Tuin – ontwerp bij het Internationale Hof van Justitie, 1977; E. en L. Canneman. oorden rechts. Coll. Vredespaleis.
Doorsnede van tuinontwerp bij Internationale Hof van Justitie, 1977. Ontwerp E. en L. Canneman.
Ik beloofde de curator te zoeken in de database van Tuinjournaals van de Nederlandse Tuinenstichting /NTs, in de database TUiN van de Bibliotheek WUR en in onze eigen database (niet openbaar). In de laatste waren de tekeningen opgeslagen die wij zelf hadden gefotografeerd (300×300 dpi). Dat was dus een aardige vangst, maar daarmee waren de originele tekeningen nog niet teruggevonden.
Waarschijnlijk zwerven ze toch ergens rond in het Vredespaleis, tussen alle schitterende kunstvoorwerpen uit de hele wereld. Kijk voor de aardigheid eens op You Tube naar de interieurs en kunstschatten.
Voor de beplanting van de Canneman-tuin zou ik het volgende boekje willen aanraden, getiteld De tuin van Elias en Liesbeth Canneman-Philipse in de tuin van het Vredespaleis, van de auteur Carla Romijn-Schütte, dat te bestellen is via info@tuinenstichting.nl. Ook in dit boekje is de plattegrond van de Vredespaleistuin afgebeeld met een referentie naar het “archief Carnegiestichting” (Vredespaleis).
En dan is er nog een heel nummer van het Tuinjournaal (Nederl. Tuinenstichting) aan Elias en Liesbeth Canneman gewijd,
Achterin dit nummer staat een plantenlijst van hun eigen tuin op de Walenburg, een ridderhofstad gelegen aan de Langbroekerwetering in Neerlangbroek. Daar woonden Elias en Liesbeth in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw. Elias restaureerde het kasteel en Liesbeth legde een nieuwe tuin aan, die in grote lijnen langs geometrische patronen werd aangelegd en tegelijkertijd in de stijl van ‘wild garnering’ werd beplant.
De Vredespaleis-tuin was op een andere leest geschoeid. Hier overheerste de geometrie, in de vorm van hagen en zichtlijnen.
De boeken Decoratieve Tuinbeplanting (1913;1922), van de hortulanus van Amsterdam, A.J. van Laren en het boekDe Villatuin, (1929) van Th. J. Dinn geven wat soorten beplanting betreft wel een aardig beeld van de toegepaste beplantingen, vooral interessant omdat Liesbeth Canneman als jonge tuinierster in dienst is geweest van Dinn en daar veel geleerd heeft. Van Laren geeft ook beplantingsplannen, zodat duidelijk is welke soorten hij graag gebruikt en welke planten hij naast elkaar plant.
Beide boeken kunnen in de Bibliotheek WUR worden geleend.
Mocht iemand meer weten over de verblijfplaats van de beide ontwerpen van de tuin van Liesbeth Canneman achter het Vredespaleis, stuur dan een e-mail naar ons (oldenburgers2@gmail.com) of naar het Vredespaleis (j.wieringa@peacepalace.org)
Van 11 december 2022 t/m 21 mei 2023 zijn tekeningen van Rein Dool te bezichtigen in het Dordrechts Museum. Mij vielen twee exclusieve tekeningen op van delen van buitenplaatsen, 1) Gezicht op een vijver in het Wantijpark uit de collectie van het Rijks Museum en 2) Gezicht van de Viersprong in het Wantijpark uit de collectie van het Dordrechts Museum. Beide hieronder afgebeeld. Ik wil deze tekening laten volgen door een korte beschrijving van het Wantijpark uit de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur Noord- en Zuid-Holland, Uitgeverij De Hef 1998).
Dit park werd aangelegd in het kader van de werkverschaffing in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Het gebied ligt langs het Wantij en was bestemd als volkspark. Het Wantij is een open waterverbinding tussen de Beneden-Merwede en de Nieuwe Merwede. Een zwembad gelegen aan het Wantij maakt onderdeel uit van het park. De tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg heeft gekozen voor een ontwerp in gemengde stijl, met grote waterpartijen, open weiden en slingerende wegen, dat aan de stadszijde overgaat in een rechtlijnig gedeelte in architectonische stijl. In het park is een ruïne als romantisch element opgenomen, naast een hertenkamp en een restaurant. In het architectonische parkdeel zijn lage muurtjes en geordende perken kenmerkend. Uit archiefstukken is het door Tersteeg toegepaste plantensortiment nog bekend.
Vogelvluchttekening uit 1631 van het Burger Weeshuiscomplex. In het midden twee langwerpige gebouwen met blauwe leien daken, daartussen loopt de Begijnensloot. Rechts is de meisjesplaats en links de jongensplaats (Coll. Stadsarchief Amsterdam).
In het tijdschrift Binnenstad (Jg. 56, nr. 308, p. 52) van de Ver. Vrienden Amsterdamse Binnenstad schreef Juliet Oldenburger namens de VVAB: Bezwaren verbouwing Amsterdam Museum. Juliet werkt als eindredacteur voor deze vereniging en is het uiteraard als medewerker van ons bureau Binnenstad & Buitenleven ook oneens met de verbouwingsplannen en met de aantasting van de Middeleeuwse Begijnensloot..
De voorzieningenrechter heeft nu geoordeeld dat de vergunning die het museum had verkregen pas gebruikt mag worden nadat de rechter uitspraak heeft gedaan over de verbouwingsplannen. Het Amsterdam Museum mag dus niet beginnen met de uitvoering van zijn verbouwingsplannen voordat beslist is op het beroep, dat genoemde vereniging i.s.m. Heemschut heeft ingesteld. Dat heeft de voorzieningenrechter op woensdag 25 januari besloten. De beslissing valt naar verwachting in april.
Heemschut en de VVAB hebben al eerder gemeld vooral bezwaar tegen de sloop van de Schuttersgalerij en de gebouwen aan weerszijden daarvan te hebben. De voorzieningenrechter heeft het belang van de erfgoedorganisaties afgewogen tegen dat van het museum om zo spoedig mogelijk met de verbouwing te willen beginnen.
De beweerde slechte technische staat van het complex en de kosten van leegstand (het complex staat sinds 1-2-2022 leeg, terwijl de vergunning is verleend op 7-11-2022) wegen niet op tegen de niet onderbouwde ingreep in het rijksmonument. In de planning had het museum volgens de rechter rekening dienen te houden met de risico’s van bezwaar en beroep.
Contra-expertise
Dankzij een contra-expertise hebben Heemschut en de VVAB duidelijk gemaakt dat de grote ruimten in het hart van het complex – een entreehal en een expositiezaal – ten koste gaan van authentieke zeventiende-eeuwse kapspanten en de historische bouwstructuur aan weerszijden van de overkluisde Begijnensloot. De laatste dateert uit de Middeleeuwen.
Onderdelen die in 1962-1975 zorgvuldig zijn gerestaureerd en belangrijk zijn voor de geschiedenis van het complex. ”De nieuwe grote zalen tasten bovendien de kleinschaligheid ernstig aan. We vertrouwen erop dat de rechter ons daarin gelijk zal geven”, verklaren Heemschut en de VVAB.
(284) Wij zijn met vakantie, maar willen onze trouwe lezers ook wel laten mee genieten met enkele mooie en interessante natuur en kunst die we zoal tegenkomen. Juliet reist in Italië (foto’s Paestum en Villa Oplontis) en Carla zit op het werkadres in Amsterdam (foto’s Rijksmuseumtuin en Tulpen ‘Museum’) Enige foto’s zeggen meer dan woorden.
Zie ook het al eerdere geplaatste Bericht op 28 april, https://www.oldenburgers.nl/2022/04/28/tuin-van-de-hesperiden-in-de-villa-poppaea-villa-oplontis/
Juliet in Paestum. Foto Walther SchoonenbergVilla Oplontis in Oplontis. Pauw in aviarium. Foto Walther SchoonenbergVilla Oplontis in Oplontis. Foto Walther SchoonenbergTulpen voor de deur van het Tulpen ‘Museum’ op de Prinsengracht te Amsterdam. Foto Carla OldenburgerDeeltuin Rijksmuseum. Voorzijde links. Foto Carla OldenburgerDetail voorgaande foto
(281) Juliet is met vakantie in Zuid-Italië. Zij gaat o.a. de villa’s en tuinen en fresco’s in Pompeï, Herculaneum en Oplontis (tegenwoordige naam Torre Annunziata) bezoeken. Oplontis ligt tussen Herculaneum en Pompeï, aan de baai van Napels.
Zoals iedereen waarschijnlijk wel weet bevatten de fresco’s in de Pompejaanse villa’s schitterende dieren- en planten-afbeeldingen, maar die van Oplontis zijn minder bekend misschien, of ze worden in één adem genoemd met Pompeï, zodat men zich niet altijd realiseert dat het om meer locaties gaat. Zie hieronder op het kaartje de ligging van de Romeinse plaatsen aangegeven.
Het grijs aangegeven gebied waar de uitbarsting van de Vesuvius in 79 AD zijn sporen heeft nagelaten. Foto Wikipedia
De villa, die Juliet gisteren bezocht, heeft de naam Poppaea meegekregen, genoemd naar de tweede vrouw van Nero, Poppaea Sabina. Men denkt dat zij of haar familie de eigenaar van deze villa was. De villa is bekend door de fresco’s van de tweede en derde Pompejaanse stijl. Het huis bestaat uit een grote ontvangsthal, waarachter een peristylum (een centrale open hof door zuilen omgeven) en een atrium (overdekt woonvertrek) liggen. Grenzend hieraan ligt het caldarium (de baden). Annex liggen tuinen en een groot zwembad. Vanuit het zwembad kon men ook het viridarium (een tuin in de open lucht met een collectie levende bijzondere planten) zien.
Oplontis. Villa Poppaea en annex–liggende tuinen. Foto Wikipedia
Waarom zijn de tuinen in de door lava bedolven stadjes aan de baai van Napels nu voor ons zo interessant? Omdat de Romeinse vorm van de tuinen en de ‘relatie van tuin tot huis’ in de geschiedenis van de tuinarchitectuur zo bepalend (uitgangspunt voor classicistische tuinen) is geweest en omdat we uit de muurschilderingen kunnen leren wat de Romeinen in die tijd in hun tuinen kweekten. Natuurlijk is daar ook archeologisch veldonderzoek voor nodig, maar de muurschilderingen geven ons zeker aanvullende resultaten.
Oplontis. Villa Poppaea. Heracles in de tuin van de Hesperiden. Foto Walther SchoonenbergOplontis. Villa Poppaea. Fresco met pauw in peristylum (?). Foto Walther Schoonenberg
Op bovenstaande foto’s ziet men Heracles afgebeeld in de tuin van de Hesperiden (met bomen met gouden appels). Deze schildering is in de zgn. Derde stijl of Decoratieve stijl (25 v.C. – 40 A.D.). De afbeelding van de boomstammen en het gebladerte is realistisch en modern voor die tijd, alhoewel de bomen niet op citrusbomen (gouden appels) lijken. In de late Middeleeuwen zijn de boomvormen van Giotto overheersend en bepaald niet realistisch. Pas in de renaissance, in de tijd van de Vlaamse Primitieven wordt de natuur weer realistischer afgebeeld. Op de tweede foto zien we een pauw. Of deze in een kooi of volière (aviarium) gehouden werd of los in het peristylum zich kon bewegen is niet duidelijk. Hier zien we misschien de zuilen rond het peristylum.
Op de laatste foto wijst Juliet in een villatuin in Oplontis naar een versteende stronk van een verbrande boom. Even dichter bij het huis staat een versteende boomstam.
Juliet wijst naar een versteende boomstronk in Oplontis. Foto Walther Schoonenberg
Tenslotte, n.a.v. deze Romeinse resten wil ik graag nog even op enkele oude boeken wijzen die terugwijzen naar de tuin van de Hesperiden en de tuin van George Clifford in Heemstede (De Hartekamp). In het boek van Commelyn worden alle bomen met gouden appels (limoenen en sinaasappels en citroenen) afgebeeld, genoemd en beschreven die in 1676 in Nederland bekend waren. Het boek van Linnaeus, het ViridariumCliffortianum beschrijft alle levende planten die in de tuin van George Clifford, op de buitenplaats De Hartekamp, werden gekweekt. in zijn boek Hortus Cliffortianus daarentegen worden veel méér planten beschreven, maar dat gaat alleen over herbarium-exemplaren.
(280) Mijn man/Juliet’s vader Feddo Oldenburger (1937-2017) heeft met hart en ziel in de jaren ’60 en ’70 van de 20ste eeuw in Suriname en Brazilië gewerkt, met het uiteindelijke doel de bescherming van de Sipaliwini savannes aan beide zijden van een deel van de grens tussen Suriname en Brazilië. Vandaar onze nauwe betrokkenheid met ook het Amazone-woud. Hieronder vragen wij ook uw betrokkenheid en bezorgdheid te tonen.
Foto Greenpeace
Als we de Amazone verliezen, verliezen we de strijd tegen klimaatverandering. De Braziliaanse regering wil het Amazonewoud opofferen voor het snelle geld. Dat kunnen we niet laten gebeuren. Teken nu, en steun de beschermers van de Amazone.
Ken je meer mensen die hier achter staan? Stuur ze de petitie via Whatsapp. Of steun Greenpeace met een donatie en bescherm met ons de planeet ♥.
Samen komen we in actie voor het behoud van de Amazone, het grootste tropische regenwoud. De Amazone is namelijk van levensbelang om ons klimaat te redden. Belangrijk voor nu, cruciaal voor de toekomstige generaties.
Juliet op de steiger voor Prinsengracht 175. Gevelstenen v.l.n.r. OUT SCHAEP, D+BONTE OS (ANNO 1661) en IONG + LAM (foto: Walther Schoonenberg)
(278) Zoals op de Welkomspagina van deze website is te lezen: Kleur in de architectuur is (sinds 2015) een nieuwe richting van ons bureau. Wij doen onderzoek naar historisch kleurgebruik en maken ontwerpen voor de toepassing van kleur op gevels en in interieurs.
Ons eerste project was Huis De Ladder Jacobs, Oudezijds Voorburgwal Amsterdam (2015). Dit hield in onderzoek naar en kleurontwerp voor de gevel van genoemd huis, in 1655 ontworpen door Philips Vingboons. De centrale gevelsteen stelt Jacobs Droom voor.
Een ander project was bijvoorbeeld het maken van een kleurontwerp voor het Claes Claesz. Hofje te Amsterdam (2021)
Onlangs zijn we door de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdamgevraagd drie gevelstenen op de Prinsengracht te ‘restaureren’. Zoals gezegd de kleuren baseren wij op (kleur)historisch onderzoek, de plaatselijke bouwtraditie en praktische kennis van historische verfpigmenten. Zo wordt bepaald welke kleuren in de loop van de tijd op een locatie zijn toegepast. Onze kleurontwerpen zijn gebaseerd op een combinatie van historisch onderzoek en meer esthetische overwegingen.
Juliet op de steiger voor Prinsengracht 175. Gevelsteen D + Bonte Os (Anno 1661). Foto: Walther Schoonenberg
Hoe komen de drie gevelstenen, waar we nu mee bezig zijn, ‘D + Bonte Os’, ‘Out Schaep’ en ‘Iong + Lam’ nu op de gevel van Prinsengracht 175 terecht en wat is hun geschiedenis?
Onno Boers (†) en Hans Brandenburg (huisonderzoek) hebben dit uitgezocht. Hun tekst (voor dit doel enigszins aangepast) is te vinden op de website van de Vereniging Vrienden van Amsterdamse gevelstenen. Citaat: ‘In 1652 koopt Hendrick Jansz Vet, vleeshouwer/slager van beroep een huis en erf op de Prinsengracht. Tien jaar later, in 1661 laat hij het vervangen door het huidige pand, Prinsengracht 175 en laat, en dat is wel uitzonderlijk, in het fries drie gevelstenen aanbrengen, links een schaap, OUT SCHAEP, midden een os, D+BONTE OS en rechts een lam, IONG + LAM.
Gevelsteen D+Bonte Os. Prinsengracht 175 (foto: Frank Lucas)Gevelsteen Out Schaep. Prinsengracht 175 (foto: Frank Lucas)Gevelsteen Iong + Lam. Prinsengracht 175 (foto: Frank Lucas)
De Bonte Os is op de bovenrand gedateerd ANNO 1661. Het zijn alle drie verwijzingen naar zijn beroep. In 1667 verkopen de erven van Hendrick Jansz Vet het pand. Hendrik Coevoet, beroep brandewijnkoper, wordt de nieuwe eigenaar. Uit de periode 1667-1689 zijn geen koop/verkoopakten bewaard gebleven. In dat laatste jaar wordt Jacob Harmensz Bomhof, ook weer een vleeshouwer, de nieuwe eigenaar. In deze koop-/verkoopakte wordt, net als in de voorgaande, geen huisnaam genoemd; de omschrijving ‘huis en erf op de Prinsengracht, oostzijde, bij de Prinsenstraat’ lijkt voldoende. Pas in 1747, als de erven van Jacob Bomhof het pand verkopen, luidt de akte: =Een huijs en erve, staande en gelegen binnen deze stad, en aldaar op de Prinsengracht, aan de oostzijde, het vierde huijs van de Prinsenstraat daar ‘Out Schaep’, ‘D+ Bonte Os’ en ‘Iong + Lam’ in de gevel staan”=. Nieuwe eigenaar wordt Richard de Haas, een uit Zutphen afkomstige koperslager. Zijn erven verkopen in 1781 het pand aan de Diakenen van de Mennonieten-gemeente, de beheerders van het achtergelegen Zons Hofje. Het huidige pand wordt in de Noord-Hollandsche Oudheden (6de stuk, pag 72) afgebeeld en beschreven als een fraaie trapgevel van gebakken en gehouwen steen met nieuwe pui. Later (onbekend wanneer) is deze pui in oude stijl gerestaureerd.”
(275) In Valkenburg aan de Wehryweg, even ten zuiden van het NS-station (oudste rijksmonument 1853) ligt Park Dersaborg. De naam doet vermoeden dat het park in Groningen ligt, maar niets is minder waar.
Valkenburg. Villa Dersaborg, de oude villa van Johann Georg Wehry. Gebouwd 1881. Vlakbij het huis een parkvijver met zwanen. Prentbriefkaart
Villa Dersaborg is gebouwd in 1881 in opdracht van de zakenman Johann Georg Wehry (ook wel bekend onder de naam Jean George Wehry), die van 1891-1894 burgemeester van Valkenburg was. Het huis is gelegen in de hoek tussen de Wehryweg en Geneindestraat. Johann Georg Marie Wehry (*Dinklage / Nedersaksen, 8 maart 1817) was de zoon van Johann Bernard Wehry en Maria Elisabeth Bernardina Fetter. Hij trouwde 29 april 1847 met Johanna Maria Hermina Maseland (* Utrecht, 2 augustis 1826, overleden 26 juni 1881) en overleed in 1898 op 80-jarige leeftijd.
Gemeentehuis en Park Dersaborg. Luchtfoto Google Earth 2020. Noorden boven. De weg die links langs het park loopt is de Wehryweg
Park Dersaborg is vanaf 1881 aangelegd in late landschapsstijl, voor het nieuwe geeemntehuis op dezelfde locatie als de oude villa, met drie grote perken tussen het huis en de Geneindestraat. In 1938 werd ongeveer ter plaatse van het eerste perk achter het huis een grote vijver aangelegd en we zien een grote rondwandeling . In de jaren vijftig van de twintigste eeuw was de bedoeling dat de Dersaborg na verkoop als gemeentehuis zou gaan functioneren. Het huis werd om deze reden na het overlijden van de schoondochter van Johann Georg (de laatste bewoonster) in 1955 aan de gemeente verkocht, maar na lang wikken en wegen is het pas in 1964 afgebroken om plaats te maken voor een nieuw gemeentehuis. Dit is voor het eerst te zien op de topofrafische kaart van 1968. De vijver werd bij de afbraak gedempt (op de top. kaart is dit echter pas te zien in 1978???) en het park werd gereorganiseerd. De oorspronkelijke beplanting van omstreeks 1881 bestond onder andere uit een aantal exotische bomen in de randen van het park. Het gaat hier om twee mammoetbomen (Seqoiadendron giganteum), twee Zilverlindes (Tilia tomentosa) en één Ceder (Atlasceder of Libanon Ceder?).
Park Dersaborg. Foto Wikipedia.Zicht vanuit het park op het gemeentehuis. Foto Barry Kerckhoffs, 2022Ingang tot het Park Dersaborg, met het originele toegangshek met hekpijlers. Foto Barry Kerckhoffs, 2022
Een quickscan op Internet brengt ons de volgende geschiedenis: In 1881 liet de zakenman Johann Georg of Jean George Wehry (firmant van Wehry & Willie, later hoofdfirmant van Geo Wehry & Co., een handelshuis voornamelijk in tabak en later textiel, opgericht in 1867 in Batavia), in Valkenburg de Villa Dersaborg optrekken. In voorgaande jaren verbleef hij tijdens vakanties met zijn gezin in het toenmalig bekende hotel Croix de Bourgogne, maar helaas kwam zijn echtgenote plotseling te overlijden, waarna Jean George besloot in Valkenburg een eigen huis te laten bouwen, zodat hij het graf van zijn vrouw regelmatig kon bezoeken. Villa Dersaborg was dus het gevolg van een trieste gebeurtenis, maar Valkenburg kreeg daardoor een prachtige buitenplaats cadeau, voorzien van een rijk interieur (o.a. één van de eerste Steinway-vleugels) en omgeven door een park met vijver in de zichtas.
Villa en Park Desaborg in het midden van de kaart, rechts onder het woord Station. Situatie 1924. Hier het oude huis Dersaborg te zien (midden op de kaart) met daaronder drie grasperken met bomen. In het park langs de Wehryweg een groenstrookVilla en Park Desaborg in het midden van de kaart, rechts onder het woord Station. Situatie 1938. Op deze kaart het oude huis Dersaborg te zien en daaronder een vijver en daaronder de parkweide, omzoomd door bomen. Langs de Wehryweg aan de parkzijde een toegangslaan
Wehry, die intussen tot Nederlander was genationaliseerd, was zeer geliefd in Valkenburg en werd in 1891 zelfs burgemeester, maar overleed al snel in 1894. Zijn zoon Ivan George, gehuwd met de Akense Leonie Cassalette, is na het overlijden van zijn vader het landgoed gaan bewonen. Hij overleed in 1936, zijn echtgenote in 1955, het jaar van overdracht van het huis aan de gemeente. Op de kaart van 1938 is te zien dat er veranderingen in het park zijn aangebracht. Achter het huis is een vijver gekomen en er is een rondwandeling aangebracht. Het nieuwe gemeentehuis, werd in 1966 gebouwd naar ontwerp van architect Theo Boosten.
Grafkelder Familie Wehry. begraafplaats Cauberg, Valkenburg
De Familie Wehry is nog steeds een bekende familienaam in Valkenburg. Hun grafkelder (Caveau de la Famille Wehry) op de begraafplaats Cauberg is een rijksmonument. Het is uitgehouwen uit mergelsteen op een helling van de Cauberg en dateert uit 1885. Vader en moeder en zeven kinderen liggen hier begraven in grafnissen.
Het is wellicht interessant de tuinarchitect van dit park te achterhalen. We zouden kunnen denken aan (tuin)architect Lambert Freiherr von Fisenne, professor aan de Hochschule te Aken. Hij heeft zich ook bemoeid met het Proosdijpark in Meerssen (ca. 1890), waarin ook een vijver en een aantal exotische bomen zijn opgenomen. Het klooster en de kloosterkerk van de Franciscanessen In Valkenburg zijn ook van zijn hand. We gaan dit verder onderzoeken.
Het deel van de laan dat uitkomt op de entree van Kasteel Amerongen, gekapt in de Tweede Wereldoorlog. Foto Carla Oldenburger (februari 2022)
(274) In opdracht van de Stichting Kasteel Amerongen is door Debie & Verkuijl het plein voor Kasteel Amerongen, beter bekend als het Margaretha Turnorplein, gereorganiseerd. Hierdoor is duidelijk geworden dat de toegangslaan tot het kasteel (achter het toegangshek en over het bastion richting stallen) in verbinding staat met de laan die loopt van het toegangshek naar de kern van het dorp (Margaretha Turnorlaan). Deze laan en de Gasthuisstraat vormen samen met de twee delen Drostestraat een bepaald lanenpatroon, dat bekend staat als patte d’oie (ganzenvoet). Gezien vanuit de laan die naar de stallen loopt over het bastion, vormen de vier genoemde laandelen buiten het toegangshek vier vergezichten, in de 17de eeuwse tuinarchitectuur bekend als ganzenvoet. Het is een belangrijk verschijnsel dat de moeite waard is om behouden te blijven.
Plattegrond van de omgeving rond de toegang tot het kasteelterrein. Ganzenvoet gevormd door Gasthuisstraat, Margaretha Turnorlaan, Drostestraat in zuidwestelijke richting en Drostestraat in noordoostelijke richting. Bron: Apple MapsHet eerste deel van de Margaretha Turnorlaan richting de dorpskern, met links te zien een rij fietsen-‘nietjes’. Ook rond de oude bomen boombeschermers. Foto Carla Oldenburger (februari 2022)
Veel bomen in de Margaretha Turnorlaan waren aan de kant van de toegang tot het kasteel in de Tweede Wereldoorlog gekapt voor brandhout, zodat juist dat eerste deel van de laan bijna niet meer herkenbaar was als laan.
Het overige deel van het plein was in de loop van de tijd een onoverzichtelijk samenstel van bomen op een plein geworden, alhoewel voor kenners er dus wel die ganzenvoet herkenbaar was. Dit wanordelijke plein stond sinds jaar en dag vol met geparkeerde auto’s van dorpsgenoten en bezoekers van het kasteel. Aangezien het plein officieel behoort tot Stichting Kasteel Amerongen was het al jaren de wens van deze stichting het plein op te knappen en de geschiedenis van dit plein sterker te accentueren. Hierbij waren er enige belangrijke punten om rekening mee te houden, namelijk de bomen beschermen, de laan verhelderen en aanvullen, de auto’s dwingen orderlijk te parkeren en ook fietsen een standplaats geven.
Margaretha Turnorplein aan de Drostestraat, met oude muur-afscheiding aan de zijkant van het plein. Duidelijk te zien de boombeschermende hekjes en de fietsen-‘nietjes’. Foto Carla Oldenburger (februari 2022)Verbindingslaan richting kasteel Amerongen, fietsen-‘nietjes’ en boombeschermers. Foto Carla Oldenburger (februari 2022)Boombeschermers rond de nieuwe bomen. Foto Carla Oldenburger (februari 2022)
Het plein is al met al enorm opgeknapt en ziet er nu verzorgd uit. Als de bladeren weer aan de bomen zitten en het plein weer vol auto’s staat zullen we nog eens gaan kijken. Het is natuurlijk de bedoeling dat ook dan de uitstraling van het plein positief zal opvallen en de voorbijgangers in auto, op de fiets of al wandelend eens zullen stil staan bij dit bijzondere en zeer oude plein.