Categoriearchief: Architectuur

Kasteel Levendaal en een oude dikke linde

Jl. vrijdag, 28 october, werd het prachtige boek ‘Het groene goud: 50 jaar boomverzorging in Nederland’ uitgereikt, geschreven door Jorn en Lia Copijn en Marina Lamsris.  Zie ons bericht van 7 october 2016.

Ter ere van de boekuitreiking werden die middag in een grote witte tent en onder de beroemde dikke linde van Kasteel Levendaal alle genodigden getrakteerd op een prachtig verhaal van Jorn, gepaard gaande met korte toespraken van anderen en een glaasje en andere heerlijkheden nadien.

img_0993Jorn en Lia Copijn temidden van kinderen en kleinkinderen bij de “1000-jarige” linde op Levendaal

De oude dikke linde langs de Levendaalselaan in Rhenen is zowel voor Jorn en Lia Copijn als voor het vak boomverzorging een belangrijke boom. Hier hebben Jorn en Lia elkaar ontmoet en sloeg de vonk over. De verzorging van deze boom betekende voor hen het begin van de boomverzorgingspraktijk in Nederland.jandebeijer-roc463-levendaal-1745-gma-1215Kasteel Levendaal. Jan de Beijer, 1745. Met in het midden de oude linde op de voorhof?

Op de plaats van het vroegere kasteel Levendaal staat nu een boerderij (Klein Levendaal) met een “1000-jarige” linde op de voormalige voorhof van het kasteel. De funderingen van het oude kasteel Laar (later Levendaal genoemd) bevinden zich in de grond bij de boerderij. Het kasteel is gebouwd kort na 1331 en in 1820 afgebroken. De grachten zijn na 1945 met puin van de linie dichtgegooid.

Voor wandelaars vanuit Rhenen beveel ik de volgende route aan: neem vanaf het station Rhenen de Levendaalseweg, vervolg die door het bos. Aan het eind van de weg door het bos steek je de  Cuneraweg over. Je bent dan op de Levendaalselaan. De boerderij Klein Levendaal is te vinden aan je rechterhand op nummer 6. Je kunt daar fruit kopen en vragen of je de linde mag bewonderen.

En als je toch op de Cuneraweg wandelt, iets zuidelijker langs de weg  lag Kasteel Heimerstein, ook afgebroken en later vervangen door Huize Heimerstein (zie afbeelding hieronder) en nog later weer vervangen door een huis voor mensen met een verstandelijke beperking.  Tegenover het huis in het bos ligt nog de oude ijskelder van Kasteel Heimerstein.

1k0Huize Heimerstein voor Wereldoorlog II

Plan “Soestdijk Buitenplaats van Nederland” door naar Finaleronde

dsc_7221Het team “Soestdijk Buitenplaats van Nederland”

Drie plannen voor een nieuwe bestemming van Soestdijk zijn naar de Finaleronde, te weten “Nationaal Ensemble Soestdijk”, “Eden Soestdijk” en Made by Holland” . Ons bureau maakt als adviseur deel uit van het consortium “Nationaal Ensemble Soestdijk”. We zijn dus zeer verheugd dat we weer een stapje dichterbij de verwezenlijking van “ons plan” zijn gekomen. Zie onze eerdere aankondiging van 2 juni 2016.

Minister Blok heeft gisteren aan de Tweede kamer een brief gestuurd met de boven beschreven uitkomst . Deze drie plannen voldoen alle drie aan de kwalitatieve eisen die gesteld waren door het Rijk, de Provincie Utrecht en de gemeenten Baarn en Soest. In de laatste ronde telt alleen nog het bedrag dat de partijen bieden. Dit bod moet voor 28 april 2017 worden uitgebracht. Wie het beste bod doet mag Soestdijk kopen en starten met zijn plannen.

Zie onderstaand Persbericht van het Consortium “Nationaal Ensemble Soestdijk”.

0001
0002
0003

Buxus of Randpalm ziek? Wat nu?

Is zieke Buxus sempervirens of Randpalm vervangbaar?

125900-004-63c3d81bBuxus hierboven als randplant en structuurmaker. Foto Brittanica.com

Buxus sempervirens of Randpalm kennen we als plant die bloemperken afscheidt van gras of paden. De plant is heldergroen, wordt niet te hoog en  geeft een hele duidelijke vorm en structuur aan bloembedden, zoals in het plaatje hierboven aan bedden met lavendel en Santolina (?) en geknipte boompjes.

Helaas heerst er tegenwoordig een schimmelziekte in de Buxus (te herkennen aan bruin blad en zwarte takjes). Deze buxus-ziekte verspreidt zich snel door Nederland en daarbuiten. Het wordt dus tijd dat we serieus over een duurzame vervanger (in plant of ander materiaal) gaan nadenken. Intussen hebben Het Loo, Kasteel Assumburg en Huis Verwolde gekozen voor Ilex crenata (Japanse Hulst). Wij proberen nu samen met GLK (Gelders Landschap & Kastelen) een oplossing voor de tuin van Kasteel Staverden aan te dragen.

Die vervangende plant zal zoveel mogelijk op de Buxus sempervirens moeten lijken en/of haar eigenschap van afperking en structuurmaker zoveel mogelijk moeten kunnen imiteren. Er zijn twee mogelijkheden waar we aan denken. Of we zoeken naar planten die zich schikken in randen of we zoeken naar historische niet-plantaardige materialen die geschikt zijn voor afperking en de structuur van bloembedden accentueren.

Ook in historische tijden werden in plaats van buxus al andere planten gebruikt, bijvoorbeeld tijm, lavendel en  kleine anjertjes.  Als structuurbepalende materialen gebruikte men aan de buitenzijde van bloembedden en als afscheiding van paden ook op hun kant geplaatste houten planken, die deels in de grond werden ingegraven èn klinkers die op vele manieren geplaatst konden worden, bijvoorbeeld op hun korte of lange kant geplaatst in de aarde, plat liggend op de aarde (in de lengte of in de breedte langs pad of bed), en diagonaal op hun korte kant geplaatst in de aarde.

Bij vervanging speelt anno 2016 ook het dure onderhoud (knippen van de Ilex en onkruidvrij houden van de grond waarin de Ilex wordt geplant) een rol omdat het onderhoud niet meer aftrekbaar is. Het lijkt dus goedkoper om over te stappen op materialen van steen of hout of staal. Maar in dat geval zal het beeld van veel tuinen toch sterk gaan veranderen en steeds meer verloren gaan.

Van alle mogelijkheden zijn wat voorbeelden bijeengezocht:

A. een groepje met andere randplantjes (Ilex crenata, Santolina, Lavendel).

B. een groepje met bakstenen structuurmakers.

A.

7-3-paleis-looTuinbaas Willem Zieleman plant Ilex crenate in de tuin van Paleis Het Loo

Dwarf germander, barberry & santolina Knot garden detail from the herb garden parterre, creating visual effect with patterns of planting design

 

santolinaborder

 

opsluitband-6x30x100-cm-zwart_3_l

 

images-3

B.

rock_edging

 

borders-for-flower-beds

 

images-1

 

lawn-flower-beds-edging-design-ideas-stone-edge-circle-diy

 

flower-bed-edging-with-brick

 

images

 

images-2

 

Ithaka Prijs bekend

(deels overgenomen van de website van skbl.nl):
Uitreiking SKBL- Ithaka Prijs 2016:
1000_1000_6000_9789087045920-pcovr-vdbroekehofwijck_cover_001lr-3kopie
Er zijn 2 winnaars voor 2016 bekend gemaakt (12 oktober op De Vanenburg in Putten). Het Ithakastipendium werd niet uitgereikt, zodat het geld dat hiervoor was gereserveerd naar een tweede geselecteerd boek kon worden doorgeschoven.

Gisteren vond de uitreiking van de Ithakaprijs en het Ithakastipendium 2016 plaats (beide groot € 5.000,-). De laatste werd niet uitgereikt omdat er dit jaar geen passende inzending was. Het stipendium werd doorgeschoven naar de prijs en daarmee was er ruimte voor twee winnaars:

* Kees van der Leer en Henk Boers namen de prijs in ontvangst voor het boek Huygens’ Hofwijck. De buitenplaats van Constantijn en Christiaan. Volgens de jury: ‘het mooiste boek en meest fascinerende verhaal’.

*Martin van den Broeke kreeg voor het boek Het Pryeel van Zeeland. Buitenplaatsen op Walcheren 1600-1820 alle eer.  Volgens de jury: ‘wetenschappelijk de meest diepgaande en gedegen studie’. Zie ook onze aankondiging van dit boek 23 mei jl.

Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven feliciteert beiden met hun wel verdiende prijs.

Column in tijdschrift ‘Kasteel en Buitenplaats’

Kasteel en Buitenplaats, een interessant en prachtig geïllustreerd tijdschrift van NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaats, verschijnt vier maal per jaar, sinds september 2015 met een column van Carla Oldenburger. Door mij behandelde onderwerpen zijn tot heden:

sept. 2015: Hovenierkunst en tuinkunst: kunst of ambacht

beckley_park_topiary_garden
Beckley Park topiary garden

dec. 2015: 70 Jaar Nederlandse Tuingeschiedenis, n.a.v. 70-jarig bestaan van de Nederlandse Kastelenstichting

d0zsyi9feo0nposljmzy
Oude Hollandsche Tuinen, Tekst en Platen: Anna G. Bienfait, Den Haag 1943

februari 2016: Een ‘echte’ kasteeltuin

Harley 4425 f.12v
Roman de la rosé, Luitist en zangers in een ommuurde tuin (hortus conclusie),  1490-1500 (coll. British Library)

april 2016: Middeleeuwse tuinplanten

1156px-meister_des_frankfurter_paradiesgartleins_001
Paradisgärtlein, geschilderd door een Frankfurter Meister (coll. Städel Museum Frankfurt am Main)

september 2016: Catharina Lintheimer (1685-1748), tekenares

boeket_met_tropaeolium_minus_en_tropaeolium_majus
Bloemboeket geschilderd door Catharina Lintheimer (coll. Library Wageningen UR)

december 2016 : Kunsthandel Buffa en Zonen
Over de lopende tentoonstelling ‘Kunsthandel Buffa en Zonen’ in het Singer Museum, en de serie (kleuren)litho’s van  buitenplaatsen rond Arnhem.

7329abeb5dec2862a6cf94021590ae7b76403697cf676ac361a81cec9c3ef5e3
Anoniem, Huis De Oorsprong, Oosterbeek, uitgave: Buffa en Zonen, circa 1850-1854 (coll. Gelders Archief)

Nog meer columns lezen? Ook Yme Kuiper en Rob Gruben laten ieder nummer in hun eigen column van zich horen. Geïnteresseerd? Sluit u aan bij de NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaats.

Virtuele rondleiding door huis en tuinen van Koningshuis Rhenen

Iets voor uw Tuinclub?
Paleis het Koningshuis Rhenen blijft in beeld

 

zuidelijke-siertuin-koningshuis
Deel van de tuin (doolhof en vruchtbomen) ten zuiden van het Koningshuis

(Bericht overgenomen van de Nieuwsbrief Historishe Vereniging Oudheidkamer Rhenen en Omstreken, sept. 2016):

Wist u dat u een virtuele rondleiding door het Koningshuis en haar tuinen (in Rhenen) kunt aanvragen? Dit paleis was het zomerverblijf van  Koning Frederik V van de Palts en zijn echtgenote Elisabeth Stuart, gedurende de jaren 1630-1660. De rondleiding wordt georganiseerd vanuit de werkgroep Virtueel Rhenen. Inmiddels hebben al zo’n tiental organisaties o.a. UVV, Unie van vrouwen en Probusgroepen van dit aanbod gebruik gemaakt.

Zo’n 2 tot 3 keer per jaar komt bij Virtueel Rhenen de vraag binnen om een presentatie te verzorgen. Henny Boor gaat daar graag op in. Tijdens zo’n presentatie wordt een klein tipje van de technologische sluier opgelicht om kennis te maken met een korte impressie van de onzichtbare kanten van het virtuele paleis. Daarna volgt een gezamenlijke virtuele rondwandeling. Er is alle tijd om vragen te stellen, anekdotes aan te horen en te luisteren naar klaterende fonteinen.

Voor veel aanwezigen is het toch ‘omdenken’. Er komt geen videofilm voorbij, je kunt interactief met het programma werken, inzoomen op schilderijen en meubels en onderliggende informatie opvragen. En alles 100% historisch verantwoord, omdat voor de virtuele herbouw van het huis en de heraanleg van de tuinen gebruik gemaakt is van originele bouwtekeningen en historische inventarislijsten.

ontwerp-3d-3
Siertuin ten westen van het Koningshuis

Iets voor uw Tuinclub, uw vrijwilligersorganisatie, uw museummedewerkers? Historische vereniging? De kosten bedragen minimaal € 25 die in de pot van Virtueel Rhenen terecht komen voor nieuwe ontwikkelingen en technisch onderhoud.
Meer weten? Neem contact op met Henny Boor, tel. 0317614958 of email HBoor21@planet.nl

Zie ook op Internet: Werkgroep Virtueel Rhenen …. maakt van historische illusie een virtuele werkelijkheid. 

Beetsterzwaag, een parklandschap met bossen, boeren en adelshuizen

Statig Beetsterzwaag: parklandschap rond een Fries dorp

untitled

een nieuw boek dat 9 oktober a.s. verschijnt bij uitgeverij Matrijs in Utrecht. Het gaat over de geschiedenis van het landschap, de landgoederen, de grootgrondbezitters en het parklandschap van Beetsterzwaag en Olterterp, geschreven door Ronald van Immerseel en Peter Verhoeff.

Weet u wat het woord ‘zwaag’ eigenlijk betekent? Veeweide dus.

Het boek telt vijf hoofdstukken:

  • Ontstaan van het landschap
  • Opkomst van de landgoederen 1600-1800
  • een adelsdorp met grootgrondbezitters 1800-1875
  • Parklandschap Beetsterzwaag en Olterterp vanaf 1875
  • Beetsterzwaag en Olterterp: de ‘Parel van Opsterland’

    Het eerste hoofdstuk gaat uitvoerig in op de vroegste bewoners tijdens de ijstijden, de ontginningen en verkavelingspatronen in het gebied en de aanleg van wegen, reden, paden, waterwegen en vaarten.

    De geschiedenis van de landgoederen begint bij Martinus Fockens, grietman van Opsterland, die in 1616 zijn buitenplaats Fockens of Fockansstate stichtte. Ook Walrich is een vroeg-17de-eeuwse buitenplaats. Beetsterzwaag zelf is in de 17de en 18de eeuw vooral een boerendorp, met naast de ‘kleine’ boeren enkele welgestelde inwoners zoals de families Fockens en Van Teyens.

    images
    Fockensstate

    Rond 1800 veranderde de situatie en werd Beetsterzwaag een welvarend dorp met fraaie buitenplaatsen. Hier hoorde ook de aanleg van ‘moderne’ parken en tuinen bij. Ook de adel ontdekte Beetsterzwaag toen … “in 1778 de Gelderse edelman Rijnhard baron van Lynden trouwde met Ypkjen Hillegonda van Boelens, die stamde uit een voorname burgerlijke familie. Geslachten als Van Harinxma thoe Slooten en Lycklama à Nijeholt kwamen door huwelijken met nazaten van het echtpaar Van Lynden-van Boelens in Beetsterzwaag terecht.” De buitenplaatsen Slot Boelens in Olterterp (inclusief de bosbouw) en Lauswolt komen in dit derde hoofdstuk uitgebreid ter sprake, naast het laat-opkomend toerisme.

    historie
    Lauswolt

     

    In het hoofdstuk ‘Parklandschap en Olterterp vanaf 1875’ komen  de vele veranderingen aanbod die de Beetsterzwaagster buitenplaatsen en landgoederen ondergingen: het kappen van bomen t.b.v. uitbreidingen en nieuwe bestemmingen etc., ook  nieuwe siertuinen.

    overtuin_lyndensteyn_beetsterzwaag
    Overtuin Lyndenstein

     

    In de ‘Parels van Opsterland’ wordt gesteld dat  er opvallend veel van de landschappelijke structuren bewaard is gebleven. Ook de sterke structuur van het landschap met zijn langgerekte kavels was hierbij van belang. Maar natuurlijk is ook veel verdwenen of onzichtbaar geworden. Hoopvol is “dat het bijzondere karakter en de maatschappelijke waarde van de landgoederen en het contact tussen landgoedeigenaren en de samenleving steeds vanzelfsprekender wordt, waardoor over en weer meer begrip ontstaat.”

    Een waardevol boek dat voor Beetsterzwaag weer nieuwe kansen biedt.

    Zie ook de cascade-weglog van 26 september 2016

Jan Weissenbruch: Waardhuis en waardsluis aan de Lek bij Elshout

Jan Weissenbruch schilderde omstreeks 1854 het landschap bij het waardhuis aan de Lek bij Elshout (Kinderdijk), een prachtig schilderij,  dat tot en met 8 januari te zien is op de tentoonstelling Jan Weissenbruch: De Vermeer van de 19de eeuw,  in het Teylers Museum.

image
Jan Weissenbruch, Aan de Lek bij Elshout, ca. 1854, olieverf op doek (coll. Teylers Museum)

De locatie is nog steeds te herkennen, alhoewel de wegen verhard zijn en verkeersborden, een lantaarnpaal en wegmarkeringen afleidend werken als je op weggaat om deze plek te vinden. Een waard (of weerd) is een oude naam voor vlak land in een rivierengebied. Waarden zijn ontstaan onder invloed van, en geheel of gedeeltelijk omgeven door, rivieren. De waarden worden tegen deze waterlopen beschermd door rivierdijken.

De huis-aan-huis-krant De Vonk vermeldde 4 november 2014 over het waardhuis Elshout:

‘Het Waardhuis is een rijksmonument in beheer van Waterschap Rivierenland en staat er al sinds de middeleeuwen. Het pand is in 1644 opnieuw gebouwd, door niemand minder dan Pieter Post, bekend van het Haagse Mauritshuis. In die tijd zorgde het toenmalige Waterschap De Overwaard samen met Waterschap De Nederwaard ervoor dat het gebied droog bleef. Sindsdien trokken de bestuurders per paard en wagen naar het prachtige pand met panoramisch uitzicht voor vergaderingen. Een behoorlijke tocht van ruim twintig kilometer, door het gebied van buurwaterschap De Nederwaard naar het einde van het Achterwaterschap waar het overtollige water in de rivier de Lek stroomt. Omdat de vergaderingen nog wel eens uitliepen was er ook een eetgelegenheid en waren er slaapvoorzieningen in de vorm van eenpersoonsbedden in acht logeerkamers. Vooral ‘De Fabriek’, zoals het hoofd van de technische dienst van een waterschap tot 1972 heette, heeft er het vaakst overnacht. Vandaag de dag is het pand, wat nog volledig in tact is, er voor ceremoniële doeleinden van Waterschap Rivierenland.’

Wie weet, misschien gaat het huis binnenkort wel gebruikt worden als Erfgoedlogies???

Als je goed kijkt of de foto van het schilderij vergroot (op de foto klikken), zie je dat er omstreeks 1854 hard gewerkt werd aan de verbetering van de sluis. Boven bij het huis staan mensen geleund tegen een hek naar de werkzaamheden te kijken. Op de tentoonstelling kan je lezen dat de figuren later zijn toegevoegd, vergeleken met een eerste studie in olieverf op papier door Jan Weissenbruch (coll. Gemeentemuseum Den Haag). Hij heeft ook de bewolkte hemel op de studie veranderd in een blauwe hemel om het schilderij wat aanlokkelijker te maken.

En omdat ons bureau ook in Rhenen is gevestigd, hierna een afbeelding van Jan Weissenbruch, van 1) de Grutterstraat (1850) en 2) de Kerkstraat (ca. 1875) in Rhenen. Zie voor meer informatie rkd.nl

f63734ecee1f90eb2da7a950e2b80c69793f10b750d1efc266c8ea647ab49045

fa2550b831266d8c8fbaa070ad15f4bcc8c71b767251b91e99750acac080f0a7

 

Kunst-Giraf in berenkuil Maastricht

Bezoek aan het historisch groen van Maastricht

Deze week (augustus 2016)  gingen we met de Adviseur Cultuurhistorie van de gemeente Maastricht, Servé Minis op stap. Ons gezamenlijke hoofddoel was het bezoek aan enkele tuinen en parken van de tuinarchitect John Bergmans:  de tuin bij de Lambertuskerk – interieur ook zeer de moeite waard – was weliswaar niet uitgevoerd maar de kerk lag wel ingebed in een prachtige ring van linden.

Ook de Bergmans’  tuinen binnen het complex van Klooster De Beyart kregen onze aandacht. Met de ontwerpen in de hand herkenden we wel enkele delen van Bergmans’ werk bij dit kloostercomplex, maar andere delen konden we alleen als de stijl van Bergmans bestempelen, omdat de bewaarde ontwerpen niet het hele tegenwoordige tuinencomplex besloegen.

IMG_0860
Vijver en muurtje met sproeier in de tuin van Klooster De Beyart (ontwerp: John Bergmans (?), foto: Carla Oldenburger)
IMG_0849
Heesterborder voor het muurrestant van de oude kloosterkerk, ingewijd in 1510 (foto: Carla Oldenburger)

Verder verkenden we de Jezuïetenwal (Jezuïtenpark langs de stadsmuur,  oorspronkelijk uit de 14de eeuw) met o.a. uitzicht op de berenkuil en de heemtuin van het Natuurhistorisch Museum Maastricht, oorspronkelijk daterend uit 1920 (naar ontwerp van Willem Sprenger), waar later in 1947 Mien Ruys haar sporen heeft nagelaten.

IMG_0872
Delen van plantensociologische groeperingen van Mien Ruys met buste van Jac. P. Thijsse (foto: Carla Oldenburger)

De terrassenaanleg, de plantensociologische groeperingen (met karakteristieke Zuid-Limburgse planten)  en de ommuring met ‘pergola’ worden haar toegedicht. Helaas geen ontwerp bekend, maar we blijven zoeken. Misschien nog iets te vinden bij de Heimans en Thijsse Stichting?

IMG_0867
De voormalige berenkuil, nu bewoond door Giraf en aaiend meisje, onderdeel van De Troostmachine van Maastricht (foto: Carla Oldenburger)

De berenkuil intrigeerde ons in hoge mate, helemaal als je weet dat de Maastrichtse bevolking is ingeschakeld bij het vinden van een nieuwe bestemming en als je ziet hoe de ‘kooi’ nu bevolkt is. Er is zelfs een boek geschreven over dit fenomeen. Zie Literatuur.

Ook bezochten we nog enige geslaagde herbestemmings-voorbeelden, zoals de bekende Dominicanenkerk ingericht als boekhandel; het Kruisherenklooster met speelse voortuin en hele bijzondere binnenplaats, omgebouwd tot designhotel; en het voormalig Gouvernementsgebouw met binnentuin nu in gebruik door de Faculty of Law UM. Geslaagde voorbeelden van tuinen aangepast bij herbestemming.

kruisheren_exterior
Kruisherenklooster met speelse voortuin naar ontwerp van Wil Snelder en binnenplaats met bijzondere kunstwerken
28448_986_485_FSImage_1_kruisheren_01
Binnenplaats Kruisherenhotel
1k0-1
Binnentuin voormalig Gouvernementsgebouw, thans Faculty of Law UM

Kortom een geslaagde en leerzame dag. Dank Servé.

Geraadpleegde en aanbevolen Literatuur:

  • Jac van den Boogard, Jim Evelein, Servé Minis en Jos Notermans, Ons erfgoed. Stadspark Maastricht, Maastricht 2012 (123 pp).
  • Nigel Harle (Natuurhistorisch Museum Maastricht), ‘100 jaar plantentuin van het Natuurhistorisch Museum Maastricht. Deel 2: Naoorlogse jaren tot heden’ in: Natuurhistorisch Maandblad, jrg. 102, 11 (november2013), p. 317-324.
    N.B. deel 1 staat beschreven in september 2013, maar niet gezien.
  • Leon Minis, Natuur Historisch Museum Maastricht in: Natuurhistorisch Museum Maastricht. Maastrichts Silhouet 80, december 2012 (56 pp).
  • Servé Minis, De Halfautomatische Troostmachine van Maastricht, Maastricht 2002.
  • Eric P.G. Wetzels (directeur Centre Céramiqe en Natuurhistorisch Museum Maastricht),  ‘In memoriam Mevrouw dr. W. Minis-van de Geijn’ in: Natuurhistorisch Maandblad, jrg. 99, 1 (januari 2010), p. 18.
    N.B. Mw. dr. W. Minis-van de Geijn was conservator/directeur van het Natuurhistorisch Museum van 1939 tot 1947 en heeft ook na deze periode veel voor het museum betekend.

Waterval op Leyduin in 1816

Gisteren (3 augustus 2016) verscheen op de onvolprezen  websitepagina Librariana van Hans Krol een bericht over twee kunstenaars met banden met Heemstede, Pieter Bouman (1764-1828) en Albert Steenbergen (1814-1900). Naar aanleiding van dit bericht ging ik op zoek naar meer gegevens over Leyduin en haar cascade, maar lees vooral eerst het bericht op Librariana.

De Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur (deel 3, 1998) geeft een korte beschrijving van de historie van de buitenplaats Leyduin (met enige correcties aangevuld door Gert de Kruif):

‘Leyduin en Vinkenduin vormen samen met Woestduin een aaneengesloten complex van buitenplaatsen op de overgang van de strandvlakte naar de duinen. Leyduin is voor het eerst vermeld in 1596 en was oorspronkelijk een hofstede met boomgaarden eromheen. In 1798 werd de plaats beschreven als een park met een hermitage (kluizenaarshut) op een heuvel, een beek, een cascade (waterval, aangelegd in 1759), een menagerie en een vinkenhuis, boomgaarden en moestuinen.

bouman3
Pieter Bouman (1764-1824), De waterval op Leyduin, 1816 (coll. Antiquariaat A. van der Steur, Den Haag)

Van deze oudste aanleg dateren nu nog de neogotische hermitage (afgelopen decennium hersteld) en de grenspalen uit 1701 met de naam Johan van Romswinckel, die thans bij de oprit naar het huis staan. Ook het nog gave lanenstelsel met enorme beuken vormde een onderdeel van de toenmalige aanleg. Het oude herenhuis op Leyduin  werd in het begin van de negentiende eeuw afgebroken. In 1874 werd een nieuw huis gebouwd dat in 1920 echter zo ongeschikt voor bewoning werd geacht, dat ook dit in 1921 werd afgebroken. Uit die tijd resteren nog wel een koetshuis en koetsiers- en tuinmanswoningen.

Tot 1900 liep een duinrel, een afwatering vanuit de duinen, door de beek en over de cascade op Leyduin. Het water was bestemd voor de drinkwatervoorziening van Amsterdam. Toen er waterleidingbuizen gelegd werden, zijn de beek en de cascade drooggevallen.

Nadat  ook het nieuwe Vinkenduin was afgebroken, werden op beide delen nieuwe huizen gebouwd naar ontwerp van architect A.de Maaker, Leyduin in 1921 en Vinkenduin in 1924. De tuinarchitect L.A. Springer ontwierp de aanleg bij beide huizen. Vinkenduin werd gekarakteriseerd door een zicht vanuit het huis in west-zuidwestelijke richting naar de duinen. Het dankt zijn naam aan de vinkenbaan die hier in 1752 werd aangelegd. Hier ving men vinken die gebruikt werden voor aarden wallen, die een veldje met lindebomen omsluiten. Een vinkenhuisje stond aan de vinkenbaan en is begin 20ste eeuw vergaan.

Het gebied is zeer rijk aan broedvogels en kent een uitgebreid scala aan stinsenplanten, met onder meer gevlekte aronskelk, wilde hyacint, wilde narcis en bosanemoon. De half in de grond gelegen appelkelder is in 1980 gerestaureerd en is nu een geliefde verblijfplaats van vleermuizen. In 1993 is het terrein rondom het huis gerenoveerd door de landschapsarchitect Victor van Boven.’