Alle berichten van Carla Oldenburger

Tuin Rhenen Op De Schop 3

(292) De laatste dagen nog wat puntjes op de i gezet in de nieuwe tuin (zie Tuin Rhenen Op De Schop 1 en 2, resp. 23 en 24 mei jl.). Dat hield in een klimopscherm verankeren, een hulstbosje en een krentenboompje snoeien, en vooral de nog zwarte aarde met Vinca major beplanten. Het enige dat nu nog moet gebeuren, is het bramenbos langs de Levendaalseweg verwijderen (hopelijk zal de eigenaar het Utrechts Landschap dat gaan doen, zodat er geen bramen als onkruid meer te verwachten zijn in de nieuwe tuin.

De volgende foto’s tonen de nu nog maagdelijke tuin. Als de border in volle wasdom is gekomen en de heesters wat opgeschoten zijn, volgen nieuwe foto’s. Nu spreken de hieronder geplaatst foto’s voor zich zelf. De plantenlijst is gegeven in “Tuin Rhenen Op De Schop nr. 2”. Zie terug 24 mei jl.

Zicht op de tuin vanaf het terras, in oostelijke richting. Foto Carla Oldenburger
Zicht op de tuin vanaf het terras, in westelijke richting. Foto Carla Oldenburger

BNT / NVTL BESTAAT 100 JAAR

(291) Volgens een artikel in het Tijdschrift ‘Onze Tuinen’, Jg. 16 (1922), no. 48, werd 16 mei 1922 te Arnhem de Bond van Nederlandse Tuinkunstenaars (BNT) opgericht. De eerste (initiatief)vergadering tot oprichting vond even eerder te Utrecht plaats en de personen die op deze vergadering aanwezig waren zijn op onderstaande foto vastgelegd. Zie Carla S. Oldenburger-Ebbers. Een BNT-foto in de Springer-Collectie. Groen 37 (1981), no. 9, p. 420-424; en aanvulling op dit bericht in Groen 37 (1981), no.12, p. 560.

Foto van het bestuur en 10 actieve leden van de BNT in 1922. Achter de tafel het bestuur (v.l.n.r. Pieter Westbroek, Leonard A. Springer, Hugo Poortman, Henri F. Hartogh Heys van Zouteveen en Jacoba Hingst) en staand daarachter andere actieve leden (namen bekend). Coll. Bibl. WUR / Speciale Collecties

Het artikel noemt ook de oprichters bij naam: W.N. Lindeman, H. Roeters van Lennep, Juffrouw J. van Zijdfeld, Juffrouw J. Hingst, Juffrouw Tine Cool, Juffrouw J. Bouwens, Leonard A. Springer, J. Sluiter, Hugo Poortman, en H.F. Hartogh Heys van Zouteveen. Opmerkelijk voor die tijd is dat er vier ‘juffrouwen’ (ongetrouwde dames dus) tot die kring behoren.

Ledenlijst Ned. Ver. voor Tuin-en Landschapkunst. Bond van Nederlandsche Tuinarchitecten (B.N.T.). Secretariaat wordt gevoerd door Johanna Bouwens. 1940. Coll. Bibl. WUR / Speciale Collecties.
Ledenlijst BNT ca. 1924. Coll. Bibliotheek WUR / Speciale Collecties

Wanneer we de bovenstaande lijsten van BNT-leden uit 1940 en ca. 1924 vergelijken, zien we dat in 1940 een groot aantal nieuwe leden in de loop der tijd zijn toegetreden, en ook een flink aantal zijn afgevallen. Zij die bij de oprichting lid werden en dat in 1940 nog steeds waren, zijn Gerard Bleeker, Josje Bouwens, Jan Thijs Bijhouwer, Tine Cool, Henri Hartogh Heys van Zouteveen, B. Hoek, Hugo Poortman, de kweker P. Reyers, Henri Roeters van Lennep, Leonard Springer, Dirk Tersteeg, Samuel Voorhoeve, Piet Wattez en P. Rens. Van de meesten van deze groep is nu nog werk bekend. Diegenen die in de lijst van ca.1924 als kweker werden aangemerkt, namelijk S. Eschauzier, F. Hansen, J. Hers, P. Reyers, vinden we niet meer terug in 1940. De reden zal zijn dat Springer een voorvechter was van het principe dat tuinarchitecten geen eigen kwekerij mochten voeren, omdat men dan twee belangen diende, die niet beide tegelijk gediend konden worden. Men zag het leveren van eigen assortiment door een tuinarchitect als concurrentie voor anderen. Ook opvallend is dat in 1924 drie directeuren van gemeentelijke plantsoenendiensten lid waren (gemeenten Alkmaar, Amsterdam en Den Haag), terwijl in 1940 ook de gemeenten Breda en Utrecht waren toegetreden. Deze deelname van gemeentes is zoals we nu weten flink doorgezet. De dames tuinarchitecten hielden sinds de oprichting stand tussen de meerderheid van heren, in aanvang was er sprake van vier vrouwelijke oprichters, even later stonden er vier dames op de ledenlijst en in 1940 zelfs acht. Zij waren allen tuinarchitect, dus geen kwekers of gemeente-ambtenaren. Een uitzondering was Mej. A.G. de Leeuw (zij schreef onder de naam Geertruida Carelsen) was de halfzus van de tuinarchitect Louis Paul Zocher en een (stief)kleindochter van de beroemde Jan David Zocher jr. Maar tuinarchitectonisch werk heeft zij nooit afgeleverd. Zij was in 1924 al 81 jaar en is in 1938 overleden. Zie “De schrijfster Amy Geertruida de Leeuw en enige onbekende pennenvruchten over tuinkunst“.

Tuin Rhenen Op De Schop DAG 2

(290) Onder: Houtsnipper-werkpad langs de nieuw ingeplante border. Het perk links van Bart wordt een heester- en bomenperk (nu Ilex, lijsterbes en krentenboompje te zien), met een bodembedekking van Vinca major. Daarvoor langs het terras een brede gemengde border (kleuren wit, blauw, paars, rose en rood).

Bart van Fa. Van Ginkel komt alle eer toe. Hij loopt nu op het werkpad, tussen het heesterperk en de border. Foto Bud Dulon Barre

Links van Venus (op de onderste foto) is een zithoekje gemaakt voor lunchen, koffie, lezen en mijmeren in de schaduw. Het terras ligt namelijk op het zuid-oosten (vooraan op de foto) en is flink heet in de zomer. Aan het terras grenst een flinke brede border. Op Dag 3 zal het brede middenperk met Vinca major worden beplant en het klimopscherm zal worden vastgezet. Hieronder volgt de lijst vaste planten die vandaag zijn geplant.

Houtsnipperpaadjes zijn bedoeld als werkpaadjes. De volgroeide planten zullen de scherpe randen verzachten. Foto Carla Oldenburger

Borderplanten Rhenen Van Abcoudehof 25; Ingeplant 24 -05-2022.

Tuin omgeven door Bos op Laarschenberg- Grebbeberg. Gemengd Eiken- beukenbos. Overgang van terras (zon) naar het bos (schaduw).

Ontwerp Bart Kelderman en Carla Oldenburger

Van Ginkel Veenendaal B.V.- Koninklijke Ginkel Groep

Blauw / Paars:

Campanula cochleariifolia, 20 cm. 

Eryngium bourgatii, 30-40 cm.

Veronica austriaca ‘Royal Blue’, 30-40 cm.

Nepeta faassenii ‘Walker’s Low’, 40 cm.

Jasione laevis ‘Blaulicht’, 40 cm.

Salvia nemerosa ‘Ostfriesland’, 50 cm.

Veronica spicata, 50 cm.

Aquilegia vulgarism ‘Blue Barlow’, 60 cm.

Aster frikartii ‘Jungfrau’, 60 cm.

Kniphofia ‘Royal Castle’, 80 cm.

Molinia caerulea ‘Edith Dudszus’, 80-90 cm.

Phlox paniculata ‘Blue Paradise’, 100 cm.

Campanula lactiflora ‘Prichard’s Variety’, 100-140 cm.

Delphinium ‘King Arthur’, 120-180 cm.

Vinca major als bodembedekker, 50 cm.

Rose:

Scabiosa columbaria ‘Pink Mist’, 30 cm.

Stachys byzantina, 40 cm.

Sedum ‘Xenox’, 50-60 cm.

Anemone tomentosa ‘Robustissima’, 100-120 cm.

Veronicastrum virginicum ‘Roseum’, 120 cm.

Digitalis purpurea ‘Gloxinuaeflora’, 140 cm.

Wit:

Pennisetum alopecuroides ‘Littke Bunny’, 25 cm.

Helleborus ‘Mont Blanc Niger’, 30 cm.

Actaea ramosa ‘Brunette’, 90-120 cm. 

Rood / Oranje:

Astrantia major ‘Claret’, 50-70 cm.

Persicaria amplexicaulis ‘J.S.Caliente’, 60-80 cm.

Papaver orientale ‘Patty’s Plum’, 60-80 cm.

Echinacea ‘Summer Cloud’, 70 cm.

Helenium ‘Moerheim Beauty’, 80 cm.

Salvia microphylla ‘Hot Lips’, 90-100 cm.

Crocosmia ‘Lucifer’, 120-150 cm.

Struiken / Boompjes/Klimmers: 

Hydrangea macrophylla ‘Endless Summer’ of ‘Bailmer’. Lichtblauw-rose (ligt aan de grond). 90-150 cm.

Rhododendron ‘Catawbiense Grandiflorum’, 200 cm. Rose

Amelanchier lamarckii, 250 cm. 

Hedera hibernica, klimmer tegen scherm.

Campsis radicans, klimmer tegen huis.

(Ilex aquifolium, opschot, stond er al)

(Sorbus, Lijsterbes, opschot, stond er al)

(Rhododendron, Hydrangea en Appel zijn voorlopig in de strook van de buren blijven staan).

Tuin Rhenen Op De Schop DAG I

(289) Plaatjes zeggen genoeg. Dag 1 is de dag van spitten, schonen, egaliseren, composteren, uitzetten en daarna vooral rustig wachten op de dag van morgen en hopen dat het gaat regenen. Morgen boomschors op de bospaadjes, vaste planten en wat bijsnoeien.

23 mei, 7 uur ’s morgens. Tuinaarde wordt gebracht. Foto Carla Oldenburger
Spitten en egaliseren. Foto Carla Oldenburger
Tuinaarde vermengd met compost is uitgestrooid. Foto Carla Oldenburger

Oldenburgers Tuin op de Laarschenberg Rhenen

(288) Onze tuin op de Laarschenberg gaat morgen (23 mei 2022) op de schop. We zullen op deze plaats daar kort verslag van doen.

Om te beginnen, waar ligt de tuin (locatie), beter gezegd het tuintje, hoe ziet de tuin er nu uit en waarom gaat hij op de schop? De locatie is in Rhenen, daar waar de Levendaalseweg overgaat in het bos van de Laarschenberg, eigendom van Het Utrechts Landschap.

Het begin van de beukenlaan, een fietspad genaamd Levendaalseweg, dat loopt over de Laarschenberg. Links hiervan ligt onze tuin. Foto Carla Oldenburger
Oldenburgers Tuin AnnoNu, overgaand in het bos van de Laarschenberg. Op het witte bord is te lezen dat de wandelaars en fietsers het bos van de Laarschenberg betreden en dat de eigenaar van het bos Het Utrechts Landschap is. Foto Carla Oldenburger

We maken een korte wandeling langs Oldenburgers Tuin over het bospad, genaamd de Levendaalseweg, en vervolgens nemen we het eerste bospad links. We krijgen dan een uitzicht richting de Gelderse Vallei en het dorpje Achterberg. Als we vervolgens hier tussen de korenvelden door rechtsom achter het groene hout ombuigen, leidt een weggetje ons langzaam weer terug naar de weg naar kasteel Levendaal, een buitenplaats die vroeger evenals het buiten Heimerstein was gelegen aan de voet van de Grebbeberg.

Korenvelden en bos op de Laarschenberg. Zicht richting Achterberg en Gelderse Vallei. Foto Carla Oldenburger

Waarom gaat de tuin op de schop? Omdat ik de wildgroei niet meer kan bijhouden. De struiken worden te hoog, zodat mijn uitzicht op het bos wordt belemmerd. Het gras wordt vervangen door een bodembedekker. Mijn uitgangspunt is altijd geweest dat de tuin een geleidelijke overgang moet zijn tussen ons terras (cultuur) en het bos (natuur). Op het terras wil ik genieten van een bloemetje en die bloemen moeten wel passen in het bos. Dat uitgangspunt blijft, maar de wilde planten zullen wel gedeeltelijk door lage bloemheesters vervangen worden om langere tijd van een kleurige uitstraling te kunnen genieten.

We zullen zien of mijn idee ‘overgang van cultuur naar natuur’ behouden kan blijven.

Zocher en de Oude Plantage in Rotterdam

J.D. Zocher, 1853. (gesigneerd en gedateerd). Ontwerp voor Villapark aan de Oude Plantage te Rotterdam. Coll. Stadsarchief Rotterdam

(287) Hierboven een ontwerp van J. D. Zocher jr. voor een villapark aan de Oude Plantage te Rotterdam. Hoewel het ontwerp bekend is onder de namen van J.D. en L.P. Zocher en ik ook altijd aanneem dat vader en zoon vanaf 1850 samenwerken, is de ondertekening deze keer toch alleen van Jan Zocher en is het jaartal 1853, hoewel alle bronnen het jaartal 1856 vermelden.

Op dit ontwerp is heel duidelijk sprake van een afwisselende wandeling langs een slingerende beek, langs heesterpartijen en open graspartijen. De Oude Plantage zelf maakte deel uit van een grotere groenaanleg, via de singels rond het oude Rotterdam tot aan Het Park aan de Westzeedijk. Nu neemt de aanleg niet meer ruimte in beslag dan een groene driehoek aan de buitenzijde van de Hoge Zeedijk van de Nieuwe Maas. Een deel van het voormalige park is tegenwoordig veranderd in een woonwijk. 

De Plantage dateert uit 1769 en bestond uit een formeel aangelegd park met rechte lanen. Het park was het eerste openbare park in Rotterdam en heette toen overigens Nieuwe Plantage. Als ontwerper wordt een zekere Zuidewijck genoemd. Het park werd echter door de Rotterdammers matig bezocht. 

Halverwege de 19de eeuw was het park, dat intussen wel was gemoderniseerd in vroege landschapsstijl, ernstig verwaarloosd. Omdat de Zochers een Nieuwe Plantage hadden aangelegd tussen de Oostzeedijk en de Oudedijk, was er vanaf dat moment sprake van een Oude Plantage (dit park langs de Nieuwe Maas) en een Nieuwe Plantage. De verwaarlozing zou misschien ten goede kunnen keren door er een villawijk aan te leggen en de Zochers kwamen toen met dit ontwerp. De as van het park werd gevormd door een natuurlijke beekpartij in de vorm van (zoals ik dat altijd noem) een uitgerekte ‘W’ en een uitgerekte ‘M’. De villa’s zouden volgens het plan van de Zochers alle schuin tegenover elkaar, aan beide zijden van de beekpartij, gebouwd gaan worden en ze hadden alle ook uitzicht op de beekpartij. De villa’s zijn er echter nooit gekomen. 

In 1897 werd het park door de gemeentelijke tuinarchitect D.G. Vervooren veranderd in late landschapsstijl, terwijl hier en daar de oude lanen herkenbaar bleven. Er werd een theeschenkerij ingericht en het parkbezoek nam toe. Tijdens de hongerwinter werden de bomen in het park echter door de Rotterdammers massaal gekapt en als brandhout opgestookt. Tijdens de Wederopbouw had de gemeente geen aandacht voor het park. Het theehuis raakte in verval en de jeugd kon zijn gang gaan in het verwilderde bos. Pas vanaf 1964 is men het terrein weer gaan inplanten met heesters en bomen. Moderne open zonne-weiden en een populieren-rond karakteriseren nu de plaats.

(gedeeltelijk overgenomen van https://natuurcentrum-rotterdam.nl/NATUUR/=NATUURGEBIEDEN/=PARKEN/=PARKEN%20ROTTERDAM/OUDE%20PLANTAGE.htm)

.

VAN BLOEMENMARKT NAAR POSTZEGELPLANTSOEN

(286) In Bericht 283 werd al gewag gemaakt van het nieuwe plantsoentje op de plaats van de voormalige postzegelmarkt, aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Dit Bericht concentreerde zich op de beplanting en het nieuwe ontwerp van de gemeente Amsterdam.

Hierbij aansluitend willen we nu nog iets verder op de historie van de locatie ingaan. In 2016 plaatsten we al een tekening van de bloemenmarkt van G. A. Berckheyde uit 1686. Toen de Nieuwezijds Voorburgwal in 1883 werd gedempt, moest de bloemenmarkt verhuizen naar de tegenwoordige plaats aan het Singel. Van de oude situatie op de St. Luciënswal (de locatie van de postzegelmarkt) kwamen we nu een gravure tegen van J. Cats (tek.) en J.P. Visser Bender (gravure) uit omstreeks 1800.

J. Cats (delin.) en J.P. Visser Bender (sculp.). Amsterdam, ca. 1800. Bloemenmarkt, later Postzegelmarkt, nog weer later Postzegelplantsoen. Coll. NHA.

De gracht is nog niet gedempt en boven de brug van de Paleisstraat zien we de achterkant van het stadhuis getekend, met Atlas die de wereldbol draagt, op het dak. Het huis waar we tegen aan kijken is het hoekhuis van de Wijdesteeg en de nering vindt plaats ongeveer ter hoogste van het Betty Asfaltcomplex. De belangrijkste informatie voor ons lezers van dit Bericht is dat we hier al twee rijen bomen zien, op regelmatige afstand van elkaar geplant, de linker, westelijke rij langs het tegenwoordige fietspad en de rechter, oostelijke rij langs de tegenwoordige trambaan. Daartussen bevindt zich nu het nieuwe postzegelplantsoen(tje).

De ingeburgerde Amsterdammers zullen weten dat aan de overkant van de trambaan, even ten noorden van de St.Luciënsteeg, een apart klein huisje staat. Het functioneert nu als koffie-afhaal-tentje, maar wat was de oorspronkelijke functie van dit gebouwtje?

Bouwtekening. Ontwerp Publieke Werken. Politiepost Nieuwezijds Voorburgwal, 1896. Type A (groot) en Type B (klein). Coll. Stadsarchief Amsterdam

Het huisje was oorspronkelijk bedoeld als politiepost, zoals de bouwtekening uit 1896 laat zien. Er waren verschillende modellen, de grootste stond op de Nieuwmarkt / hoek Zeedijk. Tussen 1915 en 1984 deed het dienst als toiletgebouw en tegenwoordig heeft het een horecafunctie. Het gebouwtje omvatte een wachtkamer voor agenten, een kamer voor de postcommandant, twee wc’s en een cel (het “suspecthok”).

Politiepost op de Nieuwezijds Voorburgwal, gebouwd in 1896.

Op de onderste linker plattegrond van de vier aangegeven locaties op de bouwtekening zien we de hoek St. Luciënsteeg / Nieuwezijds Voorburgwal aangegeven en de aangewezen locatie voor het politieposthuisje tegenover de twee rijen bomen ter hoogte van het tegenwoordige postzegelplantsoen.

Nu we de geschiedenis van dit stukje stad weer iets rijker hebben gemaakt, zal het ieder duidelijk zijn dat we zuinig op dit plantsoentje, en vooral zuinig op de bomen moeten zijn.

Tentoonstelling Revolusi in het Rijksmuseum en de bevrijding uit het Jappenkamp

(285) Het was al heel lang mijn plan om de tentoonstelling ‘Revolusi’ in het Rijksmuseum te bezoeken, met het doel meer te leren over de bevrijding van mijn man Feddo (overl. 2017) uit het Jappenkamp en zijn verhalen over de Bersiap beter te leren begrijpen. Ik was tot heden maar eventjes op de tentoonstelling want een geplande afspraak voor gezamenlijk bezoek liep twee maal mis, maar ik was er lang genoeg om een weblog af te leveren.

Een van de eerste tekstborden die mij opviel was de hieronder afgebeelde, met de mededeling dat de ‘bevrijding’ van Kamp ‘Kampong Makassar’ op 18 september 1945 plaats vond. Dat betekent dus dat de kampbewoners na de capitulatie van Japan op 15 augustus, nog ruim een maand door de Japanners in hun eigen kamp vastgehouden en bewaakt werden, voordat ze het kamp mochten verlaten, omdat de situatie buiten het kamp nogal gevaarlijk was (Bersiap- periode tot januari 1946). Feddo woonde aan het eind van de oorlog met zijn moeder en zusje ook in dit Kamp ‘Kampong Makassar’.

Tekstbord Rijksmuseum, behorend bij onderstaande landkaartenjurk. Foto Carla Oldenburger
Landkaartenjurk van Jeanne van Leur-de Loos. Part. Collectie. Foto Carla Oldenburger

Dat de sfeer buiten de kampen uiterst grillig was in de laatste maanden van 1945, is duidelijk te zien op onderstaande foto’s en tekstborden. De komst van de elite-eenheden van het Britse leger (de Gurka’s / Nepalese militairen) maakte de strijd nog eens heviger. Zie het tekstbord over de Bersiap-periode hieronder.

Van Heutsz-monument in Jakarta (1932) beklad. …We are a free nation… Foto (dd. na 18 aug. 1945) Coll. Tropenmuseum Amsterdam
Tekstbord Tentoonstelling Rijksmuseum

In de eerste maanden van 1946 worden de eerste militairen vanuit Nederland naar Indonesië gestuurd om Nederland overzee en de Nederlanders zelf te beschermen en de op 17 augustus 1945 zelf uitgeroepen Republiek Indonesia de kop in te drukken (Eerste Politionele Actie).

In Yogyakarta concentreert zich het centrum van de strijd, die zich, heel bijzonder, met kunst versmelt. Beter dan op het volgende tekstbord kan het niet worden verwoord. Kunst is in deze tijd een propaganda-middel van de Revolutie geworden, en de belangrijkste kunstenaar Affandi treedt op als mentor. Zijn museum is te bezichtigen in Yogyakarta. Ik bezocht het in 1990. Wat ik me van zijn werk herinner was dat het uiterst kleurrijk was en dat hij een soort boomhut had in de tuin.

Tekstbord Tentoonstelling Rijksmuseum
Affandi. Zelfportret 1946. Collectie Tropenmuseum Amsterdam. Foto Carla Oldenburger
Gevangen spion. 1947. Affandi. Collectie Affandi Museum Yogyakarta.Foto Carla Old enburger

Naast revolutionaire kunst was het genieten van films voor jong en oud erg ontspannend in die eerste periode na de oorlog. Zie onderstaande film-poster van Henri Cartier-Bresson. Ik weet zeker dat Feddo (halverwege 1949 12 jaar oud) deze Tarzan-film ook in Indonesia heeft gezien, waarschijnlijk in het B.P.M. Sociëteitsgebouw in Sanga Sanga Dalem op Borneo. Zijn leven lang is Tarzan een held voor hem gebleven.

Poster van de Hollywood-film Tarzan and The Huntress (Johnny Weissmuller, 1947). Foto Henri Cartier-Bresson, 1949. Collectie Rijksmuseum

Mei-vakantie in Italië en Amsterdam

(284) Wij zijn met vakantie, maar willen onze trouwe lezers ook wel laten mee genieten met enkele mooie en interessante natuur en kunst die we zoal tegenkomen. Juliet reist in Italië (foto’s Paestum en Villa Oplontis) en Carla zit op het werkadres in Amsterdam (foto’s Rijksmuseumtuin en Tulpen ‘Museum’) Enige foto’s zeggen meer dan woorden.

Zie ook het al eerdere geplaatste Bericht op 28 april, https://www.oldenburgers.nl/2022/04/28/tuin-van-de-hesperiden-in-de-villa-poppaea-villa-oplontis/

Juliet in Paestum. Foto Walther Schoonenberg
Villa Oplontis in Oplontis. Pauw in aviarium. Foto Walther Schoonenberg
Villa Oplontis in Oplontis. Foto Walther Schoonenberg
Tulpen voor de deur van het Tulpen ‘Museum’ op de Prinsengracht te Amsterdam. Foto Carla Oldenburger
Deeltuin Rijksmuseum. Voorzijde links. Foto Carla Oldenburger
Detail voorgaande foto

Nieuwezijds Voorburgwal: nieuw plantsoentje in Amsterdam: het postzegelplantsoen

(283) Op de Nieuwezijds Voorburgwal, tussen de Wijdesteeg en de Rosmarijnsteeg, ongeveer op de plaats van de postzegelmarkt, is een plantsoentje verrezen. De voetgangers en fietsers hebben hierdoor (gescheiden) ruim baan gekregen, terwijl de weg voor de tram en de auto’s smaller is geworden. Het doel is uiteraard het snelverkeer in de binnenstad te beperken.

Plantsoentje op de Nieuwezijds Voorburgwal (westzijde) tussen de Wijdesteeg en de Rosmarijnsteeg. Gevarieerde beplanting in de perkjes. Ook is duidelijk dat de voetgangers hier graag wandelen.. Foto Carla Oldenburger

De beplanting werd 26 april aangebracht; half juni is de officiële opening. De bomen zijn gelukkig blijven staan, voor een groot deel zijn ze nu in groene nieuw beplante perken opgenomen. De bomen die meer geïsoleerd langs het fietspad staan hebben een nieuwe keurig afgeperkte boomspiegel gekregen. Helaas zijn de wilde planten die in de oude boomspiegels waren uitgezaaid en ingeplant door een van de bewoners, op dat deel van de Voorburgwal voor een groot deel verdwenen. Enkele forse exemplaren mochten (voorlopig?) blijven, maar voor het overgrote deel zijn de boomspiegels nu kaal. Tussen de bomen langs het fietspad zijn nieuwe banken en bloemenbakken geplaatst. Kroonlantaarns zorgen voor verlichting. De paden zijn bestraat met klinkers, je vraagt je af of een halfverharding niet meer de sfeer van een plantsoentje had opgeroepen. De mate van waterafvoer zal hier een belangrijke rol hebben gespeeld.

Het zuidelijke deel van het plantsoentje nabij de Rosmarijnsteeg. Hier is het brede wandelpad te zien tussen het groene parkgedeelte en de bomen met kale boomspiegels en banken. Foto Carla Oldenburger
Worden deze boomspiegels nog voller beplant? Foto Carla Oldenburger
Noordelijke deel van het postzegelplantsoentje op de hoek van de Wijdesteeg. Foto Carla Oldenburger
Bloembakken op het Noordelijke gedeelte van het plantsoentje, langs het fietspad ter hoogte van het Betty Asfalt Complex. Foto Carla Oldenburger