Categoriearchief: Boekaankondigingen

Ithaka Prijs bekend

(deels overgenomen van de website van skbl.nl):
Uitreiking SKBL- Ithaka Prijs 2016:
1000_1000_6000_9789087045920-pcovr-vdbroekehofwijck_cover_001lr-3kopie
Er zijn 2 winnaars voor 2016 bekend gemaakt (12 oktober op De Vanenburg in Putten). Het Ithakastipendium werd niet uitgereikt, zodat het geld dat hiervoor was gereserveerd naar een tweede geselecteerd boek kon worden doorgeschoven.

Gisteren vond de uitreiking van de Ithakaprijs en het Ithakastipendium 2016 plaats (beide groot € 5.000,-). De laatste werd niet uitgereikt omdat er dit jaar geen passende inzending was. Het stipendium werd doorgeschoven naar de prijs en daarmee was er ruimte voor twee winnaars:

* Kees van der Leer en Henk Boers namen de prijs in ontvangst voor het boek Huygens’ Hofwijck. De buitenplaats van Constantijn en Christiaan. Volgens de jury: ‘het mooiste boek en meest fascinerende verhaal’.

*Martin van den Broeke kreeg voor het boek Het Pryeel van Zeeland. Buitenplaatsen op Walcheren 1600-1820 alle eer.  Volgens de jury: ‘wetenschappelijk de meest diepgaande en gedegen studie’. Zie ook onze aankondiging van dit boek 23 mei jl.

Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven feliciteert beiden met hun wel verdiende prijs.

J’ørn Copijn en ‘Het groene goud: 50 jaar boomverzorging in Nederland’

Jørn Copijn (Copijn Bruine Beuk) viert dit jaar het 50 jarig jubileum als boomverzorger in Nederland. Om dit te vieren wordt 28 oktober 2016 een nieuw boek gepresenteerd, getiteld Het groene goud: 50 jaar boomverzorging in Nederland. Uitgever TasT Projecten voor Tastbaar Erfgoed.  ISBN 9789491229299. T/m 31 december 2016 geldt de introductieprijs van €29,95. Daarna kost het boek € 34,95. (exclusief €6,75 verzendkosten).
Hartelijk gefeliciteerd J’ørn en Lia.
inkijkexemplaar-het-groene-goud-1
Bijgaand enkele pagina’s uit het boek. Zo kunt u alvast een idee krijgen hoe het boek eruit gaat zien en wat er zoal in te vinden is en besproken wordt.

inkijkexemplaar-het-groene-goud-1

 

inkijkexemplaar-het-groene-goud-1

 

inkijkexemplaar-het-groene-goud-1

Beetsterzwaag, een parklandschap met bossen, boeren en adelshuizen

Statig Beetsterzwaag: parklandschap rond een Fries dorp

untitled

een nieuw boek dat 9 oktober a.s. verschijnt bij uitgeverij Matrijs in Utrecht. Het gaat over de geschiedenis van het landschap, de landgoederen, de grootgrondbezitters en het parklandschap van Beetsterzwaag en Olterterp, geschreven door Ronald van Immerseel en Peter Verhoeff.

Weet u wat het woord ‘zwaag’ eigenlijk betekent? Veeweide dus.

Het boek telt vijf hoofdstukken:

  • Ontstaan van het landschap
  • Opkomst van de landgoederen 1600-1800
  • een adelsdorp met grootgrondbezitters 1800-1875
  • Parklandschap Beetsterzwaag en Olterterp vanaf 1875
  • Beetsterzwaag en Olterterp: de ‘Parel van Opsterland’

    Het eerste hoofdstuk gaat uitvoerig in op de vroegste bewoners tijdens de ijstijden, de ontginningen en verkavelingspatronen in het gebied en de aanleg van wegen, reden, paden, waterwegen en vaarten.

    De geschiedenis van de landgoederen begint bij Martinus Fockens, grietman van Opsterland, die in 1616 zijn buitenplaats Fockens of Fockansstate stichtte. Ook Walrich is een vroeg-17de-eeuwse buitenplaats. Beetsterzwaag zelf is in de 17de en 18de eeuw vooral een boerendorp, met naast de ‘kleine’ boeren enkele welgestelde inwoners zoals de families Fockens en Van Teyens.

    images
    Fockensstate

    Rond 1800 veranderde de situatie en werd Beetsterzwaag een welvarend dorp met fraaie buitenplaatsen. Hier hoorde ook de aanleg van ‘moderne’ parken en tuinen bij. Ook de adel ontdekte Beetsterzwaag toen … “in 1778 de Gelderse edelman Rijnhard baron van Lynden trouwde met Ypkjen Hillegonda van Boelens, die stamde uit een voorname burgerlijke familie. Geslachten als Van Harinxma thoe Slooten en Lycklama à Nijeholt kwamen door huwelijken met nazaten van het echtpaar Van Lynden-van Boelens in Beetsterzwaag terecht.” De buitenplaatsen Slot Boelens in Olterterp (inclusief de bosbouw) en Lauswolt komen in dit derde hoofdstuk uitgebreid ter sprake, naast het laat-opkomend toerisme.

    historie
    Lauswolt

     

    In het hoofdstuk ‘Parklandschap en Olterterp vanaf 1875’ komen  de vele veranderingen aanbod die de Beetsterzwaagster buitenplaatsen en landgoederen ondergingen: het kappen van bomen t.b.v. uitbreidingen en nieuwe bestemmingen etc., ook  nieuwe siertuinen.

    overtuin_lyndensteyn_beetsterzwaag
    Overtuin Lyndenstein

     

    In de ‘Parels van Opsterland’ wordt gesteld dat  er opvallend veel van de landschappelijke structuren bewaard is gebleven. Ook de sterke structuur van het landschap met zijn langgerekte kavels was hierbij van belang. Maar natuurlijk is ook veel verdwenen of onzichtbaar geworden. Hoopvol is “dat het bijzondere karakter en de maatschappelijke waarde van de landgoederen en het contact tussen landgoedeigenaren en de samenleving steeds vanzelfsprekender wordt, waardoor over en weer meer begrip ontstaat.”

    Een waardevol boek dat voor Beetsterzwaag weer nieuwe kansen biedt.

    Zie ook de cascade-weglog van 26 september 2016

Johanna Theodora barones van Dedem en Huis Den Berg te Dalfsen

800px-406208_Dalfsen_Huize_den_Berg_2010

Op Huis Den Berg bracht Johanna Theodora barones van Dedem (1835-1911), in familiekring Jeanette genoemd, haar jeugdjaren door totdat zij trouwde met Daniel Pruimers (1835-1859).

In de ‘Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur’, deel 2 (Rotterdam, 1996)  van de auteurs Carla S. Oldenburger-Ebbers, Anne Mieke Backer en Eric Blok, is de geschiedenis van de tuinaanleg van Huis Den Berg kort te lezen:

‘De monumentale havezate Den Berg bereikt men via een imposante zichtlaan van tweeënhalve kilometer lengte. Deze laan doorsnijdt een oude stuwwal, ‘een berg’ en hieraan ontleent Den Berg zijn naam. Oorspronkelijk liep deze laan achter het huis nog enkele kilometers door in een formele aanleg met een sterrebos. Het huis van de havezate, die oorspronkelijk uit 1483 dateert, werd in 1703 gebouwd met twee bouwhuizen en een voorplein. Het landgoed met de bijbehorende kavels is nog altijd gevat in een rechtlijnig stramien en de rechte lanen van de parkaanleg, reeds afgebeeld op een kaart van Samuel van Beinum uit 1742, zijn tijdens een wandeling in de omgeving nog duidelijk te herkennen. In de negentiende eeuw zijn de waterpartijen vergraven in landschapsstijl en kregen ook het noorden en het oosten van het huis een bescheiden aanleg in landschapsstijl. De aanleg rondom het huis werd uitgebreid met beukenhagen, een boomgaard, een ronde waterkom en knotlinden. Bijzonder is het voorplein met een laat negentiendeeeuwse inrichting met snoeiwerk en plantenslingers rondom een zonnewijzer. In de negentiende eeuw was het gebruikelijk een dergelijk voorplein te decoreren met sierperken, beplant met op stam gesnoeide planten en in het midden exoten als canna’s, palmen en fuchsia’s. Door de bewerkelijkheid van deze vorm van tuinarchitectuur zijn veel voorpleinen tegenwoordig vereenvoudigd, maar op Den Berg wordt deze traditie nog in stand gehouden. Den Berg wordt beschermd als Rijksmonument.’

Het leven van de weduwe Pruimers en haar relatie met dominee van Rijn is recent te boek gesteld door Wim Coster: De barones en de dominee: een verboden liefde in de negentiende eeuw (Amsterdam 2016).

debaronesendedominee_site1

(onderstaande tekst overgenomen van Uitgeverij Balans); zie ook de website van Adel in Nederland.

‘Zwolle, 1859. Als de jonge Jeannette Pruimers, geboren barones van Dedem, moeder van een dochtertje, weduwe wordt, vindt ze troost bij dominee Johannes Gerrit van Rijn, getrouwd en vader van drie, later vier kinderen. Hij bezoekt haar veelvuldig, ook ’s avonds laat. Dat leidt tot opspraak in de stad – en zelfs in het hele land, als in de zomer van 1863 het bericht de ronde begint te doen dat de weduwe in Zuid-Frankrijk een tweede kind heeft gekregen. De barones en de dominee, die alles ontkennen, krijgen het zwaar te verduren.

De schoonvader van de barones, een puissant rijke zakenman, wil zijn schoondochter onterven en haar de voogdij over zijn kleindochter ontnemen. Haar eigen familie gooit haar hardhandig uit het nest. De vrouw van de dominee blijft geloven dat de verhouding tussen haar man en de barones zuiver geestelijk is. Multatuli neemt het in een schotschrift op voor de weduwe. Uiteindelijk komt het tot een dramatische rechtszaak. De barones en de dominee ontvluchten Zwolle.

Wim Coster volgde hun sporen en stuitte op een familietragedie. Via brieven, testamenten, procesdossiers en krantenberichten reconstrueerde hij deze geschiedenis en kwam hij nog levende nazaten op het spoor. Zijn meeslepende verhaal, dat zich afspeelt in Zwolle, Salland, Zuid-Frankrijk, Zwitserland, Zuid-Engeland en Amerika, laat zien hoe oordeel en vooroordeel, recht en onrecht de verschillende levens een beslissende wending gaven.’

Herinckhave / Fleringen

Nieuw boek en advies over de inrichting van de toegangslaan

N.a.v de volgende nieuwe publicatie over de havezate Herinckhave te Fleringen, willen we onze lezers een artikel aanbieden over beeldenlanen: Gisela L.H. Bijleveld-von Bōnninghausen, Landgoed Herinckhave, 2016.

CnewMI1XEAAytAt

In 2004 bracht ons bureau een advies uit over deze havezate, en speciaal over de toegangslaan op deze buitenplaats, die de gemeente daar met beelden wilde inrichten. Dit advies viel negatief uit t.a.v. het plaatsen van die beelden daar.

Naar aanleiding van dit advies schreef Carla Oldenburger in Cascade Bulletin, jrg. 13 (2004), nr.1, een artikel: ‘Beeldententoonstellingen op historische buitenplaatsen‘. Pagina’s 10-17 gaan exclusief over de toegangslaan op Herinckhave.

Theodorus Beckeringh en de borgenkaart. Groninger Museum t/m 23 oktober

Mr. Theodorus Bekering (1712-1790, jurist en amateur cartograaf), was de samensteller van de Kaart of Land Tafereel der Provincie van Groningen en Ommelanden, voor het eerst uitgegeven in 1781.

Portret-Beckeringh

 Jan Abel Wassenbergh (1689 – 1750). Theodorus Beckeringh. Olieverf op doek, 1735. Part. Coll. Foto: Groninger Museum (John Stoel)

De kaart staat bekend als de borgenkaart van Beckeringh. In de rand van de kaart staan een groot aantal borgen afgebeeld, waarvan de ligging op de kaart zelf is aangegeven.

KBN020020416, 6/29/11, 9:54 AM, 8C, 7990x10385 (0+92), 100%, JUNI 2011 PPRO, 1/120 s, R44.1, G14.0, B13.8Detail van de borgenkaart van Theodorus Beckeringh

Het Groninger Museum besteedt nu (t/m 23 oktober 2016) extra aandacht aan deze kaart. Deze tentoonstelling gaat gepaard met een publicatie (vandaag 1 juli 2016 gepubliceerd) waarin de hele totstandkoming van de kaart met voorstudies (vanaf 1767) uit de doeken wordt gedaan.

Titel: De Atlas van Beckeringh: het Groninger landschap in de 18de eeuw, onder redactie van Martin Hillenga, Reinder Reinders en Auke van der Woud. Groningen/Zwolle, 2016. Introductieprijs € 39,95; na 25 september € 49,95.

De borgen die heden ten dage nog bestaan en op de kaart zijn afgebeeld, zijn de Rensumaborg in Uithuizermeeden, de Menkemaborg in Uithuizen,  de Fraeylemaborg in Slochteren en de Borg Verhildersum in Leens.

Zie ook Groninger Museum.

Dom Hans van der Laan. Tomelilla / Caroline Voet

Donderdag 30 juni 2016 , wordt een nieuw boek over het werk van Dom Hans van der Laan gepresenteerd:

Caroline Voet. Dom Hans van der Laan, Tomelilla: architectuurtheorie in de praktijk uiteengelegd. Amsterdam (Architectura & Natura), 2016.

Prijs € 59,50

63577_1

(overgenomen van de website van uitgeverij Architectura & Natura):

Dit boek geeft een nauwkeurige beschrijving van Mariavall, een Benedictijner abdij in Tomelilla, Zweden, ontworpen door de monnik, architect en theoreticus Dom Hans van der Laan.

De auteur onderzoekt het gebouw, ontrafelt het ontwerpproces in een gedetailleerde analyse, met beelden die niet eerder zijn gepubliceerd.

De wereldwijd geprezen architectuurtheorie over de architectonische ruimte, welke in vele talen is vertaald, is in deze studie gekoppeld aan het ontwerpproces van het klooster.

In samenwerking met de Van der Laan Stichting (9789461400000 also available in English).

And the winner is…uitslag René Pechère Prijs

DE LITERAIRE RENE PECHERE PRIJS IS GEËINDIGD MET TWEE WINNAARS (ex aequo):

Rene Pechereprijs uitreiking

Anne Mieke Backer (midden) en Mariette Kamphuis (rechts) krijgen de prijs (lauriertak in groen brons) uitgereikt (25 juni 2016)

De titels zijn:

Cover-web-Copijn

Copijn (1763-2013) Tweehonderdvijftig jaar tuinlieden, boomkwekers, boomverzorgers, tuin- en landschapsarchitecten. Auteur Mariette Kamphuis. Rotterdam, Uitgeverij De Hef, 2015

en

9789462081505_dijken_van_nederland_lola_landscape_architects_500

Dijken van Nederland. Auteurs Eric-Jan Pleijster en Cees van der Veeken (LOLA Landscape Architects). Rotterdam, Uitgeverij nai010, 2014, herdruk 2015.

Oldenburger Binnenstad en Buitenleven feliciteert de auteurs Mariette Kamphuis, Eric-Jan Pleijster en Cees van der Veeken en hun uitgevers De Hef en nai010 met dit prachtige resultaat.

Wij zijn verheugd dat we aan het eerste boek over het geslacht Copijn ook ons steentje hebben mogen bijdragen.

Zie ook ons bericht van 22 juni.

Het pryeel van Zeeland

238_354_6000_9789087045920.pcovr.vdBroekeMartin van den Broeke. ‘Het Pryeel van Zeeland’: Buitenplaatsen op Walcheren 1600-1820. Hilversum, 2016. Prijs € 49,=.

(overgenomen van de website van Uitgeverij Verloren): Buitenplaatsen bepaalden vroeger in sterke mate het landschap van Walcheren. Wat bewoog stedelingen in de zeventiende en achttiende eeuw om een deel van het jaar buiten de stad te gaan wonen? Een belangrijke reden was vermaak, maar welke rol speelde het economische aspect? En hoe toonden eigenaren van buitenplaatsen hun aanzien, macht en smaak? Martin van den Broeke laat zien dat al deze factoren in wisselende mate een rol speelden in het buitenleven en hoe dit door de eeuwen heen veranderde. Van den Broeke onderscheidt drie zones rond de steden waar verschillende typen buitenhuizen voorkomen. Nooit eerder zijn buitenplaatsen zo uitgebreid in hun landschappelijke en sociale omgeving beschreven. Dit boek geeft een rijk geschakeerd beeld van twee eeuwen buitenplaatscultuur in het ‘pryeel van Zeeland’, waarvan we de sporen nog zien in het landschap, in de archieven en op talrijke fraaie illustraties.

Verschijning na 30 juni, de dag dat Martin van den Broeke promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Huis te Vogelenzang

Prachtig nieuw boek over de geschiedenis van Huis te Vogelenzang en haar bewoners, de familie Barnaart.

Martin Bunnik. Huis te Vogelenzang en de familie Barnaart. Bloemendaal, 2016. 174 p. Rijk geïllustreerd. Prijs € 24,95.

Zocher 2

Als ik aan dit huis denk, denk ik altijd aan de eerste Zocher-vondsten die ik deed. Dat was in 1976-’77, toen ik een introductie had gekregen voor een bezoek aan de Heer Barnaart op Huis te  Vogelenzang. ik deed mee aan de totstandkoming van de tentoonstelling ‘Stadspark en Buitenplaats‘, in de Vleeshal te Haarlem (Frans Hals Museum). De tentoonstelling ging over de historie van buitenplaatsen en stadsparken in Zuid-Kennemerland. Dus de kunst was zoveel mogelijk originele tekeningen en schilderijen te verzamelen die dit onderwerp verduidelijkten. Oude kaarten en ontwerpen van de Zochers en van Leonard Springer waren in dit verband natuurlijk ook erg belangrijk. En zo kwam ik terecht bij de Heer Barnaart, die mij in de bedstee in de voorzaal van Huis te Vogelenzang mijn gang liet gaan. Voor het eerst van mijn leven stond ik oog in oog met concepten van Zocher sr. (o.a. van Woestduin). Ook vele andere ontwerpen en kaarten kwamen uit die bedstee tevoorschijn.

Zie verder de publicatie die ik toen schreef:

Carla S. Oldenburger, ‘Ontwikkeling van buitenplaatsen in Zuid-Kennemerland sinds circa 1700’ in: Wonen-TA/BK 1977, no. 9/10, p. 53-68, en in de Catalogus van de tentoonstelling “Stadspark en buitenplaats”, Frans Hals Museum (Vleeshal) Haarlem, 28 mei t/m 4 sept. 1977.