Categorie archief: Onderzoek

Buxus of Randpalm ziek? Wat nu?

Is zieke Buxus sempervirens of Randpalm vervangbaar?

125900-004-63c3d81bBuxus hierboven als randplant en structuurmaker. Foto Brittanica.com

Buxus sempervirens of Randpalm kennen we als plant die bloemperken afscheidt van gras of paden. De plant is heldergroen, wordt niet te hoog en  geeft een hele duidelijke vorm en structuur aan bloembedden, zoals in het plaatje hierboven aan bedden met lavendel en Santolina (?) en geknipte boompjes.

Helaas heerst er tegenwoordig een schimmelziekte in de Buxus (te herkennen aan bruin blad en zwarte takjes). Deze buxus-ziekte verspreidt zich snel door Nederland en daarbuiten. Het wordt dus tijd dat we serieus over een duurzame vervanger (in plant of ander materiaal) gaan nadenken. Intussen hebben Het Loo, Kasteel Assumburg en Huis Verwolde gekozen voor Ilex crenata (Japanse Hulst). Wij proberen nu samen met GLK (Gelders Landschap & Kastelen) een oplossing voor de tuin van Kasteel Staverden aan te dragen.

Die vervangende plant zal zoveel mogelijk op de Buxus sempervirens moeten lijken en/of haar eigenschap van afperking en structuurmaker zoveel mogelijk moeten kunnen imiteren. Er zijn twee mogelijkheden waar we aan denken. Of we zoeken naar planten die zich schikken in randen of we zoeken naar historische niet-plantaardige materialen die geschikt zijn voor afperking en de structuur van bloembedden accentueren.

Ook in historische tijden werden in plaats van buxus al andere planten gebruikt, bijvoorbeeld tijm, lavendel en  kleine anjertjes.  Als structuurbepalende materialen gebruikte men aan de buitenzijde van bloembedden en als afscheiding van paden ook op hun kant geplaatste houten planken, die deels in de grond werden ingegraven èn klinkers die op vele manieren geplaatst konden worden, bijvoorbeeld op hun korte of lange kant geplaatst in de aarde, plat liggend op de aarde (in de lengte of in de breedte langs pad of bed), en diagonaal op hun korte kant geplaatst in de aarde.

Bij vervanging speelt anno 2016 ook het dure onderhoud (knippen van de Ilex en onkruidvrij houden van de grond waarin de Ilex wordt geplant) een rol omdat het onderhoud niet meer aftrekbaar is. Het lijkt dus goedkoper om over te stappen op materialen van steen of hout of staal. Maar in dat geval zal het beeld van veel tuinen toch sterk gaan veranderen en steeds meer verloren gaan.

Van alle mogelijkheden zijn wat voorbeelden bijeengezocht:

A. een groepje met andere randplantjes (Ilex crenata, Santolina, Lavendel).

B. een groepje met bakstenen structuurmakers.

A.

7-3-paleis-looTuinbaas Willem Zieleman plant Ilex crenate in de tuin van Paleis Het Loo

Dwarf germander, barberry & santolina Knot garden detail from the herb garden parterre, creating visual effect with patterns of planting design

 

santolinaborder

 

opsluitband-6x30x100-cm-zwart_3_l

 

images-3

B.

rock_edging

 

borders-for-flower-beds

 

images-1

 

lawn-flower-beds-edging-design-ideas-stone-edge-circle-diy

 

flower-bed-edging-with-brick

 

images

 

images-2

 

Beetsterzwaag, een parklandschap met bossen, boeren en adelshuizen

Statig Beetsterzwaag: parklandschap rond een Fries dorp

untitled

een nieuw boek dat 9 oktober a.s. verschijnt bij uitgeverij Matrijs in Utrecht. Het gaat over de geschiedenis van het landschap, de landgoederen, de grootgrondbezitters en het parklandschap van Beetsterzwaag en Olterterp, geschreven door Ronald van Immerseel en Peter Verhoeff.

Weet u wat het woord ‘zwaag’ eigenlijk betekent? Veeweide dus.

Het boek telt vijf hoofdstukken:

  • Ontstaan van het landschap
  • Opkomst van de landgoederen 1600-1800
  • een adelsdorp met grootgrondbezitters 1800-1875
  • Parklandschap Beetsterzwaag en Olterterp vanaf 1875
  • Beetsterzwaag en Olterterp: de ‘Parel van Opsterland’

    Het eerste hoofdstuk gaat uitvoerig in op de vroegste bewoners tijdens de ijstijden, de ontginningen en verkavelingspatronen in het gebied en de aanleg van wegen, reden, paden, waterwegen en vaarten.

    De geschiedenis van de landgoederen begint bij Martinus Fockens, grietman van Opsterland, die in 1616 zijn buitenplaats Fockens of Fockansstate stichtte. Ook Walrich is een vroeg-17de-eeuwse buitenplaats. Beetsterzwaag zelf is in de 17de en 18de eeuw vooral een boerendorp, met naast de ‘kleine’ boeren enkele welgestelde inwoners zoals de families Fockens en Van Teyens.

    images
    Fockensstate

    Rond 1800 veranderde de situatie en werd Beetsterzwaag een welvarend dorp met fraaie buitenplaatsen. Hier hoorde ook de aanleg van ‘moderne’ parken en tuinen bij. Ook de adel ontdekte Beetsterzwaag toen … “in 1778 de Gelderse edelman Rijnhard baron van Lynden trouwde met Ypkjen Hillegonda van Boelens, die stamde uit een voorname burgerlijke familie. Geslachten als Van Harinxma thoe Slooten en Lycklama à Nijeholt kwamen door huwelijken met nazaten van het echtpaar Van Lynden-van Boelens in Beetsterzwaag terecht.” De buitenplaatsen Slot Boelens in Olterterp (inclusief de bosbouw) en Lauswolt komen in dit derde hoofdstuk uitgebreid ter sprake, naast het laat-opkomend toerisme.

    historie
    Lauswolt

     

    In het hoofdstuk ‘Parklandschap en Olterterp vanaf 1875’ komen  de vele veranderingen aanbod die de Beetsterzwaagster buitenplaatsen en landgoederen ondergingen: het kappen van bomen t.b.v. uitbreidingen en nieuwe bestemmingen etc., ook  nieuwe siertuinen.

    overtuin_lyndensteyn_beetsterzwaag
    Overtuin Lyndenstein

     

    In de ‘Parels van Opsterland’ wordt gesteld dat  er opvallend veel van de landschappelijke structuren bewaard is gebleven. Ook de sterke structuur van het landschap met zijn langgerekte kavels was hierbij van belang. Maar natuurlijk is ook veel verdwenen of onzichtbaar geworden. Hoopvol is “dat het bijzondere karakter en de maatschappelijke waarde van de landgoederen en het contact tussen landgoedeigenaren en de samenleving steeds vanzelfsprekender wordt, waardoor over en weer meer begrip ontstaat.”

    Een waardevol boek dat voor Beetsterzwaag weer nieuwe kansen biedt.

    Zie ook de cascade-weglog van 26 september 2016

Theodorus Beckeringh en de borgenkaart. Groninger Museum t/m 23 oktober

Mr. Theodorus Bekering (1712-1790, jurist en amateur cartograaf), was de samensteller van de Kaart of Land Tafereel der Provincie van Groningen en Ommelanden, voor het eerst uitgegeven in 1781.

Portret-Beckeringh

 Jan Abel Wassenbergh (1689 – 1750). Theodorus Beckeringh. Olieverf op doek, 1735. Part. Coll. Foto: Groninger Museum (John Stoel)

De kaart staat bekend als de borgenkaart van Beckeringh. In de rand van de kaart staan een groot aantal borgen afgebeeld, waarvan de ligging op de kaart zelf is aangegeven.

KBN020020416, 6/29/11, 9:54 AM, 8C, 7990x10385 (0+92), 100%, JUNI 2011 PPRO, 1/120 s, R44.1, G14.0, B13.8Detail van de borgenkaart van Theodorus Beckeringh

Het Groninger Museum besteedt nu (t/m 23 oktober 2016) extra aandacht aan deze kaart. Deze tentoonstelling gaat gepaard met een publicatie (vandaag 1 juli 2016 gepubliceerd) waarin de hele totstandkoming van de kaart met voorstudies (vanaf 1767) uit de doeken wordt gedaan.

Titel: De Atlas van Beckeringh: het Groninger landschap in de 18de eeuw, onder redactie van Martin Hillenga, Reinder Reinders en Auke van der Woud. Groningen/Zwolle, 2016. Introductieprijs € 39,95; na 25 september € 49,95.

De borgen die heden ten dage nog bestaan en op de kaart zijn afgebeeld, zijn de Rensumaborg in Uithuizermeeden, de Menkemaborg in Uithuizen,  de Fraeylemaborg in Slochteren en de Borg Verhildersum in Leens.

Zie ook Groninger Museum.

Dom Hans van der Laan. Tomelilla / Caroline Voet

Donderdag 30 juni 2016 , wordt een nieuw boek over het werk van Dom Hans van der Laan gepresenteerd:

Caroline Voet. Dom Hans van der Laan, Tomelilla: architectuurtheorie in de praktijk uiteengelegd. Amsterdam (Architectura & Natura), 2016.

Prijs € 59,50

63577_1

(overgenomen van de website van uitgeverij Architectura & Natura):

Dit boek geeft een nauwkeurige beschrijving van Mariavall, een Benedictijner abdij in Tomelilla, Zweden, ontworpen door de monnik, architect en theoreticus Dom Hans van der Laan.

De auteur onderzoekt het gebouw, ontrafelt het ontwerpproces in een gedetailleerde analyse, met beelden die niet eerder zijn gepubliceerd.

De wereldwijd geprezen architectuurtheorie over de architectonische ruimte, welke in vele talen is vertaald, is in deze studie gekoppeld aan het ontwerpproces van het klooster.

In samenwerking met de Van der Laan Stichting (9789461400000 also available in English).

And the winner is…uitslag René Pechère Prijs

DE LITERAIRE RENE PECHERE PRIJS IS GEËINDIGD MET TWEE WINNAARS (ex aequo):

Rene Pechereprijs uitreiking

Anne Mieke Backer (midden) en Mariette Kamphuis (rechts) krijgen de prijs (lauriertak in groen brons) uitgereikt (25 juni 2016)

De titels zijn:

Cover-web-Copijn

Copijn (1763-2013) Tweehonderdvijftig jaar tuinlieden, boomkwekers, boomverzorgers, tuin- en landschapsarchitecten. Auteur Mariette Kamphuis. Rotterdam, Uitgeverij De Hef, 2015

en

9789462081505_dijken_van_nederland_lola_landscape_architects_500

Dijken van Nederland. Auteurs Eric-Jan Pleijster en Cees van der Veeken (LOLA Landscape Architects). Rotterdam, Uitgeverij nai010, 2014, herdruk 2015.

Oldenburger Binnenstad en Buitenleven feliciteert de auteurs Mariette Kamphuis, Eric-Jan Pleijster en Cees van der Veeken en hun uitgevers De Hef en nai010 met dit prachtige resultaat.

Wij zijn verheugd dat we aan het eerste boek over het geslacht Copijn ook ons steentje hebben mogen bijdragen.

Zie ook ons bericht van 22 juni.

Bibliografie VNK 2016 gepubliceerd

voorkant-bibliografie-300x212De Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici (VNK) heeft haar Bibliografie 2016 (over 2011-2015) gepubliceerd.  klik hier.

In de bibliografie zijn publicaties te vinden over architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening, tuin- en landschaparchitectuur, monumentenzorg en bouwhistorie door de eeuwen heen. Ook Cascade Bulletin heeft als naslagwerk gediend.
Heleen Kooijman heeft de VNK Bibliografie van 2016 samengesteld. Deze VNK-bibliografie laat de productiviteit zien van Nederlandse kunsthistorici (2011-2015) die werken met architectuur, stedenbouw en ruimtelijk ordening, tuin- en landschapsarchitectuur, monumentenzorg en bouwhistorie door de eeuwen heen. Gabri van Tussenbroek verzorgde de inleiding voor de bibliografie. Voor de uitreiking van de Karel van Manderprijs in november 2016 wordt de bibliografie als eerste leidraad gebruikt.

Boek Copijn op shortlist René Pechère-prijs.

Copijn (1763-2013) Tweehonderdvijftig jaar tuinlieden, boomkwekers, boomverzorgers, tuin- en landschapsarchitecten. Auteur Mariette Kamphuis. Rotterdam, Uitgeverij De Hef, 2015.

Aan dit boek verleenden ook wij onze medewerking (plantenadviezen en redactionele adviezen).

Unknown-1

Dit boek is genomineerd voor de prestigieuze René Pechèreprijs, een internationale jaarlijkse prijs voor het beste boek (Frans- of Nederlandstalig) op gebied van tuin- en landschapsarchitectuur. Aanvankelijk stonden 32 boeken op de longlist, nu op de shortlist nog 5!! Zaterdag 25 juni prijsuitreiking in Brussel.

Overige genomineerden zijn:

  • Dijken van Nederland (naiOIO) / Eric-Jan Pleijster en Cees van der Veeken (LOLA Landscape Architects).
  • Leren Kijken (Blauwdruk) / Meto J. Vroom.
  • Duurzame landschapsarchitectuur (Blauwdruk) / NVTL-commissie Vakontwikkeling (red.).
  • Kasteeldomeinen in de Zuidelijke Westhoek [West-Vlaanderen].(Lannoo) / Steven Heyde.

Uitslag op ons Bericht van 26 juni. Zie daar.

Monitoring Groen Erfgoed

Unknown

(overgenomen uit Erfgoedstem, dd. 9 juni 2016):

Onderzoek naar staat en onderhoud van groen erfgoed
6 juni 2016

Binnenkort ontvangen eigenaren van 210 rijksmonumenten met een beschermde groenaanleg een verzoek om mee te werken aan onderzoek naar het onderhoud van hun groene erfgoed. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hoopt hiermee inzicht te krijgen in de staat en de instandhoudingsbehoefte van deze categorie rijksmonumenten.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Alterra (onderdeel van Wageningen Universiteit & Researchcentrum) en Debie & Verkuijl tuin- en landschapsarchitectuur. De 210 rijksmonumenten zijn geselecteerd op basis van een steekproef.
In Nederland zijn circa 1.400 rijksmonumenten met een wettelijk beschermde groenaanleg. Dit zijn bijvoorbeeld tuinen, parken, plantsoenen, begraafplaatsen en erven. Deze monumenten vertellen het verhaal over onze geschiedenis en cultuur. Het is belangrijk om dit te koesteren.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed monitort daarom al sinds enkele jaren de staat van gebouwde monumenten. Nu wordt deze dus ook voor de beschermde groenaanleg daaromheen in kaart gebracht. Door de instandhoudingsbehoefte van dit groene erfgoed te monitoren, ontstaat er een beeld van de werkzaamheden die nodig zijn om het in redelijke staat van onderhoud te houden. Dit kan een uitgangspunt zijn voor bijvoorbeeld beleidskeuzes of de ontwikkeling van nieuwe kennis.

Onderzoek bestaat uit een visuele opname ter plaatse
Het onderzoek naar de staat en instandhoudingsbehoefte van het monument bestaat uit een visuele opname van de groenaanleg ter plaatse. De onderzoekers inventariseren en beoordelen de diverse elementen, zoals gazons, vijvers en beplanting, en leggen deze vast op beeld. De gegevens worden geanonimiseerd en op hoofdlijnen in een onderzoeksrapport verwerkt. Het onderzoek ter plaatse gebeurt in overleg met en na toestemming van de eigenaar. Het gaat uitsluitend om toegang tot het terrein, eigenaren hoeven geen vragenlijst in te vullen.

Hydrangea of Hortensia?

WISSELTENTOONSTELLING
Boomkwekerijmuseum Boskoop. 27 mei tot en met 1 oktober 2016.
 Tentoonstelling Japan – Von Siebold – Hydrangea: het recept voor een rijk Hortensia geslacht.

Het Boomkwekerij-museum stelt zich tot doel om jaarlijks naast de permanente expositie een of meerdere wisseltentoonstellingen te organiseren over onderwerpen die te maken hebben met de boomkwekerij in Nederland, de geschiedenis van Boskoop of onderwerpen over kunst en cultuur in de breedste zin van het woord. Hierbij werkt het museum samen met de boomkwekerijbedrijven, de Historische Vereniging Boskoop, de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen en kunst en cultuurinstellingen.

 

Het pryeel van Zeeland

238_354_6000_9789087045920.pcovr.vdBroekeMartin van den Broeke. ‘Het Pryeel van Zeeland’: Buitenplaatsen op Walcheren 1600-1820. Hilversum, 2016. Prijs € 49,=.

(overgenomen van de website van Uitgeverij Verloren): Buitenplaatsen bepaalden vroeger in sterke mate het landschap van Walcheren. Wat bewoog stedelingen in de zeventiende en achttiende eeuw om een deel van het jaar buiten de stad te gaan wonen? Een belangrijke reden was vermaak, maar welke rol speelde het economische aspect? En hoe toonden eigenaren van buitenplaatsen hun aanzien, macht en smaak? Martin van den Broeke laat zien dat al deze factoren in wisselende mate een rol speelden in het buitenleven en hoe dit door de eeuwen heen veranderde. Van den Broeke onderscheidt drie zones rond de steden waar verschillende typen buitenhuizen voorkomen. Nooit eerder zijn buitenplaatsen zo uitgebreid in hun landschappelijke en sociale omgeving beschreven. Dit boek geeft een rijk geschakeerd beeld van twee eeuwen buitenplaatscultuur in het ‘pryeel van Zeeland’, waarvan we de sporen nog zien in het landschap, in de archieven en op talrijke fraaie illustraties.

Verschijning na 30 juni, de dag dat Martin van den Broeke promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.