Waterval op Leyduin in 1816

Gisteren (3 augustus 2016) verscheen op de onvolprezen  websitepagina Librariana van Hans Krol een bericht over twee kunstenaars met banden met Heemstede, Pieter Bouman (1764-1828) en Albert Steenbergen (1814-1900). Naar aanleiding van dit bericht ging ik op zoek naar meer gegevens over Leyduin en haar cascade, maar lees vooral eerst het bericht op Librariana.

De Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur (deel 3, 1998) geeft een korte beschrijving van de historie van de buitenplaats Leyduin (met enige correcties aangevuld door Gert de Kruif):

‘Leyduin en Vinkenduin vormen samen met Woestduin een aaneengesloten complex van buitenplaatsen op de overgang van de strandvlakte naar de duinen. Leyduin is voor het eerst vermeld in 1596 en was oorspronkelijk een hofstede met boomgaarden eromheen. In 1798 werd de plaats beschreven als een park met een hermitage (kluizenaarshut) op een heuvel, een beek, een cascade (waterval, aangelegd in 1759), een menagerie en een vinkenhuis, boomgaarden en moestuinen.

bouman3
Pieter Bouman (1764-1824), De waterval op Leyduin, 1816 (coll. Antiquariaat A. van der Steur, Den Haag)

Van deze oudste aanleg dateren nu nog de neogotische hermitage (afgelopen decennium hersteld) en de grenspalen uit 1701 met de naam Johan van Romswinckel, die thans bij de oprit naar het huis staan. Ook het nog gave lanenstelsel met enorme beuken vormde een onderdeel van de toenmalige aanleg. Het oude herenhuis op Leyduin  werd in het begin van de negentiende eeuw afgebroken. In 1874 werd een nieuw huis gebouwd dat in 1920 echter zo ongeschikt voor bewoning werd geacht, dat ook dit in 1921 werd afgebroken. Uit die tijd resteren nog wel een koetshuis en koetsiers- en tuinmanswoningen.

Tot 1900 liep een duinrel, een afwatering vanuit de duinen, door de beek en over de cascade op Leyduin. Het water was bestemd voor de drinkwatervoorziening van Amsterdam. Toen er waterleidingbuizen gelegd werden, zijn de beek en de cascade drooggevallen.

Nadat  ook het nieuwe Vinkenduin was afgebroken, werden op beide delen nieuwe huizen gebouwd naar ontwerp van architect A.de Maaker, Leyduin in 1921 en Vinkenduin in 1924. De tuinarchitect L.A. Springer ontwierp de aanleg bij beide huizen. Vinkenduin werd gekarakteriseerd door een zicht vanuit het huis in west-zuidwestelijke richting naar de duinen. Het dankt zijn naam aan de vinkenbaan die hier in 1752 werd aangelegd. Hier ving men vinken die gebruikt werden voor aarden wallen, die een veldje met lindebomen omsluiten. Een vinkenhuisje stond aan de vinkenbaan en is begin 20ste eeuw vergaan.

Het gebied is zeer rijk aan broedvogels en kent een uitgebreid scala aan stinsenplanten, met onder meer gevlekte aronskelk, wilde hyacint, wilde narcis en bosanemoon. De half in de grond gelegen appelkelder is in 1980 gerestaureerd en is nu een geliefde verblijfplaats van vleermuizen. In 1993 is het terrein rondom het huis gerenoveerd door de landschapsarchitect Victor van Boven.’

4 gedachten over “Waterval op Leyduin in 1816”

  1. Het in 1874 voor Henrick Samuel van Lennep gebouwde huis Leyduin is (in 1921) niet afgebroken wegens bouwvalligheid. Het werd door Piet Dorhout Mees, die Leyduin sinds 1919 bezat, wegens gebrek aan comfort ongeschikt geacht voor zomer- en winterbewoning. Warm en koud stromend water, waterclosetten, elektriciteit en centrale verwarming had het huis uit 1874 niet.
    Op Vinkenduin staan, naast het hoofdhuis, drie woningen: vlak bij de entree aan de Woestduinzijde staat rechts een tuinderswoning, midden in het bos staat een vm. paviljoen waar destijds de tennisbaan lag en aan de Vogelenzangseweg staat een chauffeurswoning met garage. Een vinkershuisje (geen woonhuis) stond aan de vinkenbaan en is begin 20e eeuw vergaan. Er is geen oud vinkenhuis aan de Vogelenzangseweg.
    Architect Andries de Maaker (ontwerper van het huidige Leyduin, Vinkenduin,
    paviljoen Vinkenduin, chauffeurswoning Vinkenduin) heette geen A.A.de Maaker maar A.de Maaker. Het is interessant om te zien hoe dergelijke kleine foutjes door diverse auteurs ‘overgenomen’ worden.

    1. Beste Gert de Kruif, ik weet het, mensen schrijven gegevens over van anderen zonder zich af te vragen of die gegevens wel kloppen. Dat heb ik nu net ook gedaan. Ik heb jouw gegevens nu verwerkt in het stukje tekst hierboven uit de ‘Gids voor de Nederlandse Tuin-en Landschapsarchitectuur’. Daarom vraag ik jou nu, heb je een artikel of andere vorm van tekst over dit onderwerp geschreven (liefst met bronvermeldingen), waarna ik kan verwijzen? Dat zou het mooiste zijn. CO

      1. Beste Carla,

        In deze zin in het artikel klopt iets niet:
        “Hier ving men vinken die gebruikt werden voor aarden wallen, die een veldje met lindebomen omsluiten.”

        M.b.t. de vraag om publicaties waarnaar verwezen kan worden: ja, die heb ik; echter niet specifiek over tuin- en landschapsarchitectuur. Het gaat om deze:
        1.
        In ‘Ons Bloemendaal’ numnmer 3, jaargang 39, najaar 2015:
        ‘Nemen we de Essex, de Chrysler of de Lincoln? De familie Dorhout Mees en de auto’s’.
        Vijf pagina’s op A4.
        2.
        In ‘Ons Bloemendaal’ nummer 4, jaargang 40, winter 2016:
        ‘Een degelijke autodidact; leven en werk van architect Andries de Maaker’.
        Vier pagina’s op A4; het eerste deel van een tweeluik over A.d.M. Het tweede deel verschijnt in nr. 2 van jaargang 41.

        Gr.,
        G.d.K.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *