Categoriearchief: Reizen

De Rijnpoort in Rhenen

Expositie nog 10 dagen te zien in Stadsmuseum Rhenen

Plattegrond van Rhenen, detail, met gemarkeerd het zuidelijke deel van de stadsmuur en middenin de Rijnpoort. Ca. 1600. Coll. RKD Den Haag. Noorden boven

Pas onlangs werd ik er op attent gemaakt: ga toch echt nog even die tentoonstelling over ‘Het raadsel van de Rijnpoort in Rhenen’ zien. In het Stadsmuseum Rhenen bevindt zich sinds kort het (herontdekte) schilderij ‘Gezicht op de Rijnpoort in Rhenen’, gedateerd ca. 1838, olieverf op doek (op multiplex), geschilderd door Johannes Franciscus Christ (1790-1848). Het schilderij geeft waarschijnlijk de laatste afbeelding van deze poort weer.

J.F. Christ. ‘Gezicht op de Rijnpoort in Rhenen’, ca. 1838, olieverf op doek (op multiplex), Coll. Stadsmuseum Rhenen (bruikleen).  Foto Veilinghuis Peerdeman

Ik kende de naam van Christ wel, want hij had een tekening gemaakt van het Kasteel in Heukelum, het stadje waar ik met mijn gezin in 1970 naar toe was verhuisd. Maar ik wist niet dat dit schilderij waarschijnlijk de laatste afbeelding van de Rijnpoort weergeeft, voordat deze in 1841 werd afgebroken.

J.F. Christ. Kasteel Heukelum. Tekening, tussen 1840 en 1845. Coll. UB Leiden

Was deze poort al eens eerder geschilderd of getekend? Mij waren alleen de 17de eeuwse tekeningen van Rembrandt bekend, van het gezicht op de Rijnpoort vanuit het zuiden, vanaf de Rijn. In die tijd was de Rijnpoort zeker zo belangrijk als toegangspoort naar de stad als de Bergpoort (aan de oostzijde van de stad) en de Westpoort aan de westzijde, want het verkeer vond veel over water plaats.

Rembrandt, Gezicht op de Rijnpoort te Rhenen. Tekening ca. 1652/53, Chatsworth House, Derbyshire, The Devonshire Collection. Foto Bridgeman Images
Rembrandt, Gezicht op de Rijnpoort te Rhenen. Tekening ca. 1652/1653. De twee torens zijn onderdelen van de voorpoort. Museé du Louvre. Paris

Meer tekeningen waren mij niet bekend. Maar de tentoonstelling en andere bronnen brengen ons verder, o.a. met tekeningen van Jan de Beijer (1703-1780), Hendrik Hoogers (1747-1814), Daniel Kerkhoff (1766-1821) en de Rhenenaar Gijsbert Baars (1779-1831). Wanneer we de laatste afbeeldingen uit de 18de en 19de eeuw met elkaar vergelijken lijkt het dat de muur die aansluit op de oostzijde van de poort, tussen 1745 en 1771 is gerestaureerd en opnieuw is opgetrokken binnen de stadsgracht. In de 19de eeuw worden delen van de muur vervangen door huizen en schuren, als onderdeel van de muur.

Jan de Beijer. Gezicht op de Rijnpoort en de torens van de voorpoort. Het huis en de muur vóór de poort zijn nog aanwezig. Gravure (naar tekening van Jan de Beijer), 1748 (1745). De stadsmuur is hier in tuinmuur veranderd.
Hendrik Hoogers. Gezicht over de stadsgracht op de nieuw opgetrokken stadsmuur ten oosten van de Rijnpoort. Helemaal links een toren van de voorpoort. Tekening 1771. Coll. Rijksmuseum
Daniel Kerkhoff. Rijnpoort Rhenen. Tekening 1813. Vergeleken met de situatie op de volgende tekening, is het straatgroen hier nogal verwaarloosd. Coll. Stadsmuseum Rhenen
Gijsbert Baars. Rijnpoort Rhenen. Tekening 1833. Rechts de schuur en het huis van Jacob van Laar. De toren rechts is onderdeel van de voorpoort. Achter de muur, die aansluit op de westzijde van de poort (links) zijn bomen te zien, waarschijnlijk een boomgaardje. Ook aan de voet van de muren en huizen (aan beide zijden) is beplanting te zien die door een tuinman wordt verzorgd. Stadsmuseum Rhenen. Foto Berry Geerligs

Door de herontdekking van het schilderij van Christ van de Rijnpoort in Rhenen, is de toegang tot Rhenen vanaf de Rijn en door de Rijnpoort nu voor mij begrijpelijker geworden. Het verkeer over het water was net zo belangrijk als het verkeer over de weg. De drie stadspoorten van Rhenen vormen de sleutel tot de infrastructuur van de stad. Utrecht en Arnhem waren beide makkelijk bereikbaar vanuit Rhenen, zowel over de weg als ook over het water.

HOUD VOL: Bericht 200

Aan de corona-tijd hebben wij in onze Website-Berichten nog geen aandacht besteed. Toch willen wij op deze plaats allen die getroffen zijn door deze vreselijke ziekte, direct of indirect, een hart onder de riem steken met een nieuw Bericht. We hopen allemaal dat er spoedig een vaccin gevonden zal worden en dat deze situatie snel achter ons komt te liggen. De Engel met de glimlach en ‘gebalde vuist’ bij de ingang van de kathedraal van Reims wenst u allen sterkte: HOUD VOL.

De engel met de glimlach. Kathedraal van Reims. Foto Carla Oldenburger.

De ziekte treft ons persoonlijk gelukkig tot heden niet en heeft ook niet direct veel invloed op ons werk, alhoewel het onderzoek natuurlijk toch wel bemoeilijkt wordt door gesloten archieven, reisbeperkingen en annuleringen van lezingen en symposia.

Het thema van dit Bericht is HOUD VOL Dat geldt voor ons allen, we zijn er nog lang niet. Maar dit thema geldt ook voor het schrijven van ‘Berichten’ op deze website. Het eerste bericht verscheen op onze vernieuwde website in november 2015. Wij schrijven een Bericht als we onze lezers attent willen maken op iets dat ons is opgevallen en dat we graag willen delen. Het opvallende van dit Bericht is dat het nummer 200 is. Dat willen we vieren met een paar momenten uit de afgelopen periode waarin we deze Berichten schreven (eind 2015 tot heden).

Vanaf 2016 begeeft Bureau Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven zich op twee onderzoeksterreinen: architectuur en landschap, met drie specialisaties groen erfgoedkleurgebruik in de architectuur en architectuurtheorie (Dom van der Laan en de Zochers). 

Kleurkaarten in Heemkundig Museum Baron van Brakell. Foto Carla Oldenburger

De richting ‘Kleur’, waar we sinds 2016 aandacht aan besteden is de afgelopen tijd tot uiting gekomen in de aandacht voor en artikel over een nieuw [rood] raam in de Heilig Grafkapel in de Oude Kerk van Amsterdam en in een artikel over het ‘houten’ van kerkbanken in de Noorderkerk van Amsterdam.

Primula’s in tuin van Paleis Het Loo, uitgestald in het aurikeltheater. Foto Paleis het Loo.

Het onderwerp ‘Groen Erfgoed’ wordt ieder jaar vorm en gezicht gegeven in de tuinen van Paleis Het Loo. In het zogenaamde aurikeltheater (zie foto hierboven), in de beschutting van de berceau, worden talloze primula-soorten tentoongesteld.

Uitstalling van potplanten op de trappen in Caltagirone, Sicilië. Foto Carla Oldenburger

Zouden de trappen in Caltagirone op Sicilië (zie hierboven, 2019) of de uitstalling van planten in de tuin bij het huis van Pilatos in Sevilla (hieronder, 2018) de inspiratie hebben gevormd voor het aurikeltheater? (Grapje).

Uitstalling bloempotten in de tuin van Casa de Pilatos, Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Linde langs de Levendaalselaan in Rhenen. Foto Carla Oldenburger

Niets is mooier dan eeuwen oude bomen als bewijs van ‘Groen Erfgoed’. De oude linde aan de voet van de Laarseberg, vroeger behorend bij de buitenplaats Levendaal te Rhenen, is een van de mooiste en oudste voorbeelden. Een herinnering aan de buiten-plaats Levendaal is heden nog de grafsteen van Dionys van Leefdael (1491) in de Cunerakerk, de oudst aanwezige grafsteen in deze kerk.

Prachtig vorm gegeven tentoonstelling over de ‘Grand Tour’. Museum Hermitage Amsterdam. Foto Carla Oldenburger

Momenten van verrukking en schoonheid de afgelopen jaren overvielen ons tijdens tentoonstellingen die wij bezochten. De belangrijkste waren ‘Classic Beauties. Kunstenaars, Italië en de schoonheidsidealen van de 18e eeuw’ (in Museum Hermitage Amsterdam, een expositie die naadloos aansloot bij het werk van de Zochers); en ‘Een huis voor de geest’ (in Kunstencentrum deSingel in Antwerpen en op Buitenplaats Doornburgh te Maarssen) over de theorie en praktijk van het werk van de architect Dom Hans van der Laan.

De eerste tentoonstelling vertelt het verhaal van jonge aristocratische Europeanen, die in de tweede helft van de 18e eeuw een reis naar Italië ondernamen (met als hoogtepunt Rome) om daar de net opgegraven klassieke beelden en bouwwerken te bewonderen. Op onze eigen Grand Tour in december 2018 en mei 2019 (resp. naar Andalusië en Sicilië) beleefden we de kunst van de klassieke oudheid en de barok, getuige enige foto’s in dit Bericht geplaatst.

Op de tentoonstelling over Dom van der Laan en zijn leerling Jan de Jong op buitenplaats Doornburgh kon men de architectuur van de Bossche School als het ware zelf beleven.

Irissen in Jardines de los Reales Alcázares. Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Irissen in onze eigen tuin in Rhenen, 12 mei 2020. Foto Carla Oldenburger

Met de bloeiende irissen uit onze eigen tuin sluiten we dit Bericht af. De irissen hebben de corona-crisis overleefd, EN ZO ZULLEN WIJ.

HOUD VOL, HOUD MOED, HOUT MOET (Bericht 200)

Laurens Vogelesang (1846-1929) en Oranje

Komende zomer ga ik een studiereis maken naar Thüringen met de Geschiedkundige Vereniging Oranje Nassau. Het thema van de reis is ‘Sterke vrouwen van Nassau’. Centraal staat Juliana van Stolberg (1506-1580), geboren op Schloss Stolberg en stammoeder van het Huis Oranje-Nassau. We schenken onze aandacht aan vier dochters van Juliana van Stolberg en eveneens aan een dochter en een zuster van Willem van Oranje; aan een dochter van graaf Jan de Oude; aan de vier zusters van Solms, kleindochters van de zusters van Willem van Oranje; aan Koningin Wilhelmina en het Schloss Schwarzburg waar de eerste ontmoeting plaats vond tussen Wilhelmina en Prins Hendrik van Mecklenburg; en tenslotte aan een tante van Prins Hendrik en aan de vrouw van de Graaf van Hoorne. De namen van al deze vorsten laat ik maar even achterwege. Ik zal ze na de reis vrees ik grotendeels ook weer vergeten.

Deze voorgenomen reis doet mij terugdenken aan mijn Oranjegezinde overgrootvader Laurens Vogelesang.

Titelafbeelding van tijdschrift De Prins der Geïllustreerde Bladen, 5 september 1908

Hij zou geen moeite hebben gehad met het herkennen en onthouden van al die ‘sterke vrouwen uit het Huis van Nassau’. Hij was een kenner. Dit kwam o.a. tot uiting door een boekje dat hij schreef, getiteld: Waarom wij voor het Huis van Oranje zijn, uitgegeven door de Amsterdamsche Christelijke Oranjevereeniging, nr. 33, (goedgekeurd bij Kon. Besluit van 23 October 1907); en door zijn abonnement op tijdschrift De Prins der Geïllustreerde Bladen (afgekort De Prins, nr. 1 uitgegeven in 1901). Aan hem werd zelfs even aandacht besteed in dit tijdschrift, in Jg.4, nr.5 (1905), ter herinnering aan zijn 40-jarige onderwijzers-loopbaan.

Laurens Vogelesang, Amsterdam. 1846-1929

Laurens was dus van beroep (hoofd)onderwijzer, achtereenvolgens in Den Haag, van 1865-1874; in Heemstede, op de Bijzondere Protestantse School, tegenwoordig genaamd Nicolaas Beetsschool genoemd, van 1874-1886; in Bolsward op de Christelijke Nationale School (CNS) van 1886-1890 en tenslotte in Amsterdam van 1890 – 1911 (het jaar van zijn pensionering), als hoofd van de Koningin Emmaschool, op de Passeerdersgracht.
Hij werd in Den Haag geboren als zoon van Jacobus Vogelezang (deze keer met een ‘z’ geschreven) en Carolina Sophia Rompel, mijn betovergrootmoeder, van wie ik mijn voornamen heb geërfd. Ongetwijfeld een sterke vrouw, de grootmoeder van mijn grootmoeder. Met míjn kennis van de ‘sterke vrouwen van Nassau’ is het echter slecht gesteld tot heden. Wie weet brengt het reisje naar Thüringen daar toch verandering in.