Een paar Berichten geleden (zie website oldenburgers.nl) schreef ik n.a.v. de tentoonstelling ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum, over bloemen, planten, bomen, tuinen en dieren in het werk van Ovidius. Dat was mijn specifieke benadering van het onderwerp.
Een week later werd de tentoonstelling ‘Vogels’ (‘Birds’) in het Mauritshuis geopend. Het onderwerp van deze tentoonstelling is de relatie tussen mens en vogels, een typisch biohistorisch onderwerp, want volgens de uitvinder van het biologisch vakgebied ‘biohistorie’, Prof. Frans Verdoorn (1906-1984), is de betekenis van het woord biohistorie: de relatie tussen mens, plant en dier in de loop van de cultuurgeschiedenis.
Historicus Simon Schama is gastconservator van de tentoonstelling en werkte voor deze tentoonstelling samen met kunsthistorica Adrienne Quarles van Ufford. Schama verkende al eerder de onderlinge verbondenheid tussen mens en natuur in zijn boeken Landscape and Memory (1995) en Foreign Bodies: Pandemics, Vaccines, and the Health of Nations (2023). Verdoorn en Schama hebben elkaar niet gekend en Schama zal zich geen biohistoricus noemen, maar ikzelf bekijk juist als biohistoricus en leerling van Verdoorn hier graag enkele voorbeelden van deze tentoonstelling.
Mijn eigen biohistorische kijk dus op dit onderwerp, geen recensie op de tentoonstelling, maar een korte biohistorische blik op enkele wel en niet op de tentoonstelling aanwezige kunstvoorwerpen.
De tentoonstelling onderzoekt de relatie tussen mens en vogel door de eeuwen heen en is opgedeeld in zeven thema’s:
1) vogels als huisdier, 2) voedsel, 3) symbool van vrijheid, 4) schoonheid, 5) als symbool van liefde, 6) spiritualiteit en 7) hemelse boodschapper. Op het eerste gezicht mis ik de kijk op vogels als deel van de levende natuur. We zien voorwerpen op de tentoonstelling van de antieke Egyptische en Griekse oudheid, via Leonardo da Vinci (tekening vogelvleugel, 1512) en Rembrandt en Fabritius tot moderne en hedendaagse kunst.
Net als in het Bericht over Ovidius’ Metamorphosen zal ik als biohistoricus in deze beschouwing zelf ook enige voorbeelden aandragen, die de betekenis van vogels nader belichten. We kennen allen de zwaan als symbool voor de eeuwige liefde, de duif als symbool voor vrede, de adelaar als symbool voor kracht en de uil als symbool voor wijsheid. Waar komen deze symbolen vandaan?
Voor mij is Ovidius’ verhaal over de verleiding van Leda, koningin van Sparta, door de Griekse god Zeus, vermomd als een zwaan, het startpunt. Het beeld van Michelangelo, in gravure gebracht door Cornelis Bos, is voor de tentoonstelling ook vergroot tot muurdecoratie. Men denkt dat zwanen monogaam leven (dat is niet altijd het geval overigens), en dat is de reden dat ze al heel vroeg als symbool van eeuwige liefde werden gezien, maar hebben zwanen in de kunst altijd deze betekenis? In de biohistorie gaat het veel om vergelijken in eenzelfde tijdsperiode. En als we dat doen dan zien we dat de ‘Bedreigde Zwaan’ in het werk van Jan Asselijn (ca. 1650) volgens de kunsthistorie een heel andere betekenis heeft. De zwaan staat dan voor de Nederlandse staat (of Johan de Witt), die haar nest (Holland) verdedigt. Ook wordt gedacht aan de eeuwige liefde tussen de raadpensionaris en Holland, en dan wordt het beeld van Ovidius weer duidelijk.
Cornelis Bos (gravure naar verdwenen schilderij van Michelangelo). Leda en de Zwaan. c. 1544 / 1545. Coll. Mauritshuis
In 1654 schilderde Carel Fabritius een puttertje (Carduelis carduelis), die aan een kettinkje gevangen zit op zijn voedselbak. Het vogeltje wordt al heel vroeg door Plinius de Oude (23 na Chr. – 79) in zijn boekwerk Naturalis historia (77 na Christus) beschreven als slim vogeltje dat zijn eigen waterbakje kan ophalen en zaden uit distels kan peuteren. Albertus Magnus citeert Plinius in zijn werk Animalibus Libri XXVI (1250 – 1260). Deze beschrijvingen maakten dat het puttertje het symbool werd van vindingrijkheid en vernuft.
Fabritius laat door het kettinkje heel duidelijk zien dat de vogel gevangen zit en de 17de eeuwse aanschouwer van het schilderij zal dan ook direct aan de betekenis vrijheid en gevangenschap denken. Maar een geletterde aanschouwer was zich in de nadagen van de Renaissance ook bewust van klassieke en christelijke waarden. Zij kenden de beschrijving van de putter uit Plinius’ werk en hoewel de putter niet in de bijbel voorkomt, wordt hij toch door Christenen in die tijd gezien als vooraankondiging van het lijden van Christus (denk aan de doornenkroon) omdat hij gemakkelijk zaadjes uit distel-bloemen weet op te pikken en de prikkende bladeren van deze plant doen denken aan de doornenkroon.
Carel Fabritius (1622-1654). Het puttertje of distelvink, 1654. Coll. Mauritshuis
Naast het schilderij van Fabritius, zijn er al eerder 16e eeuwse schilderijen met een putter of distelvink geschilderd, als vooraankondiging van het naderende lijden van Christus. Een daarvan is het beroemde schilderij in het Uffizi met het kindje Jezus, die een puttertje in de hand houdt, Madonna del cardellino, geschilderd door Raphael (1483-1520). Jammergenoeg niet op de tentoonstelling. Het stelt Maria voor en twee jongetjes, Jezus (l.) met een putter in zijn hand en Johannes de Doper (r.).
Raphael (1483-1520). Madonna del cardellino, 1505-1506. Coll. Uffizi
Als derde schilderij met een putter en als bewijs dat de putter toch echt een bijzondere betekenis had in de 16e eeuw, wil ik wijzen op een Madonna en kind met puttertje van Tisi Benvenuto, ook bekend als Garofalo (1476-1559). Het schilderij dateert uit ca. 1517, en is niet op de tentoonstelling in Den Haag aanwezig.
Als het om puttertjes gaat, zien we voornamelijk schilderijen van Vlaamse Primitieven en Italiaanse Renaissance schilders, die dit onderwerp behandelen. Waarschijnlijk omdat deze schilders op de hoogte waren van de beschrijvingen van Plinius d. O. en de monnik, theoloog en filosoof Albertus Magnus.
Garofalo (1476 -1559). Madonna met kind en puttertje. Ca. 1517. Galleria Borghese
Putters, zwanen, pauwen, uilen, duiven en adelaars, we kennen ze nog steeds uit bijbelverhalen, van diverse schilderijen en tekeningen, uit de mode, menagerieën en dierentuinen, als lekker hapje en uit de natuur. Maar de oorsprong van de legenden en verhalen zijn we voor een groot deel kwijt geraakt. En dat is jammer en vraagt om onderzoek. Een duif bijvoorbeeld wordt nog steeds als boodschapper gezien maar waar komt dat vandaan? Plinius de Oude beschrijft het mozaïek van Sosus van Pergamon met een prachtige duif (Naturalis historia, boek XXXVI), maar hier wordt niet gesproken over de olijftak als vredessymbool in zijn bek.
Rembrandt van Rijn (1606/1607-1669). Stilleven met twee dode pauwen en een meisje, ca. 1639. Coll. Rijksmuseum
Het schilderij van Rembrandt Stilleven met twee dode pauwen en een meisje (rond 1639) toont twee dode pauwen in een voorraadkamer. In de 17e eeuw waren pauwen een delicatesse, ze werden opgehangen om uit te bloeden. De voorstelling is een jachtstilleven dat de weelde van de veren-kleuren (blauw, groen, geel) en de fijnproeverscultuur van die tijd benadrukt. Plinius schetst het prachtige verenkleed van de pauw, naast de vogel die zich ‘in schaamte en verdriet’ verbergt wanneer hij jaarlijks zijn staartveren verliest, tot ze in de lente weer aangroeien. In de Christelijke cultuur krijgt de pauw misschien hierdoor de betekenis van onsterfelijkheid.
Tronie van een man met gevederde baret (ook bekend als man met een gepluimde muts). Coll. Mauritshuis.
Deze tronie uit circa 1635-1640 past in het thema van de tentoonstelling vanwege de vogelveren in de baret van de afgebeelde persoon. Ik heb het schilderij nog niet gezien, maar zou het ook mogelijk zijn aan de veren de vogelsoort te herkennen en dan via de vogelnaam deze vogel terug te vinden in een brontekst of op een ander schilderij? Het is geen argusfazant, maar wat wel? Veren van een struisvogel of pauw? Veren kunnen in de 17de eeuw een bewijs van rijkdom, van sociale status en exotisme uitstralen.
John James Audubon. Birds of America (1827-1838). Coll. Teylers Museum
Vanaf de 18e eeuw (de eeuw van de Verlichting) zien we de eerste encyclopedische vogelboeken verschijnen. Het boek Birds of America (1827-1838) van de natuuronderzoeker en schilder John James Audubon, spant de kroon wat de illustraties betreft. Audubon heeft de vogels goed bestudeerd en de afbeeldingen zijn dan ook zeer realistisch en op ware grootte. Eerder al (1770 -1829) verscheen het boek van onderzoeker Cornelis Nozeman (1720-1786) en tekenaar en graveur Christiaan Sepp (1739-1811 en zijn zoon J. C. Sepp, . 5 delen), onder de titel Nederlandsche Vogelen. Het is een min of meer compleet werk over Nederlandse vogels, waarin Nozeman zijn eigen waarnemingen met historische bronnen combineerde. Die bronnen laten weer typisch 18de eeuwse opvattingen over vogels in Nederland zien. Helaas niet op de tentoonstelling.
Realistische Afbeelding van de putter in het boek Nederlandsche Vogelen van C. Nozeman en C. Sepp (1770-1829)
Als we wat meer naar onze tijden opschuiven, denken we natuurlijk heel snel aan de duiven van Picasso als boodschapper van vrede. Picasso tekent vaak duiven met olijftak, maar voor het WereldVredeCongres in 1949 koos Picasso nu net voor een zo realistisch mogelijke duif, zonder olijftak. Waardeerde hij het bekende klassieke mozaïek van Sosus van Pergamon met duiven op een waterbak (zonder olijftak) misschien meer dan de zwarte Vredesduif van Matisse (1948) en de beschrijving van de duif uit de Bijbel, die komt aanvliegen bij de ark van Noach, met een olijftak als bewijs van het zakkende water en de stilzwijgende boodschap dat de zondvloed voorbij is? Hier ben ik nog niet uit. Of moeten we concluderen dat de symboliek niet meer begrepen wordt in de twintigste eeuw?


l. Matisse. Duif met olijftak, 1948.
r. Picasso. Duif op litho voor Wereld Vredes Congres. 1949.
Na deze beschouwing heb ik de tentoonstelling later echt bezocht en 25 maart jl. nog een nader Bericht geschreven.