Categoriearchief: Onderzoek

Amsterdam Bijna Gesloopt

Even reclame maken voor mijn schoonzoon. Walther Schoonenberg, secretaris van de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad,  schreef een rijk geïllustreerd boek, titel ‘Amsterdam Bijna Gesloopt‘.

Zie hier: Inkijkexemplaar

(Overgenomen van de website van het Grachtenmuseum Amsterdam en bovenmate interessant voor monumentenliefhebbers, #Rijksdienst Cultureel Erfgoed, #Mooi Noord-Holland, leden van #Heemschut, #Hendrick de Keyser, en bovenal #GEMEENTERAAD  AMSΤΕRDAM):

“Waarom stonden de Amsterdamse grachten ooit op het punt om gesloopt te worden? Het boek en de tentoonstelling ‘Amsterdam bijna gesloopt‘ nemen je mee door verschillende plannen voor de stad, nooit eerder getoonde archieffoto’s en je leert hoe Amsterdammers hun stad redden.

Moderne stad van glas en staal

Stel je voor: de grachtenpanden, smalle straatjes en pleinen van de Amsterdamse binnenstad vervangen door een moderne stad van glas en staal. Dit scenario leek in de 20ste eeuw écht te gaan gebeuren. En niet zomaar, want de binnenstad lag er toen vervallen bij. Het plan was er om oude buurten te vervangen door moderne wijken met brede autowegen en grote kantoorgebouwen. Het Grachtenmuseum op de Herengracht 386 was er bijvoorbeeld niet geweest als alle plannen voor verkeersdoorbraken door waren gegaan.

Actievoeren

Gelukkig liep het anders. Amsterdammers kwamen in actie; buurtbewoners, kunstenaars, monumentenliefhebbers vochten in de loop van de twintigste eeuw voor het behoud van hun stad. De tentoonstelling en bijbehorend boek nemen je mee in het verhaal van dreigende sloop, felle protesten en uiteindelijk een volledig herstel. Ontdek hoe Amsterdammers hun stad redden en hoe het komt dat wij daar nu nog elke dag van kunnen genieten. Daarnaast zijn er nooit eerder getoonde archieffoto’s, bijzondere tekeningen, plattegronden en actieposters te zien.

Verdiepend verhaal

De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Het gelijknamige boek, geschreven door Walther Schoonenberg MA, verscheen 26 februari 2026 bij Uitgeverij Prometheus (Amsterdam) en vormt een uitbreiding op de verhalen uit de tentoonstelling.”

Vogels biohistorisch beschouwd (in relatie tot de tentoonstelling ‘Birds’ in het Mauritshuis)

Een paar Berichten geleden (zie website oldenburgers.nl) schreef ik n.a.v. de tentoonstelling ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum, over bloemen, planten, bomen, tuinen en dieren in het werk van Ovidius. Dat was mijn specifieke benadering van het onderwerp.

Een week later werd de tentoonstelling ‘Vogels’ (‘Birds’) in het Mauritshuis geopend. Het onderwerp van deze tentoonstelling is de relatie tussen mens en vogels, een typisch biohistorisch onderwerp, want volgens de uitvinder van het biologisch vakgebied ‘biohistorie’, Prof. Frans Verdoorn (1906-1984), is de betekenis van het woord biohistorie: de relatie tussen mens, plant en dier in de loop van de cultuurgeschiedenis.

Historicus  Simon Schama is gastconservator van de tentoonstelling en werkte voor deze tentoonstelling samen met kunsthistorica Adrienne Quarles van Ufford. Schama verkende al eerder de onderlinge verbondenheid tussen mens en natuur in zijn boeken Landscape and Memory (1995) en Foreign Bodies: Pandemics, Vaccines, and the Health of Nations (2023). Verdoorn en Schama hebben elkaar niet gekend en Schama zal zich geen biohistoricus noemen, maar ikzelf bekijk juist als biohistoricus en leerling van Verdoorn hier graag enkele voorbeelden van deze tentoonstelling.

Mijn eigen biohistorische kijk dus op dit onderwerp, geen recensie  op de tentoonstelling, maar een korte biohistorische blik op enkele wel en niet op de tentoonstelling aanwezige kunstvoorwerpen.

De tentoonstelling onderzoekt de relatie tussen mens en vogel door de eeuwen heen en is opgedeeld in zeven thema’s:
1) vogels als huisdier, 2) voedsel, 3) symbool van vrijheid, 4) schoonheid, 5) als symbool van liefde, 6) spiritualiteit en 7) hemelse boodschapper. Op het eerste gezicht mis ik de kijk op vogels als deel van de levende natuur. We zien voorwerpen op de tentoonstelling van de antieke Egyptische en Griekse oudheid, via Leonardo da Vinci  (tekening vogelvleugel, 1512) en Rembrandt en Fabritius tot moderne en hedendaagse kunst.
Net als in het Bericht over Ovidius’ Metamorphosen zal ik als biohistoricus in deze beschouwing zelf ook enige voorbeelden aandragen, die de betekenis van vogels nader belichten. We kennen allen de zwaan als symbool voor de eeuwige liefde, de duif als symbool voor vrede, de adelaar als symbool voor kracht en de uil als symbool voor wijsheid. Waar komen deze symbolen vandaan?
Voor mij is Ovidius’ verhaal over de verleiding van Leda, koningin van Sparta, door de Griekse god Zeus, vermomd als een zwaan, het startpunt. Het beeld van Michelangelo, in gravure gebracht door Cornelis Bos, is voor de tentoonstelling ook vergroot tot muurdecoratie. Men denkt dat zwanen monogaam leven (dat is niet altijd het geval overigens), en dat is de reden dat ze al heel vroeg als symbool van eeuwige liefde werden gezien, maar hebben zwanen in de kunst altijd deze betekenis? In de biohistorie gaat het veel om vergelijken in eenzelfde tijdsperiode.  En als we dat doen dan zien we dat de ‘Bedreigde Zwaan’ in het werk van Jan Asselijn (ca. 1650) volgens de kunsthistorie een heel andere betekenis heeft. De zwaan staat dan voor de Nederlandse staat (of Johan de Witt), die haar nest (Holland)  verdedigt. Ook wordt gedacht aan de eeuwige liefde tussen de raadpensionaris en Holland, en dan wordt het beeld van Ovidius weer duidelijk.
Cornelis Bos (gravure naar verdwenen schilderij van Michelangelo). Leda en de Zwaan. c. 1544 / 1545. Coll. Mauritshuis

 

In 1654 schilderde Carel Fabritius een puttertje (Carduelis carduelis), die aan een kettinkje gevangen zit op zijn voedselbak. Het vogeltje wordt al heel vroeg door Plinius de Oude (23 na Chr. – 79) in zijn boekwerk Naturalis historia (77 na Christus) beschreven als slim vogeltje dat zijn eigen waterbakje kan ophalen en zaden uit distels kan peuteren. Albertus Magnus citeert Plinius in zijn  werk Animalibus Libri XXVI (1250 – 1260). Deze beschrijvingen maakten dat het puttertje het symbool werd van vindingrijkheid en vernuft.

Fabritius laat door het kettinkje heel duidelijk zien dat de vogel gevangen zit en de 17de eeuwse aanschouwer van het schilderij zal dan ook direct aan de betekenis vrijheid en gevangenschap denken. Maar een geletterde  aanschouwer was zich in de nadagen van de Renaissance ook bewust van klassieke en christelijke waarden. Zij kenden de beschrijving van de putter uit Plinius’ werk en  hoewel de putter niet in de bijbel voorkomt, wordt hij toch door Christenen in die tijd gezien als vooraankondiging van het lijden van Christus (denk aan de doornenkroon) omdat hij gemakkelijk zaadjes uit distel-bloemen weet op te pikken en de prikkende bladeren van deze plant doen denken aan de doornenkroon.

Carel Fabritius (1622-1654). Het puttertje of distelvink, 1654. Coll. Mauritshuis

Naast het schilderij van Fabritius, zijn er al eerder 16e eeuwse schilderijen met een putter of distelvink geschilderd, als vooraankondiging van het naderende lijden van Christus. Een daarvan is het beroemde schilderij in het Uffizi met het kindje Jezus, die een puttertje in de hand houdt, Madonna del cardellino, geschilderd door Raphael (1483-1520). Jammergenoeg niet op de tentoonstelling. Het stelt Maria voor en twee jongetjes, Jezus (l.) met een putter in zijn hand en Johannes de Doper (r.).

Raphael (1483-1520). Madonna del cardellino, 1505-1506. Coll. Uffizi

Als derde schilderij met een putter en als bewijs dat de putter toch echt een bijzondere betekenis had in de 16e eeuw, wil ik wijzen op een Madonna en kind met puttertje van Tisi Benvenuto, ook bekend als Garofalo (1476-1559). Het schilderij dateert uit ca. 1517, en is niet op de tentoonstelling in Den Haag aanwezig.

Als het om puttertjes gaat, zien we voornamelijk schilderijen van Vlaamse Primitieven en Italiaanse Renaissance schilders, die dit onderwerp behandelen. Waarschijnlijk omdat deze schilders op de hoogte waren van de beschrijvingen van Plinius d. O. en de monnik, theoloog en filosoof Albertus Magnus.

Garofalo (1476 -1559). Madonna met kind en puttertje. Ca. 1517. Galleria Borghese
Putters, zwanen, pauwen, uilen, duiven en adelaars, we kennen ze nog steeds uit bijbelverhalen, van diverse schilderijen en tekeningen, uit de mode, menagerieën en dierentuinen, als lekker hapje en uit de natuur. Maar de oorsprong van de legenden en verhalen zijn we voor een groot deel kwijt geraakt. En dat is jammer en vraagt om onderzoek. Een duif bijvoorbeeld wordt nog steeds als boodschapper gezien maar waar komt dat vandaan? Plinius de Oude beschrijft het mozaïek van Sosus van Pergamon met een prachtige duif (Naturalis historia, boek XXXVI), maar hier wordt niet gesproken over de olijftak als vredessymbool in zijn bek.
Rembrandt van Rijn (1606/1607-1669). Stilleven met twee dode pauwen en een meisje, ca. 1639. Coll. Rijksmuseum

Het schilderij van Rembrandt Stilleven met twee dode pauwen en een meisje (rond 1639) toont twee dode pauwen in een voorraadkamer. In de 17e eeuw waren pauwen een delicatesse, ze werden opgehangen om uit te bloeden. De voorstelling is een jachtstilleven dat de weelde van de veren-kleuren (blauw, groen, geel) en de fijnproeverscultuur van die tijd benadrukt. Plinius schetst het prachtige verenkleed van de pauw, naast de vogel die zich ‘in schaamte en verdriet’ verbergt wanneer hij jaarlijks zijn staartveren verliest, tot ze in de lente weer aangroeien. In de Christelijke cultuur krijgt de pauw misschien hierdoor de betekenis van onsterfelijkheid.

Tronie van een man met gevederde baret (ook bekend als man met een gepluimde muts). Coll. Mauritshuis.

 

Deze tronie uit circa 1635-1640 past in het thema van de tentoonstelling vanwege de vogelveren in de baret van de afgebeelde persoon. Ik heb het schilderij nog niet gezien, maar zou het ook mogelijk zijn aan de veren de vogelsoort te herkennen en dan via de vogelnaam deze vogel terug te vinden in een brontekst of op een ander schilderij? Het is geen argusfazant, maar wat wel? Veren van een struisvogel of pauw? Veren kunnen in de 17de eeuw een bewijs van rijkdom, van sociale status en exotisme uitstralen.

John James Audubon. Birds of America (1827-1838). Coll. Teylers Museum

Vanaf de 18e eeuw (de eeuw van de Verlichting) zien we de eerste encyclopedische vogelboeken verschijnen. Het boek Birds of America (1827-1838) van de natuuronderzoeker en schilder John James Audubon, spant de kroon wat de illustraties betreft. Audubon heeft de vogels goed bestudeerd en de afbeeldingen zijn dan ook zeer realistisch en op ware grootte. Eerder al (1770 -1829) verscheen het boek van onderzoeker Cornelis Nozeman (1720-1786) en tekenaar en graveur  Christiaan Sepp (1739-1811 en zijn zoon J. C. Sepp, . 5 delen), onder de titel Nederlandsche Vogelen. Het is een min of meer compleet werk over Nederlandse vogels, waarin Nozeman zijn eigen waarnemingen met historische bronnen combineerde. Die bronnen laten weer typisch 18de eeuwse  opvattingen over vogels in Nederland zien. Helaas niet op de tentoonstelling.

Realistische Afbeelding van de putter in het boek Nederlandsche Vogelen van C. Nozeman en C. Sepp (1770-1829)

Als we wat meer naar onze tijden opschuiven, denken we natuurlijk heel snel aan de duiven van Picasso als boodschapper van vrede. Picasso tekent vaak duiven met olijftak, maar voor het WereldVredeCongres in 1949 koos Picasso nu net voor een zo realistisch mogelijke duif, zonder olijftak. Waardeerde hij het bekende klassieke mozaïek van Sosus van Pergamon met duiven op een waterbak (zonder olijftak) misschien meer dan de zwarte Vredesduif van Matisse (1948) en de beschrijving van de duif uit de Bijbel, die komt aanvliegen bij de ark van Noach, met een olijftak als bewijs van het zakkende water en de stilzwijgende boodschap dat de zondvloed voorbij is? Hier ben ik nog niet uit. Of moeten we concluderen dat de symboliek niet meer begrepen wordt in de twintigste eeuw?

l. Matisse. Duif met olijftak, 1948.

r. Picasso. Duif op litho voor Wereld Vredes Congres. 1949.

Na deze beschouwing heb ik de tentoonstelling later echt bezocht en 25 maart jl. nog een nader Bericht geschreven.

Boekbespreking. Natascha Lensvelt e.a. Groen erfgoed in de stad. Rotterdam, 2025. 224 pp.

Boekbespreking Natascha Lensvelt e.a. Groen erfgoed in de stad. Rotterdam, 2025. 224 pp.

Als vanouds bomen op de werven van de Oude Gracht in Utrecht. Foto DUIC.

Het duurt even voor je door hebt hoe dit boek in elkaar zit. Het begint met drie maal twee (de eerste zwart-wit uit de vorige eeuw; de tweede in kleur uit deze eeuw) grijzige matte foto’s, over de hele opengeslagen breedte van het boek, van Tuindorp ’t Lansink Hengelo,  villapark Wilhelminapark Utrecht en Het Park Rotterdam. Dan  volgt de inhoudsopgave, die bestaat uit een introductie en  zes hoofdstukken, Wonen, Eten, Ontmoeten, Zorgen, Reizen, Leren, op het eerste gezicht niet direct onderwerpen die gelinkt zijn aan groen erfgoed. Elk van deze hoofdstukken bestaat uit drie delen, een uitgebreide  inleiding (auteurs Joosje van Geest, Anne Wolff, Gerrit van Oosterom, Leon Bok, Lotte Dijkstra en Renske Ek) over de geschiedenis en de waarde van het groen binnen het thema, gevolgd door een korte tekst over hoe men vandaag de dag tegen het thema van dit hoofdstuk aankijkt (6 x Steffen Nijhuis) en een kort interview (Lenneke Berkhout).

Grote thema’s die vandaag de dag  de aandacht vragen zijn woningbouw en klimaatadaptatie. Keuzes maken voor de toekomst wordt belangrijk. Moet monumentaal groen wijken voor woningbouw en gaan we oude wijken vergroenen? We hebben zo langzamerhand wel geleerd historische gezichten te behouden uit respect voor de geschiedenis, maar kunnen we eeuwenoude gezichten ook veranderen door te vergroenen? Denk eens aan een met bomen beplante Dam bijvoorbeeld.

Stof genoeg om over na te denken lijkt mij zo en dat is nu juist de bedoeling van dit boek

Achterin het boek zijn vier registers opgenomen: Noten, Literatuur, Plaatsregister en Illustratieverantwoording. Helaas geen Personenregister. Zou wel handig geweest zijn in een boek dat gaat over Groen Erfgoed en waarin bijbehorende namen van (tuin)architecten, botanici, kwekers, etc. ook figureren.

Het boek sluit af zoals het begonnen is, met drie maal twee grijzige matte foto’s, dit maal van Het Malieveld, de Algemene Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam en de Catharijnesingel te Utrecht, ter hoogte van de Oud-Katholieke Kerk, anno 1973 (gedempt) en anno 2025 (hersteld).

Tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh

Buitenplaats Trompenburg. ’s Graveland vanuit de lucht. Noorden rechts. Foto

In het Erfgoedhuis Hilversum bij de Bibliotheek Hilversum is een pop-up tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh te ’s Graveland. gestart. De expositie richt zich op het  heden en verleden van deze hele bijzondere buitenplaats. Zowel het fantastische 17de eeuwse huis als ook de  tuin en het park komen ter sprake, vanaf de bouw door Cornelis Tromp en Margaretha van Raephorst na het Rampjaar 1672 tot aan de restauratie van vandaag.

Wat zijn de plannen voor de restauratie van de tuinen en het park?
In 2009 werd ons bureau al gevraagd naar onze eerste mening over een eventuele restauratie van de tuin en het park. We adviseerden toen eerst een onderzoek naar de geschiedenis van de tuin te laten doen; in 2023 raakten we weer betrokken bij de restauratie van de tuin, nu in opdracht van  ‘Mooi Noord-Holland’.  We bestudeerden toen het plan Karres en Brands, dat uitgevoerd gaat worden. Het ontwerp voor de eilanden en de boomgaarden  is gebaseerd op het 17de eeuwse ontwerp met hagen die de eilanden omringen, terwijl het 19de eeuwse parkbos de oorspronkelijke landschappelijke structuren zal behouden.
Het zal heel moeilijk zijn de boomgaard te beplanten met 17de eeuwse vruchtbomen want appel- en perenrassen uit die tijd zijn er eigenlijk niet meer. Dat zullen wel 19de eeuwse rassen worden. We wachten het af.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh door Bureau Karres en Brands. Stippellijn geeft oorsprnkelijke situatie aan. Ontwerp op basis van 17de eeuws ontwerp.. Noorden boven.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh, door Bureau Karres en Brands. met oprijlaan. 2023. Noorden boven.

Bekend is ook nog een ontwerp van Copijn / Bruine Beuk uit 1998. Naast oude prenten en nieuwe ontwerpen worden op de tentoonstelling bijzondere vondsten getoond: een deel van de oorspronkelijke steektrap, een trotseerloodje uit 1678, kleurtesten en aantekeningen van restauratoren.

📍 Bibliotheek Hilversum, ‘s-Gravelandseweg 55, Hilversum
☕️ Entree via leescafé en ArtHilversum
🕛 Open: ma t/m za van 12.00–17.00 uur
🎟️ Toegang gratis

Lune en het jachtgedrag van buizerden in de leefgebieden van de wilde hamster

Cricetus cricetus. Wilde Hamster of Korenwolf.
Foto De Zoogdierenvereniging
Op 9 september 2025 kreeg ik (Lune Moonen, student Toegepaste Biologie 2023, Aeres Hogeschool Almere) de kans om een eerste versie van mijn onderzoek te presenteren op een research meeting van de Radboud University.
Afgelopen maanden heb ik voor mijn stage hard gewerkt aan een onderzoek naar het jachtgedrag van buizerden in de leefgebieden van de wilde hamster (Cricetus cricetus), om uiteindelijk het hamsterbeheer te kunnen verbeteren, en daarmee de bedreigde wilde hamster nog beter te kunnen beschermen.
Het was een leerzame ervaring om dit onderzoek nu te kunnen presenteren voor medewerkers en studenten van de afdeling Ecologie. Vooral het feit dat het in het Engels moest en het feit dat de resultaten nog niet helemaal waren wat ik had gewild, gaven de dagen vooraf wat stress… Maar het is gelukt, en ik kreeg interessante vragen en fijne feedback waar ik weer mee verder kan. Nu nog even verder puzzelen met de resultaten (die keer op keer ingewikkelder blijken te zijn dan eerst het geval leek…) en dan mag ik eind september dit onderzoek nog een keer presenteren op de International Hamster Workgroup Meeting in Leipzig!
Ik wil mijn begeleiders Andrea Kölzsch en Gerard Müskens alvast hartelijk bedanken voor al hun hulp afgelopen tijd.
Zie ook het Linkedin Bericht: https://www.linkedin.com/in/lune-moonen-1636182a1/   en   ‘connectie maken‘ (op LinkedIn-profiel Lune Moonen) of ‘reactie geven’ mag natuurlijk ook altijd.
Geen ALT-tekst opgegeven voor deze afbeelding

De Vierde van Mahler en de Eerste van mij

Vandaag de Mahlerkrant in de brievenbus. Van 8 t/m 18 mei wordt het Mahler Festival gevierd in Amsterdam en daar hoort natuurlijk een krant bij met allerlei wetenswaardigheden over Gustav Mahler en zijn verblijf in Amsterdam in ‘Hotel  Mengelberg’, het huis van Willem Mengelberg in de Van Eeeghenstraat. Mahler vond zijn gastheer Mengelberg een genie, “weet je (schreef hij aan Alma) wat ze gedaan hebben…Ze hebben mijn compositie (de Vierde Symphonie in dit geval) twee keer op het programma geplaatst. Na de pauze begint het weer van voren af aan. Wat zeg je daarvan?” Het was inderdaad een schitterende manier om het publiek met het nieuwe moeilijke werk van Mahler te laten kennis maken. Door deze herhaling hoopte  men dat zijn werk veel eerder in Amsterdam begrepen zou worden dan in andere steden zoals Parijs, Sint Petersburg of Helsinki.

Iris pseudacorus. Gart der Gesundheit. 1485.

Wat wil ik nu eigenlijk vertellen? het volgende: “Herhalen van een nieuw nog ongekend  werk is een goede manier om publiek (luisteraars, lezers) nog eens bij jouw werk te betrekken. In mijn geval, wie leest er tenslotte nog een artikel uit 1973?

Via Mengelberg en Mahler kwam ik op de gedachte mijn allereerste gedrukte artikel uit 1973 (meer dan vijftig jaar geleden) nog eens aan mijn lezers voor te leggen,

C.S. Oldenburger-Ebbers, ‘The “scientific” study of nature reflected in the composition of the vegetation in late-medieval paintings’ in: JANUS, Revue internationale de l’histoire des sciences, de la médecine, de la pharmacie et de la technique, vol. 60 (1973).

Ik ben benieuwd wat mijn lezers er van vinden. Laat je horen in een reactie, dat zou leuk zijn na vijftig jaar.

Jan Holwerda winnaar Carla S. Oldenburger-Ebbers Penning voor Tuinhistorisch Onderzoek

Johan Carel Bierens de Haan leest het juryrapport voor. Foto Karen Veenland-Heineman

Ruin 3 weken geleden al weer werd op de Cascade Ronde Tafel Conferentie op Sonsbeek (zie vorig Bericht)  de Carla S. Oldenburger-Ebbers penning 2025 uitgereikt. Wel een beetje vreemd om een penning-uitreiking met je eigen naam op je eigen website te vermelden,  maar toch wil ik andere onderzoekers opmerkzaam op de penning maken en naar de Cascade website verwijzen waar doelstelling en reglement zijn te vinden.

Foto van winnaar en naamgever Cascade-penning, Jan Holwerda (rechts) en Carla Oldenburger (links). Foto Karen Veenland-Heineman

Ik zelf was enorm verrast dat de onafhankelijke jury dit jaar heeft besloten de penning uit te reiken aan een onderzoeker die al ruim twintig jaar andere onderzoekers weet te stimuleren, te activeren en te assisteren op het gebied van wetenschappelijk tuinhistorisch onderzoek, en bovendien zelf al zovele zeer doorwrochte interessante artikelen op historisch en monumentaal groengebied heeft geschreven, namelijk aan JAN HOLWERDA.

Hartelijk Gefeliciteerd Jan. We kwamen elkaar 20 jaar geleden tegen en dat durf ik nu best een historische ontmoeting te noemen. Jij als toehoorder bij een van mijn lezingen en ik als spreker. In de pauze vuurde je wat vragen op mij af en ik nodigde je uit om eens nader te komen kennis maken met Cascade. Dat is gelukt en meteen stelde je voor een website te maken en een weblog te beginnen.  Samen hebben we besproken wat er dan op die website zou moeten komen te staan. Jouw voorstel behelsde een weblog, een manier om anderen bij het onderzoek en bij de stichting Cascade te betrekken.  Het lijkt alsof je die weblogs even uit je mouw schiet -het zijn er welgeteld 1868 tot vandaag- maar iedere weblog berust wel op een onderzoekje en als je die allemaal aan elkaar zou breien hoeft de Algemene Nederlandse Tuingeschiedenis niet meer geschreven te worden. Alleen die Cascade-weblogs zijn al een levenswerk en samen met artikelen geschreven in het kader van je eigen bureau maakt het dat levenswerk nog vele malen interessanter.

Ik durf te stellen dat je de ontwikkeling van ons geliefde vakgebied een grote stap vooruit hebt gebracht.

EEN VREDIG EN CREATIEF 2025 GEWENST

Het jaar 2024 is weer bijna voorbij en we willen even stil staan bij dat jaar en ons afvragen wat 2024 voor Oldenburgers Binnenstad & Buitenleven heeft betekend. Maar eerst wensen wij al onze vrienden en relaties een vredig en creatief 2025 toe.

Het nieuwe jaar vraagt nieuwe geestdrift. De mens roept om duurzaamheid en natuurinclusiviteit op alle fronten en de natuur roept om actie. Dankzij het vele onderzoek op allerlei plaatsen verspreid over de hele wereld, zullen er nieuwe wegen worden ingeslagen, die leiden naar een gezonder evenwicht tussen natuur en cultuur.  Overal protesteren  mensen tegen de verwoesting van de natuur, wij geloven nog in herstel, maar daar is heel wat creativiteit voor nodig.

Biodiversiteit

Doen we al mee in dat proces en hebben wij ook al nieuwe wegen ingeslagen, die tot nieuwe actie en inzichten kunnen leiden en passen in een nieuwe groene wereld. Ik denk aan een van onze eerste artikeltjes uit 2021 (Duurzaamheid voorop) over hoe wij aan duurzaamheid werken en het artikel Voedselbos staat vol exoten; ik denk aan de Natuurherstelwet, aangenomen door het Europees parlement (2023) en ook aan de poster die onze jonge ‘vrijwillig medewerker’ Lune Moonen en enkele van haar mede-studenten samenstelden in opdracht van Aeres Hogeschool Almere en Kon. GinkelGroep, waaruit blijkt dat insectenbestuivers eerder en vaker wilde bloemen dan gecultiveerde bloemen bezoeken.

Lune Moonen. Onderzoek Bestuivers op daktuin Aeres Hogeschool Almere. 2024. Foto Lune Moonen

De poster die Lune maakte van haar onderzoek op de daktuin van de Aeres Hogeschool Almere geeft blijk van een nieuw élan, zoals vergroenen van stad en land en bestuderen van biodiversiteit, de samenleving en relatie van mens, plant en dier in verleden, heden  en  toekomst.

Lune op daktuin Aeres University-

Hieronder volgt een overzichtje van langdurende projecten, die in 2024 zijn gestart.

Adviezen 

  • eerste verkenning buitenplaats Weeresteyn langs de Vecht. Rondwandelingen met opdrachtgever in verband met achterstallig onderhoud en wensen opdrachtgever beoordelen. De door ons verzamelde  tekeningen en prenten van de tuin worden verwerkt tot artikel of bericht.
  • eerste verkenning cottage garden Vredespaleis (ernsig achterstallig onderhoud) en wensen opdrachtgever beoordelen. Het gaat deze keer specifiek om de cottage garden als onderdeel van de totale tuin. De vraag is: gaan we terug naar de originele cottage garden van Mawson? Zie eerst ons rapport De tuinen van het Vredespaleis.
  • Er bestaan plannen in Warffum om een nieuw park aan te leggen, dat op zijn toekomst is voorbereid, dwz gedacht wordt aan een beplanting met toekomstbomen, die opgewassen zijn tegen natte en hete zomers, maar geen invasief karakter hebben. We zien de advisering over de beplanting als een experimentele oefening voor de aanplant van nieuwe boomsoorten.

Onder de knop  website-Berichten zijn o.a. project- en studie-voorstellen te vinden.  

Ieder Bericht/Advies op de website wordt doorgestuurd naar Linkedin. Halverwege 2024 werd het 400-ste Bericht (sinds 2016) gepubliceerd. Op Linkedin heeft dat tot 1800 volgers geleid.

Wim Pijbes heeft een pleidooi gehouden voor het vergroenen van De Dam in Amsterdam, in verband met hete zomers en bezoekers die De Dam daarom zullen gaan mijden. Ons artikel over de geschiedenis van het Damplantsoen kan een steuntje in de rug zijn.

In 2025 zullen lijsten geschikt voor bepaalde locaties en voor bepaalde milieus worden opgesteld.

Lijsten met planten en bomen die het nieuwe klimaat kunnen trotseren zijn in ontwikkeling, zoals:

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die droogte en hitte kunnen verdragen, zoals bijv. wintereik en winterlinde die diep wortelen.

Lijst van bomen die in de volle zon kunnen staan.

Lijst van bomen die insecten trekken zoals voorbeelden van bijenbomen.

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die tegen wateroverlast zijn opgewassen.

Juliet doet ervaring op in de tuin van het Aalsmeerder Veerhuis. 2024. Foto Walther Schoonenberg

Juliet was in 2024 lid / adviseur voor diverse gremia;

Verder werden ook veel adviezen als Berichten gepubliceerd, Deze fungeren soms als adviezen van algemeen belang en soms ter illustratie van ons werk.

Artikelen (gepubliceerd en in voorbereiding):

  • Carla Oldenburger. Begraafplaats Te Vraag: verwildering en menselijk ingrijpen gaan hand in hand. (Tekst voor Jaarboek Cuypersgenootschap. Album Amicorum Jenny Bierenbroodspot). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger. Adriaan Johan van Laren (Tekst voor boek 100 jaar BNT van Uitgeverij Blauwdruk). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger.. Artikeltje ‘Een onbekend portret van Freule Daisy’. Wijkblad Benoordenhout 2024, nr. 5.
  • Juliet Oldenburger en Walther Schoonenberg. Interview met Sjoerd Soeters: pleidooi voor een humane stad. Binnenstad Jg. 57, nr. 312 (december 2023). p. xxx

Kleuropdrachten

Juliet Oldenburger. Kleuropdracht van Stichting Diogenes voor het trappenhuis van Oudezijds Achterburgwal 79, op de hoek van de in 1899 Gedempte Huidenvetterssloot.

Juliet doet kleuronderzoek en maakt een kleurtrapje. 2024. Foto Walther Schoonenberg.

De trap was oorspronkelijk gehout in verschillende donkere houtkleuren (eiken), vervolgens in verschillende lichte houtkleuren, dan in verschillende tinten die hout moeten imiteren – een soort roodachtige okers, dan gele okers en vervolgens verschillende kleuren groen. We gaan nu twee okerkleuren terugbrengen. Al het houtwerk in het trappenhuis (trap, deuren,  etc.) wordt dus okergeel.

Nawoord. Is dit een duurzame tuin?

Frieda Hunziker. Een boerentuin in Heerlen. 1943?  Frieda schilderde Zuid-Limburgse taferelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, als ze als koerierster oo weg was met Joodse kinderen naar onderduikadressen. Mogelijk was het huisje op bovenstaande schildering een adres waar ze kindren afleverde. Nieuwe aanwinst 2024. Part. collectie. Foto Galerie Simonis en Buunk

Het verleden leert en inspireert ons naar de toekomst te kijken. In de boerentuin van Frieda (1943) is alles te vinden wat mensen op deze aarde gelukkig kan maken: zon, een huis, bomen,  voedsel in de vorm van een groenten- en kruidentuin en een kleine siertuin. De insecten, vlinders, bijen en hommels zijn jammergenoeg niet geschilderd, maar gezien de rijkdom van de tuin, vast en zeker vaste gasten. Het schilderij spoort ons aan om op de ingeslagen weg van duurzaamheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit verder te gaan.

De tuinarchitecten D. Wattez en P.H. Wattez, eerste orientatie uit 1985.

 

Op Linkedin las ik vandaag (dinsdag 19 november 2024) een Bijdrage van Martijn Horst (Landschap  Overijssel) over de vondst van de hutkoffer van de vroeger bekende tuinarchitect Pieter Hermannus Wattez, Daarbij werd verwezen naar auteurs die in voorgaande jaren over hem en zijn vader Dirk Wattez geschreven hadden en onderzoek naar hun werken  hadden gedaan.

Volkspark / D. Wattez, 1872. Foto Wikipedia

Mijn naam en ons bureau werden niet genoemd, terwijl wij in 1985 al de eerste onderzoeksresultaten hebben gepubliceerd over hen en hun werk. De uitkomst van het eerste orienterende onderzoek verscheen in 1985 in het vakblad GROEN. en werd vorig jaar op Internet (groene letters) geplaatst, zodat het nu voor iedereen makkelijk te vinden en te lezen is.

Niek Oosterbaan heeft in 2022 zijn Masterscriptie gewijd aan vader en zoon Wattez en hun werk in de provincie Overijssel. Deze scriptie zal later in boekvorm verschijnen.

Kunst en Wetenschap combineren

Leonardo da Vinci (Vinci 1452 – Amboise 1519). De Aankondiging, 1472. Museum Uffici, Florence

Kunst en (exacte) Wetenschap combineren heeft me altijd al geboeid. Eigenlijk uit pure onkunde en wanhoop. Ik had een diploma gymnasium B in mijn zak, maar wilde eigenlijk altijd al kunstgeschiedenis studeren. Maar een Beta – diploma werd in de tijd dat ik eindexamen deed niet voldoende geacht om (kunst)geschiedenis  en oude en moderne talen te gaan studeren, dus ik werd gedwongen een andere meer exacte richting te kiezen. Dat heb ik gedaan en het was een groot geluk voor mij dat in Utrecht in  1959 net een nieuwe richting binnen de Biologiestudie was opgericht, namelijk het vak Biohistorie, dat door Professor Frans Verdoorn vanuit de US (Boston/Waltham MA.) in Nederland was geïntroduceerd.. Hij had dit begrip als volgt gedefinieerd: “de relaties tussen mens, plant en dier in de loop van de cultuurgeschiedenis.”

Stinkende Gouwe of Cheledonium majus (Fam. Papaveraceae), uit ‘Gart der Gesundheit’, 1485.

In dit vak ben ik na mijn afstuderen doorgegaan (hoewel ik ook afgestudeerd was in planten-ecologie), zodat de relaties  tussen Kunst en Wetenschap mij altijd zijn  blijven boeien. Die relaties tussen Kunst en Wetenschap zijn natuurlijk van velerlei aard en iedereen kan een richting kiezen die hem interesseert. Ik begon met de betekenis van planten op schilderijen van de Vlaamse Primitieven en gaf daarbij colleges in de geschiedenis van botanie door de eeuwen heen, beginnend met Theophrastus en ‘De Materia medica’ van Dioscorides (1ste eeuw na Chr.).

Dat resulteerde weer in een opdracht van de Stichting Experimenten in Kunst en Technologie / E.K.T. die ik samen met Pieter Smit (†) heb uitgevoerd (verwerkt tot een lijvig geschrift) en getiteld is ‘Wetenschap en Kunst in de Levenswetenschappen: enkele aspecten van hun onderlinge samenhang’, gepubliceerd als deelschrift van het EKT-rapport ‘Orientatie Materiaal over Wetenschap en Kunst’ onder redactie van C. Blok, P.H. van de Poel en C. Tempelaars, en tegelijkertijd in Communicationes Biohistoricae Ultrajectinae nr. 57 (zomer 1975), p. 147-255.

Sindsdien zijn er vijftig jaar voorbij en ben ik nu op een punt gekomen om me nog eens verder te verdiepen in die mysterieuze richting Kunst en Wetenschap. Ik vroeg me net af of daar tegenwoordig ook cursussen in gevolgd kunnen worden, toen mijn kleindochter vertelde dat ze een (andere) online cursus had gevolgd (en deze had gevonden via ‘Coursera’, een platform waar online opleidingen van internationaal erkende universiteiten worden aangeboden). Ik begon te zoeken of er iets voor mijn gading bij was. Misschien Agroforestry bij de Universiteit van Florida? Het is maar net waar je op zoek naar bent. De keuze die Lune maakte was Paleontology: Theropod Dinosaurs and the origin of Birds, bij de University of Alberta. Plus een certificaat op naam, van de University of Alberta. Feliciteren mag, reactie, commentaar , repost op Linkedin mag ook..