Categoriearchief: Architectuur

Kasteel Asten, erfgoed en romantiek

Kasteel Asten. Andries Schoemaker, ca. 1732. Naar een gravure van H. Cause. Coll. KU Brabant
Dr. Calogero Dell’Aira beschreef onlangs op Linkedin “Kasteel Asten als een plaats van romantiek, een plek van geschiedenis en bekend vanwege de wrede heksenprocessen tijdens het bewind van kasteelheer Bernard van Merode in de zestiende eeuw. Dit kasteelcomplex wordt bewoond door een aantal huishoudens en beheerd door een onafhankelijke stichting. Een prachtig voorbeeld van hoe romantiek en erfgoed mooi samengaan en uitstekend in stand worden gehouden op een wijze die meer navolging verdient.”

Deze korte beschrijving sluit geheel aan op de detaillistische beschrijving in de ‘Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur’ (deel 4, Rotterdam, 2000):

“Het kasteel van Asten, dat vanaf de zestiende eeuw werd gebouwd op de plaats van een versterkt huis uit de eerste helft van de vijftiende eeuw, kent een lange bouwgeschiedenis, waarbij het niet alleen steeds verder werd verfraaid en uitgebreid, maar ook tot twee maal toe tot ruïne verviel. Oorspronkelijk was het kasteel de zetel van de heren van Asten. De eerste periode van verval brak aan, nadat de laatste bewoner het gebouw in 1892 verlaten had. In 1935 werd begonnen met een restauratieplan voor het huis, gemaakt door architect L. de Vries uit Helmond. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, nadat de grote vleugel weer geheel herbouwd was, werd het kasteel in puin geschoten door de Duitsers, waarna opnieuw een periode van verval aanbrak.
Over de tuingeschiedenis van Asten is weinig bekend. Het kasteel lag binnen een dubbele omgrachting en had rond 1760 een ruime voorhof met koetshuis, paardenstal, schuur, bakhuis, een boerenhoeve en een ‘hof’ met een boomgaard omgeven door een beukenhaag. Via een laan, beplant met eiken, naderde men een poortgebouw dat toegang gaf tot de voorhof. In 1811 was de situatie nog ongeveer hetzelfde. Wind- en watermolens, hooi-, akker- en weilanden, beuken- en dennenbos behoorden bij het bezit. De bossen waren waarschijnlijk eerder jacht- en hakhoutbossen dan parkbossen, aangezien de oude omgrachting tot op heden bewaard is gebleven, hetgeen er op duidt dat er nooit een ingrijpende verandering in landschapsstijl heeft plaatsgevonden. In de omgeving is de oude landgoedstructuur met cultuurgronden, doorsneden door enkele oude lanen en een beekdal nog goed te herkennen. Op de voorhof staat nog altijd het poortgebouw met in de vleugels twee boerderijen. In 1998 is gestart met de restauratie van de kasteelruïne, dat wil zeggen dat men consolideren hoog in het vaandel had staan en niet, zoals eerder het plan was, met nieuwe materialen een reconstructie probeert te maken van het oude kasteel.
Behalve voor het culturele aspect, is in deze benadering ook een grote rol weggelegd voor de natuur. Enerzijds is er respect voor de natuur als kracht die het verval mede heeft veroorzaakt. Anderzijds zijn het oude gebouw en de jonge beplanting, die er onbedoeld tegenaan is gegroeid, een wonderlijke symbiose aangegaan, die men niet wil verstoren. Zo wordt een deel van de ruïne omstrengeld door een reusachtige klimop, die het geheel de zo typerende romantische aanblik geeft en in het restauratieplan zodanig begeleid wordt, dat gebouw en plant zoveel mogelijk intact blijven. Ook aan andere klimplanten die zich spontaan tegen de muur hebben gevestigd, zoals een bruidssluier, wordt de nodige aandacht besteed. De oostvleugel, met restanten uit de vijftiende en zestiende eeuw, is met opzet bedekt met grasplaggen, waaruit eerst grassen en later ook andere wilde planten zullen groeien, die de contouren van de ruïne verzachten en de schilderachtige aanblik nog zullen versterken. In de toekomst hoopt men in de directe omgeving van het kasteel met minimale aanplant het idyllische kader te versterken. Dat staat geschreven in de Gids van 2000 en is wonderwel gelukt kunnen we nu in 2025 constateren.
De restauratie van de ruïne van kasteel Asten is een van de voorbeeldprojecten van consoliderende restauratie van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en mag baanbrekend genoemd worden omdat ze afrekent met de schoolse restauratie van historische gebouwen en de bijbehorende trend van reconstructie van stijve, zogenaamde historische tuintjes.”

De Harmoniehof Amsterdam-Zuid 100 jaar

 

Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid.  Foto Wikipedia

Vandaag een praatje in Het Parool over de Hofdames van de Harmoniehof. Dit is een straat die deel uitmaakt van een huizencomplex, maar wel aan de openbare weg gelegen. Het hoofdaccent van de tuin bestaat uit drie centraal gelegen bloemenperken die door lange smalle kanaaltjes worden verbonden.  Langs de straat liggen lange smalle randperken. In het midden van de 8-kantige centrale vijver staat een dierenfontein van Louise Beijerman. Architect van het complex was J.C. van Epen (werkend in de stijl van de Amsterdamsche School), in samenwerking met architect M.J.E. Lippits.

Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid. Gezicht over de centrale tuin. Foto Wikipedia

De woonblokken zijn gebouwd tussen 1919 en 1922 in opdracht van de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging ‘Samenwerking’. Dit jaar wordt het honderdjarig bestaan herdacht. De tuin wordt onderhouden door een aantal dames uit de buurt, die 2x in de week genieten van de tuinwerkzaamheden en elkaar. Het totale complex is een rijksmonument.

De Harmoniehof Amsterdam, Oud-Zuid, 1915. Coll. Stadsarchief Amsterdam

Suggesties voor beplanting zijn te vinden in het boek ‘Decoratieve Tuinbeplanting’ (1913), geschreven door de hortulanus van de Amsterdamse hortus, Adriaan van Laren.

Buitenplaats De Voorst

Ik las vandaag een berichtje op Linkedin van Geldersch Landschap en Kasteelen met heel kort een verwijzing met mooie foto’s naar de geschiedenis van Buitenplaats De Voorst (in Eefde bij Zutphen). Ik wil voor de geinteresseerde lezer hier graag wat uitgebreider bij de tuingeschiedenis stil staan. Al in de vroege middeleeuwen wordtDe Voorst genoemd. Het huidige huis werd van 1695 tot 1697 gebouwd voor Arnold Joost van Keppel, graaf van Albemarle en gunsteling van Willem III.
De hofarchitecten Jacob Roman en Daniel Marot waren bij de bouw betrokken. De verdeling van werk tussen beiden is waarschijnlijk dezelfde geweest als op Het Loo en Zeist. Jacob Roman zorgde voor de exterieurs en de uitleg van de tuinen en Daniel Marot voor de decoratie van interieurs en parterres in de tuin. Evenals op Het Loo werd ook hier het huis via colonnades verbonden met de zijpaviljoens. Deze werden overigens in 1847 gesloopt; in 1875 werden de oranjerie en 1909 het noordelijk paviljoen weer opgebouwd.
Op de serie prenten van Petrus Schenk uit ongeveer 1700 zien we dat de tuinen van De Voorst analoog aan die van Het Loo werden ontworpen. Achter het huis lag een verdiepte tuin langs een as van symmetrie, met aan het eind de halfcirkelvormige afsluiting die zo kenmerkend is voor de Frans-classicistische tuinaanleg. In de tuinen bevonden zich acht centrale parterres de broderie, vier zijtuinen, een rond en een achthoekig bassin, twee complexen moestuinen en een loofgangenstelsel met daarin twee paviljoens. Achter de zijpaviljoens lagen bloementuinen.
Omstreeks 1780 vond op De Voorst de eerste verandering in landschapsstijl plaats. Dit gebeurde in het overpark in de hof langs de Berkel. Op de zogenaamde ‘Hottingerkaart’ uit 1783 is in dit gedeelte een rechthoekig park doorsneden door slingerlanen te zien. De formele aanleg rond het huis en de symmetrische bosketten met waterbassins in het overpark waren nog onaangeroerd gebleven. De auteur Van der Aa spreekt in 1848 over een zeer fraai park, binnen grachten gelegen en met gelegenheid tot vissen, jagen en wandelen. Topografische kaarten laten zien dat de tuin nog steeds binnen hetzelfde grachtenstelsel ligt.
De ovale kommen in het voorterrein waren tot landschappelijke vijvers veranderd en de regelmatige tuinvormen achter het huis tot landschappelijke bosschages. De rechte middenas achter het huis was veranderd in een zich afwisselend versmallende en verbredende zichtas. In 1908 werden naar ontwerp van de tuinarchitect L.A. Springer achter de oranjerie een bloementuin en achter het noordelijk zijpaviljoen een rosarium aangelegd, beide nu niet meer aanwezig. In 1912 deed Springer het voorstel de beplante zichtas in het voorterrein weer terug te brengen en het eerste deel van het terrein achter het huis in een golvend gazon te veranderen. Het gazon werd aangelegd, de zichtas niet. Van 1919 tot 1925 gaf de tuinarchitect H.A.C. Poortman verschillende beplantingsadviezen. Het huis is in 1943 afgebrand en de restanten kwamen in 1957 in eigendom van de Stichting Geldersche Kasteelen. Deze liet het huis aan de buitenzijde restaureren in de oorspronkelijke vorm van omstreeks 1700. Het landgoed werd in 1988 eigendom van Het Geldersch Landschap, dat in 1992 de ijskelder restaureerde. Op het landgoed bevinden zich verspreide boscomplexen van loof- en naaldhout te midden van bouw- en weiland.

Conferentie: De kunst van het steden bouwen

(overgenomen van de Nieuwsbrief VVAB 12 sept. 2025)

Conferentie VVAB en INTBAU

De Kunst van het Steden Bouwen: Terug naar de menselijke maat

Hoe bouwen wij vandaag de stad van morgen?

Ter gelegenheid van het 750-jarige bestaan van Amsterdam organiseert de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) samen met het International Network for Traditional Building, Architecture and Urbanism (INTBAU) een internationale conferentie over de historische stad als inspiratiebron voor vernieuwing in de stedenbouw.

Juliet heeft als medewerker van de VVAB een groot aandeel gehad bij de totstandkoming van deze dag.

Waar vroeger met behulp van grote plannen – de Grachtengordel, Plan Zuid of het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) – een gestructureerde en humane omgeving tot stand is gekomen, ontstaat nu een bonte lappendeken van los van elkaar staande gebouwen. In de snel groeiende woonwijken van Amsterdam-Noord bijvoorbeeld dreigt de stad haar samenhang te verliezen en iets vergelijkbaars zien we momenteel overal elders in Nederland. De nieuwe wijken volgen het wegenpatroon van de voormalige haventerreinen en worden kavelgewijs ontwikkeld. Het havenlandschap is nooit als verblijfsruimte bedoeld; de plattegrond hiervan levert niet vanzelf een prettige stadswijk op. Maar ook de stedenbowkundige regie is minimaal. De kwaliteit van de gebouwen en openbare ruimte staat op gespannen voet met privacywensen, duurzaam materiaalgebruik en wooncomfort.

Is dit de onvermijdelijke uitkomst van onze tijd of kunnen we in dit opzicht iets leren van de ‘Europese stad’


Onder de titel ‘De Kunst van Steden Bouwen – terug naar de menselijke maat’ bespreken architecten, architectuurcritici en stedenbouwkundigen de kwaliteit en richting van de huidige stadsontwikkeling. Architect Hans van der Heijden heeft hiervoor uit heel Europa ontwerpers en onderzoekers uitgenodigd. Twee internationaal vermaarde keynote-sprekers presenteren een alternatief: Aan de hand van zijn uitgebreide studie naar de traditie van de Europese stad vertelt de Milanese architect prof. Vittorio Magnago Lampugnani over zijn stedenbouwkundige ontwerppraktijk. De Londense architect Stephen Taylor legt het accent juist op de architectuur waarin hij in zijn onderzoek, onderwijs en ontwerppraktijk aansluiting zoekt bij historische stadsbeelden.

Na hun lezingen gaan zij in gesprek met vakgenoten en nieuwe stemmen uit binnen- en buitenland.

De conferentie vindt plaats op donderdag 18 september in de Keizersgrachtkerk, Keizersgracht 566, Amsterdam. De voertaal is Engels.

Vragen? Mail ons via vvab@amsterdamsebinnenstad.nl

Program

Date: Thursday September 18th, 2025
Location: Keizersgrachtkerk, Keizersgracht 566, Amsterdam

Reception
9:30 Doors open
10:00 Welcome: Chair VVAB
10:05 Introduction: Hans van der Heijden, Amsterdam

The critical reconstruction of the city
10:15 Keynote Prof. Vittorio Magnago Lampugnani, Milan
10:45 Report from practice: Richard Lavington, London / Matthias Haber, Berlin / Like Bijlsma, Rotterdam
11:45 Discussion: Ellis Woodman with Sjoerd Soeters and Endry van Velzen

Break

Old-new architecture
14:00 Keynote Stephen Taylor, London
14:30 Report from practice: Timothy Smith, London / Alexander Pols, The Hague / Silvia Malcovati, Berlin
15:40 Discussion: Ellis Woodman with Peter Drijver and Bernard Hulsman

Break

Observations and conclusions
16:30 Discussion: Ellis Woodman with Guy Courtois, Paris
17:30 Closure: Chair INTBAU

OLDENBURGERS BINNENSTAD & BUITENLEVEN. 25-jarig bestaan en 50 jaar ervaring

OLDENBURGERS BINNENSTAD & BUITENLEVEN. 25-JARIG BESTAAN EN 50 JAAR ERVARING

Precies vandaag 25 jaar geleden, 1 augustus 2000, zijn wij Carla en Juliet Oldenburger begonnen met ons advies- en ontwerpbureau BINNENSTAD & BUITENLEVEN.

Aanvankelijk lag ons accent op de geschiedenis van historische tuinen, parken, buitenplaatsen en landschappen. Carla had al vanaf 1975, in het voetspoor van Cocki Cremers en Henri van der Wyck, op de universiteiten van Utrecht en Wageningen projecten begeleid en ontwikkeld, o.a. als raadgever voor de provincie NH betreffende de tuinen van Beeckestijn (1975-1995) en als lid van de Werkgroep Tuinaanleg van de Restauratie-commissie Paleis Het Loo (1975-1984). Daarnaast was veel praktische ervaring opgedaan als (bestuurs)lid van o.a. Raad voor Cultuur/Cie. Buitenplaatsen (1978-1996); Nederlandse Tuinenstichting (1993-2002); St. Geldersch Landschap en Kasteelen / BAC (1994-2009); Begeleidingscie. landgoederen Clingendael en Oosterbeek (2001-2014).

Vanaf 2000 startte onze samenwerking, eerst nog gefocussed op historische tuinen, parken en buitenplaatsen, maar vanaf 2016 werd het werkterrein verbreed tot architectuur en landschap, met drie specialisaties groen erfgoed, kleurgebruik in de architectuur en architectuurtheorie.  

We zijn een klein bureau met de langste ervaring op het specialistische terrein van groen erfgoed.

Onze expertise ligt niet alleen op onderzoek, begeleiding en ontwerp, ook begeleidende publicaties (boeken, rapporten en artikelen) vinden wij belangrijk. Zie de knop ‘Publicaties‘ op deze website. Carla schreef haar eerste artikel over historische planten in 1975 (Ornamental Plants in 16th and 17th century gardens) en ca. 200 publicaties volgden. Juliet maakte tuininventarisaties voor de eerste uitgave waaraan zij meewerkte in 2000 (Amsterdamse Grachtentuinen – Prinsengracht) en hierna zijn bijna 100 publicaties gevolgd. Samen hebben we dus 50 jaar ervaring. Ons voorlopig laatste rapport verscheen deze zomer en betrof het parkdeel ten oosten van de rozentuin van het Vredespaleis: Heidetuin of Woodland Garden?

Onvermoeid gaan we door,  alles ter glorie van het groene erfgoed.

NIOD en de tabaksplant als tuinmotief

 

Jacob Nienhuys, eerste tabaksplanter op Sumatra en mede-oprichter van de Deli-Maatschappij, geschilderd door Willem Maris.Foto Wikipedia

Vandaag, 8 mei 2025, las ik een bericht in de krant over het NIOD dat 80 jaar bestaat. Logisch want het  Instituut voor Ooorlogs-, Holocaust- en Genocide Studies (vroegere naam Rijksbureau voor Oorlogsdocumentatie) is opgericht direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Het instituut huist aan de Herengracht en werd in 1890 gebouwd naar ontwerp van de architect Abraham Salm, voor de tabaksplanter Jacob Nienhuys (1836-1928). Het wordt wel een Amsterdams grachtenkasteel genoemd, vanwege de zeer rijke Renaissance -gevel en de interieurs die in elke kamer anders gedecoreerd werden. Een zeer uitgebreide beschrijving van de gevel etc. is te vinden op de website Amsterdam Monumentenstad.

 

Tuin mozaieken Hrengracht 380 (NIOD), Ontwerp Leonard Springer, 1890. Voorgesteld Nicotiana tabacum, tabaksplant. Speciale Collecties BWUR

Ook de tuin, die tegenwoordig is volgebouwd, had iets speciaals, namelijk een link naar de tabaksindustrie. Het ontwerp is van de hand van Leonard Springer en stelt twee ronde bloemmozaïeken voor, voorstellende bladeren en bloemen van de tabaksplant.

EEN HALVE EEUW STRIJD TEGEN DE WAAN VAN DE DAG

De Vereniging vrienden van de Amsterdamse Binnenstad / VVAB heeft ter gelegenheid van haar 50-jarig bestaan een boek uitgegeven over de geschiedenis van het behoud en herstel van de binnenstad in de periode 1975-2025.
Het boek werd gepresenteerd op de jubileumbijeenkomst in kerkgebouw De Duif aan de Prinsengracht waar honderden feestgangers bijeen waren gekomen om naar verschillende lezingen (en muziek van Reinier Sijpkens van het Muziekbootje) te luisteren. Vandaag lag het boek in mijn brievenbus. Het is een prachtig en zeer interessant overzicht over wat deze vereniging in 50 jaar heeft gepresteerd. Veel interessante artikelen. Het boek bestaat uit 3 delen. Deel 1 gaat over de geschiedenis van de VVAB; deel 2 geeft enkele ‘dossiers nader bekeken’ en deel 3 bevat een aantal overdrukken van artikelen uit Binnenstad, het tijdschrift van de VVAB.

Titel: Een halve eeuw strijd tegen de waan van de dag

Auteur Walther Schoonenberg. Tekstredactie Juliet Oldenburger.

 

(Overgenomen van de website van de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad / VVAB): 

“Het boek bestaat uit 112 pagina’s, waarvan 70 een bloemlezing bevat van artikelen uit het blad Binnenstad.
Uitgave van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, Amsterdam 2025
Het boek is te bestellen voor € 20,- incl. verzendkosten.

Op 6 maart 1975 werd in een zaaltje van Hotel Krasnapolsky de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad opgericht. De afkorting VVAB ontstond pas rond 2000, destijds sprak men over ‘de Vrienden’. De vereniging moest de liefhebbers van de historische architectuur en stedenbouw, degenen die “daarmee een emotionele band voelen” verenigen en “uitgroeien tot een organisatie met de kracht en het gezag van de Vereniging tot behoud van de Waddenzee”.
Het ontstaan van de vereniging kan niet los worden gezien van de vele initiatieven van haar oprichter Geurt Brinkgreve (1917-2005). Toen deze beeldhouwer in 1944 in Amsterdam kwam wonen, verkeerde de binnenstad in deplorabele staat – honderden panden waren afgebroken of stonden in stutten. In de Jordaan was zelfs een kwart van de bebouwing al verdwenen. De Vereniging Vrienden werd opgericht om particuliere woonhuiseigenaren te stimuleren de restauratie van hun bezit ter hand te nemen en om onafhankelijk actie te kunnen voeren voor het behoud en herstel van de historische binnenstad.
Het opkomen voor het behoud en herstel betekende in de praktijk meestal dat de vereniging in het geweer kwam tegen de sloop van monumenten en tegen nieuwbouwplannen die zij qua schaal of vormgeving niet in de binnenstad vond passen. Terugkijkend op de afgelopen halve eeuw kan worden vastgesteld dat de VVAB veel heeft weten te bereiken.”

[P

Tentoonstelling: Brongebouw – opkomst en ondergang van een Haarlems kuuroord

Kerstconcert Nieuwe Kerk en het wonder van de orgelluiken

Mijn schoonzoon Walther Schoonenberg was uitgenodigd voor het Kerstconcert (orgelconcert) in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik mocht mee omdat mijn dochter in de St. Nicolaaskerk moest zingen met de Schola Cantorum Amsterdam. Na het welkomswoord van directrice Annabelle Birnie, voltrok zich een klein wondertje. We zaten op de eerste rij en moesten heel erg omhoog kijken om te zien hoe het orgel zich opende. Nooit had ik beseft dat de orgelpijpen, als het orgel niet bespeeld werd, achter zulke schitterende gebogen beschilderde (door Jan Gerritsz. van Bronckhorst) luiken schuil gingen. Voordat het concert begon werden deze ‘luiken’ dus geopend, Fascinerend hoe dat onzichtbaar (op de foto zie je de touwen die aangetrokken werden over een katrol denk ik) in zijn werk ging.

Kerstconcert Nieuwe Kerk Amsterdam, 2024. De luiken, beschilderd door Jan Gerritsz. van Bronckhorst  worden geopend. Foto Carla Oldenburger

We hebben genoten van het concert, vooral van het sluitstuk, Toccata in F van Bach, schitterend gespeeld door organist Henk Verhoef, organist van de Nieuwe Kerk en organist en beiaardier van de Vrije Universiteit en leider van het vocaal ensemble Camarata Oude Kerk.

Na de grote brand van 1645 werd aan Hans Wolff Schonat de opdracht voor een nieuw orgel gegeven, in een kas naar ontwerp van Jacob van Campen.

Dank voor de uitnodiging Annabelle Birnie, directrice van de Nieuwe Kerk en het H’ArtMuseum Amsterdam, we hebben genoten.

EEN VREDIG EN CREATIEF 2025 GEWENST

Het jaar 2024 is weer bijna voorbij en we willen even stil staan bij dat jaar en ons afvragen wat 2024 voor Oldenburgers Binnenstad & Buitenleven heeft betekend. Maar eerst wensen wij al onze vrienden en relaties een vredig en creatief 2025 toe.

Het nieuwe jaar vraagt nieuwe geestdrift. De mens roept om duurzaamheid en natuurinclusiviteit op alle fronten en de natuur roept om actie. Dankzij het vele onderzoek op allerlei plaatsen verspreid over de hele wereld, zullen er nieuwe wegen worden ingeslagen, die leiden naar een gezonder evenwicht tussen natuur en cultuur.  Overal protesteren  mensen tegen de verwoesting van de natuur, wij geloven nog in herstel, maar daar is heel wat creativiteit voor nodig.

Biodiversiteit

Doen we al mee in dat proces en hebben wij ook al nieuwe wegen ingeslagen, die tot nieuwe actie en inzichten kunnen leiden en passen in een nieuwe groene wereld. Ik denk aan een van onze eerste artikeltjes uit 2021 (Duurzaamheid voorop) over hoe wij aan duurzaamheid werken en het artikel Voedselbos staat vol exoten; ik denk aan de Natuurherstelwet, aangenomen door het Europees parlement (2023) en ook aan de poster die onze jonge ‘vrijwillig medewerker’ Lune Moonen en enkele van haar mede-studenten samenstelden in opdracht van Aeres Hogeschool Almere en Kon. GinkelGroep, waaruit blijkt dat insectenbestuivers eerder en vaker wilde bloemen dan gecultiveerde bloemen bezoeken.

Lune Moonen. Onderzoek Bestuivers op daktuin Aeres Hogeschool Almere. 2024. Foto Lune Moonen

De poster die Lune maakte van haar onderzoek op de daktuin van de Aeres Hogeschool Almere geeft blijk van een nieuw élan, zoals vergroenen van stad en land en bestuderen van biodiversiteit, de samenleving en relatie van mens, plant en dier in verleden, heden  en  toekomst.

Lune op daktuin Aeres University-

Hieronder volgt een overzichtje van langdurende projecten, die in 2024 zijn gestart.

Adviezen 

  • eerste verkenning buitenplaats Weeresteyn langs de Vecht. Rondwandelingen met opdrachtgever in verband met achterstallig onderhoud en wensen opdrachtgever beoordelen. De door ons verzamelde  tekeningen en prenten van de tuin worden verwerkt tot artikel of bericht.
  • eerste verkenning cottage garden Vredespaleis (ernsig achterstallig onderhoud) en wensen opdrachtgever beoordelen. Het gaat deze keer specifiek om de cottage garden als onderdeel van de totale tuin. De vraag is: gaan we terug naar de originele cottage garden van Mawson? Zie eerst ons rapport De tuinen van het Vredespaleis.
  • Er bestaan plannen in Warffum om een nieuw park aan te leggen, dat op zijn toekomst is voorbereid, dwz gedacht wordt aan een beplanting met toekomstbomen, die opgewassen zijn tegen natte en hete zomers, maar geen invasief karakter hebben. We zien de advisering over de beplanting als een experimentele oefening voor de aanplant van nieuwe boomsoorten.

Onder de knop  website-Berichten zijn o.a. project- en studie-voorstellen te vinden.  

Ieder Bericht/Advies op de website wordt doorgestuurd naar Linkedin. Halverwege 2024 werd het 400-ste Bericht (sinds 2016) gepubliceerd. Op Linkedin heeft dat tot 1800 volgers geleid.

Wim Pijbes heeft een pleidooi gehouden voor het vergroenen van De Dam in Amsterdam, in verband met hete zomers en bezoekers die De Dam daarom zullen gaan mijden. Ons artikel over de geschiedenis van het Damplantsoen kan een steuntje in de rug zijn.

In 2025 zullen lijsten geschikt voor bepaalde locaties en voor bepaalde milieus worden opgesteld.

Lijsten met planten en bomen die het nieuwe klimaat kunnen trotseren zijn in ontwikkeling, zoals:

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die droogte en hitte kunnen verdragen, zoals bijv. wintereik en winterlinde die diep wortelen.

Lijst van bomen die in de volle zon kunnen staan.

Lijst van bomen die insecten trekken zoals voorbeelden van bijenbomen.

Lijst van liefst historische in Nederland toegepaste boomsoorten die tegen wateroverlast zijn opgewassen.

Juliet doet ervaring op in de tuin van het Aalsmeerder Veerhuis. 2024. Foto Walther Schoonenberg

Juliet was in 2024 lid / adviseur voor diverse gremia;

Verder werden ook veel adviezen als Berichten gepubliceerd, Deze fungeren soms als adviezen van algemeen belang en soms ter illustratie van ons werk.

Artikelen (gepubliceerd en in voorbereiding):

  • Carla Oldenburger. Begraafplaats Te Vraag: verwildering en menselijk ingrijpen gaan hand in hand. (Tekst voor Jaarboek Cuypersgenootschap. Album Amicorum Jenny Bierenbroodspot). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger. Adriaan Johan van Laren (Tekst voor boek 100 jaar BNT van Uitgeverij Blauwdruk). Verschijning 2025.
  • Carla Oldenburger.. Artikeltje ‘Een onbekend portret van Freule Daisy’. Wijkblad Benoordenhout 2024, nr. 5.
  • Juliet Oldenburger en Walther Schoonenberg. Interview met Sjoerd Soeters: pleidooi voor een humane stad. Binnenstad Jg. 57, nr. 312 (december 2023). p. xxx

Kleuropdrachten

Juliet Oldenburger. Kleuropdracht van Stichting Diogenes voor het trappenhuis van Oudezijds Achterburgwal 79, op de hoek van de in 1899 Gedempte Huidenvetterssloot.

Juliet doet kleuronderzoek en maakt een kleurtrapje. 2024. Foto Walther Schoonenberg.

De trap was oorspronkelijk gehout in verschillende donkere houtkleuren (eiken), vervolgens in verschillende lichte houtkleuren, dan in verschillende tinten die hout moeten imiteren – een soort roodachtige okers, dan gele okers en vervolgens verschillende kleuren groen. We gaan nu twee okerkleuren terugbrengen. Al het houtwerk in het trappenhuis (trap, deuren,  etc.) wordt dus okergeel.

Nawoord. Is dit een duurzame tuin?

Frieda Hunziker. Een boerentuin in Heerlen. 1943?  Frieda schilderde Zuid-Limburgse taferelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, als ze als koerierster oo weg was met Joodse kinderen naar onderduikadressen. Mogelijk was het huisje op bovenstaande schildering een adres waar ze kindren afleverde. Nieuwe aanwinst 2024. Part. collectie. Foto Galerie Simonis en Buunk

Het verleden leert en inspireert ons naar de toekomst te kijken. In de boerentuin van Frieda (1943) is alles te vinden wat mensen op deze aarde gelukkig kan maken: zon, een huis, bomen,  voedsel in de vorm van een groenten- en kruidentuin en een kleine siertuin. De insecten, vlinders, bijen en hommels zijn jammergenoeg niet geschilderd, maar gezien de rijkdom van de tuin, vast en zeker vaste gasten. Het schilderij spoort ons aan om op de ingeslagen weg van duurzaamheid, biodiversiteit en natuurinclusiviteit verder te gaan.