Categorie archief: Onderzoek

De kooltuin op het Plein in den Haag oudste tuin van Nederland?

In het vorige bericht werd melding gemaakt van het boekje De oudste tuin van Nederland: de groene geschiedenis van Huis Bergh, en die oudste tuin ligt bij Huis Bergh in ‘s-Heerenberg. In de archieven van dit huis ligt een document, gedateerd 1460/1461, dat de ‘tuin an den Vinckenbergh’ vermeldt, die gelegen was buiten de kasteelgracht van genoemd kasteel. De schrijvers van het eerste hoofdstuk, Peter Verhoeff en Nina Wijsbek, schrijven: In de standaardliteratuur zijn geen vermeldingen van oudere tuinen die tegenwoordig nog bestaan. Huis Bergh was in die tijd het administratief, economisch en juridisch centrum van een aanzienlijk  graafschap Gelre.

Vooraf: het middelnederlandse woord tuin betekent: ‘door een omheining afgesloten ruimte.’

Het graafschap Gelre brengt ons ter vergelijking naar het graafschap Holland. In de zeer bekende standaardliteratuur Oude Hollandsche Tuinen, geschreven door Anna Bienfait (1943) gaat hoofdstuk III (p.33-43) zeer uitvoerig in op ‘De tuinen van ‘s-Gravenhage van het begin der 14e eeuw tot den tijd van Maurits’.

Veel gegevens blijken dan te vinden te zijn in de rentmeestersrekeningen van Noord-Holland. In 1316 wordt reeds de kooltuin (moestuinen) genoemd, die ook te zien is op onderstaand schilderij van C.Elandts,  gevolgd door een gravure die dezelfde situatie voorstelt, plattegrond/vogelvlucht van het grafelijke hof in 1570. De kooltuin  was gelegen op het tegenwoordige Plein. Weliswaar is het Plein niet meer voorzien van groentebedden en -perken, maar de ruimte is exact hetzelfde en dus zeer herkenbaar gebleven. Hier werden de groenten en kruiden voor de grafelijke huishouding gekweekt.

plattegrond-1570

plein_17

Alles over de grafelijke tuinen is uitvoerig genoteerd door:

= G.C. Calkoen, in zijn artikelen ‘ Het Binnenhof van 1247-1747 (volgens de rentmeestersrekeningen van Noord-Holland).’ Bijdr. en Meded. Die Haghe 1902,35; en ‘Tuinen voorheen in en om het Binnenhof’. Bijdr. en Meded. Die Haghe 1903, 144.

=C. H. Peters. ‘Het grafelijk leven in Die Haghe in de tweede helft der XIVe eeuw’. Bijdr. en Meded. Die Haghe 1909, 113.

Begin 14e eeuw was al sprake van een keukenplein, een achtertuin, een nevenliggende tuin naast de vijver, en een tuin noordelijk van de grote zaal.  Ca.1350  werd de vijver gegraven.

Tijdens de regering van Albrecht van Beieren (1358-1404) zijn de tuinen vergroot en verfraaid.

In  1434/35 werd gesproken van keperhouts (treillages) rond een wijngaard. In 1438 werden door de metselaar 14 nieuwe kruisbedden van baksteen gemaakt (afgezet met bakstenen) en de andere bedden veranderd. En zo veel meer.

In 1467 wordt de tuin bij het valkenhuis (naast de Gevangenpoort) genoemd. En nog zo veel meer.

Kortom, de tuin van Huis Bergh, wordt voor het eerst genoemd in een document van 1460, en heeft qua functie, afmetingen en ligging zijn oude positie tot heden bewaard. De tuin (en dan vooral de kooltuin) van Kasteel Die Haghe, voor het eerst genoemd in 1316, is ruim een eeuw ouder en heeft eveneens qua afmetingen en ligging zijn oude positie behouden, terwijl de functie gedeeltelijk is veranderd –geen keukenplein meer –, maar wel een plein als ‘pleziertuin’ in de zin van een ruim flaneerplein omgeven door terrassen. Het moderne plein beantwoordt nog steeds aan het middelnederlandse woord tuin,  ‘door een omheining afgesloten ruimte.’

Dat de kooltuin bij Kasteel Die Haghe (het Binnenhof) nu de oudste tuin van Nederland zou zijn, daar durf ik nog niet mijn hand voor in het vuur te steken.

Huis Randenbroek en Park Randenbroek

Huize-Randenbroek_2_klein-960x500_c

Huis Randenbroek, het voormalige woonhuis van Jacob van Campen (architect van het stadhuis Amsterdam, later het zogenaamde Paleis op de Dam), is verkocht.

In 2010 deed ons bureau onderzoek naar de cultuurhistorie van dit park en gaf adviezen en richtlijnen voor beheer. Het rapport is digitaal te lezen via het depot van de Bibliotheek van Wageningen UR.

Wij hopen de nieuwe eigenaren met het digitaal aanbieden van dit rapport een plezier te doen.

Nieuw Boek: Tuingeschiedenis in Nederland II

TUINGESCHIEDENIS IN NEDERLAND II werd  gisteren tijdens het symposium aan de vier sprekers aangeboden.

Scan

Een schat aan nieuwe feiten, nieuwe kaarten en tekeningen verwerkt in nieuwe artikelen, hieronder genoemd.

Carla en Juliet bevelen iedereen dit mooie boek aan. Wij schreven zelf ook een artikel voor dit boek, zie de pagina’s 171-178.

Cascade bracht dit boek uit in eigen beheer, onder redactie van Arinda van der Does en Jan Holwerda.

Titel: Tuingeschiedenis in Nederland: Denken en doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000.

Prijs € 25,=. ISBN 978-90-9029358-5. Te bestellen via de Cascade-website.

Inhoud
7-14 Tuinhistorisch onderzoek in Nederland. State of the art. Carla Oldenburger
15-24 Vestigingsfactoren voor een buitenplaats. Gerdy Verschuure-Stuip
25-34 Enterijen in Friesland. Philippus Breuker
35-43 Sparrentorens voor de stadsmuur van Amersfoort. Sandra den Dulk
44-52 De Overtuin van het Huis te Manpad 1640-1740. Willem Overmars en Trudi Woerdeman
53-62 De bruikbaarheid van een gravure van Stoopendaal voor de restauratie van de moestuin Zuylestein. Thea Dengerink
63-72 Jan Baptist Xavery en zijn gedocumenteerde tuinsculpturen op Zijdebalen. Dennis de Kool
73-84 Het Grand Canal van Renswoude in historisch perspectief. Patricia Debie
85-92 De familie Semler. Rita Mulder-Radetzky
93-103 Een uitgesproken Echobos in Muiderberg. Kees van Dam
104-114 Westerhout in Haarlem zes maanden werk voor Adriaan Snoek (1775-1776). Henk van der Eijk
115-122 Desertstukken van een Confiturier. Enige Nederlandse opinies over de Chinese stijl in tuingebouwen, 1800-1900. Wim Meulenkamp
123-130 Van architectuur tot tuinkunst. Lucia Albers
131-140 Toenmalige tuinen op Texel. Jan Holwerda
141-150 Stania State – ‘Een der schoonste buitenplaatsen’. Willemieke Ottens
151-160 Toelichting op een negentiende-eeuws ontwerp van H. de Vries & Zoon. Arinda van der Does
161-170 Noordelijke lustwarande. Els van der Laan-Meijer
171-178 Theorie en praktijk bij de firma Zocher: Het Kenaupark in Haarlem. Carla en Juliet Oldenburger
179-187 Een klasse apart. Lara Voerman
188-198 Weelderig groen voor de mijnstreek. Johanna G. Karssen-Schüürmann
199-206 Het historische watersysteem van Het Laar krijgt een tweede leven. Marcel Eekhout
207-214 Spirituele klanken in het bos. Eric Blok
215-222 Tulpenburgh, Gargafia aan de Amstel. Trudi Woerdeman en Willem Overmars
223-233 Balans van tuinhistorisch onderzoek. Een uitleiding. Yme Kuiper
234-239 Register van geografische namen
240-246 Register van persoonsnamen
247-250 Over de auteurs
251 Over Cascade

Cascade symposium zeer geslaagd

Afgelopen vrijdagmiddag, 19 februari, vond op Sonsbeek het Cascade Symposium plaats, met als thema ‘DENKEN EN DOEN: een toekomst voor het onderzoek naar de Nederlandse tuingeschiedenis’

DSC08225
V.l.n.r. Christian Bertram, Hans Renes, Johan Carel Bierens de Haan, Carla Oldenburger, Yme Kuiper, Jan Holwerda. Met dank aan de fotograaf Joost Gieskes.

Sprekers waren drs. Carla S. Oldenburger-Ebbers met ‘Onderzoekspaden verdiepen en verbreden: welke weg slaan we in?’; prof. dr. Hans Renes met ‘Tuingeschiedenis – een geografische agenda’; prof. dr. Yme B. Kuiper met ‘Vergezichten en veldwerk. Een balans van de tuingeschiedenis in Nederland’ en dr. Christian A.H.H. Bertram met ‘Tuinhistorisch onderzoek in Nederland: een korte update’. Dagvoorzitter was dr. Johan Carel Bierens de Haan.

Het is de bedoeling dat de bijdragen van deze sprekers (teksten en presentaties) tot een verslagje worden gebundeld, aan de aanwezigen worden toegestuurd en op de website van Cascade (cascade1987.nl) worden gezet . Wat een service.

Professioneel, gezelligheid alom, een reünie, een mooie locatie, een prachtig nieuw boek…dat waren welgemeende loftuitingen.

Dank aan de redactie van het nieuwe boek, Arinda van der Does en Jan Holwerda, en nogmaals aan Arinda als organisator van het symposium.

Titel: Tuingeschiedenis in Nederland II: Denken en doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000. Eindredactie Arinda van der Does en Jan Holwerda.

Cascade-methode

tumblr_nlibmbLJHE1u40x8so1_1280
René Magritte, La cascade (part. collectie)

In 1998 heeft Carla Oldenburger de Cascade-methode gelanceerd (gepubliceerd in het Jaarboek Monumentenzorg 1998) als korte beschrijving voor waardestelling van historisch groen. Nu staat de toekomst van het vakgebied “geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur” centraal, door Carla te presenteren op het Cascade-symposium 19 februari as. op Sonsbeek (zie www. cascade1987.nl).

De zogenaamde Cascademethode is, indien de treden van de watertrap alle  nauwgezet worden afgelopen en door het stromende water met elkaar in contact zijn gebracht (d.w.z indien de  uitkomsten van onderzoek zijn opgesteld en met elkaar in verband zijn gebracht), een tamelijk compacte methode, die een nauwkeurige waardestelling kan opleveren. Zoals de schilder Magritte het ook heel duidelijk in zijn schilderij  ‘La Cascade’ heeft aangegeven, kan een cascade een beeld in detail geven en tegelijkertijd in perspectief zetten (verduidelijken en vergelijken) en daardoor een grotere helderheid verschaffen.

Cascade-Symposium

IMG_4278

Hierbij geef ik graag de aankondiging door aan allen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur.

Het bestuur van Stichting Tuinhistorisch Genootschap Cascade nodigt u graag uit voor het symposium:

DENKEN EN DOEN: Een toekomst voor het onderzoek naar de Nederlandse tuingeschiedenis

Dit symposium zal plaatsvinden op:

vrijdagmiddag 19 februari 2016 in Stadsvilla Sonsbeek in Arnhem van 13.00-17.30 uur. Het Cascade boek Tuingeschiedenis in Nederland II Denken en doen in de Nederlandse tuinkunst 1500-2000 zal tijdens dit symposium feestelijk worden aangeboden.

Sprekers zullen zijn:

  • drs. Carla S. Oldenburger-Ebbers met ‘Onderzoekspaden verdiepen en verbreden: welke weg slaan we in?’,
  • prof. dr. Hans Renes met ‘Tuingeschiedenis – een geografische agenda’,
  • prof. dr. Yme B. Kuiper met ‘Vergezichten en veldwerk. Een balans van de tuingeschiedenis in Nederland’
  • en dr. Christian A.H.H. Bertram.
  • Dagvoorzitter is: dr. Johan Carel Bierens de Haan.

Dit eerste Cascade-symposium zal een opmaat vormen voor de symposia die in de komende jaren zullen volgen. Onze vicevoorzitter Wim Meulenkamp zal een inleiding geven waarin hij uit de doeken doet welke bijdrage Cascade in de toekomst wil gaan leveren aan het stimuleren van het onderzoek naar de geschiedenis van de (Nederlandse) tuin- en landschapsarchitectuur.

Ook niet-donateurs van Cascade worden hierbij van harte uitgenodigd dit symposium bij te wonen.

Kosten € 20,- per persoon / niet-donateurs € 25,- / studenten € 15,-.

We hopen u op 19 februari welkom te mogen heten!
U kunt zich voor dit symposium opgeven via het aanmeldformulier op de Cascade-website, cascade1987.nl