Categoriearchief: Architectuur

MOOI GROEN 2019 GEWENST DOOR BUREAU BINNENSTAD & BUITENLEVEN / OLDENBURGERS.NL

BINNENSTAD & BUITENLEVEN VERHUIST

15 januari verhuist ons bureau met Juliet Oldenburger mee naar het Aalsmeerder Veerhuis, Sloterkade 21 te Amsterdam.

De Sloterkade vormde tot 1921 de grens tussen het oude dorp Sloten en de stad Amsterdam. Voor nadere adresgegevens en een huidige foto van het kantoorpand, zie de pagina Contact.

Tussen ongeveer 1515 en 1908 lag voor de deur van het Aalsmeerder Veerhuis (1634) de overtoom (overhaal) – van 1908 tot 1842 schutsluis – tussen de Hollandse waterschappen Amstelland en Rijnland. De open vaarverbinding tussen de rivier de Schinkel (tussen de Nieuwe Meer en de Overtoomse sluis) en de Kostverloren Vaart was op last van het provinciebestuur (de stad Haarlem) afgedamd omdat dit een sluipweg was geworden om de tolheffing aan het Spaarne in Haarlem te ontduiken.  Wel mocht over die dam een sleepshelling of overtoom worden aangelegd voor kleine platte schuiten, waarvan de maten nauwkeurig waren vastgesteld. Op de gevelsteen boven de deur van het Aalsmeerder Veerhuis zijn behalve deze scheepjes ook het veerhuis afgebeeld – waar men kennelijk zijn dorst kon lessen, terwijl de schuiten over de sleephelling werden getrokken. Op de puibalk daaronder zien we  een os, die verwijst naar de naam van de herberg: de Bonte Os.
Tevens vertrok voor het huis de trekschuit tussen Amsterdam en Aalsmeer, van waar men verder kon reizen naar Leiden en Rotterdam.

DE NERING IS HIER GOET GODT LOF – MEN DRAECHT HET BIER HIER OP EN OF. Op de puilijst onder de gevelsteen staat een afbeelding van ‘de Bonte Os’ – de historische naam van de hier gevestigde herberg.

Als herinnering aan het toeziend oog van Haarlem op het overhalen van schepen van de juiste afmetingen toont het schilddragende leeuwtje op de geveltop van het veerhuis het wapenbord van de stad Haarlem.

Het wapen van Haarlem op de top van de gevel  van het Aalsmeerder Veerhuis

Verder zien we op de historische foto (boven) nog dat in het pand omstreeks 1910-1915 de aardappelen- en groentenhandel van W.A. Schevenhoven was gevestigd. Een grote stapel zakken met aardappelen ligt tussen de twee linker souterrainvensters. Links van het huis was een steegje (nu een gesloten poortje) naar de ‘biertuin’. Voor het huis stond een linde. Tegenwoordig staan langs de Sloterkade, tussen de Andreas Schelfhoutstraat en de Surinamestraat een aantal iepen met de naam Ulmus ‘Amsterdam’. Links van het Aalsmeerder Veerhuis staat een  Ulmus ‘Dodoens’, rechts ook een Ulmus ‘Amsterdam’. Deze laatste iepenvariëteit werd in de jaren ’80 van de vorige eeuw in de voormalige stadskwekerij vermeerderd als mogelijke opvolger van de Hollandse iep (Ulmus hollandica ‘Belgica’), maar bleek toch niet zo resistent tegen iepziekte.

Ook stonden voor het huis één grote en twee kleinere meerpalen, om de schepen te laten afmeren en de herberg vanaf het water te bevoorraden.  Op de foto anno NU (op de Contactpagina) is te zien dat het pand sinds de restauratie van 1965 weer zijn oorspronkelijke indeling heeft teruggekregen.

Het veerhuis is sinds 1921 in eigendom van de Vereniging Hendrick de Keyser. In het pand zijn verschillende monumenteninstanties gevestigd, waaronder de stichting Diogenes (hoofdhuurder), de stichting Claes Claesz. Hofje, de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, de stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos, de Vriendenkring van de Van der Laan Stichting en de stichting tot Behoud van de Oude kerk.

Ook bureau Binnenstad & Buitenleven gaat hier dus vanaf het nieuwe jaar (2019) beginnen. Heerlijk om in zo’n mooi oud pand te mogen werken.

Schiedam: Van buitenplaats (Bokkenburg) tot R.K. begraafplaats

Hoofdas van de begraafplaats
De R.K. begraafplaats aan de Vlaardingerdijk in Schiedam is van oorsprong een kleine buitenplaats, genaamd Bokkenburg.
Ons bureau deed in 2016 onderzoek naar de geschiedenis en ontwikkeling van deze begraafplaats, gevolgd door een restauratieplan in 2017 (nu grotendeels uitgevoerd) en een beheerplan waar op dit moment aan wordt gewerkt. 
Graag verwijzen we de lezers allereerst via een link naar het rapport  en naar het ontwerp.
* Carla en Juliet Oldenburger/Binnenstad en Buitenleven, Van buitenplaats Bokkenburg in de Nieuwlandse Polder tot RK begraafplaats, Amsterdam, 2016.
* Ontwerp Restauratieplan R.K. begraafplaats Schiedam, 2017 hieronder:
Restauratieplan R.K. begraafplaats Schiedam (Juliet Oldenburger, 2017)
We troffen de begraafplaats in grote verwaarlozing aan.  De eerste opgave was op zoek te gaan naar het oorspronkelijk ontwerp van de plaats, zowel op papier als in het veld: hoofdstructuur van de paden,  verharding van de paden, boombeplanting langs het water, functie van de bouwwerken (de kapel, het doodgravershuis, de sacristie en het lijkenhuisje staan op de monumentenlijst), leeftijd van de bomen, ontwerpers en kunstenaars van kapel, hekwerken en beelden (o.a. van de H. Filomena). 
Tenslotte was een belangrijke vraag in verband met het beheerplan, welke bomen (‘opschot’) wel of niet van de graven te verwijderen en hoever in te grijpen in de natuurlijke begroeiing langs het water.
Opschot van bomen op graven deels verwijderen
Achter de kapel liggen de graven ‘1ste klasse’

Willink, Kasteel Ruurlo en beelden in de tuin van het Rijksmuseum

Na het vorige bericht over Kasteel Ruurlo en het ontwerp van J.D. Zocher en zijn zoon Louis voor het voorplein van dit kasteel, nu een bericht over een van de schilderijen uit de collectie Carel Willink, die hangen in dit kasteel en de relatie met de tuin van het Rijksmuseum. Carel Willink.  Landschap met zeven beelden, 1941. Coll. Museum More in Kasteel Ruurlo.

De tuinbeelden op het schilderij heeft hij volgens de bezoekersgids van het museum (geen vermelding van auteur) eerst gefotografeerd in  de tuin van het Neues Palast te Potsdam en in de tuin van het Rijksmuseum. In de verte, iets rechts van het midden zien we (helaas niet al te scherp) de twee torens van de Mozes en Aäronkerk bij het Waterlooplein in Amsterdam. Dat Willink daadwerkelijk enkele tuinbeelden in de Rijksmuseumtuin fotografeerde is bekend omdat zich in de fotocollectie van het Rijksmuseum foto’s en voorstudies van hem bevinden, zoals foto’s van Flora en Hercules. Volgens Frank van der Ploeg, de auteur van het boekje Kasteel Ruurlo/Huis voor Willink (Ruurlo, 2017), vervangen de beelden in Willink’s werk de levende mens. Willink zelf noemde dit schilderij een van zijn beste werken.  Het schilderij stamt uit 1941, vandaar misschien de dreiging die er van uitgaat.

Het eerste beeld links op het schilderij stelt voor ‘Hercules vechtend met Kakus’ , een beeld van J.P. von Baurscheit (op foto beneden het rechter beeld in de tuin). Verder zijn beelden van Venus of Flora (eerste rechts op het schilderij) en Hercules (tweede rechts) te onderscheiden.

Twee beelden in de rijksmuseumtuin. Links Hercules, rechts Hercules vechtend met Kakus.

Beeld van Melpomene in de tuin van het Rijksmuseum, toegeschreven aan de beeldhouwer Rombout Verhulst

Tuin Rijksmuseum in zomerpracht met centraal een beeld van Joan Miro

Tuin van Rijksmuseum met beelden van Jean Dubuffet

Ieder jaar is er aandacht voor een beeldhouwer in de museumtuin, zoals er waren tentoonstellingen met beelden van Henry Moore, Jean Dubuffet, Alexander Calder, Joan Miro,  Giuseppe Penone en als laatste (2018) Eduardo Chilida.

Het plan voor 2019 ken ik nog niet. Maar het zal ongetwijfeld weer de moeite waard zijn. En u weet nu, ga vooral ook eens naar de oude beelden kijken en maak een mooie foto zoals ook Willink deed als voorstudie voor zijn schilderijen.

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen.

Met veel plezier deden we redactiewerk voor de publicatie van Bureau Verbeek (Maastricht)  in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, getiteld: Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen.  

Zie: http://publicaties.minienm.nl/documenten/handreiking-kijk-op-de-ruimtelijke-kwaliteit-van-kanalen-handreiking-bij-het-herkennen-van-de-ruimtelijke-kwaliteiten-en-de-inpassingsopgaven-van-kanalen

 

M. Blaas, J. Verbeek, R. Zwiers ; Bureau Verbeek. Redactiewerk Juliet en Carla Oldenburger. Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen: Handreiking bij het herkennen van de kernkwaliteiten en de inpassingsopgaven van kanalen. Rapport Ministerie I. en W, 2018. 169 p.

KLEUR IN DE KERK

De Oude Kerk Amsterdam in rood licht

Doopkapel Oude kerk in rood licht (foto: CSOE 11 sept. 2018)

Zoals op deze website te lezen is houdt ons bureau zich sinds enige tijd bezig met kleur in de architectuur (zie de pagina KLEUR). Alhoewel deze specialisatie  voornamelijk op het kleuren van gevels slaat, werd ons afgelopen tijd duidelijk dat je ook op andere manieren met ‘kleur en architectuur’ kunt omgaan.

De ramen van de Oude Kerk (de oudste kerk van Amsterdam) kleuren de gehele kerk thans rood en donker, een zo vervreemdend effect dat ik na vijf minuten al over een drempel struikelde en languit in de kerk lag. Dit kunstwerk is te danken aan de kunstenaar Giorgio Andreotta Calo. Volgens hem staat dit lichtkunstwerk voor de transformatie van een Rooms Katholieke kerk (periode 1306-1578) naar een Protestantse kerk (1578-heden), ofwel vertaald in kleurensymboliek van Calo, van rood naar blauw-grijs. Het zou refereren  naar de afwezigheid van beelden en is een directe verwijzing naar de Beeldenstorm die hier plaats vond.

Als herinnering aan de huidige tentoonstelling wil Stichting de Oude Kerk de ruimte waar onder het gotische baldakijn ooit een Heilig graf stond blijvend rood kleuren, door in het venster rood glas te plaatsen, met de bedoeling deze grafkapel op eigentijdse wijze de betekenis terug te geven die door de beeldenstorm verloren is gegaan.

Maar klopt dit wel? Wat was dit nu voor graf? En past het rode licht daar eigenlijk wel bij? Juliet bestudeerde de geschiedenis van deze kapel en de kleuren die daarbij van belang zijn. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in Binnenstad 287-288 (gebeurd).

Noordzijde van de Oude Kerk Amsterdam. De buitenzijde van de ‘Heilig Grafkapel’ in de steiger, ter voorbereiding van de plaatsing van het rode raam (foto: CSOE 11 sept. 2018).

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Wat een aparte Monumentendag 2018.

MONUMENTENDAG 2018 IN RHENEN

Samengesteld balkenplafond in de trouwzaal van het Oude Raadhuis te Rhenen, het nieuwe stadsmuseum

Mijn Monumentendag 2018 was heel verrassend. Natuurlijk was ik al veel vaker in Rhenen op Monumentendag door de stad gelopen. Bekend is dat de Delftse School het goed doet in onze stad, omdat Rhenen tot twee maal toe verwoest en herbouwd is als gevolg van de Tweede Wereldoorlog.

Maar vandaag stond in Rhenen niet de Delftse School centraal maar het nieuwe Stadsmuseum (in het Oude Raadhuis, gisteren voor een deel officieel geopend) en de tentoonstelling van de kaartencollectie van Henk Deys. Zeer de moeite waard. Prachtige Catalogus. Rhenen op de Kaart: De kaartencollectie van Henk Deys. (Publicatie bij de eerste tentoonstelling in het nieuwe Stadsmuseum Rhenen, 2018, 35 p.).

Opmerkelijk vond ik ook de plafondschildering in het Oude stadhuis, die is aangebracht op basis van vondsten tijdens de restauratie in 1967. Gestileerde ranken en bloemen in groen, oranjerood en oker doen in eerste instantie vermoeden dat we te maken hebben met een plafond uit de renaissance, maar men houdt het op een oorspronkelijk 19de eeuwse plafond in renaissance trant (zie eerste foto).

Naast het oude Raadhuis is een tuintje gelegen dat men via een poortje betreedt. Helaas is ook hier  de buxus volledig aangetast door de buxus-mot (Buxus-rups). Niets aan te doen als het zover is als in deze tuin. Advies: alles eruit en  (zoals in de tuinen van Het Loo) alles herplanten met Ilex crenata.

Tuinpoort naast Oude Raadhuis Rhenen, met sluitstuk mogelijk van het Koningshuis

Tuin bij Oude stadhuis Rhenen, aangetast door Buxus-rups

In tegenstelling tot de bouwfragmenten, die vandaag ‘onthuld’ zijn vóór het appartementencomplex Het Koningshuis, is het bouwfragment boven dit tuinpoortje hoogstwaarschijnlijk wèl afkomstig van het voormalige paleis van Frederik V van de Palts.

De fragmenten (twee voluten en twee wapenleeuwtjes) in het monument bij Het Koningshuis blijken bij nader inzien niet afkomstig te zijn van Het Koningshuis, maar waarschijnlijker van de Westpoort, die overigens vlakbij het Koningshuis stond. Zie de laatste tekening (detail) van Andreas Schelfhout (hieronder).

Andreas Schelfhout. De Westpoort te Rhenen. Ca. 1820. Collectie RKD. Detail. Twee voluten en twee leeuwtjes  als decoratie van de westpoort en  nu deel uitmakend van een monument vóór het aooartementencomplex Het Koningshuis

Storkfabriek en Tuindorp ’t Lansink

KRANTENBERICHT  vandaag:
De Storkfabriek Hengelo is 150 jaar geleden opgericht door de Gebroeders Stork.
Tuindorp ’t Lansink werd later (1911-1916) voor het personeel gebouwd.
In 1968 bezocht Prins Bernhard de Storkfabriek
Tuindorp ’t Lansink is het eerste in Nederland uitgevoerde tuindorp en was vooral bestemd voor personeel van de Storkfabriek. Het moest een gevarieerde bewoning krijgen; niet alleen met arbeiders maar ook met administratief en leidinggevend personeel. Opdrachtgever was de in 1867 opgerichte Hengelose Bouwvereniging, die eigendom was van de gebroeders Stork.
Het plan werd in twee fasen ontwikkeld, in 1911 en in 1916. Het stedebouwkundige ontwerp was van de architect Karel Muller; de tuinarchitect P.H. Wattez ontwierp de landschappelijke inrichting. Het tweede deel werd in 1916 ontworpen door de tuinarchitect L.A. Springer. Karel Muller kreeg ook de opdracht om een reeks van verschillende woningtypen te ontwerpen met voldoende variatie in omvang, plattegrond en aanzicht.
Verschillende woningtypen. Ontwerp Karel Muller
Tuindorp ’t Lansink biedt een dorpsachtige en schilderachtige aanblik met in het midden een dorpsplein, het C.T. Storkplein. Rondom dit plein werden winkels en een hotel geprojecteerd. De dorpsachtige kleinschaligheid en het landelijke karakter van het tuindorp werden ideaal geacht voor de verheffing van de mens in het algemeen en die van de arbeider in het bijzonder. Dit te meer daar de werknemers van Stork veelal rechtstreeks van het platteland afkomstig waren. Tegelijkertijd kon door de geconcentreerde, dorpsachtige bebouwing voor een hoge bebouwingsdichtheid worden gezorgd, zodat de huren betaalbaar bleven.
Tuindorp ’t Lansink dorpsvijver
De smalle wegen lopen in flauwe bochten, zodat nergens lange eentonige straten zijn ontstaan. Het groen langs de straten wordt vooral verzorgd door de voortuinen bij de huizen. De huizen met hun tuinen zijn langs de buitenranden van de bouwpercelen gesitueerd en het relatief weinige openbare groen bevindt zich dan ook op de binnenterreinen met gazons, enkele solitaire bomen en heesters. Doordat er tussen de rijen huizen openingen zijn gelaten, spelen deze echter visueel toch een rol in het straatbeeld. Op kruispunten van wegen steken de woningen met hun witte kleur en hun torenachtige uitbouwtjes fraai af tegen het groen. De dorpsvijver met zwembad geeft een extra dimensie.

Historische foto dorpsvijver en zwembad.

Bron: Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur / Carla Oldenburger-Ebbers, Annemieke Backer en Eric Blok. Rotterdam, 1996.

Historische Luchtfoto’s

(overgenomen van een artikel op LinkedIn):

Duizenden historische luchtfoto’s van Nederland vrijgegeven

De foto’s moeten volgens het NIMH  een “completer overzicht geven van hoe Nederland er in de jaren twintig en dertig van boven uitzag”.

Het NIMH stelde vorig jaar ook al duizend foto’s beschikbaar.          De beelden zijn afkomstig van de Luchtvaartafdeeling, die de voorganger was van de Koninklijke Luchtmacht. Veel foto’s werden gemaakt tijdens militaire oefeningen of werden gebruikt om landkaarten te maken.

Van 166 foto’s is niet bekend waar ze zijn gemaakt. Het NIMH roept mensen op om te reageren en de locatie door te geven als ze hun huis of woonplaats herkennen. De foto’s kunnen onder meer bekeken worden op de beeldbank van het NIMH.

Rozentuin op Spaarberg/Santpoort, ontworpen door L.A. Springer, weer terugbrengen?

Detail plattegrond en plan tuin bij koetshuis van buitenplaats Spaarberg te Santpoort. Speciale Collecties, Library Wageningen Universiteit & Research. 1909. Noorden Linksonder.

Foto Rozentuin Spaarnberg, ca. 1910.  Speciale Collecties, Library Wageningen Universiteit & Research. 1909

Foto Rozentuin Spaarnberg, ca. 1910

Het koetshuis en omliggend terrein van de buitenplaats Spaarberg zijn verkocht. De nieuwe eigenaar heeft mooie plannen voor de verbouw en uitbreiding van het huis en het restaureren van de tuin (rijksmonument). In 1909 ontwierp Leonard Springer hier een rozentuin en hij verlegde de paden. Dit terrein is thans geheel met opschot overwoekerd en niet meer herkenbaar als tuin. De tuin ligt (zie detail van Springers plan hiervoor) in een slinger van een waterpartij, die ontworpen werd door J. D. Zocher jr vanaf 1835. Het plan is nog niet goedgekeurd, maar het onderzoek werd al wel door ons bureau gedaan en het advies gegeven.  We wachten met spanning af.

Huis en tuin Raden Saleh in Jakarta

Portret Raden Saleh, tegenwoordig toegeschreven aan Friedrich Carl Albert Schreuel. Rijksmuseum Amsterdam

Al zoekend op Internet naar een foto van het interneringskamp St. Vincentius in Jakarta, kwam ik een paar mooie foto’s tegen van het landhuis van de kunstschilder, ‘Oosterse prins’ Raden Saleh, o.a. bekend als hofschilder van de Oranjes.

Toen in cultuurhistorische kringen de laatste jaren belangstelling aan de dag werd gelegd voor historische tuinen in Ned. Indië en Indonesia, o.a. door een lezing van Leo den Dulk voor het Tuinhistorisch Genootschap Cascade,  viel mij op dat er nog weinig bekend was over de geschiedenis van buitenplaatsen en paleizen in dit land. Misschien toch eens een uitgebreide studie waard.

Hieronder nu een prachtig plaatje van het landhuis van Raden Saleh in Menteng/Jakarta, tegenwoordig bekend als het ziekenhuis van Cikini. Helaas is er weinig van de tuin over. Ik herinner me van mijn bezoek enkele jaren geleden alleen nog maar geparkeerde auto’s op de plaats van de tuin, maar terugbrengen van deze tuin is natuurlijk altijd nog mogelijk.

Het prachtige huis van Saleh in Menteng, op Java. Litho naar een oorspronkelijke aquarel van J.C. Rappard, ca. 1882-1889. Foto: Hollandse Hoogte / Koninklijk Instituut voor de Tropen


Huis en tuin van het landhuis van Raden Saleh, naar men zegt door hemzelf ontworpen. Gebouwd in 1852 en vanaf 1898 gebruikt als ziekenhuis