Cornelis Vreedenburgh. Damplantsoen en Koninklijk Paleis (voormalig stadhuis) Amsterdam, 1927. Olieverf op doek.Kunsthandel Bijl-van Urk, Alkmaar
(225) Enige maanden geleden kwam ik op LinkedIn boven afgebeeld schilderij tegen. Bij de foto werd de vraag gesteld “wat zien we voor soort tuin of volkstuin op de voorgrond”? Ik reageerde hierop met het antwoord dat het een tuin betrof in de zogenaamde ‘Oud-Hollandse stijl’, passend bij de architectuur van het voormalig stadhuis van Amsterdam op de Dam, dat gebouwd werd vanaf 1648 en ingewijd werd in 1655.
Dit gegeven heb ik uitgewerkt in een artikel, dat onlangs geplaatst werd in Cascade Bulletin voor Tuinhistorie Jg.2020, p. 33-44. De titel luidt: Over het Damplantsoen, zijn ontwerper en de ‘Oud-Hollandse stijl’.
De inhoud van dit Bulletin luidt:
– Lenneke Berkhout. ‘De beste en kundigste enteniers van geheel Europa’. – Carla Oldenburger-Ebbers. Over het Damplantsoen, zijn ontwerper en de ‘Oud-Hollandse stijl’. – Els van der Laan-Meijer. Datering van Roodbaards ontwerptekeningen. – Ciska van der Genugten. De planten van de barones. – Laudatio uitreiking Carla Oldenburger-Ebbers Penning 2020. – Lisa Johnson. Pieter de la Court van der Voort en innovaties in de ananasteelt. – Cas van Rossum. ‘De voornaamste vermaaken der Dordtenaaren’. – Iris de Baat. Er was eens een natuurpark in Kaatsheuvel.
Cascade Bulletin 2020 te bestellen via redactie@cascade1987.nl
(224) Vroeger in mijn functie als conservator van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Landbouwuniversiteit) moest ik altijd in januari een verslag / overzicht van projecten van het afgelopen jaar maken. Dat werd dan weer in het jaarverslag van de Bibliotheek Landbouwuniversiteit opgenomen en gepubliceerd. Sinds 2000 gebeurde dat als e-uitgave.
Een dergelijk jaarverslag is de afgelopen jaren soms wel en soms niet opgemaakt over de werkzaamheden van Bureau Binnenstad & Buitenleven (Oldenburgers.nl). Een verslag over dit afgelopen jaar willen wij weer eens graag aan onze lezers en klanten voorleggen.
2020-Projecten Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven:
Wassenaar Backershagen ontwerp vroeg-20ste eeuwse tuin bij entree, in de geest van L.A. Springer. Afgeleverd en aanvaard). Part. Uitvoering wordt vervolgd.
Wieringerwaard, vóór-onderzoek en offerte voor 17de eeuws tuinontwerp bij Polderhuis. Part. Wordt vervolgd.
Hilversum Villa Kruisheide (rijksmonument). Tekst redengevende omschrijving tuin Villa Kruisheide opgesteld. Gem. Hilversum. Afgeleverd. Gevolgd door advisering.
Amsterdam Vondelpark. Cultuurhistorisch onderzoek (uitgevoerd door Walther Schoonenberg) naar de geschiedenis van Het Groot Melkhuis. 34 p. Via Rod’or Advies. Afgeleverd.
ONTWERP GROOT MELKHUIS. OF BOERDERIJ, L.P. ZOCHER, 1874. COLLECTIE PANDENARCHIEF, STADSARCHIEF AMSTERDAM
Amsterdam begraafplaats St. Barbara. Ontwerp urnenmuur. In opdracht van Begraafplaats St. Barbara. I..s.m. Coen van der Heiden, architect. Oriëntatie, wordt vervolgd in 2021.
Amsterdam Claes Claesz.Hofje. Kleurontwerp schilderwerk Hofzijde, in opdracht van St. Diogenes. Het schilderen begint in januari 2021.
2020-Artikelen:
Artikel JO: ‘Der Garten als Spiegel der Welt’, in: ‘Historische Gärten und Gesellschaft. Kultur-Natur-Verantwortung’. p. 302-308. Berlin (Stiftung Preussische Schlösser und Gärten, Berlin Brandenburg, Schnell + Steiner), 2020. Eveneens engelse uitgave.
Artikel CO: ‘Over het Damplantsoen, zijn ontwerper en de ‘Oud-Hollandse stijl’. 13 p. Cascade Bulletin 2020, p. 33 t/m 44. (verschenen in nieuw format jan. 2021).
Artikel JO: ‘Iepen bedreigd door kademuurrenovatoe?’ Binnenstad 296 (jan./febr.2020), p. 8-10.
Losse relevante adviseringen, uitgewerkt in weblogs: 1) Kaart van de Hofstede Adrichem. Uitgewerkt in weblog: ‘Huis Adrichem, is dit een ontwerp van J.G. Michael?’; 2) Welke Zocher ligt begraven op Kerkhof NH Kerk te Bloemendaal? Uitgewerkt in weblog: ‘Zocher-grafsteen op het kerkhof in Bloemendaal’; 3) Tuinontwerpen in de Collectie Six? Uitgewerkt in weblog: ‘Ontwerp rond Huis Mereveld van Johannes Montsche (1734-1799)? 4) N.a.v. een toegezonden notaris-advertentie omtrent Zocher en de buitenplaats Rosorum. Uitgewerkt in weblog: ‘Nieuwe Zocher (J.D. en L.P.) gedetecteerd’. 5a) Vraag over de aanwezigheid van een historisch doolhof-patroon op Texel. Uitgewerkt in weblog: ‘Het Bosch van Engelsteen op het eiland Texel’; en 5b) ‘Het Bosch van Engelsteen of ’t Bossie heden ten dage (2). 6) N.a.v. de vraag welke tuin bedoeld zou kunnen zijn met een prent genoemd Angiers (in de salon van Brakestein), genoemd in de boedelscheiding van 1711? Uitgewerkt in weblog: ‘Prenten in de salon van Buitenplaats Brakestein te Texel’. 7) N.a.v. een vraag van de ‘St. Historische Behangsels en Wanddecoraties’, een artikeltje voor hun Nieuwsbrief over ‘bloemschilderen’.
Binnentuin Teylers Hof en het neoclassicistische toegangsgebouw met Dorische zuilen. Ontwerp Leendert H. Viervant. Naast de woonhuisjes en het toegangsgebouw is ook de hardstenen pomp in het centrum van de tuin een rijksmonument
(223) Het Teylers Hofje aan de Koudenhorn in Haarlem (24 huisjes rond een binnentuin) is 29 december 2020 verkocht aan de Ver. Hendrick de Keyser. Deze vereniging heeft tot doel rijksmonumenten, zoals dit hofje, voor de eeuwigheid in hun meest oorspronkelijke staat te behouden.
Het Hof is gebouwd tussen 1780 en 1784 en is gefinancierd uit de nalatenschap van Pieter Teyler van der Hulst, evenals het Teylers Museum aan het Spaarne en het Teylers Fundatiehuis om de hoek in de Damstraat. De gebouwen zijn rijksmonument, echter niet de tuin, omdat deze naar we aannemen uit de tweede helft van de 20ste eeuw dateert.
Binnentuin Teylers Hof met pomp en uitzicht op de karakteristieke Bakenesserkerk (voor de reformatie de Onze Lieve Vrouwekapel op Bakenesse)
Omdat de Vereniging Hendrick de Keyser er naar streeft haar monumenten te behouden in een zo oorspronkelijk mogelijke staat en daarbij ook de samenhang tussen huis en tuin optimaal wil laten uitkomen (denk aan de tuin achter Museum-Huis Bartolotti aan de Herengracht of aan de samenhang tussen het Huis Ramswoerthe en het originele park van H. Copijn en Zn. daarachter) èn omdat de originele ontwerpen van Leendert Viervant behouden zijn gebleven, is het in principe mogelijk de originele tuin weer te reconstrueren. De tuin die er nu ligt ziet er prima uit, maar origineel is hij niet. De stijl van de huidige tuin past niet bij de stijl van de gebouwen, dat is heel duidelijk te constateren als we naar het originele ontwerp van Viervant kijken (hieronder afgebeeld).
Ontwerp van Leendert Viervant van de binnentuin van Teylers Hofje, ca. 1785
Het binnenste centrale deel van de tuin bestaat uit langgerekte grasstroken afgewisseld met witte (?) marmerslag, met een ronde cirkel in het midden (mogelijk de plaats van de pomp). De vier zijperken zijn elk gevuld met drie kleine bloemvakken, verbonden door slingerpaadjes. Dit zijn vroege verwijzingen naar de laat-18de eeuwse landschapsstijl. In de voorste twee zijperken zijn langs het pad kleine boompjes geplant en zijn de ruimtes aan beiden zijden van de slingerpaadjes ingevuld met andere planten dan die in de vakken. Er is een kleine draaïng in de middenas waarneembaar om de aansluiting op het middelpunt van de dwarsas (voor en achter) te vervolmaken.
Ons bureau heeft de vereniging Hendrick de Keyser aangeboden eens te komen brainstormen over dit tuinontwerp uit de beginperiode van de landschapsstijl.
Ver. Hendrick de Keyser heeft bovenstaande beschrijving van het ontwerp enthousiast ontvangen. We gaan nadenken over een vervolg!
2020-Projecten Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven
(212) Het jaar 2020 zal lang in ons geheugen staan gebrand. O ja, corona, maar over een aantal jaren weten we vast niet meer precies hoe we die vreemde situatie het hoofd boden. Ons bureau heeft in deze onzekere tijd weerstand geboden door gewoon door te werken aan de opdrachten die we al hadden ontvangen en nieuwe kansen te zien en op te pakken. Hierbij een kort overzicht van ons werk in 2020 tot 1 oktober. Aan het eind van het jaar komen we met een aanvulling.
Wieringerwaard, voor-onderzoek en offerte voor 17de eeuws tuinontwerp bij Polderhuis (stolpboerderij). Wordt vervolgd.
Polder Wieringerwaard met polderhuis, 1609. Huis in hoek van Vak B. Coll. Zijpemuseum
Hilversum Villa Kruisheide (rijksmonument). Onderzoek en redengevende omschrijving tuin Villa Kruisheide. 5 p. Gem. Hilversum. Aanvaard.
Zicht op de bibliotheek van het Landhuis Kruisheide Hilversum, gezien vanaf onderstaand tuinornament. Foto Carla OldenburgerOrigineel tuinornament (bankje in halfronde cirkelvorm als Eye-catcher vanuit de bibliotheek). Foto Carla Oldenburger
Amsterdam Vondelpark. Cultuur- en bouwhistorisch onderzoek Het Groot Melkhuis / Vondelpark Amsterdam. 34 p. Ingeleverd. Opdr. gever Rod’or Advies.
De boerderij in het Vondelpark bij winter gezien. Foto uit ca. 1880. Stadsarchief, Amsterdam. Het boerengehucht (vgl. Le hameau de la Reine in Versailles) met v.l.n.r. hooiberg, de boerderij naar ontwerp van Louis P. Zocher, met aanbouw (i.e. later het Groot Melkhuis), het bakhuisje met daarvoor het melkbussenbootje. Heel vaag rechts is ook nog het dak van het ontspanningslokaal van Jan Springer te zien
Artikel JO: ‘Der Garten als Spiegel der Welt’. 12 p. Duits tijdschrift. In druk.
Artikel CO: ‘Over het Damplantsoen: ontwerper en karakteristieke kenmerken’. 13 p. Ingeleverd. Cascade Bulletin 2020-2.
Boompje planten op de Keizersgracht. Foto Wim Ruigrok
Losse adviseringen, uitgewerkt in ‘Berichten’ op website in de vorm van weblogs. 1) Kaart van de Hofstede Adrichem. Uitgewerkt in weblog: ‘Huis Adrichem, is dit een ontwerp van J.G. Michael?’; 2) Welke Zocher ligt begraven op Kerkhof NH Kerk te Bloemendaal? Uitgewerkt in weblog: ‘Zocher-grafsteen op het kerkhof in Bloemendaal’; 3) Tuinontwerpen in de Collectie Six? Uitgewerkt in weblog: ‘Ontwerp rond Huis Mereveld van Johannes Montsche (1734-1799)?’
Detoil Kaart Watergraafsmeer, 1725. Mereveld is hier aangegeven met het perceel van Jan Lups. Tegenover (boven) de bezittingen van Jan Lups, aan de overzijde van de Grote Tocht Sloot ligt de buitenplaats Merenburg (niet te verwarren met Merenveld van Lups). Noorden beneden
4) N.a.v. een toegezonden notaris-advertentie omtrent Zocher en de buitenplaats Rosorum. Uitgewerkt in weblog: ‘Nieuwe Zocher (J.D. en L.P.) gedetecteerd’. 5a) Vraag over de aanwezigheid van een historisch doolhof-patroon op Texel. Uitgewerkt in weblog ‘Het Bosch van Engelsteen op het eiland Texel’; en 5b) ‘Het Bosch van Engelsteen of ’t Bossie heden ten dage’ (2).
Verder de weblogs lezen? Ga op deze website naar Zoeken en vul zoekterm uit de weblogtitel in.
(210) Vandaag kregen we via Bureau Noordpeil een vraag binnen of het patroon van het Bosch van Engelsteen nog zichtbaar is op de Hoogtekaart van Nederland. Dit bos staat tegenwoordig bekend onder de naam Het Doolhof op de Hoge Berg bij Oude Schild (Texel) of ’t Bossie. De oude kaart van dit doolhof (getekend na 1794) en een gecombineerde kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland / AHN en genoemde oude kaart werden meegestuurd.
Ik kan me voorstellen dat de beheerder van dit Bossie wil weten of het slingerpad en het diagonale kruis binnen de rechte omgevende lanen nog waarneembaar zijn op de AHN-kaart. Daarom zijn hieronder eerst de kaarten waar het hierom gaat afgebeeld: 1) de kaart van het doolhof uit het eind van de 18de eeuw; 2) de AHN-kaart van de huidige situatie met daarin gemonteerd de kaart van het doolhof uit de 18de eeuw; en tenslotte de AHN-kaart zonder montage van de oude kaart.
Kaart van het ‘Bosch genaamd Engelsteen op het eiland Texel behorende aan mijnheer G.W. Reinbach’. Ongesigneerd, ongedateerd (na 1794). Aanleg van vóór 1784. Part. Coll. Het bos is gelegen tegen de zuidhelling van de Hoge Berg, met uitzichten over het hele eiland en tot aan de haven van Oudeschild. Ten oosten van het bos ligt de zandkuil. Het bos of doolhof bestaat uit twee delen, gescheiden door een scheidingslaan, een westelijk deel met een spiraalvormig doolhof of labyrint en een oostelijk deel met wandeldreven die elkaar diagonaalsgewijs kruisen in de vorm van een Andreaskruis. Aan de noordzijde van de scheidingslaan stond waarschijnlijk een naald of obelisk op een ‘bergje’. Vanaf het bergje had men zicht door de laan Rondom het bos lopen rechte brede wandellanen waarvan die aan de noordzijde van het doolhof doodloopt. De twee diagonale lanen eindigen aan de noordzijde in kabinetten waarin waarschijnlijk beelden stonden, die de wandelaar naar het einde van de lanen moesten lokken. Hoge beukenhagen schermden de lanen af van de omringende hakhoutbossen.AHN-kaart huidige situatie, gecombineerd met eind-18de eeuwse kaart. Montage Bureau Noordpeil Landschap & Erfgoed. AHN-kaart huidige situatie zonder combinatie met eind-18de eeuwse kaart. De slingerpaden aan de noord-en zuidrand van het voormalige doolhof bestonden niet in de 18de eeuw. De scheidingslaan, één diagonale laan van het Andreaskruis (nb. niet doorgetrokken tot het bergje) en de zuidelijke rechte laan ten zuiden van het Andreaskruis bestonden wel al aan het eind van de 18de eeuw. Zijn langs deze lanen nog bomen uit die tijd te onderscheiden? Beuken en eiken?
Deze drie kaarten bijeengeplaatst voor een korte kartografische analyse, kunnen de start vormen voor een tuinarchitectonisch vervolg-onderzoek en de basis voor een herbezinning t.a.v. beheer en behoud van dit bos. De vraag die direct n.a.v. deze analyse naar voren komt luidt: Welke lanen en paden gaan we nu handhaven? De rechte wandelwegen uit de 18de eeuw, de slingerpaden uit de 20ste eeuw of beide? En willen we het doolhof met het spiraalvormige padenpatroon en het Andreaskruis met de kabinetten weer terugbrengen? Opvallend is dat er in dit bos aan het eind van de 18de eeuw nog sprake is van rechte lanen en dreven en dat deze waarschijnlijk in de 20ste eeuw juist kronkelpaden zijn geworden. Je zou eerder denken andersom.
Zie verder: Vibeke Roeper. Dolen is het doel. Weblog op website Buitenplaats Brakestein. http://www.brakestein-texel.nl/2020/08/20/dolen-is-het-doel/
Jan Holwerda. Toenmalige tuinen op Texel. Tuingeschiedenis in Nederland II. 2016.
Henk van der Eijk. A late 18th century Sanssouci-Texel connection? Weblog op Website Historical Gardens. https://www.historicalgardensblog.com/2008/03/15/a-late-18th-century- sanssouci-texel-connection/
Vandaag las ik op LinkedIn over een nieuwe aanwinst van Kunsthandel Bijl-Van Urk B.V., namelijk een schilderij van Cornelis Vreedenburgh, gedateerd 1927. Op LinkedIn werd de vraag gesteld: “wat zien we voor soort ‘tuin’ of ‘volkstuin’ op de voorgrond?”
Mijn antwoord was dat het hier een tuin in zogenaamde “Oud-Hollandse” stijl betrof, passend / aansluitend bij het gebouw, voorheen het stadhuis van Amsterdam, gebouwd/ontworpen door Jacob van Campen vanaf 1648 en gereed in 1665.
Cornelis Vreedenburgh. Damplantsoen en Koninklijk Paleis (voormalig stadhuis van Amsterdam), 1927. Kunsthandel Bijl-Van Urk, Alkmaar
We zien op het schilderij op de voorgrond een verdiepte tuin, opgebouwd uit grasvlakken en rechtlijnige bloemenborders. De tuin is verdiept en ontworpen langs een as van symmetrie, die aansluit op de middenas van het paleis. De tuin wordt ontsloten door een trappartijtje, gelegen in het midden van de dwarsas (voor de tram) en ook zijn dergelijke trapjes te vinden in het midden van de lengte-assen rond het middenperk. Op de hoeken van de lange perken en in het centrum van kleine vierkante perken staan taxussen geplant. De lange perken zullen nog met bloemen gevuld moeten worden, net zoals de perken aan beide zijden van de eerste trappartij. Het grote centrale rechthoekige grasvlak ligt binnen een wandelpad van flagstones en wordt daarbuiten afgesloten door (waarschijnlijk) buxusranden. Het beplantingsontwerp is volgens de rubriek Chronologie van het Stadsarchief Amsterdam (Onderwerp De Dam als plaats van herinnering) gemaakt door de gemeentelijke tuinarchitect Ir. J.R. Koning jr. .
De stijl van ontwerpen doet erg denken aan de stijl van Leonard Springer. Hij is in 1925 (toen de werkzaamheden begonnen) 70 jaar, en alhoewel is gebleken dat hij nog lang niet aan stoppen dacht in dat jaar, is de opdracht hem toch niet gegund. In de Springer Collectie Wageningen Library is wel enige summiere documentatie te vinden, namelijk een rijmpje uit het Haarlems Dagblad van T. de Rijmer, een krantenartikel uit De Telegraaf (1930-04-09) en een krantenfoto van het Damplantsoen.
Ik zal eens verder zoeken op naam van J.R. Koning, om er achter te komen bij welke projecten hij nog meer betrokken was in Amsterdam.
Aanleg Damplantsoen, Bouwput 1925, vlak voor de aanleg van het plantsoen.. Coll. Stadsarchief Amsterdam
Op bovenstaande foto zien we de omschutte bouwput van het toekomstige plantsoen, maar eigenlijk was het een ruimte die vrijgekomen was door de afbraak (1912) van het voormalige Commandantshuis ( D’Ailly’s Historische Gids van Amsterdam. Bewerking H. F. Wijnman. 1968) en de sloop van de westzijde van de Warmoesstraat. Er was een plan om hier een hotel te bouwen, maar dat is niet doorgegaan. Het Damplantsoen was bedoeld als tijdelijke tussen-oplossing. Zie https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/binnenstad/277/middendam-kromhout.html
12 september 1925. Officiële opening van het Damplantsoen 1925. Zicht over het Damplantsoen van Hotel Krasnapolsky naar Het Paleis. Coll. Stadsarchief AmsterdamHier is goed te zien dat de paden aan de voet van de borders en rondom het centrale grasperk uit flagstones bestaan. NB de tram die hier te zien is, staat ook op het schilderij afgebeeld. Coll. Stadsarchief Amsterdam
Met dank aan Walther Schoonenberg en Hans Krol.
Nader onderzoek leverde een artikel over dit onderwerp op. Zie: Carla Oldenburger. ‘Over het Damplantsoen: ontwerper en karakteristieke kenmerken’. 13 p. Cascade Bulletin 2020 (verschenen 2021), p. 33 t/m 44.
Tuin in Ned.Indië met Waringinboom. Coll. Princessehof Leeuwarden. Foto R. Dessing
Op Facebook kwam ik deze prachtige tuin tegen, die is afgebeeld op een tegeltableau, aanwezig in Museum Het Princessehof te Leeuwarden.
Drs. Karin Gaillard, conservator Keramiek Europa in dat museum, berichtte me het volgende: ‘Het tegeltableau behoort inderdaad tot onze collectie en hangt in de vaste opstelling. Het is gemaakt door Plateelbakkerij De Distel in Amsterdam omstreeks 1910, de naam van de fabriek is rechtsonder op het tableau te zien. De voostelling is een Indische tuin, maar de precieze locatie is niet bekend en ook weten we niet wie de tekening heeft gemaakt. Zou de voorstelling in sepiakleuren getekend zijn naar een foto? In 1977 is het tableau door de Ottema-Kingma Stichting gekocht bij de firma Focke & Meltzer in de Amsterdamse Kalverstraat en in bruikleen gegeven aan het Princessehof.’ Helaas is er niet meer over de afbeelding en over de kunstenaar bekend.
In de tuin zijn enige ronde perken met palmen en bloemen te onderscheiden. In het midden van de tuin, op het tableau helemaal rechts staat een grote Waringin boom (een treurvijg of Ficus Benjamin), een typische parkboom in Indonesia.
Verder zoekend op tegeltableau en Princessehof kwam er nog een tuin boven water. De afbeelding ziet er uit als fantasie-tuin ergens in Europa. . 9 (breed) x 6 (hoog) tegels bevattende.
Met dank aan René Dessing
Hollandse tuin. Coll. Princessehof Leeuwarden. Foto R. Dessing
Onderstaande tekst zal in aangepaste vorm in Zochers OnLine worden opgenomen.
De buitenplaats Huis Landfort te Megchelen is altijd een beetje onbekend gebleven in de Nederlandse tuingeschiedenis. Waarschijnlijk is de ligging direct tegen de grens van Duitsland, daar debet aan. Nu huis, tuin en park worden gerestaureerd en het koetshuis herbouwd, wordt het zo langzamerhand tijd ook op deze plaats eens wat meer over het buitenplaatscomplex Huis Landfort te vertellen.
Huis Landfort gelegen op een huis-eiland omgeven door een aftakking van de Oude IJssel. Links boven de visvijver. Links boven het huis de voortuin en rechts onder het huis de achtertuin op het zuiden. De vorm van de gracht heeft een karakteristieke Zocher-vorm. Buiten de (brede) gracht, boven in de foto stroomt de Oude IJssel. Bron: Google Earth
Huis Landfort is gelegen in een flauwe bocht van de Oude Ijssel nabij het dorp Megchelen. Het huis wordt voor het eerst in 1434 in een verkoopakte genoemd. Het terrein stond al bekend onder de naam ‘Lanckvoort’, wat zeer waarschijnlijk duidt op een ‘voorde’ (doorwaadbare plaats) in een rivier. Heden ten dage vormt het goed een fraaie combinatie van een huis (omstreeks 1825 verbouwd) met een park in landschapsstijl uit dezelfde tijd, voorzien van oude, bijzondere bomen. In 1996 waren hiervan nog aanwezig een moerascipres, tulpenboom, vederbeuk, ginkgo, weymouthden, dwergcipres en een Catalpa. Het goed heeft vele eigenaren gekend, maar naar hen is nog geen uitputtend onderzoek gedaan. De Amsterdamse medicus en botanicus Johann Albert Luyken (1785-1867) kocht met hulp van zijn 21 jaar oudere zuster Stiencke Christina Waltmann-Luyken in 1823 de oude buitenplaats op een veiling. Direct in datzelfde jaar gaf hij de architect-aannemer Johann Theodor Übbing (1786-1864) uit Anholt (aan de overkant van de Oude IJssel) de opdracht het oude huis en de omgeving rondom het huis te veranderen naar de smaak van de tijd.
Huis Landfort in 1720. Jan de Beijer? Bron Wikipedia
Maar hoe zagen huis en tuin er uit? Het huis had in de 18de eeuw een vierkant hoofdhuis met op iedere hoek een toren met helmdak. Aan het eind van de achttiende eeuw werden de hoektorens gesloopt. De houten kap uit de zestiende eeuw is in het huidige huis nog bewaard gebleven. Het omsingelde terrein en de percelen waren omstreeks 1816 nog rechthoekig van aard.
Situatiekaart met rechthoekig omsingeld terrein van Huis Landfort, schuin tegenover Anholt. Casparus Muller, 1816. De grens Nederland – Duitsland is met kruisjes weergegeven. Duidelijk is te zien dat de grond-indeling rechthoekig van karakter is. Noorden boven. Bron: TopoTijdreis
Volgens plan van Luyken en Übbing werden aan de zuidkant van het huis twee kwart-holronde vleugels aangebouwd (links een inpandige oranjerie). In dezelfde tijd werd een achthoekige ‘Moorse’ duiventoren met gotische ramen en een uivormige toren gebouwd, eveneens naar ontwerp van Übbing. Twee bruggen zijn ontworpen door Carl August Wilhelm Luyken. Zij dateren uit omstreeks 1870.
Opmetingskaart Huis Landfort J.Th. Übbing, 1823. Huis op huiseiland, rechthoekig van vorm en binnen dubbel grachtenstelsel; moestuinen achter het huis verdeeld in vier kwadranten, ingesloten door deels rechte grachten en aan korte tuinzijde een kwartcirkelvormig grachtdeel; hele terrein in rechthoekige nutstuinen, weiden en akkers verdeeld. Linksboven visvijver ten zuiden van de koetshuizen. Midden-onder sterrenbos (jachtbos kleinwild ?); rechtsonder het ‘Schipbosch’, een wandelbos in landschapsstijl. Noorden linksboven.Coll. kcal.nuOntwerp Huis Landfort J.Th. Übbing, tussen 1823 en 1825 Huis met uitwaaierende vleugels op huiseiland binnen dubbel grachtenstelsel; tuinen achter het huis in kleinschalige landschapsstijl, ingesloten door grachtenstelsel met lange rechte delen en aan korte tuinzijde een kwartcirkelvormig grachtdeel; hele terrein verdeeld in rechthoekige of ruitvormige nutstuinen, weiden en akkers. Linksboven visvijver ten zuiden van koetshuis en stallen en omgeven door nutstuinen (?). Midden-onder sterrenbos (jachtbos kleinwild ?); rechtsonder het ‘Schipbosch’, een wandelbos in landschapsstijl dat men volgens dit nieuwe ontwerp kon bereiken via een slingerpad vanaf het huiseiland. Noorden linksboven. Coll. kcal.nuOntwerp Huis Landfort. J.D. Zocher jr. toegeschreven, [1825] Huis met uitwaaierende vleugels op huiseiland met heesterpartijen, omgeven door een slingerend riviervormig grachtenstelsel. Akkers of in stroken gedeelde moestuinen (gestreepte ruimtes) ten zuiden van visvijver en huiseiland. Ruimte rond visvijver geheel omsloten door meesterpartijen. Hele terrein in afgeronde ellipsvormige, niervormige en ovaalvormige ruimtes (akkers en weides) verdeeld. Midden-onder waterpartij met (graf)eiland en sterrenbos. Sterrenbos en voormalige Schipbos via paden rondom open weide verbonden. Noorden linksboven. Coll. kcal.nu
J.D. Zocher jr. heeft in 1825 Landfort bezocht en een nieuw ontwerp-voorstel gedaan aan de heer Luyken. Ook zijn broer Carel G. Zocher schijnt hieraan zijn medewerking te hebben verleend. Waarschijnlijk fungeerde hij als opzichter. Uit correspondentie tussen Jan Zocher en J. Bondt (een zaakwaarnemer van Johann Luyken) blijkt dat Zocher die zomer ‘in de buurt’ (op Biljoen te Velp) moest zijn en dat bezoek zou kunnen combineren met een bezoek aan Huis Landfort om een oculaire inspectie uit te voeren voordat hij zich zou wagen aan een plan voor een belangrijke beek (de omgrachting van het huiseiland en/of van het grafeiland, in Zocherstijl ). Verschillende tuinen, weiden en akkers werden nu door de Zochers tot één landschappelijk en samenhangend plan verenigd. De paden kregen een veel natuurlijker verloop met ruime bogen en het oude formele grachtenstelsel werd vergraven tot een karakteristieke Zocheriaanse slingerende waterpartij (‘beek’ in flauwe M- / W-vorm). Slechts vóór de bijgebouwen bleef een kleine omsloten rechtlijnige aanleg rondom de langwerpige visvijver gehandhaafd. Dat het ontwerp van de Zochers werkelijk is uitgevoerd, wordt bevestigd op de Topografische Kaart van 1843. In grote lijnen is de landschappelijke indeling van het terrein en het karakteristieke Zocheriaanse grachtenstelsel hier duidelijk op terug te vinden.
Topografische Kaart 1843
Huis, koetshuis, park en omliggende landerijen zijn in zwaar verwaarloosde toestand in 1970 aan St. Geldersch Landschap verkocht. Zichtlijnen werden open gekapt, nieuwe borders en waterpartijen werden aangelegd en de visvijver hersteld. Het huis werd alleen uitwendig gerestaureerd. In 2017 is het hele complex in eigendom overgegaan op Stichting Erfgoed Landfort. Deze stichting ziet restauratie van het huis, de herbouw van de bijgebouwen en de revitalisatie van het park als haar belangrijkste doel.
In 2020 wordt een nieuwe moestuin aangelegd en het park gerenoveerd. Het is de bedoeling dat In de toekomst huis en tuinen voor bezoekers worden opengesteld.
Archief: De archieven Familie Luyken op Landfort te Megchelen en Stichting Rhijngeest als eigenaar van Huize Landfort te Megchelen zijn respectievelijk in 2016 en 2013 ondergebracht bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (Doetinchem). De inventarissen van genoemde archieven en foto’s van Landfort zijn in te zien op www.ecal.nu
Op 14-07-2020 stond een bericht van Fons Habets op LinkeIn: “Onlangs heb ik in opdracht van MH1 Architecten en Van der Valk tuinhistorisch onderzoek gedaan naar de terrassentuin van Kasteel Bloemendaal in Vaals. Een leuke klus. De terrassentuin is een van de weinige terrassentuinen in Nederland, zo niet de enige terrassentuin met een formele aanleg en met 18e eeuwse tuinornamenten, die goed bewaard is gebleven. Bijzonder zijn een rij van tamme kastanjes (castanea savita) van ca 130 jaar oud en twee even oude zomereiken (quercus robur).”
Kasteel Neercanne. Ph. van Gulpen. 1836. Deze schildering accentueert meer de landschapsstijl, terwijl de barokke terrassenaanleg niet te zien is
Ik vroeg Fons Habets of Neercanne dan niet meetelde als terrassenkasteel. Zeker, was zijn antwoord.
Daarom, zie nogmaals het vorige Bericht, dat ik heel toevallig (?) net had geplaatst, echter zonder deze prachtige schildering van Ph. van Gulpen.
n.a.v. de lancering van de publiekscampagne Dit is in Limburg
Neercanne ca. 2020. Luchtfoto. Buiten de muren van het kasteel een boomgaard en een wijngaard
3 juli jl: “We staan met de voeten in de klei bij een van de nog onontdekte parels van Limburg”, sprak Iris Bakker van Visit Zuid-Limburg bij de lancering van de publiekscampagne Dit is in Limburg. De bijeenkomst vond plaats in de Kweeperentuin (de Gaard) van Neercanne. Doel van de actie is vakantiegangers te verleiden naar onontdekte parels in de zuidelijke regio te gaan. De corporate pr functionaris doelde daarbij niet alleen op de gaard van het château, maar ook op de geleverde krachtsinspanning door de marketingorganisaties van Noord-Limburg, Midden-Limburg, Zuid-Limburg en Maastricht.
Ik wist helemaal niet dat er een Kweeperentuin was, behorend bij Neercanne. In 2000, voor de aanleg van deze tuin, maakte ik een beschrijving van de tuinen van Neercanne voor de Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur (Rotterdam, 2000). De Kweeperentuin is later toegevoegd. Mijn tekst luidde in 2000:
“Tegen de dalwand van de Jeker, op de oosthelling van de Cannerberg, ligt vlak voor de grens met België kasteel Neercanne. Het tegenwoordige kasteel dateert uit 1698. Het werd in classicistische stijl gebouwd in opdracht van generaal Daniel Wolff Baron den Dopff, gouverneur van Maastricht. Den Dopff liet midden voor het kasteel drie terrassen aanleggen.
Het laagste terras aan de kasteelzijde van de weg, bestond uit een rijke parterre de broderie met in het centrum een bassin. Aan de overzijde van de weg werden de tuinen voortgezet met een breed bassin, afgesloten met een halfronde ‘exedra’ en een zichtlaan. Rondom graasden koeien. Overblijfselen in de vorm van een poel zijn hier nog terug te vinden. De tuinen van Neercanne waren in 1717 zo beroemd, dat Tsaar Peter de Grote het bos en de hof kwam bezichtigen.
G. de Bruyn. Neercanne. Gravure 1715
Aan het eind van de zeventiende eeuw was Neercanne in de eerste plaats een ‘villa rustica’: een economisch landbouwbedrijf waar bovendien het plezier van het buitenleven gecombineerd werd met dat van de kunsten. De economische functie werd door klassieke tuinbeelden gesymboliseerd, zoals die van Mercurius, het symbool van welvaart en voorspoed; Diana, symbool van de jacht en Ceres, symbool van de landbouw. In het heldendicht van Francois Halma uit 1715, getiteld ‘Het Kasteel van Aigermont…‘ kunnen we lezen dat de economie van Neercanne was gebaseerd op landbouw (korenvelden), fruitcultuur (boomgaarden en fruit tegen de hoge warme mergelmuren op het tweede terras), houtcultuur (sterrebossen), wijncultuur (ook tegen de muren), bijenteelt en veeteelt (in de overtuin en ook in de omliggende velden graasden koeien). Deze landbouwactiviteiten spelen ook een belangrijke rol in Vergilius’ ‘Georgica’ waarin het leven op het land wordt verheerlijkt. Het is dan ook niet toevallig dat Vergilius in het gedicht van Halma een rol speelt in de persoon van ‘de Mantuaan’, de man uit Mantua. Deze combinatie van landbouwbedrijf en buitenplaats doet ook denken aan de landbouwbedrijven in de Veneto, waarvan sommige gebouwd werden door de bekende bouwmeester Palladio.
Halma noemt Neercanne ook een ‘lusthof van vermaak’. Sierelementen die hij beschrijft zijn parterres de broderie, geknipte taxusbomen, planten in potten, tuinbeelden, waterkommen en fonteinen, een obelisk, een belvédère en twee paviljoens. Deze zijn ook te vinden op de gravure van G. de Bruyn die Halma als illustratie opnam.
Uit de negentiende eeuw zijn twee tekeningen bekend, een van J. Lefebure uit circa 1840 en een anonieme uit 1848, waarop heel duidelijk de bomen en vaste planten die toen op het tweede en derde terras groeiden zijn te onderscheiden. Enige jaren geleden is een deel van de tuinen van Neercanne gerenoveerd, naar de laat-zeventiendeeeuwse situatie. Dit was niet eenvoudig, omdat over de originele tuinen weinig gegevens beschikbaar waren. Bij de renovatie is men uitgegaan van het behoud van de hoofdstructuren van de tuinen. Ook de oude begroeiing van de hoge warme mergelmuren met druiven, abrikozen, perziken, witte en rode rozen, achtte men naast de wilde begroeiing van gele helmbloem, belangrijk.
Voor het benedenterras langs de weg heeft de tuinarchitect W.J.A. Snelder een nieuw, modern ontwerp gemaakt, gebaseerd op de zeventiende-eeuwse parterre de broderie. De centrale parterres rond het bassin werden in strakke, moderne vormen uitgevoerd. De middenas van Neercanne, die doorloopt in de overtuin, was waarschijnlijk gericht op Huis Lichtenberg aan de Maas. Deze overtuin is eigendom van de Stichting Het Limburgs Landschap en is niet in de renovatie meegenomen.
Boven het kasteel ligt het Cannerbos. Een dergelijk hellingbos is een typisch Zuid-Limburgs verschijnsel. Het bos volgt in een smalle strook de steile dalwanden van de Jeker en is botanisch zeer interessant. Omstreeks 1700 lag hier een sterrebos met aan de rand een tuinkoepel.
Kasteel Neercanne en het Cannerbos zijn nu een geliefd recreatief doel voor de inwoners van Maastricht. In het Cannerbos groeien veel voorjaarsbloemen en er is een rijke vogelstand. Ondergronds bevinden zich uitgestrekte mergelgroeven waar vleermuizen huizen. Heden ten dage is nog steeds de combinatie van economie en vermaak de reden van Neercanne’s bestaan. Het huis doet dienst als hotel en vergadercentrum, terwijl de gerestaureerde tuinen zijn opengesteld voor het publiek.”