Categorie archief: Landschap

Landgoederen van Petrus Regout

Landgoederenzône Maastricht – Meerssen. Langs de weg van Maastricht naar Meerssen liggen verspreid een aantal landgoederen, die tussen 1851 en 1865 zijn aangekocht door Petrus Regout, van de bekende aardewerkfabriek De Sphinx. Op deze kaart is het grote familielandgoed Vaeshartelt afgebeeld, en ten zuiden hiervan de  landgoederen  La Grande en La Petite Suisse en ten noordoosten Klein Vaeshartelt. Bekijk de kaart nauwkeurig door de kaart aan te klikken. Mijn volgende column in ‘Kasteel en Buitenplaats’ (Nederlandse Kastelenstichting) gaat over de landgoederen van Petrus Regout en die van zijn 9 kinderen.

Johannes van den Bosch en de Maatschappij van Weldadigheid

Gesticht voor Kinderen Veenhuizen (Het Tweede Gesticht). H.V. Geelen. Ca. 1825. Litho. Coll. UB Leiden / Bijzondere Collecties

In 1818 wordt in Drenthe de Maatschappij van Weldadigheid opgericht door Johannes van den Bosch. Na de Franse tijd raakte Nederland in verval.  10% van de twee miljoen inwoners leeft onder de armoedegrens en in de grote steden is sprake van wel zo’n 50 %. Mislukte oogsten in 1816 en 1817 maken het nog weer erger.

Johannes van den Bosch start een sociaal plan:  hij wil verpauperde landgenoten een nieuwe basis van bestaan bieden binnen de bescherming van landbouwkoloniën, om vervolgens kansrijk terug te keren in de normale maatschappij. Er wordt gezorgd voor  werk, onderdak, onderwijs en zorg.

De inrichting van de kolonie werd door Van den Bosch zelf bedacht. Eenvoud en een ingetogen beeld in zowel inrichting van het landschap als in de bebouwing zijn het gevolg van de functionaliteit die het geheel in zich moest hebben en de beperkte middelen die beschikbaar waren. De uitgangssituatie bestond uit heide- en veengrond langs de oude weg van Steenwijk naar het esdorp Vledder. Vanuit het oude landgoed Westerbeeksloot werd de ontginning in gang gezet. De systematische ontginning van de woeste gronden resulteerde in een karakteristieke ruimtelijke structuur. Bomenlanen, rechtlijnige wegenpatronen, gelijkvormige bebouwing en kleine landbouwpercelen, maken nog steeds belangrijk deel uit van de landschappelijke karakteristiek. De bebouwing bestond uit open, enkel- of dubbelzijdige bebouwingslinten met kleine koloniehuisjes op regelmatige afstand van elkaar.

Hoewel de totaal-opzet van de complexen dus rechtlijnig is, zien we op bovenstaande litho van de binnenplaats van het ‘Gesticht voor kinderen’ een typisch vroeg-19de eeuwse primitieve landschapsstijl toegepast.  N.B. Zocher jr. maakte voor Johannes van den Bosch in 1836 bij zijn woning Boschlust in Den Haag (op de plaats waar nu winkelcentrum Babylon staat) een landschappelijke aanleg.

Nog steeds beheert de Maatschappij van Weldadigheid de natuur- en cultuurgronden en een deel van de gebouwen rond Frederiksoord, Wilhelminaoord en Boschoord.  De armen kregen bij aankomst een huisje en een perceel grond. Door het ontginnen van deze gronden (mannenwerk) en door huisnijverheid (vrouwenwerk) zouden zij een behoorlijk bestaan kunnen opbouwen.

Tweede Gesticht Veenhuizen (zelfde gebouw als op eerste afbeelding is te zien). De Kolonievaart staat loodrecht op de ingangspoort van het Tweede Gesticht. Foto Siebe Swart

De in Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord ondergebrachte gezinnen waren veelal uit vrije wil gekomen en konden de koloniën ook weer verlaten. Dat was niet het geval in Veenhuizen en Ommerschans: ‘gestichten’ die opgericht werden om landlopers, gestraften, bedelaars, wezen en vondelingen te huisvesten.

(Deels overgenomen van maatschappijvanweldadigheid.nl)

In het kader van UNESCO- Werelderfgoed wordt plaatsing op de lijst van Werelderfgoederen voorbereid (2018 behandeling verwacht, wanneer het 200 jaar geleden is dat de Maatschappij van Weldadigheid is opgericht).

En belangstelling om het theaterstuk ‘Pauperparadijs’ bij te wonen? Dit speelt op de binnenplaats van genoemd Tweede Gesticht in Veenhuizen. Zie: hetpauperparadijs.nl

Theaterstuk Het Pauperparadijs, 28 juni 2017. Foto Carla Oldenburger

De roman (bestseller) waarop het theaterspektakel is gebaseerd is in de boekwinkel verkrijgbaar, thans de 60ste druk (aangevuld).

Wie wint de Carla Oldenburger-Ebbers Penning?

De Carla Oldenburger-Ebbers Penning 2017 wordt  21 juni as. voor de tweede maal uitgereikt. Wie de winnaar is zal die middag op buitenplaats De Leemcule in Dalfsen bekend worden gemaakt.

In 2009 heeft de Stichting Tuinhistorisch Genootschap CASCADE de Carla Oldenburger-Ebbers Penning ingesteld. Cascade riep daarmee een prijs in het leven, genoemd naar haar oud-voorzitter en bedoeld om jong wetenschappelijk talent te stimuleren (jong is leeftijdsloos). De prijs gaat vergezeld van een bescheiden geldbedrag.

Voor de Carla Oldenburger-Ebbers Penning
komen onderzoekers in aanmerking die aan het
begin van hun (nieuwe) loopbaan staan en die een opmerkelijke wetenschappelijke scriptie, artikel of andere publicatie hebben uitgebracht die betrekking heeft op de geschiedenis van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur en die aansluit op de doelstellingen van Cascade. De kwaliteit wordt getoetst aan de voor de universiteiten en hogescholen gebruikelijke normen.

In september 2016 ging een oproep voor kandidaten uit en op 21 juni 2017, tijdens de Cascade MidZomerNacht bijeenkomst, wordt de winnaar bekend gemaakt. In het navolgende worden de zes genomineerden en hun onderzoeken in willekeurige volgorde aan u voorgesteld.

Anna van Gerve

Anna van Gerve (1986) studeerde Beeldende Kunst aan de Gerrit Rietveld Academie en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. In 2014 behaalde zij aan dezelfde universiteit haar diploma van de research-master Art Studies met een scriptie over de openbaar groen projecten van Louis G. le Roy in de jaren zeventig.

Een nieuwe dialoog met de natuur.
De positie van Louis le Roy in de ontwikkeling van natuurlijker openbaar groen in de jaren zeventig. Artikel in Stadsgeschiedenis, 2014.

In de jaren 1970 werd Louis G. le Roy (1924-2012) bekend vanwege zijn ecologische experimenten in de openbare ruimte. Zijn autonome project de Eco-kathedraal, waar hij zich vanaf 1983 volledig aan wijdde, heeft echter veruit de meeste aandacht gegenereerd in de vakliteratuur. Dit brengt het gevaar met zich mee dat Le Roy als eenling en buitenstaander wordt neergezet en niet in de context van de tuin- en landschapsarchitectuur wordt bekeken. Het is zeer de vraag of deze karakterisering van Le Roy wel voldoende recht doet aan zijn werk en motivaties. Op basis van drie vergelijkende analyses (met heemparken, natuurparken en wijkgroen) laat deze studie zien hoe Le Roy’s theorie en praktijk zich verhielden tot het denken over en omgaan met natuur in de stedelijke omgeving in de jaren 1970. Op die manier kan een beter begrip verkregen worden van Le Roy’s plaats in de tuin- en landschapsarchitectuur en van de waarde van zijn gedachtengoed voor de hedendaagse samenleving.

Gerrit van Oosterom

Gerrit van Oosterom (1975) studeerde landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen waar hij in 2015 cum laude afstudeerde. Als PhD onderzoeker is hij sindsdien verbonden aan het Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen voor zijn onderzoek naar de rol die boerderij en buitenplaats binnen de ontwikkeling van de buitenplaatscultuur in de driehoek Leiden-Amsterdam en Utrecht. Daarnaast is hij als landschapsarchitect werkzaam bij de gemeente Apeldoorn.

Gronden van vermaak. Een reconstructie van de ontwikkeling van buitenplaatscultuur en het buitenplaatslandschap langs de Oude Rijn tussen Leiden en Utrecht (1600-1900). Masterscriptie Rijksuniversiteit Groningen, 2015.

In de zeventiende en achttiende eeuw ontstaat er langs de oevers van de Oude Rijn tussen Leiden en Utrecht een buitenplaatslandschap van meer dan 125 buitenplaatsen. Twee eeuwen later zijn de meeste al weer gesloopt of omgevormd tot boerderijen. Dit reconstructieonderzoek levert voor het eerst een overzicht van de ruimtelijke opzet en de ontwikkeling van dit buitenplaatslandschap als totaal en de gebied specifieke factoren die de ontwikkelingsgeschiedenis bepaalden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de invloed van kleiwinning op zowel een versnelde afbraak als de opkomst van een nieuwe groep eigenaren. De sterke verwevenheid tussen boerderij en buitenplaats die tot in de negentiende eeuw hier als volwaardige buitenplaats blijkt te kunnen voortbestaan geeft eveneens het gebied een eigen signatuur. Het onderzoek laat daarmee zien dat er in de buitenplaatscultuur van de Republiek en het jonge Koninkrijk ook binnen West Nederland grote regionale verschillen waren waardoor de hegemonie van de Vechtstreek als nationaal referentiemodel voor andere gebieden mogelijk aan nuancering toe is.

Willem Weiland

Willem Weiland (1940) behaalde zijn doctoraal economie in 1964 en deed de master culturele wetenschappen in 2015. Werkzaam was hij als reserve officier Koninklijke Luchtmacht, senior organisatieadviseur bij Bakkenist, Spits en Co. en algemeen directeur van de papiergroothandel Proost en Brandt. Hiernaast vervulde hij diverse nevenfuncties op nationaal- en Europees niveau in de papierbranche. In zijn vrije tijd tennist, wandelt en fietst hij, en speelt hij trompet.

Groen erfgoed: het Volkspark De Leidse Hout in Leiden Functies en gebruik van het park 1931 – 2014. Masterscriptie Open Universiteit, 2015

In de negentiende eeuw waren de leefomstandigheden van de lagere klassen slecht. Gaandeweg werden er initiatieven ontplooid ter verheffing van het volk.
In Leiden kwam rond 1900 de wens naar een volkspark naar voren waarbij de bevordering van de volksgezondheid een belangrijke reden was. Het eerste Volkspark werd in 1921 in gebruik genomen en omgedoopt tot Kooipark. Dit park was 1,8 ha groot, maar al in 1919 werd een plan ingediend voor een groter park van 20 ha. Passend in het uitbreidingsplan van Pieter Verhagen ontwierp landschapsarchitect Klaas van Nes een park voor sport en spel: De Leidse Hout. In 1931 werd het wandelpark geopend, het sportpark volgde negen jaar later. Een bospark met openluchttheater werd in 1958 toegevoegd aan het oorspronkelijke ontwerp. Decennialang werd het begrip “volkspark” niet voor De Leidse Hout gebruikt. Pas met het verlenen van de gemeentelijke monumentenstatus in 2009 werd het park omschreven als het “Volkspark De Leidse Hout”.

Dit volkspark vervulde maatschappelijke en biologische functies. Bij de maatschappelijke functies kwamen aan de orde: de recreatieve-, de educatieve-, de sociale -, de decoratieve-, de rituele- en de commerciële functies. De functies veranderden niet in de loop van de tijd maar het gebruik binnen een bepaalde functie wel. Het lijkt alsof er geen grenzen zijn aan wat mensen bedenken voor de besteding van hun vrije tijd. De biologische functies waren altijd al aanwezig maar zijn relevant geworden door de toegenomen aandacht voor het leefmilieu en de klimaatverandering.

Fenny Ramp

Fenny Ramp (1990) studeerde in 2016 af als architectuurhistorica aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar stage bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de Gemeente Amsterdam groeide haar fascinatie voor stedenbouw en landschapsarchitectuur van de twintigste eeuw, door haar onderzoek naar het Sloterpark. Tegenwoordig werkt ze bij Architectenbureau Office Winhov en doet ze onderzoek naar L.S.P. Scheffer, hoofd Stadsontwikkeling 1928-1952, voor een toekomstige publicatie van Paul Scheffer.

‘Ten gerieve des volks’. Een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van een uniek volkspark: het Sloterpark. Masterscriptie Universiteit van Amsterdam, 2016

Groen werd binnen het Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam (AUP) uit 1934, voor het eerst in de Amsterdamse geschiedenis als een voorziening voor het volk gezien. Het Sloterpark lag, als het groene hart, centraal in de westelijke uitbreiding van het AUP. Het park werd door Cornelis Van Eesteren en Jakoba Mulder ontworpen als een groot volkspark met een breed scala aan recreatievoorzieningen, zodat alle standen van de samenleving hier vrij konden recreëren. Er is naar gestreefd alle parkstroken, die wijken doorsneden, te verbinden met het Sloterpark. Dit zorgde voor een groene dooradering van de Westelijke Tuinsteden.

In deze masterscriptie wordt onderzocht hoe vroeg twintigste-eeuwse moderne opvattingen over stedelijke groenvoorzieningen het ontwerp voor het Sloterpark bepaald hebben. Twee thema’s in de ontwikkeling van de Amsterdamse groenvoorzieningen van de negentiende en twintigste eeuw blijven steeds terugkeren in dit onderzoek. Dat is enerzijds de toepassing van het concept ‘volkspark’, anderzijds is dat de ontwikkeling van stedelijk groen tot een fijnmazige groenstructuur dat als integraal onderdeel in stadsplanning werd opgenomen. Beïnvloed door de internationale kennisuitwisseling duiken beide thema’s voor het eerst in Amsterdam op in de negentiende eeuw en ontplooien zich begin twintigste eeuw tot geaccepteerde concepten in de Amsterdamse stedenbouw. Het ontwerp voor het Sloterpark belichaamt een uniek moment in de geschiedenis van de Amsterdamse groenvoorzieningen, omdat beide thema’s in het ontwerp voor dit park worden vertegenwoordigd. Er was nog nooit zo systematisch en grootschalig over aanleg van groen nagedacht.
De ontstaansgeschiedenis voor het Sloterpark wordt in deze scriptie in een brede historische en theoretische context geplaatst. Op deze manier wordt getracht de actuele discussie over herbestemming, behoud, beheer, restauratie en bescherming van het Sloterpark en volksparken uit de wederopbouwperiode in het algemeen, te bevorderen.

Ietse-Jan Stokroos

Ietse-Jan Stokroos studeerde in 2015 af als landschapshistoricus. Tijdens zijn studie richtte hij zich vooral op het doen van onderzoek naar kleinschalige groenelementen binnen de tuin- en landschapsarchitectuur, zoals tuinen, parken en begraafplaatsen. Op dit moment is hij werkzaam bij Landschapsbeheer Groningen. Hier houdt hij zich met name bezig met de inrichting van monumentale boerenerven en slingertuinen.

Graven in het Landschap. Vormgeving en inrichting van begraafplaatsen in Nederland in het interbellum.  Masterscriptie Rijksuniversiteit Groningen, 2015.

‘Graven in het landschap’ is de titel van een onderzoek naar de vormgeving en inrichting van begraafplaatsen in Nederland in het interbellum, de periode tussen beide wereldoorlogen. Dit was een periode van veranderingen op maatschappelijk en cultureel vlak en op het gebied van ontwerpstijlen binnen de tuin- en landschapsinrichting.

Het onderzoek geeft de geschiedenis van de lijkbezorging door de eeuwen heen weer. Naast begraven is het cremeren aan de orde gesteld. De periode waarnaar onderzoek is verricht, het interbellum, is beschreven aan de hand van verschillende belangrijke thema’s voor die periode. Tussen 1918-1940 zijn 271 begraafplaatsen van verschillende signaturen aangelegd. De inrichting en vormgeving van deze begraafplaatsen is geanalyseerd. Dit heeft tot een indeling in typen geleid. Verschillen zijn te vinden in inrichting, bouwwerken, beplanting en symboliek. Per begraafplaats is een tekening gemaakt waar in een grove schets de situatie is weergegeven.

In Kerk-Avezaath is een, voor het interbellum, bijzondere begraafplaats aangelegd. Door zijn diagonale lijnenspel valt deze dodenakker op. In een detailstudie wordt uit de doeken gedaan hoe het proces van planvorming en uitvoering tussen 1935-1938 tot stand is gekomen.

Jorinde Nijhuis

In 2009 begon Jorinde Nijhuis haar opleiding kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Haar interesses liggen op het gebied van tuinen, landschap en funeraire architectuur. Naast andere werkzaamheden schrijft ze artikelen over deze onderwerpen. Meest recent verscheen een artikel over de Lijnbaanhoven van Rotterdam in het tijdschrift Puntkomma.

De tuinen van Beeckestijn, een onderzoek naar feit en fictie in de geschiedenis van het ontwerp. Masterscriptie Vrije Universiteit Amsterdam, 2014.

De tuinen van Beeckestijn worden vaak beschreven als een uniek stuk erfgoed waarin twee bijzondere stijlen naast elkaar zijn te zien: een geometrische tuin naar Frans voorbeeld en een meer natuurlijk Engels landschapspark. In de twintigste eeuw werd besloten om deze tuinen te herstellen naar voorbeeld van een opmeting van architect J.G. Michael (1738-1800), overgeleverd in een kopergravure uit 1772. In twee restauratiefases, begonnen in respectievelijk 1959 en 1996, werden de tuinen gerestaureerd dan wel gereconstrueerd naar voorbeeld van deze gravure. Doel was het ontwerp van Michael in zijn glorie te herstellen. Ook in de literatuur die over de historie van Beeckestijn is verschenen vormt de gravure van 1772 vaak het uitgangspunt. Het is opvallend dat één bepaalde gravure zo centraal staat in zowel de geschiedschrijving van Beeckestijn als in de restauratie van de tuinen. In haar scriptie wordt daarom onderzocht welke rol de opmeting van Michael heeft gespeeld in de historiografie van Beeckestijn en in de omgang met de tuinen in de twintigste eeuw. Hoewel de gravure van 1772 een belangrijk object van onderzoek is, is er wellicht een al te bepalende betekenis aan gehecht. Enige nuance is op zijn plaats. Welke status aan de gravure moet worden toegekend is niet zeker. Is het een ontwerp, een weergave van een werkelijke situatie of een ideaalvisie? Bovendien zijn ook andere fasen in de ontwikkelingsgeschiedenis van de buitenplaats van belang voor het karakter van Beeckestijn.

(samenvattingen overgenomen van http://www.cascade1987.nl/documenten/Cascade%20-%20genomineerden%20COE%202017.pdf/)

Doorzichtkunde en perspectief van Diederick Smith (1753)

Boeken over perspectief en tekening van een mooi veld-perspectief.

Ontwerptekening van het perspectief dat Diederick Smith in 1753 in de Hout liet plaatsen. Coll. Nood-Hollands Archief

Bij de boeken die Zocher jr. erfde van D. van den Bosch (zie ook laatste pdf Zochers Online)  zien we ook een aantal boeken over perspectiefleer of doorzichtkunde van de auteurs N. Hartsoeker  (Proeve der Deurzichtkunde en natuurkunde, 1699); C. Kramm (Werkdadige doorzichtkunde, 1830); S. Berghuis en C. de Gavere ( Handleiding der practische doorzichtkunde, 1868); C. Philips (Doorzichtkunde, 1823); en J.T. Thibaults (Application de la perspectieven linéaire aux arts du dessin, 1827). Het gaat hier om leerboeken, met vele prenten verluchtigd.

Gezien de jaartallen van publicatie zou het heel goed kunnen zijn dat Zocher jr. de perspectieftheorie in de boeken van Kramm, Philips en Thibaults zich eigen heeft gemaakt, voorzover dat nog niet het geval was.

Het  perspectief werd in de 18de eeuw niet alleen toegepast in de teken- en schilderkunst, maar ook kende men ‘het perspectief’ als zijnde een bouwwerk(je) dat het zicht vanuit een buitenplaats kon vergroten (verlengen). Bovenstaande tekening is een perspectief dat geplaatst was op de buitenplaats ‘Leeuw en Hooft’ bij Heemstede.

De grondaankopen alleen gaven de buitenplaats niet de allure die bij een succesvol koopman hoorde. Om de plaats te verfraaien diende Diederik Smith, destijds wonend op de buitenplaats Leeuw en Hooft,  in september 1753 een verzoek in bij de stad Haarlem om een zogenaamd ‘perspectief’ in De Hout te mogen maken. Dat wil zeggen dat er een zichtas gemaakt werd vanaf Leeuw en Hooft door het kreupelhout en de bomen aan de zuidzijde van De Hout, waar aan het eind het perspectief geplaatst werd. Het bouwwerkje werd versierd met ornamenten en aan beide zijden beschilderd. Soortgelijke perspectieven kennen we ook van een aquarel van Hendrik Spilman uit 1763 en van de ontwerptekening van Petersburg langs de Vecht uit 1723.

De buitenplaats Leeuw en Hooft was in de zomer van 1757 klaar om de bruiloft van de oudste dochter Anna Catharina (1730-1799) met de uit Moskou afkomstige koopman Nicolaas Konauw groots te vieren. In een van de bruiloftsgedichten die bij deze gelegenheid werden voorgedragen of gezongen werd ‘Leeuw en Hooft’ geroemd vanwege zijn ligging in de groene wandeldreven van Heemstede. In een ander werd het fruit geprezen dat op de buitenplaats werd gekweekt en dat het bruiloftsmaal extra glans gaf.

Met dank aan Anja Kroon / Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek.

 

Soestdijk-Made by Holland- uitverkoren

Helaas is de keus over de toekomst van Paleis Soestdijk NIET gevallen op ons mooie plan SOESTDIJK, BUITENPLAATS VAN NEDERLAND.

Wij kregen vandaag (8 JUNI) bericht van het Rijksvastgoedbedrijf dat het paleis gegund zal worden aan de groep MADE BY HOLLAND. Zie hieronder meer over de bedoelingen van deze inzending. De beslissing is genomen op basis van het HOOGSTE BOD en dat kwam van hen.

Ondanks deze grote teleurstelling was het een mooi avontuur om ons plan met zovelen vorm te mogen vorm geven.
Heel veel dank aan iedereen die zijn kennis en ervaring voor onze groep heeft ingezet.

ZIE HIERONDER MEER OVER MADE BY HOLLAND:

MADE BY HOLLAND:

Motivering op de bieding van Made By Holland Landgoed Soestdijk: platform en etalage van innoverend en ondernemend Nederland

Landgoed Soestdijk: platform en etalage van innoverend en ondernemend Nederland

Made By Holland speelt in op een maatschappelijke behoefte die binnen Nederland leeft. Nederlandse bedrijven, wetenschappelijke instituten en kennisorganisaties onderscheiden zich internationaal met die competenties, op meerdere terreinen: van waterbeheersing tot offshore, van agricultuur en voeding tot mode en design, van duurzame energie tot gaming. Op Soestdijk presenteren ze zich aan elkaar en aan alle Nederlanders. Gerenommeerde partijen en starters komen er in contact met elkaar en met investeerders.

Zo zetten we met Made By Holland de schijnwerpers op de innovatiekracht en de excellente prestaties van Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties. Nieuwe initiatieven krijgen een plek en worden daarmee toegankelijk gemaakt voor een breed publiek, op zakelijke doelgroepen en ook op investeerders in jong talent en buitenlandse handelspartners.

Made By Holland: innovatieplatform waar nieuwe arrangementen en allianties ontstaan


‘geest van innovatie’: interactieve spiegelvloer in de Stuczaal

Op Soestdijk is straks ruimte en inspiratie voor iedereen die kan en wil bijdragen aan consolidatie en uitbouw van Nederland als innovatieland.

Met begeleiding, coaching en financiële accommodatie wordt de weg geopend om dromen werkelijkheid te laten worden. Dat is juist nu van belang, omdat het steeds moeilijker wordt om steun te vinden voor de realisatie van een goed idee. Op Soestdijk zullen nieuwe arrangementen en allianties ontstaan.

Made By Holland: ontmoeten, genieten en verblijven voor iedereen

Het landgoed wordt in samenhang ontwikkeld, waarbij het unieke karakter van het ensemble onaangetast blijft. Aan de iconische kwaliteit en de bijzondere schoonheid van Soestdijk wordt zo een nieuwe laag toegevoegd.

Het Paleis biedt allerlei mogelijkheden voor zakelijke activiteiten, al of niet besloten. Maar ook het publiek krijgt de ruimte om het Paleis en het Park te bekijken en van de actuele thema’s te genieten. Steeds wisselende bedrijven en (kennis)instellingen manifesteren zich voor kortere of langere tijd in de Paleisvleugels. In de ‘Proeftuin’ vormen historische gebouwtjes als het sportpaviljoen, het speelhuisje, de watertoren, het châlet en de ijskelder én een aantal nieuwe tijdelijke follies visueel aantrekkelijke, interactieve onderdelen van Made By Holland.


De Parade met hotel, restaurant, evenementenlocatie en nieuw parkeerterrein

Behalve in het Paleis en de Oranjerie komen ook aan de overzijde van de Amsterdamsestraatweg (de Parade) verschillende horecaconcepten, o.a. in de Koninklijke Stallen. Van koffiebar, zonnig terras tot brasserie: qua entourage allemaal state of the art, in lijn met het alomvattende concept. Groente, fruit, eieren et cetera komen zoveel mogelijk uit de eigen gaarden en tuinen.

In de monumenten in de Parade en op de verdieping van het Paleis kan men ‘Koninklijk’ overnachten.

 

De schrijfster Amy Geertruida de Leeuw en enige onbekende pennenvruchten over Tuinkunst

 
Amy Geertruida de Leeuw. Carte de visite. Fotograaf Ludwig Fröhlich. Coll. N-H Archief.
De schrijfster Amy Geertruida de Leeuw (1843-1938) werd geboren in Haarlem in 1843 als oudste kind van Ir. J.C. de Leeuw  en Maria Cornelia Elisabeth Pennink Hoofd. Amy was een halfzus van de tuinarchitect Louis Paul Zocher en een (stief)kleindochter van de beroemde Jan David Zocher.
De Leeuw ontwikkelde al op vroege leeftijd een liefhebberij voor tuinieren. Als kind kreeg ze van grootvader een eigen stukje grond op de kwekerij Rozenhagen. Haar schuilnaam/schrijversnaam is Geertruida Carelsen.
In haar geschriften is liefde voor het buitenleven duidelijk waarneembaar.  Ik kende wel haar artikel ‘ Het werk van de Zochers’ in De Tijdspiegel (1917), maar na enig speurwerk blijkt zij toch als telg uit de Zocher-dynastie ook haar steentje te hebben bijgedragen aan de geschiedenis van de tuinkunst. Zie de titels hieronder, waarvan de meeste nu totaal onbekend zijn.
G. Carelsen. ‘Bloemen en tuinen’. Volks-almanak van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen (1879), p. 42–49.
G. Carelsen. ‘In het park van Muskau’. De Gids. Jaargang 50 (1886).
G. Carelsen. ‘Onkruidpoëzie’ {over het werk van F.W. van Eeden]. De Gids. Jaargang 51 (1887).
G. Carelsen. ‘Eerbied voor het levend materiaal in de tuinkunst’. Haarlem, 1902.
G. Carelsen. ‘De liniaal-epidemie in de tuinkunst’. Onze Eeuw. Jaargang 10 (1910).
G. Carelsen. ‘Bouwkunst en Tuinkunst’. De Beweging. Jaargang 10 (1914).
G. Carelsen. ‘Het werk der Zochers’. De Tijdspiegel 74 (1917), p. 205–220.

ZOCHER SR. VANDAAG PRECIES 200 JAAR GELEDEN OVERLEDEN OP SOESTDIJK

ZOCHER SR. EN SOESTDIJK VRAGEN VANDAAG OM UW BIJZONDERE AANDACHT. Het is namelijk 15 mei 2017 en precies 200 jaar geleden, op 15 mei 1817 overleed Zocher sr. hier op Soetsdijk in een daglonerswoning. Dat feit was onze aanleiding om aan RTV Baarn te vragen of zij aan dit feit aandacht wilden schenken, zodat we nu 200 jaar nadien toch iets over het mooie werk van Zocher sr. kunnen vertellen en laten zien.

En als u nog veel meer wil weten en lezen…Zie Zochers online.

Het filmpje J.D. Zocher sr. landschapsarchitect wordt vanaf woensdag 17 mei t/m 20 mei ieder uur uitgezonden op RTV Baarn, maar is dus vanaf vandaag ook al op deze website en op youtube te zien.

Dank voor de leuke samenwerking aan de makers van deze video, Robert Smeekes en Wil Hordijk van RTV Baarn en Henk de Raad.

Soestdijk Buitenplaats van Nederland

In juni zal het besluit vallen. Welke groep mag Soestdijk gaan revitaliseren, restaureren en renoveren? Hij hopen dat de groep Buitenplaats Soestdijk het gaat worden, maar nog even geduld. Daarom dit filmpje, overgenomen van RTV Baarn (YouTube). Als deze groep met dit mooie plan wordt uitgekozen, mogen wij de Zocher-kenmerken bewaken en verdere adviezen uitbrengen.

Ontwerp en Beplantingsplan van L.P. Zocher in Rhenen

L.P. Zocher in Rhenen: Ontwerp en beplanting van Noorderplantsoen (Kon. Elisabethplantsoen)
L.P. Zocher in Rhenen. Ontwerp en beplanting van Noorderplantsoen (Kon. Elisabeth Plantsoen). In het tijdschrift OUD RHENEN (JG  36, nr. 2 - mei 2017) van de Historische Vereniging  Oudheidkamer Rhenen en Omstreken zal deze week een artikel van onze hand verschijnen, getiteld L.P. Zocher en de Noordwal in Rhenen. Hierbij onze lezers al vast aangeboden.

Kon. Elisabeth Plantsoen met op de achtergrond de Panoramamolen te Rhenen.  Omstreeks 1910. Part. Coll.

 

Louis P. Zocher leermeester van landschapschilder Paul J.C. Gabriël

Paul J.C. Gabriël. Trein in Landschap (traject Amsterdam-Haarlem?), 1887. Coll. Rijksmuseum

Paul Joseph Constantin Gabriël (1828-1903) was (landschap)schilder, tekenaar, aquarellist en etser, die behoorde tot de Haagse School. Hij werd onlangs door Wim Pijbes genoemd en naar voren gehaald in een uitzending van NTR als landschapschilder van de nieuwe tijd (eind 19de eeuw), waarin het landschap door toedoen van de industrialisatie aan grote veranderingen onderhevig was.

Aangemoedigd door de schoonheid van enkele getoonde schilderijen, zocht ik verder op Wikipedia naar meer gegevens over Paul J.C. Gabriël, omdat ik wist dat de vader van Louis Paul, Jan David Zocher, tijdens zijn opleiding in Rome bevriend was met de beeldhouwer Paul Gabriël, de vader van de schilder Gabriël.

Tot mijn grote verbazing vond ik op Wikipedia (bron: de welbekende Encyclopedie van Pieter Scheen) dat de schilder Paul Gabriel een leerling was geweest van Louis Paul Zocher. Jammer genoeg zonder verdere bijzonderheden. Zie ook rkd.nl/nl/explore/artists

Paul J.C. Gabriël, zelfportret. Coll. Rijksmuseum

De vraag komt dan op, zou Zocher Gabriël hebben begeleid in het schildersvak of zou hij Gabriël hebben onderwezen in de geschiedenis en het ontstaan van het Nederlandse landschap? Zijn het privé-lessen geweest of gaf Zocher misschien ook les op de Rijksacademie in Amsterdam, waar Gabriel lessen volgde? Wel is bekend dat Gabriël zich sinds 1853  in Haarlem heeft gevestigd. Daar zullen ze elkaar zeker zijn tegengekomen via hun vaders. In ieder geval weer een heel klein feitje over een van de vier Zochers boven water.