappenhuis op de Oudezijds Achterburgwal. Dat is natuurlijk een specialiteit van Juliet; zij wordt er steeds meer ervaren in.

Juliet en het kleurentrapje van trappenhuis Oudezijds Achterburgwal. Foto Walther Schoonenberg

Kleur in de architectuur is (sinds 2015) een nieuwe richting van ons bureau. Wij doen onderzoek naar historisch kleurgebruik en maken ontwerpen voor de toepassing van kleur op gevels en in interieurs.          De kleuren worden gebaseerd op (kleur)historisch onderzoek -het maken van en het werken met een kleurentrapje is de eerste stap, zie foto-, de plaatselijke bouwtraditie en praktische kennis van historische verfpigmenten. De eerste opdracht was in 2015  en betrof het houtwerk van het huis ‘De Ladder Jacobs’ aan de Oudezijds Voorburgwal. Hierna volgden enkele andere huizen in Amsterdam, een hele gevelwand bestaande uit vijf huizen in de Egelantiersstraat, een aantal gevelstenen (o.a. in het Egelantiershofje), delen van een kerkinterieur (Vermaning Middenbeemster) en het uithangbord van de Doopsgezinde Kerk aan het Singel. 

Nieuwe (boven) en oude (beneden) uithangbord van Doopsgezinde Kerk aan het Singel Amsterdam. Foto’s Walther Schoonenberg

Een van de kelders van het Aalsmeerder Veerhuis is nu als kleur-atelier ingericht. Hier vindt het voorbereidend onderzoek plaats en worden de kleinere opdrachten onder handen genomen, zoals het uithangbord van de Doopsgezinde Kerk.

Juliet Oldenburger in het kelder-atelier (Aalsmeerder Veerhuis), waar de ontwerpen voor gevelkleuring op basis van kleurentrapjes worden gemaakt. Foto Walther Schoonenberg

Het onderzoek in het trappenhuis Oudezijds Achterburgwal wees uit dat het houtwerk oorspronkelijk was ‘gehout’ in verschillende donkere houtkleuren (eiken), vervolgens in verschillende lichte houtkleuren, dan in verschillende tinten die hout moesten imiteren -een soort roodachtige okers-, dan gele okers en vervolgens verschillende kleuren groen. Gekozen is nu voor het terugbrengen van twee okerkleuren. Al het houtwerk in het trappenhuis (trap en deuren etc.) wordt dus okergeel.

Tenslotte nog een foto van het huis op de Oudezijds Achterburgwal

Het meest rechtse huis is het huis waarvan het trappenhuis nu (2024) wordt geschilderd in oker, na kleuren-onderzoek door Juliet Oldenburger. Collectie Stadsarchief Amsterdam-

Mei-vakantie in Italië en Amsterdam

(284) Wij zijn met vakantie, maar willen onze trouwe lezers ook wel laten mee genieten met enkele mooie en interessante natuur en kunst die we zoal tegenkomen. Juliet reist in Italië (foto’s Paestum en Villa Oplontis) en Carla zit op het werkadres in Amsterdam (foto’s Rijksmuseumtuin en Tulpen ‘Museum’) Enige foto’s zeggen meer dan woorden.

Zie ook het al eerdere geplaatste Bericht op 28 april, https://www.oldenburgers.nl/2022/04/28/tuin-van-de-hesperiden-in-de-villa-poppaea-villa-oplontis/

Juliet in Paestum. Foto Walther Schoonenberg
Villa Oplontis in Oplontis. Pauw in aviarium. Foto Walther Schoonenberg
Villa Oplontis in Oplontis. Foto Walther Schoonenberg
Tulpen voor de deur van het Tulpen ‘Museum’ op de Prinsengracht te Amsterdam. Foto Carla Oldenburger
Deeltuin Rijksmuseum. Voorzijde links. Foto Carla Oldenburger
Detail voorgaande foto

Winter(tuin) in Amsterdam in vroeger dagen

(259) Gisteren werd een nieuw fotoboek van Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier aangekondigd, getiteld ‘WINTER IN AMSTERDAM’. De foto’s zijn van Marie-Jeanne en deze gaan gepaard met een essay van Oek de Jong. Het boek zal door Waanders worden uitgegeven. De dag van verschijnen is 17 november 2021.

Als grapje vroeg ik aan Marie-Jeanne of er ook een foto van de WINTERTUIN VAN KRASNAPOLSKY in het boek voorkomt, hoewel ik natuurlijk begrijp dat het begrip ‘Wintertuin’ niet strikt valt onder de titel ‘Winter in Amsterdam’. Daarom dit berichtje op onze eigen website, met mooie plaatjes van de prachtige Wintertuin van Krasnapolsky (op de hoek van de Dam en de Warmoestraat in Amsterdam) in vroeger dagen.

De foto’s en prentbriefkaarten zijn overgenomen van de Beeldbank van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB), die vele foto’s bevat van Amsterdamse grachten, straten, pleinen, parken, tuinen etc.

Wintertuin van Café Krasnapolsky. Zicht van bovenaf op de met rood-wit-blauwe linten versierde zaal met Thonet-café-stoelen. Vóór 1905 (waarschijnlijk 1898, het jaar van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina)
Prentbriefkaart als boven, maar uitvoering zwart/wit. Kelner 1 Snaps heeft van deze kaart zijn visitekaartje gemaakt. Vóór 1905 (waarschijnlijk 1898)
Merkteken / Logo van Fa. Thonet Wenen, vanaf 1881
De Wintertuin van Krasnapolsky met Thonetstoelen en een aantal tafels met tafellaken. Een enorm hoog planten-ornament in het midden en ook hangende planten. Na 1905
De wintertuin van Hotel Krasnapolsky. Met gedekte tafels en Thonetstoelen met gebogen rugleuning en spijlen. Vóór 1921

De indeling en versiering van de zaal, de modellen van de stoelen, de rood-wit-blauwe linten, de aanwezigheid van kroonluchters etc. zijn alle elementen die helpen het jaartal van de inrichting te bepalen.

DIASHOW: HAND-TAPIJTKNOPERIJ KINHEIM BEVERWIJK (1910-1973)

https://www.slideshare.net/CarlaOldenburger/carpet-factory-kinheim-beverwijk-kleur-designers-orders-catalogue-exhibitions

(884 x bekeken op Slideshare.nl)

(234) Gisteren (19 maart 2021) stond er in de dagelijkse Berichten van het tijdschrift MONUMENTAAL een artikeltje over Deventer Tapijten in Huis van Brienen (Herengracht 282, Amsterdam).

Deventer tapijt in Huis van Brienen Amsterdam

Deze tapijten werden in Deventer vervaardigd in de  Koninklijke Deventer Tapijtfabriek (1797-1978). Maar er waren meer tapijtfabrieken, waaronder de Hand-tapijtknoperij Kinheim te Beverwijk (1910 tot 1973). De grootste collectie tapijten uit Beverwijk bevindt zich in Museum Kennemerland te Beverwijk. Op de website van dit museum staat onder meer te lezen:
“Hendrik Godefridus Polvliet startte volgens het handelsregister de Tapijtknoperij ‘Kinheim’ op 1 september 1910 aan de Zeestraat 104 te Beverwijk. Oorspronkelijk zat het bedrijf aan de Vondellaan in Beverwijk, toen nog Spargielaan geheten. Zijn vrouw, mevrouw C.M. Polvliet – Van Hoogstraaten (1883-1966), was daar al in 1909 gestart met de handtapijtknoperij ‘Kinheim’. Op kleine schaal werden hier met de hand tapijten geknoopt. Zie verder het hele document van het museum en bovenstaande diashow.

CREOOLSE (?) geschilderd in Atelier door Simon W. Maris, Keizersgracht 498, A’dam

(231) De bekende Amsterdamse portretschilder Simon W. Maris (1873-1935) was een zoon van de beroemde landschapsschilder Willem Maris (1844-1910) en een achterneef van onze (over)grootmoeder Carolina Sophia Vogelesang. Sinds 1901 was hij de gelukkige eigenaar van pand Keizersgracht nr. 498 te Amsterdam. Zie de archieffoto hier beneden afgebeeld.

Zijn portret Isabella zien we deze maanden veel afgebeeld in verband met de tentoonstelling Slavernij, te bewonderen vanaf het moment dat de deuren van het Rijksmuseum na de lockdown weer open gaan. De voormalige titel van het schilderij is ‘Indisch type, Oostersch meisje zittend in een fauteuil’, later ook aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’.

De keuze van dit schilderij op de affiche van de tentoonstelling heeft te maken met het feit dat het museum de nadrukkelijke wens koestert ‘inclusief’ te werken, dwz. voor IEDEREEN. Ook bij de presentatie van schilderijen streeft men er naar voor allen, ongeacht ras, stand of afkomst, toegankelijk, interessant en aantrekkelijk te zijn.

Simon Maris. Isabella (voormalige titel: ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’). Ca. 1906. Olieverf op doek. 41 × 29 cm. Amsterdam, Rijksmuseum

 

Foto’s van Isbella (ca. 1906), genomen door Simon Maris in zijn atelier.. Coll. RKD Den Haag

 

Zoals gezegd voorheen werd dit meisje aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’. Nu zouden we zeggen een nakomelinge van een tot slaaf gemaakte voorouder. Uit recent (2020) onderzoek is gebleken dat haar voornaam Isabella was. De identificatie kwam tot stand door teruggevonden foto’s en verwijzingen in het archief van de schilder. Haar leeftijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar, -volgens schatting van het Rijksmuseum- toen zij in Maris’ atelier op de Keizersgracht 498 poseerde voor haar portret.

Is Isabella werkelijk een Indisch / Oostersch type of Negerinnetje? Dat is moeilijk af te lezen van dit portret. Mogelijk een Hindoestaans meisje of een Creoolse. Een mix was niet gebruikelijk aan het begin van de twintigste eeuw. Had Simon mogelijk een voorliefde voor getinte vrouwen uit andere landen omdat zijn eigen voorgeslacht ook uit een ander land (Tsjechië / Praag) afkomstig was? Zijn overgrootvader Wenzel Maresch had immers zijn vaderland verlaten om deel te nemen aan de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk en was uiteindelijk (ca. 1806) in Amsterdam terecht gekomen. Daar vestigde hij zich eerst als steenhouwer, later werd hij boekdrukker in Den Haag. Het is bekend dat Simon tijdens WO I ook een serie portretten maakte waar een Roma-familie model voor stond. Deze familie was gestrand met een Duits schip voor de haven van IJmuiden en Simon zorgde -als lid van een liefdadigheiscomité- er voor dat deze familie in Amsterdam onderdak kreeg.

 

Keizersgracht 498 (dichtbij de Leidsestraat), middelste huis, in 1901 gekocht en verbouwd door Simon Willem Maris. Hij liet de 3de en 4 de verdieping verbouwen tot een groot schildersatelier, met een groot raam op het noordoosten
Sigmund Löw (toegeschreven aan), 1905. Simon Maris in zijn atelier op Keizersgracht 498, Amsterdam. Collectie RKD Den Haag.

Een portret van een donkere man, passend bij de komende tentoonstelling in het Rijksmuseum, wil ik in dit verband ook hier afbeelden. Het is een portret dat Juliet tijdens haar opleiding aan de Koninklijke Academie Den Haag heeft gemaakt. De naam van deze jongeman die model heeft gezeten is helaas ons onbekend.

Juliet Oldenburger. Man zit model op de Koninklijke Academie Den Haag. Ca. 1990. Part. Collectie Arnhem