BNT / NVTL BESTAAT 100 JAAR

(291) Volgens een artikel in het Tijdschrift ‘Onze Tuinen’, Jg. 16 (1922), no. 48, werd 16 mei 1922 te Arnhem de Bond van Nederlandse Tuinkunstenaars (BNT) opgericht. De eerste (initiatief)vergadering tot oprichting vond even eerder te Utrecht plaats en de personen die op deze vergadering aanwezig waren zijn op onderstaande foto vastgelegd. Zie Carla S. Oldenburger-Ebbers. Een BNT-foto in de Springer-Collectie. Groen 37 (1981), no. 9, p. 420-424; en aanvulling op dit bericht in Groen 37 (1981), no.12, p. 560.

Foto van het bestuur en 10 actieve leden van de BNT in 1922. Achter de tafel het bestuur (v.l.n.r. Pieter Westbroek, Leonard A. Springer, Hugo Poortman, Henri F. Hartogh Heys van Zouteveen en Jacoba Hingst) en staand daarachter andere actieve leden (namen bekend). Coll. Bibl. WUR / Speciale Collecties

Het artikel noemt ook de oprichters bij naam: W.N. Lindeman, H. Roeters van Lennep, Juffrouw J. van Zijdfeld, Juffrouw J. Hingst, Juffrouw Tine Cool, Juffrouw J. Bouwens, Leonard A. Springer, J. Sluiter, Hugo Poortman, en H.F. Hartogh Heys van Zouteveen. Opmerkelijk voor die tijd is dat er vier ‘juffrouwen’ (ongetrouwde dames dus) tot die kring behoren.

Ledenlijst Ned. Ver. voor Tuin-en Landschapkunst. Bond van Nederlandsche Tuinarchitecten (B.N.T.). Secretariaat wordt gevoerd door Johanna Bouwens. 1940. Coll. Bibl. WUR / Speciale Collecties.
Ledenlijst BNT ca. 1924. Coll. Bibliotheek WUR / Speciale Collecties

Wanneer we de bovenstaande lijsten van BNT-leden uit 1940 en ca. 1924 vergelijken, zien we dat in 1940 een groot aantal nieuwe leden in de loop der tijd zijn toegetreden, en ook een flink aantal zijn afgevallen. Zij die bij de oprichting lid werden en dat in 1940 nog steeds waren, zijn Gerard Bleeker, Josje Bouwens, Jan Thijs Bijhouwer, Tine Cool, Henri Hartogh Heys van Zouteveen, B. Hoek, Hugo Poortman, de kweker P. Reyers, Henri Roeters van Lennep, Leonard Springer, Dirk Tersteeg, Samuel Voorhoeve, Piet Wattez en P. Rens. Van de meesten van deze groep is nu nog werk bekend. Diegenen die in de lijst van ca.1924 als kweker werden aangemerkt, namelijk S. Eschauzier, F. Hansen, J. Hers, P. Reyers, vinden we niet meer terug in 1940. De reden zal zijn dat Springer een voorvechter was van het principe dat tuinarchitecten geen eigen kwekerij mochten voeren, omdat men dan twee belangen diende, die niet beide tegelijk gediend konden worden. Men zag het leveren van eigen assortiment door een tuinarchitect als concurrentie voor anderen. Ook opvallend is dat in 1924 drie directeuren van gemeentelijke plantsoenendiensten lid waren (gemeenten Alkmaar, Amsterdam en Den Haag), terwijl in 1940 ook de gemeenten Breda en Utrecht waren toegetreden. Deze deelname van gemeentes is zoals we nu weten flink doorgezet. De dames tuinarchitecten hielden sinds de oprichting stand tussen de meerderheid van heren, in aanvang was er sprake van vier vrouwelijke oprichters, even later stonden er vier dames op de ledenlijst en in 1940 zelfs acht. Zij waren allen tuinarchitect, dus geen kwekers of gemeente-ambtenaren. Een uitzondering was Mej. A.G. de Leeuw (zij schreef onder de naam Geertruida Carelsen) was de halfzus van de tuinarchitect Louis Paul Zocher en een (stief)kleindochter van de beroemde Jan David Zocher jr. Maar tuinarchitectonisch werk heeft zij nooit afgeleverd. Zij was in 1924 al 81 jaar en is in 1938 overleden. Zie “De schrijfster Amy Geertruida de Leeuw en enige onbekende pennenvruchten over tuinkunst“.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.