Categoriearchief: Bloemen en Planten

Begraafplaats ‘Huis te Vraag’ opnieuw bedreigd

(255) De historische begraafplaats Huis te Vraag (Rijnsburgstraat 51, Amsterdam) wordt momenteel bedreigd door de gemeentelijke plannen voor het zogenaamde Schinkelkwartier: een nieuwe woonwijk ten noorden van de Nieuwe Meer met 11.000 woningen. Om deze te ontsluiten moet er een nieuwe brug over de rivier de Schinkel komen en zouden er over de begraafplaats verschillende (snel)fiets- en wandelpaden moeten worden aangelegd, zodat Huis te Vraag kan worden opgenomen in een groot recreatiepark.
Entree Begraafplaats Huis te Vraag, Amsterdam. Foto Carla Oldenburger

De oorspronkelijke aanleg van de begraafplaats, in 1891 door Pieter Oosterhuis, is eigenlijk niet zo bijzonder. Het is een min of meer rechthoekige lap grond van circa een hectare, door een hoofdas in tweeën verdeeld en vervolgens door smallere paden ingedeeld in lange stroken, die op hun beurt zijn samengesteld uit grafvakken van circa een bij twee meter. Ondanks dit formele patroon maakt de begraafplaats een schilderachtige indruk. De grafheuvel wordt gedeeltelijk bedekt door een tapijt van klimop en de iepen en kastanjes die bij de aanleg werden geplant, zijn inmiddels uitgegroeid tot monumentale bomen. Toch is de begraafplaats niet overgeleverd aan de natuur; nergens zijn de paden overwoekerd en de klimop wordt zo over de grafstenen geleid dat de namen van de overledenen indien mogelijk zichtbaar blijven.

Op Te Vraag vindt men behalve altijd groene bomen en heesters als metafoor voor het eeuwig leven, ook treurvormen van iepen, essen en moerbeien. Tussen de graven schieten wilde planten op als teunisbloem en cichorei, en in het voorjaar bloeien hier duizenden witte dichtersnarcissen (Narcissus poeticus). Het bijzondere van ‘Huis Te Vraag’ is dat in 1987 in de voormalige aula de beeldend kunstenaar Leon J. van der Heijden (1938-2020) kwam wonen met zijn vrouw Willemijn, die de begraafplaats – ondanks de voortdurende bedreiging door de oprukkende bebouwing – door hun gestage arbeid wisten om te toveren tot een volstrekt unieke tuin – in 2009 aangewezen als gemeentelijk monument.

Op dit moment vormt een groot smeedijzeren hek (zie eerste foto) nog de enige toegang tot het domein. Het einde van deze toegangslaan biedt uitzicht over een klein weiland, een van de weinige relicten van het typisch Hollandse polderlandschap in Amsterdam. De kleine weilanden rondom behoren tot de begraafplaats; hier graasden vroeger de paarden die de rouwkoetsen trokken. Van der Heijden noemde de veenweide ten zuiden van de begraafplaats ‘het weiland van het uitzicht’ – niet alleen op het Amsterdamse bos dat in de verte aan de horizon verschijnt, maar ook op ‘gene zijde’. En hoewel er in 1962 voor het laatst iemand werd begraven, komen hier nog vrijwel dagelijks mensen, niet alleen om de graven te bezoeken, maar vooral ook om te genieten van deze oase van rust.

Uitzicht over het weiland aan het einde van de toegangslaan. Foto Maarten Brinkgreve, 2007

Voor wie dit uitzicht kent is onvoorstelbaar dat dwars hier doorheen een druk fietspad zal worden aangelegd. Samen met een aantal andere erfgoedorganisaties heeft de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad (VVAB) daarom een protestbrief van de Bond Heemschut medeondertekend. Om de begraafplaats te behouden kunt u ook zelf een steentje bijdragen door de petitie te tekenen.

[Teken de petitie]

Dit bericht is geschreven door Juliet Oldenburger en overgenomen van de website van de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad. Al eerder in 2007 schreef Juliet over deze begraafplaats een artikel in het Tijdschrift Binnenstad, nr. 223/224, getiteld Groene necropolis.

Zie ook: T. den Herder, “’t Huis Te Vragh in de banne van Slooten, zijn geschiedenis, eigenaars, bewoners en omgeving 1618-1890”, in: Jaarboek Amstelodamum, 1975.

Bloemenmarkt op de Grote Markt in Den Haag, 1880

(254) Schilderijen van bloemenmarkten associeer in eigenlijk altijd met Amsterdam, en dan liefst met de Munttoren op de achtergrond, zoals op onderstaand schilderij van Ida Petronella Lorenz-van Lokhorst.

Ida Petronella Lorenz-van Lokhorst (1854-1881), ca. 1880. Bloemenmarkt op het Singel te Amsterdam met de Munttoren op de achtergrond. Olieverf op doek. Coll. Classic Art Gallery Groningen

Dezer dagen zag ik een heel ander schilderij van een bloemenmarkt in het Teylers Museum, getiteld ‘Bloemenmarkt op de Grote Markt in Den Haag’, ook geschilderd in 1880 door Johannes Christiaan Karel Klinkenberg (1852-1924). Beide kunstenaars en beide hier getoonde schilderijen zijn dus tijdgenoten. De begeleidende tekst van het schilderij in het Teylers Museum vertelde dat het schilderij in 1909 door Teylers Museum werd verworven en in 1966 weer van de hand werd gedaan, omdat de smaak van de kunstminnaars was veranderd, maar ik denk ook vooral omdat het museum in financiële nood verkeerde. Honderd jaar na de eerste verwerving van dit laatste schilderij in 1909, kon het weer in de schilderijenzaal worden teruggehangen, na de her-aanschaf in 2009.

En wat waardeer ik dit schilderij! Ik kan me helemaal niet voorstellen dat er in 1966 sprake was van een veranderende smaak van het publiek. Dit is toch een prachtig realistisch en tegelijk romantisch beeld, dat bovendien los van de bloemen en planten een prachtig tijdsbeeld geeft.

Johannes Christiaan Karel Klinkenberg (1852-1924). Bloemenmarkt op de Grote Markt in Den Haag. Olieverf op doek. Coll. Teylers Museum. Foto Carla Oldenburger

Natuurlijk zijn er nog veel meer mooie schilderijen van bloemenmarkten. Zoek dan via Google op ‘bloemenmarkt en schilderij’ en zie meer dan genoeg voorbeelden. Ik zou er zo een studie van willen maken. Ook het schilderij in onze eigen collectie van een bloemenboot op het Singel (onleesbaar gesigneerd, ca. 1910) is daar te vinden. Jammer dat deze bloemenmarkt op het Singel nu eigenlijk niets meer voorstelt.

Gorinchem de Allermooiste Vestingstad van Nederland!

(253) (Deels overgenomen van Erfgoedstem):

16 augustus 2021 De ANWB verkiezing rond de Allermooiste vestingstad van Nederland is beslecht: Gorinchem mag zich de allermooiste vestingstad van Nederland noemen!  Vandaag, 19 augustus 2021 zet ANWB-directeur Marga de Jager Gorinchem in het zonnetje.

De jury koos het Zuid-Hollandse stadje uit een Top 5 waarin ook Dokkum (FR), Bourtange (GR), Hulst (ZL) en Sittard (LB) stonden. “Gorinchem is beeldschoon gelegen op de plek waar de Linge uitmondt in de Merwede. Schitterend bewaard gebleven zijn de wallen: een groen lint om de stad met knoeperds van kastanjes en platanen om onder te flaneren én met zicht op de ommelanden, de rivier en de vele verdedigingswerken. Die combinatie van zicht op de rivier, ring van groen en levendige binnenstad maakt Gorinchem tot een smakelijke bonbon.”, aldus de jury.

Zicht vanaf de Appeldijk westwaarts

Zelf schreven wij in de ‘Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur’ (deel 3, 1998):

“De stad Gorinchem maakt deel uit van de vestingdriehoek Loevestein, Woudrichem en Gorinchem. Tussen 1579 en 1609 werd Gorinchem onder leiding van de Alkmaarse vestingbouwer Adriaen Anthonisz omgebouwd van middeleeuwse stad tot moderne vesting. Rondom de stad kwamen elf bolwerken te liggen, die op één na nog allemaal aanwezig zijn. Ook werden er vier nieuwe poorten gebouwd, onder andere de Burchtpoort en de Waterpoort. Deze laatste is niet meer aanwezig maar wel bekend als locatieaanduiding omdat ‘Buiten de Waterpoort’ veel valt te beleven. Hier kan men onder andere een wandeling beginnen over de Westwal. De wallen en plantsoenen in Gorinchem zijn in drie wandelingen te verdelen, de Westwal, de Oostwal en het gebied ‘Buiten de Waterpoort’. Dit laatste gebied is als negentiende-eeuws stadswandelpark te beschouwen. Het is een grote groene ruimte met oude kastanjes, gelegen langs de Boven-Merwede. Men kan hier met een pontveer oversteken naar de stad Woudrichem en naar Loevestein. Het hele park is – behalve aan de stadskant – omgeven door water.

De dichteres Ida Gerhardt, in 1905 in Gorinchem geboren, schreef voor deze plek het gedicht ‘Op een rivierbaken’:

‘God weet, ik heb mijn verzen uitgestort voor wie ik nimmer zag, noch ooit zal zien. Opdracht vol raadselen. Het uur is kort. Misschien is het een erfgenaam: nadien wanneer ikzelf tot stof zal zijn verdord. Een kind dat in dit land geboren wordt.’

De tekst is in steen uitgevoerd en is geplaatst aan de oever van de Merwede. De stadswallen vormen een historisch park van allure, maar worden jammergenoeg door weinigen als zodanig beschouwd, getuige onder andere het toegestane autoverkeer ter plaatse. Vanuit het park kan men de Westwal bezoeken. Eenmaal boven aangekomen, langs de bloeiende engelwortel, krijgt men een uitzicht langs het huis van het Hoogheemraadschap. Verder langs het water lopend richting station passeert men dijken begroeid met groot hoefblad en heeft men uitzicht op de toren, de grienden, de jachthaven en in de verte weer de Merwede. Aan de oostzijde van de stad staat Molen De Hoop uit 1764. Op deze wal met kanonnen is een fraai zicht op de Merwede, Woudrichem en Loevestein. Ook de plaats van het kasteel van Arkel is te zien. Een wandeling langs de Dalemwal (de Oostwal) voert langs lindebomen, platanen en in het voorjaar langs veel stinseplanten als kievitsbloem, daslook, lenteklokje en pijlkruidkers. De grienden langs de Dalemwal liggen als een groenstrook tussen de oude stad en de nieuwbouw van Wijdschild”.

Molen De Hoop, 1764

De ANWB-jury droeg de volgende redenen aan:

  1. Authenticiteit: gelegen op het kruispunt van Linge en de Merwede voel je de urgentie van een vestingstad op deze plek. Aanvankelijk was dit een machtsbasis van de heren van Arkel, die de dienst uitmaakten in grote delen van het rivierengebied. Schitterend bewaard gebleven en onderhouden zijn de wallen en vele verdedigingswerken: kruitmagazijnen, het tolhuis, bolwerken, de Dalempoort, de Lingewacht, grachten, de haven, kruitmagazijnen, ‘sucht’ riolen, ravelijnen, de kazemat, twee molens, de schotbalkenloods, de Caponnière, het Arsenaal… De historie is echt onderdeel van het nu. Nieuwbouw langs de wal is mooi ingebed in de historische bebouwing en de binnenstad grossiert in de historische gebouwen (meer dan 400 rijks- en gemeentelijke monumenten!).
  2. Ruimtelijke samenhang: Gorinchem vormt samen met Zaltbommel en Woudrichem de vestingdriehoek, een van de mooiste onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Met een pontje vaar je zo naar Woudrichem en Slot Loevestein (Maar ook naar Fort Vuren en Zaltbommel) en krijg je dus zomaar nog een vestingstadje cadeau.
  3. Levendigheid: in Gorinchem wordt gewoond, geleerd, gewerkt en gerecreëerd. Er zijn scholen, winkels, theaters, restaurants, kroegen en terrassen. Een historische stad met moderne vibe.
  4. Recreatief karakter: varen, suppen, kanovaren, fietsen, wandelen, een terrasje pakken, restaurant of theater bezoeken. Het kan hier allemaal.

‘T HOF TE VLAARDINGEN: HISTORIE, ANALYSE, WAARDERING. DIASHOW

(253 x op Slideshare bekeken)

(240). Deze dia-show behoort bij een onderzoek over het stadspark/ voormalige buitenplaats ‘t Hof te Vlaardingen, uitgevoerd in 2007. Het rapport is gedeponeerd in de Bibliotheek WUR (Wageningen UB).

Op een mooie voorjaarsdag Stinsenplanten-wandeling 30 maart 2021

(190 x bekeken op Slideshare)

(237) Juliet en Walther maakten gisteren een heerlijke wandeling in het J.P. Thijssepark in Amstelveen.


De aanleg van het Amsterdamse Bos, in de jaren dertig, vond grotendeels plaats op grond die toebehoorde aan de gemeente Amstelveen. Amstelveen zag hiermee een belangrijke mogelijkheid tot stadsuitbreiding verloren gaan. Om toch welgestelde burgers binnen de gemeentegrens te halen, plande de gemeente in het gebied tussen het Amsterdamse Bos en De Braak een villapark.

De aanleg van een nieuw park zou bovendien de aan- trekkingskracht op toekomstige bewoners verhogen. Het park werd opgedragen aan Jac.P. Thijsse, die een belangrijke rol speelde in de natuureducatie, onder meer met zijn befaamde Verkade-albums. Thijsse was oprichter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en wandelde rond de eeuwwisseling veel in deze voor hem favoriete streek ten zuiden van Amsterdam. Een van zijn bekende uitspraken was: ‘Ik droom van een plantsoen, waar publiek, oud en jong, onwetend of ingewijd, het hele jaar door gemakkelijk getuige kan zijn van wat er in de loop der seizoenen op het gebied van de inheemse planten- en dierenwereld te beleven valt.’ Deze droom is in het Jac.P. Thijssepark, en trouwens ook in de andere Amstelveense parken, werkelijkheid geworden.

Het park kreeg zijn huidige omvang in drie fasen. Met de aanleg van de eerste fase is gestart in 1940. Het gaat om het gedeelte ten noordwesten van De Braak dat grenst aan de Hoornsloot; de waterscheiding met het Amsterdamse Bos. Het park is aangelegd als een smalle strook, die vanaf de ingang aan de Prins Bernhardlaan uitloopt op een kunstmatige heuvel. Daar maakt het een hoek in zuidelijke richting. Aan het middengedeelte begon men in 1949. Het geheel is naar ontwerp van C.P. Broerse, hoofd Plantsoenen bij de gemeente Amstelveen, uitgevoerd. De laatste fase is een ontwerp van B.J. Galjaard. Overigens sluit het ontwerp en de aanleg van dit deel uitstekend aan op het werk van zijn voorganger.

Broerse was groot voorstander van inheems plantgebruik in parken en tuinen. Hij bestudeerde al op jonge leeftijd natuurlijke planten-gemeenschappen in Nederland. Een park behoorde zijns inziens beplant te worden met soorten zoals de ‘schepper’ – de natuur – ze daar wilde hebben. De slappe veenbodem onder het Jac.P. Thijssepark kon het beste beplant worden naar het voorbeeld van veenplassen in de omgeving van Amstelveen. Door plaatselijke verhoging en verlaging van het maaiveld konden planten voor drogere en vochtiger grond worden toegepast. Er was dan steeds een ruime keuzemogelijkheid uit een breed scala planten van bos- en watervegetaties. De wilde-plantenspecialist J. Landwehr, in 1938 bij de Amstelveense plantsoenendienst in dienst gekomen, bood hulp bij het zoeken en kweken van inheemse planten.

In De Braak werd een wilde-plantenkwekerij ingericht, speciaal voor gebruik in de Amstelveense plantsoenen. In het hele ontwerp slingeren paden door een begroeiing van hoge bomen, dichte struiken en kruiden naar open ruimten van afwisselende grootte. Daar valt het oog op vijvers die omgeven zijn door een op de natuur geïnspireerde beplanting. Het water en de vormen van de in groepen bij elkaar geplaatste inheemse planten en boomgroepen geven telkens een sterk, schilderachtig beeld. Aan de zijde van de Hoornsloot zijn op enkele plaatsen open plekken aan het water gemaakt.

In 2011 is het Jac.P. Thijssepark op de rijksmonumentenlijst geplaats, samen met De Braak. Het zijn de eerste twee heemparken op deze lijst en beide parken behoren tevens tot de oudste voorbeelden van dit genre in het land.

(Tekst gedeeltelijk overgenomen uit ‘Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur’ door Carla S. Oldenburger, A.M. Backer en E. Blok. Rotterdam, 1998).

Prachtige Nieuwe Opstelling van het Lam Gods in de St. Baafs- Kathedraal Gent

Jan en Hubert van Eyck. Nieuwe opstelling in de St. Baafs Kathedraal / Sacramentskapel te Gent. Foto: Cedric Verhelst

(236) Het altaarstuk ‘Het Lam Gods’ van Jan en Hubert van Eyck is verplaatst en voorzien van een glazen ombouw die perfecte klimatologische omstandigheden (14-16 gr. C. ), luchtvochtigheid en lichtinval garandeert.

Zelf heb ik het altaarstuk diverse malen in tamelijk donkere omstandigheden gezien. Het veelluik behoorde tot een verzameling schilderijen die ik bestudeerde voor mijn doctoraalexamen. Het onderwerp van deze studie was ‘De plant op Middeleeuwse schilderijen van Noord- en Zuid-Nederlandse Meesters’. Door de planten eerst te determineren en hun kruidkundige en iconologische betekenis te achterhalen, werd gezocht naar meer achterliggende betekenis van de schilderijen.

Dit is een goede reden om deze doctoraal-scriptie (hoofdvak), naast mijn andere twee doctoraal-scripties (tweede hoofdvak en bijvak) uit 1965/’66/’67 bij mijn publicaties op te nemen, ook al zijn zij alleen in typoscript voor handen en niet gepubliceerd. Zie onder ‘Literatuurlijst Carla S. Oldenburger-Ebbers‘, de eerste drie items (onderaan de lijst).

DIASHOW OUDE HORTUS UTRECHT EN HORTUS QUIZ

(394 x bekeken op Slideshare.nl)

(230) Deze diashow laat u de ontwikkeling van de Oude Hortus Utrecht zien, gelegen aan de Nieuwe Gracht en bereikbaar via het Universiteits-museum in de Lange Nieuwstraat. Het museum is thans wegens vernieuwing en verbouwing gesloten. Op de website van het museum vindt u een hortus quiz. Deze diashow kan u met de oplossing hiervan een beetje helpen.

Dit is de vierde diashow op rij. Eerdere shows hadden tot onderwerp ‘De Zochers’; ‘Clingendael’; en de ‘Cultuurhistorie van Buxus’. Elke week wordt er een nieuwe show aan toegevoegd, totdat alle 25 stuks erop staan. De shows zijn eigenlijk illustraties van lezingen die ons bureau heeft gehouden de laatste 20 jaar. Lang niet alle gegevens zijn dus letter voor letter op de dia’s te lezen. Wij vinden dit juist een aanbeveling om de shows te gaan zien. U wordt uitgedaagd ontbrekende namen of jaartallen zelf op te sporen of via de Contactknop aan ons te vragen.

Diashow ‘De Kunst van de Zochers’

(1368 x bekeken op Slideshare.nl)

(227) Op Internet-pagina Slideshare.net heb ik een aantal jaren geleden enige dia-voorstellingen geplaatst (nu samen 25 voorstellingen, bijna 800 dia’s). Het betreft lezingen die ik her en der in Nederland gehouden heb, voor gezelschappen van de Nederlandse Tuinenstichting; Kon. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde; Cascade Tuinhistorisch Genootschap; VVE Backershagen; Vrienden van Frederiksoord; verschillende Vrienden-stichtingen van diverse Kastelen/Buitenplaatsen/Botanische Tuinen; verschillende gemeentes; verschillende Historische Verenigingen etc.

ALS U DEZE VOORSTELLING LEUK VOND EN ER GRAAG MEER WILT ZIEN, GEEFT U DAT DAN EVEN HIER IN EEN WEBSITE-REACTIE AAN. BIJ VOLDOENDE BELANGSTELLING ZAL IK DAN IN DE KOMENDE BERICHTEN MEER VOORSTELLINGEN OPNEMEN.

Buitenplaatsen (9 x):

+Huis Clingendael Den Haag (44 dia’s); +Kasteel Staverden te Staverden (Ermelo) (23 dia’s); +Huis Backershagen Wassenaar (33 dia’s); +Twee Eeuwen Koninklijke Tuinen (29 dia’s); +Zocher, Petzold en Wentzel op landgoederen van prins Frederik en prinses Louise (54 dia’s). +’t Hof te Vlaardingen (29 dia’s); +Vredespaleis Den Haag (20 dia’s); +Wildrust Wassenaar 12 dia’s); +Sterrenbos Frederiksoord (14 dia’s).

Vele facetten van Historische Tuinarchitectuur (15 x):

+Overzicht Nederlandse Tuinarchitectuur (101 dia’s); +Tuinstijlen in Nederland en reflectie op boerentuinen (33 dia’s); +Hagen en heggen (49 dia’s); +Parkrestauratie in Nederland (22 dia’s); +Instandhouding van historische tuinen (22 dia’s); +De tuinarchitectuur van de Zochers (34 dia’s); +Geschiedenis van de Oude Hortus / Nieuwe Gracht Utrecht (21 dia’s); +Botanical Gardens and Cultural Heritage (31 dia’s); +Geschiedenis van tuinarchitectuur in Nederland aan de hand van historische kaartmaterialen (28 dia’s); +Buxus en andere randopsluitingen (34 dia’s); +Kloostertuinen Nederland (35 dia’s); +Kloostertuinen in Amsterdam vóór de Alteratie (15 dia’s); +Ontdekking van een ontwerp van A. Le Notre in Frankrijk en Zocher jr. in Duitsland (11 dia’s); +De voortuin van de Plantage-Hortus Amsterdam (22 dia’s); +Korte geschiedenis van stadstuinen.

Andere onderwerpen (1x):

+Hand-Tapijtknoperij Kinheim Beverwijk (69 dia’s)

Duurzaamheid voorop, Ook bij renovatie van historische tuinen

(226) Hitte, droogte, meer neerslag en een hogere zeespiegel zullen de belangrijkste effecten van de klimaatverandering zijn. Hoe passen wij ons daar aan aan? Hoe houden we het klimaat in en rondom ons huis zo aangenaam mogelijk en helpen we de natuur tegelijkertijd? Door het toepassen van klimaatadaptatie, het sleutelwoord dat dezer dagen overal rondzoemt.

Ook ons bureau probeert bij onze werkzaamheden in historische tuinen en parken altijd duurzaamheid te propageren. Hoe doen wij dat?

Watertuin in Sevilla, Alcazar. Foto Carla Oldenburger

BUREAU BINNENSTAD & BUITENLEVEN ADVISEERT:

– zo min mogelijk verhardingen en bestratingen toe te passen in tuinen en parken. Paden worden half verhard uitgevoerd en verharde deeltuinen worden vergroend met bloemperken, gras of met bodembedekkers.

Bodembedekking met Vinca maior. Foto Carla Oldenburger

– passende waterreservoirs (voor waterberging) aanleggen in de vorm van omringende nieuw te graven of uit te diepen grachten (zoals op Brakestein op Texel) en vijvers en bassins (zoals in de tuin van Staverden), en zichtkanalen en visvijvers opnemen in nieuwe ontwerpen.

Brakestein. Texel. Zie het halfverharde pad en de 17de eeuwse gracht, die weer werd uitgediept. Foto Vibeke Roemer

– inheems hardhout gebruiken voor bruggen, hekwerken, berceaus, latwerken etc.

Brug naar ontwerp van L.A.Springer. Materiaal inheems hardhout. Landgoed Clingendael Den Haag. Foto Joost Gieskes

– toepassen van duurzame gewasbescherming, indien noodzakelijk.

– restauratie van historische lanen met jonge bomen, die op den duur beter aanslaan.

– gebruik van inheemse plantensoorten. Planten uit andere klimaatzones zullen snel verdwijnen of de inheemse soorten juist kunnen verstikken (bijv. de invasieve soorten Perzische Bereklauw en Japanse Duizendknoop).

Bostuin in Rhenen. Foto Carla Oldenburger

– door ziekte gevoelige plantensoorten vervangen door gelijkende alternatieve soorten, bijv. Ilex crenata i.p.v. Buxus sempervirens.

Huis Rozenburg Den Haag. Deze Buxus vervangen door Ilex crenata? Foto Carla Oldenburger

– werken met biologische compost.

– in voorkomende gevallen ontwerpen van groene daken, daktuinen en gevelbeplantingen, hoewel al deze groene tuinvarianten in combinatie met historische tuinen en parken weinig voorkomen.

Gevelbeplanting vóór Aalsmeerder Veerhuis Amsterdam. Foto Carla Oldenburger