Categoriearchief: Landschap

Storkfabriek en Tuindorp ’t Lansink

KRANTENBERICHT  vandaag:
De Storkfabriek Hengelo is 150 jaar geleden opgericht door de Gebroeders Stork.
Tuindorp ’t Lansink werd later (1911-1916) voor het personeel gebouwd.
In 1968 bezocht Prins Bernhard de Storkfabriek
Tuindorp ’t Lansink is het eerste in Nederland uitgevoerde tuindorp en was vooral bestemd voor personeel van de Storkfabriek. Het moest een gevarieerde bewoning krijgen; niet alleen met arbeiders maar ook met administratief en leidinggevend personeel. Opdrachtgever was de in 1867 opgerichte Hengelose Bouwvereniging, die eigendom was van de gebroeders Stork.
Het plan werd in twee fasen ontwikkeld, in 1911 en in 1916. Het stedebouwkundige ontwerp was van de architect Karel Muller; de tuinarchitect P.H. Wattez ontwierp de landschappelijke inrichting. Het tweede deel werd in 1916 ontworpen door de tuinarchitect L.A. Springer. Karel Muller kreeg ook de opdracht om een reeks van verschillende woningtypen te ontwerpen met voldoende variatie in omvang, plattegrond en aanzicht.
Verschillende woningtypen. Ontwerp Karel Muller
Tuindorp ’t Lansink biedt een dorpsachtige en schilderachtige aanblik met in het midden een dorpsplein, het C.T. Storkplein. Rondom dit plein werden winkels en een hotel geprojecteerd. De dorpsachtige kleinschaligheid en het landelijke karakter van het tuindorp werden ideaal geacht voor de verheffing van de mens in het algemeen en die van de arbeider in het bijzonder. Dit te meer daar de werknemers van Stork veelal rechtstreeks van het platteland afkomstig waren. Tegelijkertijd kon door de geconcentreerde, dorpsachtige bebouwing voor een hoge bebouwingsdichtheid worden gezorgd, zodat de huren betaalbaar bleven.
Tuindorp ’t Lansink dorpsvijver
De smalle wegen lopen in flauwe bochten, zodat nergens lange eentonige straten zijn ontstaan. Het groen langs de straten wordt vooral verzorgd door de voortuinen bij de huizen. De huizen met hun tuinen zijn langs de buitenranden van de bouwpercelen gesitueerd en het relatief weinige openbare groen bevindt zich dan ook op de binnenterreinen met gazons, enkele solitaire bomen en heesters. Doordat er tussen de rijen huizen openingen zijn gelaten, spelen deze echter visueel toch een rol in het straatbeeld. Op kruispunten van wegen steken de woningen met hun witte kleur en hun torenachtige uitbouwtjes fraai af tegen het groen. De dorpsvijver met zwembad geeft een extra dimensie.

Historische foto dorpsvijver en zwembad.

Bron: Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur / Carla Oldenburger-Ebbers, Annemieke Backer en Eric Blok. Rotterdam, 1996.

Monumentendag en plannen voor heraanleg van historisch groen

Heraanleg van een voormalige rozentuin

Plattegrond van een gedeelte van het beschermde park Spaarnberg, met hierop in groen nieuwe paden die aansluiten op de ingeplande rozentuin van Springer. Het gearceerde gedeelte is het apartementencomplex uit 1993 dat niet is beschermd. Ontwerp en tekening KPG architecten en Juliet Oldenburger

Het denken over de heraanleg van een rozentuin uit 1909 op de beschermde buitenplaats Spaarberg te Santpoort, is een klein stapje dichterbij gekomen. In samenwerking met KPG architecten zijn onze gedachten over de rozentuin en de KPG-gedachten over de uitbreiding van het koetshuis nu duidelijk in een plattegrond weer gegeven.

Leonard Springer had de ideale locatie voor de rozentuin al uitgekozen. Na ruim honderd jaar is de plek verwilderd met veel opschot en de rozentuin geheel verdwenen. Heraanleg van deze tuin zou zowel voor de bewoners van het opnieuw in te richten koetshuis als voor de bewoners van het appartementencomplex een welkome verbetering zijn.

Is dit dan een aantasting van het beschermde landschapspark?  Beslist niet, de situatie uit 1909 wordt weer teruggebracht. Het enige wat aangetast wordt is het verwilderde terrein  en de wild opgeschoten bomen op de plaats waar eens de rozentuin lag. Liefhebbers en beschermers  van wilde natuur kunnen hiertegen in opstand komen, maar let wel Spaarnberg is een cultuurmonument en geen natuurmonument. Het lijkt ons alleen maar een hele mooie aanvulling en verbetering. Twee bruggetjes over de Zocher-slingerbeek en enige rozenpoorten zoals op de oude foto’s zijn te zien, zullen naar ons idee het geheel completeren.

Een mooie beeldentuin

BEELDENTUIN MARIENHEEM

Gisteren de beeldentuin Marienheem (dorp in de Sallandse gemeente Raalte) bezocht. Wist niet van het bestaan, dus een enorme verrassing.

Als het een gewone tuin zou zijn geweest, zou ik gauw geoordeeld hebben dat er veel te veel beelden in staan, maar het was een beeldentuin, met het doel beelden en beeldhouwers aan een publiek te tonen, dus dan staan er ook niet gauw teveel natuurlijk. De opzet was zeker geslaagd en het aardige was ook nog eens dat de beeldhouwers zelf de plaats in de tuin hebben mogen uitzoeken.

De tuin is een verlengstuk van aan ‘antiekzaak’ waar het ook heerlijk rondneuzen is. Ik ben echter in het stadium van loslaten en afschaffen, dus aan mij viel niet veel te verdienen.

De beeldentuin Marienheem is mooi te combineren met een bezoek aan Landgoed Schoonheten en de buitenplaatsen Den Alerdinck (Heino) en De Colckhof.(Laag Zuthem).

Historische Luchtfoto’s

(overgenomen van een artikel op LinkedIn):

Duizenden historische luchtfoto’s van Nederland vrijgegeven

De foto’s moeten volgens het NIMH  een “completer overzicht geven van hoe Nederland er in de jaren twintig en dertig van boven uitzag”.

Het NIMH stelde vorig jaar ook al duizend foto’s beschikbaar.          De beelden zijn afkomstig van de Luchtvaartafdeeling, die de voorganger was van de Koninklijke Luchtmacht. Veel foto’s werden gemaakt tijdens militaire oefeningen of werden gebruikt om landkaarten te maken.

Van 166 foto’s is niet bekend waar ze zijn gemaakt. Het NIMH roept mensen op om te reageren en de locatie door te geven als ze hun huis of woonplaats herkennen. De foto’s kunnen onder meer bekeken worden op de beeldbank van het NIMH.

Tamara Reeder en haar oma op de Open Tuinendag in Amsterdam

Tamara Reeder (een tot voor kort mij onbekende dame uit Suriname) vroeg mij onlangs of ik haar helpen kon aan landschapsfoto’s  en het geven van feedback op een artikel dat haar schoonvader geschreven had over de Sipaliwini-savanne in Zuid-Suriname. Mijn vorig jaar overleden echtgenoot en zijn collega hebben een website over die savanne samengesteld (sipaliwinisavanna.com).

Vier Gebroeders gebergte op Sipaliwini-savanne (Zuid-Suriname)

Ik gaf haar feedback, wat er op neer kwam dat ik haar duidelijk maakte dat ik zeker wist dat bijna geen enkele Nederlander het verschil weet tussen de Sipaliwini-savanne en het Sipaliwini-district (ongeveer 80 % van het oppervlak van Suriname) en in verband met verder contact wisselden we adresgegevens uit.  Nieuwsgierig geworden keek Tamara op onze website. Haar commentaar mag ik hieronder overnemen:

Open Tuinendag in Amsterdam. Tuin Museum Van Loon
Ik wil dit toch even delen. Aangezien ik heel nieuwsgierig ben, ben ik even op jullie website gaan kijken, wat een prachtig werk dat jullie doen! 
Het zal geen toeval zijn, maar de website zien heeft mij gelijk terug gebracht naar 1 van de mooiste dagen die ik in Nederland heb gehad met wijlen mijn Oma (die vandaag 91 zou zijn geworden). Dat was de Open tuinendag in Amsterdam ongeveer 10 jaar geleden. Wij zijn dol op tuinen en alles wat groen is dus wij hebben toen onzettend genoten van die dag, de tuinen waren echte parels om te ontdekken.
Ik woon nu inmiddels al weer 10 jaar in Suriname (ik heb maar 4 jaren in Nederland gewoond), maar mijn hart bloedt elke dag hoe er hier met het groen wordt omgegaan.
Vervuiling van de eigen omgeving is normaal bij velen. En dan heb ik het nog niet eens over de industriële bouwwerken en winkels die als paddestoelen de grond uitkomen, midden in woonwijken. Ik verlang ernaar dat er een stadsplan zou komen waar men zich aan zou houden en dat we met respect met de omgeving en natuur omgaan. Suriname is een prachtig groen land maar in deze ontwikkeling zijn wij nog ver achter. Al zie ik het mooie Suriname al voor me..
Tuin Zeezicht, Suriname. Diorama van Gerrit Schouten (1779-1839)
Hier ligt nog wel een taak voor ons dus. Dank Tamara voor je waardering en tegelijkertijd voor je zorgen wat Suriname betreft. Leuk dat de Sipaliwini-savanne en de Nederlandse Tuinkunst voor even samen kwamen. Mijn man noemde de Sipaliwini-savanne vaak  een schitterende tuin.

 

 

GROEN GOOI, tentoonstelling in Huizer Museum

Nu te zien

(overgenomen van website Huizer Museum):

Sterrebosdag 26 mei 2018 te Frederiksoord

Zaterdag 26 mei wordt in Frederiksoord een sterrebosdag gehouden.

Het programma ziet er als volgt uit (zie ook actieve festiviteiten aangekondigd op de poster hieronder):

14.30 uur Inloop en ontvangst
15.00 uur Aanvang programma
– Welkom Lotte Diephuis
– Boekpresentatie door Marijke van der Maarel en aanbieden eerste exemplaar.
– Muzikale intermezzo door Elisabeth de Charon de St. Germain (zang) en Eddy van der Maarel (piano)
Gastspreker Carla Oldenburger-Ebbers “Wie weet nog wat een Sterrebos is?”

16.00 uur Informeel samenzijn en mogelijkheid boek te kopen.

Wanneer u aanwezig wilt zijn vragen wij u dit voor 16 mei kenbaar te maken door een email te sturen naar sterrebosdag@rondevanhet sterrenos.nl. Wilt u hierbij uw naam en het aantal personen aangeven? Dit in verband met de capaciteit van de zaal.
Indien u met de auto komt, deze graag parkeren bij het Huis van Weldadigheid, Majoor van Swietenlaan 1a.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Korte Biografie Feddo Hans Frits Oldenburger (1937-2017)

 Korte Biografie Feddo Hans Frits Oldenburger (1937-2017)

Feddo Oldenburger, 2007

Feddo Hans Frits Oldenburger (*Sanga Sanga Dalam / Borneo, Ned. Indië, 1 juli 1937 – +Rhenen, 22 november 2017) was een Nederlandse bioloog, die zijn leven heeft gewijd aan botanisch wetenschappelijk onderzoek in de tropen (Suriname, Brazilië, Indonesië) en aan natuurbehoud in Nederland.

Kinderjaren en studietijd
Feddo Oldenburger is geboren op de evenaar, in het dorp Sanga Sanga Dalam, bij een boorterrein van de B.P.M. (Oost-Borneo), in de delta van de rivier de Mahakam. Zijn ouders, Frederik Oldenburger (1899-1975) en Ronesca Elisabeth Groustra (1901-1969), waren van Groningse afkomst. Vanaf 1928 woonden zij op Borneo (Kalimantan).
In januari 1942 viel Japan het eiland Tarakan voor de kust van Noord-Borneo aan; het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger) capituleerde begin maart 1942. De vierjarige Feddo kwam met zijn moeder en zusje in het interneringskamp Tjihapit in Bandung terecht; zijn vader in een krijgsgevangenkamp langs de Birma-Siamspoorweg. De laatste oorlogsmaanden verbleef Oldenburger wegens ziekte alleen in kamp St. Vincentius en werd later weer verenigd met het gezin in kamp Kampong Makassar, beide in Batavia.
Tijdens de oorlogsjaren heeft hij geen onderwijs genoten totdat hij begin 1946 met de Tegelberg (KPM) in Nederland arriveerde. Daar volgde hij op verschillende scholen (op Texel en in Hilversum) lager onderwijs tot de familie eind 1947 naar hun oude woonplaats in Indonesia terugkeerde en hij op de school in Sanga Sanga Dalam zijn laatste lagere-schooljaren doorbracht. Voordeel voor zijn latere leven was dat hij met Indonesische kinderen in de klas heeft gezeten en ongemerkt de beginselen van Bahasa Indonesia zich heeft eigen kunnen maken.
In 1949 keerde Oldenburger alleen naar Nederland terug om daar zijn middelbare schoolopleiding te beginnen (Instituut Hommes in Hoogezand). In 1957 behaalde hij zijn diploma gymnasium β aan het Montessori Lyceum Herman Jordan in Zeist.
Hij koos voor een studie biologie aan de RU (Rijksuniversiteit Utrecht, nu UU) en het was al gauw duidelijk dat hij na het behalen van zijn doctoraal examen (in 1967) in de tropen zou gaan werken.

Werkverbanden
Oldenburgers toekomstdromen speelden zich altijd in de tropen af. Zijn afstudeeronderwerpen werden met dat doel geselecteerd:
– phytogeografie (vegetatiekartering van de duinen van Voorne), bij prof. J. Lanjouw; –  bodemkunde (bodemonderzoek in het Argonne-gebied / Lorraine), bij prof. F.A. van Baaren; ethologie (onderzoek naar het gedrag van twee groepen Java-apen / Macaca irus, onder ‘vrije’ kooi-omstandigheden), bij (de latere prof.) J.A.R.A.M. van Hooff.

Z-sleeping. Tekening Feddo Oldenburger

De opgedane kennis werd later met certificaten voor Luchtfotografie-interpretatie, bij prof. I.S. Zonneveld (ITC in Enschede), en met cursussen Braziliaans-Portugees en Bahasa Indonesia uitgebreid.
In 1968 trad Oldenburger in dienst bij ZWO (later NWO)-WOTRO (stichting Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen) met de opdracht de flora en vegetatie van het Sipaliwini-savannelandschap  in Zuid-Suriname nader te bestuderen, planten te verzamelen voor het Herbarium in Utrecht, uitmondend in de verslaglegging van het onderzoek en later in de website www.sipaliwinisavanna.com.

Impressie van de Sipaliwini savanne. Tekening Feddo Oldenburger

Tussen 1970 en 1972 werden nog aanvullende expedities ondernomen. Hierna startte een dienstverband aan de Rijksuniversiteit Utrecht (nu UU) met het doel een afdeling Landschapsecologie op te starten, en in 1975 werd hij medewerker van prof. George Eiten aan de Universidade de Brasilia. Daar werd gewerkt aan het project Cerrado Vegetation of Brasil. Helaas is dit werkverband eerder gestopt dan de bedoeling was omdat een nieuwe regel aan de universiteit werd ingesteld die inhield dat buitenlanders niet meer in dienst mochten worden genomen.
Vanaf 1980 werkte Feddo zelfstandig vanuit huis aan verschillende projecten in de regio.

Maatschappelijke en politieke activiteiten
Na enkele jaren in het historisch centrum van Utrecht gewoond te hebben verhuisde Oldenburger in 1970 met zijn echtgenote Carla Ebbers (*1939), eveneens bioloog, en twee dochters naar Heukelum, Dit stadje, gelegen tussen Gorinchem en Leerdam aan de rivier de Linge, was volgens hem het oudste stadje van Holland. Hier maakte hij  kennis met de middeleeuwse structuur van een kleine historische stad, met het Lingelandschap en met het boeren- en dorpse leven. In 1973 verhuisde het gezin opnieuw,  naar een boerderij in het dijkdorp Spijk (ook gemeente Heukelum), waar zij ruim 20 jaar bleven wonen.
Van meet af aan heeft hij zich voor de omgeving en de plaatselijke gemeenschap ingezet, o.a. voor het behoud van de historische kern van Heukelum i.v.m. een bestemmingsplan (sloopplan) ‘Kern Heukelum’ (1972). Samen met Han Denninger was hij oprichter, auteur en redacteur van de Heukelomse Kroniek, later Heukelumse Kroniek / De Spijker. Ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Heukelum (1980) deed hij onderzoek  in het Nationaal Archief ten behoeve van het schrijven van een historiestuk over Hendrik Sar, die tot de doodstraf was veroordeeld omdat hij Heukelum in 1772 grotendeels in de as had gelegd.

Feddo Oldenburger in ‘Middeleeuwse kledij’ tijdens het 750-jarig bestaan van de stad Heukelum in 1980

Daarnaast was Oldenburger redacteur van de D66-Krant voor de toekomstige ‘kwartetgemeente’ (nr. 1 verscheen in 1982) en organiseerde hij een referendum over de op handen zijnde gemeentelijke herindeling voor de gemeenten Asperen, Heukelum, Vuren, Herwijnen (in 1986 gerealiseerd).
Bij het natuur- en landschapsbehoud is hij zijn hele leven betrokken gebleven. Langdurige projecten betroffen het behoud van het landschappelijke en culturele erfgoed in de Vijfheerenlanden; het behoud van het natuurgebied De Koornwaard (gem. Heukelum); het Landschapsplan Tielerwaard-West; het behoud van de Vurense Uiterwaardennatuur (terrein van de voormalige steenfabriek van de firma Heuff).

Privé
Naast natuur hadden ook geschiedenis, kunst en filosofie Oldenburgers  grote interesse. Hij reisde de hele wereld rond om conferenties, natuur(parken) en tentoonstellingen te bezoeken, altijd op zoek naar ‘Hollandse’ architectuur en andere ‘Hollandse’ connecties uit het verleden.

Oldenburger was een oorspronkelijk en idealistisch denker. Zonder dat hij zich daarvan bewust was streefde hij vergelijkbare idealen na als zijn grootvader Harmannus Groustra (1861-1944), die in Noord-Groningen een bekend multatuliaan was, aanhanger van de utopische Vrijlandbeweging [noot 1] en voorzitter van de SDAP-federatie Slochteren. Door de oorlog hebben beide elkaar niet of nauwelijks gekend, maar de utopische idealen van grootvader lijken op kleinzoon Feddo te zijn overgedragen.

Noot 1.  Harmannus Groustra vertaalde en bewerkte het boekje Freiland ein sociales Zukunftsbild geschreven door Theodor Hertzka (Leipzig, 1889) in het Nederlands tot ‘Vrijland en de Vrijlandbeweging’ (Amsterdam, 1893). De tekst van dit boekje heeft hij rijkelijk van noten en citaten voorzien.

Oldenburgers interesses blijken ook uit zijn jarenlange lidmaatschappen van o.a.:
– UBV (Utrechtse Biologen Vereniging). In dit verband richtte hij samen met anderen het Kiemblad voor Biologen op en organiseerde hij als lid van de UBV-kampcommissie het biologenkamp op Ameland; – NIBI (Nederlands Instituut voor Biologie/Bionieuws); – D66, bijna vanaf de oprichting tot aan zijn dood; – Ver. Natuurmonumenten; – Ver. Lingelandschap; – NWG (Natuurwetenschappelijk Gezelschap Wageningen); – Tong Tong (Indische culturele organisatie) / KJBB (Vereniging Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap); tenslotte was hij ‘adviseur’ van de Natuurwetenschappelijke Studiekring voor Suriname en de Nederlandse Antillen.

Trivia
Op zoek naar de hem onbekende vulkaanflora beklom Oldenburger twee onmogelijke ‘bergen’:
– de Gunung Api op Banda (Indonesië), vulkaantop 666 m. Door het bedwingen van deze lava-berg werd hij tot  ‘Ereburger van Banda / Molukken’ benoemd (Certificaat zie hieronder).

– de Mount Scenery op Saba (Ned. Antillen), een slapende vulkaan, 887 m. Hoogste top van het Koninkrijk der Nederlanden (Certificaat zie hieronder)

– Feddo Oldenburger en de Groningse schilder Otto Eerelman (1839-1926), ook wel de ‘Rembrandt van het Noorden’ genoemd, waren verre familie van elkaar. Om die reden had hij speciale aandacht voor Eerelmans werk, o.a. voor diens familieportretten en voor diens kunstalbum Paardenrassen (waarin ook een afbeelding van het Oldenburger paard was opgenomen, zie hieronder).

Publicaties in chronologische volgorde (zie ‘Library WUR’ en www.sipaliwinisavanna.com)
* Oldenburger, F.H.F., Een globale vegetatiekartering van de duinen van Voorne, rapport, 1963.
* Oldenburger, F.H.F., Een beschrijving van een onderzoek naar het gedrag van 2 groepen Java-apen (Macaca iris) onder ‘vrije’ kooi-omstandigheden, rapport, 1965.
* Oldenburger, F.H.F., Biologics ’66-’67, eigen uitgave met biologische filosofische overpeinzingen.
Biologics (1966):
nr. 1 The ‘catch’ or ‘introducing New China’.
nr. 2 (Evolunatics I). ‘De wereld draait zoals wij dat willen’. (Galileo Galilei).
nr. 3 Critics.
nr. 4 Critics on Critics.
nr. 5 (Evolunatics II). Vervolg van E.1.
nr. 6 Biopolitics I.
nr. 7 Biopolitics II.
nr. 8 Evolunatics III.
nr. 9 Biopolitics III.
nr. 10 Cogistics.
nr. 11 Evolunatics IV.
Biologics (1967):
nr. 12 / 1967 UBV Kiemblad jrg. 1, nr. 1. ‘De jacht op het punt ‘nul’.
nr. 13 De Noordzee Confederatie.
nr. 14 Zero.
nr. 15 Zero—–Point.
De nummers 13, 14 en 15 zijn ook apart samengebonden.
* Tetsuo Koyama en Feddo H.F. Oldenburger, ‘Diplacrum africanum newly found in tropical America’ in: Rhodora 73, 1971, p. 159-160.
* Oldenburger, F.H.F; R. Norde en H.T. Riezebos, Ecological investigations on the vegetation of the Sipaliwini – savanna area (Southern Surinam), rapport, 1973.
* Oldenburger, F.H.F., ‘Het savanneprobleem en de Sipaliwini savanne in Suriname (Z-Am.) in het licht van de algemene Biostasie-Rhexistasie theorie’ in: Berichten Fysisch Geografische Afdeling, 1973, p. 2-11. (Ook vertaald in het Portugees en Engels onder de titels:
‘El problema de las sabanas y de la Sabana de Sipaliwini en al Surinam (America del Sul) a la luz de la teoria Universal Biostasia-Rhexistasia’ en ‘The savanna problem and the Sipaliwini-savanna in Surinam (S. America) in view of the general Biostasy-Rhexistasy Theory’).
* Oldenburger, F.H.F. en R. Norde, 200 Sipaliwini-savanne planten, uitgave in eigen beheer, 1973.
* Eiten, George et al. [F.H.F Oldenburger, R. Norde en H.T. Riezebos], ‘Delimitation of the cerrado concept’ in: Vegetatio, vol. 36, 1978 (3), p. 169-178.
* Oldenburger, F.H.F., Landschapsplan Tielerwaard-West, rapport, 1982.
* Oldenburger, F.H.F., Dit vinden wij ervan: reacties van insprekers op de evaluatie van het Streekplan Zuid-Holland Oost, 1983.                                    * Oldenburger, F.H.F., J.G.W.J. Eilerts de Haan, Marga C.M. Werkhoven en C.C. Käyser, Algemene inleiding op de Toemak-Hoemak-, Suriname- en Corantijn-expeditie van resp. 1907, 1908, en 1910-1911; gevolgd door een samenvatting van de Suriname expeditie van 1908; ‘In Memoriam Baas Schmidt van Gansee (1898-1992)’; een samenvatting van de Corantijn-expeditie van 1910-1911 (2 delen); ‘Korte biografie van Luitenant C.C. Käyser’, uitgave in eigen beheer, 2014.

* Oldenburger, F.H.F en R. Norde, website Sipaliwini Savanna (zie screenshot hieronder). 2008.

Screenshot van de website www.sipaliwinisavanna.com, opgesteld door Feddo Oldenburger en Reinoud Norde

Feddo Hans Frits Oldenburger is 22 november 2017 overleden. Zijn nalatenschap betreffende de Sipaliwini-savanne, in de vorm van boeken, rapporten, documenten, manuscripten, (lucht)foto’s, vegetatiekaarten en dia’s is 5 januari 2018 overgedragen aan en opgenomen in Naturalis Biodiversity Center in Leiden.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Revolutie in de monumentenzorg? Studiedag KNOB


Het KNOB (Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond) heeft voor iedereen die maar geïnteresseerd is in historische bouwkunst en monumenten (ook groene monumenten vallen hieronder) een studiedag in petto (3 november 2017), waarvoor ik vandaag een
uitnodiging kreeg, die ik van harte wil aanbevelen. (zie hieronder).

Kent u het KNOB? Dit is een eerbiedwaardige vereniging die in 1899 is opgericht. Ook sinds 1899 wordt  het KNOB Bulletin uitgegeven. Onlangs verscheen Jg. 116 (2017) nr.3. De vereniging bestaat dus al 118 jaar en telt op dit moment ca. 600 leden.

Laatste nummer KNOB BULLETIN Jg. 116, no.3

De inhoud van de Bulletins is zeer divers. Voor geïnteresseerden van  groene monumenten is er niet altijd wat te vinden. Maar dat kan volgens mij makkelijk veranderen, want iedereen die een wetenschappelijk verantwoord artikel kan aan bieden is welkom. Op het multidisciplinaire gebied van  (tuin- en landschaps)architectuur, (kunst)geschiedenis en landschap, is dit het enige Nederlandse ‘peer-reviewed’ tijdschrift (in het nederlands met een engelse samenvatting). Voor lezers en schrijvers (op wetenschappelijk niveau) dus de moeite waard. Ik zou alle jong afgestudeerden willen oproepen om lid te worden en mee te doen.

Juliet was met groot genoegen van 2003-2010 studentlid  van het KNOB-bestuur.

Zelf schreef ik in het verleden de volgende artikelen in het Bulletin:

UITNODIGING STUDIEDAG OVER DE ACTUALITEIT VAN 100 JAAR GRONDBEGINSELEN VOOR DE OMGANG MET GEBOUWD ERFGOED

3 november 2017

Locatie: Lipsiusgebouw, zaal 005, Universiteit Leiden, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden

Tijd: 09.45 – 18.00 uur
Kosten: € 25 – € 60
Direct aanmelden

Geachte heer/mevrouw,

De Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB) in samenwerking met de Universiteit Leiden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodigen u van harte uit voor de studiedag ‘Revolutie in de monumentenzorg? De actualiteit van 100 jaar Grondbeginselen voor de omgang met gebouwd erfgoed’

De studiedag vindt op vrijdag 3 november a.s. plaats bij de Universiteit van Leiden. U kunt zich t/m 27 oktober a.s. inschrijven voor de studiedag Grondbeginselen.

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond grondbeginselen formuleerde voor de omgang met waardevolle historische gebouwen. In een tijd waarin er nog geen wetgeving was voor monumenten en geen Rijksbureau voor de Monumentenzorg (de voorganger van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) formuleerden vooraanstaande leden van de bond een aantal Grondbeginselen en voorschriften voor het behoud, de herstelling en de uitbreiding van oude bouwwerken. Alle 31 Grondbeginselen werden in 1917, met een inleiding van Jan Kalf, gepubliceerd in Leiden. De studiedag op 3 november gaat over de context waarin de Grondbeginselen tot stand kwamen en de manier waarop wij vandaag de dag met historische gebouwen omgaan. De studiedag markeert de pensionering van prof.dr. Marieke Kuipers (TU-Delft en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) die decennialang actief is geweest op het gebied van de monumentenzorg, herbestemming en restauratie-ethiek.

PROGRAMMA

9.45 uur Opening en inleiding: de Grondbeginselen van 1917 door drs. Henri Lenferink, voorzitter van de KNOB en Burgemeester van Leiden

Ochtenddeel
Voorzitter: prof.dr.ing. Dirk Jan de Vries, Universiteit Leiden – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

10.00 uur Dr. Wies van Leeuwen, vh. Provincie Noord-Brabant: Vader en zoon Cuypers. Een generatieconflict in de monumentenzorg

10.30 uur Dr. Eric Caris, Gemeente Roermond: De Munsterabdij in Roermond, behoud ging niet helemaal voor vernieuwen

11.00 koffiepauze

11.30 uur Drs. Marieke Knuijt, Geldersch Landschap en Kasteelen: ’t Kan verkeren. De restauratiegeschiedenis van kasteel Doorwerth

12.00 uur Prof.dr. Thomas Coomans, Katholieke Universiteit Leuven: Van Ieper tot Athene: de uitdagingen van de Belgische monumentenzorg in het Interbellum

12.30 uur Dr.ir. Wido Quist, TU Delft: Grip op de materie

13.00 uur lunch

Middagdeel
Voorzitter: drs. Michaëla Hanssen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

14.00 uur Ir. Annette Marx, Marx & Steketee architecten: Oude gebouwen, nieuwe vormen. Interventies in de praktijk

14.30 uur Ir. Job Roos, Bureau Braaksma & Roos/ TU Delft: Leren luisteren naar gebouwen

15.00 uur theepauze

15.30 uur Nicholas Clarke, Arch.Pr. promovendus, TU Delft: Amsterdams Jeruzalem en de effecten van decentralisatie

16.00 uur Prof.dr. Marieke Kuipers, TU Delft/ Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ®evolutie in de monumentenzorg?

16.30 uur discussie onder leiding van drs. Henri Lenferink, voorzitter van de KNOB en Burgemeester van Leiden

17.10 uur afsluitende borrel

Kosten deelname
€ 45 KNOB-lid
€ 60 Niet-leden
€ 25 KNOB-studentleden
€ 35 Niet-leden studenten
€ 35 Medewerker RCE (inschrijven met e-mailadres RCE)

SPECIALE ACTIE:
Wordt nu lid van de KNOB voor 2018, krijg het laatste nummer van het Bulletin 2017 cadeau en de ledenkorting op de studiedag voor €105 (studenten € 55).
U kunt zich t/m 27 oktober 2017 inschrijven voor de studiedag ‘Grondbeginselen’.
Overige informatie kunt u vinden op www.knob.nl of door een mail naar info@knob.nl te sturen.

SKBL Internationale Summerschool 2018

Wester Amstel klein

Wester-Amstel, Amstelveen

(overgenomen uit de SKBL Nieuwsbrief)

De sKBL Internationale Summer School

Onlangs zijn de voorbereidingen voor de oprichting van de sKBL International Summerschool van start gegaan. Dit initiatief richt zich op de bestudering van onze Nederlandse kastelen en historische buitenplaatsen door een internationaal gezelschap van professionele onderzoekers, (museum)conservatoren, historisch groenexperts, interieurkenners en een ieder die vanuit een relevante professionele achtergrond kennis wil opdoen van ons Nederlandse monumentale erfgoed. Uitdrukkelijk zal de samenwerking worden gezocht met Nederlandse eigenaren van kastelen en buitenplaatsen. Dit initiatief baseert zich op de Engelse Attingham Summer School. Die organisatie biedt in Engeland en al sedert jaren intensieve kennisprogramma’s en excursies aan. Veel Engelse eigenaren werken met plezier mee aan de realisatie van het excursieprogramma, daar telkens blijkt dat het ontvangen van een groep experts voor zowel de deelnemers als voor de gastheer/vrouw verrijkende momenten opleveren.

Het programma, dat jaarlijks zal worden aangeboden en vermoedelijk telkens een lengte van tien dagen zal hebben, zal toegankelijk zijn voor academici met voor KBL relevante professionele activiteiten (onderzoek, advisering, etc.). Ook voor hen die praktische professionele kennis bezitten die het beheer en behoud van KBL ten dienste is, zullen zich kunnen aanmelden. Omdat de organisatie van deze summerschool ervan uitgaat succesvol te zullen zijn, gelden selectiecriteria voor toelating tot de cursus. Gezien de ontvangstmogelijkheden op veel Nederlandse buitenplaatsen zal het maximale aantal deelnemers per cursus onder de 40 personen blijven.

De leden van het curatorium zijn ir. Julia Hennig (architect Rijksvastgoedbedrijf), prof. dr. Johan de Haan (hoofdconservator Paleis Het Loo) en drs. René W.Chr. Dessing (directeur sKBL). Op dit moment worden leden voor een comité van aanbeveling en Raad van Advies aangezocht. Voorts onderzoekt het curatorium de mogelijkheid om beurzen beschikbaar te kunnen stellen voor hen die wegens financiële beletselen niet kunnen deelnemen. Onder een voorbehoud wordt er naar gestreefd om het eerste cursusjaar in 2018 van start te laten. Dat jaar zal het programma betrekking hebben op de Amsterdamse historische buitenplaatsen. De voertaal van de Summer School wordt Engels. Voor vragen, opmerkingen en/of verzoeken mailt u rdessing@skbl.nl