Categoriearchief: Interieur

DIASHOW: HAND-TAPIJTKNOPERIJ KINHEIM BEVERWIJK (1910-1973)

(884 x bekeken op Slideshare.nl)

(234) Gisteren (19 maart 2021) stond er in de dagelijkse Berichten van het tijdschrift MONUMENTAAL een artikeltje over Deventer Tapijten in Huis van Brienen (Herengracht 282, Amsterdam).

Deventer tapijt in Huis van Brienen Amsterdam

Deze tapijten werden in Deventer vervaardigd in de  Koninklijke Deventer Tapijtfabriek (1797-1978). Maar er waren meer tapijtfabrieken, waaronder de Hand-tapijtknoperij Kinheim te Beverwijk (1910 tot 1973). De grootste collectie tapijten uit Beverwijk bevindt zich in Museum Kennemerland te Beverwijk. Op de website van dit museum staat onder meer te lezen:
“Hendrik Godefridus Polvliet startte volgens het handelsregister de Tapijtknoperij ‘Kinheim’ op 1 september 1910 aan de Zeestraat 104 te Beverwijk. Oorspronkelijk zat het bedrijf aan de Vondellaan in Beverwijk, toen nog Spargielaan geheten. Zijn vrouw, mevrouw C.M. Polvliet – Van Hoogstraaten (1883-1966), was daar al in 1909 gestart met de handtapijtknoperij ‘Kinheim’. Op kleine schaal werden hier met de hand tapijten geknoopt. Zie verder het hele document van het museum en bovenstaande diashow.

CREOOLSE (?) geschilderd in Atelier door Simon W. Maris, Keizersgracht 498, A’dam

(231) De bekende Amsterdamse portretschilder Simon W. Maris (1873-1935) was een zoon van de beroemde landschapsschilder Willem Maris (1844-1910) en een achterneef van onze (over)grootmoeder Carolina Sophia Vogelesang. Sinds 1901 was hij de gelukkige eigenaar van pand Keizersgracht nr. 498 te Amsterdam. Zie de archieffoto hier beneden afgebeeld.

Zijn portret Isabella zien we deze maanden veel afgebeeld in verband met de tentoonstelling Slavernij, te bewonderen vanaf het moment dat de deuren van het Rijksmuseum na de lockdown weer open gaan. De voormalige titel van het schilderij is ‘Indisch type, Oostersch meisje zittend in een fauteuil’, later ook aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’.

De keuze van dit schilderij op de affiche van de tentoonstelling heeft te maken met het feit dat het museum de nadrukkelijke wens koestert ‘inclusief’ te werken, dwz. voor IEDEREEN. Ook bij de presentatie van schilderijen streeft men er naar voor allen, ongeacht ras, stand of afkomst, toegankelijk, interessant en aantrekkelijk te zijn.

Simon Maris. Isabella (voormalige titel: ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’). Ca. 1906. Olieverf op doek. 41 × 29 cm. Amsterdam, Rijksmuseum

Foto’s van Isbella (ca. 1906), genomen door Simon Maris in zijn atelier.. Coll. RKD Den Haag

Zoals gezegd voorheen werd dit meisje aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’. Nu zouden we zeggen een nakomelinge van een tot slaaf gemaakte voorouder. Uit recent (2020) onderzoek is gebleken dat haar voornaam Isabella was. De identificatie kwam tot stand door teruggevonden foto’s en verwijzingen in het archief van de schilder. Haar leeftijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar, -volgens schatting van het Rijksmuseum- toen zij in Maris’ atelier op de Keizersgracht 498 poseerde voor haar portret.

Is Isabella werkelijk een Indisch / Oostersch type of Negerinnetje? Dat is moeilijk af te lezen van dit portret. Mogelijk een Hindoestaans meisje of een Creoolse. Een mix was niet gebruikelijk aan het begin van de twintigste eeuw. Had Simon mogelijk een voorliefde voor getinte vrouwen uit andere landen omdat zijn eigen voorgeslacht ook uit een ander land (Tsjechië / Praag) afkomstig was? Zijn overgrootvader Wenzel Maresch had immers zijn vaderland verlaten om deel te nemen aan de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk en was uiteindelijk (ca. 1806) in Amsterdam terecht gekomen. Daar vestigde hij zich eerst als steenhouder, later werd hij boekdrukker in Den Haag. Het is bekend dat Simon tijdens WO I ook een serie portretten maakte waar een Roma-familie model voor stond. Deze familie was gestrand met een Duits schip voor de haven van IJmuiden en Simon zorgde -als lid van een liefdadigheiscomité- er voor dat deze familie in Amsterdam onderdak kreeg.

Keizersgracht 498 (dichtbij de Leidsestraat), middelste huis, in 1901 gekocht en verbouwd door Simon Willem Maris. Hij liet de 3de en 4 de verdieping verbouwen tot een groot schildersatelier, met een groot raam op het noordoosten
Sigmund Löw (toegeschreven aan), 1905. Simon Maris in zijn atelier op Keizersgracht 498, Amsterdam. Collectie RKD Den Haag.

Een portret van een donkere man, passend bij de komende tentoonstelling in het Rijksmuseum, wil ik in dit verband ook hier afbeelden. Het is een portret dat Juliet tijdens haar opleiding aan de Koninklijke Academie Den Haag heeft gemaakt. De naam van deze jongeman die model heeft gezeten is helaas ons onbekend.

Juliet Oldenburger. Man zit model op de Koninklijke Academie Den Haag. Ca. 1990. Part. Collectie Arnhem

Prenten in de salon van buitenplaats Brakestein (Texel)

(213). Brakestein is een kleine buitenplaats, gelegen tussen Oudeschild en Den Burgh. In 1683 werd Gerrit Barmentlo, commies ter recherche van de Admiraliteit, de nieuwe eigenaar. Brakestein wordt dan omschreven als een ‘huijs staende bij de pedt [put] onder hoogebergh, sijnde twee woningen genaempt Braecken Stee met een beplanten Boomgaert Tuijn ende Vijver met omtrent xvi roeden landt’ [225 m2]. In 1703 laat Gerrit het huis na aan zijn dochter Zara, die omstreeks 1699 getrouwd was met Adriaan Jansz Braeck (1660-1706). Na het overlijden van haar echtgenoot Adriaan, hertrouwt Zara in 1711 met Jacob van Muiden en vertrekt zij met haar zoons Gerrit en Jan Adriaansz naar IJsselstein. In een boedelbeschrijving (1711) valt te lezen dat het huis bestaat uit een voorhuis, klein voorhuis, grote zaal, voorkamer, achterkamer, keuken en eetzaaltje.  In de papieren van de boedelscheiding [regionaal Archief Alkmaar] worden de aanwezige roerende en onroerende goederen opgesomd. Opvallend zijn twee kaarten, een van Het Loo en een van het park van Angiers [Angers? Anguien of Edingen?]. Het meest waarschijnlijke is dat het hier gaat om twee prenten van Romeyn de Hooghe, hieronder afgebeeld. Ter nadere informatie: Anguien is een middeleeuws kasteel in de provincie Henegouwen. Het park is ten dele nog herkenbaar en te bezoeken. Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Park_van_Edingen

Romeyn de Hooghe ca. 1695, ’t Konings Loo. Ook is de centrale prent apart uitgegeven zonder randprenten
Naar Romeyn de Hoogte. ’t Vermaarde Park van Anguien. Ca..1685
Romeyn de Hoogte. Park van Anguien. Ca. 1680

Het doksaal van de cunerakerk in rhenen

15 november 2019 was een bijzondere dag voor historisch geïnteresseerden in Rhenen. De avond stond in het teken van de restauratie van het vroeg-renaissance-doksaal in de Cunerakerk en de aanbieding van een boek over dit onderwerp.

Affiche met doksaal en doksaal op de achtergrond

Het eerste exemplaar van het boek, getiteld Het doksaal van de Cunerakerk in Rhenen en geschreven door Anton van Run (uitgave Stichting Matrijs, Utrecht) werd aangeboden aan wethouder Hans Boerkamp. Het boek ziet er prachtig verzorgd uit, met vele foto’s en uitleg van alle reliëfs, beelden en ornamenten.

Anton van Run. Het doksaal van de Cunerakerk in Rhenen. Utrecht, Stichting Matrijs, 2019

Anton van Run hield een voordracht voordat het boek overhandigd werd. Hij ging in op de betekenis van het doksaal als scheidingswand tussen het priesterkoor en het schip van de kerk en gaf uitleg over de betekenis van de reliëfs. Hieronder is op de volgende foto goed te zien dat het doksaal een scheidingswand is .

Duo Dolce Vita (Maurice Bonnemayers, piano en Lanneke Lie, dwarsfluit) verzorgde de muziek met intermezzi van J.S. Bach, Franz Schubert, Camilie Saint-Saëns en eigen werk van Maurice Bonnemayers.U kunt de restauratie van het doksaal steunen door onder meer lid te worden van de Vrienden van de Cunerakerk.

Het doksaal in volle glorie te aanschouwen tijdens concerten en natuurlijk tijdens kerkdiensten

Dit natuurstenen doksaal is uniek zowel voor Rhenen als voor Nederland. Uiteraard is het een rijksmonument, zoals de hele kerk. Erfgoed van wereldformaat dat wij in Rhenen mogen beheren.

DEFTIGE DIEREN OP KASTEEL AMERONGEN

Kasteel Amerongen. Zwaan en fazant op tafel l in eetzaal Kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger

Vandaag (11 juli 2019) heb ik een bezoek gebracht aan de tentoonstelling ‘Deftige Dieren’ op Kasteel Amerongen. Ook wilde ik even de buxus-figuren en buxus-randen in de tuin inspecteren, omdat de buxus zoals bekend op vele plaatsen in Nederland is aangetast door de Buxusmot. De tentoonstelling biedt een zicht op vele adellijke dieren zoals paarden, (jacht)honden, poezen, wild, herten, vogels, gevogelte op tafel, konijnen, etc. etc. en dit alles op schilderijen, pastels, tekeningen en gravures, wandtapijten, in stucwerk, houtsnijwerk, zilverwerk, ingelegde kasten, en nog veel meer.

Het bezoek aan de tentoonstelling is alleen mogelijk met een rondleiding, misschien wat minder vrij, maar aan de andere kant hoor en zie je bij rondleidingen misschien toch weer dingen die je nog niet wist. Dat was inderdaad het geval voor mij wat betreft de wandtapijten. In de ‘gobelin’-kamer, die volgens de gids niet zo mag heten want de wandtapijten in deze kamer zijn geen echte gobelins, d.w.z. niet gemaakt in de ‘Manufacture des Gobelins’ in Parijs. Deze kamer is in opdracht van Godard Graaf van Aldenburg Bentinck door architect Pierre Cuypers heringericht en misschien zijn de wandtapijten ook wel door hem naar Amerongen gehaald, maar ze dateren niet uit de tijd van Cuypers, maar volgens de gids vermoedelijk uit het eind van de 17de eeuw. Opmerkelijk is dat de kleuren voor 17de eeuwse tapijten heel erg helder zijn gebleven. De ‘Engelen’ van Kasteel Amerongen hebben met hun bekende ‘engelengeduld’ hier heel lang met heel veel zorg en toewijding aan gewerkt. Dat verdient alle lof!

“Gobelinkamer’ van Kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger

Tenslotte nog een paar plaatjes van het prachtige 17de eeuwse stucwerk in de Grote zaal (Tuinzaal) en van het bruggen-restauratie-project.

Stucwerk in de Grote Zaal van Kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger
Man op vlot bezig aan onderhoud van een van de bruggen over de kasteelgracht van kasteel Amerongen. Foto Carla Oldenburger

Ik kan iedereen aanraden de tentoonstelling en het kasteel te bezoeken. En misschien na afloop ook nog een kijkje in de stallen te nemen, waar de paarden werden verzorgd en hun eigen plekje hadden. Nu is het hier heerlijk om een glaasje of iets anders te nuttigen. Als u ook in de tuinen geïnteresseerd bent, dan is het aan te raden dit bezoek te combineren met de paarden- en hondengraven (aangegeven op de plattegrond).

Zie ook de website van Kasteel Amerongen.

Ook simpele adviezen kunnen nieuws opleveren 1-3

Het geven van groen-erfgoed-adviezen is ook een belangrijke taak binnen onze werkzaamheden. Dat kunnen adviezen zijn in de vorm van degelijke rapporten, soms in samen werking met een tuinarchitectenbureau, maar het kunnen ook heel simpele adviezen zijn, die wij zelf nauwelijks als advies beschouwen. Toch is het interessant hier eens te melden waar die kleine adviezen over kunnen gaan en waarom die ook zowel voor de adviesaanvrager als voor ons eigen bureau belangrijk kunnen zijn. Ik geef hier een paar vragen die ons de afgelopen maand werden gesteld.

  1. Jorn en Lia Copijn vroegen of wij intermediair wilden zijn bij het zoeken naar een goede bestemming voor hun Copijn-ontwerpen. We hebben daar een hele middag over gepraat en alle voors en tegens tegen elkaar afgewogen. Het gesprek eindigde in een advies waarmee ze verder konden en ook wij hielden er iets leuks aan over, namelijk prachtige foto’s die we vast wel eens kunnen gebruiken van een wand en een deur met cementrustiek versierd, in hun serre in Groenekan, al minstens 100 tot 150 jaar oud. We kenden al zo’n wand op buitenplaats De Treek; jammergenoeg schijnt deze nu achter een houten wand te zijn weggewerkt. De huidige eigenaren zagen kennelijk de waarde er niet van in.

2. Een tweede adviesje betreft de vraag van een lid van de Historische Vereniging Oud-Rhenen, die de historische stad Rhenen digitaal aan het herbouwen is. De vraag luidde: “Heb je nog tijd kunnen vinden om na te denken over de beplanting van de Koningstuin? Bijgaande schets heb ik gebruikt om deze tuin te reconstrueren op de Veerwei.”

Het antwoord dat door ons gegeven werd: De plattegrond langs de Veerweg is duidelijk ingedeeld in 2 delen, bovenste deel bomen en onderste deel grote tuinbedden. De ‘boomgaard’ kun je natuurlijk makkelijk ook in 4 of 8 delen opsplitsen en dan beplanten met vruchtbomen: appels (Malus domestica), peren (Pyrus communis), kersen (Prunis cerasifera), pruimen (Prunus domestica), walnoten (Juglans regia). Ook vijg (Ficus carica).

Maar je zou ook voor andere bomen kunnen kiezen, die om welke reden dan ook (brandhout, timmerhout, landbouwhout, tuinhout, siertuinen) gebruikt werden. Wilg (Salix alba); Westerse plataan (Platanus occidentalis), Es (Fraxinus excelsior), Sneeuwbal (Viburnum lantana), Gelderse Roos (Viburnum opulus).

En dan voor de nuttige planten in de groenten- en kruidenbedden een keuze uit: selderij, asperge, andijvie, meloenen, peterselie, wortelen, venkel, sla, munt, mirte, tabak, marjolein, pastinaak, bonen (Phaseolus), erwten (Pisum), kruisbes, rozemarijn, meekrap (verfplant), tomaten, aardappel, misschien een vakje tulpen voor de potten in de tuin (Duc van Tol), veldsla.

Je kunt in Google gewoon de bomen of planten met nederlandse of latijnse naam intikken en dan eens zoeken naar geschikte plaatjes.

Voor de zekerheid doe ik als Bijlage de lijst planten erbij die in 1594 in de Leidse Hortus werden gekweekt (deze voorlopige lijst was ook nieuw voor mij en is nog niet gepubliceerd) èn een prachtig gidsje (dat ik nog niet kende!) dat een overzicht geeft van de activiteiten in de Leidse Hortus gedurende de 16de tot de 21ste eeuw.

Catalogus ISSUU Hortus Botanicus Leiden 425 jaar. Leiden, 2015.

3. Op Palmpaaszaterdag verzorgde ik een lezing op het Symposium van het Tuinhistorisch Genootschap Cascade, getiteld ‘Overwegingen bij het herstellen van Stadstuinen uit de barok, gezien door de ogen van een 21ste eeuwer’. De voorlopige conclusie van de lezing kwam er op neer dat historische stadstuinen in de 17de/18de eeuw werden ontworpen op basis van de architectuurstijl van het bijbehorende huis en dat restauratie- of renovatie-ontwerpers van die tuinen nu veel eerder kijken naar de functie van het huis. Kortom vorm volgt functie. Een mooi voorbeeld is de tuin van het Huis van Staat of Johan de Witthuis in Den Haag. Op een kadasterkaart uit 1820 is te zien dat op de grens van de achtertuin van het Johan de Witthuis met het stallengenbouw achterin de tuin, op de middenas een achthoek is te zien. Dit zal zeker een uitbouw van het stalgebouw (met woning op de eerste etage voor de koetsier) voorstellen, in de vorm van een achthoekige koepel. Tot voor kort was er ook op die plaats achterin de tuin een achthoekig plateau’tje waarop een tuinbeeld was geplaatst, duidelijk een verwijzing naar de 18de of 19de eeuwse achthoekige koepel, maar door niemand meer begrepen na 200 jaar. Dat plateau’tje is nu verdwenen, maar voor ons was de kadasterkaart met die aanduiding een ontdekking, waardoor weer eens duidelijk werd dat kadasterkaarten ontwerpgeheimen kunnen bevatten. De nieuwe ontwerpers (Delva Tuinarchitecten) waren niet meer op zoek naar historische resten in de tuin, maar waren geconcentreerd op heel andere zaken.

Het Rijksvastgoedbedrijf schrijft hierover:

“Deze nieuwe klassieke klimaat-adaptieve tuin bij het Johan de Witthuis in Den Haag presenteert het verhaal van Nederland. In de ‘Hortus Fabulae’, de tuin van het verhaal, is het huis onlosmakelijk verbonden met zijn buitenruimte. Een tuin die reflecteert op de innovatieve gedachten van De Witt en het verhaal vertelt van Nederland in de Gouden Eeuw. De tuin toont de topografie van Nederland in een reeks stalen elementen, verwerkt in een zee van bolvormige bloemen. Het ontwerp wordt gerealiseerd met een scherp oog voor detail en duurzaamheid in materialen. Op deze manier staat de tuin voor Nederlands vakmanschap”.

Het is een tuin geworden die refereert aan groepen mensen die in de tuin samenkomen en vergaderen (zitjes) en een tuin die staat voor Nederlands vakmanschap en duurzaamheid. De middenstrook van de tuin stelt het Nederlandse landschap voor van West naar Oost, van de `Noordzee, over de Veluwe naar de Sallandse Heuvelrug. De vijver aan de kant van het huis vangt het regenwater op en door middel van capillaire werking wordt de strook beplanting erachter vanzelf gevoed en vochtig gehouden.

Tuin Johan de Witthuis in uitvoering (boven) en ontwerpbeeld (onder).
Ontwerp Delva Tuinarchitecten.

WORDT VERVOLGD met nog enkele kleine opdrachten en adviezen.

*Plantencatalogus Medische Tuin Haarlem, 1784;

*Brakestein Texel;

*Beschermd Dorpsgezicht Nederhemert

*Folder over de tuinarchitect Leonard Springer

‘Fraeylemaborg: Verborgen schoonheid op Fraeylema’

Fototentoonstelling Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier

09 FEBRUARI 2019 T/M 19 MEI 2019
(overgenomen van https://fraeylemaborg.nl)

Wat zijn er door de jaren heen veel foto’s gemaakt van de Fraeylemaborg! Een hele kunst om daar wat nieuws en origineels aan toe te voegen. Dat is fotografe Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier gelukt.
Vanaf 9 februari 2019 is er een bijzondere tentoonstelling van haar werk te zien in het Koetshuis van de Fraeylemaborg. Deze Amsterdamse fotografe is onder meer bekend door haar tijdloze zwart-wit foto’s van interieurs van Amsterdamse grachtenpanden. In 2014 verscheen haar geprezen publicatie ‘Verborgen schoonheid’, met foto’s uit de eeuwenoude huizen Van Brienen, Van Loon en Willet-Holthuysen.
Reden voor de Fraeylemaborg om deze fotografe uit te nodigen in Slochteren. De afgelopen twee jaar fotografeerde Marie-Jeanne in alle seizoenen de Fraeylemaborg, zowel binnen als buiten.
Ook hier werkte ze in zwart-wit, maar met haar Hasselbladcamera maakte ze nu ook warme verstorven kleurenopnames.

De verstilde foto’s in Amsterdam en in Slochteren laten een wereld van schoonheid zien, soms vol grandeur en andere keren heel eenvoudig. Soms gaat het om een doorkijkje in een fraai vertrek, soms om een detail van een kristallen glas, dan weer de lichtpatronen op een oude plavuizenvloer.
Marie-Jeanne fotografeert zonder kunstlicht en maakt gebruik van het steeds veranderende invallende (zon)licht. Urenlang wacht ze in een kamer op de juiste lichtval voor het maximale resultaat.
Een mooi voorbeeld is het 18de eeuwse marmeren beeld van een tuinnimf in de Grote Zaal van de Fraeylemaborg. In de korte tijd dat het zonlicht dagelijks op dit beeld valt maakte de fotografe close-ups waarbij je de poriën op de arm kan zien als bij een levend model.
Marie-Jeanne is een perfectioniste met oog voor detail. Kernwoorden van haar geheel eigen stijl zijn: soberheid, licht, schoonheid, verstilling en afgestemde kleuren. In de tentoonstelling zijn naast veel interieurs ook tijdloze stillevens te zien, onder de noemer “Contemplation”.

Zie ook https://marie-jeannefotografie.nl/

Wat een aparte Monumentendag 2018.

MONUMENTENDAG 2018 IN RHENEN

Samengesteld balkenplafond in de trouwzaal van het Oude Raadhuis te Rhenen, het nieuwe stadsmuseum

Mijn Monumentendag 2018 was heel verrassend. Natuurlijk was ik al veel vaker in Rhenen op Monumentendag door de stad gelopen. Bekend is dat de Delftse School het goed doet in onze stad, omdat Rhenen tot twee maal toe verwoest en herbouwd is als gevolg van de Tweede Wereldoorlog.

Maar vandaag stond in Rhenen niet de Delftse School centraal maar het nieuwe Stadsmuseum (in het Oude Raadhuis, gisteren voor een deel officieel geopend) en de tentoonstelling van de kaartencollectie van Henk Deys. Zeer de moeite waard. Prachtige Catalogus. Rhenen op de Kaart: De kaartencollectie van Henk Deys. (Publicatie bij de eerste tentoonstelling in het nieuwe Stadsmuseum Rhenen, 2018, 35 p.).

Opmerkelijk vond ik ook de plafondschildering in het Oude stadhuis, die is aangebracht op basis van vondsten tijdens de restauratie in 1967. Gestileerde ranken en bloemen in groen, oranjerood en oker doen in eerste instantie vermoeden dat we te maken hebben met een plafond uit de renaissance, maar men houdt het op een oorspronkelijk 19de eeuwse plafond in renaissance trant (zie eerste foto).

Naast het oude Raadhuis is een tuintje gelegen dat men via een poortje betreedt. Helaas is ook hier  de buxus volledig aangetast door de buxus-mot (Buxus-rups). Niets aan te doen als het zover is als in deze tuin. Advies: alles eruit en  (zoals in de tuinen van Het Loo) alles herplanten met Ilex crenata.

Tuinpoort naast Oude Raadhuis Rhenen, met sluitstuk mogelijk van het Koningshuis

Tuin bij Oude stadhuis Rhenen, aangetast door Buxus-rups

In tegenstelling tot de bouwfragmenten, die vandaag ‘onthuld’ zijn vóór het appartementencomplex Het Koningshuis, is het bouwfragment boven dit tuinpoortje hoogstwaarschijnlijk wèl afkomstig van het voormalige paleis van Frederik V van de Palts.

De fragmenten (twee voluten en twee wapenleeuwtjes) in het monument bij Het Koningshuis blijken bij nader inzien niet afkomstig te zijn van Het Koningshuis, maar waarschijnlijker van de Westpoort, die overigens vlakbij het Koningshuis stond. Zie de laatste tekening (detail) van Andreas Schelfhout (hieronder).

Andreas Schelfhout. De Westpoort te Rhenen. Ca. 1820. Collectie RKD. Detail. Twee voluten en twee leeuwtjes  als decoratie van de westpoort en  nu deel uitmakend van een monument vóór het aooartementencomplex Het Koningshuis

Soestdijk-Made by Holland- uitverkoren

Helaas is de keus over de toekomst van Paleis Soestdijk NIET gevallen op ons mooie plan SOESTDIJK, BUITENPLAATS VAN NEDERLAND.

Wij kregen vandaag (8 JUNI) bericht van het Rijksvastgoedbedrijf dat het paleis gegund zal worden aan de groep MADE BY HOLLAND. Zie hieronder meer over de bedoelingen van deze inzending. De beslissing is genomen op basis van het HOOGSTE BOD en dat kwam van hen.

Ondanks deze grote teleurstelling was het een mooi avontuur om ons plan met zovelen vorm te mogen vorm geven.
Heel veel dank aan iedereen die zijn kennis en ervaring voor onze groep heeft ingezet.

ZIE HIERONDER MEER OVER MADE BY HOLLAND:

MADE BY HOLLAND:

Motivering op de bieding van Made By Holland Landgoed Soestdijk: platform en etalage van innoverend en ondernemend Nederland

Landgoed Soestdijk: platform en etalage van innoverend en ondernemend Nederland

Made By Holland speelt in op een maatschappelijke behoefte die binnen Nederland leeft. Nederlandse bedrijven, wetenschappelijke instituten en kennisorganisaties onderscheiden zich internationaal met die competenties, op meerdere terreinen: van waterbeheersing tot offshore, van agricultuur en voeding tot mode en design, van duurzame energie tot gaming. Op Soestdijk presenteren ze zich aan elkaar en aan alle Nederlanders. Gerenommeerde partijen en starters komen er in contact met elkaar en met investeerders.

Zo zetten we met Made By Holland de schijnwerpers op de innovatiekracht en de excellente prestaties van Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties. Nieuwe initiatieven krijgen een plek en worden daarmee toegankelijk gemaakt voor een breed publiek, op zakelijke doelgroepen en ook op investeerders in jong talent en buitenlandse handelspartners.

Made By Holland: innovatieplatform waar nieuwe arrangementen en allianties ontstaan


‘geest van innovatie’: interactieve spiegelvloer in de Stuczaal

Op Soestdijk is straks ruimte en inspiratie voor iedereen die kan en wil bijdragen aan consolidatie en uitbouw van Nederland als innovatieland.

Met begeleiding, coaching en financiële accommodatie wordt de weg geopend om dromen werkelijkheid te laten worden. Dat is juist nu van belang, omdat het steeds moeilijker wordt om steun te vinden voor de realisatie van een goed idee. Op Soestdijk zullen nieuwe arrangementen en allianties ontstaan.

Made By Holland: ontmoeten, genieten en verblijven voor iedereen

Het landgoed wordt in samenhang ontwikkeld, waarbij het unieke karakter van het ensemble onaangetast blijft. Aan de iconische kwaliteit en de bijzondere schoonheid van Soestdijk wordt zo een nieuwe laag toegevoegd.

Het Paleis biedt allerlei mogelijkheden voor zakelijke activiteiten, al of niet besloten. Maar ook het publiek krijgt de ruimte om het Paleis en het Park te bekijken en van de actuele thema’s te genieten. Steeds wisselende bedrijven en (kennis)instellingen manifesteren zich voor kortere of langere tijd in de Paleisvleugels. In de ‘Proeftuin’ vormen historische gebouwtjes als het sportpaviljoen, het speelhuisje, de watertoren, het châlet en de ijskelder én een aantal nieuwe tijdelijke follies visueel aantrekkelijke, interactieve onderdelen van Made By Holland.


De Parade met hotel, restaurant, evenementenlocatie en nieuw parkeerterrein

Behalve in het Paleis en de Oranjerie komen ook aan de overzijde van de Amsterdamsestraatweg (de Parade) verschillende horecaconcepten, o.a. in de Koninklijke Stallen. Van koffiebar, zonnig terras tot brasserie: qua entourage allemaal state of the art, in lijn met het alomvattende concept. Groente, fruit, eieren et cetera komen zoveel mogelijk uit de eigen gaarden en tuinen.

In de monumenten in de Parade en op de verdieping van het Paleis kan men ‘Koninklijk’ overnachten.

 

Geschenk aan Johan D. Zocher sr. en aan Carel G. Zocher

Geschenk 1) van Lodewijk Napoleon aan Johan D. Zocher en 2) van Karel G. Zocher aan zijn neef Louis Paul Zocher.

Empire kandelaar ontvangen als geschenk van Lodewijk Napoleon. Ca. 1810. Part. Collectie.

Geweer met bajonet met draagriem van L.P. Zocher met de opdracht: “aan L.P. ZOCHER ter GEDACHTENIS aan den TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT in AUGUSTUS 1831 van K.G. ZOCHER”.

Tijdens ons onderzoek komen we ook soms voorwerpen tegen die ogenschijnlijk niets te maken hebben met de prachtige parken en tuinen die de verschillende Zochers ons hebben nagelaten, maar die bij nadere bestudering toch vragen hebben opgeroepen in verband met hun werk.

Hierboven een van de twee Empire kandelaars, die Koning Lodewijk Napoleon als  dank voor bewezen diensten aan Zocher sr. ten geschenke heeft gegeven.  Hoezo?

Op 28 mei 1807 benoemde Koning Lodewijk Napoleon Zocher sr. tot hofarchitect, onder supervisie van de Franse architect en ‘controleur de nos bâtiments’ Jean Thomas Thibault en de Intendant General G. W. J. van Lamsweerde, die speciaal de verantwoordelijkheid voor de tuinen droeg tot 1 januari 1809, opgevolgd door J. A. Twent van Kortenbosch. De eerste opdracht betrof een reorganisatieplan voor de tuinen van het kroondomein van Koning Lodewijk Napoleon, Huis ten Bosch (1807), gevolgd door werkzaamheden aan Paleis Soesdijk (1808), Amelisweerd (1808), de loge in de hofkapel in het Paleis te Utrecht (vanaf 1807), en tenslotte Paviljoen Welgelegen te Haarlem (vanaf 1808/1809), met daarbij behorend de ‘Jardin Potager’.  In juli 1810 werd het Koninkrijk van Lodewijk Napoleon ontbonden en werd Nederland ingelijfd bij het Eerste Franse Keizerrijk.

Deze kandelaar is intussen bij de zesde generatie nageslacht van Johan D. Zocher sr. beland. Louis Zocher’s dochter Maria Elisabeth trouwde met Jacob Oolgaardt. Zijn eerste kleinkind Hanna Oolgaardt trouwde met Johan Willem Walraven van Ommeren. Hij kreeg één zoon met dezelfde naam en deze zoon kreeg drie kinderen, één zoon en twee dochters.

Het tweede geschenk betreft een geweer. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een geweer dat dienst heeft gedaan tijdens de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831, o.l.v. Koning Willem I, ter onderdrukking van de Belgische Opstand). Dit geweer is geschonken door Karel G. Zocher aan zijn neef Louis P. Zocher. De tekst op de draagriem luidt: “aan L.P. ZOCHER ter GEDACHTENIS aan den TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT in AUGUSTUS 1831 van K.G. ZOCHER”.  De vraag is nu hoe is Karel Zocher aan dit geweer gekomen? Zou dit kunnen betekenen dat Karel Zocher als vrijwilliger dienst heeft gedaan tijdens deze veldtocht? We tasten nog in het duister.  Iemand een idee dat ons verder kan brengen?