Categoriearchief: Kunst

Damplantsoen geopend in 1926. Amsterdam

Vandaag las ik op LinkedIn over een nieuwe aanwinst van Kunsthandel Bijl-Van Urk B.V., namelijk een schilderij van Cornelis Vreedenburgh, gedateerd 1927. Op LinkedIn werd de vraag gesteld: “wat zien we voor soort ‘tuin’ of ‘volkstuin’ op de voorgrond?”

Mijn antwoord was dat het hier een tuin in zogenaamde “Oud-Hollandse” stijl betrof, passend / aansluitend bij het gebouw, voorheen het stadhuis van Amsterdam, gebouwd/ontworpen door Jacob van Campen vanaf 1648 en gereed in 1665.

Cornelis Vreedenburgh. Damplantsoen en Koninklijk Paleis (voormalig stadhuis van Amsterdam), 1927. Kunsthandel Bijl-Van Urk, Alkmaar

We zien op het schilderij op de voorgrond een verdiepte tuin, opgebouwd uit grasvlakken en rechtlijnige bloemenborders. De tuin is verdiept en ontworpen langs een as van symmetrie, die aansluit op de middenas van het paleis. De tuin wordt ontsloten door een trappartijtje, gelegen in het midden van de dwarsas (voor de tram) en ook zijn dergelijke trapjes te vinden in het midden van de lengte-assen rond het middenperk. Op de hoeken van de lange perken en in het centrum van kleine vierkante perken staan taxussen geplant. De lange perken zullen nog met bloemen gevuld moeten worden, net zoals de perken aan beide zijden van de eerste trappartij. Het grote centrale rechthoekige grasvlak ligt binnen een wandelpad van flagstones en wordt daarbuiten afgesloten door (waarschijnlijk) buxusranden. Het beplantingsontwerp is volgens de rubriek Chronologie van het Stadsarchief Amsterdam (Onderwerp De Dam als plaats van herinnering) gemaakt door de gemeentelijke tuinarchitect Ir. J.R. Koning jr. .

De stijl van ontwerpen doet erg denken aan de stijl van Leonard Springer. Hij is in 1925 (toen de werkzaamheden begonnen) 70 jaar, en alhoewel is gebleken dat hij nog lang niet aan stoppen dacht in dat jaar, is de opdracht hem toch niet gegund. In de Springer Collectie Wageningen Library is wel enige summiere documentatie te vinden, namelijk een rijmpje uit het Haarlems Dagblad van T. de Rijmer, een krantenartikel uit De Telegraaf (1930-04-09) en een krantenfoto van het Damplantsoen.

Ik zal eens verder zoeken op naam van J.R. Koning, om er achter te komen bij welke projecten hij nog meer betrokken was in Amsterdam.

Aanleg Damplantsoen, Bouwput 1925, vlak voor de aanleg van het plantsoen.. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Op bovenstaande foto zien we de omschutte bouwput van het toekomstige plantsoen, maar eigenlijk was het een ruimte die vrijgekomen was door de afbraak (1912) van het voormalige Commandantshuis ( D’Ailly’s Historische Gids van Amsterdam. Bewerking H. F. Wijnman. 1968) en de sloop van de westzijde van de Warmoesstraat. Er was een plan om hier een hotel te bouwen, maar dat is niet doorgegaan. Het Damplantsoen was bedoeld als tijdelijke tussen-oplossing. Zie  https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/277/middendam-kromhout.html

12 september 1926 Officiële opening van het Damplantsoen 1926. Zicht over het Damplantsoen van Hotel Krasnapolsky naar Het Paleis. Coll. Stadsarchief Amsterdam
Damplantsoen gereed. Ca. 1927. Coll. Stadsarchief Amsterdam
Hier is goed te zien dat de paden aan de voet van de borders en rondom het centrale grasperk uit flagstones bestaan. NB de tram die hier te zien is, staat ook op het schilderij afgebeeld. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Met dank aan Walther Schoonenberg en Hans Krol

HOUD VOL: Bericht 200

Aan de corona-tijd hebben wij in onze Website-Berichten nog geen aandacht besteed. Toch willen wij op deze plaats allen die getroffen zijn door deze vreselijke ziekte, direct of indirect, een hart onder de riem steken met een nieuw Bericht. We hopen allemaal dat er spoedig een vaccin gevonden zal worden en dat deze situatie snel achter ons komt te liggen. De Engel met de glimlach en ‘gebalde vuist’ bij de ingang van de kathedraal van Reims wenst u allen sterkte: HOUD VOL.

De engel met de glimlach. Kathedraal van Reims. Foto Carla Oldenburger.

De ziekte treft ons persoonlijk gelukkig tot heden niet en heeft ook niet direct veel invloed op ons werk, alhoewel het onderzoek natuurlijk toch wel bemoeilijkt wordt door gesloten archieven, reisbeperkingen en annuleringen van lezingen en symposia.

Het thema van dit Bericht is HOUD VOL Dat geldt voor ons allen, we zijn er nog lang niet. Maar dit thema geldt ook voor het schrijven van ‘Berichten’ op deze website. Het eerste bericht verscheen op onze vernieuwde website in november 2015. Wij schrijven een Bericht als we onze lezers attent willen maken op iets dat ons is opgevallen en dat we graag willen delen. Het opvallende van dit Bericht is dat het nummer 200 is. Dat willen we vieren met een paar momenten uit de afgelopen periode waarin we deze Berichten schreven (eind 2015 tot heden).

Vanaf 2016 begeeft Bureau Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven zich op twee onderzoeksterreinen: architectuur en landschap, met drie specialisaties groen erfgoedkleurgebruik in de architectuur en architectuurtheorie (Dom van der Laan en de Zochers). 

Kleurkaarten in Heemkundig Museum Baron van Brakell. Foto Carla Oldenburger

De richting ‘Kleur’, waar we sinds 2016 aandacht aan besteden is de afgelopen tijd tot uiting gekomen in de aandacht voor en artikel over een nieuw [rood] raam in de Heilig Grafkapel in de Oude Kerk van Amsterdam en in een artikel over het ‘houten’ van kerkbanken in de Noorderkerk van Amsterdam.

Primula’s in tuin van Paleis Het Loo, uitgestald in het aurikeltheater. Foto Paleis het Loo.

Het onderwerp ‘Groen Erfgoed’ wordt ieder jaar vorm en gezicht gegeven in de tuinen van Paleis Het Loo. In het zogenaamde aurikeltheater (zie foto hierboven), in de beschutting van de berceau, worden talloze primula-soorten tentoongesteld.

Uitstalling van potplanten op de trappen in Caltagirone, Sicilië. Foto Carla Oldenburger

Zouden de trappen in Caltagirone op Sicilië (zie hierboven, 2019) of de uitstalling van planten in de tuin bij het huis van Pilatos in Sevilla (hieronder, 2018) de inspiratie hebben gevormd voor het aurikeltheater? (Grapje).

Uitstalling bloempotten in de tuin van Casa de Pilatos, Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Linde langs de Levendaalselaan in Rhenen. Foto Carla Oldenburger

Niets is mooier dan eeuwen oude bomen als bewijs van ‘Groen Erfgoed’. De oude linde aan de voet van de Laarseberg, vroeger behorend bij de buitenplaats Levendaal te Rhenen, is een van de mooiste en oudste voorbeelden. Een herinnering aan de buiten-plaats Levendaal is heden nog de grafsteen van Dionys van Leefdael (1491) in de Cunerakerk, de oudst aanwezige grafsteen in deze kerk.

Prachtig vorm gegeven tentoonstelling over de ‘Grand Tour’. Museum Hermitage Amsterdam. Foto Carla Oldenburger

Momenten van verrukking en schoonheid de afgelopen jaren overvielen ons tijdens tentoonstellingen die wij bezochten. De belangrijkste waren ‘Classic Beauties. Kunstenaars, Italië en de schoonheidsidealen van de 18e eeuw’ (in Museum Hermitage Amsterdam, een expositie die naadloos aansloot bij het werk van de Zochers); en ‘Een huis voor de geest’ (in Kunstencentrum deSingel in Antwerpen en op Buitenplaats Doornburgh te Maarssen) over de theorie en praktijk van het werk van de architect Dom Hans van der Laan.

De eerste tentoonstelling vertelt het verhaal van jonge aristocratische Europeanen, die in de tweede helft van de 18e eeuw een reis naar Italië ondernamen (met als hoogtepunt Rome) om daar de net opgegraven klassieke beelden en bouwwerken te bewonderen. Op onze eigen Grand Tour in december 2018 en mei 2019 (resp. naar Andalusië en Sicilië) beleefden we de kunst van de klassieke oudheid en de barok, getuige enige foto’s in dit Bericht geplaatst.

Op de tentoonstelling over Dom van der Laan en zijn leerling Jan de Jong op buitenplaats Doornburgh kon men de architectuur van de Bossche School als het ware zelf beleven.

Irissen in Jardines de los Reales Alcázares. Sevilla. Foto Carla Oldenburger
Irissen in onze eigen tuin in Rhenen, 12 mei 2020. Foto Carla Oldenburger

Met de bloeiende irissen uit onze eigen tuin sluiten we dit Bericht af. De irissen hebben de corona-crisis overleefd, EN ZO ZULLEN WIJ.

HOUD VOL, HOUD MOED, HOUT MOET (Bericht 200)

Kasteel en park van kasteel Wylre zijn vanaf 1 Juni weer geopend

Gezicht op Kasteel Wylre vanuit de tuin. Foto uit www.liefsuitlimburg.nl

(Eerste paragraaf tekst overgenomen van tripadvisor.nl; de daarna volgende tekst heb ik geschreven in de Gids voor de Nederlandse Tuin- en landschapsarchitectuur. Rotterdam, 2000). Deze tekst is enigszins aangepast).

Kasteel Wijlre is een buitenplaats voor cultuur en landschap. Op de buitenplaats komen hedendaagse kunst en architectuur samen met cultureel erfgoed en natuur. Er zijn vijf eeuwen met elkaar verweven: het kasteel uit de zeventiende eeuw, het Koetshuis uit de achttiende eeuw, het ontwerp van de kasteeltuinen uit de negentiende eeuw, de permanente kunstwerken in het park uit de twintigste eeuw, het kunstpaviljoen Hedge House en de hedendaagse kunsttentoonstellingen uit de eenentwintigste eeuw. Buitenplaats Kasteel Wijlre organiseert tentoonstellingen, interdisciplinaire projecten, events en educatieve activiteiten in het Hedge House, het Koetshuis en de tuin. Gerenommeerde kunstenaars als Richard Long, Tony Cragg, Ben Akkerman, Donald Judd, Stephen Wilks, Michel François, Marlene Dumas en Christian Jankowski zijn in het Hedge House en het Koetshuis in wisselende solo- en groepstentoonstellingen getoond. Buitenplaats Kasteel Wijlre is gelegen in de heuvels van Zuid-Limburg.

Mijn tekst uit de Gids: De naam Wylre wordt reeds in de twaalfde eeuw gebruikt wanneer in oorkonden over ‘Heren van Wylre’ wordt gesproken. Een eeuw later is er sprake van een versterkt huis dat in 1389 als heerlijkheid wordt aangemerkt. De kern van het huidige kasteel dateert echter pas van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Johan Arnold van Wachtendonk erfde de heerlijkheid in 1652 van zijn moeder en begon spoedig daarna met de bouw van een nieuw huis. De vroegst bekende kaart van het terrein is de zogenaamde Tranchot-kaart uit 1802-1813. Hierop is te zien dat het huis op een omgracht terrein ligt, waarop ook een voorplein en twee bijgebouwen zijn gesitueerd.

Opvallend is dat huis en voorplein niet recht van voren tussen de bouwhuizen door benaderd worden, maar juist van opzij met toegang tot het voorplein tussen huis en bouwhuis. Deze zijdelingse benadering vanuit het zuiden bestaat nog steeds. Rondom de gracht ligt opnieuw een rechthoekig terrein, dat als tuin gebruikt zal zijn en dat eveneens door water omsloten wordt. Aan de noordzijde grenst een eveneens rechthoekig en door water omgeven perceel grond. Een dergelijke aanleg doet denken aan het Hollands classicisme dat kenmerkend is voor de zeventiende eeuw en zal vermoedelijk tegelijk met de bouw van het huis zijn ontstaan.

In de loop van de negentiende eeuw deed ook op Wylre de landschapsstijl zijn intrede. De bekende Maastrichtse architect en stadsbouwmeester Mathias Soiron (1748-1834) maakte omstreeks 1800-1810 enige ontwerpen. Ook werkte hij op Kasteel Neuburg. Of deze zijn uitgevoerd is onduidelijk. Ten westen van het huis werd, buiten de gracht, een nieuw park aangelegd en een gedeelte tussen de binnen- en buitengracht werd aangepast. Een koepel, waarvan nu nog de restanten te vinden zijn, zal hier deel van hebben uitgemaakt.

Johan Heinrich Fischer. Dubbelportret van Graaf Von Quadt en Mathias Soiron (rechts) voor kasteel Wickrath (1773). Museum Schloss Rheydt in Mönchengladbach.

Vanaf de eerste helft van de twintigste eeuw was de tuin ten oosten van het huis verdeeld in de nog steeds bestaande negen vierkante vakken. Uit mondelinge overleveringen is bekend dat de tuinarchitect John Bergmans (1892-1980) op kasteel Wylre heeft gewerkt, maar wat hij precies heeft gedaan, is vooralsnog niet duidelijk. Hoewel de tuinen in de loop der twintigste eeuw al verder waren verfraaid, onder meer met de aanleg van terrassen ten westen van het huis, dateert de huidige aanleg vooral van na 1980.

Onder invloed van de huidige eigenaren is een aantal fraai ingerichte tuinkamers, gescheiden door hagen en verbonden door zichtassen, tot stand gekomen. De Limburgse tuinarchitect W.J.A. Snelder (1928-2013) werkte hier vanaf 1985. Aan weerszijden van de oprijlaan, net voor de binnengracht, is een fraaie symmetrische siertuin (her)aangelegd. De tuinen worden door liefhebbers vooral gewaardeerd vanwege de decoratieve rozentuin ende bloementuin met borders op kleur in regelmatige stijl. Maar ook vanwege de moderne sculpturen van onder anderen Peter Struycken en Ad Dekkers en vanwege de wandelingen rondom het huis, door de boomgaard en door het landschappelijke gedeelte van het park met fraaie doorzichten. Opvallende oude bomen zijn een Gleditsia, een Ginkgo en een Liriodendron.

Gleditsia triacanthos of Valse christusdoorn.

Japanse Tuin Clingendael: Haal buiten naar Binnen

(op verzoek van de gemeente Den Haag en van Joost Gieskes wordt onderstaande tekst dd. 06-05-2020, met plezier gedeeld):

Schoonmaak in de Japanse Tuin Clingendael

Ieder voor- en najaar genieten duizenden mensen van de prachtige bomen, heesters en planten in onze Japanse Tuin. Dit voorjaar blijft de tuin helaas gesloten. Zonde, want de tuin staat er prachtig bij. Daarom halen wij buiten naar binnen en kun je je even in een andere wereld wanen.

De Japanse Tuin is hét pronkstuk van Landgoed Clingendael en vanwege zijn kwetsbaarheid maar een aantal weken per jaar geopend. Toch kan de tuin ieder jaar weer op veel belangstelling rekenen. Maar wat maakt de Japanse Tuin nou zo bijzonder? Wij vroegen het aan Joost Gieskes, tuinhistoricus en auteur van het boek Japanse Tuin in Clingendael: kroniek van een mysterieuze tuin. Den Haag, 2005.

Stap in een andere wereld over het typisch Chinese bruggetje

 ,,In het kleine zit het grote”

Joost is sinds 2000 (technisch) adviseur voor de restauratie van de tuin en is regelmatig in de tuin te vinden. Voor werk of voor ontspanning. Joost: “Bij het binnenkomen van de Japanse tuin stap je in een andere wereld. De hele aanleg is exotisch en verrassend. De prachtige waterpartij, de vrolijke rode bruggetjes, de stenen lantaarns. Zelfs deskundige Japanners genieten hier van de bijzondere en serene sfeer. De tuin is tot in het kleinste detail pure schoonheid; van een egaal diepgroen mosdek tot een verweerde steen en het spiegelende water met de lelies. In het kleine zit het grote.” Uitbundige bloei en tere herfstkleuren

Joost vindt het jammer dat de tuin dit voorjaar niet open kan. Net als veel andere trouwe en nieuwe bezoekers. Joost: ,,Vooral ook jammer dat men nu de nieuwe chrysantlantaarn niet kan bewonderen. De chrysant is het embleem van de keizer van Japan en de lantaarn is een replica van een in verval geraakte lantaarn uit 1911. Echt een bijzonder kunstwerk.”

Een Japanse stenen lantaarn

In het voorjaar is de tuin erg mooi door de uitbundige bloei van kersenbomen en exotische heesters. In het najaar door de tere herfstkleuren en het vallend blad met hun mooie tekening. Maar eigenlijk is de tuin het hele jaar door mooi. Toch kan de tuin niet vaker open. Met veel publiek slijten de smalle paadjes en de daaraan grenzende moslaag te snel. Ook is er écht veel tijd voor onderhoud nodig. Joost:,,Er is iedere dag wel werk: van de dagelijkse verzorging van de planten, bomen en heesters tot periodiek onderhoud aan vijverranden, sproeisysteem, schoonmaken van de stenen en houten monumenten en nog veel meer.”

Uitbundige kleuren

 Zo zijn jullie er toch even bij…

Joost vindt het jammer dat de tuin dit voorjaar niet open kan. Net als veel andere trouwe en nieuwe bezoekers. Joost: ,,Vooral ook jammer dat men nu de nieuwe chrysantlantaarn niet kan bewonderen. De chrysant is het embleem van de keizer van Japan en de lantaarn is een replica van een in verval geraakte lantaarn uit 1911. Echt een bijzonder kunstwerk.”

Haal buiten naar binnen!

Door de coronacrisis zijn we aan huis gebonden en mogen we alleen naar buiten om boodschappen te doen of een frisse neus te halen. Mis jij het ook zo om het Haagse groen in te gaan? Kijk dan snel op onze speciale pagina: Haal buiten naar binnen!

Hier vind je meer foto’s van de Japanse Tuin, door jullie ingestuurde foto’s van de natuur om je heen, delen we live streams en filmpjes én geven we groene tips voor in en om je huis. Heb jij ideeën of tips hoe we samen nog meer buiten naar binnen kunnen halen? Stuur deze dan naar: hethaagsegroen@denhaag.nl

Altijd wel werk te doen

Meer weten?
Lady Daisy (Baronesse Marguerite Van Brienen), de eigenaresse van landgoed Clingendael, maakte in 1911 met haar Engelse vrienden een reis naar Japan. Zij raakte zo verrukt van de Japanse tuinen dat ze besloot om op haar landgoed ook een tuin in Japanse stijl aan te leggen. Ze nam veel voorwerpen uit Japan mee om in haar tuin neer te zetten. In 1913 was de Japanse Tuin in Clingendael een feit. In 2003 werd de tuin tot Rijksmonument verklaard. Meer informatie over de tuin vind je op de website van de gemeente Den Haag.

Tekst: Didi Cobussen
Beeld: Jurriaan Brobbel

Kiku gata doro (lantaarn in de vorm van een chrysant). Allernieuwste aanwinst. Foto Joost Gieskes

Lees ook:

Lucas Gassel uit Helmond (c.1488 -1568/69). Vroege landschapsschilder

Wie was Lucas Gassel? Hij staat bekend als landschapsschilder en tijdgenoot van de Zuid-Nederlandse schilders Joachim de Patinir (1480-1524) en Herri met de Bles (1510-1550). Zij schilderden imaginaire landschappen vaak verhuld in een Bijbelse vertelling. De tuinen op de schilderijen worden afgebeeld als realistische details, en doen meteen denken aan de tuinen van Hans Vredeman de Vries ( 1527- ca. 1607). Carel Van Mander zegt in zijn vermaarde Schilderboeck (1604) over Gassel: Hy wrocht seer wel van Landtschap in Oly en Water-verwe: doch hy wrocht niet veel. Hy was een vriendlijck goet Man, en een soet prater.

Lucas Gassel. David en Bthseba in de tuinen van een paleis. Olieverf op paneel. Part. Collectie

Helaas is er weinig over Gassel bekend, slechts 15 schilderijen, 2 tekeningen en 3 prenten, alle gesigneerd met zijn monogram en aanvullend ook menigmaal met een klein hagedisje als soort logo. Verder worden er ook nog enkele ongesigneerde schilderijen en tekeningen aan hem toegeschreven.

Lucas Gassel. Landschp met David en Bathseba, gesigneerd LG en gedateerd 1540, Coll. The Wadsworth Atheneum Museum of Art, Hartford.
Lucas Gassel. Andere scène uit het verhaal over David en Bathseba. Coll. The Wadsworth Atheneum Museum of Art, Hartford.

Gassel is geboortig uit Helmond, destijds een textielstad, bevolkt door wevers en volders (vollen van laken is het laten vervilten ervan), droogscheerders en bontwerkers. Bekend is dat hij bij de noordelijke stadspoort en later aan de Markt heeft gewoond. Tijdens Gassel’s leven werd het Kasteel Helmond bewoond door de familie van Cortenbach. In 1549 is dit door brand gedeeltelijk verwoest. Gassel heeft het kasteel goed gekend, want het staat midden in de stad. Stoffeerde hij daarom zijn schilderijen zo vaak met kastelen? Als tweede woonplaats heeft Gassel een groot deel van zijn leven waarschijnlijk Antwerpen gehad, waar hij o.a. heeft gewerkt voor de uitgever Hieronymus Cock. Mogelijk heeft hij ook in Brussel gewoond.

Lucas Gassel. Panoramisch Landschap met ‘lusttuin’. Olieverf op paneel. Coll. Galerie de Jonckheere, Paris.

In verband met de afkomst van Gassel uit Helmond en het Kasteel Helmond wat in bovenstaande tekst wordt genoemd, volgt hier nu nog een beschrijving en afbeeldingen van Kasteel Helmond en omgeving uit de Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur, deel 4, Rotterdam, 2000.

Luchtfoto Kasteel Helmond. Noorden rechts boven.

Kasteel Helmond dateert uit 1402. Op de hoeken van het kasteel zijn vier ronde torens gebouwd. Het kasteel ligt binnen een vierkante omgrachting en is gesitueerd tussen de ZuidWillems-vaart en het riviertje de Aa. Na een brand in 1549 werd het gebouw met een nieuwe ingangsvleugel verrijkt en in 1683 vond weer een verbouwing plaats. Uit al deze tijden is niets betreffende de tuinen overgeleverd. In 1921 werd het kasteel door de gemeente Helmond gekocht als raadhuis. Het gebouw werd verbouwd door de architect J.W. Hanrath, waarbij door vergroting van de ramen het oorspronkelijke gesloten karakter van het kasteel verloren ging. De tuinarchitect L.A. Springer ontwierp in 1921 een deel van de omringende parkaanleg, die bestemd werd tot een openbaar stadswandelpark. In tegenstelling tot architect Hanrath maakte Springer de omgeving van het kasteel juist weer meer gesloten. Hij plantte het terrein aan de zuidzijde met boomcoulissen dicht, zoals hij ook de huizenblokken aan de noordzijde van het kasteel aan het gezicht onttrok. Vóór het kasteel aan de noordkant – tegenover de zestiende-eeuwse torens – ontwierp Springer twee min of meer vierkante grasparterres en behield hij enkele oude bomen, die hij aanvulde met nieuwe aanplant. De grasperken werden langs de hoofdas waarschijnlijk door taxushagen op barokke wijze omzoomd. Het kasteel bood verder naar de oost- en westzijde uitzicht op gazons met verspreide boom- en heesterbeplanting. We zouden van Springer eigenlijk aan de noordzijde van het kasteel buxusparterres in neorenaissancestijl verwachten, maar waarschijnlijk omdat de parterre-vlakken niet identiek van grootte waren, heeft hij zich hieraan niet gewaagd. Van dit alles is slechts achter het kasteel nog de structuur zichtbaar, maar door het kappen en opnieuw inplanten van bomen en heesters heesters is van de oorspronkelijke opzet weinig bewaard. In 1938 werd op de middenas van de aanleg een fontein geplaatst. Sinds 1982 is het kasteel in gebruik als museum. De gemeentelijke plantsoenendienst ontwierp toen vóór het kasteel, in de schaduw van de bestaande oude kastanjes, een eigentijdse versie van een Renaissancetuin met gesnoeide buxushagen en een loofgang van haagbeuk. Het park naast en achter het kasteel is een open en weids wandelpark in landschapsstijl, voorzien van een grote diversiteit aan bijzondere bomen, grotendeels nog geplant in de tijd van L.A. Springer. Aan weerszijden van het voorplein, dat deel uitmaakt van het wandelpark, staan twee kleine torens, die dateren van na de brand in 1549 en die eens de functie van wachttoren en duiventoren hadden.

L.A. Springer. Ontwerp tuin en omgeving Kasteel Helmond. 1921. Noorden links. Coll. Library Wageningen UR.

De tentoonstelling ‘Lucas Gassel: Meester van het landschap’ was gepland van 10 maart t/m 7 juni 2020 in het Museum Kasteel Helmond. Wegens de corona epidemie is dit museum nu gesloten. Of de tentoonstelling nog open gaat voor 7 juni zal afhangen van de nieuwe maatregelen voor musea, afhankelijk van RIVM.

het gestolen schilderij en de kerkjes van Van Gogh

Vincent van Gogh. Lentetuin. Pastorietuin te Nuenen. 1884. Collectie Groninger Museum. Olieverf op papier (op houten paneel geplakt)

Dit unieke schilderij Lentetuin, pastorietuin te Nuenen, in 1884 geschilderd door Vincent van Gogh, is zondag 29 maart 2020 gestolen uit het Singer Museum, waar het deel uitmaakte van de tentoonstelling Spiegel van de ziel. Toorop tot Mondriaan.

(overgenomen van whichmuseum.nl): ‘In deze tentoonstelling staat de private wereld van de 19de-eeuwse Nederlandse kunstenaar centraal. Het gaat hier om schilder- en tekenkunst als persoonlijke uiting. Thema’s als het interieur, het stilleven, de besloten tuin, maar ook de geesteswereld van de kunstenaar komen aan bod. Er is werk te zien van o.a. Jan Toorop, Vincent van Gogh, Willem Witsen en Piet Mondriaan’. 

Dat het (bovenstaande) schilderij van de pastorietuin een persoonlijke uiting is van de kunstenaar Vincent van Gogh is alleen al duidelijk omdat het de tuin betreft van zijn ouders achter de pastorie in Nuenen. In de verte zien we de toren van de Oude Kerk van Nuenen. Dit is niet de Hervormde kerk waar Vincent’s vader dominee was, maar de oorspronkelijk rooms katholieke kerk gebouwd in de tweede helft van de 15de eeuw, die in 1823 werd afgebroken, op de toren na, die in 1885 werd gesloopt, een jaar nadat Vincent Van Gogh het schilderij van de Lentetuin / pastorietuin en de Oude Kerk maakte. Vincent woonde sinds eind 1883 in Nuenen, zodat we mogen aannemen dat hij van de afbraak op de hoogte was geweest en dat hij juist als herinnering deze toren heeft willen verenigen met de achtertuin van de pastorie waar zijn ouders nog niet zo lang woonden. De Ned. Hervormde kerk van zijn vader is bekend van het schilderij ‘het uitgaan van de kerk in Nuenen’ uit 1884-1885.

Links: Hervormde kerk van Nuenen.
Rechts: Het ‘uitgaan van de Hervormde kerk van Nuenen’, geschilderd door Vincent van Gogh, 1884-1885. Collectie Van Gogh Museum
Vincent Van Gogh. Oude Kerk en begraafplaats Nuenen, 1884. Coll. Stiftung Sammlung E.G. Bührle. Dit is de kerk die ook op het schilderij van de lentetuin voorkomt

Caravaggio-Bernini / Barok in RomE. overweldigend

Al de schilderijen van Caravaggio gezien in het Rijksmuseum? Ze zijn stuk voor stuk heel aangrijpend en mooi, maar toch kan ik die Romeinse barokke schilderijen niet helemaal bewonderen. Té protestant ben ik misschien, ik weet het niet. Dit schilderij van Maria Magdalena werd gemaakt door een tijdgenoot van Caravaggio, de Romeinse Artemisia Gentileschi (1593-1652). Het schilderij werd in 2014 hervonden in Frankrijk. Het bekoort mij het meest van alle schilderijen die ik op de tentoonstelling zag, omdat het veel moderner lijkt te zijn dan de andere schilderijen op de tentoonstelling. Dit begrijp ik direct en ik hoef me niet af te vragen welk bijbels verhaal er achter schuilt. Het lijkt van deze tijd. Prachtige kleurstelling. Zie ook het verhaal in Ilja Leonard Pfeijffer’s boek Grand Hotel Europa (2018), hoofdstuk 8, Het Maltezer mysterie.

Artemisia Gentileschi (1593-1652). Maria Magdalena in extase, 1623. Part. Collectie. Foto Wikipedia

Van heel andere orde is het zelfportret van Gian Lorenzo Bernini (hieronder). Hij is de meester van al die prachtige beeldhouwwerken die op dezelfde tentoonstelling zijn te zien en nooit eerder in Amsterdam werden getoond. Een doordringend portret van een man die weet wat hij wil, en dat is op de tentoonstelling te zien.

Gian Lorenzo Bernini (1598-1680), zelfportret. Collectie Museum Prado Madrid. Foto Prado Madrid

De barokke beelden van Gian Lorenzo Bernini (Nápels 1598-Roma 1680) zijn ongekend en overweldigend. Ik kende eigenlijk alleen goed de beelden in kerken en op pleinen in Rome (zoals de fonteinbeelden op de Piazza Navone), maar wat hier aan Nederland getoond wordt is heel bijzonder. Naast de barokke (soms wereldlijke, soms religieuze) kunst in marmer van Bernini zoals zijn Bacchus, zijn Sebastiaan, de buste van Medusa, en portretten van Thomas Baker en kardinaal Richelieu, werkte men in zijn tijd ook mee aan de restauratie van in die tijd opgegraven Romeinse beelden (uit het begin van de jaartelling), zoals de Rondinini-Faun, die door een tijdgenoot van Bernini, de Vlaming Francois du Quesnoy (1597-1643), in opdracht van Alessandro Rondinini werd aangevuld met ledematen, hoofd en boomstronk. Ik ‘verzamel’ heel graag kunstvoorwerpen met muziekvoorwerpen, vandaar deze dansende faun met klankbekkens in zijn handen.

Francois du Quesnoy (1597-1643). Rondinini-faun, ca. 1630-1635, marmer. Foto Walther Schoonenberg
Olifantje als drager van obelisk. Ontwerp olifantje G. L. Bernini. Rome Piazza della Minerva

Een andere opgraving leverde twee obelisken op. (Overgenomen van Wikipedia): “In de tuin van het klooster bij de Santa Maria sopra Minerva vonden enkele monniken in 1665 een Egyptische obelisk…In de eerste eeuw van onze jaartelling was de obelisk, met een pendant uit dezelfde tempel, verscheept naar Rome om de Tempel van Isis en Serapis op te sieren. Na de 17e-eeuwse vondst in de kloostertuin gaf Paus Alexander VII opdracht om de obelisk op het plein voor de kerk te plaatsen. Bernini ontwierp een olifant als sokkel, uitgevoerd door zijn assistent Ercole Ferrata. De combinatie olifant-obelisk kwam voor in het boek Hypnerotomachia Poliphili. Het 12,69 m hoge geheel werd in 1667 voltooid. De andere obelisk uit Saïs bevindt zich in Urbino op de Piazza del Rinascimento.”

De Tentoonstelling Caravaggio-Bernini / Barok in Rome is verrassend, verbluffend, ongekend en overweldigend. Rijksmuseum, 14 februari t/m 7 juni 2020.