Categoriearchief: Architectuur

Reactie op Volkskrant-artikel (21 juli) over afstoten Paleis Soestdijk door het Rijk

Gepubliceerd op 22 juli 2021

(249) N.a.v. Artikel Hanneke Ronnes in Volkskrant 

21 juli 2021 in de Volkskrant / Opinie & Debat

AFSTOTEN VAN PALEIS SOESTDIJK DOOR HET RIJK IS EEN GROTE VERGISSING GEWEEST.

“Vier jaar geleden kocht projectontwikkelaar MeyerBergman Paleis Soestdijk. Het is het zoveelste schrijnende voorbeelden van falende marktwerking in de vanouds publieke sector, in dit geval de zorg voor erfgoed”.

Dit zijn de eerste woorden en een duidelijke stelling van prof. Hanneke Ronnes (Bijzonder Hoogleraar ‘Historische buitenplaatsen en landgoederen’ aan de UVA / RUG.

Hier (https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-afstoten-van-paleis-soestdijk-door-het-rijk-is-een-grote-vergissing-geweest~b6c62013/) is het hele artikel van Ronnes te lezen, waarheden als een koe, ik hoef niet met haar in discussie te gaan. 

Carla en Juliet Oldenburger temidden van het team SOESTDIJK BUITENPLAATS VAN NEDERLAND.

Tenslotte was ons bureau sinds 2015 al nauw betrokken bij de ontwikkelingen. Wij maakten deel uit van de geselecteerde groep ‘Soestdijk Buitenplaats van Nederland’.

Zie:

Het enige wat mij van het hart moet is dit: Heemschut komt met de enige goede oplossing voor dit drama (in een vorig Bericht refereer ik naar hun standpunt, en dat is SOESTDIJK TERUG IN NATIONALE HANDEN. Kost wat, maar belangrijk is het wel; het hele Nederlandse volk zal het eens zijn met dit plan. Maar waarom komt Prof. Hanneke Ronnes nu pas met haar ondersteunend standpunt? Waarom heeft zij (of haar collegae) niet eerder ‘ingegrepen’? Zes jaar geleden had Nederland dit Volkskrant-artikel nodig maar niet gisteren. OK, ze was toen nog geen hoogleraar, maar wel docent aan de UVA. Wat jammer en ellendig dat docenten, die zo geleerd zijn hun kennis niet kunnen overdragen aan mensen buiten hun eigen vakgebied en aan de politiek? Heeft de selectie-commissie niet naar adviezen van buitenaf geluisterd of werden er verkeerde adviezen gegeven? Het is onbegrijpelijk dat het zover is gekomen. Mochten er nog stappen worden ondernemen in de richting van ‘Soestdijk terug in Nationale handen’, Nederland verzeker u dan van goede adviseurs en luister niet naar de commercie.

Carla Oldenburger-Ebbers / www.oldenburgers.nl

Een onbeschermde onbekende buitenplaats in Schiermonnikoog: Huis Rijsbergen

Schiermonnikoog: Huis Rijsbergen of De Burch, gebouwd in 1757 door Johan Willem Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. In 1860 kreeg het huis in opdracht van de nieuwe eigenaar John Eric Banck zijn huidige neo-classicistische aanzien. Foto Walther Schoonenberg

(248) Na onze kennismaking met de onbekende en onbeschermde buitenplaats Huis Brakestein op Texel enkele jaren geleden, zijn we nu op Schiermonnikoog op zoek gegaan naar voormalige buitenplaatsen, die misschien nu niet meer als zodanig bekend zijn. ‘Huis Rijsbergen’ of zoals de Eilanders het huis noemen ‘De Burcht’ en sinds 2021 bekend als Cisterciënzer ‘Klooster Schiermonnikoog’ voldoet aan de definitie van voormalige buitenplaats.

Dit huis Rijsbergen is omstreeks 1757 (jaartal op gevel) gebouwd in opdracht van Johan Willem Tjarda van Sterkenborch Stachouwer, Heer van Rijsbergen en Schiermonnikoog, ter vervanging van het huis Binnendijken bij het voormalige dorp Westerburen, dat omstreeks 1760 door de zee werd verzwolgen. Ook de nabijgelegen boerderij Patmos (op de kadasterkaart nrs. 505 en 506), volgens een gevelsteen gebouwd in 1762, maakte deel uit van het complex Rijsbergen of De Burch.

De kadasterkaart uit 1832 en een foto van een schilderij van het huis (kunstenaar, jaartal, vindplaats en techniek onbekend) verschaffen meer duidelijkheid over de eigenaren, de ligging, de stijl en het uiterlijk van het gebouw.

Slot Rijsbergen op de Kadasterkaart Sectie B2, 1832, getekend door W. van der Vegt, landmeter Iste Klasse). Links boven (nr. 505 en 506) ligt de boerderij Patmos; midden boven (nr. 570) Slot Rijsbergen met omliggende weilanden en bossen (562, 565, 571). Karakteristiek voor de tuinaanleg behorend bij een 18de eeuwse buitenplaats is de zichtlaan (nr.563) achter het huis Rijsbergen, gericht op het midden van de achter(zuid)gevel. Tussen de Boerderij en het slot loopt de Oosterreeweg. Ten zuiden van Boerderij Patmos loopt het kerkenlaantje. Noorden boven. Collectie RCE

Op de kadastrale leggers behorend bij de kadasterkaart worden ook de eigenaren van slot Rijsbergen en boerderij Patmos genoemd. Het slot is in 1832 eigendom van Edzard Tjarda Starkenborch Stachouwer (lid der Provinciale Staten Groningen) en de boerderij is op dat moment in bezit van Johan Stachouwer (Grietman Schiermonnikoog). Beide gebouwen liggen aan de Langestreek aan de overzijde van de reeks nieuwe huizen die gebouwd werden ter vervanging van de ‘verdronken’ huizen van Westerburen. Het dorp werd langzaam maar zeker, na de overstromingen van 1717 en 1720 en de hevige stormvloed van 1760, in zijn geheel naar het oosten verplaatst; vandaar dat de naam van het dorp Schiermonnikoog eerst Oosterburen was. We zien midden achter (op de kaart onder) het slot een zichtlaan lopen, evenwijdig aan de Oosterreeweg (links). Aan weerszijden van deze laan liggen vlak achter en opzij van het slot elzenbossen (nrs. 562 en 565; 571) en daar achter twee weilanden of hooilanden (nrs. 561 en 564). Deze symmetrische aanleg achter het huis is karakteristiek voor classicistische tuinen, maar is in 1832 wel ouderwets te noemen. Anthony Winkler Prins bezocht het huis ook eind jaren dertig van de 19de eeuw en beschrijft (zie literatuur, p.12) het land achter het huis als volgt: een “vrij uitgestrekt elzenbos met talrijke op een hoofdlaan uitkomende zijlanen, des zomers met de klokvormige bloesems der witte winde rijk versierd.” Van een toegangslaan is op de kadasterkaart niets te zien. Wel benoemt Winkler Prins het kerken(elzen)laantje, dat loopt van de burcht naar de kerk (zie op kad. kaart onder boerderij Patmos) en is er volgens hem “ten westen van de kerk, tussen de Langestreek en de Middenstreek, door de zorg van de heer Banck, een sierlijk en vrij uitgestrekt plantsoen aangelegd. Het opgaand geboomte belommert er de slingerpaden, die met bloeiende heesters zijn omzoomd.” Dit moet begin jaren zestig geweest zijn, in de begintijd van Banck. Het slot zelf vertoont aan de noordzijde twee kleine torenvormige uitbouwen die ook op het schilderij waarneembaar zijn en aan de zuidzijde twee langere en bredere uitbouwen. De beschrijving van het plantsoen met ‘slingerpaden en bloeiende heesters’ duidt op de gardeneske landschapsstijl die halverwege de 19de eeuw erg populair begon te worden. Hoe de slottuin er in de tweede helft van de 19de eeuw precies uitzag, is niet in detail bekend, Wel zien we op het schilderij een aanplant van heesters vóór het slot. Deze zou op een ‘A-ha’ kunnen duiden, een onzichtbare afscheiding tussen een dierenweide en de grond voor het huis, gevormd door een diepe (droge) sloot met steile walkanten, waardoor geen visuele verstoring door hekwerken ontstaat.

Huis Rijsbergen. Kunstenaar, techniek en vindplaats onbekend. Laatste kwart 18de eeuw. Zicht op de noordgevel. Huis met gewolfd zadeldak en aangebouwde torentjes. Achter het linker torentje is een uitbouw te zien. Op dit schilderij is geen sprake van bosaanplant achter en opzij van het huis. Bovendien ontbreekt een toegangslaan. Dit schilderij is waarschijnlijk geschilderd vóór de tijd van Banck (voor 1860) want er zijn geen bossen achter het huis te zien.

De familie Stachouwer kocht het eiland ‘als heerlycheijt van het Eilant Schiermunckoogh’ (met ‘heerlijke rechten’ o.a. het zeerecht en het jachtrecht) omstreeks 1640 van de Friese Staten, nadat het eerst tot 1580 in bezit was geweest van de kloosterorde van Cisterciënzers. Zij bewoonden de abdij Klaarkamp te Rinsumageest ten zuidwesten van Dokkum en hadden op Schiermonnikoog hun ‘uithof’, die in de middeleeuwen bij laag water te voet bereikbaar was. Zo gek en ver was dat dus niet. De Cisterciënzers staan in heel Nederland bekend om hun ontginningen. Hierdoor werd het land geschikt gemaakt voor veeteelt en akkerbouw. De grijze monniken van Schiermonnikoog (schier duidt op hun grijze pijen en oog betekent eiland) hebben het eiland bewoonbaar gemaakt.

Na de familie Stachouwer ging het eiland en ook het slot in 1858 in andere handen over (na twintig jaar in bezit te zijn geweest van Gerrit Fenenga; maar deze verkoop aan Fenenga is niet notarieel vastgelegd). De Nederlandse jurist en letterkundige Mr. John Eric Banck (1833-1902) werd de nieuwe eigenaar. Hij is vooral bekend geworden door het aanleggen van de zuidelijke zeedijk als bescherming tegen het water van de Waddenzee en door ontginning van een deel van het eiland (Banckpolder). Hij liet de duinen verstevigen door ze met helm te beplanten. Ook was hij een van de oprichters van de Zeevaartschool en liet hij het Badhotel bouwen. En wat Rijsbergen betreft ‘renoveerde’ hij het gebouw, met gevolg dat de gevel een neo-classicistisch uiterlijk heeft gekregen. Volgens Winkler Prins werden de torentjes in Banck’s tijd afgebroken en kwamen er kleine huisjes (soort koepeltjes) voor in de plaats.

Huis Rijsbergen, ca. 1925. Prentbriefkaart

 In 1893 kocht Hartwig Arthur Berthold graaf Von Bernstorff, lid van de Duitse Rijksdag,  het eiland Schiermonnikoog en het slot van Eric Banck. Drie generaties Von Bernstorff kregen het eiland achtereenvolgens in bezit; het bleef wel Nederlands grondgebied, onder Nederlands bestuur. De familie kwam graag naar Schiermonnikoog en genoot van Rijsbergen als zomerhuis en als jachtslot. De laatste Von Bernstorff is begraven op de gemeentelijke begraafplaats achter de kerk.

Graven van de Von Bernstorff-familie. Rechts (gedeeltelijk te zien) de grafsteen van Bechtold Eugen Von Bernstorff, die het eiland en het huis Rijsbergen in 1945 moest opgeven; links die van zijn vrouw Ursula. De middelste steen is een herinnering aan de tijd dat de familie Von Bernstorff het eiland in bezit had. Foto Carla Oldenburger

Na de Tweede Wereldoorlog werden Duitse goederen (i.c. het bezit van Bechtold Graaf Von Bernstorff) door Nederland geconfisqueerd. Het eiland en huis Rijsbergen kwamen in bezit van de Nederlandse Staat (Dienst Domeinen). Het beheer van het eiland kwam in 1988 in handen van Staatsbosbeheer, welke dienst het vervolgens overdroeg aan de Ver. Natuurmonumenten. Het hele eiland Schiermonnikoog werd toen aangewezen als natuurreservaat. Het huis viel onder beheer van Rijksgebouwendienst. Het gebouw ging functioneren als jeugdherberg (NJHC) tot 1992. In dat jaar werden huis en een deel van het terrein verkocht aan de heer Victor Claessens en mevrouw Els Claessens. Zij renoveerden het interieur (1992-1993). Een bijzondere ontdekking was toen dat diverse scheepsonderdelen uit het verleden bij de bouw van het huis gebruikt werden voor de balkenconstructies. Huis Rijsbergen werd zo tot een geliefd hotel omgetoverd.

In 2019, dienden de Cisterciënzer monniken uit Abdij Sion zich als kopers aan. Zij waren van dezelfde orde, de Cisterciënzers, als de monniken die in de middeleeuwen vanuit Abdij Klaarkamp naar Schiermonnikoog trokken. Zij hebben hun abdij Sion in 2015 moeten verlaten omdat ze met vijf monniken het beheer van deze grote abdij niet meer aan konden. We hebben even naar ze gezwaaid, maar vanwege corona mochten we elkaar niet ontmoeten.

We hopen over niet al te lange tijd het huis en de monniken nog eens te bezoeken om samen met hen over de 18de eeuwse aanleg van Rijsbergen te praten en hen enthousiast te maken voor het aanleggen van een Benedictijnse kloostertuin.

Literatuur:

  • Claessens, Els. Rijsbergen, van burcht tot klooster. Uitgave Cultuurhistorische Vereniging ’t Heer en Feer, Themanummer 2019. 
  • Mellema, L. Schiermonnikoog: lytje pole. 1973/1981.
  • Winkler Prins, A. Geschiedenis en beschrijving van het eiland Schiermonnikoog. Amsterdam, 1867 [na een bezoek aan Rijsbergen in de jaren dertig van de 19de eeuw].

Groene Ommegang, ontwerp Dom van der Laan

Mamelis (gem. Vaals). Complex St. Benedictusberg.
Architecten van het Kloosterhuis (het carré van gebouwen rondom een kloosterhof) waren Dom Böhm en M. Weber (1922). Architect van de abdijkerk grenzend aan de nieuwe kloosterhof (1968) en de bibliotheek met voorhof (1987) was Dom van der Laan.  Foto Google Earth 2020.


Ontwerp / hoogtelijnenkaart  Dom van der Laan, Mamelis. Aansluitend aan het gebouwencomplex liggen de groene trapeziumvormige ommegang (te bereiken vanuit de voorhof) en de moestuin (in de zuidoostelijke hoek van de ommegang). Het weiland in het centrum van de ommegang is vanwege de droogte bijna geel gekleurd. Noorden boven. Februari 1958.


Jaarlijks wordt er door de monniken van St. Benedictusberg (Mamelis) Sacramentsdag gevierd met een processie door de groene ommegang. Sacramentsdag valt op de tweede donderdag na Pinksteren (of op de zondag erna) en herdenkt de instelling van het Sacrament van de Heilige Eucharistie.

De monniken lopen dan in processie (met het Sacrament onder een baldakijn) vanuit de kerk door de groene ommegang (gevormd door 4 rijen bomen), langs de begraafplaats van de overleden monniken en langs de moestuin, en beëindigen de rondgang (via de voorhof) in de ‘nieuwe kloosterhof’. Hier is een slotbijeenkomst, waarin het Allerheiligste Sacrament wordt gezegend.

St. Benedictusberg, Mamelis.. Zicht op het centrale weiland, vanuit de groene ommegang. Foto Carla Oldenburger 2006

Het woord ommegang wordt vooral gebruikt bij bedevaartskerken. Men vindt daar in het algemeen een aangelegde ommegang (in een kerk of in een tuin) met kapellen waar men kan bidden bij de voornaamste gebeurtenissen uit het leven van de vereerde heilige; analoog hieraan noemt men ook een kruisweg met zijn veertien staties (gebeurtenissen uit het leven van Christus) wel een ommegang.

St. Benedictusberg, Mamelis. Processie door de groene ommegang langs de klooster-begraafplaats. Ontwerp kruis Dom van der Laan. Foto Carla Oldenburger 2006

 

St. Benedictusberg, Mamelis.. Vanuit de groene ommegang zicht op de nieuw aangeplante vruchtbomen, in de moestuin / boomgaard. Foto Carla Oldenburger 2006

 

Mamelis, gem. Vaals .St. Benedictusberg. Moestuin en kassen zijn de laatste jaren niet optimaal in gebruik. Foto RCE

 

Mamelis, gem. Vaals .St. Benedictusberg. Einde processie in de arcade van de ‘nieuwe’ tweede kloosterhof. Ontwerp Dom van der Laan, 1968. Foto RCE

Zoals boven in de ondertitel van de luchtfoto aangegeven, is Dom van der Laan naast de ontwerper van de abdijkerk, de nieuwe hof, de bibliotheek en de voorhof, ook de ontwerper van de trapeziumvormige groene ommegang, gevormd door 4 rijen bomen en rondom een centraal weiland waar vroeger het kloostervee graasde. In het Archief van Dom van der Laan bevindt zich het eerste ontwerp van Van der Laan getekend in 1956 op een deel van de Hoogtekaart van Nederland.

De abdij is gesitueerd vlak bij de provinciale weg Maastricht-Aken, op een hoogte uitkijkend over het dal van de Selzerbeek. Dit Selzerbeekdal wordt aan de noordzijde begrensd door het Plateau van Bocholtz, met de Schneeberg en het Kolmonderbosch. Aan de zuidzijde rijst het Plateau van Vijlen op.

Het abdijcomplex St. Benedictusberg staat op de rijksmonumentenlijst, d.w.z. het complex van Böhm en Weber. De kerk en bibliotheek en consistorie van Dom van der Laan nog niet. Ook de groene ommegang rond genoemd weiland, incl. de kloosterbegraafplaats en de moestuin, komen niet in de redengevende omschrijving voor. De werken van Dom van der Laan zijn nu echt wel 50 jaar oud. Dat dat nog niet zo is, staat als reden opgegeven waarom het werk van Dom van der Laan niet in de redengevende omschrijving is opgenomen, maar die restrictie van vijftig jaar is anno 2021 wel vervallen.

Gerrit Rietveld (1888-1964). De omgeving van zijn bouwwerken. Het zicht van binnen naar buiten.

(244) Dit exclusieve zomerhuisje (ontwerp G. Rietveld, 1939. Stijl ‘Het Nieuwe Bouwen’) staat in de duinen bij het dorp Petten en kijkt enerzijds uit op het prachtige natuurgebiedje Het Korfwater van de Ver. Natuurmonumenten en anderzijds op de duinen van Staatsbosbeheer (de laatste duinreep voordat het strand begint)..

Petten Zomerhuisje naar ontwerp van Gerrit Rietveld, Duintuin in droge zomer 2017. Foto Carla Oldenburger

Iets ten zuiden van Petten is de duinenrij weggeslagen, waardoor er eertijds een dijk moest worden aangelegd, de welbekende Hondsbossche Zeewering. Met de laatste dijkverzwaring (omstreeks 2015) is een nieuw duingebied ontstaan: de Hondsbossche Duinen. Hierdoor is Petten meer dan voorheen aantrekkelijk geworden voor vele vogelaars, strandtoeristen, wandelaars en fietsers.

Aan de architect Gerrit Rietveld (1888-1964) is heel wat literatuur gewijd. Gebouwen, woonhuizen, zomerhuizen en meubilair worden uitgebreid door diverse architectuur-historici beschreven, maar aan de omgeving van zijn projecten wordt nooit aandacht besteed. Naar onze mening heeft Rietveld ook nooit een tuinarchitectonisch of landschapsarchitectonisch plan gemaakt, of ook maar met enkele pennestreken de omgeving van zijn huizen aangegeven, maar toch voel je als je vanuit de gebouwen of huizen naar buiten kijkt, dat hij de natuur waar mogelijk zoveel mogelijk in tact heeft willen houden. Hij ging met zijn adviezen tot de grens van het perceel. De paaltjes vooraan de weg (derde foto) moesten wit zijn. Tot heden is dat nog steeds het geval.

Zicht van binnen naar buiten. Vanuit het zomerhuisje richting het natuurterrein in het centrum van het Korfwater. Foto Hendrick de Keijser

Of je nou van binnen naar buiten kijkt of van buiten naar binnen, natuur is belangrijk.

Petten. Rietveldhuisje. Hendrick de Keijser. Tuin voor het huis. Duinrozen. 2021. Foto Carla Oldenburger
Rietveldpaviljoen. Otterlo. 2020. Van binnen naar buiten. Foto Carla Oldenburger

In het Beelden-Paviljoen word je met beelden in aanraking gebracht, maar de natuur gaat niet opzij.

Rietveldpaviljoen. Otterlo. 2020. Van buiten naar binnen. Foto Carla Oldenburger

Groen voor Rietveld betekent natuur en geen cultuur.

Diashow: BUITENPLAATSEN IN AMERSFOORT, RANDENBROEK EN NIMMERDOR

https://www.slideshare.net/CarlaOldenburger/ppp2012-randenbroek-en-nimmerdor

(22 x op Slideshare bekeken)

(242) De afgelopen jaren heeft ons bureau tweemaal een opdracht voor de gemeente Amersfoort uitgevoerd. Eenmaal een Tuinhistorisch onderzoek op de buitenplaats van de architect Jacob van Campen, Park Randenbroek, en eenmaal een Tuinhistorisch onderzoek op de buitenplaats van de toneelschrijver Everhard Meester, Park Nimmerdor.

Bovenstaande diashow laat de bijbehorende afbeeldingen zien die deze onderzoeken ondersteunen.

ONAFHANKELIJK ADVIES  T.A.V. VERZAMELBELEID TUIN- EN LANDSCHAPSARCHIEVEN

(238) Onderstaande notitie publiceerde ik 17 februari 2021 op Linkedin en heb ik naar de organisatie van de Webinar gestuurd die over het verzamelbeleid van de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchiutectuur-archieven werd georganiseerd. Wachten is op het rapport dat in verband met dit onderwerp zal verschijnen. Ik heb daarover nog niets gelezen en wil met mijn advies nog eens aandacht vragen voor deze zaak.

“Op de website van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam stond te lezen dat het Ministerie van OCW een onderzoek is gestart naar een mogelijk (gezamenlijk) verzamelbeleid ten aanzien van tuin- enlandschaps-architectuurarchieven. Het instituut presenteert zich als ‘Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur’ en als ‘Rijkscollectie – ook als rijksarchief- voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw’; en vanaf 2021 als een nationale erfgoedinstelling (met verschillende BIS-taken). En dit laatste houdt in dat de instelling zich verzekerd weet van meer financiële continuïteit voor met name het archief. Daarnaast werkt het samen met andere partijen aan de ontsluiting van design- en digitale cultuurarchieven, de andere pijlers van HNI.

HNI heeft nu ontwerpers, onderzoekers, archiefbeheerders en beleidsmakers opgeroepen om 4 maart 2021 samen te komen in een digitale Kennisbijeenkomst (titel: ‘Het geheugen van het ontworpen landschap’), om van gedachten te wisselen over een gezamenlijk beleid voor ontsluiting van de Nederlandse Stedenbouw (in de ruimste zin van het woord, met name de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur). Het HNI denkt ook aan een gezamenlijk verzamelbeleid betreffende het thans aanwezige materiaal in het Nationaal Archief, Het Nieuwe Instituut, Speciale Collecties WUR, regionale archieven en stadsarchieven. Deze collecties tezamen geven nu een gefragmenteerd (en onsamenhangend) beeld van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur, en dat zou beter kunnen.

Ter orientatie eerst een overzicht van bachelor- en masteropleidingen in de tuin- en landschapsarchitectuur: Wageningen UR; TU Delft; Academie voor Bouwkunst Amsterdam; Van Hall Larenstein; HAS Den Bosch. Hierbij horen beherende instellingen: a) in Wageningen worden de collecties boeken, ontwerpen en documentatiematerialen op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur beheerd en ontsloten door de Bibliotheek WUR (incl. Afd. Speciale Collecties, de Opleiding Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning; Van Hall Larenstein en HAS Den Bosch); b) in Delft is de Bibliotheek Bouwkunde & Kaartenkamer de beheerder van boeken, ontwerpen en documentatiematerialen.

Naast genoemde opleidingsinstituten hebben ook de volgende musea en archieven een verscheidenheid aan materialen op het verzamelgebied: Van Eesteren Museum; Museum Paleis Het Loo; Frans Hals Museum; Teylers Museum; Rijksmuseum; Amsterdam Museum; en niet te vergeten de (provinciale) archieven, waaronder speciaal genoemd Noord-Hollands Archief; Stadsarchief Amsterdam; Tresoar Leeuwarden en het Gelders Archief.

De praktijk wijst uit dat tuin- en landschapsarchitecten bij het beëindigen van hun bureau hun collecties wel willen afstaan (of in hun bureau willen achterlaten), maar vaak weten ze niet aan wie. Hun opdrachten strekten zich uit door heel Nederland. Het gebeurt dan ook maar al te vaak dat een collectie van één architect is terug te vinden in heel veel verschillende gemeentes. Alleen voor hen die in opdracht van één gemeente hebben geopereerd, is duidelijk waarom hun werk in die gemeente bewaard is gebleven. Architecten met een eigen bureau schenken hun collecties soms aan het archief in de plaats waar ze geboren zijn of aan de plaats of universiteit waar ze gestudeerd hebben. Architecten die voor grotere instellingen als bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of het Rijksvastgoedbedrijf werkten hoeven meestal geen keuze te maken. Hun werkt blijft achter in die instellingen totdat de collectie -zoals al meer malen is gebeurd- in de vuilnisbak belandt.

Vanuit het oog van de onderzoeker is het natuurlijk heel aantrekkelijk als alle ontwerpen en documentatiematerialen op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur in één databank gevonden kunnen worden, maar alle beheer-instellingen zijn doorgaans niet op een zelfde manier toegankelijk gemaakt en de onderzoeker zal daarom -op zoek naar 1 ontwerp vaker in verschillende databanken moeten zoeken. Daar is geen oplossing voor te bedenken. Wat nu na bijna veertig jaar digitaliseren door de diverse bibliotheken, archieven en documentatiecentra is bereikt in de vorm van verschillende databanken, ligt vast en is goed georganiseerd. Alleen de toegang voor buitenstaanders is nogal eens onduidelijk en zou verbeterd kunnen worden.

Het verzamelbeleid op zich snakt naar duidelijkheid. De laatste jaren zijn nogal eens collecties door instellingen geweigerd. Als reden werd meestal opgegeven te weinig personeel om het materiaal te inventariseren en te digitaliseren, te weinig ruimte, te weinig aansluiting met andere collecties, etc. Er bestaat nauwelijks duidelijkheid over wie welke collecties opneemt, dus kan men overal aankloppen. In het verleden zijn ooit vage afspraken gemaakt over opnamebeleid tussen WUR / Speciale Collecties en HNI, maar in de praktijk is dat mis gelopen.

Toch zou het onderzoek met een duidelijk opname-beleid gebaat zijn. Voor individuele architecten die hun materialen willen afstaan t.b.v. de wetenschap, is misschien de volgende ‘regel’, aansluitend aan wat nu al gebeurt op het gebied van bibliotheek-ontsluiting, aanbevelenswaardig:

* Collecties van T&L-architecten gestudeerd aan WUR, overdragen aan WUR / Spec.Collecties;

* Collecties van T&L-architecten gestudeerd aan HAS, overdragen aan WUR / Spec.Collecties;

* Collecties van T&L-architecten gestudeerd aan Van Hall Larenstein, overdragen aan WUR / Spec.Collecties;

* Collecties van T&L-architecten gestudeerd aan TU Delft, overdragen aan Bibl. Bouwkunde en Kaartenkamer;

* Collecties van T&L-architecten gestudeerd aan Academie van Bouwkunst, overdragen aan HNI.

Instellingen en bureaus die afstand van collecties willen doen, kunnen zich mogelijk aan deze regels conformeren. Op deze manier kunnen belangrijke collecties voor de wetenschap behouden blijven.”

Carla Oldenburger, 17-02-2021

DIASHOW HISTORISCHE STADSTUINEN renoveren of reconstrueren BIJ HUIZEN UIT DE 17DE / 18DE EEUW ?

https://www.slideshare.net/CarlaOldenburger/2019-stadstuinen-cascade-carla-oldenburger
Historische huizen en tuinen

(293 x bekeken op Slideshare.nl)

(232) De VRAAG die in deze diashow wordt uitgewerkt: Is de architectonische eenheid tussen huis en tuin nog bepalend voor een nieuw tuinontwerp in de 21ste eeuw?

N.a.v. drie rijksmonumenten (met tuin) in Amsterdam en één in Den Haag wordt voorlopig een eerste conclusie getrokken.

CREOOLSE (?) geschilderd in Atelier door Simon W. Maris, Keizersgracht 498, A’dam

(231) De bekende Amsterdamse portretschilder Simon W. Maris (1873-1935) was een zoon van de beroemde landschapsschilder Willem Maris (1844-1910) en een achterneef van onze (over)grootmoeder Carolina Sophia Vogelesang. Sinds 1901 was hij de gelukkige eigenaar van pand Keizersgracht nr. 498 te Amsterdam. Zie de archieffoto hier beneden afgebeeld.

Zijn portret Isabella zien we deze maanden veel afgebeeld in verband met de tentoonstelling Slavernij, te bewonderen vanaf het moment dat de deuren van het Rijksmuseum na de lockdown weer open gaan. De voormalige titel van het schilderij is ‘Indisch type, Oostersch meisje zittend in een fauteuil’, later ook aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’.

De keuze van dit schilderij op de affiche van de tentoonstelling heeft te maken met het feit dat het museum de nadrukkelijke wens koestert ‘inclusief’ te werken, dwz. voor IEDEREEN. Ook bij de presentatie van schilderijen streeft men er naar voor allen, ongeacht ras, stand of afkomst, toegankelijk, interessant en aantrekkelijk te zijn.

Simon Maris. Isabella (voormalige titel: ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’). Ca. 1906. Olieverf op doek. 41 × 29 cm. Amsterdam, Rijksmuseum

 

Foto’s van Isbella (ca. 1906), genomen door Simon Maris in zijn atelier.. Coll. RKD Den Haag

 

Zoals gezegd voorheen werd dit meisje aangeduid als ‘Indisch type’ of ‘Negerinnetje’. Nu zouden we zeggen een nakomelinge van een tot slaaf gemaakte voorouder. Uit recent (2020) onderzoek is gebleken dat haar voornaam Isabella was. De identificatie kwam tot stand door teruggevonden foto’s en verwijzingen in het archief van de schilder. Haar leeftijd wordt geschat op ongeveer twaalf jaar, -volgens schatting van het Rijksmuseum- toen zij in Maris’ atelier op de Keizersgracht 498 poseerde voor haar portret.

Is Isabella werkelijk een Indisch / Oostersch type of Negerinnetje? Dat is moeilijk af te lezen van dit portret. Mogelijk een Hindoestaans meisje of een Creoolse. Een mix was niet gebruikelijk aan het begin van de twintigste eeuw. Had Simon mogelijk een voorliefde voor getinte vrouwen uit andere landen omdat zijn eigen voorgeslacht ook uit een ander land (Tsjechië / Praag) afkomstig was? Zijn overgrootvader Wenzel Maresch had immers zijn vaderland verlaten om deel te nemen aan de oorlog tussen Oostenrijk en Frankrijk en was uiteindelijk (ca. 1806) in Amsterdam terecht gekomen. Daar vestigde hij zich eerst als steenhouwer, later werd hij boekdrukker in Den Haag. Het is bekend dat Simon tijdens WO I ook een serie portretten maakte waar een Roma-familie model voor stond. Deze familie was gestrand met een Duits schip voor de haven van IJmuiden en Simon zorgde -als lid van een liefdadigheiscomité- er voor dat deze familie in Amsterdam onderdak kreeg.

 

Keizersgracht 498 (dichtbij de Leidsestraat), middelste huis, in 1901 gekocht en verbouwd door Simon Willem Maris. Hij liet de 3de en 4 de verdieping verbouwen tot een groot schildersatelier, met een groot raam op het noordoosten
Sigmund Löw (toegeschreven aan), 1905. Simon Maris in zijn atelier op Keizersgracht 498, Amsterdam. Collectie RKD Den Haag.

Een portret van een donkere man, passend bij de komende tentoonstelling in het Rijksmuseum, wil ik in dit verband ook hier afbeelden. Het is een portret dat Juliet tijdens haar opleiding aan de Koninklijke Academie Den Haag heeft gemaakt. De naam van deze jongeman die model heeft gezeten is helaas ons onbekend.

Juliet Oldenburger. Man zit model op de Koninklijke Academie Den Haag. Ca. 1990. Part. Collectie Arnhem

Overzicht Oldenburgers.nl-2020

VILLA KRUISHEIDE HILVERSUM

(224) Vroeger in mijn functie als conservator van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Landbouwuniversiteit) moest ik altijd in januari een verslag / overzicht van projecten van het afgelopen jaar maken. Dat werd dan weer in het jaarverslag van de Bibliotheek Landbouwuniversiteit opgenomen en gepubliceerd. Sinds 2000 gebeurde dat als e-uitgave.

Een dergelijk jaarverslag is de afgelopen jaren soms wel en soms niet opgemaakt over de werkzaamheden van Bureau Binnenstad & Buitenleven (Oldenburgers.nl). Een verslag over dit afgelopen jaar willen wij weer eens graag aan onze lezers en klanten voorleggen.

2020-Projecten Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven:

ONTWERP TUIN BRAKESTEIN TEXEL. JULIET OLDENBURGER, 2019/2020.
  • Wassenaar Backershagen ontwerp vroeg-20ste eeuwse tuin bij entree, in de geest van L.A. Springer. Afgeleverd en aanvaard). Part. Uitvoering wordt vervolgd.
  • Heemstede  Groenendaal, advisering reconstructie Belvédère. I.s.m. KPG Architecten. Winnend ontwerp. Gem. Heemstede. Wordt vervolgd. 
  • Wieringerwaard, vóór-onderzoek en offerte voor 17de eeuws tuinontwerp bij Polderhuis. Part. Wordt vervolgd. 
  • Hilversum Villa Kruisheide (rijksmonument). Tekst redengevende omschrijving tuin Villa Kruisheide opgesteld. Gem. Hilversum. Afgeleverd. Gevolgd door advisering. 
  • Amsterdam Vondelpark. Cultuurhistorisch onderzoek (uitgevoerd door Walther Schoonenberg) naar de geschiedenis van Het Groot Melkhuis. 34 p. Via Rod’or Advies. Afgeleverd.
ONTWERP GROOT MELKHUIS. OF BOERDERIJ, L.P. ZOCHER, 1874. COLLECTIE PANDENARCHIEF, STADSARCHIEF AMSTERDAM
  • Amsterdam begraafplaats St. Barbara. Ontwerp urnenmuur. In opdracht van Begraafplaats St. Barbara. I..s.m. Coen van der Heiden, architect. Oriëntatie, wordt vervolgd in 2021. 
  • Amsterdam Claes Claesz.Hofje. Kleurontwerp schilderwerk Hofzijde, in opdracht van St. Diogenes. Het schilderen begint in januari 2021.

2020-Artikelen:

Artikel JO: ‘Der Garten als Spiegel der Welt’, in: ‘Historische Gärten und Gesellschaft. Kultur-Natur-Verantwortung’. p. 302-308. Berlin (Stiftung Preussische Schlösser und Gärten, Berlin Brandenburg, Schnell + Steiner), 2020. Eveneens engelse uitgave.

Artikel CO: ‘Over het Damplantsoen, zijn ontwerper en de ‘Oud-Hollandse stijl’. 13 p. Cascade Bulletin 2020, p. 33 t/m 44. (verschenen in nieuw format jan. 2021).

Artikel JO: ‘Iepen bedreigd door kademuurrenovatoe?’ Binnenstad 296 (jan./febr.2020), p. 8-10. 

Artikel JO: ‘Iepen toch bedreigd’. Binnenstad 298 (mei/juni 2020), p.37.

Losse relevante adviseringen, uitgewerkt in weblogs: 1) Kaart van de Hofstede Adrichem. Uitgewerkt in weblog: ‘Huis Adrichem, is dit een ontwerp van J.G. Michael?’; 2) Welke Zocher ligt begraven op Kerkhof NH Kerk te Bloemendaal? Uitgewerkt in weblog: ‘Zocher-grafsteen op het kerkhof in Bloemendaal’;  3) Tuinontwerpen in de Collectie Six? Uitgewerkt in weblog: ‘Ontwerp rond Huis Mereveld van Johannes Montsche (1734-1799)? 4) N.a.v. een toegezonden notaris-advertentie omtrent Zocher en de buitenplaats Rosorum. Uitgewerkt in weblog: ‘Nieuwe Zocher (J.D. en L.P.) gedetecteerd’. 5a) Vraag over de aanwezigheid van een historisch doolhof-patroon op Texel. Uitgewerkt in weblog: ‘Het Bosch van Engelsteen op het eiland Texel’; en 5b) ‘Het Bosch van Engelsteen of ’t Bossie heden ten dage (2). 6) N.a.v. de vraag welke tuin bedoeld zou kunnen zijn met een prent genoemd Angiers (in de salon van Brakestein), genoemd in de boedelscheiding van 1711?  Uitgewerkt in weblog: ‘Prenten in de salon van Buitenplaats Brakestein te Texel’. 7) N.a.v. een vraag van de ‘St. Historische Behangsels en Wanddecoraties’, een artikeltje voor hun Nieuwsbrief over ‘bloemschilderen’.