
Vakgebied BIOHISTORIE en oprichter FRANS VERDOORN (1906-1984)


(ged. overgenomen van tekst van het Universiteitsmuseum)

In 2024 kreeg ik op mijn verjaardag van mijn jongste dochter en haar man een bijzonder boek cadeau, getiteld Berthe Hoola van Nooten 1817-1892, en geschreven door David Apollonius Coppoolse. Het boek bevat een biografie van Berthe, gecombineerd met een onderzoek over de betekenis van haar werk. Zij wisten niet dat ik het oorspronkelijke boekwerk Fleurs, fruits et feuillages choisis : de la flore et de la pomone de l’île de Java (1863) van Berthe wel kende, omdat ik dit als conservator van de Bibliotheek WUR van 1980 tot 2000 heb beheerd. Maar over het leven van Berthe wist ik niets, ik had alleen het 19de eeuwse boek en de latere edities (ook aanwezig in de Bibliotheek WUR) wat doorgeglansd en geconstateerd dat de tekeningen (ook van Berthe) veel deden denken aan die van Maria Sibylla Merian, alleen 150 jaar later gedateerd.

Dit Pinksterweekend (2026) is het werk van Hoola van Nooten opnieuw tot leven gebracht in de Botanische Biografie van Utrecht, een tentoonstelling in de Oude Hortus van de Universiteit Utrecht. Gezamenlijk gaven lokale kunstenaars een eigentijdse interpretatie aan het originele werk, en deze tekeningen zijn nu tentoongesteld.
Utrecht is de eerste provicie die een bijdrage leverde aan de De Botanische Biografie van Nederland. Uiteindelijk zullen alle 12 biografieën een online en offline expositie vormen, waarin lokale kunstenaars het verhaal van een voormalige botanische kunstenaar vertellen.

Het nieuwe boek (uit 2024) begint met een korte biografie van Berthe Hoola van Nooten en wat blijkt, zij is geboren in Utrecht (12 october 1817) en wel in een van de bijgebouwen van de Latijnse School aan de Kromme Nieuwe Gracht, de voorloper van mijn gymnasium. Zie voor een herinnering aan het Utrechts Stedelijk Gymnasium het Bericht Terugblik op mijn klassieke opleiding. Ik begrijp nu ook waarom men spreekt van de Botanische Biografie van Utrecht, echter de tekeningen op zichzelf hebben niets met Utrecht te maken. Het is een mooi gebaar om de schitterende botanische tekeningen van Berthe Hoola van Nooten op deze manier aan Utrecht te koppelen, hoewel een koppeling aan Wageningen Universiteit en Research misschien logischer zou zijn geweest.

In de brieven van Mme de Sévigné komen heel regelmatig bloemen en planten voor, als uitdrukking van haar gemoedstoestand. Ook het hier boven geplaatste manuscript, dat op de tentoonstelling in Musée Carnavalet werd getoond (zie eerder Bericht) sluit aan bij het gevoelsleven van welgestelde dames in 17de eeuws Parijs. Met behulp van AI geef ik hier een lijstje van bloemen die zij benoemt in haar brieven en die ook ongetwijfeld deel uitmaakten van haar tuin bij Chateau Les Rochers in Bretagne. Haar brieven tonen liefde voor de bloemen van die tijd en een “tuinierster” die geniet van het planten van bomen, het aanleggen van lanen en het genieten van de veranderende seizoenen.
Ook op het schilderij van Jean Nocret (Nancy, 1615 – Paris, 1672), dat in Musée Carnavalet hangt, is Mme de Sévigné met een guirlande van bloemen in haar hand te zien.
Bloen en planten beschreven in de brieven van Mme de Sévigné (volgens AI):
Bostuin langs de Levendaalseweg. Foto Carla OldenburgerNa heerlijke belevenissen in Parijs, nu even weer met beide voeten op de Rhenense grond van ‘De Laarschenberg’. Dit is een landgoed van Utrechts Landschap, eigenlijk een deel van de Grebbeberg, maar dan aan de noordkant van de Grebbeweg in Rhenen. Het bos op de Grebbeberg is een afwisselend bos, loofbomen en naaldbomen en eikenhakhout en daar tussen door kronkelpaadjes en open plekken (ook wel laar genoemd). Aan de noordzijde aan de rand van het bos heb je prachtig uitzicht richting Veenendaal, het lijkt wel Frankrijk, zei een kleuter eens toen ze hier met mij ging wandelen. Ook ter afwisseling historische graanakkers en graften, walletjes waarop eikenhakhout staat.
Vanuit Rhenen loopt de Levendaalseweg (een statige beukenlaan, naar het vroegere Huis Levendaal) het bos in. Langs dit bospad ligt een stukje grond, mijn tuin, die ik dus een zo passend mogelijke beplanting heb gegeven, een bostuin met veel inheemse bosplanten, maar ook met hier en daar een rododendron of een krentenboompje, om de tuin wat accenten te geven. Geen last van droogte of wateroverlast, maar vlinders, insecten en vogels nog niet genoeg naar mijn zin, laten we hopen dat ze nog komen. Wellicht plaats ik nogmaals een mooie foto van deze tuin met libellen of hommels en bijen?
Huis Levendaal (uit de 14de eeuw) op de Laarschenberg te Rhenen. Op de achtergrond de Gelderse Vallei

Onlangs een prachtige en interessante expositie bezocht in Musée Carnavalet in Parijs. ter gelegenheid van de geboortedag van Madame de Sévigné 400 jaar geleden.
Zij werd geboren in een van de karakteristieke 17de eeuwse huizen op de Place Royale (tegenwoordig Place de Vosges, Marais) in Parijs. Wie is daar niet geweest als toerist om een biertje of een koffie te drinken bij Café Ma Bourgogne in de galerij aan dit plein?


In 1644 trouwde Marie met een Bretonse edelman, Henri de Sévigné en samen kregen ze twee kinderen, Françoise Marguerite and Charles. In 1651, op haar 25ste, werd ze weduwe toen Henri een duel niet overleefde. Sindsdien verdeelde ze haar tijd tussen Parijs en haar Chateau des Rochers in Vitré (ten oosten van Rennes). Ze verkeerde in de meest exclusieve literaire kringen en heeft met haar brieven (vnl. aan Francoise die met haar man, Comte de Grignan, verhuisd was naar de Provence) niet een steentje, maar een enorme groot stenen blok bijgedragen aan de Franse cultuur. Met haar brieven aan Francoise is het leven van een edelvrouw in 17de eeuws Parijs voor ons (latere generaties) gaan leven. Ik bewonder haar stijl, haar heerlijke flamboyante (in ons idee) rijke zinnen en het leven in literaire kringen van die tijd, dat zij weet op te roepen.

Voor mensen die zich meer in het leven van Mme de Sévigné willen verdiepen, raad ik aan te lezen: