Categoriearchief: heesters

“Het Amsterdam van Jenny Bierenbroodspot”. Jaarboek 2023 van Cuypersgenootschap verschenen.

 

Hermannus Numan. Het Jaagpad langs de Schinkel, met Huis Te Vraag in het verschiet. 1814. Coll. Stadsarchief Amsterdam.

Het nieuwe Jaarboek Cuypersgenootschap 2023, getiteld Het Amsterdam van Jenny Bierenbroodspot is deze week verschenen, ter nagedachtenis van Jenny Bierenbroodspot (1941-2023), onder redactie van Coert Peter Krabbe, David Mulder en Jos Smit. Ik weet niet of het boek al bij alle leden in de brievenbus is gevallen, maar omdat ik auteur ben van één van de artikelen, mocht ik het vlak voor Kerstmis komen halen op het Stadsarchief. Het boek ziet er prachtig uit en de teksten belichten Jenny in het vele vele werk dat zij in de wereld van de monumentenzorg heeft verricht. Het laatste artikel is van haar eigen hand.

Mijn tekst sluit aan op een korte beschrijving van de begraafplaats ‘Te Vraag’ in het boek van Margriet de Roever en Jenny zelf, De begraafplaatsen van Amsterdam (2004). Het is het enige artikel in het nieuwe Jaarboek dat ingaat op groen erfgoed, nl. op de geschiedenis en het behoud en beheer van de Begraafplaats ‘Te Vraag’ aan de Schinkel. Jenny was zeer gehecht aan deze begraafplaats, die in 1962 eigendom van de gemeente was geworden en sindsdien nauwelijks werd onderhouden omdat het plan was hier een afslag naar een verkeersweg overheen te leggen. In 1987 kwam de kunstenaar Leon van der Heijden op ‘Te Vraag’ wonen en hij heeft van de hele begraafplaats een natuur-kunstwerk gemaakt. De graven zijn verdwenen onder het groen; een enkele grafsteen heeft het overleefd en laat zien dat hier werkelijk een begraafplaats de basis is geweest van al dit schoon.

Een toevallige bijkomstigheid is dat ik door Jenny een keer naar deze plek werd meegenomen en dat ik toen het Jaagpad langs de Schinkel herkende uit mijn kleutertijd. Op de fiets voorop bij mijn vader fietsten we vaak langs dit pad op weg naar de tuin van mijn vader op het Volkstuinencomplex ‘Ons Buiten‘, aan de Nieuwe Meer. Eén keer kan ik me herinneren dat we afstapten en van het Jaagpad de trap omhoog opklommen op weg naar de graven van mijn vaders grootouders, Laurens Vogelesang en Johanna Hendrika Vogelesang-Maris, mijn overgrootouders dus. Helaas heb ik de graven nu niet meer kunnen terugvinden, ze zullen net als de andere overgroeid zijn door het groene lover dat minstens 50 jaar lang al zijn eigen weg heeft gebaand. En dat was nu net wat Jenny me wilde laten zien die keer dat ze me meelokte naar ‘Te Vraag’.

Mijn deelname aan het boek gaat in op de geschiedenis van de plaats, die begint bij een 17de eeuwse buitenplaats Huis te Vraag, die in 1890 wordt afgebroken en door Pieter Oosterhuis gekocht werd met het doel daar een particuliere begraafplaats aan te leggen. Het vervolg van de geschiedenis moet u zelf maar lezen in het artikel.

Carla Oldenburger. ‘Begraafplaats Te Vraag. Verwildering en menselijk ingrijpen gaan hand in hand’. Het Amsterdam van Jenny Bierenbroodspot. Jaarboek Cuypersgenootschap, Jg. 39, 2023, p. 138-154. (gepubliceerd december 2025) onder redactie van Coert Peter Krabbe, David Mulder en Jos Smit. Het boek is te bestellen bij de secretaris van het Cuypersgenootschap Leo Dubbelaar, secretaris@cuypersgenootschap.nl/

Bezoek aan Landgoed Staverden i.v.m. 50 jarig bestand BAC / BeheerAdviesCommissie

Mooie samenkomst op Landgoed Staverden.
Bassin in Tuinen Staverden richting beeld van de Witte Pauw.
Foto Carla Oldenburger

De BAC/BeheerAdviesCommissie van Geldersch Landschap bestaat 50 jaar. Dat is een mooie gelegenheid om de leden van afgelopen 50 jaar bijeen te roepen op één van de landgoederen van GLK, waar op dit moment iets interessants valt te beleven, zo had de directie gedacht. Dat was dus gisteren (18 november) en we troffen elkaar op Staverden waar de restauratie van het huis (uit ca. 1910, kasteel genoemd) in volle gang is. We werden rondgeleid van kelder tot zolder in het huis, vooral heel interessant om de historische overblijfselen te zien, zoals tegels, profielen, super hoge en brede deuren, prachtige plafonds, veranda en balkons en vooral de ligging ‘in het water’ met uitzicht over het water op de oevers en bomen aan de overkant. Ik was natuurlijk ook erg benieuwd naar de status van de tuinen en het park, een ontwerp van Juliet Oldenburger, naar het ontwerp van P.H. Wattez. Het eiland met Leonora, de gerestaureerde ijskelder met nieuwe toegang, de staat van de berceau, het pauwenverblijf met eigen hof etc. etc., het zag er allemaal fantastisch uit.
Dank aan GLK voor deze geweldige middag.
Zie ook Welkom-pagina voor enkele foto’s en Groen-Ontwerpen
voor het ontwerp.
Uitleg over nieuwe heester-aanplantbij de ijskelder. v.l.n.r. Rob Schouten, Rienk-Jan Bijlsma en tuinarchitecte. Foto Carla Oldenburger
Uitzicht vanaf balkon Kasteel Staverden naar het noorden. Foto Carla Oldenburger

Villa De Bijenschans (Hilversum) tot gemeentelijk monument aangewezen.

Villa De Bijenschans. Foto Nederlandse TuinenstichtingHistorische interieurs in het Gooi; De

N.a.v. een monumentenaanvraag van de NTs / Nederlandse Tuinenstichting voor de tuin van villa  ‘De Bijenschans’ in Hilversum, is onlangs de tuin (en ook de villa) tot gemeetelijk monument verklaard, op grond van de waardestelling (nov. 2023) die ons bureau voor de tuin maakte en op grond van de waardestelling van de architectuur van het huis, opgemaakt door Barbara Laan.
Ook werd een aanvraag bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed ingediend die nog loopt.
Na een lange ingewikkelde procedure zijn we erg blij dat het karakteristieke huis (ontwerp 1918, A. H. Wegerif) en de bijbehorende typische Tersteeg-tuin (ontwerp 1918, D.F. Tersteeg) niet worden gesloopt t.b.v. een geheel nieuw te bouwen villa.

De waardestelling voor de tuin is bij ons in te zien. Contact Carla Oldenburger.

Het bezoeken waard: Jardin du Plessis Sasnières en La Possonnière

In Bericht dd. 3 september beloofde ik nog wat aandacht te schenken aan enige bijzondere tuinen, waar we toevallig langs reden tijdens een vakantiereisje naar Frankrijk / Dept. Loir-et-Cher.  Het landschap is er heuvelachtig, uitgestrekt, leeg en rustig. Al toerend kom je overal de rivier Le Loir (nb. ik bedoel niet La Loire!)  tegen, waarlangs in de Middeleeuwen kleine dorpjes zijn gebouwd. De kastelen Chaumont, Chambord en Blois (alle aan La Loire) zijn bekende bezienswaardigheden met tuinen, die we al kenden.

Nu bezochten we Jardin du Plessis Sasnières in Sasnières en La Possonnière in Couture-sur-Loir.

Van de eerste tuin is een uitgebreide beschrijving te vinden op Internet. Op de plattegrond is duidelijk te zien dat de tuin is aangelegd rondom een grote vijver en langs een beek (La Fontaine de Sasnières). De tuin is vanaf 1975 vorm gegeven in landschapsstijl door Mme Rosamée Henrion, die vanaf 1960 op La Possonnière kwam wonen. Zij was een groot liefhebster van bomen en struiken, zodat de tuin ook wel als een landschappelijk arboretum is te beschouwen. Ten zuidoosten van de vijver ligt een formele tuin met berceau, die grenst aan een uitgebreide moestuin. Ten (zuid)westen van het huis loopt een lange rechte laan, de Magnolia-laan, onderdeel uitmakend van een schaduwrijk lanenstelsel. Het restaurant ten zuiden van het huis (in de voormalige stallen en oranjerie?) is ons zeer goed bevallen.

Plattegrond van Jardin du Plessis Sasnières, zoals ontvangen aan de desk bij binnenkomst. Foto Carla Oldenburger

Een tweede tuin die we bezochten was de tuin achter Chateau  de la Possonnière. Dit is het geboortehuis van de beroemde Franse dichter en humanist Pierre de Ronsard (*1524-1585)), le prince des poètes.

Plattegrond van Jardin Ronsard bij Manoir de la Possonnière, zoals ontvangen aan de desk bij binnenkomst. Foto Carla Oldenburger

Deze tuin is in 2004 in Renaissance-stijl aangelegd, om bezoekers te laten zien hoe de tuin er mogelijk in de tijd van Pierre de Ronsard zou hebben uitgezien. De ontwerper is de rozenkweker André Eve (*1932-2015), die hier ondermeer een rozentuin  (nr. 14) heeft gerealiseerd met meer dan twee honderd variëteiten rozen (oude en nieuwe soorten).

In het kasteel is een interessante tentoonstelling te bezichtigen over het leven van Pierre de Ronsard. Wist u dat Franse schoolkinderen nog steeds zijn gedichten leren: “Mignonne, allons voir si la rose…” (Darling, let’s go see if the rose…) en zijn odes gewijd aan Cassandre, Marie, Hélène?

Een vroeg ontwerpje in Schalkwijk van K.G. Zocher (1832)

Het loont altijd de moeite door Linkedin te struinen, want naast alle reclame (soms verpakt in goed bedoelde felicitaties en advertenties) zijn  er zo af en toe toch gelukkig ook nog inhoudelijke nieuwtjes te vinden. Zo kwam ik vorig jaar een schetsontwerpje tegen van K.G. Zocher van een tuin in Schalkwijk.

K.G. Zocher. Schetsontwerp van tuin rond het Lekdijkhuis te Schalkwijk. dd. 1830. Bron zie tekst.

De eer komt toe aan Sander van Scherpenzeel die een bezoek bracht aan het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard in Woerden om in de archieven te kijken wat er van zijn gading bij was. Hij eelde zijn vondst met Linkedin. Het betrof de archieven van het Hoogheemraadschap De Lekdijk Bovendams, de voorloper het huidige Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Hij vond hier een dossier met diverse aan- en verkoopakten, van de buitenplaats Bagatelle. Deze buitenplaats stond op de plaats van het huidige Lekdijkhuis in Schalkwijk, was ca. een halve morgen groot en werd 22 november 1820 gekocht door Andries Snoek, een bekende Nederlander zouden wij nu zeggen, want hij was begin negentiende eeuw  een van de belangrijkste tragediespelers in Europa. Ook was hij de stichter van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Hij overleed in september 1829, waarna de buitenplaats in 1830 verkocht werd aan het Hoogheemraadschap  De Lekdijk Bovendams. Het Waterschap gaf K.G. Zocher (1797-1868) de opdracht een tuin te ontwerpen rond het huis. De tuin is gelegen op de hoek van de Zuwedijk en de Provincialeweg te Schalkwijk.

De waarde van deze vondst ligt hem in het feit dat we van K.G. Zocher geen ouder ontwerp kennen. Dit ontwerp, ook al is het maar een schets, is dus tot heden de oudste tuintekening van zijn hand. Hij ontwierp in het algemeen in de gardeneske landschapsstijl en ook aan dit ontwerp is dat duidelijk te zien. Gardenesk betekent ‘als in een tuin met veel bloeiende planten’, d.w.z. in dit geval met veel bloeiende heesterpartijen in een ruime kring rond het huis, een rond bloemenperk vóór het huis en clusters coniferen langs de weg. Dit alles  in tegenstelling tot een ruime open landschappelijke aanleg zonder veel bloemen en kleur.

Met dank aan Sander van Scherpenzeel, voorzitter Stichting Houtense Hodoniemen.

Het huis is een rijksmonument en is in verband met de verkoop uitvoerig beschreven, inclusief het erf, maar helaas komt K.G. Zocher niet in de beschrijving voor. Na de verkoop zal deze beschrijving wel verdwijnen vermoed ik.