Categoriearchief: Ontwerper

Tentoonstelling over 450 jaar bescherming Haagse Bos (2 maart t/m 9 april 2026)

In aansluiting op de aankondiging van de tentoonstelling ‘450 jaar Bescherming Haagse Bos door de akte van Redemptie’ in Atrium Den Haag,  ga ik hier nader in op de geschiedenis van het Haagse Bos (Haagsche Bosch), deels overgenomen van de tekst die wij schreven voor de ‘Gids voor de Nederlandse Tuin- en landschapsarchitectuur’ (deel 3, 1998).

Op 16 april 1576 ondertekende Willem van Oranje de ‘Acte van Redemptie’ waarin werd bepaald dat niemand meer een boom mocht kappen in het bos en dat het bos niet verkocht mocht worden. Dit is het allereerste natuurbeschermingsmanifest van Nederland. De Acte van Redemptie is nog steeds van kracht. Toch heeft in de loop der eeuwen niet iedereen zich eraan gehouden….  

Het Haagse Bos (eerder Haagsche Bosch of Hagerhout genaamd), is waarschijnlijk een restant van een middeleeuws binnenduinbos dat zich eens uitstrekte van ‘s-Gravenzande tot aan de Haarlemmerhout. Voor de graven van Holland was het een geliefd jachtterrein. In 1613 werd het bos opengesteld voor het publiek. Het tegenwoordige Haagse Bos ligt tussen het Malieveld, de Koekamp en het Huis ten Bosch.
Het Malieveld werd in de zeventiende eeuw aangelegd voor het maliespel, een soort golfspel.
De Koekamp is een weiland dat oorspronkelijk voor vee en later in de negentiende eeuw als dierenweide werd ingericht.
Huis ten Bosch werd vanaf 1645 gebouwd voor Frederik Hendrik door architect Pieter Post (1608-1669) en Jacob van Campen (1596-1657). Constantijn Huygens (1596-1687) gaf belangrijke adviezen. De eerste steen werd gelegd door Elisabeth Stuart van de Palts, de Winterkoningin.

Plattegrond Haagsche Bosch, 1645

In de beginperiode van de eerste formele aanleg wordt Meester-hovenier Borchaert Frederick genoemd als zijnde verantwoordelijk voor de moestuinen en parterres; hij was tevens tuinman op Huis Ter Nieuwburg.

P.C. La Fargue, 1778. Het Heerepad in het Haagse Bos

Het eerste groene ontwerp voor het Haagse Bos (in landschapsstijl) werd gemaakt door J.D. Zocher sr. in 1807. Dit werd echter niet uitgevoerd. Keizer Napoleon hechtte geen belang aan het bos. Hij liet het in 1812 in kaart brengen door A. van der Spuij, met de bedoeling elk jaar een tiende deel te laten kappen en na tien jaar de grond te verkopen. De Franse overheersing kwam echter ten einde en het bos bleef bestaan.
In 1819 gaf Koning Willem I aan A. van der Spuij, directeur van de Koninklijke Domeinen, de opdracht om waterwerken in het bos aan te leggen ter verbetering van de waterstand. Hierbij kwam de grote vijver tot stand. Achter deze vijver werd een waterval gecreëerd, die wegens gebrek aan niveauverschil bemalen werd door een paardenmolen. In deze tijd werd het bos gekarakteriseerd door schitterende gezichten over vijvers en bruggen, en door genoemde waterval en een Zwitserse brug.

I.I. Loke. Plattegrond van Haagsche Bosch,  1825, met wegen en paden en de grote waterpartij

In 1837 ontving J.D. Zocher jr. de opdracht om nog meer verfraaiingen aan te brengen en op verzoek van de Minister van Financiën werd weer vijftig jaar later in 1878 een beheerrapport over het Haagse Bos uitgebracht. De zoon van J.D. Zocher jr, L.P. Zocher, maakte toen als deskundige kweker en tuinarchitect deel uit van de commissie.
In 1899 werd het onderhoud van het bos overgedragen aan het pas opgerichte Staatsbosbeheer. In de Tweede Wereldoorlog richtte het aanleggen van de Atlantikwall veel schade aan het bos en de oorspronkelijke aanleg aan. Het graven van een tankgracht had tot gevolg dat de vijvers werden dichtgegooid en een groot deel van het bos werd gerooid. Na de oorlog is het hele terrein opnieuw ingeplant, met voornamelijk loofhout. In het voorjaar bloeien er veel stinseplanten waaronder bosanemoon.
Ter gelegenheid van de koperen bruiloft van Koningin Juliana en Prins Bernhard werd hen een geschenk door het Nederlandse volk aangeboden. Dit bestond uit het opnieuw aanleggen van de tuinen van Huis te Bosch (in historische trant), naar een ontwerp van J.T.P. Bijhouwer. De uitvoering vond plaats in 1949/1950. De laatste visie en beheersplan en detailontwerpen werden opgesteld in opdracht van Rijksgebouwendienst (1987-1996), door de tuinarchitect Michael van Gessel.

Klooster Ter Apel: gezien van de 19de eeuw tot 21ste eeuw

Voormalig Kruisherenklooster Ter Apel, oorspronkelijk uit 1465, geschilderd door  Arnold Hendrik Koning, eerste helft 19e eeuw. Coll. Groninger Museum

Wat een prachtschilderij is dit van het vm. Kruisherenklooster (1465) in Ter Apel. Ik kende het niet en ben zeer onder de indruk.     Ik was daar eens heel lang geleden. Toen was de tuin nog niet gesloten door een vierde vleugel, maar tussen 2000 en 2001 werd de nieuwe westvleugel gebouwd naar ontwerp van de Deense architect Johannes Exner en werd het hele complex gerestaureerd. We kennen nu dus drie tijdlagen van het klooster en zijn omgeving, namelijk het klooster met omgeving zoals het hier in de eerste helft van de 19de eeuw is vastgelegd door Arnold Koning; dan het bijna lege klooster (ruïne) met de open kloostertuin (uit de eerste helft van de twintigste  eeuw en de nieuwe (al weer bijna 25 jaar oude)  eenentwintigste  eeuwse situatie als een gesloten klooster met gesloten kloostertuin (hortus conclusus). De planten zijn nauwkeurig uitgezocht en zijn gebaseerd op de beplanting van een middeleeuwse kloostertuin.

Plattegrond Klooster Ter Apel 1910. Tijdschrift BUITEN. Noorden rechts. Zie DBNL

In de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur (deel 1, 1995) werd de tuin als volgt beschreven:

“De provincie Groningen telde in de middeleeuwen 37 kloosters, waarvan het klooster te Aduard het belangrijkste was. In 1594 werden alle kloosters geseculariseerd, waarna een enorm verval intrad. Het enige klooster in Groningen dat uiteindelijk bewaard is gebleven, is dat van Ter Apel, in 1465 gesticht door de Kruisheren. In 1604 behoorde het gehele kloostercomplex aan de Hervormde Kerk en in 1977 werd het eigendom van het ministerie van CRM. Oorspronkelijk bestond het complex uit meer onderdelen; er waren een armenhuis, een gasthuis en moestuinen en boomgaarden in de aangrenzende landerijen. Pas in de jaren dertig (1931-1933) van de twintigste eeuw werd de oorspronkelijke kloostergangtuin ingericht als kruidentuin. Deze ‘restauratie’ stond onder leiding van ir. C.L. de Vos tot Nederveen-Cappel. Het ontwerp voor de kruidenhof werd in 1932 gemaakt door de Groningse tuinarchitect J.W. Verdenius. Of de restaurateurs in de – onjuiste – veronderstelling verkeerden dat kruiden in een kloostergangtuin werden gekweekt, of dat men een authentieke bloemloze, in vieren gedeelde kloostergangtuin niet kon waarderen, is moeilijk te zeggen.

Kloostertuin Ter Apel na de restauratie. Begin 21-ste eeuw. 

De huidige situatie geeft wel een goede indruk van de soorten kruiden die men kweekte, maar waarschijnlijker is dat deze werden gekweekt in de moes- en kruidentuinen die oorspronkelijk buiten de kloostergang lagen. In de kloostergang zelf heerste in de middeleeuwen rust en devotie. Ook werden de kloosterlingen in de tuin binnen de muren begraven. De reorganisatie van de beplanting buiten het klooster werd destijds verzorgd door de tuinarchitect K.C. van Nes. Rondom het klooster staan nog steeds enige bijzondere oude bomen. Het klooster is een startpunt van enige bewegwijzerde wandelingen.”

Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur. 1995. Zie verder:Tijdschrift Buiten 1910, p. 496-498; 508-512. Cultuurhistorische verkenning, RDMZ, 1995.

Labyrint en doolhof en de Hampton Court Maze in Engeland en Nederland

Deze Berichten zijn vaak antwoorden op vragen die mij zijn gesteld (via email of ‘in de wandeling’) en die ik graag op deze manier beantwoord omdat ik zeker weet dat ook anderen in het antwoord geïnteresseerd zijn.  De vraag deze keer was: wat is eigenlijk het verschil tussen een doolhof en een labyrint of is dat hetzelfde? Ik heb de vraagsteller geantwoord, maar keek ook voor de zekerheid nog even op Google. Daar wordt het volgende heldere antwoord gegeven:Doolhof
Labyrint

de belangrijkste verschillen tussen doolhof en labyrint zijn: *

Padstructuur: Een doolhof heeft vertakkingen en doodlopende paden (multicursaals). Een labyrint heeft één ononderbroken pad dat kronkelt naar het midden (unicursaals).

Doel: Bij een doolhof is het doel het vinden van de uitgang en/of het midden. Bij een labyrint is de weg ernaartoe belangrijker dan het bereiken van het eindpunt.

Ervaring: Doolhoven zijn uitdagend en spannend. Labyrinten worden vaak gebruikt voor bezinning, rust en meditatie.

Geschiedenis: Labyrinten zijn er al duizenden jaren (o.a. in de Griekse mythologie) en komen vaak voor in religieuze of spirituele contexten.

Het doolhof van Hampton Court is waarschijnlijk het oudste doolhof wat nog in originele vorm, zoals het eeuwen geleden is aangelegd, bestaat. In Nederland zegt men dat twee doolhoven zijn gekopieerd naar deze oude vorm, het doolhof bij Kasteel Ruurlo (Museum MORE), dat in 1890 is aangelegd en in 1975 opnieuw (met beukenhagen) is ingeplant, naar het oorspronkelijke ontwerp van de ontwerpers George London en Henry Wise, die tussen 1689 en 1695 het doolhof inplantten met haagbeuk, later vervangen door taxus; èn het doolhof bij Kasteel Staverden, dat in 1908 is aangelegd door tuinarchitect P.H. Wattez, echter NIET op Hampton Court is gebaseerd maar op een doolhof-prent uit het boek La théorie et la practique du jardinage  (1709) door A.J. Dezallier d’Argenville.

Plattegrond Doolhof Hampton Court
Plattegrond Doolhof bij Kasteel Ruurlo
Plattegrond Doolhof Kasteel Staverden

THE GARDEN, uit: ‘Poems of West and East’. Vita Sackville – West, 1917.

Vandaag 29 januari begint de Poëzie-week in Nederland.
Natuurlijk wil ik een gedicht aandragen, en wel een gedicht dat geschreven werd door Vita Sackville – West (1892-1962)  in 1915. Het treft mij vanwege de eenvoud en het bloemenschilderij dat zij met haar woorden ontvouwt.
Tuin Long Barn. Sevenoaks, Kent. Vita Sackville-West en haar man Harold Nicholson kochten dit huis en bijbehorende tuin in 1915. Zij begon hier (vóór Sissinghurst) met haar ‘romantic planting’.
page34image335637344
Dit gedicht van Vita Sackville -West beschrijft haar eerste tuin-ervaringen, geschreven in het jaar dat zij samen met haar man Harold Nicholson Long Barn heeft gekocht. De bekende tuinontwerpster Gertrude Jekyll (1843-1932)had toen al naam gemaakt als auteur van enige tuinboeken. Daarin schreef zij over haar naturalistische tuin-aanpak.  Vita was hier zeker door beïnvloed. Haar vroege tuinen worden ‘romantic’  van stijl genoemd. Later in de tuinen van Sissinghurst zocht ze naar meer structuur in haar tuinen. De bekende ‘white garden’ in Sissinghurst en de bekende ’tuinkamers’ zijn daarvan het resultaat.

Nieuwe Beeldentuin voor Rijksmuseum in Carel Willinkplantsoen

De beeldentuin rond het Rijksmuseum stamt uit de tijd van de architect van het Rijksmuseum, Pierre Cuypers (1827-1921). De collectie beelden is eigenlijk een samenraapsel van beelden en architectuur-fragmenten, die laten zien dat  het Rijksmuseum niet alleen gericht is op het tonen van schilderijen,  tekeningen, meubels en ethnografica. Nu krijgt het Rijksmuseum er een nieuwe moderne-beeldetuin er bij. 

Oude foto Rijksmuseumtuin. Coll. Rijksmuseum

In eerder Bericht beschreef ik al eens dat de tuinbeelden en bouwfragmenten van deze eerste openlucht-beeldenexpositie  afkomstig waren uit oudere tuinen. Opgenomen in de tuin zijn: een achttiendeeeuws toegangshek van de buitenplaats Over-Amstel, een toegangshek (ontworpen door Daniel Marot) uit circa 1700 van Huis De Voorst bij Zutphen, drie Hercules-beelden en een Androclus van J.P. Baurscheidt de Oude afkomstig van de buitenplaats Bosch en Hoven in Haarlem, de godin Juno van Rombout Verhulst uit circa 1690, vier loden keizersbustes afkomstig van de buitenplaats Meer-en-Berg te Heemstede en een loden Diana uit de achttiende eeuw. Een tuinhuis uit 1731 is afkomstig van Keizersgracht 585. In de beeldengalerij aan beide zijden van dit tuinhuis staan beelden van de seizoenen Zomer, Lente en Herfst, afkomstig uit het atelier van Ignatius van Logteren. Van een huis aan het Spaarne bij Haarlem is een tuinkoepel van omstreeks 1730 aanwezig. De fragmenten van de Heerenpoort in Groningen, de Bergpoort in Deventer, de Waterpoort in Gorinchem, de poortgevel van de Commanderie te Utrecht en de Stadhouderspoort op het Binnenhof in Den Haag dateren uit de zeventiendeeeuw.

Art Impression Bureau Foster and partners London. Nieuwe Beeldentuin Rijksmuseum Amsterdam 2026. Carel Willinkplantsoen. Foto Rijksmuseum. Crouching Spider van Louise Bourgeois

(ovegenomen van Linkedin): “Een uitzonderlijke schenking van de Don Quichot-stichting stelt het Rijksmuseum nu in staat de stad Amsterdam te verrijken met een openbare beeldentuin van internationaal aanzien. De locatie is het Carel Willinkplantsoen vlakbij het Rijksmuseum, tussen de Hobbemakade en de Stadhouderskade. In deze driehoekige groene ruimte met drie paviljoens kunnen bezoekers genieten van sculpturen van wereldberoemde kunstenaars zoals Alberto Giacometti, Louise Bourgeois, Alexander Calder, Jean Arp, Roni Horn en Henry Moore, JoanMiro, Jean Dubuffet, Barbara Hepworth en Ellsworth Kelly.     De nieuwe tuin zal ook tijdelijke sculpturententoonstellingen huisvesten. De Don Quichot-stichting doneert 60 miljoen euro om de ontwikkeling van de nieuwe locatie te financieren. Ook levert het Rijksmuseum een groot aantal beelden op lange termijn in bruikleen. De nieuwe tentoonstellingsruimte van het museum zal bekend staan als het Don Quichot-paviljoen (of Don Quichot Sculpture Hall). De ontwerper van de nieuwe tuin is de Belgische landschapsarchitect Piet Blanckaert. Ook wordt de tuin met ruim 20 nieuwe volwassen bomen en met inheemse planten verrijkt om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit.

Het is de bedoeling dat de beeldentuin in het najaar 2026 wordt geopend.

Tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh

Buitenplaats Trompenburg. ’s Graveland vanuit de lucht. Noorden rechts. Foto

In het Erfgoedhuis Hilversum bij de Bibliotheek Hilversum is een pop-up tentoonstelling over Buitenplaats Trompenburgh te ’s Graveland. gestart. De expositie richt zich op het  heden en verleden van deze hele bijzondere buitenplaats. Zowel het fantastische 17de eeuwse huis als ook de  tuin en het park komen ter sprake, vanaf de bouw door Cornelis Tromp en Margaretha van Raephorst na het Rampjaar 1672 tot aan de restauratie van vandaag.

Wat zijn de plannen voor de restauratie van de tuinen en het park?
In 2009 werd ons bureau al gevraagd naar onze eerste mening over een eventuele restauratie van de tuin en het park. We adviseerden toen eerst een onderzoek naar de geschiedenis van de tuin te laten doen; in 2023 raakten we weer betrokken bij de restauratie van de tuin, nu in opdracht van  ‘Mooi Noord-Holland’.  We bestudeerden toen het plan Karres en Brands, dat uitgevoerd gaat worden. Het ontwerp voor de eilanden en de boomgaarden  is gebaseerd op het 17de eeuwse ontwerp met hagen die de eilanden omringen, terwijl het 19de eeuwse parkbos de oorspronkelijke landschappelijke structuren zal behouden.
Het zal heel moeilijk zijn de boomgaard te beplanten met 17de eeuwse vruchtbomen want appel- en perenrassen uit die tijd zijn er eigenlijk niet meer. Dat zullen wel 19de eeuwse rassen worden. We wachten het af.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh door Bureau Karres en Brands. Stippellijn geeft oorsprnkelijke situatie aan. Ontwerp op basis van 17de eeuws ontwerp.. Noorden boven.
Ontwerp tuin en park Trompenburgh, door Bureau Karres en Brands. met oprijlaan. 2023. Noorden boven.

Bekend is ook nog een ontwerp van Copijn / Bruine Beuk uit 1998. Naast oude prenten en nieuwe ontwerpen worden op de tentoonstelling bijzondere vondsten getoond: een deel van de oorspronkelijke steektrap, een trotseerloodje uit 1678, kleurtesten en aantekeningen van restauratoren.

📍 Bibliotheek Hilversum, ‘s-Gravelandseweg 55, Hilversum
☕️ Entree via leescafé en ArtHilversum
🕛 Open: ma t/m za van 12.00–17.00 uur
🎟️ Toegang gratis

Bezoek aan Landgoed Staverden i.v.m. 50 jarig bestand BAC / BeheerAdviesCommissie

Mooie samenkomst op Landgoed Staverden.
Bassin in Tuinen Staverden richting beeld van de Witte Pauw.
Foto Carla Oldenburger

De BAC/BeheerAdviesCommissie van Geldersch Landschap bestaat 50 jaar. Dat is een mooie gelegenheid om de leden van afgelopen 50 jaar bijeen te roepen op één van de landgoederen van GLK, waar op dit moment iets interessants valt te beleven, zo had de directie gedacht. Dat was dus gisteren (18 november) en we troffen elkaar op Staverden waar de restauratie van het huis (uit ca. 1910, kasteel genoemd) in volle gang is. We werden rondgeleid van kelder tot zolder in het huis, vooral heel interessant om de historische overblijfselen te zien, zoals tegels, profielen, super hoge en brede deuren, prachtige plafonds, veranda en balkons en vooral de ligging ‘in het water’ met uitzicht over het water op de oevers en bomen aan de overkant. Ik was natuurlijk ook erg benieuwd naar de status van de tuinen en het park, een ontwerp van Juliet Oldenburger, naar het ontwerp van P.H. Wattez. Het eiland met Leonora, de gerestaureerde ijskelder met nieuwe toegang, de staat van de berceau, het pauwenverblijf met eigen hof etc. etc., het zag er allemaal fantastisch uit.
Dank aan GLK voor deze geweldige middag.
Zie ook Welkom-pagina voor enkele foto’s en Groen-Ontwerpen
voor het ontwerp.
Uitleg over nieuwe heester-aanplantbij de ijskelder. v.l.n.r. Rob Schouten, Rienk-Jan Bijlsma en tuinarchitecte. Foto Carla Oldenburger
Uitzicht vanaf balkon Kasteel Staverden naar het noorden. Foto Carla Oldenburger

De Harmoniehof Amsterdam-Zuid 100 jaar

 

Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid.  Foto Wikipedia

Vandaag een praatje in Het Parool over de Hofdames van de Harmoniehof. Dit is een straat die deel uitmaakt van een huizencomplex, maar wel aan de openbare weg gelegen. Het hoofdaccent van de tuin bestaat uit drie centraal gelegen bloemenperken die door lange smalle kanaaltjes worden verbonden.  Langs de straat liggen lange smalle randperken. In het midden van de 8-kantige centrale vijver staat een dierenfontein van Louise Beijerman. Architect van het complex was J.C. van Epen (werkend in de stijl van de Amsterdamsche School), in samenwerking met architect M.J.E. Lippits.

Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid. Gezicht over de centrale tuin. Foto Wikipedia

De woonblokken zijn gebouwd tussen 1919 en 1922 in opdracht van de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging ‘Samenwerking’. Dit jaar wordt het honderdjarig bestaan herdacht. De tuin wordt onderhouden door een aantal dames uit de buurt, die 2x in de week genieten van de tuinwerkzaamheden en elkaar. Het totale complex is een rijksmonument.

De Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid, 1915. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Suggesties voor beplanting zijn te vinden in het boek ‘Decoratieve Tuinbeplanting’ (1913), geschreven door de hortulanus van de Amsterdamse hortus, Adriaan van Laren.

Buitenplaats De Voorst

Ik las vandaag een berichtje op Linkedin van Geldersch Landschap en Kasteelen met heel kort een verwijzing met mooie foto’s naar de geschiedenis van Buitenplaats De Voorst (in Eefde bij Zutphen). Ik wil voor de geinteresseerde lezer hier graag wat uitgebreider bij de tuingeschiedenis stil staan. Al in de vroege middeleeuwen wordtDe Voorst genoemd. Het huidige huis werd van 1695 tot 1697 gebouwd voor Arnold Joost van Keppel, graaf van Albemarle en gunsteling van Willem III.
De hofarchitecten Jacob Roman en Daniel Marot waren bij de bouw betrokken. De verdeling van werk tussen beiden is waarschijnlijk dezelfde geweest als op Het Loo en Zeist. Jacob Roman zorgde voor de exterieurs en de uitleg van de tuinen en Daniel Marot voor de decoratie van interieurs en parterres in de tuin. Evenals op Het Loo werd ook hier het huis via colonnades verbonden met de zijpaviljoens. Deze werden overigens in 1847 gesloopt; in 1875 werden de oranjerie en 1909 het noordelijk paviljoen weer opgebouwd.
Op de serie prenten van Petrus Schenk uit ongeveer 1700 zien we dat de tuinen van De Voorst analoog aan die van Het Loo werden ontworpen. Achter het huis lag een verdiepte tuin langs een as van symmetrie, met aan het eind de halfcirkelvormige afsluiting die zo kenmerkend is voor de Frans-classicistische tuinaanleg. In de tuinen bevonden zich acht centrale parterres de broderie, vier zijtuinen, een rond en een achthoekig bassin, twee complexen moestuinen en een loofgangenstelsel met daarin twee paviljoens. Achter de zijpaviljoens lagen bloementuinen.
Omstreeks 1780 vond op De Voorst de eerste verandering in landschapsstijl plaats. Dit gebeurde in het overpark in de hof langs de Berkel. Op de zogenaamde ‘Hottingerkaart’ uit 1783 is in dit gedeelte een rechthoekig park doorsneden door slingerlanen te zien. De formele aanleg rond het huis en de symmetrische bosketten met waterbassins in het overpark waren nog onaangeroerd gebleven. De auteur Van der Aa spreekt in 1848 over een zeer fraai park, binnen grachten gelegen en met gelegenheid tot vissen, jagen en wandelen. Topografische kaarten laten zien dat de tuin nog steeds binnen hetzelfde grachtenstelsel ligt.
De ovale kommen in het voorterrein waren tot landschappelijke vijvers veranderd en de regelmatige tuinvormen achter het huis tot landschappelijke bosschages. De rechte middenas achter het huis was veranderd in een zich afwisselend versmallende en verbredende zichtas. In 1908 werden naar ontwerp van de tuinarchitect L.A. Springer achter de oranjerie een bloementuin en achter het noordelijk zijpaviljoen een rosarium aangelegd, beide nu niet meer aanwezig. In 1912 deed Springer het voorstel de beplante zichtas in het voorterrein weer terug te brengen en het eerste deel van het terrein achter het huis in een golvend gazon te veranderen. Het gazon werd aangelegd, de zichtas niet. Van 1919 tot 1925 gaf de tuinarchitect H.A.C. Poortman verschillende beplantingsadviezen. Het huis is in 1943 afgebrand en de restanten kwamen in 1957 in eigendom van de Stichting Geldersche Kasteelen. Deze liet het huis aan de buitenzijde restaureren in de oorspronkelijke vorm van omstreeks 1700. Het landgoed werd in 1988 eigendom van Het Geldersch Landschap, dat in 1992 de ijskelder restaureerde. Op het landgoed bevinden zich verspreide boscomplexen van loof- en naaldhout te midden van bouw- en weiland.

Boek over de tuinarchitect Samuel Voorhoeve verschenen (1880-1948)

Tuin- en landschapsarchitect Samuel Voorhoeve (1880-1948). Foto WUR

Gisteren, 17 oktober 2025 zag een nieuw boek het licht bij Uitgeverij Noordboek Gorredijk) over de werken van de tuin- en landschapsarchitect Samuel Voorhoeve. De auteur is Ruud Schaafsma. Zelf besteedde ik voor het eerst aandacht aan Voorhoeve in een artikel in het tijdschrift GROEN in 1984, en weliswaar na 24 jaar, is er nu een boek over zijn werk verschenen.

Ruud Scaafsma bij de verschijning van het boek ‘Hoogtelijnen: werken van landschapsarchitect Samuel Voorhoeve (1880-1948)

Na een inleiding met biografische gegevens volgt een hoofdstuk over zijn opleiding, de karakteristeike kenmerken van zijn werk, de stijl waarin hij werkte en vooral zijn methode hoe bij al zijn ontwerpen het landschap als uitgangspunt te nemen. Hij woonde het grootste deel van zijn leven in Oosterbeek en knoopte nauwe contacten met de gemeente aan. Hij was mede-oprichter van de Bond van Tuinkunstenaar is 1922. Over de 100 jaar geschiedenis van deze vereniging verschijnt toevallig volgende week (24 oktober 2025) ook een nieuw boek bij Uitgeverij Blauwdruk.

Bato’s Wijk, Oosterbeek. Ontwerp Samuel Voorhoeve, uitgaande van het bestaande park naar aanleg van D. Wattez. Ca. 1900. Coll. Gelders Archief

Na deze inleidende hoofdstukken volgen beschrijvingen van zijn grote bekende werken in Renkum, Oosterbeek, Doorwerth en Vierhouten, zoals Bato’s Wijk, Duno, Lage en Hoge Oorsprong. Na de Tweede Wereldoorlog trof hij een volledig verwoest Oosterbeek incl. zijn eigen werken aan. de weinige jaren die hem nog restten werden vooral aan de Werderopbouw besteed. Al zijn werken worden achterin het boek chronologisch aangeduid met vermelding van naam opdrachtgever, naam project, plaats, jaartallen van uitvoering, verblijfplaats van ontwerpen, en opmerkingen. Het boek is prachtig geïllustreerd ,et ontwerptekeningen, oude en nieuwe foto’s van de locaties etc. en sluit af met een noten-apparaat, een literatuurlijst,  en ziet er zeer verzorgd uit.