Categoriearchief: Tentoonstellingen

Amsterdam Bijna Gesloopt

Even reclame maken voor mijn schoonzoon. Walther Schoonenberg, secretaris van de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad,  schreef een rijk geïllustreerd boek, titel ‘Amsterdam Bijna Gesloopt‘.

Zie hier: Inkijkexemplaar

(Overgenomen van de website van het Grachtenmuseum Amsterdam en bovenmate interessant voor monumentenliefhebbers, #Rijksdienst Cultureel Erfgoed, #Mooi Noord-Holland, leden van #Heemschut, #Hendrick de Keyser, en bovenal #GEMEENTERAAD  AMSΤΕRDAM):

“Waarom stonden de Amsterdamse grachten ooit op het punt om gesloopt te worden? Het boek en de tentoonstelling ‘Amsterdam bijna gesloopt‘ nemen je mee door verschillende plannen voor de stad, nooit eerder getoonde archieffoto’s en je leert hoe Amsterdammers hun stad redden.

Moderne stad van glas en staal

Stel je voor: de grachtenpanden, smalle straatjes en pleinen van de Amsterdamse binnenstad vervangen door een moderne stad van glas en staal. Dit scenario leek in de 20ste eeuw écht te gaan gebeuren. En niet zomaar, want de binnenstad lag er toen vervallen bij. Het plan was er om oude buurten te vervangen door moderne wijken met brede autowegen en grote kantoorgebouwen. Het Grachtenmuseum op de Herengracht 386 was er bijvoorbeeld niet geweest als alle plannen voor verkeersdoorbraken door waren gegaan.

Actievoeren

Gelukkig liep het anders. Amsterdammers kwamen in actie; buurtbewoners, kunstenaars, monumentenliefhebbers vochten in de loop van de twintigste eeuw voor het behoud van hun stad. De tentoonstelling en bijbehorend boek nemen je mee in het verhaal van dreigende sloop, felle protesten en uiteindelijk een volledig herstel. Ontdek hoe Amsterdammers hun stad redden en hoe het komt dat wij daar nu nog elke dag van kunnen genieten. Daarnaast zijn er nooit eerder getoonde archieffoto’s, bijzondere tekeningen, plattegronden en actieposters te zien.

Verdiepend verhaal

De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Het gelijknamige boek, geschreven door Walther Schoonenberg MA, verscheen 26 februari 2026 bij Uitgeverij Prometheus (Amsterdam) en vormt een uitbreiding op de verhalen uit de tentoonstelling.”

Vogels biohistorisch beschouwd (in relatie tot de tentoonstelling ‘Birds’ in het Mauritshuis)

Een paar Berichten geleden (zie website oldenburgers.nl) schreef ik n.a.v. de tentoonstelling ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum, over bloemen, planten, bomen, tuinen en dieren in het werk van Ovidius. Dat was mijn specifieke benadering van het onderwerp.

Een week later werd de tentoonstelling ‘Vogels’ (‘Birds’) in het Mauritshuis geopend. Het onderwerp van deze tentoonstelling is de relatie tussen mens en vogels, een typisch biohistorisch onderwerp, want volgens de uitvinder van het biologisch vakgebied ‘biohistorie’, Prof. Frans Verdoorn (1906-1984), is de betekenis van het woord biohistorie: de relatie tussen mens, plant en dier in de loop van de cultuurgeschiedenis.

Historicus  Simon Schama is gastconservator van de tentoonstelling en werkte voor deze tentoonstelling samen met kunsthistorica Adrienne Quarles van Ufford. Schama verkende al eerder de onderlinge verbondenheid tussen mens en natuur in zijn boeken Landscape and Memory (1995) en Foreign Bodies: Pandemics, Vaccines, and the Health of Nations (2023). Verdoorn en Schama hebben elkaar niet gekend en Schama zal zich geen biohistoricus noemen, maar ikzelf bekijk juist als biohistoricus en leerling van Verdoorn hier graag enkele voorbeelden van deze tentoonstelling.

Mijn eigen biohistorische kijk dus op dit onderwerp, geen recensie  op de tentoonstelling, maar een korte biohistorische blik op enkele wel en niet op de tentoonstelling aanwezige kunstvoorwerpen.

De tentoonstelling onderzoekt de relatie tussen mens en vogel door de eeuwen heen en is opgedeeld in zeven thema’s:
1) vogels als huisdier, 2) voedsel, 3) symbool van vrijheid, 4) schoonheid, 5) als symbool van liefde, 6) spiritualiteit en 7) hemelse boodschapper. Op het eerste gezicht mis ik de kijk op vogels als deel van de levende natuur. We zien voorwerpen op de tentoonstelling van de antieke Egyptische en Griekse oudheid, via Leonardo da Vinci  (tekening vogelvleugel, 1512) en Rembrandt en Fabritius tot moderne en hedendaagse kunst.
Net als in het Bericht over Ovidius’ Metamorphosen zal ik als biohistoricus in deze beschouwing zelf ook enige voorbeelden aandragen, die de betekenis van vogels nader belichten. We kennen allen de zwaan als symbool voor de eeuwige liefde, de duif als symbool voor vrede, de adelaar als symbool voor kracht en de uil als symbool voor wijsheid. Waar komen deze symbolen vandaan?
Voor mij is Ovidius’ verhaal over de verleiding van Leda, koningin van Sparta, door de Griekse god Zeus, vermomd als een zwaan, het startpunt. Het beeld van Michelangelo, in gravure gebracht door Cornelis Bos, is voor de tentoonstelling ook vergroot tot muurdecoratie. Men denkt dat zwanen monogaam leven (dat is niet altijd het geval overigens), en dat is de reden dat ze al heel vroeg als symbool van eeuwige liefde werden gezien, maar hebben zwanen in de kunst altijd deze betekenis? In de biohistorie gaat het veel om vergelijken in eenzelfde tijdsperiode.  En als we dat doen dan zien we dat de ‘Bedreigde Zwaan’ in het werk van Jan Asselijn (ca. 1650) volgens de kunsthistorie een heel andere betekenis heeft. De zwaan staat dan voor de Nederlandse staat (of Johan de Witt), die haar nest (Holland)  verdedigt. Ook wordt gedacht aan de eeuwige liefde tussen de raadpensionaris en Holland, en dan wordt het beeld van Ovidius weer duidelijk.
Cornelis Bos (gravure naar verdwenen schilderij van Michelangelo). Leda en de Zwaan. c. 1544 / 1545. Coll. Mauritshuis

 

In 1654 schilderde Carel Fabritius een puttertje (Carduelis carduelis), die aan een kettinkje gevangen zit op zijn voedselbak. Het vogeltje wordt al heel vroeg door Plinius de Oude (23 na Chr. – 79) in zijn boekwerk Naturalis historia (77 na Christus) beschreven als slim vogeltje dat zijn eigen waterbakje kan ophalen en zaden uit distels kan peuteren. Albertus Magnus citeert Plinius in zijn  werk Animalibus Libri XXVI (1250 – 1260). Deze beschrijvingen maakten dat het puttertje het symbool werd van vindingrijkheid en vernuft.

Fabritius laat door het kettinkje heel duidelijk zien dat de vogel gevangen zit en de 17de eeuwse aanschouwer van het schilderij zal dan ook direct aan de betekenis vrijheid en gevangenschap denken. Maar een geletterde  aanschouwer was zich in de nadagen van de Renaissance ook bewust van klassieke en christelijke waarden. Zij kenden de beschrijving van de putter uit Plinius’ werk en  hoewel de putter niet in de bijbel voorkomt, wordt hij toch door Christenen in die tijd gezien als vooraankondiging van het lijden van Christus (denk aan de doornenkroon) omdat hij gemakkelijk zaadjes uit distel-bloemen weet op te pikken en de prikkende bladeren van deze plant doen denken aan de doornenkroon.

Carel Fabritius (1622-1654). Het puttertje of distelvink, 1654. Coll. Mauritshuis

Naast het schilderij van Fabritius, zijn er al eerder 16e eeuwse schilderijen met een putter of distelvink geschilderd, als vooraankondiging van het naderende lijden van Christus. Een daarvan is het beroemde schilderij in het Uffizi met het kindje Jezus, die een puttertje in de hand houdt, Madonna del cardellino, geschilderd door Raphael (1483-1520). Jammergenoeg niet op de tentoonstelling. Het stelt Maria voor en twee jongetjes, Jezus (l.) met een putter in zijn hand en Johannes de Doper (r.).

Raphael (1483-1520). Madonna del cardellino, 1505-1506. Coll. Uffizi

Als derde schilderij met een putter en als bewijs dat de putter toch echt een bijzondere betekenis had in de 16e eeuw, wil ik wijzen op een Madonna en kind met puttertje van Tisi Benvenuto, ook bekend als Garofalo (1476-1559). Het schilderij dateert uit ca. 1517, en is niet op de tentoonstelling in Den Haag aanwezig.

Als het om puttertjes gaat, zien we voornamelijk schilderijen van Vlaamse Primitieven en Italiaanse Renaissance schilders, die dit onderwerp behandelen. Waarschijnlijk omdat deze schilders op de hoogte waren van de beschrijvingen van Plinius d. O. en de monnik, theoloog en filosoof Albertus Magnus.

Garofalo (1476 -1559). Madonna met kind en puttertje. Ca. 1517. Galleria Borghese
Putters, zwanen, pauwen, uilen, duiven en adelaars, we kennen ze nog steeds uit bijbelverhalen, van diverse schilderijen en tekeningen, uit de mode, menagerieën en dierentuinen, als lekker hapje en uit de natuur. Maar de oorsprong van de legenden en verhalen zijn we voor een groot deel kwijt geraakt. En dat is jammer en vraagt om onderzoek. Een duif bijvoorbeeld wordt nog steeds als boodschapper gezien maar waar komt dat vandaan? Plinius de Oude beschrijft het mozaïek van Sosus van Pergamon met een prachtige duif (Naturalis historia, boek XXXVI), maar hier wordt niet gesproken over de olijftak als vredessymbool in zijn bek.
Rembrandt van Rijn (1606/1607-1669). Stilleven met twee dode pauwen en een meisje, ca. 1639. Coll. Rijksmuseum

Het schilderij van Rembrandt Stilleven met twee dode pauwen en een meisje (rond 1639) toont twee dode pauwen in een voorraadkamer. In de 17e eeuw waren pauwen een delicatesse, ze werden opgehangen om uit te bloeden. De voorstelling is een jachtstilleven dat de weelde van de veren-kleuren (blauw, groen, geel) en de fijnproeverscultuur van die tijd benadrukt. Plinius schetst het prachtige verenkleed van de pauw, naast de vogel die zich ‘in schaamte en verdriet’ verbergt wanneer hij jaarlijks zijn staartveren verliest, tot ze in de lente weer aangroeien. In de Christelijke cultuur krijgt de pauw misschien hierdoor de betekenis van onsterfelijkheid.

Tronie van een man met gevederde baret (ook bekend als man met een gepluimde muts). Coll. Mauritshuis.

 

Deze tronie uit circa 1635-1640 past in het thema van de tentoonstelling vanwege de vogelveren in de baret van de afgebeelde persoon. Ik heb het schilderij nog niet gezien, maar zou het ook mogelijk zijn aan de veren de vogelsoort te herkennen en dan via de vogelnaam deze vogel terug te vinden in een brontekst of op een ander schilderij? Het is geen argusfazant, maar wat wel? Veren van een struisvogel of pauw? Veren kunnen in de 17de eeuw een bewijs van rijkdom, van sociale status en exotisme uitstralen.

John James Audubon. Birds of America (1827-1838). Coll. Teylers Museum

Vanaf de 18e eeuw (de eeuw van de Verlichting) zien we de eerste encyclopedische vogelboeken verschijnen. Het boek Birds of America (1827-1838) van de natuuronderzoeker en schilder John James Audubon, spant de kroon wat de illustraties betreft. Audubon heeft de vogels goed bestudeerd en de afbeeldingen zijn dan ook zeer realistisch en op ware grootte. Eerder al (1770 -1829) verscheen het boek van onderzoeker Cornelis Nozeman (1720-1786) en tekenaar en graveur  Christiaan Sepp (1739-1811 en zijn zoon J. C. Sepp, . 5 delen), onder de titel Nederlandsche Vogelen. Het is een min of meer compleet werk over Nederlandse vogels, waarin Nozeman zijn eigen waarnemingen met historische bronnen combineerde. Die bronnen laten weer typisch 18de eeuwse  opvattingen over vogels in Nederland zien. Helaas niet op de tentoonstelling.

Realistische Afbeelding van de putter in het boek Nederlandsche Vogelen van C. Nozeman en C. Sepp (1770-1829)

Als we wat meer naar onze tijden opschuiven, denken we natuurlijk heel snel aan de duiven van Picasso als boodschapper van vrede. Picasso tekent vaak duiven met olijftak, maar voor het WereldVredeCongres in 1949 koos Picasso nu net voor een zo realistisch mogelijke duif, zonder olijftak. Waardeerde hij het bekende klassieke mozaïek van Sosus van Pergamon met duiven op een waterbak (zonder olijftak) misschien meer dan de zwarte Vredesduif van Matisse (1948) en de beschrijving van de duif uit de Bijbel, die komt aanvliegen bij de ark van Noach, met een olijftak als bewijs van het zakkende water en de stilzwijgende boodschap dat de zondvloed voorbij is? Hier ben ik nog niet uit. Of moeten we concluderen dat de symboliek niet meer begrepen wordt in de twintigste eeuw?

l. Matisse. Duif met olijftak, 1948.

r. Picasso. Duif op litho voor Wereld Vredes Congres. 1949.

Na deze beschouwing heb ik de tentoonstelling later echt bezocht en 25 maart jl. nog een nader Bericht geschreven.

Tentoonstelling over 450 jaar bescherming Haagse Bos (2 maart t/m 9 april 2026)

In aansluiting op de aankondiging van de tentoonstelling ‘450 jaar Bescherming Haagse Bos door de akte van Redemptie’ in Atrium Den Haag,  ga ik hier nader in op de geschiedenis van het Haagse Bos (Haagsche Bosch), deels overgenomen van de tekst die wij schreven voor de ‘Gids voor de Nederlandse Tuin- en landschapsarchitectuur’ (deel 3, 1998).

Op 16 april 1576 ondertekende Willem van Oranje de ‘Acte van Redemptie’ waarin werd bepaald dat niemand meer een boom mocht kappen in het bos en dat het bos niet verkocht mocht worden. Dit is het allereerste natuurbeschermingsmanifest van Nederland. De Acte van Redemptie is nog steeds van kracht. Toch heeft in de loop der eeuwen niet iedereen zich eraan gehouden….  

Het Haagse Bos (eerder Haagsche Bosch of Hagerhout genaamd), is waarschijnlijk een restant van een middeleeuws binnenduinbos dat zich eens uitstrekte van ‘s-Gravenzande tot aan de Haarlemmerhout. Voor de graven van Holland was het een geliefd jachtterrein. In 1613 werd het bos opengesteld voor het publiek. Het tegenwoordige Haagse Bos ligt tussen het Malieveld, de Koekamp en het Huis ten Bosch.
Het Malieveld werd in de zeventiende eeuw aangelegd voor het maliespel, een soort golfspel.
De Koekamp is een weiland dat oorspronkelijk voor vee en later in de negentiende eeuw als dierenweide werd ingericht.
Huis ten Bosch werd vanaf 1645 gebouwd voor Frederik Hendrik door architect Pieter Post (1608-1669) en Jacob van Campen (1596-1657). Constantijn Huygens (1596-1687) gaf belangrijke adviezen. De eerste steen werd gelegd door Elisabeth Stuart van de Palts, de Winterkoningin.

Plattegrond Haagsche Bosch, 1645

In de beginperiode van de eerste formele aanleg wordt Meester-hovenier Borchaert Frederick genoemd als zijnde verantwoordelijk voor de moestuinen en parterres; hij was tevens tuinman op Huis Ter Nieuwburg.

P.C. La Fargue, 1778. Het Heerepad in het Haagse Bos

Het eerste groene ontwerp voor het Haagse Bos (in landschapsstijl) werd gemaakt door J.D. Zocher sr. in 1807. Dit werd echter niet uitgevoerd. Keizer Napoleon hechtte geen belang aan het bos. Hij liet het in 1812 in kaart brengen door A. van der Spuij, met de bedoeling elk jaar een tiende deel te laten kappen en na tien jaar de grond te verkopen. De Franse overheersing kwam echter ten einde en het bos bleef bestaan.
In 1819 gaf Koning Willem I aan A. van der Spuij, directeur van de Koninklijke Domeinen, de opdracht om waterwerken in het bos aan te leggen ter verbetering van de waterstand. Hierbij kwam de grote vijver tot stand. Achter deze vijver werd een waterval gecreëerd, die wegens gebrek aan niveauverschil bemalen werd door een paardenmolen. In deze tijd werd het bos gekarakteriseerd door schitterende gezichten over vijvers en bruggen, en door genoemde waterval en een Zwitserse brug.

I.I. Loke. Plattegrond van Haagsche Bosch,  1825, met wegen en paden en de grote waterpartij

In 1837 ontving J.D. Zocher jr. de opdracht om nog meer verfraaiingen aan te brengen en op verzoek van de Minister van Financiën werd weer vijftig jaar later in 1878 een beheerrapport over het Haagse Bos uitgebracht. De zoon van J.D. Zocher jr, L.P. Zocher, maakte toen als deskundige kweker en tuinarchitect deel uit van de commissie.
In 1899 werd het onderhoud van het bos overgedragen aan het pas opgerichte Staatsbosbeheer. In de Tweede Wereldoorlog richtte het aanleggen van de Atlantikwall veel schade aan het bos en de oorspronkelijke aanleg aan. Het graven van een tankgracht had tot gevolg dat de vijvers werden dichtgegooid en een groot deel van het bos werd gerooid. Na de oorlog is het hele terrein opnieuw ingeplant, met voornamelijk loofhout. In het voorjaar bloeien er veel stinseplanten waaronder bosanemoon.
Ter gelegenheid van de koperen bruiloft van Koningin Juliana en Prins Bernhard werd hen een geschenk door het Nederlandse volk aangeboden. Dit bestond uit het opnieuw aanleggen van de tuinen van Huis te Bosch (in historische trant), naar een ontwerp van J.T.P. Bijhouwer. De uitvoering vond plaats in 1949/1950. De laatste visie en beheersplan en detailontwerpen werden opgesteld in opdracht van Rijksgebouwendienst (1987-1996), door de tuinarchitect Michael van Gessel.

Bloemen, bomen, landschappen in ‘Metamorphosen’ van Ovidius

Als eerste-klassertje op het stedelijk gymnasium in Utrecht (1953/1954) vond ik Griekse mythologie heel erg moeilijk. Ik kon die moeilijke vreemde namen van goden en godinnen maar niet onthouden, maar uiteindelijk wist ik gelukkig toch voldoende resultaat te behalen.

Catalogus van de tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum

Nu word ik uitgedaagd door de tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum (6 februari t/m 25 mei 2026). De tentoonstelling is uiteraard geïnspireerd op de gedichten van Ovidius. Als deskundige op het gebied van historische tuinen en bloemen en landschappen vraag ik me nu af, welke planten en bomen en tuinen komen er eigenlijk in de Metamorphosen voor en in welke Metamorphosen spelen zij een rol?

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste bloemen, planten, bomen en tuinen (met behulp van AI) :
BLOEMEN ONTSTAAN UIT PERSONAGES
Narcis uit de hoogmoedige jongeling Narcissus die verliefd wordt op zijn eigen spiegelbeeld en verandert in de wit-gele bloem die naar hem vernoemd is.

Hyacint uit de jongeling Hyacinthus geliefd door Apollo. Nadat hij per ongeluk door een discus wordt gedood, verandert Apollo zijn bloed in de hyacintbloem.

Apollo en Hyacinthus

Anemoon ontstaan uit het bloed van Adonis, de geliefde van Venus, nadat hij door een zwijn is gedood.

Saffraankrokus ontstaan uit de sterveling Crocus, die door Mercurius (Hermes) in een bloem werd veranderd na een tragisch ongeval.

Viooltjes en rozen: worden vaak genoemd in de context van bloemenkransen of als beschrijving van weiden

BOMEN EN STRUIKEN ONTSTAAN UIT PERSONAGES

Laurier (Laurus nobilis): Daphne verandert in een laurierboom om te ontsnappen aan de amoureuze achtervolgingen van Apollo.

Moerbei (Morus): De vruchten van de moerbeiboom verkleuren van wit naar donkerrood (zwart) door het bloed van de tragische geliefden Pyramus en Thisbe.

Pyramus en Thisbe bij de moerbeiboom

Cipres (Cupressus): Kyparissos, die per ongeluk het hert van de nimfen doodde en ontroostbaar was, wordt door Apollo veranderd in een cipres.

Linde en Eik: Het gastvrije, oude echtpaar Philemon en Baucis verandert na hun dood in een linde en een eik, die met hun stammen in elkaar verstrengeld raken.

Mirre (Myrrha): Veranderde in een mirreboom nadat ze zwanger was geworden van haar eigen vader.

Zwarte den (Pitys): De nimf Pitys werd in een zwarte den veranderd om te ontkomen aan Pan.

Waterriet (Calamus): De nimf Syrinx veranderde in waterriet toen ze werd achtervolgd door Pan.

Heliotroop/Zonnebloem (Clytie): De nimf Clytie, verliefd op de zonnegod Sol, veranderde in een bloem die haar gezicht naar de zon draait.

TUINEN EN LANDSCHAPPEN

De Tuin van Pomona: Een centrale plaats in Boek XIV. Pomona is de nimf/godin van de boomgaarden en tuinen, die zich opsluit in haar tuin en bemind wordt door Vertumnus.

Vertumnus en Pomona in tuin door Peter Paul Rubens. Coll. Prado Madrid

De Tuin van de Hesperiden: Bekend van de gouden appels, bewaakt door een draak.

Wildernis en bossen: Ovidius beschrijft vaak de ‘wildernis’ (locus amoenus of juist angstaanjagend bos) als de plek waar nimfen worden opgejaagd of metamorphoses plaatsvinden.

DIEREN

Op de dieren in de Metamorphosen ben  ik in eerste instantie niet ingegaan. Misschien wijd ik daar nog een tweede Bericht aan? Ik vroeg daarom AI mij te helpen met het samenstellen van een kort overzichtslijstje.  Hieronder volgen enkele van de belangrijkste dieren en transformaties in het werk van Ovidius:

  • Koe/Vaars: De nimf Io wordt door Jupiter in een witte koe veranderd om haar te verbergen voor Juno.
  • Herten: Actaeon wordt door Diana in een hert veranderd nadat hij haar naakt heeft gezien, waarna hij door zijn eigen jachthonden wordt verscheurd.
  • Ijsvogels (Halcyonen): Alcyone en Ceyx veranderen in ijsvogels na een tragische verdrinking.
  • Olifant, Leeuw, Aap, Hond, Koe: Deze dieren worden genoemd als voorbeelden in de context van de mythologische verhalen en de illustraties daarvan.
  • Slang/Draak: Cadmus doodt een draak en later veranderen hij en zijn vrouw in slangen.
  • Vogels (diverse):
    • Koekoek: Jupiter vermomt zich als koekoek om Juno te verleiden.
    • Adelaar: Jupiter neemt vaak de gedaante van een adelaar aan.
    • Zwaan: Jupiter vermomt zich als zwaan (bij Leda).
    • Raven/Kraaien: Worden in verschillende verhalen genoemd (o.a. in het verhaal van Apollo en Coronis).
  • Spinnen: Arachne wordt door Minerva in een spin veranderd na een weefwedstrijd.
  • Dolfijnen: Mensen die in dolfijnen veranderen (o.a. de zeerovers in het verhaal van Bacchus).
  • Mieren: De Myrmidonen (mensen ontstaan uit mieren).
  • Wolf: Lycaon wordt door Jupiter in een wolf veranderd.

Bezoek aan de tentoonstelling warm aanbevolen: Sculpturen van Cellini, Bernini, Rodin en Bourgeois staan naast schilderijen van Titiaan, Correggio, Caravaggio, Arcimboldo en Rubens.

Nieuwe Beeldentuin voor Rijksmuseum in Carel Willinkplantsoen

De beeldentuin rond het Rijksmuseum stamt uit de tijd van de architect van het Rijksmuseum, Pierre Cuypers (1827-1921). De collectie beelden is eigenlijk een samenraapsel van beelden en architectuur-fragmenten, die laten zien dat  het Rijksmuseum niet alleen gericht is op het tonen van schilderijen,  tekeningen, meubels en ethnografica. Nu krijgt het Rijksmuseum er een nieuwe moderne-beeldetuin er bij. 

Oude foto Rijksmuseumtuin. Coll. Rijksmuseum

In eerder Bericht beschreef ik al eens dat de tuinbeelden en bouwfragmenten van deze eerste openlucht-beeldenexpositie  afkomstig waren uit oudere tuinen. Opgenomen in de tuin zijn: een achttiendeeeuws toegangshek van de buitenplaats Over-Amstel, een toegangshek (ontworpen door Daniel Marot) uit circa 1700 van Huis De Voorst bij Zutphen, drie Hercules-beelden en een Androclus van J.P. Baurscheidt de Oude afkomstig van de buitenplaats Bosch en Hoven in Haarlem, de godin Juno van Rombout Verhulst uit circa 1690, vier loden keizersbustes afkomstig van de buitenplaats Meer-en-Berg te Heemstede en een loden Diana uit de achttiende eeuw. Een tuinhuis uit 1731 is afkomstig van Keizersgracht 585. In de beeldengalerij aan beide zijden van dit tuinhuis staan beelden van de seizoenen Zomer, Lente en Herfst, afkomstig uit het atelier van Ignatius van Logteren. Van een huis aan het Spaarne bij Haarlem is een tuinkoepel van omstreeks 1730 aanwezig. De fragmenten van de Heerenpoort in Groningen, de Bergpoort in Deventer, de Waterpoort in Gorinchem, de poortgevel van de Commanderie te Utrecht en de Stadhouderspoort op het Binnenhof in Den Haag dateren uit de zeventiendeeeuw.

Art Impression Bureau Foster and partners London. Nieuwe Beeldentuin Rijksmuseum Amsterdam 2026. Carel Willinkplantsoen. Foto Rijksmuseum. Crouching Spider van Louise Bourgeois

(ovegenomen van Linkedin): “Een uitzonderlijke schenking van de Don Quichot-stichting stelt het Rijksmuseum nu in staat de stad Amsterdam te verrijken met een openbare beeldentuin van internationaal aanzien. De locatie is het Carel Willinkplantsoen vlakbij het Rijksmuseum, tussen de Hobbemakade en de Stadhouderskade. In deze driehoekige groene ruimte met drie paviljoens kunnen bezoekers genieten van sculpturen van wereldberoemde kunstenaars zoals Alberto Giacometti, Louise Bourgeois, Alexander Calder, Jean Arp, Roni Horn en Henry Moore, JoanMiro, Jean Dubuffet, Barbara Hepworth en Ellsworth Kelly.     De nieuwe tuin zal ook tijdelijke sculpturententoonstellingen huisvesten. De Don Quichot-stichting doneert 60 miljoen euro om de ontwikkeling van de nieuwe locatie te financieren. Ook levert het Rijksmuseum een groot aantal beelden op lange termijn in bruikleen. De nieuwe tentoonstellingsruimte van het museum zal bekend staan als het Don Quichot-paviljoen (of Don Quichot Sculpture Hall). De ontwerper van de nieuwe tuin is de Belgische landschapsarchitect Piet Blanckaert. Ook wordt de tuin met ruim 20 nieuwe volwassen bomen en met inheemse planten verrijkt om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit.

Het is de bedoeling dat de beeldentuin in het najaar 2026 wordt geopend.

‘Getekend, de natuur’. Tentoonstelling over de relatie tussen mens en natuur.

GETEKEND, DE NATUUR.

In het Centraal Museum Utrecht is een tentoonstelling te zien  (t/m 29 maart 2026) over de relatie tussen mens en natuur, aan de hand van de particuliere collectie Munnicks van Cleeff. Deze bestaat uit ongeveer 1.500 landschapstekeningen en -prenten uit de zeventiende en achttiende eeuw, waarvan zo’n honderd werken in de tentoonstelling te zien zijn. De collectie bevat gedetailleerde afbeeldingen van de provincie Utrecht en vormt een waardevol document voor de regionale geschiedenis.

Dirk Verrijk. gezicht op de Biltstraat buiten Utrecht. 18de eeuw. Part. Collectie Munnicks van Cleeff

Zo zijn er prenten te zien die bekende plekken als de Biltstraat in Utrecht afbeelden (van Dirk Verrijk), al zijn ze niet meer te herkennen: waar in de zeventiende eeuw nog akkers waren, is het nu volgebouwd. Naast tekeningen en prenten uit de Atlas zijn ook modernere tekeningen en prenten te zien, o.a. van onze voorvader Willem Maris (1844-1910, bekend van zijn koeien-schilderingen natuurlijk) en van de bekende Utrechter Peter Vos (1935-2010). Hier wordt een tekening van Peter Vos uit ons eigen bezit afgebeeld, die veel overeenkomst vertoont met een tekening van hem op de tentoonstelling.

Peter Vos, 1973. Part. Coll. Foto Carla Oldenburger

Opvallend voor mij is dat het onderwerp van deze tentoonstelling wordt gedefinieerd als “de relatie tussen mens en natuur, een levende geschiedenis”,  terwijl mijn leermeester prof. Frans Verdoorn het begrip ‘biohistorie’ altijd uiteenzette met de woorden “relatie tussen mens, plant en dier in de loop van de cultuurgeschiedenis”. Het verschil is dat het begrip natuur veel omvattender is dan alleen plant en dier. De beelden in de tentoonstelling zullen dit hopelijk laten zien.

Tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh

Buitenplaats Trompenburg. ’s Graveland vanuit de lucht. Noorden rechts. Foto

In het Erfgoedhuis Hilversum bij de Bibliotheek Hilversum is een pop-up tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh te ’s Graveland. gestart. De expositie richt zich op het  heden en verleden van deze hele bijzondere buitenplaats. Zowel het fantastische 17de eeuwse huis als ook de  tuin en het park komen ter sprake, vanaf de bouw door Cornelis Tromp en Margaretha van Raephorst na het Rampjaar 1672 tot aan de restauratie van vandaag.

Wat zijn de plannen voor de restauratie van de tuinen en het park?
In 2009 werd ons bureau al gevraagd naar onze eerste mening over een eventuele restauratie van de tuin en het park. We adviseerden toen eerst een onderzoek naar de geschiedenis van de tuin te laten doen; in 2023 raakten we weer betrokken bij de restauratie van de tuin, nu in opdracht van  ‘Mooi Noord-Holland’.  We bestudeerden toen het plan Karres en Brands, dat uitgevoerd gaat worden. Het ontwerp voor de eilanden en de boomgaarden  is gebaseerd op het 17de eeuwse ontwerp met hagen die de eilanden omringen, terwijl het 19de eeuwse parkbos de oorspronkelijke landschappelijke structuren zal behouden.
Het zal heel moeilijk zijn de boomgaard te beplanten met 17de eeuwse vruchtbomen want appel- en perenrassen uit die tijd zijn er eigenlijk niet meer. Dat zullen wel 19de eeuwse rassen worden. We wachten het af.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh door Bureau Karres en Brands. Stippellijn geeft oorsprnkelijke situatie aan. Ontwerp op basis van 17de eeuws ontwerp.. Noorden boven.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh, door Bureau Karres en Brands. met oprijlaan. 2023. Noorden boven.

Bekend is ook nog een ontwerp van Copijn / Bruine Beuk uit 1998. Naast oude prenten en nieuwe ontwerpen worden op de tentoonstelling bijzondere vondsten getoond: een deel van de oorspronkelijke steektrap, een trotseerloodje uit 1678, kleurtesten en aantekeningen van restauratoren.

📍 Bibliotheek Hilversum, ‘s-Gravelandseweg 55, Hilversum
☕️ Entree via leescafé en ArtHilversum
🕛 Open: ma t/m za van 12.00–17.00 uur
🎟️ Toegang gratis

Sag mir wo die Blumen sind: Natuurbeelden van Anselm Kiefer en Vincent van Gogh

Onlangs de tentoonstelling van schilderijen en tekeningen van Anselm Kiefer bezocht in het Vincent van Gogh Museum en het Stedelijk Museum. In het Van Gogh Museum staat werk van Kiefer centraal dat een duidelijke band heeft met het werk van Van Gogh. Ik wil hier op enkele natuur-schilderijen ingaan  die direct doen denken aan beroemde schilderijen van Vincent van Gogh, die iedereen op zijn netvlies heeft staan.

Anselm Kiefer, Der Waldsteig of Bospad. Expositie Vincent van Gogh Museum, 2025

Anselm Kiefer, ‘Nevermore of Nooit weer’ (2014). Zie de vliegende raven. Expositie Vincent van Gogh Museum, 2025

Anselm Kiefer. Sterrennacht (2019). Expositie Vincent van Gogh Museum, 2025

Als je het werk van Vincent een beetje kent, komen er direct een aantal schilderijen van hem in je gedachten. Het bospad is volgens de bijgevoegde tekst de titel van een liefdesroman van Adalbert Stifter (1805-1868) uit 2023. Om een indruk te geven met welke materialen Kiefer werkt,  dit schilderij is gemaakt van een emulsie van olieverf, acrylverf, bladgoud en een bezinksel van elektrolyse op doek. Stifter verbindt de idylle van de natuur met innerlijk conflict en passie. Mogelijk heeft Kiefer hier het schilderij ‘Populierenlaan in de herfst’ van Van Gogh in gedachten gehad. In ieder geval roept de kleurstelling en het thema ‘laan’ herinneringen op.

Het tweede schilderij wat ik voor dit Bericht heb uitgekozen is Kiefer’s schilderij ‘Nevermore’ of ‘Nooit weer’ (2014), dat me meteen deed denken aan korenveld met kraaien van Vincent. De titel van Kiefer’s schilderij verwijst naar het gedicht The Raven (de Raaf) van Edgar Allan Poe uit 1845, waar een bedroefde geliefde wordt gekweld door het gekrijs van een raaf die niet ophoudt met het roepen van de woorden  ‘nooit weer, nooit weer…’  De titel van een van de laatste schilderijen van Van Gogh is het bekende  ‘Korenveld met kraaien’ uit 1890. Het verschil tussen een kraai en een raaf zit ‘m in de grootte. De raaf (Corvus corax) is de grote broer van de zwarte kraai (Corvus corone).

Het laatste hier afgebeelde schilderij is getiteld ‘Sterrennacht’ uit 2019. Het is duidelijk dat Kiefer bij het schilderen van zijn ‘Sterrennacht’ die van Van Gogh in gedachten had. Vincent schilderde zijn schilderij toen hij in diepe depressie (1889-1890) verkeerde en in een ziekenhuis in St. Remy de Provence werd behandeld. Hij had daar een eigen atelier en ging graag naar buiten om te schilderen. We zien in de werken van beiden  ‘een golvende sterrenhemel, waarin de maan en de sterren rond zichzelf cirkelen en elk een eigen kosmos vormen.’ Kiefer’s ‘Sterrennacht’ verwijst naar de diepe verbinding tussen hemel en aarde.

 

Waar doet me die ‘Bomenrij’ van Jan Mankes toch aan denken?

Onlangs opende een grote Jan Mankes tentoonstelling in Museum Arnhem èn Museum Belvedère in Oranjewoud bij Heerenveen. Ik moet er nog heen, dus hier geen bespreking van de tentoonstelling, maar meer een opwarmertje.

Jan Mankes. Bomenrij. Museum Arnhem

Zijn vage dromerige en verstilde beelden doen me altijd denken aan de verstilling bij Matthijs Maris, maar ook de bomen langs de Waal en de Linge brengen die verstilling die Jan Mankes schilderde.

Carla Oldenburger. Foto van een bomenrij op het zuiderstrandje bij Ochten. 

Juliet Oldenburger. Bomen langs de Linge bij Heukelum en Spijk. Ets. Part. Collectie

Dit tentoonstellingstweeluik rond het rustgevende en inspirerende oeuvre van Jan Mankes (1889-1920) is te bezoeken t/m 22 juni 2025.

Tentoonstelling: Brongebouw – opkomst en ondergang van een Haarlems kuuroord