
FLORA Teutschlands Töchtern geweiht von Freunden und Freundinnen des schönen Geschkechts. Tübingen 1795. Cadeau gekregen van Mw. J. Verdoorn (01-02-1989). Met handtekening van Fr. Verdoorn
FLORA Teutschlands Töchtern geweiht von Freunden und Freundinnen des schönen Geschkechts. Tübingen 1795. Cadeau gekregen van Mw. J. Verdoorn (01-02-1989). Met handtekening van Fr. Verdoorn(ged. overgenomen van tekst van het Universiteitsmuseum)

In 2024 kreeg ik op mijn verjaardag van mijn jongste dochter en haar man een bijzonder boek cadeau, getiteld Berthe Hoola van Nooten 1817-1892, en geschreven door David Apollonius Coppoolse. Het boek bevat een biografie van Berthe, gecombineerd met een onderzoek over de betekenis van haar werk. Zij wisten niet dat ik het oorspronkelijke boekwerk Fleurs, fruits et feuillages choisis : de la flore et de la pomone de l’île de Java (1863) van Berthe wel kende, omdat ik dit als conservator van de Bibliotheek WUR van 1980 tot 2000 heb beheerd. Maar over het leven van Berthe wist ik niets, ik had alleen het 19de eeuwse boek en de latere edities (ook aanwezig in de Bibliotheek WUR) wat doorgeglansd en geconstateerd dat de tekeningen (ook van Berthe) veel deden denken aan die van Maria Sibylla Merian, alleen 150 jaar later gedateerd.

Dit Pinksterweekend (2026) is het werk van Hoola van Nooten opnieuw tot leven gebracht in de Botanische Biografie van Utrecht, een tentoonstelling in de Oude Hortus van de Universiteit Utrecht. Gezamenlijk gaven lokale kunstenaars een eigentijdse interpretatie aan het originele werk, en deze tekeningen zijn nu tentoongesteld.
Utrecht is de eerste provicie die een bijdrage leverde aan de De Botanische Biografie van Nederland. Uiteindelijk zullen alle 12 biografieën een online en offline expositie vormen, waarin lokale kunstenaars het verhaal van een voormalige botanische kunstenaar vertellen.

Het nieuwe boek (uit 2024) begint met een korte biografie van Berthe Hoola van Nooten en wat blijkt, zij is geboren in Utrecht (12 october 1817) en wel in een van de bijgebouwen van de Latijnse School aan de Kromme Nieuwe Gracht, de voorloper van mijn gymnasium. Zie voor een herinnering aan het Utrechts Stedelijk Gymnasium het Bericht Terugblik op mijn klassieke opleiding. Ik begrijp nu ook waarom men spreekt van de Botanische Biografie van Utrecht, echter de tekeningen op zichzelf hebben niets met Utrecht te maken. Het is een mooi gebaar om de schitterende botanische tekeningen van Berthe Hoola van Nooten op deze manier aan Utrecht te koppelen, hoewel een koppeling aan Wageningen Universiteit en Research misschien logischer zou zijn geweest.

In de brieven van Mme de Sévigné komen heel regelmatig bloemen en planten voor, als uitdrukking van haar gemoedstoestand. Ook het hier boven geplaatste manuscript, dat op de tentoonstelling in Musée Carnavalet werd getoond (zie eerder Bericht) sluit aan bij het gevoelsleven van welgestelde dames in 17de eeuws Parijs. Met behulp van AI geef ik hier een lijstje van bloemen die zij benoemt in haar brieven en die ook ongetwijfeld deel uitmaakten van haar tuin bij Chateau Les Rochers in Bretagne. Haar brieven tonen liefde voor de bloemen van die tijd en een “tuinierster” die geniet van het planten van bomen, het aanleggen van lanen en het genieten van de veranderende seizoenen.
Ook op het schilderij van Jean Nocret (Nancy, 1615 – Paris, 1672), dat in Musée Carnavalet hangt, is Mme de Sévigné met een guirlande van bloemen in haar hand te zien.
Bloen en planten beschreven in de brieven van Mme de Sévigné (volgens AI):
Bostuin langs de Levendaalseweg. Foto Carla OldenburgerNa heerlijke belevenissen in Parijs, nu even weer met beide voeten op de Rhenense grond van ‘De Laarschenberg’. Dit is een landgoed van Utrechts Landschap, eigenlijk een deel van de Grebbeberg, maar dan aan de noordkant van de Grebbeweg in Rhenen. Het bos op de Grebbeberg is een afwisselend bos, loofbomen en naaldbomen en eikenhakhout en daar tussen door kronkelpaadjes en open plekken (ook wel laar genoemd). Aan de noordzijde aan de rand van het bos heb je prachtig uitzicht richting Veenendaal, het lijkt wel Frankrijk, zei een kleuter eens toen ze hier met mij ging wandelen. Ook ter afwisseling historische graanakkers en graften, walletjes waarop eikenhakhout staat.
Vanuit Rhenen loopt de Levendaalseweg (een statige beukenlaan, naar het vroegere Huis Levendaal) het bos in. Langs dit bospad ligt een stukje grond, mijn tuin, die ik dus een zo passend mogelijke beplanting heb gegeven, een bostuin met veel inheemse bosplanten, maar ook met hier en daar een rododendron of een krentenboompje, om de tuin wat accenten te geven. Geen last van droogte of wateroverlast, maar vlinders, insecten en vogels nog niet genoeg naar mijn zin, laten we hopen dat ze nog komen. Wellicht plaats ik nogmaals een mooie foto van deze tuin met libellen of hommels en bijen?
Huis Levendaal (uit de 14de eeuw) op de Laarschenberg te Rhenen. Op de achtergrond de Gelderse Vallei

Onlangs een prachtige en interessante expositie bezocht in Musée Carnavalet in Parijs. ter gelegenheid van de geboortedag van Madame de Sévigné 400 jaar geleden.
Zij werd geboren in een van de karakteristieke 17de eeuwse huizen op de Place Royale (tegenwoordig Place de Vosges, Marais) in Parijs. Wie is daar niet geweest als toerist om een biertje of een koffie te drinken bij Café Ma Bourgogne in de galerij aan dit plein?


In 1644 trouwde Marie met een Bretonse edelman, Henri de Sévigné en samen kregen ze twee kinderen, Françoise Marguerite and Charles. In 1651, op haar 25ste, werd ze weduwe toen Henri een duel niet overleefde. Sindsdien verdeelde ze haar tijd tussen Parijs en haar Chateau des Rochers in Vitré (ten oosten van Rennes). Ze verkeerde in de meest exclusieve literaire kringen en heeft met haar brieven (vnl. aan Francoise die met haar man, Comte de Grignan, verhuisd was naar de Provence) niet een steentje, maar een enorme groot stenen blok bijgedragen aan de Franse cultuur. Met haar brieven aan Francoise is het leven van een edelvrouw in 17de eeuws Parijs voor ons (latere generaties) gaan leven. Ik bewonder haar stijl, haar heerlijke flamboyante (in ons idee) rijke zinnen en het leven in literaire kringen van die tijd, dat zij weet op te roepen.

Voor mensen die zich meer in het leven van Mme de Sévigné willen verdiepen, raad ik aan te lezen:
N.a.v. de tentoonstelling ‘BIRDS’ in het Mauritshuis (t/m 7 juni as) maakte ik al twee ‘Berichten’ op onze website voor en na het bezoek aan deze tentoonstelling. Ik liet al doorschemeren dat ik het toch jammer vond dat vogels alleen kunsthistorisch zijn belicht en dat er nauwelijks aandacht is besteed aan de vogel als natuurverschijnsel.
Zie Vogels biohistorisch beschouwd en Tentoonstelling BIRDS nader bekeken.
Nu wil ik nog een aspect toevoegen dat misschien ook niet erg bekend is onder kunsthistorici, namelijk het vogelei.
A.A. van Pelt Lechner. Oologia Neerlandica: de eieren der in Nederland broedende vogels. Den Haag, 1910-1913. 2 delen
Nederlandse (inheemse) vogeleieren worden voor het eerst beschreven door Arnold Anton van Pelt Lechner (1863-1950) in zijn boek: OOLOGIA NEERLANDICA: DE EIEREN DER IN NEDERLAND BROEDENDE VOGELS (2 delen). Den Haag, 1910-1913, met 617 afbeeldingen in kleurendruk en 50 in heliotype op 191 platen, naar voorwerpen uit de verzameling van de schrijver zelf. Er zijn 250 exemplaren van dit boek gedrukt waarvan 50 in het nederlands en 100 in het engels. Uiterst zeldzaam. (Herdrukken van de engelse uitgave in 2016/2018/2023).
In 1899 werd Van Pelt Lechner, die tot dan toe burgemeester van Zevenhuizen (ZH) was geweest, benoemd tot bibliothecaris van de Rijks Hóogere Land-, Tuin- en Boschbouwschool (nu Wageningen University & Research), dit bleef hij tot 1916. Hij heeft dit boek dus geschreven in de tijd dat hij bibliothecaris was in Wageningen. Het is dus duidelijk hoe dit boek in de bibliotheek van WUR terecht is gekomen. Ik beschouw Van Pelt Lechner graag als mijn collega. Maar eigenlijk was hij een collega van de tuinarchitect Leonard Springer, die van 1897 tot 1900 leraar tuinkunst was aan dezelfde school.
Museum Het Mauritshuis heeft sinds 12 februari zijn deuren geopend voor een hele bijzondere tentoonstelling ‘BIRDS”. Het museum probeert hiermee bezoekers te trekken die niet zo gauw binnen zullen lopen omdat alles wat er te zien is voornamelijk uit de 17de eeuw en eerder afkomstig is en de jeugd van tegenwoordig minder in dat tijdvak is geinteresseerd. Met deze tentoonstelling hoopt men nu het grote (en jonge) publiek te bereiken.
Vorige maand deed ik al als voorbereiding op mijn bezoek een vooronderzoekje. Ik heb de tentoonstelling nu bezocht en wil daar nog (kort) op reageren.

De tentoonstelling is niet zoals we meestal gewend zijn chronologisch gerangschikt, misschien is dat even wennen, maar het is ook een verademing voor mensen die niet van geschiedenis houden. Alle voorwerpen zijn voorbeelden van een van de zeven thema’s, waaruit de tentoonstelling is opgebouwd. Allemaal duidelijk, hoewel ik als bioloog de ‘vogel als deel van de levende natuur’ wel erg mis. Over onze Nationale Vogel de Grutto (en waarom deze vogel tot Nationale Vogel van Nederland is gekozen) wordt niet gerept.
Hopelijk kunnen heel veel mensen deze originele tentoonstelling, als Wunderkammer ingericht zoals men zegt, gaan zien. Ik wil hier enige voorwerpen noemen die voor mij persoonlijk er uitspringen en die mij persoonlijk hebben geraakt.

Ter verdere informatie:
Martine Gosselink en Simon Schama. Birds: Het puttertje , mens en vogel. Mauritshuis / Hannibal books. 2026. 

Dat de RCE zich in haar beleid en kennisprogramm’s richt op specifieke thema’s is bekend. Denk bijvoorbeeld aan archeologie. Nu in deze jaren staan het Kennisplan Erfgoed Post-1965 en Klimaatadaptatie en Energietransitie centraal. Erfgoed Post-1965 heeft al geleid tot het aanwijzen van enkele jonge groene rijksmonumenten, zoals de Ecokathedraal in Mildam (1965) en de Spiral Hill in Emmen (1971). Zie ons eerdere Bericht
Bij Klimaatadaptatie is het belangrijk hoe (ook groene) monumenten (zoals het Zocherpark in Utrecht, zie foto hierboven) verduurzaamd en aangepast kunnen worden aan klimaat-verandering. Voor onderhoud en reorganisatie van deze monumenten is een omgevingsvergunning nodig, gebaseerd op tuinhistorisch onderzoek.
Vooraanzicht Buitenplaats Ipenrode met vroegere dierenweide. Haarlems Dagblad, 14 maart 2025. Lees over de toekomstplannen.Even reclame maken voor mijn schoonzoon. Walther Schoonenberg, secretaris van de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad, schreef een rijk geïllustreerd boek, titel ‘Amsterdam Bijna Gesloopt‘.
Zie hier: Inkijkexemplaar
(Overgenomen van de website van het Grachtenmuseum Amsterdam en bovenmate interessant voor monumentenliefhebbers, #Rijksdienst Cultureel Erfgoed, #Mooi Noord-Holland, leden van #Heemschut, #Hendrick de Keyser, en bovenal #GEMEENTERAAD AMSΤΕRDAM):
Actievoeren