Categoriearchief: Kunst

‘INSECTEN ENZO’

Etsen van Bettien Scherft – van Lookeren Campagne (1930-2018)  

Bettien Scherft-van Lookeren Campagne. Biologielesje (3). Ets 5/7, 2004 (19×13 cm)

(256) Van 10 september tot eind december 2021 wordt in het 17de eeuwse Aalsmeerder Veerhuis (Sloterkade 21, 1058 HE Amsterdam) door de Vrienden van de stichting Diogenes een kleine expositie georganiseerd van de etsen, die Bettien Scherft heeft gemaakt in de laatste tien jaar van haar werkzame leven (1998-2008).
Deze vrolijke, met de hand ingekleurde etsen zijn vaak geïnspireerd door de natuur: behalve landschappen heeft zij de laatste jaren vooral veel insecten getekend.

Mede geïnspireerd door de film Microcosmos (1996) verwondert Bettien zich niet alleen over de eindeloze veelvormigheid en variëteit aan soorten, maar geeft zij eveneens een inkijkje in hun voor ons vaak verborgen leven: hoe ze voedsel verzamelen, een ‘huis’ bouwen, strijden voor hun bestaan, zich voortplanten en met elkaar communiceren – uitgelegd in bijgaande tekstjes of grafiekjes. Doordat de insecten vaak zijn afgebeeld met menselijke trekjes, als engelen of duiveltjes, en in haar werk bestaande en niet-bestaande soorten door elkaar zijn afgebeeld, kunnen wij ons met hen identificeren en geven zij ons tevens een beeld van ons eigen leven.

Bettien Scherft-van Lookeren Campagne. Gebloemde wezens. Ets.

Na haar opleiding aan de Rietveldacademie te Amsterdam – afdeling grafiek, illustreren en grafische vormgeving – heeft Bettien onder meer etslessen gehad van Gerard Lutz en schilderlessen van Nol Kroes op de Vrije Academie in Den Haag. Van 1963 tot 1969 werkte zij op het Haags Grafisch Kunstcentrum onder leiding van grafisch kunstenaar en etsdrukker Johan D. Scherft (1891-1969), waar zij haar latere echtgenoot J.P. Scherft leerde kennen.

Haar eerste tentoonstelling werd gehouden bij Galerie Liernur in Den Haag (1963). Het daaropvolgende jaar werd zij lid van De Haagse Kunstkring, waar zij vanaf 1965 verschillende malen heeft geëxposeerd. In 1968 werd zij tevens lid van Ars Aemula Naturae in Leiden, waar zij tot 2003 regelmatig deelnam aan tentoonstellingen, meestal met één of twee anderen. In 1968 kocht het museum De Lakenhal in Leiden tekeningen van haar. 

Verder had zij verschillende andere exposities, zoals in ‘Galerie 1623’ in Zaltbommel (1984) en in de gemeentehuizen van Leiderdorp en Warmond. In 1993, ’94 en ’99 werd werk van haar aangekocht door de gemeenten Leiden en Voorschoten. Tweemaal werd een tekening van haar uitgekozen voor de ‘International Drawings Biennale’ in Museum Cleveland in Engeland (in ’86 en ’88). 

In 1998 deed Bettien mee aan een expositie ‘Tekeningen’ in de Kunstzaal Leo van Heijningen in Den Haag. In maart 2000 werd zij werkend lid van Pulchri Studio in Den Haag, waar zij deelnam aan verschillende leden- en thematentoonstellingen. In september 2001 waren haar etsen te zien op de grafiektentoonstelling van Inkt in de Grote Kerk in Den Haag. In februari 2003 had zij een solotentoonstelling bij Pulchri in Den Haag.

Bettien Scherft schreef ook een zestal kinderboekjes, waarvan drie met eigen illustraties.

Het laatste kinderboek verscheen in 1994 bij uitgeverij De Vries in Antwerpen en werd in 1999 tevens in het Duits vertaald (titels: De blauwe kakatoe en Ein geheimnisvoller Fall).

Behalve deze boekjes schreef zij een 40-tal reisverhalen, voornamelijk voor de Toeristenkampioen van de ANWB. Een zestal door haar geschreven verhalen over de Tweede Wereldoorlog verschenen op de ‘Achterpagina’ van de NRC (in 1997 en 1998).

Zie ook de website van Bettien Scherft

Juliet Oldenburger

FORTEN HOLLANDSE WATERLINIE UNESCO WERELDERFGOED

Dinsdag 27 juli: Nieuwsbericht:

De forten van de Hollandse Waterlinie allemaal UNESCO Werelderfgoed. Fantastisch !!! Ik heb er vele goede herinneringen aan.

Fort Rhijnauwen. Bron Wikimedia

(250) Mijn fortenleven begon op mijn zevende jaar (1947). Ik was kabouter in Utrecht (Nederlands Padvindsters Gilde) en na 1 jaar zonder clubhuis elke zaterdagmiddag samen spelen in het Reigersbos, aan de Weg naar Rhijnauwen, verhuisde de hele Wilhelminagroep (uit de Utrechtse wijk Wilhelminapark) met 2 kaboutergroepen en 3 padvindstersgroepen naar Fort Rhijnauwen, de mooiste plek op aarde voor kinderen en het buitenleven. Een van de vele kazematten werd onze kabouterkring toebedeeld. Als kind besefte je nog niet zo goed in welke natuur-rijkdom je terecht was gekomen. We leerden al vroeg met de natuur om te gaan: bloemen en vogels spotten, spelen in de wilde natuur, speuren, ballen, schaatsen, fluitjes maken, sigaren plukken, grasboeketten maken, sterren kijken, kamperen, kampvuur maken, alles was daar mogelijk.

Onderweg naar Rijnauwen passeerden we eerst (op de fiets met de hele kring) vanuit de Prins Hendriklaan de Twaalf Gaten Brug, een overblijfsel van Fort Vossegat.

Twaalf Gaten Brug, in het verlengde van de Prins Hendriklaan. Een overblijfsel van Fort Vossegat. 1862

Na een aantal jaren verhuisden we van Fort Rijnauwen naar Fort Lunette III, langs het Houtense Pad, alweer een unieke speelplek voor kinderen. Schuin tegenover dit fort lag Fort Lunette IV, waar we ook af en toe verbleven als we samen met de Verkenners van de Salwegagroep daar een feestje hadden. Onze groep was zeker bevoorrecht om op Lunette III te mogen ‘wonen’.

Houtense Pad. Detail van een kaart uit 1757, uitgegeven door Isaak Tirion. Het Houtensepad  is de met stippellijnen aangegeven weg van Covelaars Brug naar De Koppel en verder. Tijdens de bouw van het huidige Lunetten is geprobeerd zoveel mogelijk originele elementen uit het landschap te behouden. Het Houtensepad vind je nu nog terug.
Fort Lunette III. Ook dit was een unieke plek voor kinderen om te spelen. Elke groep bewoonde één kazemat

Na mijn padvinderij-tijd kwam ik toch weer in aanraking met een fort, namelijk Fort Hoofddijk. In 1963, in het derde jaar van mijn biologiestudie, beëindigde ik mijn functie als padvindstersleidster van de Wilhelminagroep. Maar dat betekende niet dat ik de fortenflora vaarwel hoefde te zeggen.

Vanaf dat jaar werd Fort Hoofddijk als hortus botanicus van de Rijksuniversiteit Utrecht ingericht. In de beginjaren moest ik daar wel eens zijn om de Nederlandse flora te leren, maar omdat het Biohistorisch Instituut, mijn eerste werkgever, toevallig aan de Oude Hortus grensde, heb ik Fort Hoofddijk uiteindelijk niet heel vaak bezocht. Maar wat niet is geweest kan nog komen.

Fort Hoofddijk, Botanische Tuin Utrecht vanaf 1963

Mijn volgende kennismaking met een fort van de Hollandse Waterlinie was Fort Asperen. In 1970 verhuisde ik met mijn gezin naar Heukelum langs de Linge en in 1973 naar Spijk langs de Linge. De kinderen zaten in Asperen op school, en schuin tegenover het huis van vrienden van ons ligt, ook nu nog, het kunst-Fort Asperen (of officiële naam Fort Acquoy). We hebben er sinds halverwege de jaren tachtig genoten van vele kunsttentoonstellingen en één keer van de uitvoering van  Shakespeare’s Midzomernachtsdroom onder regie van Piet Cleveringa. Het was een voorrecht in de buurt van dit fort te wonen en alle tentoonstellingen te hebben mogen meemaken, ruim dertig jaar lang.

Fort Asperen (Acqoy). Het fort ligt schuin tegenover het oude café van Asperen (witte huis links boven) waar vrienden van ons en van de kinderen (nog steeds) wonen

Maar de omgeving van Spijk, onze voorlaatste woonplaats, kende meer forten in de omgeving. O.a. Fort Vuren aan de Waal. Daar waren Feddo en ik (Feddo als assistent-regisseur en ik als souffleur) actief met de voorbereidingen van de uitvoering van het toneelstuk “De bouwers van het rijk” of “De Schmürz”, geschreven door Boris Vian (1920-1959). Opgevoerd door de Toneelclub Asperen/Leerdam, o.l.v. Pepi Stapel. We maakten een schitterend fotoboek hiervan. In de centrale ronde ruimte van het fort werd het toneelstuk opgevoerd. Tegenwoordig kun je logeren in dit fort, heel bijzonder; er is ook een buitenterras.

Fort Vuren aan de Waal

John James Audubon (1785-1851) Voorproefje

Een kijkje in mijn boekenkast. met Birds of America / J.J. Audubon (herdruk 1997, Wordsworth Edition))

(241) Het originele werk Birds of America, het meesterwerk van John James Audubon (verschenen tussen 1827 en 1838 op dubbel-olifantsformaat) bevat 435 platen. De Wordsworth Edition geeft een schitterende herdruk van de platen, weliswaar in folio-formaat (daarom een plaatje van mijn boekenkast, zodat je kan zien hoe groot het boek ook nu nog is). Naast zijn tekeningen (plaatwerken) van de vogels schreef Audubon zijn waarnemingen over het gedrag van de vogels in een aparte uitgave getiteld ‘Ornithological Biography‘ (1831-1839).

Als student of net afgestudeerde biohistoricus maakten we met de staf van ons instituut een keer (eind jaren zestig zal het geweest zijn) een uitstapje naar Teylers Museum. Onze professor (Prof. dr. Frans Verdoorn) kende de staf van Teylers Museum goed en we werden dan ook gefêteerd op alle schatten van het museum. Toen zag ik voor het eerst de originele delen van de serie plaatwerken van Audubon, het enige exemplaar in Nederland. We waren wel wat gewend want Mevrouw Verdoorn was de gelukkige bezitster van de ‘Nederlandsche Vogelen’ van Sepp en Nozeman, het eerste Nederlandse Vogelboek (1770 -1829). En als je deze twee uitgaven vergelijkt, blijkt dat beide uitgaven uitblinken qua illustraties, maar dat Audubon de vogels heeft getracht in hun natuurlijke omgeving en in een natuurlijke houding weer te geven, en dat is helemaal fantastisch.

Trompet Zwaan (Cygnus buccinator) uit Birds of America. 1838.

Gisteren (17 april 2021) was ik deelnemer aan een webinar georganiseerd door Teylers Museum. De onderwerpen die daar werden besproken waren een voorproefje op de komende activiteiten van het museum.

1) Tentoonstelling Vogelpracht, over het vogelboek van Audubon en andere vogelboeken en tekeningen uit Teylers collectie, die op 17 juli 2021 (als corona dat toelaat) zijn deuren opent;

2) Opening van het Teylers Huis (november 2021), en in verband daarmee sprak de stoelen-restaurator Poole over de restauratie van de stoelen uit het Teylers Huis;

3) Tentoonstelling ‘Italiaanse barok in Teylers’ n.a.v. het verschijnen van de nieuwe ‘Bestandscatalogus Italiaanse Tekeningen’ uit de zeventiende eeuw, samengesteld door Carel van Tuyll (opening 17 juli 2021). Getoond zullen worden o.a. de twee tekeningen van Bernini die onlangs als ‘herontdekking’ het nieuws haalden.

Na de opening van de diverse activiteiten zullen we op deze aankondiging in onze ‘Berichten’ terugkomen.

Prachtige Nieuwe Opstelling van het Lam Gods in de St. Baafs- Kathedraal Gent

Jan en Hubert van Eyck. Nieuwe opstelling in de St. Baafs Kathedraal / Sacramentskapel te Gent. Foto: Cedric Verhelst

(236) Het altaarstuk ‘Het Lam Gods’ van Jan en Hubert van Eyck is verplaatst en voorzien van een glazen ombouw die perfecte klimatologische omstandigheden (14-16 gr. C. ), luchtvochtigheid en lichtinval garandeert.

Zelf heb ik het altaarstuk diverse malen in tamelijk donkere omstandigheden gezien. Het veelluik behoorde tot een verzameling schilderijen die ik bestudeerde voor mijn doctoraalexamen. Het onderwerp van deze studie was ‘De plant op Middeleeuwse schilderijen van Noord- en Zuid-Nederlandse Meesters’. Door de planten eerst te determineren en hun kruidkundige en iconologische betekenis te achterhalen, werd gezocht naar meer achterliggende betekenis van de schilderijen.

Dit is een goede reden om deze doctoraal-scriptie (hoofdvak), naast mijn andere twee doctoraal-scripties (tweede hoofdvak en bijvak) uit 1965/’66/’67 bij mijn publicaties op te nemen, ook al zijn zij alleen in typoscript voor handen en niet gepubliceerd. Zie onder ‘Literatuurlijst Carla S. Oldenburger-Ebbers‘, de eerste drie items (onderaan de lijst).

Nieuw Portret van jong meisje, geschilderd door Simon Willem Maris

(235) Op 23 februari jl. schreef ik een Bericht over de afbeelding op een affiche voor de Slavernij-tentoonstelling in het Rijksmuseum. De afbeelding was een portret van Isabella, een schilderij van Simon Maris (1873-1935).

N.a.v. dit Bericht ontvingen wij een reactie van de schoonmoeder van Juliet, die ook over een portret van een ‘donker’ meisje van Simon Maris beschikte (uit 1933), hieronder afgebeeld.

Simon Maris. Jongedame met kettinkje. Olieverf op paneel. Gesigneerd en gedateerd (1933). Particuliere Collectie

Dus nog maar eens verder op zoek naar portretten van Simon Maris. Wie is dit model? En waar komt het schilderij vandaan? Het moet geschilderd zijn in de tijd dat Simon in Amsterdam woonde op de Keizersgracht 498. Bekend is dat het tot eind jaren tachtig heeft gehangen in Café – Bodega “Le Jardin”, op de hoek van de Vijzelstraat en de Reguliersdwarsstraat. Het verhaal gaat dat de baas van dit café dit schilderij voor de Tweede Wereldoorlog al heeft ontvangen, waarschijnlijk als ruilmiddel (tegen wijn of andere spiritualia), misschien van Simon Maris zelf, die tamelijk dichtbij woonde, of van een eerdere koper van het schilderij?

Op Internet zocht ik naar vergelijkbare portretten in de hoop de naam van deze jongedame te vinden.

Simon Maris. Negroïde dame met sieraden. Olieverf op paneel. Geveild bij Twents Veilinghuis, 2020

Simon Maris. Jonge vrouw met boek. Olieverf op doek op schilderboard. Gesigneerd, 1926. Voorheen Collectie Simonis & Buunk

Bovenstaande twee portretten lijken wel iets op het portret uit 1933. Ook hebben de meisjes steeds hetzelfde kettinkje om. Of de eerste twee dezelfde vrouw voorstellen zou kunnen, maar valt moeilijk te zeggen. In het vorige Bericht over Isabella werd gesuggereerd dat zij mogelijk een Creoolse of Hindoestaanse was. Bij het tweede portret spreekt het Twents Veilinghuis van een negroïde meisje.

Verbouwingstekening door A.C.Swets. 1901. Stadsarchief Amsterdam. De tweede en derde verdieping werden tot één hoge lichte ruimte verbouwd.

Naast deze portretten heeft Simon Maris ook vele andere dames geschilderd, vaak zijn vrouw en kinderen. Hij wordt terecht portretschilder genoemd. Hij ontving zijn modellen, als hij In Amsterdam was, in zijn atelier op de Keizersgracht 498. Dit huis dat hij in 1901 had gekocht heeft hij ten gunste van een ruim en licht atelier eerst laten verbouwen. De verbouwingstekening bevindt zich in het Stadsarchief Amsterdam. Op de bijgevoegde foto zien we ook het nieuwe interieur (i.p.v. het atelier van Simon, dat al in het vorige Bericht werd afgebeeld) en het grote raam op het NO, dat voor schilders het ideale licht laat binnenkomen.

Het interieur van het atelier van Co-op 2, het reclamebureau van fotograaf Guermonprez (1908-1944). Ca, 1935. Stadsarchief Amsterdam

DIASHOW: HAND-TAPIJTKNOPERIJ KINHEIM BEVERWIJK (1910-1973)

(884 x bekeken op Slideshare.nl)

(234) Gisteren (19 maart 2021) stond er in de dagelijkse Berichten van het tijdschrift MONUMENTAAL een artikeltje over Deventer Tapijten in Huis van Brienen (Herengracht 282, Amsterdam).

Deventer tapijt in Huis van Brienen Amsterdam

Deze tapijten werden in Deventer vervaardigd in de  Koninklijke Deventer Tapijtfabriek (1797-1978). Maar er waren meer tapijtfabrieken, waaronder de Hand-tapijtknoperij Kinheim te Beverwijk (1910 tot 1973). De grootste collectie tapijten uit Beverwijk bevindt zich in Museum Kennemerland te Beverwijk. Op de website van dit museum staat onder meer te lezen:
“Hendrik Godefridus Polvliet startte volgens het handelsregister de Tapijtknoperij ‘Kinheim’ op 1 september 1910 aan de Zeestraat 104 te Beverwijk. Oorspronkelijk zat het bedrijf aan de Vondellaan in Beverwijk, toen nog Spargielaan geheten. Zijn vrouw, mevrouw C.M. Polvliet – Van Hoogstraaten (1883-1966), was daar al in 1909 gestart met de handtapijtknoperij ‘Kinheim’. Op kleine schaal werden hier met de hand tapijten geknoopt. Zie verder het hele document van het museum en bovenstaande diashow.

CREOOLSE (?) geschilderd in Atelier door Simon W. Maris, Keizersgracht 498, A’dam

(231) De bekende Amsterdamse portretschilder Simon W. Maris (1873-1935) was een zoon van de beroemde landschapsschilder Willem Maris (1844-1910) en een achterneef van onze (over)grootmoeder Carolina Sophia Vogelesang. Sinds 1901 was hij de gelukkige eigenaar van pand Keizersgracht nr. 498 te Amsterdam. Zie de archieffoto hier beneden afgebeeld.

Zijn portret Isabella zien we deze maanden veel afgebeeld in verband met de tentoonstelling Slavernij, te bewonderen vanaf het moment dat de deuren van het Rijksmuseum na de lockdown weer open gaan. De voormalige titel van het schilderij is ‘Indisch type, Oostersch meisje zittend in een fauteuil’, later ook aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’.

De keuze van dit schilderij op de affiche van de tentoonstelling heeft te maken met het feit dat het museum de nadrukkelijke wens koestert ‘inclusief’ te werken, dwz. voor IEDEREEN. Ook bij de presentatie van schilderijen streeft men er naar voor allen, ongeacht ras, stand of afkomst, toegankelijk, interessant en aantrekkelijk te zijn.

Simon Maris. Isabella (voormalige titel: ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’). Ca. 1906. Olieverf op doek. 41 × 29 cm. Amsterdam, Rijksmuseum

Foto’s van Isbella (ca. 1906), genomen door Simon Maris in zijn atelier.. Coll. RKD Den Haag

Zoals gezegd voorheen werd dit meisje aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’. Nu zouden we zeggen een nakomelinge van een tot slaaf gemaakte voorouder. Uit recent (2020) onderzoek is gebleken dat haar voornaam Isabella was. De identificatie kwam tot stand door teruggevonden foto’s en verwijzingen in het archief van de schilder. Haar leeftijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar, -volgens schatting van het Rijksmuseum- toen zij in Maris’ atelier op de Keizersgracht 498 poseerde voor haar portret.

Is Isabella werkelijk een Indisch / Oostersch type of Negerinnetje? Dat is moeilijk af te lezen van dit portret. Mogelijk een Hindoestaans meisje of een Creoolse. Een mix was niet gebruikelijk aan het begin van de twintigste eeuw. Had Simon mogelijk een voorliefde voor getinte vrouwen uit andere landen omdat zijn eigen voorgeslacht ook uit een ander land (Tsjechië / Praag) afkomstig was? Zijn overgrootvader Wenzel Maresch had immers zijn vaderland verlaten om deel te nemen aan de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk en was uiteindelijk (ca. 1806) in Amsterdam terecht gekomen. Daar vestigde hij zich eerst als steenhouder, later werd hij boekdrukker in Den Haag. Het is bekend dat Simon tijdens WO I ook een serie portretten maakte waar een Roma-familie model voor stond. Deze familie was gestrand met een Duits schip voor de haven van IJmuiden en Simon zorgde -als lid van een liefdadigheiscomité- er voor dat deze familie in Amsterdam onderdak kreeg.

Keizersgracht 498 (dichtbij de Leidsestraat), middelste huis, in 1901 gekocht en verbouwd door Simon Willem Maris. Hij liet de 3de en 4 de verdieping verbouwen tot een groot schildersatelier, met een groot raam op het noordoosten
Sigmund Löw (toegeschreven aan), 1905. Simon Maris in zijn atelier op Keizersgracht 498, Amsterdam. Collectie RKD Den Haag.

Een portret van een donkere man, passend bij de komende tentoonstelling in het Rijksmuseum, wil ik in dit verband ook hier afbeelden. Het is een portret dat Juliet tijdens haar opleiding aan de Koninklijke Academie Den Haag heeft gemaakt. De naam van deze jongeman die model heeft gezeten is helaas ons onbekend.

Juliet Oldenburger. Man zit model op de Koninklijke Academie Den Haag. Ca. 1990. Part. Collectie Arnhem

VIA LEENDERT VAN HAESTAR (1604-1675) ALLEN EEN GELUKKIG EN GEZOND 2021 GEWENST

Leendert Maertensz. van Haestar (1604-1675). ‘Aanbidding der Koningen’. Olieverf op paneel. Coll. Kunsthandel Jean Moust Brugge

(222) Het schilderij ‘Aanbidding van de Koningen’ of  ‘Drie wijzen uit het Oosten’ (Arabië) vertelt het verhaal uit de Bijbel (Matt. 2:11-18) van de drie Koningen of ‘Wijzen’ uit het oosten Caspar, Melchior en Balthasar. Zij zagen een opgaande ster (conjunctie tussen Jupiter en Saturnus?) die hen  naar de pasgeboren koning der Joden zou leiden.

Drie Koningen 6 januari

Op deze dag wordt herdacht dat de drie Koningen in de stal in Bethlehem aankwamen en Jezus geschenken offerden: goud, wierook (uit hars van de plant Boswellia sacra) en mirre (uit hars van de plant Commiphora myrrha).

Boswellia sacra (hierboven) en Commiphora myrrha (hieronder)

Waarom zijn wij zo geïntrigeerd door dit schilderij?

Omdat Juliet dit jaar door genealogisch onderzoek heeft ontdekt dat Leendert van Haestar, de schilder van het hierboven ruim 380 jaar geleden vervaardigde schilderij een voorvader van ons is. We zullen hem op Driekoningen-avond 6 januari in kleine kring gedenken.

Leendert van Haestar (Haester, Haestert, Haastrecht), 1604- 1675. Schilder, behangselschilder en tekenaar:

Naar Leendert van Haestar (Haastert). Gravure door Jonas Suyderhoef. Portret Prins Willem III (Willem Hendrik van Oranje, 1650-1702). Ca. 1672. Coll. Rijksmuseum

Leendert van Haestar (Haastert / Haastrecht) werd geboren in Den Haag en is daar  in de Kloosterkerk begraven. Van Haestar is lid geweest van het Haagse schildersgilde en schilderde o.m. ‘Aanbidding der Koningen’, 1640; ‘De woede van Aharverus’, coll. Bredius; en een portret (uit 1672) van Willem III, stadhouder en later koning van Engeland, hierboven als gravure afgebeeld). Hij huwde met  Lucia Peneels / Paneel. 

De kunstschilder Leendert Maertensz. van Haestar (ook bekend onder de namen Haester, Haestert, Haastrecht) was een tijdgenoot van Rembrandt (1606-1669). Aan het werk van beiden is te zien dat ze door Caravaggio beïnvloed zijn, hoewel beiden waarschijnlijk nooit in Italië zijn geweest. Op hun schilderijen wordt met licht en donker gespeeld, zodanig dat het oog van de toeschouwer naar het hoofdthema van het schilderij wordt geleid, in dit geval Jezus in de kribbe.

Leendert Maertensz. van Haestar staat twaalf generaties terug in onze stamboom via onze Haagse tak. Carla’s naamgeefster Carolina Sophia Ebbers-Vogelesang is de laatste die in de hofstad geboren werd. Leendert  is een zoon van Maerten Florisz. van Groenewegt (ca. 1574-1636) en Nyesgen Cornelisdr. Schrap. Zijn jongere broer Floris was goudsmid. Leendert had 2 zonen (Willem en Maerten, beiden ook goudsmid) en 2 dochters waarvan Swaentje trouwde met de kunstschilder Arnold Verbuys. 

In Leendert’s tijd is er duidelijk sprake van kunstzinnig talent in de familie, zoals ook later in de 19de eeuw, wanneer overgrootvader Vogelesang trouwt met Johanna Hendrika Maris uit de bekende schildersfamilie. In 2021 zullen we het onderzoek naar de werken van Leendert van Haestar voortzetten.

Dia-Presentatie: Waar is de voortuin van de Amsterdamse Hortus?

(425 x bekeken op Slideshare)

(221) Een aantal jaren geleden maakte ons bureau in opdracht van de Amsterdamse Hortus een herontwerp voor de voortuin van deze hortus. ‘De meeste mensen lopen of fietsen hier met oogkleppen op aan voorbij en kunnen ook vaak de ingang van de hortus niet vinden’, klaagde de directie. Hier moest toch iets aan gedaan kunnen worden. In bovenstaande presentatie is te zien hoe wij tot het nieuwe ontwerp van de voortuin zijn gekomen. Het advies dat we deden om een kunstwerk te plaatsen nabij de ingangspoort is helaas niet gerealiseerd.

Leendert van Haastert en Arnold Verbuys, kunstschilders in ons voorgeslacht

(218) Sinds het opstellen van Bericht 215 ‘Heemstede Familiegrond’ (10 oktober 2020) realiseerden wij ons dat onze (bet)betovergrootvader Willem Frederik Amse het ‘bloemschilderen’ beheerste – zie de twee vorige berichten over bloemschilderen en W.F. Amse’s Kamerbehang-Affaire. Wij waren altijd al trots op onze familierelatie met de gebroeders Maris en op de in ons bezit zijnde natuurdrukken van Jacob Maris, die ons via mijn grootmoeder Carolina Sophia Ebbers-Vogelesang waren overgeleverd, maar nadat ik twee berichten eerder de vraag gesteld had hoe dat bloemschilderen zich nu verhield tot de Kamerbehangerszaak van W.F. Amse, wees Juliet me erop dat er nog een andere ‘behangsel’schilder in onze familie was geweest, zij het in een andere tak en wat langer geleden. In de 17de eeuw komen we in onze stamboom aan de Vogelesangkant nog twee schilders tegen: kunstschilder Leendert van Haastert en de Dordtse kunst- en behangselschilder Arnold Verbuys, welke laatste de schoonzoon van de eerste was. Beiden zijn in hun tijd gewaardeerde kunstenaars geweest en daarom in dit bericht wat meer gegevens over hen en enige schilderijen toegevoegd. De laatste afbeelding betreft een behangsel.

Naar Leendert van Haestar (Haastert). Gravure door Jonas Suyderhoef. Portret Prins Willem III (Willem Hendrik van Oranje), 1650-1702, ca. 1672.. Coll. Rijksmuseum

Leendert Maertensz. van HAASTERT / HAESTRECHT / HAASTER / HAESTAR (ook onder de naam N. van Haeften en Jacob Hogers aangetroffen), geboren ca. 1604; ondertrouw ‘s-Gravenhage 16-5-1638; overleden 2 okt. 1675 en begraven in de Kloosterkerk te ’s-Gravenhage. Kunstschilder (portretten en religieuze voorstellingen) en sinds 1641 lid van het Haagse schildersgilde (o.m. Aanbidding der Koningen, 1640; De woede van Aharverus, coll. Bredius, z.d.; portret van Willem III, 1672). Eigenaar van verschillende huizen in Den Haag, hetgeen een welgesteld man doet vermoeden. Echtgenote: Lucia PENEELS / PANEEL. Kinderen: 1. Angniesia; 2. Guillaume / Willem (goudsmid); 3. Maerten (goudsmid); 4. Swaentje, geb. Den Haag, 1657 x Arnold Verbuys (kunstschilder).

Literatuur:

B. J. A. Renckens. Leendert Martensz. van Haestar. Oud-Holland 65 (1950), p. 199-203.

Edwin Buijsen. Haagse Schulders in de Gouden eeuw. Zwolle (Waanders), 1998.

Leendert van Haestar. De aanbidding der Koningen (Matteus 2:11).1640. Gesign. “L. VHaestar fecit 1640“. Coll. Kunsthandel Jean Moust, Brugge.
Leendert Maertensz. van Haestar. Haman smeekt Ester om zijn leven (O.T. Ester 7:7-9)
Gesigneerd Van Haestar. Ongedateerd (Hampel Fine Art Auctions Munich)
Jacob Hogers (toegeschreven). Eerder Leendert Haestar, De Verzoening van Jacob en Esau, 1655., gesigneerd (coll. Rijksmuseum)

Arnold(us) VERBUYS / VERBIUS, geb. Dordrecht 10-07-1651; ondertrouw Dordrecht 10-3-1680; overl. ’s-Gravenhage (Delft?) na 1717 (1729?). Kunstschilder, behangselschilder en meester van het St-Lucasgilde te Antwerpen tussen 18 September 1673 and 18 September 1674 (bron: Rombouts en Van Lerius, 1872; 1961). Verder werkzaam in Dordrecht 1673-1680, Rotterdam / Den Haag 1680-1686, Leeuwarden 1686-1688 (gewerkt aan het Friese Hof), Rotterdam 1690, Middelburg 1695 en Den Haag 1706-1717.
Echtgenote: Swaentje / Swania VAN HAASTERT / HAESTAR, geb. ’s-Gravenhage, 10-03-1657. Kinderen: volgens Van der Aa, 1876 drie dochters en een zoon: 1. Hendrina; 2. Johannes

In het derde deel van zijn Levensbeschrijvingen der Nederlandsche konst-schilders en konst-schilderessen wijdt Jacob Campo Weyerman tot twee keer toe een stuk aan de Dordtse schilder Arnold Verbuys (ca. 1645-ca. 1715). In het eerste stuk noemt hij de schilder in navolging van Houbraken ‘Verbius’. Uit het tweede stuk onder de kop ‘Arnold Verbuys’ blijkt dat Campo Weyerman de schilder persoonlijk heeft gekend. Hij stelt onder meer dat Verbuys geruime tijd werkte voor de Middelburgse burgemeester Alexander de Muinq ‘in wiens huys hy onder andere konsttafereelen [in?] een Kamer penceelde’. Onderzoek naar vermeldingen van zijn werk in archivalia en veilingcatalogi levert opvallend veel mythologische scènes op waarin naakte vrouwen de hoofdrol spelen (zie de Provenance Index van The Getty Research Institute, Los Angeles, USA op www.getty.edu/research). 

Lit. 1) Ph. Rombouts en Th. van Lerius, De Liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche Sint Lucasgilde […] 1453-1629, Antwerpen 1872 / 1961; 2) G.H. Veth, ‘Aantekeningen omtrent enige Dordrechtsche schilders’ in: Oud-Holland 12 (1894), pp. 107-122; 113-122; 3) Katie Heyning. ‘Een buitenplaats als liefdesnest?’ in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, jrg. 33 (2010), pp. 25-27; 4) A.J. van der AA, Biografisch Woordenboek: VERBIUS (Arnoldus), in 1646 te Dordrecht geboren en in 1704 in Friesland gestorven. Van der AA schrijft verder: ‘Hij schilderde portretten aan het Friese Hof en ook historien en tooneelen uit kroegen en bordelen’. In tegenstelling tot Van der Aa geeft ECARTICO 1651 als geboortejaar en na 1717 als jaar van overlijden. 5) Martin van den Broeke. Rond een tekening van de buitenplaats Niet altijd Zomer bij Middelburg. Nehalennia 207 (voorjaar 2020).

Arnoldus Verbuys, Portret van J.W. Sandra (1661-1712, Koopman-Reder-Kunstverzamelaar-Burgemeester van Middelburg. Eigenaar van de buitenplaats ‘Niet Altijd Winter’, 1692, Trouwzaal Stadhuis Middelburg (collectie KZGW, foto: Ivo Wennekes)
Arnoldus Verbuys. Portret van Anna Catharina Stipel (1662-1696), derde vrouw van J.W. Sandra. 1692, Trouwzaal Stadhuis Middelburg (collectie KZGW, foto: Ivo Wenneke)
Arnoldus Verbuys. Portrait of ‘A Lady and a Gentleman’, Three-Quarter Length, With A Negro Servant Beyond (in 2004 op de markt geweest)
Arnoldus Verbuys. Lady with garlands, a putto and Cupid, or Love’s
Offering (1994 / 1995 Sotheby’s)
Arnoldus Verbuys. Die Glücksspielen. Keulen (in 2004 op de markt)
Arnoldus Verbuys (toegeschreven), Paso de los Egípceos por el Mar Rojo

Artprice.com noemt nog meer schilderijen: Patient with maid in attendance, Ver. Koninkrijk, 2019.

WIE WEET MEER OVER DEZE KUNSTSCHILDERS TE VERTELLEN. OOK ZIJN WE GEINTERESSEERD IN MEER SCHILDERIJEN, PORTRETTEN ETC.