15 augustus herdenking slachtoffers WO II in Ned.Indië en bevrijdingsdag Ned. Indië

15 augustus 1945 Capitulatie van Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog.  Dit feit werd  gisteren op verschillende plaatsen in Nederland herdacht, o.a. bij het Nationaal Monument in Den Haag.  Maar ook in Rumah Kita in Wageningen werden de slachtoffers herdacht en het bevrijdingsfeest gevierd. Ook onze familie is elk jaar   bij deze herdenking en viering betrokken. Waarom? Zie hieronder enige getuigenissen.

De familie Oldenburger, de grootouders van Juliet (Frederik Oldenburger en Ronesca Groustra), woonde vanaf eind jaren twintig van de twintigste eeuw,  in het dorp Sanga Sanga Dalam, bij het boorterrein Louise van de B.P.M. (Oost-Borneo), in de delta van de rivier de Mahakam.
In januari 1942 viel Japan het eiland Tarakan voor de kust van Noord-Borneo aan; het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger) capituleerde begin maart 1942. Mijn man en de vader van Juliet (Feddo Oldenburger) kwam met zijn moeder en zusje in het vrouwen-interneringskamp Tjihapit in Bandung terecht; zijn vader in een krijgsgevangenkamp langs de Birma-Stamspoorweg (in Nakompaton, Thailand).  Hier liet bijna de helft van de 250.000 dwangarbeiders het leven door de barre omstandigheden.  Gelukkig heeft Frederik het overleefd.  In de laatste oorlogsmaanden verbleef Feddo Oldenburger eerst wegens ziekte alleen in kamp St. Vincentius (voormalig klooster) en werd later weer verenigd met het gezin in kamp Kampong Makassar, beide in Batavia. Hieronder de Japanse registratiekaart van Frederik en een overzichtstekening en een foto van het vrouwenkamp Kampong Makassar, waar moeder Ronesca en Feddo en zusje waren geïnterneerd.  De datum die bij het vliegtuig staat geschreven (28-8-1945) geeft aan wanneer de (eerste?) vlucht met medicijnen en voedsel het kamp bevoorraadde.  Na de bevrijding half augustus moesten de kampbewoners nog enkele maanden in hun kampen blijven vanwege het gevaar buiten de kampen. De  opstandige Indonesiërs bevochten hun vrijheid en waren de Hollanders toen zeer vijandig gezind. Dit was het begin van de Bersiap (Wees paraat)-periode. Toen werden de Hollanders door de Japanners bewaakt.

De laatste foto geeft een kijkje in kamp Kampong Makassar weer. Feddo heeft altijd beweerd dat hij een van deze jongetjes was, maar of dit werkelijk zo is, is nooit bewezen.

Tamara Reeder en haar oma op de Open Tuinendag in Amsterdam

Tamara Reeder (een tot voor kort mij onbekende dame uit Suriname) vroeg mij onlangs of ik haar helpen kon aan landschapsfoto’s  en het geven van feedback op een artikel dat haar schoonvader geschreven had over de Sipaliwini-savanne in Zuid-Suriname. Mijn vorig jaar overleden echtgenoot en zijn collega hebben een website over die savanne samengesteld (sipaliwinisavanna.com).

Vier Gebroeders gebergte op Sipaliwini-savanne (Zuid-Suriname)

Ik gaf haar feedback, wat er op neer kwam dat ik haar duidelijk maakte dat ik zeker wist dat bijna geen enkele Nederlander het verschil weet tussen de Sipaliwini-savanne en het Sipaliwini-district (ongeveer 80 % van het oppervlak van Suriname) en in verband met verder contact wisselden we adresgegevens uit.  Nieuwsgierig geworden keek Tamara op onze website. Haar commentaar mag ik hieronder overnemen:

Open Tuinendag in Amsterdam. Tuin Museum Van Loon
Ik wil dit toch even delen. Aangezien ik heel nieuwsgierig ben, ben ik even op jullie website gaan kijken, wat een prachtig werk dat jullie doen! 
Het zal geen toeval zijn, maar de website zien heeft mij gelijk terug gebracht naar 1 van de mooiste dagen die ik in Nederland heb gehad met wijlen mijn Oma (die vandaag 91 zou zijn geworden). Dat was de Open tuinendag in Amsterdam ongeveer 10 jaar geleden. Wij zijn dol op tuinen en alles wat groen is dus wij hebben toen onzettend genoten van die dag, de tuinen waren echte parels om te ontdekken.
Ik woon nu inmiddels al weer 10 jaar in Suriname (ik heb maar 4 jaren in Nederland gewoond), maar mijn hart bloedt elke dag hoe er hier met het groen wordt omgegaan.
Vervuiling van de eigen omgeving is normaal bij velen. En dan heb ik het nog niet eens over de industriële bouwwerken en winkels die als paddestoelen de grond uitkomen, midden in woonwijken. Ik verlang ernaar dat er een stadsplan zou komen waar men zich aan zou houden en dat we met respect met de omgeving en natuur omgaan. Suriname is een prachtig groen land maar in deze ontwikkeling zijn wij nog ver achter. Al zie ik het mooie Suriname al voor me..
Tuin Zeezicht, Suriname. Diorama van Gerrit Schouten (1779-1839)
Hier ligt nog wel een taak voor ons dus. Dank Tamara voor je waardering en tegelijkertijd voor je zorgen wat Suriname betreft. Leuk dat de Sipaliwini-savanne en de Nederlandse Tuinkunst voor even samen kwamen. Mijn man noemde de Sipaliwini-savanne vaak  een schitterende tuin.

 

 

John Bergmans (1892-1980). Biografie

JOHN BERGMANS (1892-1980)

Het doet ons veel genoegen gelezen te hebben dat in december 2018 een boek zal verschijnen bij Uitgeverij Verloren, over de plantenkenner en tuinarchitect  John Bergmans. De auteurs zijn Johanna Karssen-Schürmann en Marianne van Lidth de Jeude.

Eerder werd zijn werk belicht in de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, deel 4 (2000):

Johannes Baptiste (John) Bergmans werd op 6 juni 1892 in Antwerpen geboren. Hij was tijdens de Eerste Wereldoorlog in dienst van het Belgische leger, maar vertrok naar het neutrale Nederland, waar hij tot zijn dood in 1980 bleef wonen (vanaf ca. 1924 in Oisterwijk). Hij was hovenier bij de firma Van Empelen en Van Dijk, een kwekerij in Aerdenhout; later had hij ook verbintenissen met andere kwekerijen. Dat blijkt ook uit zijn ondertekening van diverse artikelen die hij schreef in het tijdschrift Floralia. In 1921 staat onder zijn naam de vermelding ‘Koninklijke Kweekerij Tottenham, Dedemsvaart’ vermeld,  waar hij in ieder geval tot 1926 als  ‘Chef de Cultures’ in dienst was. Verder werkte hij voor Turkenburg te Bodegraven en voor J.H. Faassen-Hekkens’ boomkwekerijen te Tegelen. Bij deze laatst genoemde kwekerij was hij omstreeks 1939 in dienst als hoofd van de afdeling tuinarchitectuur.

Hij trouwde met J.M.W. Visser (geboren 5 april 1900 in Amsterdam) die de Middelbare Tuinbouwschool voor meisjes, ‘Huis te Lande’, te Rijswijk had doorlopen.

De tot heden vroegst bekende tuinontwerpen van Bergmans zijn gemaakt voor zijn schoonvader, de heer J. Visser, directeur van het bedrijf N.V. Arendshoven te Oisterwijk. Dit bedrijf gaf Bergmans deze opdracht in 1924.

Bergmans schreef vanaf 1920 talrijke artikelen (ca. 1000!) over planten en beplantingsmogelijkheden; daarnaast schreef hij tussen 1923 en 1940 tien boeken waaruit zijn grote liefde voor groen blijkt, naast zijn bijzonder goede en grote plantenkennis, waarvoor hij verschillende keren werd onderscheiden. Vanaf de eerste uitgave van het tijdschrift Dendron (een uitgave van de International Dendrology Union) in 1954, werkte hij mee als redacteur. Zijn artikelen verschenen in de beginjaren vooral in het tijdschrift Floralia (1920-1934); later schreef hij ook voor de Revue Horticole (l92l), voor het Weekblad Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw- en Plantkunde (1927-1936), voor het Orgaan van Huis te Lande (1931), voor Buiten (1933-1935) voor Cultuur en Handel (1949-1956) en voor het hierboven vermeldde Dendron. Boeken van zijn hand zijn: Rotsplanten in kleine tuinen, Amsterdam 1923, 2e druk 1930; Vaste planten en rotsheesters, Haarlem 1924, 2e druk Tegelen 1939; De rotstuin, praktisch handboek . . . , Amsterdam 1928; Rots- en muurtuinen, 2e druk van De rotstuin, Amsterdam 1934; Schoon Oisterwijk, z. p l . , 1930; Zomersche bloemenweelde, Amsterdam 1934, 2e druk 1936; De tuin bij het huis, Amsterdam 1936, 2e druk 1962; Sierheesters en parkbomen, Amersfoort 1939 Bomen en Struiken, Naarden 1940  Alles over kamerplanten, Amsterdam 1967, 2e druk 1968.

Bergmans werkte zowel in de architectonische als in landschappelijke stijl. Zijn ontwerpen overspannen het interbellum en de wederopbouw.

ISBN 978-90-8704-750-4 ingenaaid, geïllustreerd. NUR 648/941. ±288 blz.,  Prijs ±€ 29,–

Binnenstad en Buitenleven / Oldenburgers.nl in de zomer van 2018

De zomer van 2018 heeft heel Nederland-Tuinenland  overvallen. Het gras in de stadsparken en weidevelden, de heide- en korenvelden en de aanplant in bloemperken op buitenplaatsen zien er allemaal nu al herfstachtig uit.  Water geven is niet meer verantwoord en sommige plannen zijn niet in het water gevallen maar in verdroogde beken.

Kasteel Middachten: Carla (l.) en Juliet (r.) Oldenburger, 1 juli 2018

Deze zomer hadden we tijd om ons op nieuwe plannen te concentreren. We bezochten de tuinen van Piet Oudolf bij Museum Voorlinden, een landgoed waar Zocher sr. in eerste instantie de aanleg had verzorgd (1804, huis nu allang verdwenen); we gingen ‘op inspectie’ naar de Wassenaarse buitenplaatsen van Prins Frederik,  Backershagen en De Paauw. We brachten ca. 10 jaar geleden al advies uit aan de VVE Backershagen over de instandhouding van het park en Carla schreef vorig jaar een tekst over ‘De Prinsessetuin’ op De Paauw. Dit artikel vermeldde nog niet dat het beeld ‘SPES’ in het tempeltje in de Prinsessentuin weer is teruggekeerd. Fantastisch. Dank aan de gemeente Wassenaar dat dit oude beeld uit de tijd van Prins Frederik weer in ere is hersteld.  Het is een werk van de Deense beeldhouwer Berthel Thorvaldsen (1770-1844), een vriend van de Duitse architect K. F. Schinkel. Het beeld is een kopie van het beeld op het graf van de familie Von Humboldt bij Schloss Tegel in Berlijn. Wat er met Viktoria gaat gebeuren, het beeld dat SPES verving in het tempeltje, is mij nog niet bekend. Ik ga eens bij de gemeente informeren wat de verdere plannen zijn met de Prinsessentuin.

Beide landgoederen De Paauw en Backershagen zijn nu weer actueel omdat eind september de landgoederen van Prins Frederik in Duitsland onderwerp van studie zijn. Het weekend hier voor zullen we enige collega’s uit Leipzig op deze plaatsen rondleiden.

Verder heeft de auteur J.v.d.M. (?) van het boek ‘Cieraad der lusthooven, bestaande in allerhande soorten van drooge en natte kommen, parterres, graswerken en fonteynen tot dienst van alle liefhebbers der buite-plaatzen …’. (Leiden 1720;1730) onze aandacht gevraagd i.v.m. het fenomeen Régencetuin en Rococotuin. Was het Jacob van der Meer die alle platen (ontwerpen) voor dit boek verzamelde? Aan een  korte studie wordt thans gewerkt.

Zou het niet aardig zijn voor een groep geïnteresseerden ook hier in Nederland aandacht te vragen voor de tuinen van Prins Frederik in Wassenaar? We willen best een lezing over dit onderwerp komen houden.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

GROEN GOOI, tentoonstelling in Huizer Museum

Nu te zien

(overgenomen van website Huizer Museum):