Categoriearchief: Onderzoek

Wie is de architect van de buitenplaats Oud-Rosenburg in 1775 of in 1825 in Den Haag / Loosduinen?

Oud-Rosenburg, ook gespeld Rozenburg en eertijds bekend onder de naam Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen in Den Haag / Loosduinen is een buitenplaats, die sinds 1895 qua functie te vergelijken is met de buitenplaats Meer en Berg in Santpoort, in 1849 bestemd tot Provinciaal Ziekenhuis, beide psychiatrische inrichtingen. De gronden van deze instituten gaan evenals kloostergronden steeds meer onze aandacht vragen omdat de indeling van park en tuinen, na eerder te zijn afgedaan als onbelangrijk en volledig verkaveld en niet meer interessant, toch na meer dan honderd jaar soms (op detail) wel interessant blijkt te zijn. Zo ook kwamen huis en park van het Apeldoornsche Bosch, het vroegere Centraal Israelitisch Krankzinnigengesticht onlangs weer in de belangstelling door het overlijden van Eli Asser die in 1943 in dit Nazi-concentratiekamp te werk werd gesteld. Hier werkte de tuinarchitect K.C. van Nes vanaf 1909.

J.D.Zocher jr. was de architect van zowel het huis Meer en Berg als de aanleg eromheen, maar wie kan nu de architect van Oud-Rosenburg geweest zijn? Ik denk direct aan Zocher, maar ook andere architecten komen in aanmerking.

Huis Oud-Rosenburg. Foto Carla Oldenburger, 2019

In 1895 werd de buitenplaats en het landgoed Oud-Rosenburg door jonkheer Louis Pierre Quarles van Ufford verkocht aan het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen in Den Haag.

Prentbriefkaart Oud-Rosenburg. Ca. 1908. Foto H. van Noort  Coll. Haags Gemeentearchief. De ingangstrap is in deze tijd naar het linker portiek verplaatst

Het huis werd in 1775 gebouwd in opdracht van Mr. Johan François van Byemont (schepen van Den Haag) op de plaats van een boerderij die zich tot kleine herenboerderij ontwikkelde.

J.F. van Byemont als jager, geschilderd door Mattheus Verheyden (1700-1776). Part.Coll.

Vanuit het midden van het huis had men zicht over een ‘grand canal of zichtkanaal’. Mr. Hendrik Hooft (1676-1752) kocht het goed in 1721 van Byemont. Leden van het regentengeslacht Hooft bleven de buitenplaats precies honderd jaar bewonen totdat jonkheer Louis Quarles van Ufford huis en landgoed kocht in 1821. In zijn tijd vond een verbouwing plaats in neo-classicistische stijl, waarbij het huis aan de voorzijde werd verrijkt met de aanbouw van twee zij-veranda’s. In 1849 staat in het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa te lezen: (Oud-) Rozenburg. Dit buiten bestaat uit heerenhuis, en daarbij behoorende getimmerten, bouwmanswoning, blekerij en woonhuis, vijvers, wei-, hooi- en teelland, jagt en visserij…

Vóór de neo-classicistische verbouwing in de tijd van Quarles van Ufford werd het rechte zichtkanaal vóór het huis (zichtbaar op een anonieme tekening van 1804) veranderd in een enigszins slingerende vijver die aansluiting kreeg op de Haagvaart, om zo het park een landschappelijk aanzicht te geven. Deze slingerende waterpartij die in ieder geval van 1818 of eerder stamt, is nog steeds aanwezig hoewel niet direct zichtbaar. Zie de hieronder afgebeelde Google Earth-foto en het daaronder afgebeelde detail van de kadasterkaart uit 1818. Het licht groene vlakje in het midden van de Google-foto is de waterpartij (met veel kroos).

MIN08106A01, 20-04-2002, 12:40, 8C, 7804×11796 (2006+372), 125%, Minuutplan_Div, 1/80 s, R51.5, G25.2, B26.6. Kadasterkaart 1818

Tussen 1993 en 1995 volgde een ingrijpende verbouwing. De bijgevoegde eerste foto laat het huis zien aan het begin van de 21-ste eeuw. Het huis is sinds 1967  een rijksmonument.

Wie kan mij helpen aan de naam van de architect uit 1775 of  die van de restauratie/verbouw uit ca. 1825? Buitenplaats-architecten die in Nederland werkten in het laatste kwart van de 18de eeuw en/of in het eerste kwart van de 19de eeuw zijn onder meer Leendert Viervant jr., Abraham van der Hart,  Jacob Otten Husly, Jan de Greef, Zeger Reijers en Jan David Zocher jr.  De laatste drie zijn tijdgenoten van elkaar. Zij volgden alle drie tegelijkertijd hun opleiding in Parijs en Reijers en Zocher vervolgden hun opleiding in Rome. Natuurlijk moeten we ook denken aan deskundige timmerlieden die samen met de opdrachtgever de klus zonder architect geklaard kunnen hebben.

Over Zeger Reijers (een leerling van zijn oom, de architect L. Viervant) is verder bekend dat hij na zijn opleiding in Parijs en Rome, in Juli 1813 terug was in Nederland en in Augustus 1819 werd benoemd tot stads-bouwmeester te ’s Gravenhage. Zeger Reijers ligt begraven op de historische Begraafplaats Oud Eik en Duinen, even ten oosten van Oud-Rosenburg (zie kaart hieronder).

Is Reijers wellicht de architect van de restauratie en verbouw van Oud-Rosenburg rond 1825? 

Kaart Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting. 1927. Coll. Haags Gemeentearchief. Midden onder (lichtgroen) ‘Oud-Roozenburg’. Rechtsonder (lichtgroen) Begraafplaats Oud Eik en Duinen

Deze kennismaking met (oud-) Rozenburg brengt ons er toe meer aandacht te gaan besteden aan ziekenhuizen en medische instituten op voormalige buitenplaatsen.

Lit. D. Valentijn (red.). Rosenburg: van buitenplaats tot Zorgcentrum. Den Haag, 1995.

De tuinarchitect John Bergmans en de catalogi van Kwekerij Abbing te Zeist

Jl. Vrijdag 11 januari 2019 was ik te gast bij Kwekerij Abbing te Zeist omdat in hun prachtig aangeklede kas de presentatie werd gehouden van het nieuw verschenen boek over de tuinarchitect John Bergmans (1892-1980), getiteld John Bergmans Tuinarchitect en plantenkenner, uitgegeven door Uitgeverij Verloren in de reeks BONAS Bibliografieën en Oeuvrelijsten van Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen. Auteurs van het boek zijn Marianne van Lidth de Jeude en Johanna Karssen-Schüürman.  De heer Paul Machielsen hield een levendige inleiding over de geschiedenis van de kwekerij waar Bergmans ook ooit werknemer was.

Paul Machielsen vertelt over de historie van Kwekerij Abbing.

De oudste catalogi van kwekerij Abbing

Zie verder voor een indruk van de catalogi lager en onder volgende tekst.

Ik had met het tot stand komen van het boek niets te maken gehad, behalve dan dat ik in 1980, dus bijna veertig jaar geleden de collectie tekeningen, boeken, documentatiematerialen etc. als conservator van de Bibliotheek van de toenmalige Landbouwhogeschool (Wageningen) had mogen ontvangen. Dat ‘ontvangen’ had voor mij als kersverse conservator (aangesteld in begin 1980) nog heel wat voeten in de aarde gehad, daar ik weliswaar conservator was geworden van een rijke landbouwkundige bibliotheek en van de bekende Springer-Collectie (ontwerpen van de tuinarchitect Leonard Springer, 1855-1940), maar nog geen beleid had ontwikkeld over het aantrekken van nieuwe collecties. Ik stortte me na de overhandiging dus maar samen met mijn kersverse bibliotheek-assistente op het inventariseren van deze omvangrijke collectie, zonder nog te weten hoe ik de afdeling Speciale Collecties (boeken en tijdschriften en ontwerpen/tekeningen/documenten) zou gaan uitbouwen. Dankzij het inventariseren van deze collectie werd me gaandeweg duidelijk waarom deze collectie met ontwerpen etc. van John Bergmans zo belangrijk was en waarom dit het begin was van de uitbouw van de Springer-Collectie en het begin van de unieke verzameling ontwerpen Tuin – en Landschapsarchitectuur, die nu bestaat uit duizenden en duizenden ontwerpen en documenten. De filosofie achter deze uitbreiding werd door mij verwoord in een artikel in het tijdschrift GROEN (oktober 1981, p. 453-458), getiteld ‘De John Bergmans-Collectie in de Centrale Bibliotheek van de Landbouwhogeschool’.  Hierin wordt uitgelegd waarom deze ontwerpen van John Bergmans naast de collectie ontwerpen van Springer zo’n belangrijke aanvulling vormden en dit beleid/filosofie is zeker 30 jaar nadien altijd het uitgangspunt gebleven. Het komt er op neer dat ontwerpen etc. worden opgenomen als ze wel in een zekere verhouding staan met de Springer Collectie. Zijn  de ontwerpen qua tijd voorafgaand of opvolgend aan de ontwerpen van Springer, vullen zij hiaten in de Springer Collectie op, zijn de ontwerpen van tijdgenoten van Springer of zijn ze getekend in dezelfde stijl of juist in een andere door Springer gehate stijl? Ook de locaties zijn belangrijk natuurlijk. Zijn de locaties vergelijkbaar met die waar Springer werkte of worden er juist regio’s belicht waar Springer niet werkte zodat ook hier weer van een aanvulling sprake is? Vormt de nieuwe collectie een tijdsbeeld of geeft het alleen herhalingen? Een optelsom van deze uitkomsten en nog andere (zie artikel) heeft mij als conservator altijd geholpen nieuwe collecties wel of niet aan te nemen. In het geval van de Bergmans -collectie werden de ontwerpen en documenten opgenomen in de Bibliotheek LH / Speciale Collecties en gingen de door Bergmans geschreven boeken en tijdschriftartikelen en kaartsystemen (op botanisch gebied) op verzoek van de botanicus dr. Onno Wijnands naar de vakgroep Plantensystematiek, omdat deze vakgroep dit materiaal vaker zou kunnen gebruiken.

De geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur is mede door de komst van de Bergmans-collectie (en later natuurlijk door veel meer andere collecties) duidelijk op de kaart gezet en de verzamelingen  op zichzelf zijn uniek voor Nederland te noemen.

Later in de jaren negentig (schat ik) werden in de Afdeling Speciale Collecties ook de verzamelde kwekerscatalogi (verzameld door het Instituur RIVRO) aangenomen als zijnde een meerwaarde voor de verzamelingen tuinontwerpen. Lang niet compleet (dat is onmogelijk), maar wel een rijke unieke collectie.  De collectie Abbing-catalogi is in Wageningen zeker niet compleet te noemen en daarom was het zo interessant dat Abbing jl. vrijdag speciaal voor deze gelegenheid een mooie tentoonstelling had gemaakt van al hun plantencatalogi. Het nu verschenen boek over John Bergmans behandelt overigens ook de door Bergmans in zijn ontwerpen voorgestelde bomen, heesters en vaste planten. Zij vormen een karakteristiek plantenbeeld uit zijn tijd.

Hieronder en hierboven een indruk van de catalogi die hangen in de kas (winkel) van Abbing en die u nog wel even kunt bewonderen.  Het adres is Odijkerweg 132-134 – 3709 JJ Zeist +31 (0) 343 513741.

IMG_0588.JPG

 

Het was beslist een levendige en interessante en goed verzorgde bijeenkomst. Dank aan Kwekerij Abbing.

Schiedam: Van buitenplaats (Bokkenburg) tot R.K. begraafplaats

Hoofdas van de begraafplaats
De R.K. begraafplaats aan de Vlaardingerdijk in Schiedam is van oorsprong een kleine buitenplaats, genaamd Bokkenburg.
Ons bureau deed in 2016 onderzoek naar de geschiedenis en ontwikkeling van deze begraafplaats, gevolgd door een restauratieplan in 2017 (nu grotendeels uitgevoerd) en een beheerplan waar op dit moment aan wordt gewerkt. 
Graag verwijzen we de lezers allereerst via een link naar het rapport  en naar het ontwerp.
* Carla en Juliet Oldenburger/Binnenstad en Buitenleven, Van buitenplaats Bokkenburg in de Nieuwlandse Polder tot RK begraafplaats, Amsterdam, 2016.
* Ontwerp Restauratieplan R.K. begraafplaats Schiedam, 2017 hieronder:
Restauratieplan R.K. begraafplaats Schiedam (Juliet Oldenburger, 2017)
We troffen de begraafplaats in grote verwaarlozing aan.  De eerste opgave was op zoek te gaan naar het oorspronkelijk ontwerp van de plaats, zowel op papier als in het veld: hoofdstructuur van de paden,  verharding van de paden, boombeplanting langs het water, functie van de bouwwerken (de kapel, het doodgravershuis, de sacristie en het lijkenhuisje staan op de monumentenlijst), leeftijd van de bomen, ontwerpers en kunstenaars van kapel, hekwerken en beelden (o.a. van de H. Filomena). 
Tenslotte was een belangrijke vraag in verband met het beheerplan, welke bomen (‘opschot’) wel of niet van de graven te verwijderen en hoever in te grijpen in de natuurlijke begroeiing langs het water.
Opschot van bomen op graven deels verwijderen
Achter de kapel liggen de graven ‘1ste klasse’

Franz en Ferdinand Bauer: 200 soorten groen.

Tentoonstelling en Colleges over het botanische werk van Franz en Ferdinand Bauer, in Teylers Museum  Haarlem

BLOEMEN, KUNST EN KENNIS

Collegereeks bij de tentoonstelling ‘200 soorten groen’ het mooiste van Franz & Ferdiand Bauer. Zes woensdagmiddagen van 20 maart t/m 24 april 2019 in de Gehoorzaal Teylers Museum

(Overgenomen van DE TUIN IN VIER SEIZOENEN ((aankondiging op LinkedIn, 26 november 2018).

Van 2 februari tot en met 12 mei 2019 organiseert Teylers Museum een overzichtstentoonstelling van de botanische kunstenaars Franz en Ferdinand Bauer. De tekeningen van beide broers behoren tot de uitzonderlijkste botanische kunstwerken ooit gemaakt. De tentoonstelling volgt hun zoektocht naar nieuwe kennis over planten tijdens de gouden eeuw van de botanische kunst rond 1800. Bij de tentoonstelling wordt een collegereeks georganiseerd waarin verschillende specialisten het werk van de gebroeders Bauer plaatsen in de geschiedenis van de botanische ontdekkingsreizen.

Vanaf de 16de eeuw werden de Europese kunst en wetenschap ongekend gestimuleerd door de reizen van kooplieden en militairen. Meereizende kunstenaars en geleerden brachten tot dan onbekende culturen, landschappen, dieren en planten in kaart in woord en beeld. In de botanische wetenschap kwam alles samen: tijdens expedities werd gezocht naar nuttige grondstoffen voor medicijnen, voedsel en industriële producten, maar steeds meer werd ook het puur beschrijven van alle soorten een kunst op zich.

De resultaten van deze zoektochten in de 18e en 19e eeuw vormen het onderwerp van de colleges, met bijzondere aandacht voor botanische kunst en de wetenschappen, de botanische werken in de collectie van Teylers Museum en de unieke kwaliteit van het werk van de gebroeders Bauer.

Programma

DATA EN PROGRAMMA
20 maart

Leo den Dulk (tuinhistoricus): Inleiding ‘Avontuur, kunst en wetenschap’

Terry van Druten (Teylers Museum): Rondleiding door de tentoonstelling ‘200 soorten groen, het mooiste van Franz & Ferdinand Bauer’

27 maart

Tinde van Andel (Universiteit Leiden/WUR): ‘Druijpaerts en beten van quadaardige dierkens’: de zoektocht naar medicinale planten in Ceylon rond 1700

Michiel Plomp (Teylers Museum): Botanische kunstbeschouwing met tekeningen uit de kunstverzameling

3 april

Hans Walter Lack (Freie Universität Berlijn): ‘Franz en Ferdinand Bauer’

Esmée Winkel (botanisch kunstenaar): Demonstratie botanisch tekenen

10 april Excursie, nader bekend te maken
17 april

Alette Fleischer (wetenschapshistoricus): ‘De historische rol van botanische tuinen in wetenschap, handel en politiek’

Esther van Gelder (Teylers Museum): Botanische hoogtepunten uit de natuurhistorische bibliotheek

24 april

David Mabberley (Universiteit Leiden): ‘The Real Ferdinand Bauer’

Leo den Dulk (tuinhistoricus): Afsluiting

Over de sprekers

Leo den Dulk

Leo den Dulk is tuinhistoricus, onderzoeker en publicist. Sinds 2003 is hij mede uitgever/redacteur van het oudste Nederlandse tuinblad “OnzeEigenTuin”. Ook heeft hij een complete biografie geschreven over Mien Ruys, de internationaal bekende Nederlandse tuinarchitect.

Tinde van Andel

Tinde van Andel is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van botanie en tuinen aan de Wageningen Universiteit en de Universiteit van Leiden. Hier specialiseert zij zich in de studie voor historische botanie uit de 16e en 17e eeuw. Ook is zij onderzoeker bij Naturalis.

Hans Walter Lack

Hans Walter Lack is een Oostenrijks-Duitse ontdekkingsreiziger en botanicus. Hij schreef een boek over het leven en het werk van Franz en Ferdinand Bauer. In dit boek gebruikte hij meer dan 200 illustraties uit de collectie van het Natural History Museum in Londen.

Esmée Winkel

Esmée Winkel is wetenschappelijk tekenaar en botanisch kunstenaar voor Naturalis. Ze tekent het liefst fascinerende en unieke planten in waterverf, inkt en ook op de computer. In 2018 kreeg Esmée een Gouden medaille van the Royal Horticultural Society in Londen voor zes waterverf schilderijen.

Alette Fleischer

Alette Fleischer is afgestudeerd kunsthistoricus en daarna gepromoveerd als wetenschapshistoricus. Haar belangstelling ligt bij tuinkunst uit de Gouden Eeuw, de tuinen van Versailles en Het Loo, de Franse Empire en de Engelse tuinen.

David Mabberley

Professor Dr. David Mabberley is een Britse botanist, leraar en schrijver. Tegenwoordig woont hij in Sydney waar hij zich richt op schrijven en onderzoek. Een van zijn wetenschappelijke interesses bestaat uit het indelen, benoemen en beschrijven van tropische planten.

Dagindeling

12.45     inloop

13.00     start eerste deel

14.00     pauze met koffie en thee

14.30     start tweede deel

15.30     einde

Kosten deelname € 195 (deze reeks is alleen als reeks verkrijgbaar, (tickets koopt u hier)

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen.

Met veel plezier deden we redactiewerk voor de publicatie van Bureau Verbeek (Maastricht)  in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, getiteld: Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen.  

Zie: http://publicaties.minienm.nl/documenten/handreiking-kijk-op-de-ruimtelijke-kwaliteit-van-kanalen-handreiking-bij-het-herkennen-van-de-ruimtelijke-kwaliteiten-en-de-inpassingsopgaven-van-kanalen

 

M. Blaas, J. Verbeek, R. Zwiers ; Bureau Verbeek. Redactiewerk Juliet en Carla Oldenburger. Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen: Handreiking bij het herkennen van de kernkwaliteiten en de inpassingsopgaven van kanalen. Rapport Ministerie I. en W, 2018. 169 p.

KLEUR IN DE KERK

De Oude Kerk Amsterdam in rood licht

Doopkapel Oude kerk in rood licht (foto: CSOE 11 sept. 2018)

Zoals op deze website te lezen is houdt ons bureau zich sinds enige tijd bezig met kleur in de architectuur (zie de pagina KLEUR). Alhoewel deze specialisatie  voornamelijk op het kleuren van gevels slaat, werd ons afgelopen tijd duidelijk dat je ook op andere manieren met ‘kleur en architectuur’ kunt omgaan.

De ramen van de Oude Kerk (de oudste kerk van Amsterdam) kleuren de gehele kerk thans rood en donker, een zo vervreemdend effect dat ik na vijf minuten al over een drempel struikelde en languit in de kerk lag. Dit kunstwerk is te danken aan de kunstenaar Giorgio Andreotta Calo. Volgens hem staat dit lichtkunstwerk voor de transformatie van een Rooms Katholieke kerk (periode 1306-1578) naar een Protestantse kerk (1578-heden), ofwel vertaald in kleurensymboliek van Calo, van rood naar blauw-grijs. Het zou refereren  naar de afwezigheid van beelden en is een directe verwijzing naar de Beeldenstorm die hier plaats vond.

Als herinnering aan de huidige tentoonstelling wil Stichting de Oude Kerk de ruimte waar onder het gotische baldakijn ooit een Heilig graf stond blijvend rood kleuren, door in het venster rood glas te plaatsen, met de bedoeling deze grafkapel op eigentijdse wijze de betekenis terug te geven die door de beeldenstorm verloren is gegaan.

Maar klopt dit wel? Wat was dit nu voor graf? En past het rode licht daar eigenlijk wel bij? Juliet bestudeerde de geschiedenis van deze kapel en de kleuren die daarbij van belang zijn. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in Binnenstad 287-288 (gebeurd).

Noordzijde van de Oude Kerk Amsterdam. De buitenzijde van de ‘Heilig Grafkapel’ in de steiger, ter voorbereiding van de plaatsing van het rode raam (foto: CSOE 11 sept. 2018).

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Monumentendag en plannen voor heraanleg van historisch groen

Heraanleg van een voormalige rozentuin

Plattegrond van een gedeelte van het beschermde park Spaarnberg, met hierop in groen nieuwe paden die aansluiten op de ingeplande rozentuin van Springer. Het gearceerde gedeelte is het apartementencomplex uit 1993 dat niet is beschermd. Ontwerp en tekening KPG architecten en Juliet Oldenburger

Het denken over de heraanleg van een rozentuin uit 1909 op de beschermde buitenplaats Spaarberg te Santpoort, is een klein stapje dichterbij gekomen. In samenwerking met KPG architecten zijn onze gedachten over de rozentuin en de KPG-gedachten over de uitbreiding van het koetshuis nu duidelijk in een plattegrond weer gegeven.

Leonard Springer had de ideale locatie voor de rozentuin al uitgekozen. Na ruim honderd jaar is de plek verwilderd met veel opschot en de rozentuin geheel verdwenen. Heraanleg van deze tuin zou zowel voor de bewoners van het opnieuw in te richten koetshuis als voor de bewoners van het appartementencomplex een welkome verbetering zijn.

Is dit dan een aantasting van het beschermde landschapspark?  Beslist niet, de situatie uit 1909 wordt weer teruggebracht. Het enige wat aangetast wordt is het verwilderde terrein  en de wild opgeschoten bomen op de plaats waar eens de rozentuin lag. Liefhebbers en beschermers  van wilde natuur kunnen hiertegen in opstand komen, maar let wel Spaarnberg is een cultuurmonument en geen natuurmonument. Het lijkt ons alleen maar een hele mooie aanvulling en verbetering. Twee bruggetjes over de Zocher-slingerbeek en enige rozenpoorten zoals op de oude foto’s zijn te zien, zullen naar ons idee het geheel completeren.

Historische Luchtfoto’s

(overgenomen van een artikel op LinkedIn):

Duizenden historische luchtfoto’s van Nederland vrijgegeven

De foto’s moeten volgens het NIMH  een “completer overzicht geven van hoe Nederland er in de jaren twintig en dertig van boven uitzag”.

Het NIMH stelde vorig jaar ook al duizend foto’s beschikbaar.          De beelden zijn afkomstig van de Luchtvaartafdeeling, die de voorganger was van de Koninklijke Luchtmacht. Veel foto’s werden gemaakt tijdens militaire oefeningen of werden gebruikt om landkaarten te maken.

Van 166 foto’s is niet bekend waar ze zijn gemaakt. Het NIMH roept mensen op om te reageren en de locatie door te geven als ze hun huis of woonplaats herkennen. De foto’s kunnen onder meer bekeken worden op de beeldbank van het NIMH.

De tuinarchitect Hein Otto en zijn ontwerp groenaanleg bij station te Meerssen

De tuinarchitect Hein Otto en zijn ontwerp bij het station in Meerssen (1961)

In een artikel van Fon Habets op LinkedIn was vandaag te lezen dat Fon Habets in verband met de Monumentendagen 8 en 9 september as, op 9 september een lezing houdt over de tuinarchitect Hein Otto en zijn ontwerp voor de omgeving van het station te Meerssen. De documenten van Hein Otto worden bewaard in de Bibliotheek van WUR (Wageningen University & Research), afdeling Speciale Collecties. Een korte biografie over hem is te vinden in de “Gids van de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur”, geschreven door Carla Oldenburger, Annemieke Backer en Eric Blok, deel 4, Rotterdam, 2000.
De tekst van de biografie en het ontwerp gaan hierbij.
Hein Otto, ontwerp voor de groenaanleg bij station Meerssen, 1961.


Deel Groenaanleg van Hein Otto voor het station Meerssen

Hein Otto werd in 1916 in Amsterdam geboren. Aanvankelijk wilde Otto, die goed kon tekenen, kunstenaar worden, maar omdat hij vreesde hiermee niet zijn brood te kunnen verdienen ging hij na de middelbare school vanaf 1936 aan de Landbouwhogeschool in Wageningen studeren. Hoewel hij koos voor de studierichting tuinbouw, volgde hij ook het vak tuin- en landschapsarchitectuur dat gegeven werd door de lector J.T.P. Bijhouwer. Na vijf jaar studeerde hij af in de richting tuinbouw met een bijvak tuinarchitectuur.
Daarna werkte hij korte tijd bij de vakgroep plantensystematiek en -geografie op een promotieplaats, maar stapte in november 1941 over naar Staatsbosbeheer/afdeling Landschapsverzorging. In de oorlogsjaren maakte hij hier ontwerpen voor wegbeplantingen en zat samen met Bijhouwer en M.J. Granpré Molière in de Beplantingscommissie voor de Noord-Oost polder. Samen met architect P. Verhagen werkte hij aan een ontwerp voor de beplanting van de binnenstad van Middelburg. In 1946 kwam Otto als eerste tuinarchitect in dienst van de Nederlandse Spoorwegen. Hij zou hier tot in 1979 part-time werken en onder meer wedstrijden in stationsbeplantingen organiseren en jureren en zelf ook de beplantingen op NS-terreinen ontwerpen, zoals station Zevenaar, station Meerssen en rangeerterrein Kijfhoek. Daarnaast werkte Otto als zelfstandig tuin- en landschapsarchitect en was in die hoedanigheid supervisor Landschapsherstel op de Zuid-Hollandse eilanden, waarbij hij werd geassisteerd door Tineke Roelfsema en Hans Warnau. Vanaf de jaren vijftig was hij adviseur van een groot aantal gemeenten, waaronder Bunnik, Castricum, Den Helder, Heiloo, Papendrecht, Smallingerland en Wassenaar. Vooral in de als groeikern aangewezen gemeenten Papendrecht en Smallingerland en het snelgroeiende Bunnik kon Otto zijn stempel drukken op het openbaar groen. In zijn plannen is meestal sprake van een modern opgezette hoofdstructuur met grote aantallen planten uit een klein sortiment, waarbinnen een meer losse invulling plaatsvindt met een uitgebreider sortiment. Otto gebruikte veelal inheemse soorten waarbij het beplantingsplan voor hem een integraal onderdeel van het ontwerp was en de soortenkeuze was gebaseerd op het te bereiken effect met per seizoen steeds wisselende bloeiwijzen en bladkleuren.

Rozentuin op Spaarberg/Santpoort, ontworpen door L.A. Springer, weer terugbrengen?

Detail plattegrond en plan tuin bij koetshuis van buitenplaats Spaarberg te Santpoort. Speciale Collecties, Library Wageningen Universiteit & Research. 1909. Noorden Linksonder.

Foto Rozentuin Spaarnberg, ca. 1910.  Speciale Collecties, Library Wageningen Universiteit & Research. 1909

Foto Rozentuin Spaarnberg, ca. 1910

Het koetshuis en omliggend terrein van de buitenplaats Spaarberg zijn verkocht. De nieuwe eigenaar heeft mooie plannen voor de verbouw en uitbreiding van het huis en het restaureren van de tuin (rijksmonument). In 1909 ontwierp Leonard Springer hier een rozentuin en hij verlegde de paden. Dit terrein is thans geheel met opschot overwoekerd en niet meer herkenbaar als tuin. De tuin ligt (zie detail van Springers plan hiervoor) in een slinger van een waterpartij, die ontworpen werd door J. D. Zocher jr vanaf 1835. Het plan is nog niet goedgekeurd, maar het onderzoek werd al wel door ons bureau gedaan en het advies gegeven.  We wachten met spanning af.