Categoriearchief: Stadsparken

Klimaatadaptatie en Energietransitie zijn deze jaren speerpunt van RCE

Zocherpark Utrecht (met links Sint-Gertrudiskathedraal aan het Willemsplantsoen) langs de oevers van de Catharijnesingel. De zachtglooiend aflopende oevers van Zocher zijn veranderd in een droogtebestendige beplanting, waterberging en herstel van historische schaduwrijke structuren

Dat de RCE zich in haar beleid en kennisprogramm’s richt op specifieke thema’s is bekend. Denk bijvoorbeeld aan archeologie. Nu in deze jaren staan het Kennisplan Erfgoed Post-1965 en Klimaatadaptatie en Energietransitie centraal. Erfgoed Post-1965 heeft al geleid tot het aanwijzen van enkele jonge groene rijksmonumenten, zoals de Ecokathedraal in Mildam (1965) en de Spiral Hill in Emmen (1971). Zie ons eerdere Bericht

Bij Klimaatadaptatie is het belangrijk hoe (ook groene) monumenten  (zoals het Zocherpark in Utrecht, zie foto hierboven) verduurzaamd en aangepast kunnen worden aan klimaat-verandering. Voor onderhoud en reorganisatie van deze monumenten is een omgevingsvergunning nodig, gebaseerd op tuinhistorisch onderzoek.

Via de website van de RCE zijn nu waardevolle hulpmiddelen beschikbaar om geïnteresseerden verder te helpen bij het ondernemen van stappen die nodig zijn om hun plannen op het gebied van ruimtelijke inrichting te realiseren.
Vooraanzicht Buitenplaats Ipenrode met vroegere dierenweide. Haarlems Dagblad, 14 maart 2025. Lees over de toekomstplannen.
Na dit hele verhaal wordt het me langzaam aan duidelijk waarom ik op Linkedin minder nieuws (in de vorm van Bijdragen) vind over herstel van historische tuinen en parken. Natuurlijk blijft het uiterst belangrijk deze te blijven onderhouden maar het speerpunt van RCE ligt op reorganisatie in de richting van klimaatadaptatie op plaatsen die daarom vragen. Bijvoorbeeld:
open pleinen en brede straten in dorpen en steden vragen om schaduw (aanplant van bomen?);
-gevarieerde historische (soms uitheemse) beplantingen op buitenplaatsen vragen soms om droogtebestendige aanpassingen;
– open (dieren)weiden (zoals genoemd in het krantenartikel over Ipenrode) gelegen voor of achter kastelen en landhuizen vragen om droogtebestendige gevarieerde beplantingen;
-op droge gronden zal het bomenbestand (vooral beuken en berken) langzaam teruglopen en kunnen afsterven. Een meer weerbaar bomenbestand is dan vereist.
De komende tijd kunnen onze lezers Berichten en Bijdragen op deze website en op Linkedin verwachten over droogtebestendige boom- en plantensoorten.
We zullen dit onderwerp de komende tijd streng bewaken.

Brief aan de stad Amsterdam 750

Mijn brief aan de stad

Ik doe mee aan  Project ‘Brief aan de stad’ [Amsterdam], een onderdeel  van Project ‘Schrijven naar de Toekomst’.

26 oktober werden deze brieven in het Stadsarchief aangeboden en het is de bedoeling dat ze over 50 jaar pas weer geopend worden.

ingestuurd door Carla Oldenburger (1939).

Mijn biografie van groen-Amsterdam

Als kleuter droomde ik vaak van een autoped met luchtbanden en van vlinders in onze tuin. Maar er was geen enkele kans op die autoped want het was oorlog en we hadden niet eens genoeg geld om te eten. Buitenspelen vond ik ook eng, ik was bang voor de Duitse soldaten die in de school tegenover het huis van mijn oma en opa waren ingekwartierd. Mijn speelruimte was dus voornamelijk beperkt tot binnen, thuis op de Geuzenkade (wel gelukkig een tuin en ’s winters op het ijs van de Kostverlorenvaart) en bij mijn grootouders in de Bonairestraat en de Pieter Langedijkstraat. 

Vandaar dat ik heel graag met een van mijn beide ouders op pad ging, eendjes voeren in het Vondelpark met mijn moeder of op de fiets richting de Nieuwe Meer met mijn vader, naar het volkstuincomplex Ons Buiten. En of dat nog niet genoeg was, naar de fazanten en kalkoenen en de mooie tuin met vlinders in de Geuzenhof (Ontwerp Mien Ruys).

Tuin Geuzenhof, met vooraan volière met (vóór WOII) kalkoenen,  fazanten, kippen en .een pauw. Foto Stadsarchief

Op deze plaatsen, in het Vondelpark, en Ons Buiten en de Geuzenhof, liggen mijn groene Amsterdamse roots. Belangrijk voor mij omdat ik later bioloog ben geworden en ik eigenlijk nu pas (in mijn 86-ste levensjaar) besef dat stadsgroen als inspiratiebron niet onderdoet voor natuurbeleving in de Franse Alpen of in het tropisch regenwoud. Met veel belangstelling heb ik de laatste jaren dan ook de renovatie van de Geuzenhof gevolgd en evenzo die van het Vondelpark een paar jaar geleden.

Eén fietsroute herinner ik me nog als de dag van gisteren. Vóór op de fiets van mijn vader reden we van huis uit over de Geuzenkade en de Baarsjes (langs de Kostverlorenvaart), vervolgens over de Sloterkade en het Jaagpad (langs de Schinkel) naar het volkstuincomplex Ons Buiten aan de Nieuwe Meer. Onderweg was het altijd mijn vurige wens om over alle putdeksels te rijden omdat die telkens zo’n heerlijke muzikale klik-klak gaven als je daar  over heen reed. Ik kan dat geluid nu nog duidelijk horen. Als we langs de Schinkel het trappetje naderden, dat toegang gaf tot Begraafplaats Huis Te Vraag, begon mijn vader sterke verhalen over zijn grootvader Laurens Vogelesang te vertellen (hij en zijn vrouw Johanna Hendrika Maris liggen op Te Vraag begraven).

Ingang Begraafplaats  Huis Te Vraag. Huisje voor de grafkransen. Foto Carla Oldenburger

Deze opa had de beroemde Jac. P. Thijsse goed gekend. Opa Laurens was namelijk hoofdonderwijzer geweest (periode 1890-1911) op de Koningin Emmaschool aan de Passeerdersgracht en heel toevallig was de beroemde natuurbeschermer Thijsse in die periode ook hoofdonderwijzer (1892-1898) op een school aan de Passeerdersgracht, namelijk op de school die onder één dak was gebouwd met de Kon. Emmaschool. Helaas heb ik geen bewijzen van hun kennis aan elkaar, maar in onze familie werd wel veel en lovend over Thijsse gesproken en nog steeds hebben we alle Verkade-albums en andere boeken van zijn hand in bezit. Naar het graf van Opa Laurens ben ik nog wel eens op zoek geweest, maar de begraafplaats wordt tegenwoordig zó ‘romantisch’ onderhouden, dat de meeste graven onherkenbaar verdwenen zijn onder het overhangende loof. Door toedoen van kunstenaar en bewoner van de voormalige aula, Leon van der Heijden (1938-2020), is een uniek gravenpark ontstaan, dat zijn weerga niet kent. Leon heeft wat je noemt zijn ziel in het park gelegd en daardoor zijn alle graven natuurhistorische monumentjes geworden.

Ook het Vondelpark (naar ontwerp van de bekende tuinarchitecten Jan David en Louis Paul Zocher) was in mijn eerste levensjaren een bekende plek voor mij. In 1943, toen ik vier maal jarig was geweest, werd het park gesloten door de Duitse Wehrmacht, maar vóór die tijd wilde ik heel graag met mama ‘uit, uit, uit’ om daar de eendjes te voeren en tegen de zwanen en de roeken en de reigers te praten. Er waren nog geen halsbandparkieten, die had ik vast ook heel mooi gevonden, die knalgroene vogels met hun rode snavels. 

In het Amsterdamse Bos (Boschplan, ontwerp Jacoba Mulder) leerde ik mijn eerste wilde planten kennen. Mijn vader was altijd op jacht naar nieuwe soorten die hij nog niet kende, met het gevolg dat ook ik op mijn manier met die planten kennis maakte. Fietsen naar het Boschplan stond eigenlijk ook altijd op mijn wensenlijstje. 

Boschplan. Brug over kanaal tussen Bosbaan en Nieuwe Meer.  Foto Wikipedia

In de winter van 1944/1945 veranderde er veel in mijn kleuter-leventje. Mijn ouders maakten zich toen ernstig zorgen over mijn gezondheid, omdat er nauwelijks genoeg te eten was in de stad. Vele moeders gingen ‘de boer op’ om eigendommen te ruilen tegen vlees en boter en aardappelen. Ik werd dan ondergebracht bij mijn oma en opa in de Bonairestraat, dáár vooral liggen mijn oorlogsherinneringen. Nog jaren lang heb ik gedroomd van marcherende soldaten, die mij de grond instampten als ze terugkeerden in hun hoofdkwartier. Tenslotte werd ik ‘naar de boeren’ gebracht in Dirkshorn, waar de familie Duinkerken mij als hun eigen kind heeft opgevangen. Ik vond het fantastisch omdat ik nu opeens broertjes en zusjes had en van hen een heleboel kon leren zoals melken en karnen en helpen de dieren te verzorgen, vooral kippen voeren vond ik erg leuk, werken in de moestuin en in de bessengaard met rode en zwarte bessen en kruisbessen, groenten schoon maken en verwerken enz. enz. De korenbloemen en klaprozen bloeiden nog op de akkers en als ik me goed herinner gingen we nog met paard en wagen naar de molen om graan te brengen en meel te halen voor het brood. Ik was dus weer in het groene leven terecht gekomen, nu -voor even- buiten Amsterdam.

korenbloemen en kamille op een akker. Foto Wikipedia

Nu tachtig jaar later, is de stad Amsterdam toch voor mij een groene levensbron gebleken. Ik idealiseer natuurlijk, maar vanuit de groene beelden die ik altijd in mijn hoofd heb bewaard en vanuit de kennis die ik in al die jaren erna heb opgedaan, doemen beelden op van een groene toekomst voor de stad. Amsterdam is altijd een groene stad geweest, denk aan de iepen langs de grachten en de keurtuinen tussen de grachten, maar is al dat groen wel voldoende voor de aankomende hete en natte zomers? Er lopen al allerlei projecten om straten meer schaduwrijk te maken en om bij nieuwbouwplannen naast open speelpleinen in de zon ook vooral aandacht te schenken aan beschaduwde paden en pleinen (door lindes en platanen) en koele waterpartijen. Is het ook mogelijk en wenselijk de binnenplaatsen van het Burger Weeshuis (Amsterdam Museum) of de Dam te vergroenen? We denken dan gauw aan zitjes bedekt door het loof van dakplatanen of andere dakbomen…Toch maar liever niet zou ik zeggen. De Dam is vanouds een open plein, het centrum van de stad. Door die openheid komt de architectuur van het voormalige stadhuis (later veranderd in koninklijk paleis) prachtig tot uiting en dat willen we graag zo houden. Wel zou het misschien mogelijk zijn de Dam aan de kant van de Bijenkorf te vergroenen, daar heeft tenslotte tussen 1925 en 1947 al eens eerder een plantsoentje gelegen. En laten we niet vergeten, het Rode Loper Project is van kleur veranderd (klinkers van rood naar grijs), maar voor mij zou vooral groen de kleur van de loper moeten zijn.

Rhenen augustus 2025.

Een vereniging van tuinkunstenaars. 100 jaar NVTL

Een vereniging van tuinkunstenaars: Grondleggers van de tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland. Ede (Blauwdruk), 2025.
(tekst gedeeltelijk overgenomen van de NVTL)

Zie ook Bericht elders op deze website (28 mei 2022) met alle namen van leden in 1923/1924.

‘Een vereniging van tuinkunstenaars’

Het langverwachte boek door Uitgeverij Blauwdruk, gemaakt naar aanleiding van het 100-jarige bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur komt uit. Er wordt niet alleen teruggeblikt naar de oprichting van de BNT, wie de oprichters waren en wat hen bewoog, maar ook verbinding gelegd met de huidige stand van het vakgebied. De doelstellingen van de vereniging uit 1922 zijn nog verrassend actueel voor de NVTL anno nu.

Eerste ALV 1923 – bron Special Collections, Wageningen University & Research – Library

Het boek bevat een uitgebreide inleiding van Erik A. de Jong, een nawoord van Ben Kuipers, een voorwoord van Young NVTL, foto-essays van Jeroen Bosch en portretten van de leden en bestuursleden van het eerste uur en een selectie van hun projecten in woord en beeld. Het groene erfgoed van een eeuw oud ligt er verrassend genoeg veelal goed bij.

De portretten zijn geschreven door de volgende auteurs:

Pieter Westbroek geschreven door Anja Guinée, Leonard Springer en Henri Hartogh Heys van Zouteveen door Patricia Debie, Hugo Poortman door Anneke Coops, Jacoba Hingst door Sandra den Dulk, Tine Cool door Liesbeth Missel, Wim Sluiter, Jo Bouwens en Anthonij Herman Haarsma van Oucoop door Eric Blok, Jan Jacob Denier van der Gon door Karin Laarakker, Samuel Voorhoeve door Rob Aben en Jeroen Bosch, Jan Bijhouwer door Gerrie Andela, Adriaan van Laren door Carla Oldenburger, Gustav Adolf Overdijkink door Henk van Blerck en Dirk Tersteeg door Gerrie Andela en Anja Guinée.

Het boek is gesponsord door NVTL, Stichting NHBOS en Jaap Harten Fonds.

Lees meer over de publicatie.

De mammoethboom (Sequoiadendron giganteum) in het Abraham Ledeboerpark

Mammoethboom, Adraham Ledeboerpark, Enschede. Foto Wikipedia

De verkiezing van de Boom van het Jaar 2025 is geworden de Mammoethboom in het Abraham Ledeboerpark in Enschede.

De Volkskrant meldde gisteren (14 oktober 2025): Met ongeveer 35 meter hoogte en een omtrek van bijna 8 meter is de Sequoiadendron giganteum (‘sequoia’, of mammoetboom) een indrukwekkende verschijning in het Enschedese Abraham Ledeboerpark. Oorspronkelijk komt de boomsoort uit de Verenigde Staten, waar in Californië het bekende Sequoia National Park te vinden is. De bijzondere Enschedese mammoetboom werd dinsdag uitgeroepen tot Boom van het Jaar 2025.

Over de leeftijd en de geschiedenis van de boom gaat het verhaal verder: Hij zou zijn geplant door de familie Ledeboer, die in de tweede helft van de negentiende eeuw het landgoed ’t Wageler in bezit kreeg, wat later het Ledeboerpark zou worden. De textielindustrieel Abraham Ledeboer liet, geheel in de trend van die tijd, op het landgoed een ‘Engelse tuin’ aanleggen…

…De familie Ledeboer was een welvarende textielfamilie, waardoor zij verre reizen kon maken. De mammoetboom zou rond 1890 door de Ledeboers zijn geplant met zaden die de familie had meegenomen uit Californië.   …   Maar Olaf Visscher, archivaris bij het Archief Twentse Textielfamilies, ontdekte eerder dit jaar dat de boom al sinds 1866 in het park bleek te staan. In een oude factuur, getiteld plantsoen voor uw aanleg rond ’t Wageler, wordt eerder contact beschreven tussen tuinarchitect Dirk Wattez en Hendrik Jan van Heek, een andere textielfabrikant. De factuur voor de mammoetboom bedroeg 300 gulden. Daarmee is deze mammoetboom niet alleen een van de breedste, maar ook een van de oudste bomen in Nederland.

Abraham Ledeboerpark. Enschede, Foto Wikipedia

Het  Ledeboerpark park beslaat een groot deel van de voormalige buitenplaats Het Wageler, in 1865 aangelegd door de tuinarchitect Dirk Wattez, en later werd gereorganiseerd door zijn zoon P.H. Wattez.

De buitenplaats maakt deel uit van het Overijsselse hoeven- of kampenlandschap, dat gekenmerkt wordt door een kleinschalige afwisseling van akkers, weiden, bos en boerderijen, afgezet door houtwallen.

In 1956 werd Het Wageler door de familie Ledeboer aan de gemeente geschonken, ter nagedachtenis aan Abraham Ledeboer. Bij de overname werd bepaald dat het park uitsluitend een wandelpark zou blijven, dat er geen sportvelden zouden worden ingericht en dat er geen monumenten en geen restaurant zouden worden gebouwd. Het park bestaat uit een grote landschappelijk aangelegde vijver, gazons, fraaie oude houtopstanden en open weiden door bos omsloten.  In een dierenweide lopen ezels, wilde zwijnen, damherten, geiten, ponies. Er is een volière met roofvogels. In het park zijn wandelroutes uitgezet. In een Twents Lös Hoes, genaamd ’t Lammerinkswönner, is een bezoekerscentrum ingericht waar permanente en tijdelijke exposities zijn te bezichtigen. Enschede is rijk bedeeld met voormalige buitenplaatsen, die door de eigenaars aan de gemeente geschonken zijn en zo de functie van gemeentepark hebben gekregen. Naast het Ledeboerpark zijn ook het Van Lochemsbleekpark en het Wooldrikpark voormalige buitenplaatsen.

Landgoed De Wielewaal van de fam. Philips is openbaar park geworden.

Landgoed de Wielewaal van de familie Philips is openbaar park geworden. Vandaag berichtte Het Parool hierover en vanaf as zaterdag (29-09-2025) is iedereen welkom. Drie jaar geleden al weer deed ik een vluchtig onderzoekje naar de historie van het park. Dat is hier te lezen: https://lnkd.in/ehad5MwX
Het park is deels aangelegd door de bekende tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg. De gemeente wil allereerst zorg besteden aan het verhogen van de biodiversiteit, die nogal laag schijnt te zijn. Hier op de foto een ‘barokke’ kom, passend in het ontwerp van Tersteeg. Ook een pinetum (verzameling coniferen) maakt deel uit van het landgoed (foto hieronder).

Geen ALT-tekst opgegeven voor deze afbeelding

Tentoonstelling: Brongebouw – opkomst en ondergang van een Haarlems kuuroord

EEN VREDIG EN CREATIEF 2025 GEWENST

Het jaar 2024 is weer bijna voorbij en we willen even stil staan bij dat jaar en ons afvragen wat 2024 voor Oldenburgers Binnenstad & Buitenleven heeft betekend. Maar eerst wensen wij al onze vrienden en relaties een vredig en creatief 2025 toe.

Het nieuwe jaar vraagt nieuwe geestdrift. De mens roept om duurzaamheid en natuurinclusiviteit op alle fronten en de natuur roept om actie. Dankzij het vele onderzoek op allerlei plaatsen verspreid over de hele wereld, zullen er nieuwe wegen worden ingeslagen, die leiden naar een gezonder evenwicht tussen natuur en cultuur.  Overal protesteren  mensen tegen de verwoesting van de natuur, wij geloven nog in herstel, maar daar is heel wat creativiteit voor nodig.

Biodiversiteit

Doen we al mee in dat proces en hebben wij ook al nieuwe wegen ingeslagen, die tot nieuwe actie en inzichten kunnen leiden en passen in een nieuwe groene wereld. Ik denk aan een van onze eerste artikeltjes uit 2021 (Duurzaamheid voorop) over hoe wij aan duurzaamheid werken en het artikel Voedselbos staat vol exoten; ik denk aan de Natuurherstelwet, aangenomen door het Europees parlement (2023) en ook aan de poster die onze jonge ‘vrijwillig medewerker’ Lune Moonen en enkele van haar mede-studenten samenstelden in opdracht van Aeres Hogeschool Almere en Kon. GinkelGroep, waaruit blijkt dat insectenbestuivers eerder en vaker wilde bloemen dan gecultiveerde bloemen bezoeken.

Lune Moonen. Onderzoek Bestuivers op daktuin Aeres Hogeschool Almere. 2024. Foto Lune Moonen

De poster die Lune maakte van haar onderzoek op de daktuin van de Aeres Hogeschool Almere geeft blijk van een nieuw élan, zoals vergroenen van stad en land en bestuderen van biodiversiteit, de samenleving en relatie van mens, plant en dier in verleden, heden  en  toekomst.

Lune op daktuin Aeres University-

Hieronder volgt een overzichtje van langdurende projecten, die in 2024 zijn gestart.

Adviezen 

  • eerste verkenning buitenplaats Weeresteyn langs de Vecht. Rondwandelingen met opdrachtgever in verband met achterstallig onderhoud en wensen opdrachtgever beoordelen. De door ons verzamelde  tekeningen en prenten van de tuin worden verwerkt tot artikel of bericht.
  • eerste verkenning cottage garden Vredespaleis (ernsig achterstallig onderhoud) en wensen opdrachtgever beoordelen. Het gaat deze keer specifiek om de cottage garden als onderdeel van de totale tuin. De vraag is: gaan we terug naar de originele cottage garden van Mawson? Zie eerst ons rapport De tuinen van het Vredespaleis.
  • Er bestaan plannen in Warffum om een nieuw park aan te leggen, dat op zijn toekomst is voorbereid, dwz gedacht wordt aan een beplanting met toekomstbomen, die opgewassen zijn tegen natte en hete zomers, maar geen invasief karakter hebben. We zien de advisering over de beplanting als een experimentele oefening voor de aanplant van nieuwe boomsoorten.

Onder de knop  website-Berichten zijn o.a. project- en studie-voorstellen te vinden.  

Ieder Bericht/Advies op de website wordt doorgestuurd naar Linkedin. Halverwege 2024 werd het 400-ste Bericht (sinds 2016) gepubliceerd. Op Linkedin heeft dat tot 1800 volgers geleid.

Wim Pijbes heeft een pleidooi gehouden voor het vergroenen van De Dam in Amsterdam, in verband met hete zomers en bezoekers die De Dam daarom zullen gaan mijden. Ons artikel over de geschiedenis van het Damplantsoen kan een steuntje in de rug zijn.

In 2025 zullen lijsten geschikt voor bepaalde locaties en voor bepaalde milieus worden opgesteld.

Lijsten met planten en bomen die het nieuwe klimaat kunnen trotseren zijn in ontwikkeling, zoals:

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die droogte en hitte kunnen verdragen, zoals bijv. wintereik en winterlinde die diep wortelen.

Lijst van bomen die in de volle zon kunnen staan.

Lijst van bomen die insecten trekken zoals voorbeelden van bijenbomen.

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die tegen wateroverlast zijn opgewassen.

Juliet doet ervaring op in de tuin van het Aalsmeerder Veerhuis. 2024. Foto Walther Schoonenberg

Juliet was in 2024 lid / adviseur voor diverse gremia;

Verder werden ook veel adviezen als Berichten gepubliceerd, Deze fungeren soms als adviezen van algemeen belang en soms ter illustratie van ons werk.

Artikelen (gepubliceerd en in voorbereiding):

  • Carla Oldenburger. Begraafplaats Te Vraag: verwildering en menselijk ingrijpen gaan hand in hand. (Tekst voor Jaarboek Cuypersgenootschap. Album Amicorum Jenny Bierenbroodspot). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger. Adriaan Johan van Laren (Tekst voor boek 100 jaar BNT van Uitgeverij Blauwdruk). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger.. Artikeltje ‘Een onbekend portret van Freule Daisy’. Wijkblad Benoordenhout 2024, nr. 5.
  • Juliet Oldenburger en Walther Schoonenberg. Interview met Sjoerd Soeters: pleidooi voor een humane stad. Binnenstad Jg. 57, nr. 312 (december 2023). p. xxx

Kleuropdrachten

Juliet Oldenburger. Kleuropdracht van Stichting Diogenes voor het trappenhuis van Oudezijds Achterburgwal 79, op de hoek van de in 1899 Gedempte Huidenvetterssloot.

Juliet doet kleuronderzoek en maakt een kleurtrapje. 2024. Foto Walther Schoonenberg.

De trap was oorspronkelijk gehout in verschillende donkere houtkleuren (eiken), vervolgens in verschillende lichte houtkleuren, dan in verschillende tinten die hout moeten imiteren – een soort roodachtige okers, dan gele okers en vervolgens verschillende kleuren groen. We gaan nu twee okerkleuren terugbrengen. Al het houtwerk in het trappenhuis (trap, deuren,  etc.) wordt dus okergeel.

Nawoord. Is dit een duurzame tuin?

Frieda Hunziker. Een boerentuin in Heerlen. 1943?  Frieda schilderde Zuid-Limburgse taferelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, als ze als koerierster oo weg was met Joodse kinderen naar onderduikadressen. Mogelijk was het huisje op bovenstaande schildering een adres waar ze kindren afleverde. Nieuwe aanwinst 2024. Part. collectie. Foto Galerie Simonis en Buunk

Het verleden leert en inspireert ons naar de toekomst te kijken. In de boerentuin van Frieda (1943) is alles te vinden wat mensen op deze aarde gelukkig kan maken: zon, een huis, bomen,  voedsel in de vorm van een groenten- en kruidentuin en een kleine siertuin. De insecten, vlinders, bijen en hommels zijn jammergenoeg niet geschilderd, maar gezien de rijkdom van de tuin, vast en zeker vaste gasten. Het schilderij spoort ons aan om op de ingeslagen weg van duurzaamheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit verder te gaan.

De tuinarchitecten D. Wattez en P.H. Wattez, eerste orientatie uit 1985.

 

Op Linkedin las ik vandaag (dinsdag 19 november 2024) een Bijdrage van Martijn Horst (Landschap  Overijssel) over de vondst van de hutkoffer van de vroeger bekende tuinarchitect Pieter Hermannus Wattez, Daarbij werd verwezen naar auteurs die in voorgaande jaren over hem en zijn vader Dirk Wattez geschreven hadden en onderzoek naar hun werken  hadden gedaan.

Volkspark / D. Wattez, 1872. Foto Wikipedia

Mijn naam en ons bureau werden niet genoemd, terwijl wij in 1985 al de eerste onderzoeksresultaten hebben gepubliceerd over hen en hun werk. De uitkomst van het eerste orienterende onderzoek verscheen in 1985 in het vakblad GROEN. en werd vorig jaar op Internet (groene letters) geplaatst, zodat het nu voor iedereen makkelijk te vinden en te lezen is.

Niek Oosterbaan heeft in 2022 zijn Masterscriptie gewijd aan vader en zoon Wattez en hun werk in de provincie Overijssel. Deze scriptie zal later in boekvorm verschijnen.

Wil J.A. Snelder (1928-2013) Tuin- en Landschapsarchitect (aangevulde versie)

 

Wil Snelder. Foto ontvangen van Rogier Snelder

Ik ontmoette Wil Snelder  voor het eerst in verband met de restauratie van de tuinen van Paleis Het Loo en daarna op Neercanne.

Het is nu  al weer bijna 30 jaar geleden  dat op Neercanne een studiedag plaats vond  (14 december 1994) rond het onderwerp  ‘Restauratie van de tuinen van Neercanne’. Ik hield daar een voordracht over de te herstellen tuinen van Neercanne,  gelardeerd met overwegingen en aanbevelingen.

Zie ‘Overwegingen bij het herstel van de tuinen van Neercanne’ in: Cascade Bulletin voor tuinhistorie, jrg. 5 (1996), nr 1, p. 43-49.

Gezicht op de parterre-tuin van Chateau Neercanne. Wil Snelder was de ontwerper van de bijzondere vorm van de buxus-parterre

De studiedag was georganiseerd in het kader van een Unesco-congres in Maastricht. Gastheer was de heer Camille Oostwegel (sr.), eigenaar van Chateau Neercanne, bijgestaan door onder anderen tuinarchitect Wil Snelder, die door Oostwegel voor de tuinen van Neercanne was aangetrokken als adviserend tuinarchitect. Hij was bij uitstek een tuinarchitect die op de hoogte was van historische tuinen in Zuid-Limburg en bovendien een ontwerper van buxus-parterres in nieuwe unieke vormen. Zo getuigen ook de slingerende parterre vóór het Kruisherenhotel in Maastricht en de parterre-vormen achter het Huis Goedenraad van zijn bijzondere moderne kijk op de vorm van parterres.

Wil Snelder met collega’s aan de tekentafel

Onlangs kreeg ik het verzoek een foto van Wil Snelder te leveren voor een boek over ‘150 jaar Volkspark Enschede’. Omdat bovenstaand artikel destijds in het Cascade Bulletin was verschenen, vroeg ik de redactie of zij misschien over een foto van Wil Snelder beschikten. Tot mijn  teleurstelling was de naam van Wil Snelder niet (meer) bekend bij de jongere generatie. Die omissie wil ik hier goed maken door wat meer over Wil Snelder te vertellen.

Zoals al gezegd, ik heb hem gekend in verband met zijn werk voor de tuinen van Neercanne, maar ook omdat hij verbonden was aan het Bureau Blaauwboer, Kragten en Snelder (een Wageningse vestiging van Buro Kragten in Roermond), dat net als de Bibliotheek van de Landbouwuniversiteit (Library WUR) voorheen gevestigd was op de Gen. Foulkesweg te Wageningen).

Harry van Duijnhoven (Bureau Kragten) schreef n.a.v. het overlijden van Snelder in Het Kanaal / Nieuwsbrief NVTL 2013/17) het volgende:

“Op 6 april 2013 is op 84 jarige leeftijd Tuin- en Landschapsarchitect Wil J.A. Snelder overleden. Vanaf 1972 tot ver na zijn pensionering was Wil meer dan dertig jaar een gewaardeerd lid van de NVTL. Na zijn studie in Boskoop en Parijs (Versailles) begon hij als hoofd openbare werken van de gemeente Kerkrade. Al snel verschoof zijn ambitie richting het oprichten van een eigen bureau. Vanuit vestigingen in Eijs-Wittem, Maastricht en Nieuwegein heeft hij vooral in de jaren zestig en zeventig zijn stempel gedrukt op veel na-oorlogse stadsuitbreidingen. Zijn integrale benadering met de landschapsarchitect als spin in het web, was hierbij kenmerkend. Vanaf de jaren tachtig heeft hij zich met zijn bureau meer toegelegd op monumentale vormgeving. Wij zullen Wil blijven herinneren als een gedreven en kritische landschapsarchitect. Schoonheid en functionaliteit gingen bij hem altijd hand in hand.”

Camille Oostwegel zegt kort en krachtig over hem: “Hij had een scherp oog en als ik hem vroeg na te denken over een tuinontwerp, kwam er al snel ter plekke een basisontwerp getekend in enkele hoofdlijnen op tafel”.  Je zou Wil Snelder een creatief restaurator kunnen noemen.

Projecten (voorlopige lijst), wordt mogelijk nog aangevuld.
– Stadspark Kerkrade, 1962/ 1975
– Huis Goedenraad, ca. 1975
– tussenontwerp Vrijthof Maastricht i.s.m. Frans Gast), 1978
–  Kasteel Wylre, ca. 1985
Enige opdrachten in de periode dat hij met André Rabsztyn samenwerkte (1986-1988):
– Grindgaten langs de Maas (voornamelijk profilering en herinrichting van oevers) i.o.v. Provinciale Waterstaat
– Golfterreinen (Wittem en Voerendaal)
– Opdrachten voor DSM (o.a. ook kunstwerken vóór entree)
– Inrichting nieuwe Bestuurscentrum Landgraaf
– Centrale plein MECC te Maastricht. (André Rabsztyn-Archief) 
– Enkele particuliere tuinen
– Kasteel Cortenbach, 1987
– Baroktuinen Château Neercanne, vanaf 1989
Prijsvraagontwerp entree Floriade (Den Haag), onder Motto ‘Parterre’, 1992. Helaas niet in de prijzen gevallen. Zie het Jury-rapport van deze prijsvraag.  
– Chateau  St. Gerlach / Houthem, 1996-1997
– Tuinen, wijngaarden en Landgoed Hotel Winselerhof Landgraaf, 2010.
– Terrastuinen Villa Casa Blanca Houthem (voormalige eigenaar familie Oostwegel)
– Kloostertuin en Kommelplein Kruisherenhotel Maastricht
– Park en tuinen rondom Gouvernement aan de Maas Maastricht
Vele privétuinen, golfbanen en kantoortuinen in Nederland en België .
Nadat zijn kantoor in Kasteel Goedenraad stopte,  werkte hij lang samen met Buro Kragten in Roermond/Wageningen.

Meer ontwerpen: 

Met dank aan Camille Oostwegel sr., André Rabsztyn (collega 1986-1988), Harry van Duijnhoven (laatste medewerker van Wil Snelder).

Juliet bestudeert de bloei in het Bloesempark (Amsterdamse Bos)

Het Bloesempark in het Amsterdamse Bos staat volop in bloei.  400 kersenbomen (Sakura) staan te pronken en lokken alle Amsterdammers naar dit prachtige oord. Juliet heeft een moment gevonden vandaag dat er nog niet veel bezoekers zijn. Maar pas op, in het weekend  zal dat anders zijn. Gelukkig is de drukte maar ca. 4 weken per jaar, daarna keert de rust weer terug. In het voorjaar kun je er genieten van de prachtige bloesems en het hele jaar door ademt de plek een bijzondere sfeer. In mei zijn de kersenbomen omsloten door een paarse kring van bloeiende rododendrons.

Juliet in Bloesempark (Amsterdamse Bos). Vroege bloei dit jaar, 26 maart 2024. Foto Walther Schoonenberg
Bloesempark in Amsterdamse Bos-2. Foto Walther Schoonenberg

Alweer meer dan twintig jaar geleden, in 2000, is het Bloesempark ontstaan. De betrekking tussen Japan en Nederland bestond 400 jaar en de Japanese Women’s Club schonk om die reden 400 bomen (Prunis × yedoensis) aan de Gemeente Amstelveen. Alle bomen in het symmetrische park hebben een naam gekregen, 200 bomen kregen een Japanse vrouwennaam, en de andere 200 bomen hebben een Nederlandse vrouwennaam gekregen (overgenomen amsterdamsebos.nl).