Gebroeders Copijn in 1892

(grotendeels overgenomen  van de Biltsche Courant.nl (12 juli 2024):

“Landgoed Jagtlust (gemeente De Bilt) heeft een hoge monumentale waarde. Dat concludeert een door het Biltse college ingehuurd onafhankelijk bureau (Bureau Contrei) in april jongstleden. Stichting Werkgroep Behoud Jagtlust, sinds zomer 2022 in touw voor een monumentenstatus, ziet het als een belangrijk en bepalend stuk werk. Het rapport is nu ook ter beschikking gesteld van de raadsleden, echter nog niet openbaar.

Genoemde stichting ziet het rapport van het onafhankelijke Rotterdamse bureau Contrei als een zeer goed beargumenteerde beschrijving van al de redenen die noodzaken om Landgoed Jagtlust en omgeving aan te wijzen tot monument. Recent sprak ook de oudste en nationale erfgoedvereniging, de Bond Heemschut, zich uit in een brief aan de Biltse raad.”

(overgenomen uit de Biltsche Courant.nl, 3 december 2023):

“De rijke geschiedenis van Jagtlust onthult steeds weer nieuwe verhalen. In het Stadsarchief van Amsterdam dook een kasboekje op van de familie Boissevain, die tussen 1892 en 1906 op Jagtlust verbleef. Uit dat kasboekje blijkt dat een groot bedrag werd uitgegeven voor de aanleg van de tuin rondom Jagtlust door de firma [Gebroeders H. en P.G.] Copijn, toen al boomkweker en tuinarchitect in Groenekan en zelfs hofleverancier van Z.M. de Koning. Later werd ook nog een aanbetaling gedaan voor de aanleg van een rozentuin. De familie Boissevain deed er alles aan om van het gebied rondom Jagtlust een waar lustoord in de Engelse Landschapsstijl te maken. [Gebroeders] Copijn zou daarvan de ontwerper zijn geweest. Het resultaat van het onderzoek en afbeeldingen van het kasboekje zijn te lezen in het decembernummer (2023) van De Biltse Grift.”  Helaas niet digitaal, maar wel in de studiezaal van Het Utrechts Archief (HUA) te lezen en te fotograferen.

Hierna volgen de documenten waarin de koop van Jagtlust (1892 door Jan Boissevain) en de werkzaamheden van de Gebroeders Copijn (aanleg en tekening van de plaats) worden genoemd. Helaas is het ontwerp van de aanleg rond het huis  (nog) niet teruggevonden.

Aanleg van de plaats door Gebr. Copijn volgens aanneming en tekening. Stadsarchief Amsterdam

Met dank aan Lia Copijn en Anja Guinee.

Hollandse iep (Ulmus xHollandica) en de schiere monnik

Hollandse iep en de Schiere Monnik

Hollandse iep (geplant ca. 1920) in Park Willemshof in het centrum van Schiermonnikoog. Foto Carla Oldenburger

Midden in het dorp Schiermonnikoog staat tegenover het gemeentehuis, in Park Willemshof, een goed gezonde Hollandse iep van bijna 100 jaar oud. De boom staat vlakbij het beeld van de ‘schiere monnik’. Het woord schier betekent eigenlijk grauw en in dit geval geeft het woord schier de kleur aan van de monnikspij, die grauw of grijs moet zijn geweest, net als de wol van de schapen op Schier.
De bladeren van een iep zijn te herkennen aan een scheve bladvoet en een gezaagde bladrand. In Friesland werden vroeger veel iepen aangeplant en de schors (een zeer gegroefde schors) werd als veevoer gebruikt. Mogelijk werden deze iepen daarom veel in het centrum geplant, voor iedereen bereikbaar.

Nu staan er in de buurt van de Willemshof jongere iepen in laantjes aangeplant (o.a. Kerkelaantje), ook afgewisseld met beuken. Iepen zijn goed bestand tegen de zeewind, vandaar ook dat ze het hier goed doen misschien en niet zoals op andere plaatsen het nogal eens gauw begeven.
De schiere monnik is een beeld uit 1961 van de beeldhouwer Martin van Waning. Hij verwijst met dit beeld naar de monniken van het Cistercienzer  klooster Claerkamp. Het klooster op Schier was een Uithof van Klooster Claerkamp in Rensumageest.