Categorie archief: Tentoonstellingen

DOM Hans van der Laan. Tentoonstelling in Antwerpen.

(overgenomen van architectenweb.nl

Tent. Dom Hans van der Laan in deSingel in Antwerpen

Dom Hans van er Laan. Foto Frans de la Cousine

Komend najaar wordt in kunstencentrum deSingel in Antwerpen een grote tentoonstelling over de Nederlandse architect en monnik Dom Hans van der Laan georganiseerd. Met de expositie Een huis voor de geest wil het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) de theorie en praktijk van de invloedrijke architect tastbaar maken voor een breed publiek.

In de tentoonstelling zullen originele maquettes, modellen, meubels en tekeningen van Dom Hans van der Laan (1904-1991) te zien zijn, evenals projecten van oud-leerlingen zoals Jan de Jong. Het is voor het eerst dat zoveel archiefstukken uit Van der Laans oeuvre worden samengebracht, meldt het VAi.

Voor een groot deel is dit te danken aan de bereidheid van de monniken van de Abdij van Vaals, de beheerders van het Van der Laan-archief. “Dat zij zo veel vrijgaven is gerust uitzonderlijk te noemen en zal waarschijnlijk niet snel meer gebeuren”, zegt curator van de tentoonstelling Caroline Voet, architect en Van der Laan-expert.

Van der Laan heeft een vrij bescheiden, maar invloedrijk gebouwd oeuvre gerealiseerd. Wellicht van nog grotere betekenis is zijn theorie. Zijn traktaat De Architectonische Ruimte, met het plastisch getal als belangrijkste instrument, is het bekendst en vormde de basis voor de Bossche School. Daarnaast vormt het voor hedendaagse architecten nog een belangrijke referentie.

Schaal

Misschien wel het grootste verschil tussen van der Laan en zijn modernistische tijdsgenoten is de benadering van het begrip ‘schaal’, zegt het VAi. “Waar de modernisten het groots zagen en in stedelijke termen dachten, werkte Van der Laan aan een menselijke architectuur. Een architectuur die eerder horizontaal is opgevat dan verticaal, met dik metselwerk, klassieke kolommenreeksen, dynamische open perspectieven en een uitgesproken ritmiek. Niet voor niets noemde zijn biograaf Richard Padovan hem een ‘ modern primitive ’”, aldus het VAi.

Om alle archiefstukken in een passend decor te kunnen plaatsen, wordt de expozaal van deSingel flink onder handen genomen. “Om te beginnen zijn de verhoudingen van Van der Laan sterk voelbaar in de scenografie. De grote en hoge witte doos die de exporuimte van deSingel is, hebben we herleid tot een ruimte die meer beantwoordt aan de menselijke schaal die Van der Laans architectuur typeert”, vertelt curator Voet.

Bezoekers bevinden zich enerzijds in een open atrium waar hij zich kan vergapen aan de vele maquettes en 3D-objecten. Daarnaast kunnen ze zich letterlijk terugtrekken in een reeks intiemere nissen om de aanwezige documenten te bestuderen. Met zijn atrium en studiolo’s of cellen is de scenografie van ‘Een huis voor de geest’ in feite een knipoog naar de structuur van een basiliek, aldus het VAi.

Zintuiglijke architectuur
Naast zijn strakke verhoudingsleer was het scheppen van een bepaalde sfeer voor Van der Laan cruciaal. “Je kan Van der Laans werk het beste omschrijven als zintuigelijke architectuur, waar beleving centraal staat.” vertelt Voet.

In de tentoonstelling wordt daarom ruimte gegeven aan drie kunstenaars die werk tonen dat refereert naar het tactiele karakter van zijn oeuvre:

De Duitse fotografe Friederike Von Rauch toont een reeks foto’s die ze maakte naar aanleiding van een verblijf in de Abdij van Roosenberg.

Ingel Vaikla, een filmmaakster uit Estland, laat een ontroerend portret zien van de zusters tijdens hun laatste dagen in Roosenberg.

Esther Venrooy, een Nederlandse geluidskunstenares, ontwikkelde een soundscape die het leven in de abdij door middel van geluid weergeeft.

Abdij Roosenberg

Abdij Roosenberg Waasmunster. Foto Jeroen Verrecht

Van der Laan realiseerde vier kloosters en een woning. De abdij Roosenberg, die in het Vlaamse dorp Waasmunster is gelegen, vormt onderdeel van de tentoonstelling. Volgens Voet is dit gebouw nog altijd een goed bewaard geheim, maar ook het project waarbij Van der Laan zijn theorie ten volle heeft kunnen uitvoeren. Tevens is het een voorbeeld van hoe een gebouw dat in een religieuze context is ontworpen, kan worden aangepast voor andere doeleinden.

De abdij, die oorspronkelijk is gebouwd voor twaalf zusters en 25 gasten, wordt verbouwd tot een internationaal studiecentrum en onderkomen van de KU Leuven. Momenteel werken studenten van de Faculteit Architectuur aan een studie rond deze functiewissel. Het resultaat, in de vorm van maquettes en tekeningen wordt onder de titel ‘Singing Silence’ tentoongesteld in Abdij Roosenberg.

Opening 13 oktober
Deze kleine tentoonstelling, workshops met oud-leerlingen van Van der Laan en een reeks rondleidingen in en rond de abdij lopen gelijktijdig met de tentoonstelling in deSingel.

De expositie is van 13 oktober 2017 tot 14 januari 2018 te bezoeken. Ruim dertig jaar geleden, in 1986, was er ook een tentoonstelling over Van der Laan, die was meer gericht op een vakpubliek. In 2008 was in het toenmalig Nederlands Architectuurinstituut een tentoonstelling over Van der Laan te zien.

/ RONNIE WEESSIES Redacteur

Zie ook ons eigen werk m.b.t. Dom Hans van der Laan: www.oldenburgers.nl/dom-van-der-laan/

Het allerlaatste schilderij van Vincent van Gogh: hakhout in een mergelgroeve

‘Kunstenaar in de natuur. Troost en inspiratie in de buitenlucht’.

Tentoonstelling Van Gogh Museum, t/m 10 september.

Bij nieuwe tentoonstellingen, vooral in grote en bekende musea, zijn er altijd mensen die meteen de eerste dag na de opening gaan kijken,  in de hoop dat nog niemand weet hoe geweldig de tentoonstelling is, en er is ook een groep die wacht tot de laatste week, in de hoop dat iedereen nu wel de tentoonstelling heeft gezien, zodat het wat rustiger is geworden.. Ik behoor tot de eerste groep, maar deze keer vanwege vakanties kom ik toch in de laatste groep terecht, als het gaat om de tentoonstelling ‘Kunstenaar in de natuur. Troost en inspiratie in de buitenlucht’.

Afgebeeld schilderij ‘Boomwortels’ is Van Gogh’s allerlaatste schilderij, voor zijn dood in 1890. Hij schilderde van dichtbij hakhout in een mergelgroeve. Voor mij is dit hakhout symbolisch van Het Leven.

The secret of the wooden books (Tentoonstelling)

secret of the wooden books

(overgenomen van universiteitsmuseum Groningen):

The Secret of the Wooden Books. Esthetics, Education, and Ecology

Tentoonstelling 24 juni tot 29 oktober 2017

In de tentoonstelling The Secret of The Wooden Books wordt het mysterie van de drie boomboeken van de Rijksuniversiteit Groningen ontrafeld, waarbij er ook aandacht is voor de esthetische, educatieve en ecologische aspecten van het materiaal hout. De tentoonstelling in het Student Exhibition Lab is gemaakt door masterstudenten Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit, onder leiding van hoogleraar Ann-Sophie Lehmann.

Boombibliotheken, of xylotheken, werden gemaakt aan het einde van de achttiende eeuw en konden wel 200 boeken van verschillende boomsoorten omvatten. Elk boek was vervaardigd van verschillende onderdelen van één specifieke boomsoort en was bedoeld om mensen te onderwijzen. De boeken getuigen van het toenemende ecologische bewustzijn aan het eind van de achttiende eeuw. Door de boeken als uitgangspunt te nemen, laat de tentoonstelling de esthetische, educatieve en ecologische aspecten van hout zien en toont zij hoe de mensen door de eeuwen heen met het materiaal hebben gewerkt.

Waar komen de drie boomboeken in de collectie van de Rijksuniveristeit Groningen vandaan? Waarom zijn het er maar drie? Lang deden verschillende verhalen over deze boomboeken de ronde. De een beweerde dat ze gestolen waren uit de Universiteit van Franeker, de ander verklaarde dat ze onderdeel waren van een xylotheek waarvan de overige boeken verloren zijn gegaan tijdens de grote brand in het Academiegebouw in 1906. The Secret of the Wooden Books zal het mysterie rond de drie boomboeken ontrafelen.

Adres: Oude Kijk in ’t Jatstraat 7a
9712 EA Groningen

Soestdijk-Made by Holland- uitverkoren

Helaas is de keus over de toekomst van Paleis Soestdijk NIET gevallen op ons mooie plan SOESTDIJK, BUITENPLAATS VAN NEDERLAND.

Wij kregen vandaag (8 JUNI) bericht van het Rijksvastgoedbedrijf dat het paleis gegund zal worden aan de groep MADE BY HOLLAND. Zie hieronder meer over de bedoelingen van deze inzending. De beslissing is genomen op basis van het HOOGSTE BOD en dat kwam van hen.

Ondanks deze grote teleurstelling was het een mooi avontuur om ons plan met zovelen vorm te mogen vorm geven.
Heel veel dank aan iedereen die zijn kennis en ervaring voor onze groep heeft ingezet.

ZIE HIERONDER MEER OVER MADE BY HOLLAND:

MADE BY HOLLAND:

Motivering op de bieding van Made By Holland Landgoed Soestdijk: platform en etalage van innoverend en ondernemend Nederland

Landgoed Soestdijk: platform en etalage van innoverend en ondernemend Nederland

Made By Holland speelt in op een maatschappelijke behoefte die binnen Nederland leeft. Nederlandse bedrijven, wetenschappelijke instituten en kennisorganisaties onderscheiden zich internationaal met die competenties, op meerdere terreinen: van waterbeheersing tot offshore, van agricultuur en voeding tot mode en design, van duurzame energie tot gaming. Op Soestdijk presenteren ze zich aan elkaar en aan alle Nederlanders. Gerenommeerde partijen en starters komen er in contact met elkaar en met investeerders.

Zo zetten we met Made By Holland de schijnwerpers op de innovatiekracht en de excellente prestaties van Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties. Nieuwe initiatieven krijgen een plek en worden daarmee toegankelijk gemaakt voor een breed publiek, op zakelijke doelgroepen en ook op investeerders in jong talent en buitenlandse handelspartners.

Made By Holland: innovatieplatform waar nieuwe arrangementen en allianties ontstaan


‘geest van innovatie’: interactieve spiegelvloer in de Stuczaal

Op Soestdijk is straks ruimte en inspiratie voor iedereen die kan en wil bijdragen aan consolidatie en uitbouw van Nederland als innovatieland.

Met begeleiding, coaching en financiële accommodatie wordt de weg geopend om dromen werkelijkheid te laten worden. Dat is juist nu van belang, omdat het steeds moeilijker wordt om steun te vinden voor de realisatie van een goed idee. Op Soestdijk zullen nieuwe arrangementen en allianties ontstaan.

Made By Holland: ontmoeten, genieten en verblijven voor iedereen

Het landgoed wordt in samenhang ontwikkeld, waarbij het unieke karakter van het ensemble onaangetast blijft. Aan de iconische kwaliteit en de bijzondere schoonheid van Soestdijk wordt zo een nieuwe laag toegevoegd.

Het Paleis biedt allerlei mogelijkheden voor zakelijke activiteiten, al of niet besloten. Maar ook het publiek krijgt de ruimte om het Paleis en het Park te bekijken en van de actuele thema’s te genieten. Steeds wisselende bedrijven en (kennis)instellingen manifesteren zich voor kortere of langere tijd in de Paleisvleugels. In de ‘Proeftuin’ vormen historische gebouwtjes als het sportpaviljoen, het speelhuisje, de watertoren, het châlet en de ijskelder én een aantal nieuwe tijdelijke follies visueel aantrekkelijke, interactieve onderdelen van Made By Holland.


De Parade met hotel, restaurant, evenementenlocatie en nieuw parkeerterrein

Behalve in het Paleis en de Oranjerie komen ook aan de overzijde van de Amsterdamsestraatweg (de Parade) verschillende horecaconcepten, o.a. in de Koninklijke Stallen. Van koffiebar, zonnig terras tot brasserie: qua entourage allemaal state of the art, in lijn met het alomvattende concept. Groente, fruit, eieren et cetera komen zoveel mogelijk uit de eigen gaarden en tuinen.

In de monumenten in de Parade en op de verdieping van het Paleis kan men ‘Koninklijk’ overnachten.

 

Wat heeft Marie van Zeggelen met de Zochers en met Indië?

Eerst ter oientatie. Zocher jr. huwde Amy May van Vollenhoven. Amy May kreeg uit haar eerste huwelijk met Arnoldus Martinus Pennink Hoofd, een dochter, genaamd Maria Cornelia Elisabeth Penninck Hoofd, die huwde met met Ir J.C. de Leeuw. Zij was de halfzuster van Louis Paul Zocher.

Maria C.E. Penninck Hoofd en J.C. de Leeuw kregen eveneens een dochter, Amy Geertruida de Leeuw (1843-1938), een (stief)-kleindochter van Zocher jr. dus, en de schrijfster van ‘Het werk van de Zochers’  in  De Tijdspiegel, Jg. 74 (1917), p. 205-220. Zie over deze schrijfster het hierna volgende Bericht.

De schrijfster Marie van Zeggelen (1870-1957) vertelt over deze (stief)-kleindochter van Zocher jr.: Amy Geertruida de Leeuw [schuilnaam Geertruida Carelsen], in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1942.                                        Portret van Amy Geertruida de Leeuw

Marie van Zeggelen (1870-1957), getrouwd met KNIL militair kapitein H.A. Kooij,  is vooral bekend van haar boeken over Nederlands Indië. Zij was daar een voorvechtster van het Vrouwenkiesrecht en verkeerde met de zuster van Aletta Jacobs (Charlotte) in Indië in deze kringen.

Op de komende TONG TONG FAIR (25 mei t/m 5 juni 2017) zal een tentoonstelling aan haar gewijd zijn, getiteld Marie van Zeggelens kijk op Indië

Marie van Zeggelen midden zittend, secretaresse in het bestuur van SOVIA, Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandsche Artsen

Behalve kijk op Indië, had zij tijdens haar leven in Nederland ook oog voor tal van andere onderwerpen, o.a. vertelt zij in romanvorm over een leven op de buitenplaats Over- Holland (in de roman De Plaetse aan de Vecht (1929). Het gaat over de eigenaar Jacob Poppen en zijn dochter. Marie van Zeggelen woonde gedurende 3 maanden in de theekoepel om het leven op Over-Holland te bestuderen.

De buitenplaats Beeckestein werd ook door Marie in romanvorm beschreven, in de roman Een liefde in Kennemerland (1936). Het boek gaat over Catharina, oudste dochter van Jacob Boreel Jansz. en Agnetha Margaretha Munter, die verliefd wordt op de huisonderwijzer Claude de Narbonne Pélèt Salgas. En vooral over de verschillen in opvoeding en afkomst van beiden geliefden.

 

Nog heel even (t/m 8 januari), TENTOONSTELLING BUFFA EN ZONEN

Zojuist verschenen COLUMN in Tijdschrift KASTEEL & BUITENPLAATS van Nederl. Kastelenstichting, geschreven door Carla Oldenburger:

Kunsthandel ‘Buffa en Zonen’, uitgever van prenten rond Arnhem

3047V.l.n.r. Huis Sonsbeek, oranjerie, kas voor palm of Camelia

Het Singer museum heeft in samenwerking met het RKD / Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis de tentoonstelling Schoonheid te Koop samengesteld over de Amsterdamse Kunsthandel Buffa en Zonen. Halverwege de negentiende eeuw (1850-1854) gaven zij een album uit met 48 getinte (kleuren) lithografieën van kastelen en buitenplaatsen, voornamelijk in en rond Arnhem. dit werk, getiteld ‘Kasteelen en buitenplaatsen in het Koningrijk der Nederlanden’, is opgedragen aan Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Groot-vorstin van Rusland, Amsterdam, 1850-1854.

Helaas zijn veel van deze Gelderse kastelen en buitenplaatsen verdwenen. Het album zelf – de platen in versierde boekband – is nauwelijks in Nederlandse bibliotheken aanwezig. Wel wordt een volledige set van losse platen bewaard in het Gelders archief.

De titel van het album doet vermoeden dat kastelen en bui- tenplaatsen uit heel Nederland zijn opgenomen, maar dat is geenszins het geval. Het album bevat alleen afbeeldingen (alle anoniem) van kastelen en buitenplaatsen rond Arnhem. mogelijk was de bedoeling voor iedere provincie een album samen te stellen, maar dat is er nooit van gekomen. Naast de 48 platen van buitenplaatsen rond Arnhem zijn er enkele platen opgenomen van Huis ten Bosch, Soestdijk, Noordeinde en Paleis Het Loo.

Hoe belangrijk zijn deze prenten van kastelen en buitenplaatsen nu nog? Wordt er iets op afgebeeld dat we niet op andere prenten zijn tegen gekomen? Alle huizen uit deze serie bevinden zich in ‘Groot-Arnhem’. Qua locatie vallen ze in drie regio’s uiteen, de stadshuizen in Arnhem (Angerenstein Arnhem, Klein Bellevue Arnhem, Bronbeek Arnhem, Hulkestein Arnhem, Klarenbeek Arnhem, Klingelbeek Arnhem, Lichtenbeek Arnhem, Marienberg Arnhem, Molenbeek Arnhem, Groot en Klein Presikhaaf Arnhem, Rheinstein Arnhem (later St. Elisabeth’s gasthuis), Rennen’enck Arnhem, Roz(s)orum Arnhem, Schoonheuvel Arnhem, Sonsbeek Arnhem, Sterrenberg Arnhem, Warnsborn Arnhem, Zypendaal Arnhem, Lustoord Arnhem (?), inclusief een Rijngezicht (door F. Koster);  de huizen ten oosten van Arnhem, richting Rozendaal en Velp (Roosendaal Rozendaal, Biljoen Velp, Larenstein Velp, Overbeek Velp, Paviljoen Velp, Villa Nova Velp, de Kruisgast (bedoeld Kruishorst Rheden?), Rhederoord De Steeg, Valkenberg De Steeg, Engelenburg Brummen, Kasteel Keppel Keppel), en verder de huizen ten westen van Arnhem Hemelschen Berg Oosterbeek, de Oorsprong Oosterbeek (2x), Pietersberg Oosterbeek, Valkenburg Oosterbeek, Kasteel Doorwerth Doorwerth, Keyenberg Renkum, Kortenburg Renkum (?), Belmonte Wageningen, Hoekelum Bennekom, Groot en Klein Hartenstein, Oosterbeek), langs de Utrechtseweg tot na Wageningen. Twee prenten vallen buiten deze ‘Arnhemse’ reeks, het neogotische Slot Rossum en het onbekende Gotisch Gebouw, dat waarschijnlijk een ontwerp is gebleven. Arnhem is bekend als een lommerrijke stad, gelegen aan de zuidrand van de Veluwe en doorsneden door zeven sprengbeken, alle geliefde en geschikte plaatsen voor de stichting van een buitenplaats. Arnhem was altijd een groene stad met een belangrijke rol voor landgoederen, ook voor de burgers die al in de negentiende eeuw graag een wandeling maakten vanuit de stad naar een buitenplaats of uitspanning. Op vele prenten komen wandelaars, ruiters of jagers voor, die genieten van de frisse lucht en de natuur.

De uitvalswegen van de stad naar het westen en naar het oosten volgden min of meer de loop van de Rijn respectievelijk de iJssel, zodat een wandeling of rijtuigtochtje met zicht op deze rivieren extra voldoening en plezier verschafte. De Amsterdamseweg, eerder bekend als de Postweg richting Ede, was vooral een handelsweg over de Veluwe, langs de huizen Rosorum en Warnsborn. Veel aspecten zijn afgebeeld: hooien en verplanten van een boom, beken, wandelpaden, dierenweides met koeien, rijtuigen en Rijnverkeer. Ook krijgen we een indruk van de tuinaanleg met heesterperken, kuipplanten en bomenaanplant rond de huizen. Het meest bijzonder is de kleine hoge kas achter de oranjerie op Sonsbeek (voor palm of Camelia-boom) en de raderstoomboot ter hoogte van de buitenplaats Schoonheuvel die toeristen waarschijnlijk naar de uitspanning op de Oorsprong moest brengen.

Een kerstconcert en een begraafplaats

De  jeugdensembles Arcato/Scala geven vanavond (17 december 2016) een concert in de Antonius van Paduakerk in Nijmegen, met als solisten Jan van Wijk, piano, en Rosanne Philippens, viool. Ik ga luisteren naar mijn kleindochter. Wie bouwde deze kerk eigenlijk en waarom staan we even stil bij zijn naam?nijmegen_antonius_van_paduakerk_groesbeekseweg_plafond_kruisbeuk

Deze neogotische kerk is gebouwd in 1916-1917  naar een ontwerp van de Rotterdamse architect Jos Margry. Ik had nog nooit van deze familienaam gehoord tot enkele weken geleden toen we aan ons rapport over de Rooms-Katholieke begraafplaats in Schiedam begonnen. Deze Jos Margry bleek lid te zijn van een uitgebreide architectenfamilie.

  • Jan F.J. Margry (1834-1858), architect; jong overleden en een van oprichters van Architectura et Amicitia.
  • Everardus (Evert) J. Margry (1841-1891), architect; hij had ervaring opgedaan bij Pierre Cuypers in Amsterdam en richtte daarna een zelfstandig architectenbureau op in Rotterdam.
  • Albert A.J. (Albert) Margry (1857-1911), architect; jongste broer van Evert die in 1880 bij het Rotterdamse bureau kwam werken.
  • Jos C.F. (Jos) Margry (1888-1982), architect; zoon van Albert. Hij werd door de dood van zijn vader op jonge leeftijd directeur van het architectenbureau en het atelier voor kerkelijke kunst.
  • Jan P.J. Margry (1913-2001), stedenbouwkundige, zoon van Jos.
  • Alphons Th.J. Margry (1915-1995), bouwkundige, zoon van Jos.
  • Joost J. Margry (1922-2015), architect en stedenbouwkundige , zoon van Jos.

Hieronder het ontwerp voor de kerk H. Antonius van Padua in Nijmegen, ondertekend door Jos Margry, 1916. De toren is niet uitgevoerd. Met dank aan de fotografe Beppie Peters van Santen.

En wat heeft deze familie nu met onze begraafplaats te maken?

In 1872 bleken de toegangsbruggen van de R.K. begraafplaats in Schiedam (Vlaardingerdijk) in slechte conditie te verkeren, zodat Everardus Joannes Margry uitgenodigd werd voor advies. Hij ontwierp de monumentale nieuwe toegangspoorten en smeedijzeren hekken (1882), uitgevoerd door de firma G.J. Vincent & Co. Deze zijn werkelijk prachtig, evenals de hele begraafplaats bijzonder is. We hopen dat door ons beplantingsplan en beheerplan de oude glorie weer terug zal keren.

  • overzicht_toegangshek_met_tekst_-_schiedam_-_20353620_-_rce
    Opschrift hekwerk, naar ontwerp van Evert Margry: ‘Wie in Mij gelooft, al is hij ook gestorven, zal leven’                                                                                     

Jan Weissenbruch: Waardhuis en waardsluis aan de Lek bij Elshout

Jan Weissenbruch schilderde omstreeks 1854 het landschap bij het waardhuis aan de Lek bij Elshout (Kinderdijk), een prachtig schilderij,  dat tot en met 8 januari te zien is op de tentoonstelling Jan Weissenbruch: De Vermeer van de 19de eeuw,  in het Teylers Museum.

image
Jan Weissenbruch, Aan de Lek bij Elshout, ca. 1854, olieverf op doek (coll. Teylers Museum)

De locatie is nog steeds te herkennen, alhoewel de wegen verhard zijn en verkeersborden, een lantaarnpaal en wegmarkeringen afleidend werken als je op weggaat om deze plek te vinden. Een waard (of weerd) is een oude naam voor vlak land in een rivierengebied. Waarden zijn ontstaan onder invloed van, en geheel of gedeeltelijk omgeven door, rivieren. De waarden worden tegen deze waterlopen beschermd door rivierdijken.

De huis-aan-huis-krant De Vonk vermeldde 4 november 2014 over het waardhuis Elshout:

‘Het Waardhuis is een rijksmonument in beheer van Waterschap Rivierenland en staat er al sinds de middeleeuwen. Het pand is in 1644 opnieuw gebouwd, door niemand minder dan Pieter Post, bekend van het Haagse Mauritshuis. In die tijd zorgde het toenmalige Waterschap De Overwaard samen met Waterschap De Nederwaard ervoor dat het gebied droog bleef. Sindsdien trokken de bestuurders per paard en wagen naar het prachtige pand met panoramisch uitzicht voor vergaderingen. Een behoorlijke tocht van ruim twintig kilometer, door het gebied van buurwaterschap De Nederwaard naar het einde van het Achterwaterschap waar het overtollige water in de rivier de Lek stroomt. Omdat de vergaderingen nog wel eens uitliepen was er ook een eetgelegenheid en waren er slaapvoorzieningen in de vorm van eenpersoonsbedden in acht logeerkamers. Vooral ‘De Fabriek’, zoals het hoofd van de technische dienst van een waterschap tot 1972 heette, heeft er het vaakst overnacht. Vandaag de dag is het pand, wat nog volledig in tact is, er voor ceremoniële doeleinden van Waterschap Rivierenland.’

Wie weet, misschien gaat het huis binnenkort wel gebruikt worden als Erfgoedlogies???

Als je goed kijkt of de foto van het schilderij vergroot (op de foto klikken), zie je dat er omstreeks 1854 hard gewerkt werd aan de verbetering van de sluis. Boven bij het huis staan mensen geleund tegen een hek naar de werkzaamheden te kijken. Op de tentoonstelling kan je lezen dat de figuren later zijn toegevoegd, vergeleken met een eerste studie in olieverf op papier door Jan Weissenbruch (coll. Gemeentemuseum Den Haag). Hij heeft ook de bewolkte hemel op de studie veranderd in een blauwe hemel om het schilderij wat aanlokkelijker te maken.

En omdat ons bureau ook in Rhenen is gevestigd, hierna een afbeelding van Jan Weissenbruch, van 1) de Grutterstraat (1850) en 2) de Kerkstraat (ca. 1875) in Rhenen. Zie voor meer informatie rkd.nl

f63734ecee1f90eb2da7a950e2b80c69793f10b750d1efc266c8ea647ab49045

fa2550b831266d8c8fbaa070ad15f4bcc8c71b767251b91e99750acac080f0a7

 

Het Park in de Plantage en Kunsthandel Buffa en Zonen

Het Singer Museum Laren heeft een interessante tentoonstelling geopend over de Kunsthandel Frans Buffa en Zonen te Amsterdam. Deze kunsthandel annex uitgeverij en drukkerij was tussen 1790 en 1951 actief in Amsterdam en later in Den Haag en New York City. Aanvankelijk verkochten zij prenten en boeken, en soms kunstwerken.

 

img_0876
Voorstelling van de Amsterdamse kunsthandel (Kalverstraat 221) in het Singer Museum (foto: Carla Oldenburger)

In Nederland zijn twee series prenten vooral bekend gebleven:

1.  Kasteelen en buitenplaatsen in het Koningrijk der Nederlanden, opgedragen aan Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Groot-vorstin van Rusland. Amsterdam, ca. 1850-1854. De lithografieën zijn in sepia of gekleurd. De anonieme afbeeldingen bevatten kastelen en buitenplaatsen rond ‘Groot-Arnhem’.

3047
[Anoniem] Gezicht op het huis Sonsbeek (links) met de oranjerie (midden) en de tropische bomenkas (rechts) (coll. Gelders Archief). In een bomenkas als deze werden vaak palmbomen of Camelia’s de winter overgehouden.
2. Vues choicies d’Amsterdam et des environs, dessinées d’après nature, par C. de Kruyff et autres artiestes (ook in het Engels), Amsterdam, ça 1825.

e05227dc-a4cf-a362-14cc-46f795c9270c
Cornelis de Kruyff (1774-1828) en A. Lutz, Gezicht in het park bij de Plantage Parklaan te Amsterdam (tegenwoordig het Wertheimpark), uitgave Frans Buffa en Zonen. 1825. Handgekleurde aquatint (coll. Stadsarchief Amsterdam). Rechts vooraan twee dames en een heer. Links een wandelend echtpaar met dochter en twee kinderen in een bokkenwagen. Op de achtergrond in het midden drie dames bij een pagode-achtig tuinornament.

De Gids voor de Nederlandse Tiuin- en Landschapsarchitectuur, deel 3: Noord- en Zuid-Holland (1998), beschrijft het Wertheimpark als volgt:
‘De ingang van het Wertheimpark wordt geflankeerd door twee indrukwekkende marmeren sfinxen, die fraai afsteken tegen het donkere geboomte. Reeds in 1682 werd er op het terrein van het huidige Wertheimpark bos geplant. De Amsterdamse Plantage, waarin het parkje ligt, was tot halverwege de negentiende eeuw een verzameling van meer en minder gecultiveerde tuinen en bosschages binnen de stadsmuren. Artis, de Hortus Botanicus en het daartegenover gelegen Wertheimpark zijn nu nog de enige groene overblijfselen ervan. De oude, rechthoekige verdeling van het vroegere tuinengebied is nog af te lezen aan de structuur van de huidige woonwijk De Plantage. Lodewijk Napoleon had allerlei plannen met het park, onder andere wilde hij hier in zijn ‘Jardin du Roi’ een badinrichting bouwen. Omstreeks 1848 kwam een groot deel van het terrein in handen van Jean Eduard Stumpf, eigenaar van Frascati, en J.W. van der Meer de Wijs. Zij lieten in 1849 in het park een zaal voor concerten en exposities bouwen, de Parkzaal, die bijna 25 jaar het middelpunt van het Amsterdamse muziekleven vormde. In 1880 bleek de Parkzaal te klein te zijn geworden en werd gesloten; als vervanging kwam in 1888 het huidige Concertgebouw aan de Van Baerlestraat gereed. Ter plaatse van de Parkzaal werd in 1881 de Parkschouwburg gebouwd die in de twintigste eeuw weer werd afgebroken. Het Wertheimpark werd in 1897 een openbaar park. Het is vernoemd naar de bankier, politicus en filantroop Abraham Carel Wertheim (1832-1897) voor wie een gedenkteken werd opgericht ontworpen door J. Ingenohl. Op de slanke neoclassicistische zuil, die uit het midden van het hardstenen monument omhoogrijst, is een bronzen medaillon bevestigd met zijn portret. Wertheim was volgens de inscriptie: ‘Der armen hulp, Der zwakken vriend, Een wekstem tot leven, Den kunst’naar tot steun, Den tragen tot spoorslag, Door stad en land betreurd.’ Markant gegeven is, dat Wertheim op zijn beurt de initiatiefnemer was van de plaatsing van een ander parkmonument gewijd aan een Amsterdamse weldoener, namelijk dat van dr. Sarphati in het Sarphatipark. Beide monumenten zijn typische voorbeelden van de negentiende-eeuwse neostijl. Het zijn standbeelden, opgericht ter nagedachtenis aan een bekend – in dit geval Amsterdams – persoon, gecombineerd met een fontein en in harmonie met de parkaanleg ontworpen. Iets anders geldt voor het Auschwitz-monument van Jan Wolkers. Dit was oorspronkelijk ontworpen voor de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Voor het gedenkteken, dat de tekst ‘Nooit meer’ draagt, was echter na een verandering geen plaats meer en het werd verplaatst naar het kleine Wertheimpark, waarmee het enigszins in schaal detoneert. Van 1929 tot 1970 was het park in gebruik bij de Universiteit van Amsterdam als onderdeel van de Hortus Botanicus die tegenover het park aan de andere zijde van de Plantage Middenlaan ligt. Ook in die tijd was het park voor publiek toegankelijk. Sinds 1970 wordt het park door de gemeente beheerd.’

Later in dit jaar zal in het tijdschrift Kasteel en Buitenplaats van de Nederlandse Kastelenstichting van de hand van Carla Oldenburger een column verschijnen, getiteld ‘Kunsthandel Buffa en Zonen, uitgever van prenten rond Arnhem’.

Les trois Hollandaises bij Schoorldam

In het Stedelijk Museum Alkmaar is op dit moment (t/m 28 augustus 2016) een kleine tentoonstelling te zien over het werk en het verblijf van Pablo Picasso in Noord-Holland. Hij bezocht in 1905 vanuit Schoorldam het buitengebied van Kennemerland en West-Friesland en maakte onder andere dit prachtige schilderij van drie boerenmeisjes langs het Noordhollands Kanaal.

Pablo_Picasso,_1905,_Les_Trois_Hollandaises,_peinture_à_la_colle_sur_carton,_77_x_67_cm,_Musée_Picasso,_Paris
Pablo Picasso, Les Trois Hollandaises, 1905 (Musée Picasso Paris)

Waarom ben ik altijd al zo gefascineerd geweest door dit schilderij?  Eindelijk weet ik het. Dit beeld, dat wil zeggen dit ‘landschap’,  ken ik al vanaf mijn vijfde jaar. Ik zie hier een stolpboerderij bij Schoorldam langs het Noordhollands Kanaal, tijdens een ontmoeting van drie Noord-Hollandse vrouwen. Ik ken dit beeld uit 1944. Mijn moeder bracht mij op de fiets ‘naar de boeren’, omdat er te weinig eten was in Amsterdam. Onderweg langs het Noordhollands Kanaal raakte mijn karretje los van haar fiets, terwijl mijn moeder dat niet merkte en al kletsend met andere vrouwen,  doorfietste.  Zo stond ik alleen langs het kanaal tegenover een boerderij met een raar dak, een dak met een spiegel weet ik nu. Ik was de hele gebeurtenis vergeten totdat ik in 1980 met de auto een deel van hetzelfde traject aflegde. Plotseling zag ik in de buurt van Schoorldam, dat beeld weer voor me.  Kennelijk had het veel indruk op mij gemaakt. Hoewel ik veronderstel dat Picasso de drie vrouwen schilderde met de drie Gratiēn van Rubens of Botticelli in zijn achterhoofd, zie ik alleen op dit schilderij het pure Noord-Hollandse landschap met de karakteristieke monumentale stolpboerderij, het Noordhollands Kanaal en een Hollandse lucht.

Hoe is het mogelijk, monument en landschap, zaken die nog steeds belangrijk voor mij zijn.

Carla Oldenburger