Categoriearchief: Bossen

Klimaatadaptatie en Energietransitie zijn deze jaren speerpunt van RCE

Zocherpark Utrecht (met links Sint-Gertrudiskathedraal aan het Willemsplantsoen) langs de oevers van de Catharijnesingel. De zachtglooiend aflopende oevers van Zocher zijn veranderd in een droogtebestendige beplanting, waterberging en herstel van historische schaduwrijke structuren

Dat de RCE zich in haar beleid en kennisprogramm’s richt op specifieke thema’s is bekend. Denk bijvoorbeeld aan archeologie. Nu in deze jaren staan het Kennisplan Erfgoed Post-1965 en Klimaatadaptatie en Energietransitie centraal. Erfgoed Post-1965 heeft al geleid tot het aanwijzen van enkele jonge groene rijksmonumenten, zoals de Ecokathedraal in Mildam (1965) en de Spiral Hill in Emmen (1971). Zie ons eerdere Bericht

Bij Klimaatadaptatie is het belangrijk hoe (ook groene) monumenten  (zoals het Zocherpark in Utrecht, zie foto hierboven) verduurzaamd en aangepast kunnen worden aan klimaat-verandering. Voor onderhoud en reorganisatie van deze monumenten is een omgevingsvergunning nodig, gebaseerd op tuinhistorisch onderzoek.

Via de website van de RCE zijn nu waardevolle hulpmiddelen beschikbaar om geïnteresseerden verder te helpen bij het ondernemen van stappen die nodig zijn om hun plannen op het gebied van ruimtelijke inrichting te realiseren.
Vooraanzicht Buitenplaats Ipenrode met vroegere dierenweide. Haarlems Dagblad, 14 maart 2025. Lees over de toekomstplannen.
Na dit hele verhaal wordt het me langzaam aan duidelijk waarom ik op Linkedin minder nieuws (in de vorm van Bijdragen) vind over herstel van historische tuinen en parken. Natuurlijk blijft het uiterst belangrijk deze te blijven onderhouden maar het speerpunt van RCE ligt op reorganisatie in de richting van klimaatadaptatie op plaatsen die daarom vragen. Bijvoorbeeld:
open pleinen en brede straten in dorpen en steden vragen om schaduw (aanplant van bomen?);
-gevarieerde historische (soms uitheemse) beplantingen op buitenplaatsen vragen soms om droogtebestendige aanpassingen;
– open (dieren)weiden (zoals genoemd in het krantenartikel over Ipenrode) gelegen voor of achter kastelen en landhuizen vragen om droogtebestendige gevarieerde beplantingen;
-op droge gronden zal het bomenbestand (vooral beuken en berken) langzaam teruglopen en kunnen afsterven. Een meer weerbaar bomenbestand is dan vereist.
De komende tijd kunnen onze lezers Berichten en Bijdragen op deze website en op Linkedin verwachten over droogtebestendige boom- en plantensoorten.
We zullen dit onderwerp de komende tijd streng bewaken.

Kasteel Oud- Poelgeest en zijn beroemdste bewoner Herman Boerhaave

Zaterdag 31 januari zal op initiatief van de Stichting Erfgoed Oud-Poelgeest de kapel op de buitenplaats Oud-Poelgeest te Oegstgeest na restauratie worden heropend. Vanaf mei 2026 is het dan mogelijk het gebouwtje te huren. De kapel is een rijksmonument,  gebouwd in 1857, gelegen aan de Haarlemmertrekvaart en een bijzonder voorbeeld van 19e-eeuwse neogotische architectuur.

Kasteel Oud-Poelgeest. Litho naar tekening van G. J. Bos, 1859. Coll. Oud-Poelgeest.

De buitenplaats en zijn beroemdste bewoner Herman Boerhaave  werden al eerder kort door mij beschreven in de ‘Gids voor de tuin- en landschapsarchitectuur’ (1998):

Het huis Oud-Poelgeest ligt aan het eind van een oprijlaan, omringd door een parkbos met uitzicht op de aangrenzende polder. Hoewel de geschiedenis teruggaat tot in de veertiende eeuw, toen het omringende land in cultuur werd gebracht en hier een versterkte hof werd gebouwd, zijn de torens, die het huis het kasteelachtig uiterlijk geven, ontsproten aan de negentiende- eeuwse fantasie.

In de zeventiende eeuw was Oud-Poelgeest een sober classicistisch huis, gebouwd in opdracht van Maria Catherina Sohier de Vermandois door de architect Erasmus den Otter. Het stond toen nog, zoals een verdedigbaar riddergoed betaamt, vrij in het water.

Professor Herman Boerhaave (1668-1738) kocht in 1724  dit kasteel.

Tulpenboom uit de tijd van H. Boerhaave.

Hij was arts in Leiden en werd in 1701 lector in de geneeskunde en in 1709 zowel hoogleraar in de geneeskunde als in de botanie. Door zijn vele internationale contacten wist Boerhaave de Leidse Hortus Botanicus aanzienlijk te verrijken, zodat het een belangrijk centrum voor botanische studie werd. In 1710 werden er nog 3700 verschillende plantvormen in de Leidse Hortus waargenomen; in 1720 kwamen er al 5846 in de index van de Leidse Hortus voor en in 1728 sprak men van 7500 plantvormen, alles door toedoen van Herman Boerhaave. Boerhaave woonde zestien jaar op Oud- Poelgeest en richtte daar het eerste arboretum van Nederland in. In 1855 vermeldde W.J. Hofdijk in zijn ‘Gezigten in de omstreken van ‘s-Gravenhage en Leyden’, dat van de vele uitheemse gewassen die Boerhaave op Oud-Poelgeest had aangeplant er nog slechts ‘één ouden, wegmolmenden tulpenboom’ restte.

Boerhaave’s kleindochter huwde met H.W. baron van Leyden. Via hem kwam het goed aan mr. Alexander baron van Rhemen van Rhemershuizen. Hij liet de gracht aan de zijde van de oprijlaan dempen en de ophaalbrug kwam toen te vervallen.

In begin jaren zestig van de vorige eeuw kwam Gerrit Willink, Ambachtsheer van Bennebroek op Oud- Poelgeest wonen. Hij had in Bennebroek vanaf 1861 ervaring opgedaan met de tuinarchitecten J.D. en L.P. Zocher en al vóór hij eigenaar werd van Oud-Poelgeest gaf hij in 1862 wederom J.D. en L.P. Zocher de opdracht een vernieuwingsplan voor het park te maken. Hij liet ook aan de vaart achter het huis, als romantisch tuinsieraad een kleine kapel in neogotische trant bouwen. In deze kapel hield hij voor zijn personeel diensten van de ‘Vergadering van Gelovigen’. Het ontwerp van de Zochers is helaas nooit teruggevonden, zodat het ook niet duidelijk is of het is uitgevoerd. De neogotische kapel zal waarschijnlijk ook van de hand van J.D. Zocher jr. geweest zijn, daar zijn architectuurontwerpen vaak in neogotische stijl werden uitgevoerd. Willink liet Oud-Poelgeest na aan zijn dochter, die in 1866 met een neef trouwde. Dit jonge echtpaar Willink-Willink liet het huis verbouwen tot het huidige imitatie-kasteel en verlegde de oprijlaan, die tijdens de veranderingen in landschapsstijl (in een bocht) was gelegd, weer op de as van het huis. De Firma J.D. en L.P. Zocher werd gevraagd hiervoor een ontwerp te maken. Aan de weg werd een monumentaal inrijhek geplaatst.

Op Oud-Poelgeest staan enkele fraaie oude bomen, zoals de solitairen op de weide achter het huis. Het parkbos heeft rechte en slingerende lanen met oude bomen en een ondergroei van hulst.

Meester in het paradijs. Jac. P. Thijsse en het landschap. Amsterdam, 2025. 422 pp.

Boekaankondiging. Dik van der Meulen. Meester in het paradijs: Jac. P. Thijsse en het landschap.

Dit boek is net verschenen en nu al mijn topper van 2025.  Het is geen biografie, maar toch krijg je het gevoel dat zijn hele leven is beschreven; het gaat meer om het veranderende landschap. Wat een heerlijk boek om in weg te dromen en wat een weelde om het in je hand te hebben. Het is interessant qua inhoud en prachtig verzorgd met illustraties van o.a. Thijsse zelf en plaatjes uit zijn beroemde albums.  Wat valt er nog te zeggen over Thijsse na de biografie van Sietzo Dijkhuizen (2005)? Van der Meulen oordeelt dat zonder Thijsse Nederland er anders had uitgezien. Zijn denkbeelden zijn vandaag nog even actueel als in 1900. Het boek gaat niet alleen over Thijsse, maar even zoveel over zijn denkbeelden.

Heel Nederland was Thijsse’s onderzoeksterrein, maar direct in hoofdstuk 1 wordt duidelijk dat het landschap van zijn geboortestreek Zuid-Limburg en de Pietersberg heel aantrekkelijk voor hem waren. De Pietersberg en het Geuldal komen natuurlijk  uitgebreid ter sprake. Vervolgens komt de natuur rond Grave en Woerden aan de beurt, waar Thijsse speelde en de natuur ontdekte als schooljongen, om vervolgens in 1877 te verhuizen naar Amsterdam Oost waar hij Artis leerde kennen. Zijn wandeltochten breidden zich in zijn vroege jeugd al uit naar De Kennemerduinen, de Waterleiding Duinen, Muiderberg, het Gooi, allemaal super interessant voor iemand die de Nederlandse natuur wil leren kennen.

Zijn leertijd werd in 1883 afgesloten met een Kweekschool- diploma, en daarna met een akte voor hoofdonderwijzer en talen-diploma’s Frans, Duits en Engels. Zijn eerste aanstelling was in Amsterdam in 1883. In 1890 vertrok hij met vrouw en kinderen naar Texel. Hoofdstuk 4, ‘Het vogeleiland’, is aan ‘zijn’ eiland gewijd. Omdat zijn vrouw enstige heimwee kreeg, keerde het gezin terug naar Amsterdam, en kwam hij terecht op de openbare school der eerste klasse, nr. 32 aan de Passeerdersgracht. In die tijd ontdekte hij Eli Heimans, en ontstond een hechte band tussen die twee. Een uitgebreid hoofdstuk bespreekt hun eerste gezamenlijke werken, de serie schoolboekjes, de oprichting van hun tijdschrift ‘De Levende Natuur’ en hun ‘Flora van Nederland’.

Met de uitgave van ‘Het Vogeljaar’ bleek Thijsse’s grote liefde voor vogels. Zijn bedoeling met dit boek, dat hij alleen had geschreven,  was de lezers kennis te laten maken met de meest voorkomende vogels in Nederland.  Vanaf dit boek begonnen Thijsse en Heimans een beetje uit elkaar te groeien. Heimans kreeg steeds meer belangstelling in geologie. Thijsse verhuisde in die tijd naar Bloemendaal en betrok het huis ‘Binnenduin’.  Het jonge gezin genoot van een gelukkig gezinsleven, veel muziek, veel landschapsschoon, en van wandelen in Duin en Daal en rond ’t Kopje. Maar dat was lang niet genoeg. Zijn tijd werd opgeslokt door zijn bemoeienissen met de oprichting van de Ver. Natuurmonumenten en vooral door het schrijven van de Verkade-Albums, die hem echt bekendheid hebben bezorgd onder het grote publiek. In Bloemendaal werd ook op zijn initiatief de eerste natuurtuin aangelegd (Thijsse’s Hof). Het was eigenlijk een educatieve tuin bedoeld om het grote publiek met de duinflora in aanraking te brengen. ontworpen door de bekende tuinarchitect Leonard Springer, met een beplantingsplan van de wilde-planten-kweker Cees Sipkes.

Jac. (Co) P. Thijsse

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-18) begint Verkade aan het doorzetten van de Verkade-albums te twijfelen. In 1919 verscheen zijn voorlopig laatste album ‘Friesland’. Toch zouden er later nog enkele volgen, o.a. van Thijsse’s hand ‘Texel’. Thijsse was niet te stoppen, plannen te over. Dat werd ook door anderen opgemerkt, en het resultaat was een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam  en een aanstelling tot leraar aan het Kennemer Lyceum.

In 1930, na zijn pensionering, maakte hij een reis naar Ned. Indie,  naar zijn zoon en zijn gezin. Ook hier stond kennismaking met de natuur voorop. Vogels, planten, bomen interesseerden hem, minder was hij geinteresseerd in de mensen, hun cultuur, hun echte leven. Natuurbehoud was geen issue in Indie, niet bij de blanke overheersers, niet bij de inlanders, maar dit onderwerp werd wel het hoofdthema voor Thijsse na zijn pensionering, samen met Piet van Tienhoven.

Onverwacht verschenen in Thijsse’s nadagen toch weer enkele Verkade albums. het boek ‘De bloemen en haar vrienden’ werd een groot succes. Hierdoor kon Thijsse Verkade overtuigen om weer nieuwe albums te laten verschijnen, en dat werden ‘Waar wij wonen’, een ode aan het Nederlandse landschap en ‘Onze groote rivieren’, met een ereplaats voor landschap ‘De Beer’, waar ik zelf mijn vogelkennis begon te ontwikkelen, door de kijker van mijn vader.

En hiermee is het boek van Dick van der Meulen in mijn eigen tijd beland. De epiloog van het boek gaat terug naar de landschapsbeschrijvingen van Thijsse en de schrijver vraagt zich af, hoe het nu met het Nederlandse landschap is gesteld? Achteruitgang natuurlijk, maar gelukkig ook nieuwe natuur en herstel. Denk aan de Marker Wadden.

Ik heb hierbover nu enige onderwerpen uit het boek benoemd, maar het boek is echt geen chronologische levensbeschrijving, ook geen roman (hoewel soms lijkt het er op) of levensverhaal. Thijsse’s leven en liefde voor de natuur komen ter sprake op een manier die vele facetten van zijn leven belicht, heel veel meer dan hier maar even luchtig aangeraakt. Ik vind het een meesterwerk.

Ik verwijs graag voor nadere kennismaking en eigen onderzoek naar de Ver. Natuurmonumenten, het  Archief van J.P. Thijsse en de Heimans en Thijsse stichting/

Landgoed Baest 800 jaar

Landgoed Baest in de Gemeente Oirschot bestaat 800 jaar. Het wordt gerekend tot een van de mooiste en oudste landgoederen van Brabant. Om landschap Baest ook voor de toekomst te behouden, hebben de provincie, gemeente, waterschap en betrokken organisaties hun samenwerking rond landgoed Baest bevestigd, zodat ook de komende 800 jaar generaties kunnen genieten van al het moois dat Baest te bieden heeft.

Foto Het Klaverblad, gemeente Vught

In de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, (Rotterdam, 2000, deel 4 Brabant, Zeeland en Limburg) is over Baest te lezen:

“Landgoed Baest, dat in het dal van de Grote Beerze ligt, heeft een geschiedenis die in ieder geval teruggaat tot aan het begin van de dertiende eeuw. In stukken uit 1225 wordt het bos van Baest vermeld als een bezit van de abdij van Berne. Samen met een aantal hoeves, de watermolen op de Kleine Beerze en de windmolen van Baest komt het in de loop van de veertiende eeuw in bezit van de abdij Tongerlo. Vanaf die tijd wordt het gebied langzaam in ontginning gebracht. Het huis Baest wordt in de zestiende eeuw door Maarten van Rossum geplunderd en uitgebrand, waarna het in 1548 wordt herbouwd. Korte tijd later, in 1560, wordt Baest aangewezen voor het persoonlijk onderhoud van de bisschop van het nieuw gestichte bisdom ‘s-Hertogenbosch en zal het vermoedelijk als uithof en buitenplaats voor deze bisschop zijn gaan dienen.

In 1648 werd het bisdom opgeheven en kwamen de onroerende goederen van deze kerkprovincie voor korte tijd in eigendom van de Staten-Generaal. Door verkoop werd Baest in 1659 particulier eigendom. Twee jaar later werd een kaart gemaakt waarop het omgrachte huis als centrum van het landgoed is afgebeeld. Een rechte laan, onder een hoek op het huis gericht, zorgde voor de ontsluiting. De gracht stond in directe verbinding met het riviertje de Grote Beerze. Vanuit de twee tot het goed behorende boerderijen zal het complex van akkers op de iets hogere gronden ten zuidwesten van het huis zijn bewerkt. Het noordelijk gedeelte van het bezit is aangeduid als beemden, natte wei- of hooilanden. De omringende heidevelden waren in het traditionele akkerbouwsysteem ongetwijfeld betrokken als terrein voor het weiden van schapen en het leveren van plaggen voor de potstal. Opgaande bomen kwamen alleen langs de Grote Beerze voor, mogelijk in ontginning van het gebied in de daaropvolgende eeuw voortgezet, aangezien het geheel aan het eind van de achttiende eeuw bestond uit een klein, omgracht herenhuis temidden van een uitgestrekt lanenstelsel met bossen en heidevelden.

Bij een verkoop in 1772 werden de ‘Baaster Goederen’ omschreven als  ‘…gelegen onder den Dorpe van Oostelbeers, bestaande in de Huysingen, Hoeven en Landerijen, te weeten De Heere Huysinge genaamd den Spijcker, met zijn Hoven en Gronden van Erven daar bij en aan geleegen onder den Dorpe van Oostelbeers met de Twee Considerablee groote daarbij gehorende Hoeven Lands, van Ouds genaamd de Baaster of Bisschops Hoeven, zijnde Leen- en Tiend-vrij, met de Huysingen, Stallingen, Schuuren, Schoppen kar en Backhuysen, verdere Getimertens ap- en dependentien van dien, mitsgaders alle de daar bij behorende acker, Teul, Hooij, wey, Groes, beemden Heylanden en gronden van Erven, als meede de Beverdoncken op de Logt waarin Moer geleegen is; Voorts met zijn opgaande Boomen en Houtgewassen, Plantagien en verdere toebehoren, regt en geregtigheeden van dien …’.

In de eerste helft van de negentiende eeuw werd het landgoed door aankopen uitgebreid tot in totaal meer dan 370 hectare. Zoals gebruikelijk bij een landgoed van een dergelijke omvang behoorden diverse boerderijen in die tijd tot het bezit, van waaruit de landbouwgronden bewerkt werden. Deze boerderijen droegen de namen ‘Beukehoef’, ‘Eikehoef’, ‘Lindehoef’ en ‘Mastehoef’. Een goede indruk van het landgoed geeft de in 1818 gemaakte kaart van ‘Huis te Baast met desselvs onderhorige hoeven, boschen en landeryen’ (hier afgebeeld). Het landgoed strekt zich daarop aan beide zijden van de Grote Beerze uit en omvat diverse complexen van landbouwgronden en bosgebieden. De bossen zijn ieder apart volgens een rechtlijnig patroon van lanen ingedeeld, maar vertonen, evenals de rechte ontsluitingslanen over het landgoed, niet de onderlinge samenhang die bijvoorbeeld in de Frans classicistische tuinstijl werd toegepast. Wel zijn enkele kenmerkende tuinelementen te onderscheiden, zoals een zogenaamde ‘patte d’oie’, een ganzenvoetstructuur, waarbij drie lanen in een punt bij elkaar komen. Deze ganzenvoet is hersteld.

Huis te Baast met desselvs onderhorige hoeven, bosschen en landerijen, 1818. Coll. Huis Baest Middelbeers

Een klein deel van het terrein vertoont in 1818 een patroon van slingerlanen, passend in de vroege landschapsstijl. Het landhuis zelf werd in 1854 ingrijpend verbouwd en vergroot en kreeg daarbij zijn huidige omvang en aanzien. Het wordt omgeven door een boerderij, een koetshuis, een klein poortgebouw en een bakhuis, die evenals het landhuis alle wit geschilderde muren bezitten. Gedurende de tweede helft van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw werden nog meer omliggende heidegebieden tot ontginning gebracht. De kern van de aanleg veranderde echter niet wezenlijk, zodat er ook nu nog vele achttiende- en negentiende- eeuwse elementen in het terrein zijn terug te vinden. Wel zorgde de aanleg van het Wilhelminakanaal, in het midden van de twintigste eeuw, voor een doorsnijding van het gebied. Aan het eind van de jaren tachtig van detwintigste eeuw werden de tuinen direct bij het huis gerenoveerd en uitgebreid in een formele stijl. Op het terrein bevindt zich nog een negentiende-eeuws tuinhuis en voor het landhuis staat een tuinbeeld van Venus, gemaakt door de beeldhouwer J.B. Xavery in 1725.

In het noordoosten van landgoed Baest ligt verscholen in het bos het processiepark Heilige Eik. De Mariakapel dateert uit 1853 en past goed in de sfeer van een park in landschapsstijl zoals dat in de negentiende eeuw op Baest tot stand kwam. Ook de naast de kapel gelegen slingerende waterpartij past in dit beeld. Achter de Mariakapel ligt nog een kunstgrotje en een kapelletje gewijd aan Sint Anthonius. Baest wordt beschermd als rijksmonument”.

Carl Eduard Adolf Petzold (1815-1891) en zijn Handbuch

Wat heeft Carl Eduard Adolf Petzold (1815-1891 ) voor Twickel betekend?

 

Op Linkedin stond vandaag (2 juni 2025) te lezen:

“De vereniging Vakgroep Groen Erfgoed houdt op 10 oktober op Landgoed Twickel in Twente een studiedag over het werk van de befaamde Duitse tuin- en landschapsarchitect Eduard Petzold . Zijn landschapsparken behoren tot de fraaiste van Nederland.

Maar nu deze zo’n 150 jaar oud zijn, beginnen de bomen van de eerste aanleg af te takelen en moet dringend gewerkt gaan worden aan herstel. Het is daarom volgens de Vakgroep Groen Erfgoed (VGE) het goede moment om deze parken aandacht te geven wat betreft beleid en beheer.

In de vakgroep zijn professionele onderzoekers en planvormers op het gebied van groen erfgoed verenigd. De VGE staat voor kwaliteit van onderzoek en planvorming en tracht dat te bevorderen door uitwisseling van kennis en kunde”..

De aankondiging is vandaag ruim van te voren ‘verstuurd’. Tijd dus om tussen vakantie en zonnige stranden door wat te lezen over Petzold en zijn werk in Nederland. Vooral zijn handboek is nuttig om eens door te snuffelen omdat daarin zijn ideeën scherp worden verwoord. De tijd dat Petzold op Twickel werkte (1885-1891) viel samen met de voorbereingstijd tot de publicatie van het Handboek. Mogelijk heeft zijn ervaring op Twickel geleid tot aanbevelingen in zijn Handboek en kunnen we deze nu als beheer-adviezen van Petzold beschouwen.

Geschriften door Michael Rohde geschreven (1990-1998):

  • Die Tätigkeit von E. Petzold in Dieren. Hannover, (Scriptie) 1990. 
  • Michael Rohde. Eduard Petzold : Weg und Werk eines deutschen Gartenkünstlers im 19. Jahrhundert. Dissertatie, (Scriptie), 1998.
  • Michael Rohde. Von Muskau bis Konstantinopel: Eduard Petzold, ein europäischer Gartenkünstler, 1815-1891. Dresden, 1998.

Petzold’s Handboek (1862; 1888 2de druk) en ‘logboek. (1890)’:

  • C.E.A. Petzold. Die Landschafts-Gaertnerei : ein Handbuch fuer Gaertner, Architekten, Gutsbesitzer und Freunde der Gartenkunst. Leipzig, 1862, met tabel van bomen. Tweede druk 1888, opgedragen aan Sophie prinses der Nederlanden, dochter van Koning Willem II. Vermeerderd en verbeterd met uitvoerige behandeling van alle onderdelen van het landschapspark, zoals rotsen, wegen, beplantingen, water, weiden etc. Ook de betekenis van kleur van bomen en struiken wordt in dit boek uitvoerig behandeld. Abbildungen … von Friedrich Preller.
  • C.E.A.Petzold. Erinnerungen aus meinen Leben. Leipzig, 1890. Bevat 2 portr. van C.F.C. Petzold en 1 portr. van C.E.A. Petzold.

Artikel van Carla Oldenburger (1986):

Zijn bekendste ontwerpen staan hieronder vermeld (minder bekende in artikel hierboven genoemd).

  • Landgoed De Horsten, Wassenaar (exclusief de bekende Seringenberg die al van eerdere datum dateert), 1854, 
  • Landgoed De Paauw, Wassenaar, 1854, 
  • Landgoed De Raephorst, 1854, 
  • Landgoed Eikenhorst, 1854, 
  • Zypendaal Arnhem 1863, 
  • Huis Rhederoord, De Steeg 1868, 
  • Bingerden, Angerlo 1869, 
  • Hof te Dieren, Dieren 1870, 
  • Gulden Bodem Arnhem 1872, 
  • Wielbergen Angerlo 1872, 
  • Buitenplaats Oud-Wassenaar Wassenaar 1877, 
  • Kasteel Middachten, De Steeg 1878,
  • Landgoed Elswout Overveen 1882 (niet uitgevoerd), 
  • Landgoed Duinlust Overveen 1882, 
  • Kasteel Twickel Delden 1885-1891,
  • Landgoed Cingendael te Wassenaar 1888 (Park uitgevoerd door L.A. Springer en Rosarium niet gerealiseerd). 

Uit bovenstaande valt op dat De Horsten en de Paauw (alle te Wassenaar) Petzold’s eerste Nederlandse projecten waren (alle 1854) en dat hij in zijn nadagen pas op Twickel kwam te werken.

Foto: Zicht op kasteel en park Twickel met  Eduard Petzold. Bron: Gelders Archief

Nationale Parken anno 2025

Over Nationale Parken wordt dezer dagen anno 2025 veel geschreven en gediscussieerd vanwege geplande bezuinigingen. Maar als je aan een willekeurige parkbezoeker vraagt wat eigenlijk de term Nationaal park inhoudt, staat men met een mond vol tanden.

Zicht in Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Ingesteld 2003/2013. 10000ha.  Foto Wikipedia

Op Wikipedia staat de volgende definitie: Een nationaal park is een aaneengesloten natuurgebied van ten minste 1000 hectare, bestaande uit natuurterreinen, wateren en/of bossen, met een bijzonder landschappelijke gesteldheid en planten- en dierleven, waar tevens goede mogelijkheden zijn voor recreatief medegebruik.

KAART NATIONALE PARKEN IN NEDERLAND

Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. In het uiterste zuidelijke puntje op bovenstaande kaart is het Utrechtse deel van bureau B&B gevestigd.

Overzichtstabel Nationale Parken in Nederland en het Caraibisch gebied

Nationale parken in Nederland zijn weergegeven in onderstaande tabel. In 2024 is Van Gogh Nationaal Park als park erkend, waarin het al langer bestaande park Loonse en Drunense Duinen op zal gaan.

Naam park Provincie Grootte (ha) Ingesteld Kaart Foto
Grenspark De Zoom – Kalmthoutse Heide Noord-Brabant, Antwerpen 3750 2001 Kaart De Zoom - Kalmthoutse Heide Nationaal Park Zoom - Kalmthoutse Heide Cross-Border Park
Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa Drenthe 10600 2002 Kaart Drentse Aa Nationaal Park Drentsche Aa Nationaal Landschap
Nationaal Park De Alde Feanen Friesland 4000 2006 Kaart Alde Feanen Nationaal Park Alde Feanen Nationaal Park
Nationaal Park De Biesbosch Noord-Brabant, Zuid-Holland 9000 1994 Kaart Biesbosch Nationaal Park Biesbosch National Park
Nationaal Park De Groote Peel Noord-Brabant, Limburg 1340 1993 Kaart De Groote Peel Nationaal Park Groote Peel National Park
Nationaal Park De Hoge Veluwe Gelderland 5500 1935 Kaart De Hoge Veluwe Nationaal Park Hoge Veluwe Nationaal Park
Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen Noord-Brabant 3700 2002 Kaart De Loonse en Drunense Duinen Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen Nationaal Park
Nationaal Park De Maasduinen Limburg 4500 1996 (uitbr. 1998) Kaart De Maasduinen Nationaal Park Maasduinen Nationaal Park
Nationaal Park De Meinweg Limburg 1700 1990 Kaart De Meinweg Nationaal Park Meinweg Nationaal Park
Nationaal Park Drents-Friese Wold Drenthe, Friesland 6100 2000 Kaart Drents-Friese Wold Nationaal Park Drents-Friese Wold Nationaal Park
Nationaal Park Duinen van Texel Noord-Holland 4300 2002 Kaart Duinen van Texel National Park Duinen van Texel National Park
Nationaal Park Dwingelderveld Drenthe 3700 1991 Kaart Dwingelderveld Nationaal Park Dwingelderveld Nationaal Park
Nationaal Park Lauwersmeer Groningen, Friesland 6000 2003 Kaart Lauwersmeer Nationaal Park Lauwersmeer Nationaal Park
Nationaal Park Nieuw Land Flevoland 28900[3] 2018 kaart Nieuw land Nieuw Land Nationaal Park
Nationaal Park Oosterschelde Zeeland 37000 2002 Kaart Oosterschelde Nationaal Park Oosterschelde Nationaal Park
Nationaal Park Sallandse Heuvelrug Overijssel 3500 2004 Kaart Sallandse Heuvelrug Nationaal Park Sallandse Heuvelrug Nationaal Park
Nationaal Park Schiermonnikoog Friesland 5400 1989 Kaart Schiermonnikoog Nationaal Park Schiermonnikoog National Park
Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Utrecht 10000 2003 (uitbr. 2013) Kaart Utrechtse Heuvelrug Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Nationaal Park
Nationaal Park Veluwezoom Gelderland 5000 1930 Kaart Veluwezoom Nationaal Park Veluwezoom Nationaal Park
Nationaal Park Weerribben-Wieden Overijssel 10500 1992 (uitbr. 2009) Kaart Weerribben-Wieden Nationaal Park Weerribben-Wieden Nationaal Park
Nationaal Park Zuid-Kennemerland Noord-Holland 3800 1995 (voorl. 1950) Kaart Zuid-Kennemerland Nationaal Park Zuid-Kennemerland Nationaal Park

Nationale parken in Caribisch Nederland, voor 10 oktober 2010 erkend als nationaal park van de Nederlandse Antillen, zijn:

Naam park Eiland Grootte (ha) Ingesteld Foto Kaart
Bonaire National Marine Park Bonaire 2600 1979 Uitzicht op Klein Bonaire, dat deel uitmaakt van het Bonaire National Marine Park

Lijst van nationale parken in Nederland (Bonaire)

Lijst van nationale parken in Nederland
Washington Slagbaai National Park Bonaire 5643 1969 Overzicht van het park

Lijst van nationale parken in Nederland (Bonaire)

Lijst van nationale parken in Nederland
Sint Eustatius National Marine Park Sint Eustatius 2750 1996 Sint Eustatius en omliggende wateren
Quill/Boven National Park Sint Eustatius 340 1998 Uitzicht op The Quill
Saba National Marine Park Saba 1300 1987 Diamond Rock Saba en omringende wateren
Saba National Land Park Saba 43 1999 Een zijde van Mount Scenery
Sababank Saba 220.000 2010 Onderwaterleven op de Sababank

16 MEI 2025. Nationale parken verdienen na brede steun geen bezuiniging.  Op 14 april 2025 ondertekenden provincies en partners een breed manifest om samen gebiedsgerichte parels te versterken. Nog diezelfde week werd het bijbehorende budget in de voorjaarsnota vrijwel volledig geschrapt. De natuur van Nederland hangt aan een zijden draadje.

EEN VREDIG EN CREATIEF 2025 GEWENST

Het jaar 2024 is weer bijna voorbij en we willen even stil staan bij dat jaar en ons afvragen wat 2024 voor Oldenburgers Binnenstad & Buitenleven heeft betekend. Maar eerst wensen wij al onze vrienden en relaties een vredig en creatief 2025 toe.

Het nieuwe jaar vraagt nieuwe geestdrift. De mens roept om duurzaamheid en natuurinclusiviteit op alle fronten en de natuur roept om actie. Dankzij het vele onderzoek op allerlei plaatsen verspreid over de hele wereld, zullen er nieuwe wegen worden ingeslagen, die leiden naar een gezonder evenwicht tussen natuur en cultuur.  Overal protesteren  mensen tegen de verwoesting van de natuur, wij geloven nog in herstel, maar daar is heel wat creativiteit voor nodig.

Biodiversiteit

Doen we al mee in dat proces en hebben wij ook al nieuwe wegen ingeslagen, die tot nieuwe actie en inzichten kunnen leiden en passen in een nieuwe groene wereld. Ik denk aan een van onze eerste artikeltjes uit 2021 (Duurzaamheid voorop) over hoe wij aan duurzaamheid werken en het artikel Voedselbos staat vol exoten; ik denk aan de Natuurherstelwet, aangenomen door het Europees parlement (2023) en ook aan de poster die onze jonge ‘vrijwillig medewerker’ Lune Moonen en enkele van haar mede-studenten samenstelden in opdracht van Aeres Hogeschool Almere en Kon. GinkelGroep, waaruit blijkt dat insectenbestuivers eerder en vaker wilde bloemen dan gecultiveerde bloemen bezoeken.

Lune Moonen. Onderzoek Bestuivers op daktuin Aeres Hogeschool Almere. 2024. Foto Lune Moonen

De poster die Lune maakte van haar onderzoek op de daktuin van de Aeres Hogeschool Almere geeft blijk van een nieuw élan, zoals vergroenen van stad en land en bestuderen van biodiversiteit, de samenleving en relatie van mens, plant en dier in verleden, heden  en  toekomst.

Lune op daktuin Aeres University-

Hieronder volgt een overzichtje van langdurende projecten, die in 2024 zijn gestart.

Adviezen 

  • eerste verkenning buitenplaats Weeresteyn langs de Vecht. Rondwandelingen met opdrachtgever in verband met achterstallig onderhoud en wensen opdrachtgever beoordelen. De door ons verzamelde  tekeningen en prenten van de tuin worden verwerkt tot artikel of bericht.
  • eerste verkenning cottage garden Vredespaleis (ernsig achterstallig onderhoud) en wensen opdrachtgever beoordelen. Het gaat deze keer specifiek om de cottage garden als onderdeel van de totale tuin. De vraag is: gaan we terug naar de originele cottage garden van Mawson? Zie eerst ons rapport De tuinen van het Vredespaleis.
  • Er bestaan plannen in Warffum om een nieuw park aan te leggen, dat op zijn toekomst is voorbereid, dwz gedacht wordt aan een beplanting met toekomstbomen, die opgewassen zijn tegen natte en hete zomers, maar geen invasief karakter hebben. We zien de advisering over de beplanting als een experimentele oefening voor de aanplant van nieuwe boomsoorten.

Onder de knop  website-Berichten zijn o.a. project- en studie-voorstellen te vinden.  

Ieder Bericht/Advies op de website wordt doorgestuurd naar Linkedin. Halverwege 2024 werd het 400-ste Bericht (sinds 2016) gepubliceerd. Op Linkedin heeft dat tot 1800 volgers geleid.

Wim Pijbes heeft een pleidooi gehouden voor het vergroenen van De Dam in Amsterdam, in verband met hete zomers en bezoekers die De Dam daarom zullen gaan mijden. Ons artikel over de geschiedenis van het Damplantsoen kan een steuntje in de rug zijn.

In 2025 zullen lijsten geschikt voor bepaalde locaties en voor bepaalde milieus worden opgesteld.

Lijsten met planten en bomen die het nieuwe klimaat kunnen trotseren zijn in ontwikkeling, zoals:

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die droogte en hitte kunnen verdragen, zoals bijv. wintereik en winterlinde die diep wortelen.

Lijst van bomen die in de volle zon kunnen staan.

Lijst van bomen die insecten trekken zoals voorbeelden van bijenbomen.

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die tegen wateroverlast zijn opgewassen.

Juliet doet ervaring op in de tuin van het Aalsmeerder Veerhuis. 2024. Foto Walther Schoonenberg

Juliet was in 2024 lid / adviseur voor diverse gremia;

Verder werden ook veel adviezen als Berichten gepubliceerd, Deze fungeren soms als adviezen van algemeen belang en soms ter illustratie van ons werk.

Artikelen (gepubliceerd en in voorbereiding):

  • Carla Oldenburger. Begraafplaats Te Vraag: verwildering en menselijk ingrijpen gaan hand in hand. (Tekst voor Jaarboek Cuypersgenootschap. Album Amicorum Jenny Bierenbroodspot). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger. Adriaan Johan van Laren (Tekst voor boek 100 jaar BNT van Uitgeverij Blauwdruk). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger.. Artikeltje ‘Een onbekend portret van Freule Daisy’. Wijkblad Benoordenhout 2024, nr. 5.
  • Juliet Oldenburger en Walther Schoonenberg. Interview met Sjoerd Soeters: pleidooi voor een humane stad. Binnenstad Jg. 57, nr. 312 (december 2023). p. xxx

Kleuropdrachten

Juliet Oldenburger. Kleuropdracht van Stichting Diogenes voor het trappenhuis van Oudezijds Achterburgwal 79, op de hoek van de in 1899 Gedempte Huidenvetterssloot.

Juliet doet kleuronderzoek en maakt een kleurtrapje. 2024. Foto Walther Schoonenberg.

De trap was oorspronkelijk gehout in verschillende donkere houtkleuren (eiken), vervolgens in verschillende lichte houtkleuren, dan in verschillende tinten die hout moeten imiteren – een soort roodachtige okers, dan gele okers en vervolgens verschillende kleuren groen. We gaan nu twee okerkleuren terugbrengen. Al het houtwerk in het trappenhuis (trap, deuren,  etc.) wordt dus okergeel.

Nawoord. Is dit een duurzame tuin?

Frieda Hunziker. Een boerentuin in Heerlen. 1943?  Frieda schilderde Zuid-Limburgse taferelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, als ze als koerierster oo weg was met Joodse kinderen naar onderduikadressen. Mogelijk was het huisje op bovenstaande schildering een adres waar ze kindren afleverde. Nieuwe aanwinst 2024. Part. collectie. Foto Galerie Simonis en Buunk

Het verleden leert en inspireert ons naar de toekomst te kijken. In de boerentuin van Frieda (1943) is alles te vinden wat mensen op deze aarde gelukkig kan maken: zon, een huis, bomen,  voedsel in de vorm van een groenten- en kruidentuin en een kleine siertuin. De insecten, vlinders, bijen en hommels zijn jammergenoeg niet geschilderd, maar gezien de rijkdom van de tuin, vast en zeker vaste gasten. Het schilderij spoort ons aan om op de ingeslagen weg van duurzaamheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit verder te gaan.

Grebbeberg / Laarschenberg: bosgoud

Eigen tuin op de Grebbeberg. Gouden Maand, 2024.  Foto Carla Oldenburger

Herfstblues

door Erna Kagenaar

Daar ga je
los van het leven
je valt
vlak voor mijn voeten

Je kleuren verraden
je verhaal
Licht en donker
had ik je eerder kunnen ontmoeten?

Nu je mijn aandacht hebt
geen hoogte, maar wel diepte kent
bewonder ik je des te meer
gevallen blad

De herfst bepaalt jouw lot
Je mag met duizenden tegelijk
ons weemoedig maken
We hebben je bloei zo lief gehad

Zwaluwenburg 18-de eeuwse buitenplaats. Is tuin uit 1919 nog te herstellen?

 

Huis Zwaluwenberg met voorplein en een van de bouwhuizen. Foto Geldersch Landschap en Kasteelen

Het landhuis Zwaluwenburg en de acht, oorspronkelijk bijbehorende, boerderijen met weiden en akkers liggen te midden van loof- en naaldhoutbossen. Het huis ligt op een rechthoekig omgracht terrein en werd in 1782 door de familie van Haersolte gebouwd op de plaats van het voormalige kasteel Wijnbergen. Volgens opmetingen van de bekende landmeter M.J. de Man was er in 1811 sprake van een aanleg in Hollands-classicistische stijl. Ook nu nog is deze structuur van fraaie, rechte lanen goed herkenbaar op het landgoed. Zie ook Google Maps.

Ontwerp tuin bij huis Zwaluwenburg door D. F. Tersteeg, 1919. Coll. Bibliotheek WUR

De aanleg op het omgrachte terrein achter het huis werd in de negentiende eeuw omgevormd in landschapsstijl.                                     De tuinarchitecten Dirk F. Tersteeg (1919) en Hugo Poortman (1921) zorgden voor een ontwerp voor het voorterrein bij het huis, die bestond uit een geometrische tuin met borders van bloemen en vaste planten.

Het landgoed is een bezitting van de St. Geldersch Landschap en Kastelen.

Zie ook: Het huis Zwaluwenburg door Ro van Oven in Buiten, 6 september (1924) p. 412-426

Kasteel Rechteren, het water en de ontwerpen van Leonard Springer

Het hoge water heeft de aanleg van de tuinen bij Kasteel Rechteren altijd parten gespeeld.

Topografische Kaart Nederland.  Linker kaart detail Rechteren 1896;                                                     Rechter kaart detail Rechteren op zelfde schaal 2023

Kasteel Rechteren met zijn ronde veertiende-eeuwse toren, is het meest indrukwekkende bouwwerk van de omgeving. Op het gebied van tuinarchitectuur is Rechteren echter altijd karig bedeeld gebleven. Mogelijk is het vroeger regelmatig onderlopende rivierenlandschap hier de oorzaak van.

Abraham de Haan, 1729. Achterzijde Kasteel Rechteren. Het kasteelterrein is ommuurd en omgracht. Foto Wikipedia
Kasteel Rechteren ligt eigenlijk op een eiland,  in een landschappelijk gestileerde waterpartij, aan een dode arm van de Overijsselse Vecht. Deze aanleg bestaat deels uit een vergraving van de oorpronkelijke omgrachting van het slot, deels uit de vroegere stromende Vecht en moet omstreeks het begin van de negentiende eeuw gerealiseerd zijn. Voor het eerst te zien op de Top. Militaire Kaart 1850.
De ronde toren dateert uit 1320 en ook de woonvleugel stamt nog uit de middeleeuwen.
Tuinen vóór en opzij (NO_zijde) van Kasteel Rechteren. Ontwerp Leonard Springer, 1911. Collectie Speciale Collecties WUR
Het huis werd vele malen verbouwd en had in de negentiende eeuw de allure van een landpaleis. Van 1909 tot 1919 heeft de tuinarchitect L.A. Springer hier voor het huis en opzij van het huis neo-barokke parterres ontworpen en aangelegd, zowel een cirkelvormige op het voorplein als rijk gedecoreerde sierperken binnen de omgrachting aan de NO-kant van het kasteel.
Hoe lang deze decoratieve parterres zijn gehandhaafd is onduidelijk. Toen Springer in 1935 de opdracht kreeg de randbeplanting langs het water nabij het kasteel te veranderen, tekende hij zelf een bloementuin in een andere vorm dan in 1911 en noteert hij het gedeelte achter de oostelijke zijvleugel, als rozentuin. Op onderstaande foto is ook al duidelijk dat de siertuin vereenvoudigd is. We zien alleen enkele vormbomen en gras. Achter de siertuin heeft altijd de moestuin gelegen. Op bovenstaande recher kaart uit 2023 is de plaats van de moestuin nog duidelijk te herkennen aan de rode lijnen (moestuinmuren) binnen de omgrachting. In de nieuwste plannen werd een boomgaard op die plaats getekend.
Kasteel Rechteren te Dalfsen. Met ronde parterre van Leonard Springer op het voorplein (1911).  Het lijkt of de p`rterre achter het kasteel al sterk vereenvoudigd is. Luchtfoto 1928. Foto Website Kasteel Rechteren
Het landgoed (1225 ha.) heeft een agrarisch karakter met zeer oude boerderijen. Vanaf de weg is het kasteel te zien, maar de omgeving rondom is niet toegankelijk. In de omliggende rivierduinbossen is wandelen toegestaan.
staat een uitgebreide fotoreportage uit 1909 afgebeeld.  Wel veel foto’s van de rijke interieurs, maar geen foto’s van de neo-barokke parterretuin ten noordoosten van het kasteel. Maar waarschijnlijk was die net nog niet gerealiseerd. Eén foto is afgebeeld van de cirkelvormige bloementuin die voor het huis was gelegen en tegenwoordig ook vereenvoudigd is tot een grascirkel.
Deze beschrijving is deels overgenomen uit de Gids voor de Nederlandse Tuinarchitectuur, deel 1 (1995). Auteurs: Carla Oldenburger-Ebbers, Anne Mieke Backer en Eric Blok.