Categoriearchief: Landschap

Diashow: BUITENPLAATSEN IN AMERSFOORT, RANDENBROEK EN NIMMERDOR

(22 x op Slideshare bekeken)

De afgelopen jaren heeft ons bureau tweemaal een opdracht voor de gemeente Amersfoort uitgevoerd. Eenmaal een Tuinhistorisch onderzoek op de buitenplaats van de architect Jacob van Campen, Park Randenbroek, en eenmaal een Tuinhistorisch onderzoek op de buitenplaats van de toneelschrijver Everhard Meester, Park Nimmerdor.

Bovenstaande diashow laat de bijbehorende afbeeldingen zien die deze onderzoeken ondersteunen.

Wat is een Sterrenbos? DIASHOW

(182 x op Slideshare bekeken)

(239) Een sterrenbos op een buitenplaats komt tamelijk veel voor. Men herkent het niet altijd, daarom deze uitleg. Een sterrenbos bestaat meestal uit twee lanen die elkaar kruisvormig kruisen en twee lanen die elkaar diagonaalsgewijs kruisen. Hun middelpunten vallen samen. Tussen de lanen liggen driehoekige bosvakken. Een sterrenbos heeft eigenlijk twee doelen. 1) het is een productiebos. De rechte lanen worden gevormd door beuken of eiken die de tussengelegen driehoekige vakken met hakhout afschermen. Het hakhout werd vroeger om de paar jaar gekapt en kon voor verschillende doeleinden gebruikt worden. 2) het is een jachtbos, speciaal voor kleinwild. De jager vatte met zijn geweer post op een van de lanen, terwijl de honden het wild moesten opjagen. Zodra de hazen, konijnen, fazanten, of zwijnen de laantjes overstaken, stond de jager met zijn geweer klaar om te vuren. Op onderstaande topografische kaart is te zien dat het middelpunt van een sterrenbos meestal uitkijkt over acht lanen.

Deze bossen zijn een cultuurhistorisch bosrelict uit vroeger tijden. Op oude topografische kaarten zijn ze makkelijk te onderscheiden.

Topografische kaart omgeving Amersfoort, met middenin het sterrenbos van de buitenplaats Nimmerdor

Op een mooie voorjaarsdag Stinsenplanten-wandeling 30 maart 2021

(190 x bekeken op Slideshare)

(237) Juliet en Walther maakten gisteren een heerlijke wandeling in het J.P. Thijssepark in Amstelveen.


De aanleg van het Amsterdamse Bos, in de jaren dertig, vond grotendeels plaats op grond die toebehoorde aan de gemeente Amstelveen. Amstelveen zag hiermee een belangrijke mogelijkheid tot stadsuitbreiding verloren gaan. Om toch welgestelde burgers binnen de gemeentegrens te halen, plande de gemeente in het gebied tussen het Amsterdamse Bos en De Braak een villapark.

De aanleg van een nieuw park zou bovendien de aan- trekkingskracht op toekomstige bewoners verhogen. Het park werd opgedragen aan Jac.P. Thijsse, die een belangrijke rol speelde in de natuureducatie, onder meer met zijn befaamde Verkade-albums. Thijsse was oprichter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en wandelde rond de eeuwwisseling veel in deze voor hem favoriete streek ten zuiden van Amsterdam. Een van zijn bekende uitspraken was: ‘Ik droom van een plantsoen, waar publiek, oud en jong, onwetend of ingewijd, het hele jaar door gemakkelijk getuige kan zijn van wat er in de loop der seizoenen op het gebied van de inheemse planten- en dierenwereld te beleven valt.’ Deze droom is in het Jac.P. Thijssepark, en trouwens ook in de andere Amstelveense parken, werkelijkheid geworden.

Het park kreeg zijn huidige omvang in drie fasen. Met de aanleg van de eerste fase is gestart in 1940. Het gaat om het gedeelte ten noordwesten van De Braak dat grenst aan de Hoornsloot; de waterscheiding met het Amsterdamse Bos. Het park is aangelegd als een smalle strook, die vanaf de ingang aan de Prins Bernhardlaan uitloopt op een kunstmatige heuvel. Daar maakt het een hoek in zuidelijke richting. Aan het middengedeelte begon men in 1949. Het geheel is naar ontwerp van C.P. Broerse, hoofd Plantsoenen bij de gemeente Amstelveen, uitgevoerd. De laatste fase is een ontwerp van B.J. Galjaard. Overigens sluit het ontwerp en de aanleg van dit deel uitstekend aan op het werk van zijn voorganger.

Broerse was groot voorstander van inheems plantgebruik in parken en tuinen. Hij bestudeerde al op jonge leeftijd natuurlijke planten-gemeenschappen in Nederland. Een park behoorde zijns inziens beplant te worden met soorten zoals de ‘schepper’ – de natuur – ze daar wilde hebben. De slappe veenbodem onder het Jac.P. Thijssepark kon het beste beplant worden naar het voorbeeld van veenplassen in de omgeving van Amstelveen. Door plaatselijke verhoging en verlaging van het maaiveld konden planten voor drogere en vochtiger grond worden toegepast. Er was dan steeds een ruime keuzemogelijkheid uit een breed scala planten van bos- en watervegetaties. De wilde-plantenspecialist J. Landwehr, in 1938 bij de Amstelveense plantsoenendienst in dienst gekomen, bood hulp bij het zoeken en kweken van inheemse planten.

In De Braak werd een wilde-plantenkwekerij ingericht, speciaal voor gebruik in de Amstelveense plantsoenen. In het hele ontwerp slingeren paden door een begroeiing van hoge bomen, dichte struiken en kruiden naar open ruimten van afwisselende grootte. Daar valt het oog op vijvers die omgeven zijn door een op de natuur geïnspireerde beplanting. Het water en de vormen van de in groepen bij elkaar geplaatste inheemse planten en boomgroepen geven telkens een sterk, schilderachtig beeld. Aan de zijde van de Hoornsloot zijn op enkele plaatsen open plekken aan het water gemaakt.

In 2011 is het Jac.P. Thijssepark op de rijksmonumentenlijst geplaats, samen met De Braak. Het zijn de eerste twee heemparken op deze lijst en beide parken behoren tevens tot de oudste voorbeelden van dit genre in het land.

(Tekst gedeeltelijk overgenomen uit ‘Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur’ door Carla S. Oldenburger, A.M. Backer en E. Blok. Rotterdam, 1998).

DIA-SHOW: GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE TUINARCHITECTUUR AAN DE HAND VAN KAARTMATERIALEN

(386 x bekeken op Slideshare.nl)

(233) Historische kaartmaterialen zijn naast historische ontwerpen van tuinen, parken en landschappen een belangrijke bron voor het verkrijgen van een zicht op de ontwikkeling van de tuin- en landschapsarchitectuur. Ook topografische kaarten vanaf ca. 1850 (in de vorm van de Topografische Militaire Kaart van Nederland) kunnen een beeld verscherpen, alhoewel deze kaarten zelf meestal onnauwkeuriger zijn dan losse kaarten van één landgoed of regio.

Diashow ‘De Kunst van de Zochers’

(1368 x bekeken op Slideshare.nl)

(227) Op Internet-pagina Slideshare.net heb ik een aantal jaren geleden enige dia-voorstellingen geplaatst (nu samen 25 voorstellingen, bijna 800 dia’s). Het betreft lezingen die ik her en der in Nederland gehouden heb, voor gezelschappen van de Nederlandse Tuinenstichting; Kon. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde; Cascade Tuinhistorisch Genootschap; VVE Backershagen; Vrienden van Frederiksoord; verschillende Vrienden-stichtingen van diverse Kastelen/Buitenplaatsen/Botanische Tuinen; verschillende gemeentes; verschillende Historische Verenigingen etc.

ALS U DEZE VOORSTELLING LEUK VOND EN ER GRAAG MEER WILT ZIEN, GEEFT U DAT DAN EVEN HIER IN EEN WEBSITE-REACTIE AAN. BIJ VOLDOENDE BELANGSTELLING ZAL IK DAN IN DE KOMENDE BERICHTEN MEER VOORSTELLINGEN OPNEMEN.

Buitenplaatsen (9 x):

+Huis Clingendael Den Haag (44 dia’s); +Kasteel Staverden te Staverden (Ermelo) (23 dia’s); +Huis Backershagen Wassenaar (33 dia’s); +Twee Eeuwen Koninklijke Tuinen (29 dia’s); +Zocher, Petzold en Wentzel op landgoederen van prins Frederik en prinses Louise (54 dia’s). +’t Hof te Vlaardingen (29 dia’s); +Vredespaleis Den Haag (20 dia’s); +Wildrust Wassenaar 12 dia’s); +Sterrenbos Frederiksoord (14 dia’s).

Vele facetten van Historische Tuinarchitectuur (15 x):

+Overzicht Nederlandse Tuinarchitectuur (101 dia’s); +Tuinstijlen in Nederland en reflectie op boerentuinen (33 dia’s); +Hagen en heggen (49 dia’s); +Parkrestauratie in Nederland (22 dia’s); +Instandhouding van historische tuinen (22 dia’s); +De tuinarchitectuur van de Zochers (34 dia’s); +Geschiedenis van de Oude Hortus / Nieuwe Gracht Utrecht (21 dia’s); +Botanical Gardens and Cultural Heritage (31 dia’s); +Geschiedenis van tuinarchitectuur in Nederland aan de hand van historische kaartmaterialen (28 dia’s); +Buxus en andere randopsluitingen (34 dia’s); +Kloostertuinen Nederland (35 dia’s); +Kloostertuinen in Amsterdam vóór de Alteratie (15 dia’s); +Ontdekking van een ontwerp van A. Le Notre in Frankrijk en Zocher jr. in Duitsland (11 dia’s); +De voortuin van de Plantage-Hortus Amsterdam (22 dia’s); +Korte geschiedenis van stadstuinen.

Andere onderwerpen (1x):

+Hand-Tapijtknoperij Kinheim Beverwijk (69 dia’s)

Overzicht Oldenburgers.nl-2020

VILLA KRUISHEIDE HILVERSUM

(224) Vroeger in mijn functie als conservator van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Landbouwuniversiteit) moest ik altijd in januari een verslag / overzicht van projecten van het afgelopen jaar maken. Dat werd dan weer in het jaarverslag van de Bibliotheek Landbouwuniversiteit opgenomen en gepubliceerd. Sinds 2000 gebeurde dat als e-uitgave.

Een dergelijk jaarverslag is de afgelopen jaren soms wel en soms niet opgemaakt over de werkzaamheden van Bureau Binnenstad & Buitenleven (Oldenburgers.nl). Een verslag over dit afgelopen jaar willen wij weer eens graag aan onze lezers en klanten voorleggen.

2020-Projecten Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven:

ONTWERP TUIN BRAKESTEIN TEXEL. JULIET OLDENBURGER, 2019/2020.
  • Wassenaar Backershagen ontwerp vroeg-20ste eeuwse tuin bij entree, in de geest van L.A. Springer. Afgeleverd en aanvaard). Part. Uitvoering wordt vervolgd.
  • Heemstede  Groenendaal, advisering reconstructie Belvédère. I.s.m. KPG Architecten. Winnend ontwerp. Gem. Heemstede. Wordt vervolgd. 
  • Wieringerwaard, vóór-onderzoek en offerte voor 17de eeuws tuinontwerp bij Polderhuis. Part. Wordt vervolgd. 
  • Hilversum Villa Kruisheide (rijksmonument). Tekst redengevende omschrijving tuin Villa Kruisheide opgesteld. Gem. Hilversum. Afgeleverd. Gevolgd door advisering. 
  • Amsterdam Vondelpark. Cultuurhistorisch onderzoek (uitgevoerd door Walther Schoonenberg) naar de geschiedenis van Het Groot Melkhuis. 34 p. Via Rod’or Advies. Afgeleverd.
ONTWERP GROOT MELKHUIS. OF BOERDERIJ, L.P. ZOCHER, 1874. COLLECTIE PANDENARCHIEF, STADSARCHIEF AMSTERDAM
  • Amsterdam begraafplaats St. Barbara. Ontwerp urnenmuur. In opdracht van Begraafplaats St. Barbara. I..s.m. Coen van der Heiden, architect. Oriëntatie, wordt vervolgd in 2021. 
  • Amsterdam Claes Claesz.Hofje. Kleurontwerp schilderwerk Hofzijde, in opdracht van St. Diogenes. Het schilderen begint in januari 2021.

2020-Artikelen:

Artikel JO: ‘Der Garten als Spiegel der Welt’, in: ‘Historische Gärten und Gesellschaft. Kultur-Natur-Verantwortung’. p. 302-308. Berlin (Stiftung Preussische Schlösser und Gärten, Berlin Brandenburg, Schnell + Steiner), 2020. Eveneens engelse uitgave.

Artikel CO: ‘Over het Damplantsoen, zijn ontwerper en de ‘Oud-Hollandse stijl’. 13 p. Cascade Bulletin 2020, p. 33 t/m 44. (verschenen in nieuw format jan. 2021).

Artikel JO: ‘Iepen bedreigd door kademuurrenovatoe?’ Binnenstad 296 (jan./febr.2020), p. 8-10. 

Artikel JO: ‘Iepen toch bedreigd’. Binnenstad 298 (mei/juni 2020), p.37.

Losse relevante adviseringen, uitgewerkt in weblogs: 1) Kaart van de Hofstede Adrichem. Uitgewerkt in weblog: ‘Huis Adrichem, is dit een ontwerp van J.G. Michael?’; 2) Welke Zocher ligt begraven op Kerkhof NH Kerk te Bloemendaal? Uitgewerkt in weblog: ‘Zocher-grafsteen op het kerkhof in Bloemendaal’;  3) Tuinontwerpen in de Collectie Six? Uitgewerkt in weblog: ‘Ontwerp rond Huis Mereveld van Johannes Montsche (1734-1799)? 4) N.a.v. een toegezonden notaris-advertentie omtrent Zocher en de buitenplaats Rosorum. Uitgewerkt in weblog: ‘Nieuwe Zocher (J.D. en L.P.) gedetecteerd’. 5a) Vraag over de aanwezigheid van een historisch doolhof-patroon op Texel. Uitgewerkt in weblog: ‘Het Bosch van Engelsteen op het eiland Texel’; en 5b) ‘Het Bosch van Engelsteen of ’t Bossie heden ten dage (2). 6) N.a.v. de vraag welke tuin bedoeld zou kunnen zijn met een prent genoemd Angiers (in de salon van Brakestein), genoemd in de boedelscheiding van 1711?  Uitgewerkt in weblog: ‘Prenten in de salon van Buitenplaats Brakestein te Texel’. 7) N.a.v. een vraag van de ‘St. Historische Behangsels en Wanddecoraties’, een artikeltje voor hun Nieuwsbrief over ‘bloemschilderen’.

Planten van de Sipaliwini Savanna (het grensgebied van Suriname en Brazilie)

(220) Tussen 1968 en 1972 deed mijn man Feddo H.F. Oldenburger (1937-2017) in opdracht van ZWO (later NWO)-WOTRO (stichting Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen) onderzoek naar de flora en vegetatie van het Sipaliwini-savannelandschap  in Zuid-Suriname. Hiertoe verzamelde hij tijdens een expeditie planten voor het ‘Botanisch Museum en Herbarium’ van de Universiteit Utrecht. In 2008 werd het Utrechts Herbarium gesloten en overgedragen aan Naturalis, vanaf 2010 Naturalis Biodiversity Center.

Naturalis Biodiversity Center, Leiden, 2019

In 2010 ontving Naturalis Biodiversity Center 13 miljoen euro om de collectie te digitaliseren. Hiermee is in 2011 begonnen. Het project is medio 2015 succesvol afgerond. Zeven miljoen objecten (waaronder het Nationaal Herbarium Nederland) zijn gedigitaliseerd en opgeslagen in een database die voor iedereen online beschikbaar is, zodat onderzoek op afstand mogelijk is. Digitalisering van oude collecties vindt naar behoefte plaats.

Na deze gigantische operatie wil ik wel eens weten hoe het met Feddo’s planten staat in Leiden. De herbarium-collectie van Naturalis is te raadplegen via bioportal.naturalis.nl. Ik zoek eerst maar eens heel eenvoudig (niet het uitgebreide formulier). Ik vul alleen een plantennaam in, namelijk Oxandra krukoffii, omdat ik weet dat deze soort een paar jaar geleden is gereviseerd door een jaargenoot-bioloog van mijn man, Prof. Paul Maas e.a. Zie: L. Junikka, P.J.M. Maas, H. Maas-van de Kamer en L.Y.Th. Westra. Revision of Oxandra (Annonaceae). Blumea 61 (2016), p. 215-266 (Oxandra krukoffii p. 229-233).

Oxandra krukoffii R. E. Fr. Dit exemplaar werd verzameld door F.H.F. Oldenburger, R.Norde en J.P. Schulz, dd. 29-11-1968 . Coll. Naturalis Biodiversity Center

Dit is niet een erg zeldzame soort, maar de collectie ON (Oldenburger / Norde) is wel de enige collectie van die soort uit de 3 Guiana’s en dat is dus best weer wel bijzonder. Ik kom uit bij een stuk of twintig Oxandra krukoffii-exemplaren, maar slechts één uit het zuiden van Suriname, nl. registratienummer U.1610309. Dit exemplaar werd verzameld tijdens een expeditie waar F.H.F. Oldenburger, R. Norde en J.P. Schulz aan deelnamen. De verzameldatum staat op 29-11-1968. Daarnaast is de locatie precies aangegeven op het etiket (zoom uit) met  “N. of ‘4-Gebroeders’ Mts., in ‘Sea-horse’ forest”.

Sipaliwini Savanna is groene vlekje op kaart, op de Zuid-grens van Suriname en Brazilië

Ook is het mogelijk uitgebreid te zoeken, bijvoorbeeld door de naam van de plant in te tikken en dan te combineren met de naam van verzamelaar Oldenburger. Het resultaat voor Oxandra krukoffii is dan dat inderdaad 1 ex. is gevonden door Oldenburger e.a. En dan volgt de vraag, hoeveel plantensoorten zijn in Zuid-Suriname verzameld door Oldenburger? Typ dan alleen achter Verzamelaar Oldenburger in, en het blijken er 1277 te zijn, die alle met naam en toenaam en locatie worden beschreven. De meeste van deze vondsten zijn niet alleen door Oldenburger verzameld, maar in gezelschap van R.Norde en J.P. Schulz. In 1975 werd ook in de buurt van de stad Brasilia (Brazil) door Oldenburger verzameld, maar dit gebeurde in opdracht van de Universiteit van Brasilia en deze planten zijn dus niet als herbarium-exemplaren voor Naturalis B.C. bewaard.

Feddo’s nalatenschap betreffende de Sipaliwini-savanne, in de vorm van boeken, rapporten, documenten, manuscripten, (lucht)foto’s, vegetatiekaarten en dia’s is 5 januari 2018 deels overgedragen aan en opgenomen in Naturalis Biodiversity Center Leiden en deels aan Universiteit van Utrecht / Copernicus Instituut.

Een korte biografie over Feddo Oldenburger is elders op deze website te vinden. Zoeken binnen de website op Biografie Feddo…

Turfschip van Opa

(219) Een aantal jaren geleden dwaalden mijn man en ik als toeristen met belangstelling voor de schilderes Paula Modersohn-Becker rond in het bekende kunstenaarsdorp Worpswede (Nedersaksen). Het dorp is schilderachtig gelegen, aan het riviertje de Hamme, een zijtak van de Wezer, aan de voet van de 54 meter hoge Weyerberg en omgeven door heide en veenland, bekend als het zogenaamde Teufelsmoor.

Bekende kunstenaars die daar woonden en werkten en deel uitmaakten van de kunstenaarskolonie Worpswede, waren architect en schilder Heinrich Vogeler en de schilders Fritz Mackensen, Otto Modersohn en zijn vrouw Paula Becker.

Fritz Mackensen. Hamme-Hütte, 1897, © Landesmuseum Hannover, VG Bildkunst Bonn, 2016
Portret Fritz Mackensen. Foto Th. u. O. Hofmeister, ca. 1889 – 1899
F. Mackensen. Torfkähne auf der Hamme. Olieverf op doek. 1904. Coll. Grosze Kunstschau

Natuurlijk bezochten wij het museum de ‘Grosze Kunstschau’ en ik raakte daar zeer onder de indruk van het schilderij van Fritz Mackensen (1866-1953), getiteld Torfkähne auf der Hamme (zie hierboven).

Waarom was ik zo onder de indruk? Omdat de voorstelling mij direct deed denken aan de grootvader van mijn man, genaamd Feddo Oldenburger, naar wie mijn man is genoemd. Opa was geboren in Winschoten (08-01-1869) en overleed op tachtigjarige leeftijd in dezelfde plaats (03-07-1949). Uit diverse aktes is op te maken wat zijn beroep was. Zo staat in 1892 en 1893 vermeld dat hij het beroep van binnenschipper uitoefende, evenals zijn vader Frederik (geb. 17-03-1839 en overl. 16-11-1928). In 1917 staat genoemde Feddo als schipper ingeschreven en in 1927 als binnenschipper èn als brandstof-handelaar. De vader van genoemde Frederik, die volgens familie-traditie Feddo zou moeten heten maar deze keer op z’n Fries Fedde was genoemd (voluit Fedde Jans, de zoon van Jan Feddes), staat ook geregistreerd als praamschipper / turfschipper. Hun werk bestond dus – zoals wij kunnen concluderen uit deze summiere gegevens – uit goederen (turf) vervoeren per praam (kleine of grotere platbodem) en deze ook aan de man brengen. Opa Feddo staat in 1927 naast schipper ook als brandstofhandelaar ingeschreven. Hij vervoerde aanvankelijk turf en later heeft hij zich meer gericht op de kolenhandel (achter zijn huis). Ook de schipper op het schilderij van Mackensen (volgens de titel Torfkähne) handelde in turf en vandaar dat ik mogelijk zo door dit schilderij werd getroffen.

Uit een overlijdensakte uit 1833 van de dochter van Fedde Jans Oldenburger (Hillechien, 6 dagen oud) is op te maken dat Fedde’s gezin in die tijd woonde op hun praamschip met de naam de ‘Jonge Jan’, liggende alhier (Winschoten) aan de Binnen Venne. In 1880 werd de Binnenvenne gedempt. De Buitenvenne bleef nog in functie als binnenhaven voor turfschippers en snikkevaarders. Het schip de Jonge Jan (of een opvolger) zal tot eind van de 19de eeuw als woning dienst hebben gedaan. We kunnen ons een platbodem (praam) met kajuit voorstellen.

Opa Feddo woonde met zijn gezin aan de Garst te Winschoten. Het was een eind-19de eeuws (?) ruim huis met paardenstal en erf.

De hoger gelegen Garst bestond uit een rug van keileem, vaak gebruikt als gemeenschappelijke dorpsweide of akker. De Garst als weg was één van de betere wegen waarover sinds vroeger eeuwen gereisd kon worden of waar mensen zich konden vestigen. Geleidelijk aan was over de Garst een handelsroute ontstaan tussen de Duitse stad Münster en de stad Groningen. Op het kaartje hieronder zien we boven het woord WINSCHOTEN de Trekvaart lopen. Mogelijk zelfs dat de familie Oldenburger oorspronkelijk vanuit de omgeving van Worpswede of vanuit de omgeving van de stad Oldenburg naar Nederland is getrokken om daar te proberen een beter bestaan op te bouwen. De afstand Oldenburg – Groningen is tenslotte maar 130 km. Maar wanneer dit dan is gebeurd is nog onduidelijk omdat we nog niet van alle voorgeslachtleden de bijpassende geboorteplaats hebben gevonden. Het moet aan het begin van de 18de eeuw geweest zijn of zelfs al eerder.

Winschoten in 1868. Kuyper Atlas. De Garst ligt aan de zuidwest kant van Winschoten, ten noorden van het Zuider Veen.

Bekend in onze familie is dat het praamschip van opa Feddo getrokken werd door een trekpaard langs een jaagpad. De paardenstal stond achter het huis en het paard zal naar nu duidelijk is op De Garst hebben gelopen. De Garst ligt op het kaartje boven het woord Zuider Veen, niet al te ver weg van de Trekvaart (Winschoterdiep, gegraven in 1637) van waaruit westwaarts naar Groningen en oostwaarts naar de Groningse en Drentse veengebieden gevaren kon worden.

Het is na deze vluchtige oriëntatie dus zonneklaar dat de voorvaderen van mijn man als turfschipper door het leven gingen en hoogstwaarschijnlijk uit de omgeving van Oldenburg (of verder oostwaarts Worpswede) afkomstig waren. Na de laatste turfschipper (Opa Feddo) ging zijn zoon (mijn schoonvader, weer een Frederik) naar de zeevaartschool om op de grote vaart de wereld te verkennen.

Affiche KPM 1910

Het turfschip van opa werd ingeruild voor een koopvaardijschip van de KPM en de provincie Groningen werd ingeruild voor de havens van Nederlands Indië, Singapore, Australië en Penang (Maleisië).

.

Het bosch van Engelsteen op het eiland texel

(210) Vandaag kregen we via Bureau Noordpeil een vraag binnen of het patroon van het Bosch van Engelsteen nog zichtbaar is op de Hoogtekaart van Nederland. Dit bos staat tegenwoordig bekend onder de naam Het Doolhof op de Hoge Berg bij Oude Schild (Texel) of ’t Bossie. De oude kaart van dit doolhof (getekend na 1794) en een gecombineerde kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland / AHN en genoemde oude kaart werden meegestuurd.

Ik kan me voorstellen dat de beheerder van dit Bossie wil weten of het slingerpad en het diagonale kruis binnen de rechte omgevende lanen nog waarneembaar zijn op de AHN-kaart. Daarom zijn hieronder eerst de kaarten waar het hierom gaat afgebeeld: 1) de kaart van het doolhof uit het eind van de 18de eeuw; 2) de AHN-kaart van de huidige situatie met daarin gemonteerd de kaart van het doolhof uit de 18de eeuw; en tenslotte de AHN-kaart zonder montage van de oude kaart.

Kaart van het ‘Bosch genaamd Engelsteen op het eiland Texel behorende aan mijnheer G.W. Reinbach’. Ongesigneerd, ongedateerd (na 1794). Aanleg van vóór 1784. Part. Coll.
Het bos is gelegen tegen de zuidhelling van de Hoge Berg, met uitzichten over het hele eiland en tot aan de haven van Oudeschild. Ten oosten van het bos ligt de zandkuil. Het bos of doolhof bestaat uit twee delen, gescheiden door een scheidingslaan, een westelijk deel met een spiraalvormig doolhof of labyrint en een oostelijk deel met wandeldreven die elkaar diagonaalsgewijs kruisen in de vorm van een Andreaskruis. Aan de noordzijde van de scheidingslaan stond waarschijnlijk een naald of obelisk op een ‘bergje’. Vanaf het bergje had men zicht door de laan
Rondom het bos lopen rechte brede wandellanen waarvan die aan de noordzijde van het doolhof doodloopt. De twee diagonale lanen eindigen aan de noordzijde in kabinetten waarin waarschijnlijk beelden stonden, die de wandelaar naar het einde van de lanen moesten lokken. Hoge beukenhagen schermden de lanen af van de omringende hakhoutbossen.
AHN-kaart huidige situatie, gecombineerd met eind-18de eeuwse kaart. Montage Bureau Noordpeil Landschap & Erfgoed.
AHN-kaart huidige situatie zonder combinatie met eind-18de eeuwse kaart. De slingerpaden aan de noord-en zuidrand van het voormalige doolhof bestonden niet in de 18de eeuw. De scheidingslaan, één diagonale laan van het Andreaskruis (nb. niet doorgetrokken tot het bergje) en de zuidelijke rechte laan ten zuiden van het Andreaskruis bestonden wel al aan het eind van de 18de eeuw. Zijn langs deze lanen nog bomen uit die tijd te onderscheiden? Beuken en eiken?

Deze drie kaarten bijeengeplaatst voor een korte kartografische analyse, kunnen de start vormen voor een tuinarchitectonisch vervolg-onderzoek en de basis voor een herbezinning t.a.v. beheer en behoud van dit bos. De vraag die direct n.a.v. deze analyse naar voren komt luidt: Welke lanen en paden gaan we nu handhaven? De rechte wandelwegen uit de 18de eeuw, de slingerpaden uit de 20ste eeuw of beide? En willen we het doolhof met het spiraalvormige padenpatroon en het Andreaskruis met de kabinetten weer terugbrengen? Opvallend is dat er in dit bos aan het eind van de 18de eeuw nog sprake is van rechte lanen en dreven en dat deze waarschijnlijk in de 20ste eeuw juist kronkelpaden zijn geworden. Je zou eerder denken andersom.

Zie verder: Vibeke Roeper. Dolen is het doel. Weblog op website Buitenplaats Brakestein. http://www.brakestein-texel.nl/2020/08/20/dolen-is-het-doel/

Oldenburgers Binnenstad & Buitenleven. Waardestelling Buitenplaats Brakestein Texel. https://www.oldenburgers.nl/wp-content/uploads/2019/12/BB-COJO-Brakenstein7-2-1.pdf

Jan Holwerda. Toenmalige tuinen op Texel. Tuingeschiedenis in Nederland II. 2016.

Henk van der Eijk. A late 18th century Sanssouci-Texel connection? Weblog op Website Historical Gardens. https://www.historicalgardensblog.com/2008/03/15/a-late-18th-century- sanssouci-texel-connection/

Park van Kasteel Keppel in de tijd van Zocher jr.

TOEGEPASTE BLOEMHEESTERS IN 1835

Het Huis Keppel is gelegen ten oosten van het dorp Laag-Keppel, op een bebost ‘eiland’ tussen twee takken van de Oude IJssel. Het huis is omstreeks 1300 gesticht in de vorm van een donjon en vele malen verbouwd en uitgebreid. In 1582 is het kasteel totaal afgebrand en in 1672 had Lodewijk XIV er zijn hoofdkwartier gevestigd. In hetzelfde jaar werd het huis door de Franse en Munsterse troepen zwaar beschadigd.

De tegenwoordige interieurs van het huis zijn zeer fraai en bijzonder, zoals de muziekkamer met achttiende-eeuwse schilderingen van Arcadische landschappen en taferelen. Sedert vijf eeuwen is dit huis in bezit van de familie Van Pallandt van Keppel. 

Kasteel Keppel gelegen in Laag-Keppel, tussen de Oude Ijssel en een aftakking van deze rivier. Noorden boven

Vanaf omstreeks 1650 lag er ten noordwesten van het kasteel een complex van moestuinen, opgedeeld in zestien gelijke perken met in het midden een bassin. De middelste vier perken waren, zoals vaker gebeurde, uitgevoerd als parterres de broderie (sierperken), de andere perken bevatten waarschijnlijk groente, kruiden en lage vruchtbomen rond deze vierkante perken. Omstreeks 1780 veranderde de tuin rond de voorburcht, tegelijk met de verbouwing van de entree. Een eerste landschappelijke aanleg werd ten oosten van het huis gecreëerd, aan de overzijde van de IJssel, in de periode 1774-1776. Dit was het zogenaamde ‘Engelse Bos’. Enkele jaren later werd de geometrische aanleg rond de voorburcht opgenomen in een landschappelijke aanleg. Of bij deze verlandschappelijking de tuinarchitect J.G. Michael of zijn (latere) schoonzoon J.D. Zocher sr. betrokken is geweest is nog onduidelijk. Op de zogenaamde ‘Hottingerkaart’ uit 1783 is nog te zien dat het huis op een eiland tussen twee strangen van de Oude IJssel lag, waarbij het huis zelf ook weer omgracht was en omgeven werd door een aantal kleinere sterrebossen. 

Kasteel Keppel. Ontwerp J.D. Zocher jr. voor het voorpark (1835)

In 1835 ontwierp de tuinarchitect J.D. Zocher jr. een nieuw plan voor het voorpark van het kasteel. Dit hield in dat het voorterrein in een aantal ovalen werd verdeeld en beplant, waaromheen wandelpaden werden geprojecteerd. De beplanting bestond uit enkele solitaire bomen en bloeiende heesters. 

Kasteel Keppel. Ontwerp D. Wattez, 1880. Noorden boven

In 1880 heeft D. Wattez het plan van Zocher vernieuwd. Zijn plan betrof een afwisselend wandelpark vóór het huis met grote open ruimten en wandelingen in het bos achter het kasteel, grotendeels afgeschermd van de IJsselstromen. Het Engelse Bos aan de overzijde van de IJssel, dat per boot bereikbaar was, veranderde hij in gemengde stijl. Wattez ontwierp hier een zuiver cirkelvormig centraal deel met een solitaire boom in het centrum van een dubbele bomencirkel; daarbuiten projecteerde hij open ruimten met solitairen en aan de randen van dit driehoekige bos wat dichtere bosschages. Zie het ontwerp hier boven.

Zowel het plan van Zocher als dat van Wattez blijkt niet of nauwelijks uitgevoerd te zijn, als we de ontwerpen met kadastrale kaart (1832) en topografische kaarten vergelijken.

Wel is de inhoud van een geleverde bestelling planten bekend, maar waar die planten precies in het park zijn gepoot blijft ongewis. Toch krijgen we een duidelijk beeld van de rijkdom aan kleur en soorten die werden aangeplant. Deze soorten kunnen heden te dage natuurlijk als ‘basismateriaal’ van de aanplant worden toegepast.

Het gaat om 40 Italiaanse populieren, 50 ‘differente’ sparren (achterop de bestellijst staat dan verder een onderverdeling in 15 zilversparren, 15 balsemsparren, 10 Wymouthspijnen en 10 fijnsparren). Verder 6 pakken lindenbomen; 20 ‘grote Castanje Quina’ – Castanea equina / paardenkastanje; 35 hortensia’s;  25 azalea’s; 28 pakken ‘groote heesters’; 85 ‘paken (sic) met groenblijvende heesters’; 75 ‘pakken met diverse plantsoen’; 100 ‘maandrozen in potten’. Onder de bloemen 150 dahlia’s in 50 soorten, en bloemheesters. Op de achterzijde van deze plantenlijst staat de beplanting ingedeeld in vijftien beplantingsvakken en ‘verder zonder nummers’ nog een aantal losse bomen waaronder ‘1 Groote Tulpenboom’.

Toegang tot Kasteel Keppel.