Plattegrond van Bartholomeï Gasthuis, gemeeten en geteekend 1863, door S.A. van Lunteren. Noorden beneden. Coll. HUA
Vlak na de Tweede Wereldoorlog verhuisde ik als kleuter van Amsterdam naar Utrecht. Ik kwam toen tegenover het Bartholomeïgasthuis (en de Geertekerk) te wonen. Mijn kamer keek uit over de Catharijnesingel en op het gasthuis. Iedere dag huppelde ik door de Smeestraat naar school en wuifde ik naar de bejaarden die achter de ramen genoten van de bedrijvigheid in de straat.
Toen besefte ik niet dat er ook nog een tuin achter het gasthuis was gelegen. Het gaat om een tuin die in 1863 werd ontworpen door de Utrechtse (tuin)architect Samuel A. van Lunteren (1813-1877).
Wat direct opvalt aan het ontwerp is de indeling van de tuin in zeven lobvormige grasperken die gevormd worden door een min of meer gebogen padenstelsel en die zijn opgesierd met bloemrijke heesterpartijen. Via twee ingangen vanuit de achtergevel aan de zuidkant van het gebouw is de tuin te bereiken. Er bevinden zich in de tuin verscheidene welputten en regenbakken (tegen buitengevels). De tuin is duidelijk bedoeld als binnentuin, om een klein wandelingetje in te maken en een frisse neus te halen. De tuin biedt geen uitzichten naar buiten. De kleurrijke heesterpartijtjes langs de paden nodigen uit tot kleine rondwandelingetjes. Van Lunteren heeft in zijn ontwerp geen zitbanken getekend. Misschien vond hij de plaats aanwijzen van bankjes niet zijn werk?. Een tuin verdeeld in dergelijke perken met fleurige bloem- en heesterpartijen noemen we een tuinaanleg in gardeneske (gardenesque) stijl.
De term en het verschijnsel gardenesque tuinstijl komen uit Engeland en werden geïntroduceerd door John Loudon (1832). Hij gebruikte de termen ‘picturesque’ en ‘gardenesque’ tuinen. Omdat hij bang was dat het principe van ‘picturesque planting’ (natuurlijk lijkende beplanting) niet voldoende herkend zou worden als kunst, wilde hij die herkenning als kunst wel bereiken met de ‘gardenesque planting’. Bij gardenesque beplantingen ligt de nadruk meer op uitheemse planten (denk aan rododendrons) en op gekweekte planten en ook op de manier van aanplant. Hier gaat het om een landschapsstijl verrijkt met tuinplanten, vaak in geometrische bedden en niet in lossere natuurlijke vormen. In de tweede helft van de 19e eeuw werd deze manier van beplanten ook in Nederland veelvuldig toegepast, vooral in de nabijheid van het huis, om van de schoonheid van de bloemen met volle teugen te kunnen genieten. Dat was dus het geval in de tuin van het Bartholomeus gasthuis, genieten van uitheemse en gekweekte kleurige planten, dichtbij de wandelaar, langs de paden, die zelf wel in een natuurlijk patroon (gebogen paden) waren aangelegd.
Jan de Beijer, 1744. Bartholomeus Gasthuis. Rechts gezicht op de stadsmuur en de Geertekerk
J. H. Verheijen. Stadswal langs de westgevel van het Bartholomeï Gasthuis tot de Geertekerk. Ca. 1850 (want muur al geslecht)
D
Figuratief kaartje 

















