Categoriearchief: Kunst

John James Audubon (1785-1851) Voorproefje

Een kijkje in mijn boekenkast. met Birds of America / J.J. Audubon (herdruk 1997, Wordsworth Edition))

(241) Het originele werk Birds of America, het meesterwerk van John James Audubon (verschenen tussen 1827 en 1838 op dubbel-olifantsformaat) bevat 435 platen. De Wordsworth Edition geeft een schitterende herdruk van de platen, weliswaar in folio-formaat (daarom een plaatje van mijn boekenkast, zodat je kan zien hoe groot het boek ook nu nog is). Naast zijn tekeningen (plaatwerken) van de vogels schreef Audubon zijn waarnemingen over het gedrag van de vogels in een aparte uitgave getiteld ‘Ornithological Biography‘ (1831-1839).

Als student of net afgestudeerde biohistoricus maakten we met de staf van ons instituut een keer (eind jaren zestig zal het geweest zijn) een uitstapje naar Teylers Museum. Onze professor (Prof. dr. Frans Verdoorn) kende de staf van Teylers Museum goed en we werden dan ook gefêteerd op alle schatten van het museum. Toen zag ik voor het eerst de originele delen van de serie plaatwerken van Audubon, het enige exemplaar in Nederland. We waren wel wat gewend want Mevrouw Verdoorn was de gelukkige bezitster van de ‘Nederlandsche Vogelen’ van Sepp en Nozeman, het eerste Nederlandse Vogelboek (1770 -1829). En als je deze twee uitgaven vergelijkt, blijkt dat beide uitgaven uitblinken qua illustraties, maar dat Audubon de vogels heeft getracht in hun natuurlijke omgeving en in een natuurlijke houding weer te geven, en dat is helemaal fantastisch.

Trompet Zwaan (Cygnus buccinator) uit Birds of America. 1838.

Gisteren (17 april 2021) was ik deelnemer aan een webinar georganiseerd door Teylers Museum. De onderwerpen die daar werden besproken waren een voorproefje op de komende activiteiten van het museum.

1) Tentoonstelling Vogelpracht, over het vogelboek van Audubon en andere vogelboeken en tekeningen uit Teylers collectie, die op 17 juli 2021 (als corona dat toelaat) zijn deuren opent;

2) Opening van het Teylers Huis (november 2021), en in verband daarmee sprak de stoelen-restaurator Poole over de restauratie van de stoelen uit het Teylers Huis;

3) Tentoonstelling ‘Italiaanse barok in Teylers’ n.a.v. het verschijnen van de nieuwe ‘Bestandscatalogus Italiaanse Tekeningen’ uit de zeventiende eeuw, samengesteld door Carel van Tuyll (opening 17 juli 2021). Getoond zullen worden o.a. de twee tekeningen van Bernini die onlangs als ‘herontdekking’ het nieuws haalden.

Na de opening van de diverse activiteiten zullen we op deze aankondiging in onze ‘Berichten’ terugkomen.

Prachtige Nieuwe Opstelling van het Lam Gods in de St. Baafs- Kathedraal Gent

Jan en Hubert van Eyck. Nieuwe opstelling in de St. Baafs Kathedraal / Sacramentskapel te Gent. Foto: Cedric Verhelst

(236) Het altaarstuk ‘Het Lam Gods’ van Jan en Hubert van Eyck is verplaatst en voorzien van een glazen ombouw die perfecte klimatologische omstandigheden (14-16 gr. C. ), luchtvochtigheid en lichtinval garandeert.

Zelf heb ik het altaarstuk diverse malen in tamelijk donkere omstandigheden gezien. Het veelluik behoorde tot een verzameling schilderijen die ik bestudeerde voor mijn doctoraalexamen. Het onderwerp van deze studie was ‘De plant op Middeleeuwse schilderijen van Noord- en Zuid-Nederlandse Meesters’. Door de planten eerst te determineren en hun kruidkundige en iconologische betekenis te achterhalen, werd gezocht naar meer achterliggende betekenis van de schilderijen.

Dit is een goede reden om deze doctoraal-scriptie (hoofdvak), naast mijn andere twee doctoraal-scripties (tweede hoofdvak en bijvak) uit 1965/’66/’67 bij mijn publicaties op te nemen, ook al zijn zij alleen in typoscript voor handen en niet gepubliceerd. Zie onder ‘Literatuurlijst Carla S. Oldenburger-Ebbers‘, de eerste drie items (onderaan de lijst).

Nieuw Portret van jong meisje, geschilderd door Simon Willem Maris

(235) Op 23 februari jl. schreef ik een Bericht over de afbeelding op een affiche voor de Slavernij-tentoonstelling in het Rijksmuseum. De afbeelding was een portret van Isabella, een schilderij van Simon Maris (1873-1935).

N.a.v. dit Bericht ontvingen wij een reactie van de schoonmoeder van Juliet, die ook over een portret van een ‘donker’ meisje van Simon Maris beschikte (uit 1933), hieronder afgebeeld.

Simon Maris. Jongedame met kettinkje. Olieverf op paneel. Gesigneerd en gedateerd (1933). Particuliere Collectie

Dus nog maar eens verder op zoek naar portretten van Simon Maris. Wie is dit model? En waar komt het schilderij vandaan? Het moet geschilderd zijn in de tijd dat Simon in Amsterdam woonde op de Keizersgracht 498. Bekend is dat het tot eind jaren tachtig heeft gehangen in Café – Bodega “Le Jardin”, op de hoek van de Vijzelstraat en de Reguliersdwarsstraat. Het verhaal gaat dat de baas van dit café dit schilderij voor de Tweede Wereldoorlog al heeft ontvangen, waarschijnlijk als ruilmiddel (tegen wijn of andere spiritualia), misschien van Simon Maris zelf, die tamelijk dichtbij woonde, of van een eerdere koper van het schilderij?

Op Internet zocht ik naar vergelijkbare portretten in de hoop de naam van deze jongedame te vinden.

Simon Maris. Negroïde dame met sieraden. Olieverf op paneel. Geveild bij Twents Veilinghuis, 2020

Simon Maris. Jonge vrouw met boek. Olieverf op doek op schilderboard. Gesigneerd, 1926. Voorheen Collectie Simonis & Buunk

Bovenstaande twee portretten lijken wel iets op het portret uit 1933. Ook hebben de meisjes steeds hetzelfde kettinkje om. Of de eerste twee dezelfde vrouw voorstellen zou kunnen, maar valt moeilijk te zeggen. In het vorige Bericht over Isabella werd gesuggereerd dat zij mogelijk een Creoolse of Hindoestaanse was. Bij het tweede portret spreekt het Twents Veilinghuis van een negroïde meisje.

Verbouwingstekening door A.C.Swets. 1901. Stadsarchief Amsterdam. De tweede en derde verdieping werden tot één hoge lichte ruimte verbouwd.

Naast deze portretten heeft Simon Maris ook vele andere dames geschilderd, vaak zijn vrouw en kinderen. Hij wordt terecht portretschilder genoemd. Hij ontving zijn modellen, als hij In Amsterdam was, in zijn atelier op de Keizersgracht 498. Dit huis dat hij in 1901 had gekocht heeft hij ten gunste van een ruim en licht atelier eerst laten verbouwen. De verbouwingstekening bevindt zich in het Stadsarchief Amsterdam. Op de bijgevoegde foto zien we ook het nieuwe interieur (i.p.v. het atelier van Simon, dat al in het vorige Bericht werd afgebeeld) en het grote raam op het NO, dat voor schilders het ideale licht laat binnenkomen.

Het interieur van het atelier van Co-op 2, het reclamebureau van fotograaf Guermonprez (1908-1944). Ca, 1935. Stadsarchief Amsterdam

DIASHOW: HAND-TAPIJTKNOPERIJ KINHEIM BEVERWIJK (1910-1973)

(884 x bekeken op Slideshare.nl)

(234) Gisteren (19 maart 2021) stond er in de dagelijkse Berichten van het tijdschrift MONUMENTAAL een artikeltje over Deventer Tapijten in Huis van Brienen (Herengracht 282, Amsterdam).

Deventer tapijt in Huis van Brienen Amsterdam

Deze tapijten werden in Deventer vervaardigd in de  Koninklijke Deventer Tapijtfabriek (1797-1978). Maar er waren meer tapijtfabrieken, waaronder de Hand-tapijtknoperij Kinheim te Beverwijk (1910 tot 1973). De grootste collectie tapijten uit Beverwijk bevindt zich in Museum Kennemerland te Beverwijk. Op de website van dit museum staat onder meer te lezen:
“Hendrik Godefridus Polvliet startte volgens het handelsregister de Tapijtknoperij ‘Kinheim’ op 1 september 1910 aan de Zeestraat 104 te Beverwijk. Oorspronkelijk zat het bedrijf aan de Vondellaan in Beverwijk, toen nog Spargielaan geheten. Zijn vrouw, mevrouw C.M. Polvliet – Van Hoogstraaten (1883-1966), was daar al in 1909 gestart met de handtapijtknoperij ‘Kinheim’. Op kleine schaal werden hier met de hand tapijten geknoopt. Zie verder het hele document van het museum en bovenstaande diashow.

CREOOLSE (?) geschilderd in Atelier door Simon W. Maris, Keizersgracht 498, A’dam

(231) De bekende Amsterdamse portretschilder Simon W. Maris (1873-1935) was een zoon van de beroemde landschapsschilder Willem Maris (1844-1910) en een achterneef van onze (over)grootmoeder Carolina Sophia Vogelesang. Sinds 1901 was hij de gelukkige eigenaar van pand Keizersgracht nr. 498 te Amsterdam. Zie de archieffoto hier beneden afgebeeld.

Zijn portret Isabella zien we deze maanden veel afgebeeld in verband met de tentoonstelling Slavernij, te bewonderen vanaf het moment dat de deuren van het Rijksmuseum na de lockdown weer open gaan. De voormalige titel van het schilderij is ‘Indisch type, Oostersch meisje zittend in een fauteuil’, later ook aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’.

De keuze van dit schilderij op de affiche van de tentoonstelling heeft te maken met het feit dat het museum de nadrukkelijke wens koestert ‘inclusief’ te werken, dwz. voor IEDEREEN. Ook bij de presentatie van schilderijen streeft men er naar voor allen, ongeacht ras, stand of afkomst, toegankelijk, interessant en aantrekkelijk te zijn.

Simon Maris. Isabella (voormalige titel: ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’). Ca. 1906. Olieverf op doek. 41 × 29 cm. Amsterdam, Rijksmuseum

Foto’s van Isbella (ca. 1906), genomen door Simon Maris in zijn atelier.. Coll. RKD Den Haag

Zoals gezegd voorheen werd dit meisje aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’. Nu zouden we zeggen een nakomelinge van een tot slaaf gemaakte voorouder. Uit recent (2020) onderzoek is gebleken dat haar voornaam Isabella was. De identificatie kwam tot stand door teruggevonden foto’s en verwijzingen in het archief van de schilder. Haar leeftijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar, -volgens schatting van het Rijksmuseum- toen zij in Maris’ atelier op de Keizersgracht 498 poseerde voor haar portret.

Is Isabella werkelijk een Indisch / Oostersch type of Negerinnetje? Dat is moeilijk af te lezen van dit portret. Mogelijk een Hindoestaans meisje of een Creoolse. Een mix was niet gebruikelijk aan het begin van de twintigste eeuw. Had Simon mogelijk een voorliefde voor getinte vrouwen uit andere landen omdat zijn eigen voorgeslacht ook uit een ander land (Tsjechië / Praag) afkomstig was? Zijn overgrootvader Wenzel Maresch had immers zijn vaderland verlaten om deel te nemen aan de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk en was uiteindelijk (ca. 1806) in Amsterdam terecht gekomen. Daar vestigde hij zich eerst als steenhouder, later werd hij boekdrukker in Den Haag. Het is bekend dat Simon tijdens WO I ook een serie portretten maakte waar een Roma-familie model voor stond. Deze familie was gestrand met een Duits schip voor de haven van IJmuiden en Simon zorgde -als lid van een liefdadigheiscomité- er voor dat deze familie in Amsterdam onderdak kreeg.

Keizersgracht 498 (dichtbij de Leidsestraat), middelste huis, in 1901 gekocht en verbouwd door Simon Willem Maris. Hij liet de 3de en 4 de verdieping verbouwen tot een groot schildersatelier, met een groot raam op het noordoosten
Sigmund Löw (toegeschreven aan), 1905. Simon Maris in zijn atelier op Keizersgracht 498, Amsterdam. Collectie RKD Den Haag.

Een portret van een donkere man, passend bij de komende tentoonstelling in het Rijksmuseum, wil ik in dit verband ook hier afbeelden. Het is een portret dat Juliet tijdens haar opleiding aan de Koninklijke Academie Den Haag heeft gemaakt. De naam van deze jongeman die model heeft gezeten is helaas ons onbekend.

Juliet Oldenburger. Man zit model op de Koninklijke Academie Den Haag. Ca. 1990. Part. Collectie Arnhem

VIA LEENDERT VAN HAESTAR (1604-1675) ALLEN EEN GELUKKIG EN GEZOND 2021 GEWENST

Leendert Maertensz. van Haestar (1604-1675). ‘Aanbidding der Koningen’. Olieverf op paneel. Coll. Kunsthandel Jean Moust Brugge

(222) Het schilderij ‘Aanbidding van de Koningen’ of  ‘Drie wijzen uit het Oosten’ (Arabië) vertelt het verhaal uit de Bijbel (Matt. 2:11-18) van de drie Koningen of ‘Wijzen’ uit het oosten Caspar, Melchior en Balthasar. Zij zagen een opgaande ster (conjunctie tussen Jupiter en Saturnus?) die hen  naar de pasgeboren koning der Joden zou leiden.

Drie Koningen 6 januari

Op deze dag wordt herdacht dat de drie Koningen in de stal in Bethlehem aankwamen en Jezus geschenken offerden: goud, wierook (uit hars van de plant Boswellia sacra) en mirre (uit hars van de plant Commiphora myrrha).

Boswellia sacra (hierboven) en Commiphora myrrha (hieronder)

Waarom zijn wij zo geïntrigeerd door dit schilderij?

Omdat Juliet dit jaar door genealogisch onderzoek heeft ontdekt dat Leendert van Haestar, de schilder van het hierboven ruim 380 jaar geleden vervaardigde schilderij een voorvader van ons is. We zullen hem op Driekoningen-avond 6 januari in kleine kring gedenken.

Leendert van Haestar (Haester, Haestert, Haastrecht), 1604- 1675. Schilder, behangselschilder en tekenaar:

Naar Leendert van Haestar (Haastert). Gravure door Jonas Suyderhoef. Portret Prins Willem III (Willem Hendrik van Oranje, 1650-1702). Ca. 1672. Coll. Rijksmuseum

Leendert van Haestar (Haastert / Haastrecht) werd geboren in Den Haag en is daar  in de Kloosterkerk begraven. Van Haestar is lid geweest van het Haagse schildersgilde en schilderde o.m. ‘Aanbidding der Koningen’, 1640; ‘De woede van Aharverus’, coll. Bredius; en een portret (uit 1672) van Willem III, stadhouder en later koning van Engeland, hierboven als gravure afgebeeld). Hij huwde met  Lucia Peneels / Paneel. 

De kunstschilder Leendert Maertensz. van Haestar (ook bekend onder de namen Haester, Haestert, Haastrecht) was een tijdgenoot van Rembrandt (1606-1669). Aan het werk van beiden is te zien dat ze door Caravaggio beïnvloed zijn, hoewel beiden waarschijnlijk nooit in Italië zijn geweest. Op hun schilderijen wordt met licht en donker gespeeld, zodanig dat het oog van de toeschouwer naar het hoofdthema van het schilderij wordt geleid, in dit geval Jezus in de kribbe.

Leendert Maertensz. van Haestar staat twaalf generaties terug in onze stamboom via onze Haagse tak. Carla’s naamgeefster Carolina Sophia Ebbers-Vogelesang is de laatste die in de hofstad geboren werd. Leendert  is een zoon van Maerten Florisz. van Groenewegt (ca. 1574-1636) en Nyesgen Cornelisdr. Schrap. Zijn jongere broer Floris was goudsmid. Leendert had 2 zonen (Willem en Maerten, beiden ook goudsmid) en 2 dochters waarvan Swaentje trouwde met de kunstschilder Arnold Verbuys. 

In Leendert’s tijd is er duidelijk sprake van kunstzinnig talent in de familie, zoals ook later in de 19de eeuw, wanneer overgrootvader Vogelesang trouwt met Johanna Hendrika Maris uit de bekende schildersfamilie. In 2021 zullen we het onderzoek naar de werken van Leendert van Haestar voortzetten.

Dia-Presentatie: Waar is de voortuin van de Amsterdamse Hortus?

(425 x bekeken op Slideshare)

(221) Een aantal jaren geleden maakte ons bureau in opdracht van de Amsterdamse Hortus een herontwerp voor de voortuin van deze hortus. ‘De meeste mensen lopen of fietsen hier met oogkleppen op aan voorbij en kunnen ook vaak de ingang van de hortus niet vinden’, klaagde de directie. Hier moest toch iets aan gedaan kunnen worden. In bovenstaande presentatie is te zien hoe wij tot het nieuwe ontwerp van de voortuin zijn gekomen. Het advies dat we deden om een kunstwerk te plaatsen nabij de ingangspoort is helaas niet gerealiseerd.

Leendert van Haastert en Arnold Verbuys, kunstschilders in ons voorgeslacht

(218) Sinds het opstellen van Bericht 215 ‘Heemstede Familiegrond’ (10 oktober 2020) realiseerden wij ons dat onze (bet)betovergrootvader Willem Frederik Amse het ‘bloemschilderen’ beheerste – zie de twee vorige berichten over bloemschilderen en W.F. Amse’s Kamerbehang-Affaire. Wij waren altijd al trots op onze familierelatie met de gebroeders Maris en op de in ons bezit zijnde natuurdrukken van Jacob Maris, die ons via mijn grootmoeder Carolina Sophia Ebbers-Vogelesang waren overgeleverd, maar nadat ik twee berichten eerder de vraag gesteld had hoe dat bloemschilderen zich nu verhield tot de Kamerbehangerszaak van W.F. Amse, wees Juliet me erop dat er nog een andere ‘behangsel’schilder in onze familie was geweest, zij het in een andere tak en wat langer geleden. In de 17de eeuw komen we in onze stamboom aan de Vogelesangkant nog twee schilders tegen: kunstschilder Leendert van Haastert en de Dordtse kunst- en behangselschilder Arnold Verbuys, welke laatste de schoonzoon van de eerste was. Beiden zijn in hun tijd gewaardeerde kunstenaars geweest en daarom in dit bericht wat meer gegevens over hen en enige schilderijen toegevoegd. De laatste afbeelding betreft een behangsel.

Naar Leendert van Haestar (Haastert). Gravure door Jonas Suyderhoef. Portret Prins Willem III (Willem Hendrik van Oranje), 1650-1702, ca. 1672.. Coll. Rijksmuseum

Leendert Maertensz. van HAASTERT / HAESTRECHT / HAASTER / HAESTAR (ook onder de naam N. van Haeften en Jacob Hogers aangetroffen), geboren ca. 1604; ondertrouw ‘s-Gravenhage 16-5-1638; overleden 2 okt. 1675 en begraven in de Kloosterkerk te ’s-Gravenhage. Kunstschilder (portretten en religieuze voorstellingen) en sinds 1641 lid van het Haagse schildersgilde (o.m. Aanbidding der Koningen, 1640; De woede van Aharverus, coll. Bredius, z.d.; portret van Willem III, 1672). Eigenaar van verschillende huizen in Den Haag, hetgeen een welgesteld man doet vermoeden. Echtgenote: Lucia PENEELS / PANEEL. Kinderen: 1. Angniesia; 2. Guillaume / Willem (goudsmid); 3. Maerten (goudsmid); 4. Swaentje, geb. Den Haag, 1657 x Arnold Verbuys (kunstschilder).

Literatuur:

B. J. A. Renckens. Leendert Martensz. van Haestar. Oud-Holland 65 (1950), p. 199-203.

Edwin Buijsen. Haagse Schulders in de Gouden eeuw. Zwolle (Waanders), 1998.

Leendert van Haestar. De aanbidding der Koningen (Matteus 2:11).1640. Gesign. “L. VHaestar fecit 1640“. Coll. Kunsthandel Jean Moust, Brugge.
Leendert Maertensz. van Haestar. Haman smeekt Ester om zijn leven (O.T. Ester 7:7-9)
Gesigneerd Van Haestar. Ongedateerd (Hampel Fine Art Auctions Munich)
Jacob Hogers (toegeschreven). Eerder Leendert Haestar, De Verzoening van Jacob en Esau, 1655., gesigneerd (coll. Rijksmuseum)

Arnold(us) VERBUYS / VERBIUS, geb. Dordrecht 10-07-1651; ondertrouw Dordrecht 10-3-1680; overl. ’s-Gravenhage (Delft?) na 1717 (1729?). Kunstschilder, behangselschilder en meester van het St-Lucasgilde te Antwerpen tussen 18 September 1673 and 18 September 1674 (bron: Rombouts en Van Lerius, 1872; 1961). Verder werkzaam in Dordrecht 1673-1680, Rotterdam / Den Haag 1680-1686, Leeuwarden 1686-1688 (gewerkt aan het Friese Hof), Rotterdam 1690, Middelburg 1695 en Den Haag 1706-1717.
Echtgenote: Swaentje / Swania VAN HAASTERT / HAESTAR, geb. ’s-Gravenhage, 10-03-1657. Kinderen: volgens Van der Aa, 1876 drie dochters en een zoon: 1. Hendrina; 2. Johannes

In het derde deel van zijn Levensbeschrijvingen der Nederlandsche konst-schilders en konst-schilderessen wijdt Jacob Campo Weyerman tot twee keer toe een stuk aan de Dordtse schilder Arnold Verbuys (ca. 1645-ca. 1715). In het eerste stuk noemt hij de schilder in navolging van Houbraken ‘Verbius’. Uit het tweede stuk onder de kop ‘Arnold Verbuys’ blijkt dat Campo Weyerman de schilder persoonlijk heeft gekend. Hij stelt onder meer dat Verbuys geruime tijd werkte voor de Middelburgse burgemeester Alexander de Muinq ‘in wiens huys hy onder andere konsttafereelen [in?] een Kamer penceelde’. Onderzoek naar vermeldingen van zijn werk in archivalia en veilingcatalogi levert opvallend veel mythologische scènes op waarin naakte vrouwen de hoofdrol spelen (zie de Provenance Index van The Getty Research Institute, Los Angeles, USA op www.getty.edu/research). 

Lit. 1) Ph. Rombouts en Th. van Lerius, De Liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche Sint Lucasgilde […] 1453-1629, Antwerpen 1872 / 1961; 2) G.H. Veth, ‘Aantekeningen omtrent enige Dordrechtsche schilders’ in: Oud-Holland 12 (1894), pp. 107-122; 113-122; 3) Katie Heyning. ‘Een buitenplaats als liefdesnest?’ in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, jrg. 33 (2010), pp. 25-27; 4) A.J. van der AA, Biografisch Woordenboek: VERBIUS (Arnoldus), in 1646 te Dordrecht geboren en in 1704 in Friesland gestorven. Van der AA schrijft verder: ‘Hij schilderde portretten aan het Friese Hof en ook historien en tooneelen uit kroegen en bordelen’. In tegenstelling tot Van der Aa geeft ECARTICO 1651 als geboortejaar en na 1717 als jaar van overlijden. 5) Martin van den Broeke. Rond een tekening van de buitenplaats Niet altijd Zomer bij Middelburg. Nehalennia 207 (voorjaar 2020).

Arnoldus Verbuys, Portret van J.W. Sandra (1661-1712, Koopman-Reder-Kunstverzamelaar-Burgemeester van Middelburg. Eigenaar van de buitenplaats ‘Niet Altijd Winter’, 1692, Trouwzaal Stadhuis Middelburg (collectie KZGW, foto: Ivo Wennekes)
Arnoldus Verbuys. Portret van Anna Catharina Stipel (1662-1696), derde vrouw van J.W. Sandra. 1692, Trouwzaal Stadhuis Middelburg (collectie KZGW, foto: Ivo Wenneke)
Arnoldus Verbuys. Portrait of ‘A Lady and a Gentleman’, Three-Quarter Length, With A Negro Servant Beyond (in 2004 op de markt geweest)
Arnoldus Verbuys. Lady with garlands, a putto and Cupid, or Love’s
Offering (1994 / 1995 Sotheby’s)
Arnoldus Verbuys. Die Glücksspielen. Keulen (in 2004 op de markt)
Arnoldus Verbuys (toegeschreven), Paso de los Egípceos por el Mar Rojo

Artprice.com noemt nog meer schilderijen: Patient with maid in attendance, Ver. Koninkrijk, 2019.

WIE WEET MEER OVER DEZE KUNSTSCHILDERS TE VERTELLEN. OOK ZIJN WE GEINTERESSEERD IN MEER SCHILDERIJEN, PORTRETTEN ETC.

Damplantsoen geopend in 1925. Amsterdam

Vandaag las ik op LinkedIn over een nieuwe aanwinst van Kunsthandel Bijl-Van Urk B.V., namelijk een schilderij van Cornelis Vreedenburgh, gedateerd 1927. Op LinkedIn werd de vraag gesteld: “wat zien we voor soort ‘tuin’ of ‘volkstuin’ op de voorgrond?”

Mijn antwoord was dat het hier een tuin in zogenaamde “Oud-Hollandse” stijl betrof, passend / aansluitend bij het gebouw, voorheen het stadhuis van Amsterdam, gebouwd/ontworpen door Jacob van Campen vanaf 1648 en gereed in 1665.

Cornelis Vreedenburgh. Damplantsoen en Koninklijk Paleis (voormalig stadhuis van Amsterdam), 1927. Kunsthandel Bijl-Van Urk, Alkmaar

We zien op het schilderij op de voorgrond een verdiepte tuin, opgebouwd uit grasvlakken en rechtlijnige bloemenborders. De tuin is verdiept en ontworpen langs een as van symmetrie, die aansluit op de middenas van het paleis. De tuin wordt ontsloten door een trappartijtje, gelegen in het midden van de dwarsas (voor de tram) en ook zijn dergelijke trapjes te vinden in het midden van de lengte-assen rond het middenperk. Op de hoeken van de lange perken en in het centrum van kleine vierkante perken staan taxussen geplant. De lange perken zullen nog met bloemen gevuld moeten worden, net zoals de perken aan beide zijden van de eerste trappartij. Het grote centrale rechthoekige grasvlak ligt binnen een wandelpad van flagstones en wordt daarbuiten afgesloten door (waarschijnlijk) buxusranden. Het beplantingsontwerp is volgens de rubriek Chronologie van het Stadsarchief Amsterdam (Onderwerp De Dam als plaats van herinnering) gemaakt door de gemeentelijke tuinarchitect Ir. J.R. Koning jr. .

De stijl van ontwerpen doet erg denken aan de stijl van Leonard Springer. Hij is in 1925 (toen de werkzaamheden begonnen) 70 jaar, en alhoewel is gebleken dat hij nog lang niet aan stoppen dacht in dat jaar, is de opdracht hem toch niet gegund. In de Springer Collectie Wageningen Library is wel enige summiere documentatie te vinden, namelijk een rijmpje uit het Haarlems Dagblad van T. de Rijmer, een krantenartikel uit De Telegraaf (1930-04-09) en een krantenfoto van het Damplantsoen.

Ik zal eens verder zoeken op naam van J.R. Koning, om er achter te komen bij welke projecten hij nog meer betrokken was in Amsterdam.

Aanleg Damplantsoen, Bouwput 1925, vlak voor de aanleg van het plantsoen.. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Op bovenstaande foto zien we de omschutte bouwput van het toekomstige plantsoen, maar eigenlijk was het een ruimte die vrijgekomen was door de afbraak (1912) van het voormalige Commandantshuis ( D’Ailly’s Historische Gids van Amsterdam. Bewerking H. F. Wijnman. 1968) en de sloop van de westzijde van de Warmoesstraat. Er was een plan om hier een hotel te bouwen, maar dat is niet doorgegaan. Het Damplantsoen was bedoeld als tijdelijke tussen-oplossing. Zie  https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/277/middendam-kromhout.html

12 september 1925. Officiële opening van het Damplantsoen 1925. Zicht over het Damplantsoen van Hotel Krasnapolsky naar Het Paleis. Coll. Stadsarchief Amsterdam
Hier is goed te zien dat de paden aan de voet van de borders en rondom het centrale grasperk uit flagstones bestaan. NB de tram die hier te zien is, staat ook op het schilderij afgebeeld. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Met dank aan Walther Schoonenberg en Hans Krol.

Nader onderzoek leverde een artikel over dit onderwerp op. Zie: Carla Oldenburger. ‘Over het Damplantsoen: ontwerper en karakteristieke kenmerken’. 13 p. Cascade Bulletin 2020 (verschenen 2021), p. 33 t/m 44.

HOUD VOL: Bericht 200

Aan de corona-tijd hebben wij in onze Website-Berichten nog geen aandacht besteed. Toch willen wij op deze plaats allen die getroffen zijn door deze vreselijke ziekte, direct of indirect, een hart onder de riem steken met een nieuw Bericht. We hopen allemaal dat er spoedig een vaccin gevonden zal worden en dat deze situatie snel achter ons komt te liggen. De Engel met de glimlach en ‘gebalde vuist’ bij de ingang van de kathedraal van Reims wenst u allen sterkte: HOUD VOL.

De engel met de glimlach. Kathedraal van Reims. Foto Carla Oldenburger.

De ziekte treft ons persoonlijk gelukkig tot heden niet en heeft ook niet direct veel invloed op ons werk, alhoewel het onderzoek natuurlijk toch wel bemoeilijkt wordt door gesloten archieven, reisbeperkingen en annuleringen van lezingen en symposia.

Het thema van dit Bericht is HOUD VOL Dat geldt voor ons allen, we zijn er nog lang niet. Maar dit thema geldt ook voor het schrijven van ‘Berichten’ op deze website. Het eerste bericht verscheen op onze vernieuwde website in november 2015. Wij schrijven een Bericht als we onze lezers attent willen maken op iets dat ons is opgevallen en dat we graag willen delen. Het opvallende van dit Bericht is dat het nummer 200 is. Dat willen we vieren met een paar momenten uit de afgelopen periode waarin we deze Berichten schreven (eind 2015 tot heden).

Vanaf 2016 begeeft Bureau Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven zich op twee onderzoeksterreinen: architectuur en landschap, met drie specialisaties groen erfgoedkleurgebruik in de architectuur en architectuurtheorie (Dom van der Laan en de Zochers). 

Kleurkaarten in Heemkundig Museum Baron van Brakell. Foto Carla Oldenburger

De richting ‘Kleur’, waar we sinds 2016 aandacht aan besteden is de afgelopen tijd tot uiting gekomen in de aandacht voor en artikel over een nieuw [rood] raam in de Heilig Grafkapel in de Oude Kerk van Amsterdam en in een artikel over het ‘houten’ van kerkbanken in de Noorderkerk van Amsterdam.

Primula’s in tuin van Paleis Het Loo, uitgestald in het aurikeltheater. Foto Paleis het Loo.

Het onderwerp ‘Groen Erfgoed’ wordt ieder jaar vorm en gezicht gegeven in de tuinen van Paleis Het Loo. In het zogenaamde aurikeltheater (zie foto hierboven), in de beschutting van de berceau, worden talloze primula-soorten tentoongesteld.

Uitstalling van potplanten op de trappen in Caltagirone, Sicilië. Foto Carla Oldenburger

Zouden de trappen in Caltagirone op Sicilië (zie hierboven, 2019) of de uitstalling van planten in de tuin bij het huis van Pilatos in Sevilla (hieronder, 2018) de inspiratie hebben gevormd voor het aurikeltheater? (Grapje).

Uitstalling bloempotten in de tuin van Casa de Pilatos, Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Linde langs de Levendaalselaan in Rhenen. Foto Carla Oldenburger

Niets is mooier dan eeuwen oude bomen als bewijs van ‘Groen Erfgoed’. De oude linde aan de voet van de Laarseberg, vroeger behorend bij de buitenplaats Levendaal te Rhenen, is een van de mooiste en oudste voorbeelden. Een herinnering aan de buiten-plaats Levendaal is heden nog de grafsteen van Dionys van Leefdael (1491) in de Cunerakerk, de oudst aanwezige grafsteen in deze kerk.

Prachtig vorm gegeven tentoonstelling over de ‘Grand Tour’. Museum Hermitage Amsterdam. Foto Carla Oldenburger

Momenten van verrukking en schoonheid de afgelopen jaren overvielen ons tijdens tentoonstellingen die wij bezochten. De belangrijkste waren ‘Classic Beauties. Kunstenaars, Italië en de schoonheidsidealen van de 18e eeuw’ (in Museum Hermitage Amsterdam, een expositie die naadloos aansloot bij het werk van de Zochers); en ‘Een huis voor de geest’ (in Kunstencentrum deSingel in Antwerpen en op Buitenplaats Doornburgh te Maarssen) over de theorie en praktijk van het werk van de architect Dom Hans van der Laan.

De eerste tentoonstelling vertelt het verhaal van jonge aristocratische Europeanen, die in de tweede helft van de 18e eeuw een reis naar Italië ondernamen (met als hoogtepunt Rome) om daar de net opgegraven klassieke beelden en bouwwerken te bewonderen. Op onze eigen Grand Tour in december 2018 en mei 2019 (resp. naar Andalusië en Sicilië) beleefden we de kunst van de klassieke oudheid en de barok, getuige enige foto’s in dit Bericht geplaatst.

Op de tentoonstelling over Dom van der Laan en zijn leerling Jan de Jong op buitenplaats Doornburgh kon men de architectuur van de Bossche School als het ware zelf beleven.

Irissen in Jardines de los Reales Alcázares. Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Irissen in onze eigen tuin in Rhenen, 12 mei 2020. Foto Carla Oldenburger

Met de bloeiende irissen uit onze eigen tuin sluiten we dit Bericht af. De irissen hebben de corona-crisis overleefd, EN ZO ZULLEN WIJ.

HOUD VOL, HOUD MOED, HOUT MOET (Bericht 200)